Hoe ziet een gebouw eruit waarin mensen zich aantoonbaar beter voelen, beter presteren én dat tegelijk helpt om de klimaatdoelen te halen? Die vraag stond centraal tijdens de bijeenkomst van Healthy Building Movement op woensdag 20 mei bij Driessen Bouwcenter in Venlo. Architecten, bouwers, beleidsmakers en ketenpartners kwamen samen rond één duidelijke boodschap: gezond en biobased bouwen is geen toekomstmuziek meer. Het gebeurt al.
Healthy Building Movement (HBM) is een Europees Interreg-project waarin negen organisaties uit Nederland en Duitsland samenwerken aan gezonde gebouwen. De beweging richt zich op een gezonder binnenklimaat, het verminderen van schadelijke emissies en het zichtbaar maken van de gezondheids- én economische voordelen van gezonde gebouwen. Daarbij draait het om meer dan alleen duurzaamheid. De mens staat centraal: van luchtkwaliteit en akoestiek tot daglicht, comfort en welzijn.
Minder ziekteverzuim
Volgens ketenregisseur Serge van den Berg van Stichting Building Balance Limburg is juist die koppeling tussen gezondheid en duurzaamheid belangrijk. “We weten al veel over het effect van gezonde gebouwen in productiebedrijven en kantoren”, vertelt hij. “Daar zie je minder ziekteverzuim, betere prestaties en meer comfort. Maar over het effect van biobased materialen in woningen weten we nog relatief weinig. Terwijl we daar juist enorme stappen kunnen zetten.”
CO2-neutraal bouwen
Tijdens de bijeenkomst werd duidelijk hoe urgent die opgave in het kader van de CO2-uitstoot is. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor 39% van de Nederlandse CO2-uitstoot. Tegelijkertijd is de woningbouwopgave groot. Volgens Serge wringt daar precies de schoen. “Met het huidige CO2-quotum kunnen we in Nederland slechts een derde van het aantal woningen dat nodig is, bouwen. Als we traditioneel – met beton en cement – blijven bouwen, lopen we vast. Door CO2-neutraal of zelfs CO2-negatief te bouwen met biobased materialen, kun je binnen hetzelfde quotum veel meer woningen realiseren.”

Limburgse voorbeelden
Gezond bouwen bleef deze middag niet theoretisch. Integendeel. Verschillende Limburgse praktijkvoorbeelden lieten zien dat biobased bouwen al volop in ontwikkeling is. Van ambulanceposten en brandweerkazernes tot prefab houtbouw en natuurlijke isolatie: de toepassingen groeien snel. Architect Robert Coppens van Verheijen-Smeets benadrukte dat gezonde gebouwen beginnen bij integraal ontwerpen. “Het gaat niet alleen om andere materialen. Het gaat om daglicht, ventilatie, akoestiek, temperatuur en een prettig binnenklimaat.”
Ook het bedrijf Vaytol in Ysselsteyn liet zien hoe ver de praktijk inmiddels is. Het bedrijf produceert complete prefab houtskeletbouwelementen voor woning- en utiliteitsbouw. Daarbij spelen comfort en gezondheid een grote rol. Biobased isolatiematerialen zorgen volgens het bedrijf voor natuurlijke vochtregulatie, minder geluidsoverlast en een aangenaam binnenklimaat in zomer én winter.
Snelheid maken
Toch blijft kennis een belangrijke bottleneck. Veel bouwers willen wel met biobased materialen werken, maar missen nog ervaring, opleidingen of de juiste apparatuur. Investeringen daarin zijn pas rendabel als er voldoende opdrachten komen. Tegelijkertijd wachten woningcorporaties en gemeenten vaak juist op bouwers die al klaar zijn voor biobased bouwen. “Daardoor blijft iedereen een beetje op elkaar wachten”, zegt Van den Berg. “En dat terwijl we snelheid willen maken. Juist daarom zijn bijeenkomsten zoals deze belangrijk: om kennis te delen, praktijkvoorbeelden zichtbaar te maken en vraag en aanbod dichter bij elkaar te brengen.”
Isolatiemateriaal dat niet prikt
Dat het denken in de bouw langzaam verandert, bleek uit een anekdote die tijdens de bijeenkomst werd gedeeld. Een aannemer kwam bij Driessen Bouwcenter met de vraag naar ‘dat isolatiemateriaal dat niet prikt’. Hij wist de naam niet meer, maar bedoelde houtwol als biobased alternatief voor steenwol. Een klein voorbeeld misschien, maar volgens Van den Berg veelzeggend. “Dat soort vragen laat zien dat biobased bouwen steeds normaler wordt. Mensen kennen soms de term nog niet, maar merken wel dat het prettiger werkt.”
En precies daar zit misschien wel de belangrijkste conclusie van de middag: gezond en biobased bouwen hoeft niet meer bewezen te worden. Het gebeurt al. In Limburg.
