Koningin Máxima en minister Boekholt-O’Sullivan zien wat nodig is voor opschaling van biobased bouwen


Koningin Máxima en minister Boekholt-O’Sullivan brachten vandaag een werkbezoek aan de Achterhoek rond de opschaling van biobased bouwen. Het werkbezoek, georganiseerd door Building Balance, stond in het teken van de volgende fase van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen: bewezen materialen en bouwmethoden steeds vaker toepassen en onderdeel maken van de reguliere, industriële bouwpraktijk. 

Biobased bouwen omvat verschillende materialen en toepassingen. Hout speelt vooral in de nieuwbouw een belangrijke rol in constructies en bouwdelen. Vezels en reststromen kunnen worden toegepast in bijvoorbeeld isolatie, plaatmateriaal en afbouw. De volgende stap is om deze toepassingen niet alleen in afzonderlijke projecten te realiseren, maar ze op grotere schaal beschikbaar, betaalbaar en toepasbaar te maken.  

Nederlandse vezels vragen om verwerking en afzet
Tijdens een bezoek aan een vezelhennepveld in Hengelo zag Koningin Máxima hoe vezelhennep wordt geteeld en geoogst. Aan de hand van verschillende materialen liet Building Balance vervolgens zien welke stappen nodig zijn om van een gewas tot een toepasbaar bouwproduct te komen. 

Vezelhennep is een van de Nederlandse gewassen die daarvoor kunnen worden gebruikt. Ook vlas, miscanthus, tarwestro en wilg bieden mogelijkheden. 

De teelt van vezelgewassen alleen creëert echter nog geen markt. Om Nederlandse vezels structureel in bouwmaterialen toe te passen, zijn concurrerende verwerking en productie, voldoende schaal en concrete afzetmarkten nodig. Pas wanneer verwerking en afzet voldoende voorspelbaar zijn, ontstaat ook voor agrarische ondernemers perspectief om de teelt verantwoord uit te breiden. 

Industrieel biobased bouwen maakt opschaling mogelijk
In nieuwbouwproject De Kwekerij in Doetinchem stond een ander onderdeel van de opschalingsopgave centraal. Het project met 73 woningen laat zien hoe industriële bouwmethoden, biobased materiaalgebruik, energieprestaties en woonkwaliteit in de praktijk kunnen samenkomen. 

Koningin Máxima bezocht een huur- en een koopwoning en sprak met bewoners en betrokken partijen. Gemeente Doetinchem lichtte de ontwikkeling van het project toe. BAM gaf uitleg over de toegepaste industriële bouwmethode en de mogelijkheden om dergelijke bouwconcepten op grotere schaal toe te passen. 

Het bezoek maakte daarmee zichtbaar dat opschaling niet alleen draait om de beschikbaarheid van biobased materialen. Juist door materialen onderdeel te maken van herhaalbare bouw- en productieprocessen kunnen kwaliteit, snelheid, betaalbaarheid en materiaalgebruik met elkaar worden verbonden.  

Van bewezen toepassing naar normale bouwpraktijk
Het werkbezoek werd afgesloten bij Vrije School De Kleine Prins, een grotendeels houten schoolgebouw in Doetinchem. Koningin Máxima bezocht twee klassen en bekeek werk van leerlingen rond duurzame materialen. 

Daarna lichtte Jan Willem van de Groep van Building Balance de volgende fase van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen toe. Tijdens het aansluitende panelgesprek spraken minister Boekholt-O’Sullivan, wethouder Rens Steintjes, Saar Veneman van Sité Woondiensten en Viviane Regout van BAM Residential over wat nodig is om biobased bouwen verder op te schalen en structureel onderdeel te maken van de Nederlandse bouwpraktijk. Het gesprek werd gemodereerd door Norbert Schotte van Building Balance en Koningin Màxima sloot hierbij aan.  

Biobased bouwen gebeurt al. De volgende stap is dat we bewezen toepassingen niet incidenteel, maar steeds vaker en op grotere schaal inzetten. Daarvoor moet de hele keten kloppen: van een goed verdienmodel voor de agrariër tot voldoende verwerkingscapaciteit en opdrachtgevers die structureel biobased uitvragen.” – Jan Willem van de Groep, Building Balance
 

De volgende fase draait om opschaling
Meer vraag naar biobased bouwen leidt niet automatisch tot meer Nederlandse productie en vezelteelt. Materialen kunnen ook via bestaande of buitenlandse productieketens worden geleverd. 

