Onder hoogspanningsmasten groeit alles hard. Voor terreinbeheerders betekent dat terugkerend beheer, kosten en planning die steeds opnieuw moet. Het Flevolandschap koos voor een andere route: wilg als productieteelt op plekken waar beheer nodig is: met hout dat in de keten terechtkomt voor biobased toepassingen in de grond-, weg- en waterbouw (GWW), zoals oeverbeschoeiing en zinkstukken.
‘Je moet van de snelweg af’
Leo Boonman (hoofd natuur- en landschapsbeheer bij Het Flevolandschap) beheert met zijn teams duizenden hectares natuur in Flevoland. Hij kent de groeikracht van de polder als geen ander. ‘Je moet van de snelweg af,’ zegt hij. ‘Ga bij die donkere vlekken op de kaart kijken en je weet niet wat je ziet.’ Die groeikracht is prachtig, maar brengt ook beheeropgaven met zich mee, zeker op plekken waar veiligheid en infrastructuur samenkomen.
Van beheerprobleem naar oplossing
Onder hoogspanningsmasten liep Flevolandschap tegen snelle opslaggroei aan. ‘Dan worden de beheerders van die hoogspanningsmasten nerveus,’ vertelt Leo. ‘En dan stonden ze eens in de zoveel tijd weer aan je bureau: jullie moeten kappen, want het komt richting de draden. En het ging altijd harder dan wij verwachtten.’ De vraag werd: hoe maak je dit beheer voorspelbaar, zonder telkens ad hoc in te grijpen?
Via een eerdere samenwerking met Van Aalsburg (onder meer rond oeverherstel met rijshoutconstructies) kwam een nieuw idee op tafel: kan wilg hier een structurele rol spelen? ‘Het was één en één twee,’ zegt Leo. ‘We dachten: is dit niet heel mooi om toe te passen onder die hoogspanningsmasten?’
Randvoorwaarden: ‘dan moet je het ook helemaal doen’
Flevolandschap stelde duidelijke voorwaarden voordat er een ‘ja’ kwam. De aanleg en uitvoering moesten bij de specialist liggen. ‘Wij wilden het niet aanleggen en we wilden de voorbereidende dingen er niet op doen,’ zegt Leo. ‘Dan moet je het ook helemaal gaan doen.’ Daarom zijn er afspraken gemaakt over looptijd (rond de 10 jaar), oogstmomenten en vooral: natuur en bodem.
Belangrijke les: ‘natte gronden’ is niet één term
In de praktijk zit een risico niet alleen in winterse natheid, maar juist in oogst- en werkomstandigheden. ‘Wat mensen onderschatten,’ zegt Leo, ‘is dat natte gronden niet alleen een winterding zijn. Het kan ook nat zijn op het moment dat je eigenlijk moet oogsten.’ Bodem en ondergrond zijn bepalend voor wat er boven gebeurt. ‘Als je het versmeert of met te zwaar materieel onder verkeerde omstandigheden overheen gaat, dan heeft dat jarenlang vervolg.’
De oplossing zit in heldere afspraken met de uitvoerder: wanneer kan het wél, en wanneer kan het niet en welk materieel is passend.
Waarom dit relevant is voor de GWW
De vraag naar wilgenhout voor biobased toepassingen in de GWW is groot. Als aanbod achterblijft, stijgen de kosten en komt opschaling van biobased oplossingen onder druk te staan. Praktijkvoorbeelden zoals deze laten zien hoe terreinbeheerders en waterschappen op specifieke plekken kunnen bijdragen aan extra aanplant, zonder natuurdoelen los te laten.
Wat levert het Flevolandschap op?
Voor Flevolandschap is het rendement niet het verhaal. ‘Je wordt er niet rijk van,’ zegt Leo, ‘maar bij ons is het vooral rendabel omdat wij kosten minder hebben. En je hebt een vaste lijn: eens in de zoveel tijd gaat het eraf.’ Het blijft aanvullend: ‘Natuur is bij ons natuur. Dit is aanvullend.’
Meer weten of verkennen? Ben je waterschap, terreinbeheerder of landgoedeigenaar en wil je verkennen of wilg past op jouw gronden, bijvoorbeeld onder specifieke condities of als oplossing voor beheerdruk? Neem contact op via gww@buildingbalance.eu.
