In de polder van Stolwijk verrijst één van de duurzaamste kantoorgebouwen van Nederland. De Vries en Verburg ziet in de uitbreiding van hun kantoor een unieke kans om duurzame en biobased oplossingen te testen. Planontwikkelaar en duurzaamheidsmanager Timo Stuij deelt de ambities, uitdagingen en lessen van dit project.
Whole life carbon en MPG 0,4: hoe De Vries en Verburg grenzen verlegt
Duurzaamheid is geen nieuw begrip voor De Vries en Verburg. Al sinds 2009 werkt het bouwbedrijf met BREEAM-projecten, maar met de uitbreiding van hun kantoor wilden ze de lat nóg hoger leggen. Het doel: een BREEAM-NL Outstanding-certificering en een MPG-score (MilieuPrestatie Gebouwen) van 0,4. “We hebben de Whole Life Carbon-aanpak gehanteerd, waarbij we constant de balans zochten tussen materiaalgebonden en gebruiksgebonden emissies,” vertelt Stuij. “Het gaat niet alleen om isolatie en energiebesparing, maar ook om het minimaliseren van de totale milieu-impact.”
Een belangrijk uitgangspunt hierbij was de afweging tussen materiaalgebruik en prestaties. “We hebben continu de vraag gesteld: heeft het zin om extra te isoleren, of weegt de productie-impact van dat materiaal niet op tegen de energiebesparing?” zegt Stuij. Dit bewuste besluitvormingsproces heeft ervoor gezorgd dat duurzaamheid op alle niveaus werd meegenomen, al dan niet op de manier die vooraf werd bepaald.
Een interessant project, vindt Atto Harsta, Building Balance ketenregisseur in Zuid-Holland: “Wat dit kantoor van De Vries en Verburg zo interessant maakt vanuit biobased perspectief, is dat ze biobased als kernprincipe hebben aangehouden voor de bouw, maar dit ook financieel en technisch haalbaar en behapbaar hebben gehouden. Dat maakt het voor mij een icoonproject: het laat zien dat biobased voor hetzelfde geld en sneller kan – geheel in lijn met de Building Balance boodschap.”

Houtbouw als logische keuze
Al in 2019 werd houtbouw als wens in het ambitiedocument opgenomen. Niet alleen vanwege de duurzaamheid, maar ook omdat het de enige manier bleek om de gestelde lage MPG-score te behalen. “We hebben een betonnen kelderbak gebouwd, maar daarboven zijn vier volledige bouwlagen in hout opgetrokken,” zegt Stuij. “Wat dit bijzonder maakt, is dat er geen betonnen stabiliteitswanden of stalen windverbanden zijn toegepast. De stabiliteit komt volledig uit de houten portalen.”
Ook in de afwerking is gekozen voor biobased materialen. Houten CLT-wanden en houtwolisolatie bijvoorbeeld, maar ook wordt er binnenkort Nederlands wol als akoestische afwerking van de binnenwanden geplaatst.
Daarnaast werd gezocht naar de optimale balans tussen maakbaarheid, kosten en duurzaamheid. “Bijvoorbeeld bij de luifelrand,” zegt Stuij. “We wilden deze oorspronkelijk in biocomposiet uitvoeren, maar vanwege beperkte montage-opties in combinatie met ons ontwerp hebben we uiteindelijk gekozen voor een aluminium variant. Hieruit hebben we geleerd dat je, om zo’n product toe te passen, je meer vanuit het productieproces moet denken.” Duurzaamheid is immers niet alleen een kwestie van de meest milieuvriendelijke optie kiezen, maar ook van praktische uitvoerbaarheid en lange termijn gebruiksgemak.

Uitdagingen en slimme oplossingen
Eén van de grotere uitdagingen was de gevel. Oorspronkelijk was het ontwerp voorzien van aluminium vliesgevels, maar die bleken niet ideaal. De grote hoeveelheid glas zorgde voor een complexe installatie om voldoende verwarming en koeling te realiseren. Hierdoor werd dit ook een budgettaire uitdaging. “We hebben samen met de architect en adviseurs gezocht naar een oplossing. Uiteindelijk hebben we de gevel dichter gemaakt en eikenhouten stijlen toegepast met een opzetgevelsysteem, wat resulteerde in een lagere warmtelast, een lagere MPG-score en een beter budgetbeheer.”
Een ander opvallend element is het helofytensysteem voor waterzuivering. “Het toiletwater wordt gefilterd door rietplanten en hergebruikt voor toiletspoeling en irrigatie,” legt Stuij uit. “Gecombineerd met een retentiedak dat 70 mm regenwater kan bergen en vertraagd afvoert, draagt dit bij aan klimaatadaptatie.” Dit waterbeheer speelt een steeds belangrijkere rol in de bouw, vooral met het oog op extremere weersomstandigheden en de noodzaak om waterverbruik te reduceren.
Daarnaast heeft prefab bouwen een grote rol gespeeld in de efficiëntie van het project. “De houten gevelelementen zijn volledig geprefabriceerd, wat betekende dat we in een week tijd een complete verdieping konden realiseren,” aldus Stuij. “Dat scheelde niet alleen tijd, maar zorgde ook voor minder bouwafval en een efficiëntere logistiek.”
Hoe zo’n complete verdieping in één week tijd realiseren werkt, zie je hier.
Lessen voor de toekomst
Het project heeft waardevolle inzichten opgeleverd voor toekomstige biobased bouwprojecten. “Een belangrijke les is dat biobased materialen niet altijd één-op-één vervangers zijn voor traditionele bouwmaterialen. Denk aan montage-eisen, verwerkingsprocessen en onderhoud,” zegt Stuij.
De opgedane kennis wordt al toegepast in nieuwe projecten. “Houtbouw komt terug in andere projecten, en we kijken nu naar opschalingsmogelijkheden voor biobased isolatie” aldus Stuij. “Daar ligt nog een grote kans voor verduurzaming.” Daarnaast is nog veel winst te behalen in het optimaliseren van de samenwerking in de keten. “Een andere belangrijke les is dat je moet zorgen dat je van begin af aan de juiste partners betrekt, zodat de keuze voor biobased materialen niet later in het traject onhaalbaar blijkt.”
De Vries en Verburg hoopt met Parel in de Polder te laten zien dat innovatief en duurzaam bouwen niet alleen voorbehouden is aan pioniers. “We hopen dat ons project anderen inspireert om vergelijkbare stappen te zetten,” zegt Stuij. “Het is innovatief, maar niet onbereikbaar. Je moet alleen durven.”
Voor de toekomst ziet Stuij nog volop mogelijkheden. “We willen biobased isolatie in binnenwanden verder ontwikkelen, omdat dit eenvoudig kan worden toegepast zonder aanpassingen aan het ontwerp,” zegt hij. Ook ziet hij kansen in houtbouw voor appartementencomplexen, een segment waar nog veel potentieel ligt. “Nu we de expertise hebben, kunnen we andere opdrachtgevers overtuigen van de voordelen.”
De Parel in de Polder laat zien dat biobased bouwen kan, en zeker niet zo moeilijk is als soms wordt gedacht. “Hopelijk volgen er velen,” besluit Stuij.