Voor Nederlandse agrobased materialen ligt daarom een belangrijke opgave bij de ontwikkeling van een concurrerende verwerkende industrie rond producten waarvoor een concrete markt bestaat. Voorspelbare afzet, voldoende schaal en investeringszekerheid zijn daarbij belangrijke voorwaarden. Vanuit zo’n basis kan ook de vraag naar Nederlandse vezelgewassen groeien en ontstaat perspectief voor agrarische ondernemers. 

De Nationale Aanpak Biobased Bouwen richt zich in de volgende fase daarom op het verder opschalen en normaliseren van bewezen biobased materialen en bouwsystemen. Building Balance werkt als marktontwikkelingsorganisatie aan het verbinden van partijen en het creëren van de voorwaarden waaronder landbouw, industrie en bouw elkaar kunnen versterken. 

Kennisatelier – Circulair Bouwen – Inzichten

Op 26 augustus kwamen ruim 150 professionals uit de bouw-, vastgoed- en overheidssector samen in Beverwijk voor het Kennisatelier Circulair Bouwen.

De centrale vraag van de dag: hoe bouwen we voldoende woningen én verminderen we tegelijkertijd onze afhankelijkheid van primaire grondstoffen en de CO₂-uitstoot van de bouw?

Plenaire presentatie

Bekijk hier de presentatie.

𝗕𝗿𝗲𝗮𝗸-𝗼𝘂𝘁𝘀𝗲𝘀𝘀𝗶𝗲𝘀

Tijdens het Kennisatelier deelden experts hun kennis, ervaringen en praktijkvoorbeelden in verschillende break-outsessies. Van renovatie en sloop tot nieuwbouw, regelgeving, innovatie en materiaalstromen.

Hieronder vind je per sessie de belangrijkste inzichten. Wil je meer weten? Download dan de presentatie of neem contact op met de spreker.

1. Werk- en regelgeving: kans of belemmering?

Fanauw Hoppe – ECO Law / CircuLaw

Inzichten

+ Er komt veel nieuwe regelgeving aan vanuit Europa. Dat biedt kansen voor je organisatie, mits je daar tijdig op anticipeert en je processen daarop aanpast.

+ CircuLaw heeft een uitgebreid overzicht van regelgeving en de instrumenten die daaruit voortkomen en die je nu al kunt inzetten.

+ Er zijn tientallen instrumenten beschikbaar op het gebied van inkoop, aanbesteden, tenders en gronduitgifte, overeenkomsten en convenanten.

+ Gemeenten hebben een zorgplicht om mensen binnen hun grondgebied te beschermen tegen gevaarlijke klimaatverandering. De oplopende klimaatrechtzaken laten zien dat overheden en organisaties daarin een verantwoordelijkheid hebben.

Presentatie

Bekijk het hier.

2. 𝗦𝗹𝗼𝗼𝗽𝗽𝗿𝗼𝗷𝗲𝗰𝘁: 𝘀𝗲𝗰𝘂𝗻𝗱𝗮𝗶𝗿 𝗮𝗹𝘀 𝘃𝗲𝗿𝘁𝗿𝗲𝗸𝗽𝘂𝗻𝘁 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗻𝗶𝗲𝘂𝘄𝗯𝗼𝘂𝘄, 𝗯𝗶𝗼𝗯𝗮𝘀𝗲𝗱 𝗮𝗹𝘀 𝗮𝗮𝗻𝘃𝘂𝗹𝗹𝗶𝗻𝗴

Spreker

Arnoud LeerlingLagemaat / Circulair Centrum Nederland

Inzichten

+ Binnenkort verrijst in Heerde het Circulair Centrum Nederland. Dit gebouw laat zien dat we met geoogste materialen al acht verdiepingen kunnen bouwen.

+ Bij circulair bouwen wordt vaak gewezen op de kosten. Daarbij wordt vergeten dat secundaire materialen soms al in bezit zijn. Je hebt ze al, dus je hoeft ze niet opnieuw in te kopen.

+ Het opslaan en onderzoeken van secundaire materialen kan extra kosten met zich meebrengen. Projecten van Lagemaat laten echter zien dat je ook op kosten kunt concurreren en tegelijkertijd meer waarde kunt creëren.

