Certificering van biobased inblaasisolatie

Certificering van biobased inblaasisolatie
Certificering van biobased inblaasisolatie
23 januari, 2024

We krijgen bij Building Balance de vraag dagelijks. Hoe zit het met de certificering van biobased materialen? Mag ik het al wel toepassen? Hoe zit het met brandveiligheid, met vocht en met ongedierte? In dit artikel lees je de huidige stand van zaken rond de certificering van inblaasisolatie.

Certificering en onderzoek zijn uiteraard belangrijke onderwerpen. Als bouw- en onderhoudsbedrijf wilt u zekerheid geven dat u biedt wat de klant vraagt. En de klant wil erop kunnen rekenen dat de producten (ook op lange termijn) doen wat ze moeten doen. Omdat het zo’n belangrijk onderwerp is, heeft Building Balance een projectmanager onderzoek en certificering van biobased bouwmaterialen aangesteld.

Waarom een focus op inblaasisolatie?

Building Balance en ook de Nationale Aanpak Biobased Bouwen hebben als doel om opschaling van biogrondstoffen in de bouw te realiseren. Building Balance heeft een aantal kansrijke gewas/productcombinaties gedefinieerd voor opschaling. De testen die we doen, richten zich (voornamelijk) op deze producten.

De gewas/productcombinatie inblazen van graanstro en miscanthusstro heeft de hoogste prioriteit, zowel voor de nieuwbouw als de bestaande bouw. De reden is dat hiervoor geen grootschalige en complexe industriële productie opgezet hoeft te worden. Met deze korte keten kunnen we agrariërs, verwerkers en bouwers dus op korte termijn perspectief bieden. En omdat graanstro dat in 2024 wordt geteeld al eind 2024 ingeblazen kan worden, beginnen we hiermee. Daarna volgt de certificering van miscanthusstro.

Hoe zit het met inblazen met vezels

Voor Building Balance is het inblazen van gehakselde vezels als graanstro en miscanthusstro een belangrijke route. Maar wat staat het inblazen van stro in de weg? In landen als Duitsland en Oostenrijk gebeurt het immers al op grotere schaal en ook in Nederland zijn er al partijen die deze wijze van isoleren toepassen. Het grootste obstakel in Nederland is het ontbreken van de juiste certificaten & verklaringen.

Het bewijzen en beoordelen dat deze biobased producten de vereiste prestaties leveren, vraagt daardoor bij ieder afzonderlijk project veel inspanning van opdrachtgevers en vergunningverleners. Ook lijken stro en miscanthus op papier minder goed te scoren in de NTA 8800 dan in de werkelijkheid blijkt bij de gerealiseerde projecten. Een project (pilot) lukt vaak wel, maar voor opschaling is meer zekerheid nodig voor alle partijen.

Waar zijn we mee bezig?

Voor biobased bouwmaterialen onderscheiden we de volgende soorten certificaten:

  • Kwaliteit: product stro, systeem met daarin inblaasstro en het inblaasproces
  • Milieuclassificatie: LCA (19 milieu-indicatoren) voor opname in de Nationale Milieu Database

Kwaliteit

Bij toepassing van bouwproducten richt de kwaliteit zich op drie onderdelen: allereerst de kwaliteit van het product zelf. Ten tweede de kwaliteit van het systeem waarin het product wordt toegepast en ten slotte op de kwaliteit van de verwerking van het product in het systeem.

A1. Kwaliteit product stro

Om het bewijzen en beoordelen van de prestaties van producten te vereenvoudigen zijn er normen, beoordelingsrichtlijnen (BRL’n), kwaliteit- en gelijkwaardigheidsverklaringen. Als voorbeeld; voor houtige platen zoals OSB bestaat een geharmoniseerde Europese norm (CE-markering); een optelling van normen voor deelaspecten. Met CE-markering verklaart de fabrikant dat zijn producten zijn getoetst aan alle toepasselijke EU-wetgevingen die CE-markering vereisen en overeenstemmen met de gezondheids-, veiligheids-, prestatie- en milieu-eisen die relevant zijn voor die producten. Daarnaast bestaat er voor een OSB-plaat ook een Nederlandse Beoordelingsrichtlijn, die aanvullende eisen stelt boven op de geharmoniseerde norm. Een OSB-plaat moet dus voorzien zijn van een CE-markering en een Declaration of Performance (DOP). Na certificatie op basis van de beoordelingsrichtlijn, kan het ook een KOMO-verklaring (kwaliteitsverklaring) krijgen. Hiermee bewijst de producent van een OSB-plaat aan de gestelde kwaliteitseisen te voldoen. Bovendien is het voor een opdrachtgever eenvoudig de kwaliteit te beoordelen.

Beoordelingsrichtlijn voor niet houtige vezels

Voor niet houtige vezels zoals graanstro en miscanthus is er op dit moment geen geharmoniseerde norm of beoordelingsrichtlijn. Daardoor is het niet mogelijk om voor gehakseld stro een CE-markering of kwaliteitsverklaring af te geven. Building Balance ontwikkeld in samenwerking met de certificeringsinstelling SKH een beoordelingsrichtlijn voor niet houtige vezels. Hiermee wordt gelijkwaardigheid met de kwaliteitseisen van onder andere het bouwbesluit aangetoond. In deze beoordelingsrichtlijn worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan de resistentie tegen brand en vocht, veroudering en warmteweerstand. Om dat aan te tonen wordt zoveel mogelijk verwezen naar bestaande normen voor het testen van deze aspecten.

