Op 1 juli 2026 kwamen woningcorporaties en onderhoudspartijen uit Noord-Holland bijeen bij Woonwaard voor een kennissessie over biobased en circulair onderhoud. Om praktijkervaringen uit te wisselen. Wat werkt al? Waar lopen organisaties tegenaan? En vooral: hoe zorgen we ervoor dat biobased en circulair onderhoud de stap maakt van koplopers naar de dagelijkse praktijk?
Tijdens de middag deelden Woonwaard, Wooncompagnie, Logchies en Ooijevaar Bouw hun ervaringen uit lopende renovatieprojecten. Aansluitend gingen corporaties en aannemers in gemengde groepen met elkaar in gesprek over uitvragen, opschaling en kennisdeling. Dat leverde niet alleen inspirerende praktijkvoorbeelden op, maar ook een aantal concrete inzichten waar iedere organisatie morgen mee aan de slag kan.
Inzichten
- De uitvraag bepaalt de ruimte voor innovatie
Veel deelnemers herkenden dat biobased en circulaire oplossingen nog te vaak buiten beeld blijven doordat ze simpelweg niet worden uitgevraagd. Door duurzaamheid expliciet mee te nemen in de beoordeling van een aanbesteding ontstaat ruimte voor andere oplossingen. Tegelijkertijd klonk de oproep om Programma’s van Eisen minder voorschrijvend te maken. Schrijf niet langer specifieke producten voor, maar formuleer de gewenste prestaties en geef marktpartijen de ruimte om met passende oplossingen te komen.Minstens zo belangrijk is het gesprek vóór een aanbesteding. Verschillende deelnemers gaven aan dat juist in een vroeg stadium veel kennis kan worden gedeeld. Door samen aan tafel te zitten, praktijkervaringen uit te wisselen en elkaar niet als concurrent maar als partner te zien, ontstaat ruimte om samen te leren. Praktijksessies (zoals deze) helpen om die samenwerking verder te versterken. - Kijk verder dan de meerprijs
Biobased en circulair worden nog regelmatig geassocieerd met hogere kosten. De praktijk laat een veel genuanceerder beeld zien. Voor sommige toepassingen zijn de meerkosten nog duidelijk aanwezig, terwijl andere oplossingen inmiddels nagenoeg hetzelfde kosten als de traditionele oplossingen. De groep concludeerde daarom dat de discussie niet alleen over kosten zou moeten gaan, maar vooral over kansen. Een vraag die meerdere keren terugkwam was: Welke materialen kunnen we vandaag al vervangen zonder extra geld, extra risico of extra capaciteit? Juist daar liggen kansen om direct stappen te zetten. Daarnaast bleek dat veel organisaties de kennis inmiddels al in huis hebben.De grootste belemmeringen zitten vaker in tijd, capaciteit en bestaande werkwijzen dan in technische onzekerheid. Niet alles hoeft ingewikkeld te zijn om impact te maken. - Begin klein en leer samen
Vrijwel alle praktijkvoorbeelden begonnen met een eerste pilot. Niet omdat alles nog onzeker was, maar omdat een kleinschalige aanpak ruimte geeft om ervaring op te doen. De deelnemers waren het erover eens dat opdrachtgevers en marktpartijen daarbij ook samen verantwoordelijkheid moeten nemen. Door risico’s expliciet te bespreken en gezamenlijk te dragen, ontstaat vertrouwen om nieuwe oplossingen toe te passen. Vanuit die eerste ervaringen kan vervolgens worden opgeschaald.Klein beginnen betekent dus niet klein blijven. Het is juist een manier om sneller te leren en de volgende stap met meer zekerheid te zetten. - Innovatie ontstaat in langdurige samenwerking
Een opvallend onderwerp tijdens de groepsgesprekken was de manier waarop corporaties en aannemers samenwerken. Langdurige samenwerking en co-makership bieden ruimte om kennis op te bouwen en gezamenlijk te investeren in innovatie. Tegelijkertijd werd benadrukt dat een langlopend contract op zichzelf geen garantie is voor vernieuwing. Innovatie vraagt om voortdurende aandacht.Een deelnemer vergeleek het treffend met een relatie: je moet met elkaar blijven praten. Spreek jaarlijks nieuwe ambities af, stel nieuwe KPI’s vast en blijf elkaar uitdagen om verder te kijken dan de oplossing van gisteren. Juist in langdurige samenwerkingen blijken de meest vernieuwende oplossingen te ontstaan. - We weten niet wat we niet weten
Misschien wel de meest gehoorde conclusie van de middag. Iedere organisatie beschikt inmiddels over waardevolle praktijkervaringen, maar die kennis bereikt lang niet altijd andere corporaties of aannemers. Daardoor blijven kansen liggen en worden dezelfde lessen meerdere keren geleerd. De oproep vanuit de groep was daarom helder: voer het gesprek vaker. Niet alleen over complexe innovaties, maar juist ook over de eenvoudige stappen die vandaag al gezet kunnen worden. Welke materialen zijn zonder problemen te vervangen? Welke oplossingen werken inmiddels goed? Welke ervaringen zijn opgedaan? En welke lessen verdienen het om breder gedeeld te worden?Daarbij mag er ook ruimte zijn voor kritische geluiden. Juist door open te zijn over wat minder goed ging, helpen organisaties elkaar verder. Niet als concurrenten, maar als partners die werken aan dezelfde maatschappelijke opgave.
Een leergemeenschap
De middag maakte duidelijk dat de behoefte aan structurele kennisdeling groot is. De deelnemers spraken uit dat deze bijeenkomst geen eenmalige sessie moet blijven, maar het begin van een leergemeenschap waarin corporaties en onderhoudspartijen elkaar blijven inspireren. Door praktijkervaringen, bouwdetails, kosteninzichten en dilemma’s met elkaar te delen, hoeft niemand opnieuw het wiel uit te vinden. Zo versnellen we niet alleen individuele projecten, maar de transitie naar biobased en circulair onderhoud in heel Noord-Holland.
Later dit jaar organiseren we daarom een vervolgbijeenkomst. Daarbij bouwen we voort op de thema’s die tijdens deze middag zijn aangedragen, zoals uitvragen en aanbesteden, urban mining, secundaire materialen en demontabel ontwerpen.
PRESENTATIES
Building Balance – Wouter van Twillert
Ooijevaar Bouw – Paul Vlaar
Woonwaard en Logchies – Mees Zonneveld en Dave ten Hoope
