Biobased bouwen in de GWW schuift op van losse proeven naar gewone praktijk. Die beweging staat helder beschreven in de Kamerbrief Versterking voor een circulaire economie (juni 2026), waarin de minister van Klimaat en Groene Groei verslag doet van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB). Het GWW-spoor krijgt daarin flink wat ruimte, en het beeld bevestigt wat we dagelijks op de projecten en aan de tafels zien gebeuren.
De rode draad in de brief is een mooie. De overheid zet stimulering en normering nu naast elkaar. Aan de ene kant ruimte om te ontwikkelen, aan de andere kant duidelijke spelregels die de markt in beweging brengen. Precies de combinatie waar we met alle betrokken partijen naartoe werken.
Ruimte om te ontwikkelen
De NABB bouwt sinds eind 2023 aan een zelfstandig werkende markt voor biobased bouwmaterialen, met 200 miljoen euro uit het Klimaatfonds. Het grootste deel van het GWW-geld gaat naar bedrijven die een biobased product optimaliseren en testen, zodat het op schaal toegepast kan worden.
Het tastbaarste voorbeeld is het Innovatiepartnerschap Bioverrijkt Asfalt, gestart in het najaar van 2025. Daarin vervangen partijen het bitumen uit aardolie deels door natuurlijke grondstoffen, wat de CO2-impact van asfalt fors verlaagt. Zestien publieke opdrachtgevers trekken hierin samen op, iets wat een paar jaar geleden nog ondenkbaar was. In het najaar van 2026 worden de eerste proefvakken aangelegd, verspreid over die opdrachtgevers, om levensduur en kwaliteit in de echte praktijk te toetsen.
En er komt meer aan. Direct na de zomer start het innovatiepartnerschap biobased geluidschermen met Rijkswaterstaat. Daarna volgen oeverbescherming en brugonderdelen, en voor geotextiel en drainagebuizen loopt al een innovatiecompetitie. De grondstoffen, denk aan hout, miscanthus, vlas en wilg, zijn bij groeiende vraag prima op te schalen.
Duidelijke spelregels
Ontwikkelruimte alleen maakt nog geen markt. Daarom werkt het kabinet aan het wetsvoorstel Milieuprestatie-eisen voor de GWW, dat aanbestedende diensten verplicht milieuprestatie-eisen mee te nemen in hun uitvragen, gemeten via de Milieukostenindicator (MKI). Voor de materialen beton en asfalt komen minimumeisen, en bij grote werken telt milieuprestatie van het gehele werk mee in de gunning. Dat beloont de koplopers en geeft de hele sector een helder perspectief om in te investeren. Met het in procedure brengen van deze maatregel komt bovendien het laatste deel van de GWW-stimuleringsmiddelen vanuit het klimaatfonds vrij.
Om opdrachtgevers hierop voor te bereiden, en zeker de kleinere, is in maart 2026 een MKI-ondersteuningspunt opgericht bij PIANOo. Dat levert handreikingen, voorbeeldteksten en praktijkervaringen.
Waar het naartoe werkt
De optelsom is helder. Stimulering bouwt het aanbod op, normering trekt de vraag los. Samen moeten ze in 2030 leiden tot een markt die op eigen benen staat, waarin biobased gewoon een van de opties is bij elke uitvraag. Dat gaat niet vanzelf, en het is precies het werk waar wij ons elke dag voor inzetten: partijen bij elkaar brengen en de stap van proefvak naar standaard kleiner maken.
Wil je meer weten over een van deze ontwikkelingen?
We vertellen je er graag over. Kies het onderwerp dat bij je past:
➕ Biobased geotextielen en drainagebuizen
➕ Biobased straat- en wegmeubilair
Download de volledige Kamerbrief hier.
Omslagfoto: Stientje van Veldhoven-van der Meer, Minister van Klimaat en Groene Groei (bron: Rijksoverheid)