Presentatie

Bekijk het hier.

3. Nieuwbouwproject: ontwerp als verbinding van biobased én secundair

Spreker

Menno Rubbenscepezed

Inzichten

+ We moeten veel hoger inzetten op de R-ladder. Niet trots zijn als we 96% van een gebouw bij de sloop hebben gerecycled, maar streven naar veel meer hergebruik en nauwelijks recycling.

+ Onze gebouwen zijn ‘circulair ready’. Over 50 tot 100 jaar kunnen anderen opnieuw waarde halen uit de keuzes die we vandaag maken.

+ Betrokkenheid van de juiste partijen in de tenderfase is cruciaal voor een goed resultaat. Denk aan architect, ontwikkelaar, sloper en specialist.

+ Circulair bouwen is zeker niet altijd duurder. Je kunt de restwaarde van een gebouw meenemen in je businesscase. Zeker wanneer je in een tender wordt uitgedaagd om het maximale te halen uit wat er vrijkomt en de architect of ontwikkelaar regie kan behouden over het hele proces.

+ Denk niet alleen in materialen. De CO₂-reductie in de ruimtelijke ontwikkeling vraagt vooral om een ontwerptransitie.

Presentatie

Bekijk het hier.

4. Biobased binders voor dakpannen en de hulp van Biobased Innovatie Hub NH-Noord

Sprekers

Kevin LoomansNew Circle & Barbara Harskamp – Omgevingsdienst NHN/Biobased Innovatie Hub

In deze sessie lag de nadruk op het stimuleren en versnellen
van circulaire en biobased innovaties in de bouw. Daarbij werd gekeken naar de rol van vergunningverlening, subsidietrajecten en de samenwerking tussen overheid, private partijen en kennisinstellingen.

De centrale vraag: hoe breng je een innovatief idee verder? En welke partijen, kennis en financiering zijn daarvoor nodig?

Inzichten

+ De Biobased Innovatie Hub en Noord-Holland Noord werken aan drie innovatieprogramma’s.

+ Eén van de programma’s richt zich op teelt voor de bouw en de vraag hoe restproducten kunnen worden benut en vermarkt.

+ Andere programma’s richten zich op biocomposieten en binders en op industriële bouw.

+ Organisaties met concrete vraagstukken kunnen deze voorleggen aan studenten, TNO en andere kennispartners.

+ De combinatie van overheid, ondernemers en kennisinstellingen kan helpen om innovatie verder te brengen.

𝗩𝗮𝗻 𝗶𝗱𝗲𝗲 𝗻𝗮𝗮𝗿 𝗽𝗿𝗼𝗱𝘂𝗰𝘁

Bij product- en grondstofontwikkeling is integraal denken belangrijk. Eerst moet helder worden wat van wezenlijk belang is en waar de gezamenlijke focus ligt.

In deze aanpak wordt onder andere gewerkt aan biobased binders en poreus gruis.

+ Financiering vindt plaats vanuit Europese middelen en het programma Kansen voor West, waarbij een subsidievergoeding van 40% mogelijk is.

+ Private partijen hebben een eigen belang en zijn niet altijd bereid om de rol van penvoerder op zich te nemen.

+ Het voortraject van een subsidieaanvraag kan ongeveer anderhalf jaar duren. Een herindiening kost vervolgens enkele maanden.

+ Sinds 1 januari is het project daadwerkelijk gestart. Op het moment van de sessie lag de voortgang rond de 6 à 7%.

+ Het project loopt nog ongeveer 15 maanden door. In deze periode moet de daadwerkelijke slag worden gemaakt.

𝗦𝗮𝗺𝗲𝗻𝘄𝗲𝗿𝗸𝗲𝗻 𝗺𝗲𝘁 𝗼𝗻𝗱𝗲𝗿𝘄𝗶𝗷𝘀 𝗲𝗻 𝗼𝘃𝗲𝗿𝗵𝗲𝗶𝗱

Tijdens de sessie werd ook gesproken over de rol van onderwijs en overheid binnen innovatieprojecten.

+ Vanuit Circulaire Bouwkracht Noord-Holland Noord is het mbo bewust betrokken.

+ Bij een nieuw vraagstuk is het belangrijk om eerst te bepalen welke kennis en faciliteiten nodig zijn.

+ Vervolgens kan worden gekeken welke partijen daarbij passen: mbo, hbo, universiteiten, overheid of andere kennispartners.

