Een belangrijke stap voor biobased bouwen in Brabant: inblaasstro van Telers Coöperatie Agrarische Bouwprodukten U.A. (ook bekend als T-CAB) staat nu officieel geregistreerd in het Oncra-register voor Construction Stored Carbon. Daarmee is vastgelegd hoeveel biogene CO₂ in dit materiaal ligt opgeslagen.
Die registratie laat niet alleen zien wat dit materiaal doet in een gebouw, maar ook hoe de Brabantse keten zich verder ontwikkelt. Van teelt en toepassing naar steeds betere onderbouwing van klimaatimpact.
Waarom dit ertoe doet
Biobased bouwen draait niet alleen om andere materialen, maar ook om het zichtbaar maken van hun waarde. Deze registratie helpt daarbij. Ze maakt inzichtelijk dat inblaasstro niet alleen een biobased isolatiemateriaal is, maar ook een materiaal waarin CO₂ voor lange tijd opgeslagen blijft.
Dat is relevant voor duurzaamheid en klimaat. Gewassen nemen tijdens de groei CO₂ op uit de lucht. Wanneer die vezels vervolgens worden toegepast in een gebouw en daar langdurig behouden blijven, blijft die koolstof ook opgeslagen. Zo laat deze registratie zien dat biobased materialen niet alleen kunnen bijdragen aan minder uitstoot, maar ook aan het vastleggen van koolstof in de gebouwde omgeving.
Op de projectpagina in het Oncra-register gaat het in dit project om 3.809 m³ inblaasstro en in totaal 500 ton CO₂ in circulatie. Daarmee is deze stap relevant voor de hele keten: van teler tot verwerker, en van bouwer tot opdrachtgever.
Van gewas naar gebouw
De gedachte achter Construction Stored Carbon is in de basis eenvoudig. Gewassen nemen tijdens hun groei CO₂ op. Wanneer die vezels vervolgens worden toegepast in een bouwmateriaal en langdurig in een gebouw aanwezig blijven, blijft die koolstof daar opgeslagen.
Bij T-CAB gaat het om los ingeblazen stro als isolatiemateriaal, bedoeld voor toepassing in daken, vloeren en wanden van gebouwen. Volgens het projectdossier blijft de biogene koolstof daarin volgens de gehanteerde methode minimaal vijftig jaar opgeslagen. In de productonderbouwing wordt uitgegaan van een minimale levensduur van vijfenzeventig jaar, mits het materiaal correct wordt toegepast en beschermd blijft tegen vocht en verwering.
Een volgende stap voor de Brabantse keten
Voor Brabant is dit meer dan een registratie. Het laat zien dat de keten zich verder ontwikkelt. Er wordt al langer gewerkt aan de teelt, verwerking en toepassing van biobased materialen uit de regio. Deze stap voegt daar iets belangrijks aan toe: onderbouwing.
Daarmee is dit niet alleen een erkenning van één materiaaltoepassing, maar ook een signaal dat biobased bouwen in Brabant steeds steviger wordt onderbouwd. Dat helpt in gesprekken met opdrachtgevers, overheden en andere partijen die willen begrijpen wat biobased materialen opleveren — niet alleen in woorden, maar ook op basis van een erkende methode en vastgelegde projectdata.
Goed nieuws voor Brabant
Deze ontwikkeling laat zien dat Brabant niet stilstaat. In de regio werken telers, verwerkers en bouwpartijen samen aan sterke biobased ketens. Deze registratie maakt zichtbaar dat die samenwerking ook nieuwe resultaten oplevert.
Dat is goed nieuws voor iedereen die werkt aan meer biobased toepassingen in de bouw. Want hoe beter we de waarde van materialen uit de keten kunnen aantonen, hoe sterker hun plek wordt in de praktijk.
Wat dit mogelijk maakt
De registratie van T-CAB laat zien dat de Brabantse keten niet alleen bouwt aan productie en toepassing, maar ook aan de onderbouwing daarvan. Juist die combinatie is nodig om verder te komen.
Voor Vezelrijk Brabant is dit daarom een sterk voorbeeld van waar we samen naartoe werken: materialen uit de regio die hun weg vinden naar de bouw, en waarvan de waarde steeds beter zichtbaar wordt.
Een mooie stap voor inblaasstro, voor de keten en voor biobased bouwen in Brabant.