Een beoordelingsrichtlijn wordt pas gepubliceerd na overeenstemming tussen de marktpartijen. Daarom kent het een doorlooptijd van 1-2 jaar. Daarna kan een verwerker zijn product pas laten certificeren en voorzien van een KOMO-keurmerk. De intentie is om het voor deze isolatieproducten een sneller proces te organiseren. Voor de tussenliggende periode onderzoeken we of er al een kwaliteitsverklaring afgegeven kan worden op basis van een buitenlandse of Europese beoordelingsrichtlijn. Ook deze kunnen helpen bij het bewijzen en beoordelen van de prestaties.

Warmteweerstand en brandklasse

Twee belangrijke aspecten waaraan eisen gesteld worden in de te ontwikkelen beoordelingsrichtlijn zijn de warmteweerstand en de brandklasse. Door het ontbreken van een kwaliteitsverklaring voor de warmteweerstand moet op dit moment nog gerekend worden met de forfaitaire waarde in de NTA 8800. Deze waarde lijkt zeer conservatief gekozen. Daarom hebben we samen met isolatiebedrijf Takkenkamp de certificeringsinstelling Insula en Kiwa gevraagd de warmteweerstand van graanstro te bepalen op basis van de Europese norm die voor dit aspect geldt. En om hiervoor een kwaliteitsverklaring op te stellen die Building Balance vervolgens laat registreren bij Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid (BCRG).

Een ander belangrijk aspect is de brandklasse van het materiaal; het gedrag van een materiaal bij brand. Onder het brandgedrag valt, naast de brandbaarheid, ook de eventuele rookontwikkeling bij brand. Om de brandklasse van biobased materialen te bepalen, hebben we raamovereenkomsten afgesloten met de verschillende testlabs: Peutz, Efectis en Warringtonfire. Een van deze bureaus zal opdracht krijgen om de brandklasse van stro te testen volgens de Europese norm en hiervoor een kwaliteitsverklaring af te geven.

Kwaliteitsverklaring

De kwaliteitsverklaring, oftewel het KOMO-certificaat van het product, zegt iets over de kwaliteit van het stro, mits het wordt verwerkt (drogen, ontstoffen en hakselen) conform de gestelde eisen in de beoordelingsrichtlijn. Daarom wordt er door Building Balance in samenwerking met (ervaren) verwerkers een kwaliteitshandboek opgesteld over hoe het stro te drogen, ontstoffen en hakselen. Dit zal de certificeringsinstelling controleren. Als beoordelingsrichtlijn gereed is, kan het stro voorzien worden van een kwaliteitsverklaring/KOMO-certificaat als het kwaliteitshandboek aantoonbaar gevolgd is.

Deze certificaten zijn gekoppeld aan een merk dat door Building Balance wordt ingeschreven in de registers. Dat merk is door iedere verwerker vrij toe te passen. Uiteraard mogen verwerkers de gegevens ook gebruiken om uiteindelijk de certificaten van een eigen merk in te schrijven.

A2. Kwaliteit systeem met daarin inblaastro (de toepassing)

Bij afgifte van de omgevingsvergunning voor nieuwbouw of renovatie wordt onder meer getoetst of een wand of dak met de onderliggende opbouw (het systeem) met inblaasstro voldoet aan het bouwbesluit. Om de beoordeling van systemen te vereenvoudigen zijn ook hiervoor beoordelingsrichtlijnen opgesteld waarop het systeem gecertificeerd kan worden.

Beoordelingsrichtlijn en detailontwerp bestaande daken

De huidige beoordelingsrichtlijnen beperken zich echter tot nieuwbouwoplossingen. De certificeringsinstelling Insula heeft het initiatief genomen om een beoordelingsrichtlijn op te stellen voor systemen van bestaande hellende daken met inblaasstro en andere niet houtige vezels. Deze wordt naar verwachting begin 2024 afgerond.

Tegelijkertijd is in opdracht van Building Balance door het isolatiebedrijf Takkenkamp een schetsontwerp voor een bestaand dak-systeem uitgewerkt, dat toegepast kan worden bij veelvoorkomende corporatiewoningen. Er wordt nu een ingenieursbureau geselecteerd die het bouwfysisch functioneren zoals vochtabsorptie, de geluidsoverdracht, luchtdichtheid en sterkte zal onderzoeken. Als het detailontwerp van het systeem vastligt, zal dit systeem op brandwerendheid getest worden bij een van de testlabs. Het streven is om deze test halverwege 2024 uit te voeren. Bij goed gevolg zal op basis van voorgaande onderzoeksresultaten door Insula een kwaliteitsverklaring met procescertificaat (attest) worden afgeven. Dit certificaat en onderliggende onderzoeken worden door Building Balance vrij ter beschikking gesteld.

