VKP werkt al ruim twintig jaar als timmerfabriek en partner van aannemers. Het bedrijf maakt prefab gevels en daken, monteert HSB-elementen op de bouwplaats en voert ook traditioneel timmerwerk uit op de bouwplaats. Kees Dorst werkt bij VKP aan de planvorming en ziet biobased isolatie steeds vaker terugkomen. “Wij werken ook met andere isolatiesoorten bij, bij veel nieuwe projecten komt de vraag naar biobased of agrobased nu wel langs. Wij zijn er klaar voor om op te schalen” vertelt hij.
Waarom vlas interessant is voor HSB
VKP past verschillende biobased isolatiematerialen toe, zoals vlas, hennep en cellulose. Voor HSB-gevels heeft vlas een voordeel. “De lambda-waarde van vlas is gunstig”, legt Kees uit. “Vlas is verkrijgbaar in de lambda-waarde van 0,035. Daardoor kun je het in veel gevallen binnen een vergelijkbare dikte, afhankelijk van de gewenste Rc en de totale opbouw uitwisselen met een traditionele HSB-opbouw.”
“Lukt het niet om binnen de standaard dikte uit te komen op de gewenste prestatie? Dan kun je in sommige projecten werken met een gelijkwaardige oplossing. Je compenseert dan het iets hogere warmteverlies van gevel of dak met een ander onderdeel van de woning, zoals beter isolerende ramen (en eventueel luchtdichtheid). Zo blijft de totale energieprestatie op orde, zonder dat je automatisch dikker hoeft te bouwen,” vertelt Kees.
Dat is belangrijk in de praktijk. Als de isolatiewaarde lager is, moet het HSB-element worden aangepast. “dit speelt wanneer je binnen de standaard dikte de gevraagde prestatie niet haalt met het gekozen biobased materiaal. Dan kan een dikkere opbouw inderdaad gevolgen hebben voor houtmaten en kosten.”
Daarnaast kijkt VKP vooruit. “Vlas is een agromateriaal dat je in de toekomst mogelijk meer regionaal kunt telen en verwerken. Dat biedt kansen voor kortere ketens. Dat is nu nog toekomstmuziek, maar wel iets om rekening mee te houden.”
Lees hier het hele interview via Building Balance.
