Concrete manieren waarop gemeenten biobased bouwen en telen kunnen verankeren in beleid en uitvoering
Gemeenten kunnen op verschillende niveaus invloed uitoefenen. De eerste stap is om biobased bouwen expliciet op te nemen in beleidskaders, zoals woonbeleid, duurzaamheidsbeleid, circulariteitsbeleid, het warmteprogramma en beleid voor maatschappelijk vastgoed. Daarmee wordt biobased bouwen niet alleen een ambitie, maar een uitgangspunt voor de uitvoering.
Vervolgens is het belangrijk om die ambitie door te vertalen naar concrete projecten. Denk aan het opnemen van biobased uitgangspunten en criteria bij aanbestedingen, gronduitgifte, gebiedsontwikkelingen, renovatie van gemeentelijk vastgoed en woningbouwprojecten. Ook binnen lokale isolatieaanpakken en het Nationaal Isolatieprogramma liggen kansen om inwoners actief te informeren over en te stimuleren tot het gebruik van biobased isolatiematerialen.
Daarnaast kunnen gemeenten vanuit hun rol in het landelijk gebied bijdragen aan de andere kant van de keten: de teelt van vezelgewassen zoals hennep, vlas en miscanthus. Juist door vraag en aanbod regionaal met elkaar te verbinden, kan een structurele markt ontstaan.
Herkenbare Limburgse voorbeelden en ontwikkelingen
Ook in Limburg zien we dat de beweging steeds concreter wordt. Woningcorporaties, gemeenten, bouwbedrijven, producenten en agrarische partijen zijn bezig met de toepassing en opschaling van biobased materialen.
Zo worden in Limburg woningen gerenoveerd en geïsoleerd met natuurlijke materialen en ontstaan er steeds meer verbindingen tussen woningcorporaties, producenten en uitvoerende bedrijven. Een mooi voorbeeld is de toepassing van blaasstro bij woningbouw in Ospel (woningcorporatie Woonik). Isovlas wordt bij veel woningcorporaties al standaard toegepast. Daarnaast zijn er initiatieven rondom biobased dakrenovaties en wordt gewerkt aan het vergroten van de toepassing van onder andere houtvezel, cellulose, stro en andere natuurlijke isolatiematerialen.
Tegelijkertijd kijken we nadrukkelijk naar de aanbodkant. Limburg beschikt over een groot landelijk gebied en daarmee over kansen voor de teelt van vezelgewassen. De uitdaging is om deze twee ontwikkelingen bij elkaar te brengen: zorgen dat wat regionaal geteeld kan worden uiteindelijk ook daadwerkelijk wordt toegepast in Limburgse woningen en gebouwen. Ook qua nieuwbouw zien we een groei ontstaan, een mooi voorbeeldproject zijn de AER-woningen in Baarlo.
De koppeling tussen beleid, woningbouw, isolatie en regionale teelt
Juist deze koppeling is voor Building Balance Limburg essentieel. Biobased bouwen gaat niet alleen over het vervangen van het ene isolatiemateriaal door het andere. Het gaat om het ontwikkelen van een nieuwe regionale keten: van land naar pand.
Gemeenten kunnen daarin een belangrijke verbindende rol spelen. Via woningbouwprogramma’s, prestatieafspraken met woningcorporaties, lokale isolatieprogramma’s en de verduurzaming van het eigen vastgoed kunnen zij bijdragen aan een voorspelbare vraag naar biobased materialen.
Die voorspelbare vraag is vervolgens belangrijk voor telers, producenten en verwerkers om te investeren en op te schalen. Andersom zorgt voldoende beschikbaarheid van kwalitatief goede materialen ervoor dat bouwers en opdrachtgevers deze steeds eenvoudiger kunnen toepassen.
Zo ontstaat een regionale keten waarin landbouw, industrie en bouw elkaar versterken en waarin klimaatdoelstellingen, verduurzaming van woningen en nieuwe economische kansen voor de regio samenkomen.
3. Wat levert het convenant gemeenten concreet op?
Met het Limburgse convenant ‘Biobased Bouwen & Telen – Limburg 30-30-30’ maken we van een algemene ambitie een gezamenlijke beweging. Het convenant helpt gemeenten om niet allemaal afzonderlijk het wiel uit te vinden, maar samen met woningcorporaties, bouwers, producenten, telers en andere ketenpartners op te trekken.
De 30-30-30-ambitie geeft daarbij richting aan de gewenste opschaling richting 2030. Belangrijk is dat het convenant geen eindpunt is, maar juist een startpunt voor concrete uitvoering.
Voor gemeenten betekent deelname onder andere toegang tot kennis en praktijkervaring, verbinding met relevante ketenpartners en ondersteuning bij het vertalen van ambities naar concrete projecten. Daarnaast ontstaat door gezamenlijk op te trekken meer massa en daarmee meer zekerheid in de markt. Dat helpt producenten, bouwers én telers om te investeren in verdere opschaling.
Welke eerste stap kan een gemeente vandaag al zetten?
Onze belangrijkste oproep is: begin niet met het schrijven van nieuw beleid, maar kijk eerst waar je morgen al invloed kunt uitoefenen.
Breng bijvoorbeeld in kaart welke woningbouw-, renovatie- en isolatieprojecten de komende jaren op de planning staan. Kijk vervolgens bij één of meerdere projecten waar biobased materialen concreet kunnen worden toegepast.
Ga daarover in gesprek met de woningcorporatie, projectontwikkelaar, aannemer of isolatiepartij en betrek Building Balance Limburg om kennis, voorbeelden en partijen uit de keten aan elkaar te verbinden.
Door met concrete projecten te beginnen ontstaat ervaring. Die ervaring kan vervolgens worden vertaald naar structureel beleid, aanbestedingen en programma’s.
Kortom: begin klein en concreet, maar organiseer het zo dat je daarna kunt opschalen.
