Wilg of iets nieuws? Op zoek naar beste circulaire oeverbescherming

Wilg of iets nieuws? Op zoek naar beste circulaire oeverbescherming
Wilg of iets nieuws? Op zoek naar beste circulaire oeverbescherming
16 mei, 2024

Ons waterrijke land kent duizenden kilometers oeverbescherming. Nu bevat dat vaak hardhout, kunststof of staal. Maar ook in de Grond-, Weg en Waterbouw (GWW) liggen kansen om met Nederlandse vezels biobased producten te ontwikkelen. In een bijzondere pilot testen twee aanbieders hun product voor oeverbescherming: wilg en biocomposiet. De testlocatie opende deze week in het Gelderse Hellouw.

Aan een sloot langs de werf van Van Aalsburg, specialist in wilgenhout, liggen twee oeverbeschermingen: één van wilgentenen en één van biocomposiet Nabasco van het Delftse bedrijf NPSP. Beide prototypen worden de komende maanden getest op bijvoorbeeld levensduur, techniek en kerende hoogte. Het onderzoek vindt plaats in opdracht van de waterschappen Rivierenland, Zuiderzeeland en Vallei en Veluwe, Rijkswaterstaat en de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA).

Impact op milieu kan flink omlaag

“Een zeldzaam brede groep opdrachtgevers”, zegt Hetty Huijs van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die de zoektocht ondersteunt. Via een Small Business Innovation Research (SBIR) worden dit jaar de haalbaarheid en prototypes onderzocht van nieuwe biobased en circulaire oeverbescherming.  De opdrachtgevers willen daarmee alternatieven vinden voor bijvoorbeeld hardhout, plastic of staal en zo hun impact op het milieu verkleinen. “Elk jaar vervangen alleen wij al kilometers aan beschoeiingen”, zegt heemraad Kees Romijn van Waterschap Rivierenland. “Opgeteld praat je bij de waterschappen in heel Nederland over ruim 1200 kilometer in tien jaar. Dat is nogal een voetafdruk. We willen werken aan onze klimaatdoelen, ook in onze oevers.”

Wilgentenen en nieuwe materialen onder de loep

De uitdaging is dat oeverbescherming deels onder en deels boven water zit en alle natuurkrachten te verduren krijgt. “Wilg kan wat hebben”, weet Dick van Aalsburg, die met zijn familiebedrijf een oud ambacht in een moderne jas steekt. “Van zinkstukken tot beschoeiingen, wilgentenen en samengebonden ‘wiepen’ zijn al eeuwen onmisbaar in de waterbouw. Aan kwaliteit en ervaring geen gebrek, nu de onderbouwing.”

In Delft werkt NPSP juist aan nieuwe ‘samengestelde materialen’ of composieten. De combinaties van bijvoorbeeld resten van suikerriet, materiaal uit rioolwater en natuurlijke vezels als hennep of vlas zijn geheel biobased. NPSP bouwde er al gevels en treinen van. Directeur Mark Lepelaar vertrouwt erop dat het biobased composiet Nabasco ook een goede oeverbescherming is: “Deze test gaat ons vertellen of deze toepassing ook toekomst heeft.” Het onderzoek loopt tot het einde van dit jaar. De oeverbescherming wordt getest tot een kerende hoogte van maar liefst zes meter.

Doelen NABB

In de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) speelt de verduurzaming van de GWW een belangrijke rol. Voor oeverbescherming is het doel om in 2030 meer dan 30% van nieuwe oeverbeschermingen te maken van biocomposieten of andere biobased materialen. Hiervoor worden de komende jaren diverse interventies uitgevoerd, gericht op de ontwikkeling en opschaling van gewas-product-markt-combinaties en de juiste condities om deze opschaling te ondersteunen en te stimuleren.

Building Balance

Meer weten?

Neem contact met ons op via info@buildingbalance.eu

Gerelateerde berichten