De buitentemperatuur en relatieve luchtvochtigheid hebben veel invloed op de verdeling van vocht en de droging van stro in een dak. In koude en natte periodes kan er enige condensatie ontstaan, wat het vochtgehalte tijdelijk verhoogt. Warmere en drogere maanden zorgen juist voor een daling van het vochtgehalte. Als de detaillering van het dak niet op orde is, kunnen vochtpercentages te hoog oplopen, met schimmelvorming of aantasting als gevolg. Hoe voorkom je vochtophoping in stro? En wat is de kritische grens waarbij risico’s ontstaan?
praktijkmetingen door TNO
In de winter van 2024-2025 heeft TNO, in opdracht van Building Balance, praktijkmetingen uitgevoerd bij strodaken van twee tot vier jaar oud. Geen van de gemeten woningen liet vochtwaarden zien die in de buurt kwamen van kritische grenzen.
simulaties door ARUP
Tegelijkertijd heeft ARUP met WUFI-software onderzocht of een door Building Balance voorgesteld bouwdetail (renovatie met inblaasstro) risico’s op vochtophoping kent. WUFI is een betrouwbaar simulatieprogramma van het Duitse Fraunhofer Institute for Building Physics. Daarnaast deed ARUP een literatuurstudie naar de vochtgevoeligheid van stro in relatie tot schimmelvorming. Uit internationale richtlijnen blijkt: het vochtgehalte van stro mag in geen enkele bouwfase boven de 18% (massa) uitkomen. Daarboven neemt het risico op schimmelvorming toe.
aanbevelingen om schimmelvorming te voorkomen
Om het vochtgehalte onder de 18% te houden, zijn de volgende adviezen belangrijk:
- Houd het stromateriaal tijdens de bouw droog. Blaas het alleen in als het gemiddeld 10% massa-vocht bevat (tussen 8 en 12% is acceptabel);
- Is het stro voldoende droog? Dan kun je aan de buitenzijde een waterbestendige maar dampopen houtvezelplaat van 16 mm toepassen, met een dampweerstand van maximaal 0,3 m (Sd ≤ 0,3 m);
- Werk je met dikkere houtvezelplaten of andere agrobased vezelisolatie? Dan is een projectspecifieke analyse nodig met simulaties volgens NEN-EN 15026 (zoals WUFI);
- Aan de warme zijde van het dak is een damprem met een Sd-waarde van minimaal 2 m vereist (Sd ≥ 2 m) om opstijgend vocht uit de woning tegen te houden;
- Werk je met andere materialen of condities? Laat dan altijd een projectspecifieke hygrothermische analyse uitvoeren op basis van NEN-EN 15026.
Zo beperk je het risico op vochtophoping en zorg je dat strodaken ook op lange termijn veilig en duurzaam blijven.
Meer weten?
Meer informatie en de testrapporten zijn te vinden via de website van het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouwen (NKBB):
ARUP Memorandum Hygrothermische analyse van vocht in strodaken
TNO Memo – Metingen van vocht in stro van bestaande dakconstructies
