Biobased bouwdetails – Algemene uitgangspunten

Biobased bouwdetails – Algemene uitgangspunten
Biobased bouwdetails – Algemene uitgangspunten

CO2-opslag algemeen

Door toepassing van biobased producten uit plantaardige vezels kun je CO2 duurzaam opslaan. Uit onderzoek, o.a. volgens de eisen uit de NEN-EN 15804:2012+A2:2019, is gebleken dat 1 kg koolstof, opgeslagen in plantaardige vezels gelijk staat aan het vastleggen van een 44/12e deel van de CO2 in de lucht.

CO2-opslag van Inblaasstro
Strovezels, zoals voor inblaasisolatie, bestaan voor 47,2% uit CO2. Dat betekent dat per kg strovezelisolatie 1,73 kg CO2 uit de lucht wordt vastgelegd (0,472 x 44/12). 

Om stro te verwerken tot ingeblazen stro-isolatie is verwerking van het stro nodig waarmee juist CO2 wordt uitgestoten. Voor graanstro wordt dit, vooralsnog indicatief, geschat op 15%. Dat betekent dat de emissiereductie van stro uiteindelijk niet 100%, maar 100-15 = 85% is. Effectief wordt voor elke kg stro daarom (indicatief) 1,73 x 85% = 1,47 kg CO2 uit de lucht opgeslagen.

In de bouwdetails is de hoeveelheid CO2-opslag in kg/m2 indicatief vermeld op basis van een volumieke massa van 85 kg/m3 (zie hieronder). In deze indicatieve prestatie is rekening gehouden met een houtpercentage van 6%, zoals ook in de Rc-berekeningen voor dakrenovatie van bestaande gordingenkappen is gehanteerd.

Volumieke massa van inblaasstro

In de bouwdetails die zijn opgesteld voor dakrenovatie van ongeïsoleerde gordingenkappen (eerste helft van 2024) is gebruik gemaakt van onderstaande uitgangspunten:

  • Dichtheid van het stro variërend van 85 kg/m3 tot 120 kg/m3.
  • Warmtegeleidingscoëfficiënt voor het stro: λreken = 0,055 W/(mK)

Voor het inblazen van stro kunnen strovezels van verschillende lengtes worden toegepast. Op dit moment wordt onderzocht welke impact verschillen in vezellengte en verschillen in volumieke massa (dichtheid) van het ingeblazen stro, hebben op de warmtegeleidingscoëfficiënt (λ-waarde) van het inblaasstro. 

Voor het berekenen van de warmteweerstand van constructies met stro-isolatie kan gebruik gemaakt worden van de rekenwaarde voor de warmtegeleidingscoëfficiënt die is vastgelegd in de gelijkwaardigheidsverklaring van BCRG. Hierin zijn Rc-waarden vastgelegd voor verschillende dikten van isolatiepakketten van inblaasstro. Deze zijn bepaald op basis van de forfaitaire methode uit bijlage I van de NTA 8800. In alle hieronder beschreven referentieconstructies is de Rc-waarde wat exacter bepaald op basis van de precieze opbouw van de constructie en op basis van een berekening volgens bijlage C van NTA 8800

Brand- en rookklasse van binnenafwerkingen

Zowel in nieuwbouw als in verbouw moeten binnenafwerkingen ten minste voldoen aan brandklasse D en rookklasse s2. In alle biobased bouwdetails voor grondgebonden woningen is ervan uitgegaan dat de binnenafwerking minimaal voldoet aan deze brand- en rookklasse. De binnenafwerking moet verder zodanig zijn dat de temperatuur aan de niet-brandzijde,  gedurende zo’n 20 minuten, voldoende laag blijft om pyrolyse van het stro en evt. zelfontbranding te voorkomen. 

Naast de veel toegepaste gipskarton- en gipsvezelplaten (minimaal 12,5 mm i.v.m. voorkomen pyrolyse en vlak afgewerkt vanwege vlamdichtheid), kan ook een OSB-plaat voldoen aan brandklasse D en rookklasse s2. Indien een OSB-plaat voldoet aan de minimaal vereiste brand- en rookklasse, mag die, voor zover er geen aanvullende eisen m.b.t. brandwerendheid gelden, als eindafwerking worden toegepast, mits ten minste 18 mm (voorkomen pyrolyse) en mits er geen stuiknaden in zijn opgenomen (vlamdichtheid).

Building Balance

Meer weten?

Neem contact met ons op via info@buildingbalance.eu