+ Door het vraagstuk gezamenlijk te verkennen, wordt duidelijk welke volgende stap nodig is en hoe verschillende belangen en expertises bij elkaar kunnen worden gebracht.

Presentatie

Bekijk het hier.

5. Beschikbaarheid: wat dat ons vertelt over kansen voor circulaire materiaalstromen

Sprekers

Jan van ’t Hek & Liesbeth SträterStructural Collective

Inzichten

+ De materiaalvraag vanuit de woningbouwopgave is groter dan het aanbod aan vrijkomende materialen. Met secundaire materialen alleen komen we er dus niet; de combinatie met biobased bouwmaterialen is nodig.

+ Omdat de netto vraag naar materiaal groter is dan wat er vrijkomt uit sloop, blijven nieuwe materialen voorlopig nodig.

+ Bij nieuwe materialen is het belangrijk om te sturen op een verantwoorde herkomst, bijvoorbeeld gecertificeerd hout.

Presentatie

Bekijk het hier.

6. Hoe combineer je biobased én secundair in een renovatieproject?

Sprekers

Thijs Duin & Maaike KokOoijevaar | Bevlogen Bouwers

In deze sessie presenteerde Ooijevaar | Bevlogen Bouwers de circulaire en biobased renovatie van het voormalige gemeentehuis van Hoorn. Het pand heeft een tijdelijke functieverandering ondergaan naar een opvanglocatie voor 190 Oekraïners, veelal in gezinsverband, met als gestelde opleverdatum 1 november.

Tijdens het project stond een hoogwaardige circulaire en stapsgewijze materiaalbenadering centraal. Er werd niet alleen gekeken naar welke materialen konden worden toegepast, maar ook naar wat er minder gerealiseerd kon worden, wat al in het gebouw aanwezig was en opnieuw gebruikt kon worden en hoe losmaakbaarheid kon worden meegenomen.

𝗪𝗮𝘁 𝗿𝗲𝗮𝗹𝗶𝘀𝗲𝗿𝗲𝗻 𝘄𝗲 𝗺𝗶𝗻𝗱𝗲𝗿?

Efficiënt en slim ruimtegebruik vormde een belangrijk onderdeel van de aanpak.

+ Er is slimmer gekeken naar de realisatie van bergingen.

+ De bestaande structuur van installaties is zoveel mogelijk benut.

+ Installatiecomponenten zijn hergebruikt.

+ Het ventilatieontwerp is gebaseerd op de bestaande inblaas- en afblaaspunten.

𝗪𝗮𝘁 𝘇𝗶𝘁 𝗲𝗿 𝗮𝗹 𝗶𝗻 𝗵𝗲𝘁 𝗽𝗮𝗻𝗱?

Samen met partner Foekens is gekeken welke materialen uit het bestaande gebouw konden worden geoogst en opnieuw toegepast.

+ Radiatoren komen terug in het project.

+ Tapijttegels zijn op een andere locatie ingezet.

+ Plafondplaten zijn bij Circ ingeleverd en andere platen zijn afgenomen.

+ De keuken van het gemeentehuis wordt gebruikt voor voedsel voor leeuwen in de dierentuin.

+ Houten balken zijn opnieuw toegepast. Hiervoor waren wel enkele aanpassingen nodig om ze geschikt te maken voor hergebruik.

+ Deuren en kozijnen uit het kantoor van de Veiligheidsregio in Zaandam zijn hergebruikt voor de bergingen. Voor uniformiteit zijn deze wel geschilderd.

+ Snijresten worden opgehaald voor een nieuwe vloerafwerking.

𝗦𝗲𝗰𝘂𝗻𝗱𝗮𝗶𝗿 𝗺𝗮𝘁𝗲𝗿𝗶𝗮𝗮𝗹𝗴𝗲𝗯𝗿𝘂𝗶𝗸

+ Hergebruikt gips is op grote schaal toegepast.

+ Voor plafondplaten is gebruikgemaakt van Circq.

𝗕𝗶𝗼𝗯𝗮𝘀𝗲𝗱 𝗺𝗮𝘁𝗲𝗿𝗶𝗮𝗹𝗲𝗻

+ Metisse is toegepast. Dit materiaal wordt gemaakt van katoenvezels uit hergebruikte kleding.