Brandveiligheidstesten nieuwbouw

Nieuwbouwsystemen met inblaasstro kunnen dus al gecertificeerd worden. De grootste hobbel hierbij zijn de brandveiligheidstesten van de verschillende systemen. Deze zijn zeer kostbaar: 10-20k per test. Bovendien is voor houtskeletbouw (HBS) wanden de onderliggende Europese norm zeer rigide. Het gevolg is dat de resultaten van een getest systeem maar zeer beperkt toepasbaar zijn op andere systemen. Om verantwoord de ruimte te zoeken werken we hier nauw samen met de verschillende testinstituten en HSB-bouwers en stellen we gezamenlijk een testplan op voor de verschillende systemen.

A3. Kwaliteit inblaasproces

Om aan te tonen dat het isoleren, in dit geval inblazen, door het isolatiebedrijf correct gebeurt, zijn ook hiervoor beoordelingsrichtlijnen opgesteld. Helaas beperken ook deze zich tot nieuwbouwoplossingen. De certificeringsinstelling Insula beschrijft in dezelfde beoordelingsrichtlijn voor systemen van bestaande daken met inblaasstro ook de eisen aan het proces van inblazen. Op basis hiervan kan ieder isolatiebedrijf of aannemer zich laten certificeren.

Samengevat

Building Balance stimuleert de ontwikkeling van een KOMO-certificaat voor niet houtige vezels waaronder het materiaal stro. Dat vereenvoudigt het bewijzen en beoordelen van de prestaties. Gezien de doorlooptijd worden tussentijdse alternatieven onderzocht, zoals een buitenlands certificaat. Voor nieuwbouwoplossingen met inblaasstro zijn beoordelingsrichtlijnen beschikbaar en kunnen aannemers en isolatiebedrijven zich laten certificeren. Voor het inblazen van stro in bestaande hellende daken wordt door de certificeringsinstelling Insula een beoordelingsrichtlijn opgesteld. Het isolatiebedrijf Takkenkamp ontwikkelt een gecertificeerde oplossing die toegepast kan worden bij veelvoorkomende daken van corporatiewoningen en die voor iedereen in de markt beschikbaar is.

Milieuclassificatie

Naast de kwaliteit is het ook belangrijk de milieu-impact van de producten te weten. Het doel is immers om met biobased materialen het milieu minder te belasten. Bovendien heb je de bewijslast hiervoor nodig om in aanmerking te komen voor eventuele extra subsidies. Hiervoor maken we levenscyclusanalyses (LCA) voor inblaasisolatie van graanstro en miscanthus. Een LCA vormt ook de basis voor de berekening van de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) voor de vergunningsaanvraag.

B1. Categorie 3 kaart voor stro

Om MPG-berekening te maken wordt informatie uit de Nationale Milieudatabase (NMD) gebruikt. Vezelgewassen zijn nog niet opgenomen in de NMD. Daar komt verandering in. Voor strovezels is inmiddels een LCA-onderzoek uitgevoerd. Binnenkort zijn strovezels opgenomen als zogenaamde categorie 3 kaart in de NMD. Naast stro willen we ook miscanthus aan de NMD toevoegen.

B2. Categorie 2 kaart stro en miscanthus

Idealiter willen we geen categorie 3 data maar categorie 1 of 2 data. Bij generieke categorie 3 data wordt namelijk met een factor 1,3 gerekend op de prestaties, om risico’s te ondervangen. Bij categorie 1 (getoetste data van producent) of 2 (getoetste sectordata) vervalt die ‘strafpenalty’. De ambitie is dan ook om categorie 1 of 2 data in de NMD te hebben, gekoppeld aan het eerdergenoemde merk waarvan alle verwerkers gebruik kunnen maken.

Tot slot – begin gewoon

Natuurlijk moeten we de certificering van biobased materialen goed regelen en risico’s minimaliseren. Zo is brandveiligheid uiteraard een belangrijk thema, net als voor niet biobased materialen. Maar tussen twee gipsvezelplaten kan bijvoorbeeld al heel veel, zonder grote risico’s. Bovendien is er al veel op de markt dat de nodige testen heeft gehad. Ga daar mee aan de slag. Ook al komt het nu nog niet altijd uit Nederland: het levert doorgaans wel betere milieuprestaties, je doet ervaring op en als de industrie groot genoeg is, loont het ook om de productie lokaal te organiseren. Een leuke bijkomstigheid is de extra subsidie die er momenteel is voor biobased isolatie. Hier vind je daar meer informatie over.

En last but not least. Bij Building Balance zijn we intensief met certificering bezig en we verwachten dat het certificeren voor graanstro in de tweede helft van 2024 is afgerond. De meeste bouwprojecten kennen lange voorbereidingstrajecten, dus neem de nieuwe oplossingen mee, dan werken wij ondertussen verder aan die certificering.

Dit artikel kwam tot stand met dank aan: Jan Willem van de Groep, Marjet Rutten, Marcel van Haren, Kristian Maters, Sander Rutten en Peter Davids.

Building Balance

Meer weten?

Neem contact met ons op via info@buildingbalance.eu

Gerelateerde berichten