+ Cellulose is toegepast als inblaasisolatie. Vlas bleek lastiger toe te passen.

+ Copperant circulaire verf is toegepast.

+ Er zijn biobased keukens toegepast.

+ Bij de wandopbouw is gewerkt met metal stud en hergebruikte houten stokken.

𝗟𝗼𝘀𝗺𝗮𝗮𝗸𝗯𝗮𝗮𝗿𝗵𝗲𝗶𝗱

Ook bij het ontwerp is gekeken naar de mogelijkheid om materialen later weer eenvoudig te demonteren.

+ Het Retile-systeem voor tegels maakt eenvoudige demontage mogelijk.

+ Er is gewerkt met demontabele wanden, zodat ook gipsplaten goed kunnen worden gedemonteerd.

+ Daarmee ontstaat ook een goede hergebruikstroom voor gips.

𝗚𝗲𝗹𝗲𝗲𝗿𝗱𝗲 𝗹𝗲𝘀𝘀𝗲𝗻

𝗞𝗼𝘀𝘁𝗲𝗻

+ De meerkosten zijn nihil, zeker wanneer iemand met ervaring bij het project betrokken is.

𝗜𝗺𝗽𝗮𝗰𝘁

+ Het hergebruik van balken bij de vide zorgt voor een reductie van 9%.

+ Binnenwanden met houten staanders in plaats van metal stud zorgen voor een reductie van 40%.

+ Metisse is niet per definitie beter dan Isover. De impact ligt ook bij de inzameling van de kleding.

+ Voor de keukens was de impact niet inzichtelijk te maken, omdat Bruynzeel nog niet in de Nationale Milieudatabase staat.

𝗗𝗮𝘁𝗮 𝗲𝗻 𝗽𝗿𝗮𝗴𝗺𝗮𝘁𝗶𝘀𝗰𝗵𝗲 𝗸𝗲𝘂𝘇𝗲𝘀

Tijdens de sessie kwamen ook de beperkingen van de beschikbare data naar voren.

+ Bij de plafondplaten bleek de berekende besparing slechts 2%. Daarbij was de vraag hoe de vergelijking tussen nieuwe en hergebruikte plafondplaten precies tot stand was gekomen.

+ Om de cijfers goed te kunnen beoordelen, moet worden ingezoomd op de specifieke getallen. In de berekening waren alle plafonds bij elkaar genomen.

+ Voor de circulaire optie kwam de berekening nog niet goed uit en was deze nog niet volledig doorgerekend.

+ Het opwerken van een product kan ervoor zorgen dat een circulair product alsnog veel energie nodig heeft. Soms kan een efficiëntieslag daarom meer opleveren.

+ Data toevoegen is waardevol, maar het project draaide vooral om het verkennen van wat mogelijk is. Daarbij is een zeer efficiënt ontwerpproces doorlopen, waarin veel keuzes zijn gemaakt.

𝗦𝗮𝗺𝗲𝗻𝘄𝗲𝗿𝗸𝗶𝗻𝗴 𝗺𝗲𝘁 𝗽𝗮𝗿𝘁𝗻𝗲𝗿𝘀

De keuzes in het project zijn samen met opdrachtgevers en partners gemaakt.

+ Opdrachtgevers en partners zijn samen aan tafel gegaan om te verkennen welke opties er waren.

+ De gemeente Hoorn heeft biobased uitgevraagd.

+ Het project leende zich goed voor deze aanpak.

+ Voor innovatieve en nog niet geteste materialen was niet altijd veel data beschikbaar. Zo is onder andere gekeken naar akoestiek, hergebruik van akoestische panelen en gevelpanelen met houtisolatie.

+ Niet alles was datatechnisch onderbouwd. Soms is gezamenlijk besloten: hiermee kunnen we door.

+ De aanpak was pragmatisch.

𝗪𝗮𝘁 𝗶𝘀 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝘁𝗼𝗲𝗴𝗲𝗽𝗮𝘀𝘁?

Niet alle onderzochte mogelijkheden konden uiteindelijk worden toegepast.

+ Er was de wens om meer stalen kozijnen te hergebruiken, maar dit bleek niet mogelijk. Veel kozijnen waren beschadigd geraakt tijdens het sloopproces. Dit kwam door een communicatieprobleem.

+ Isovlas is verkend, maar de verwerkende partij wilde dit niet toepassen vanwege stof bij de verwerking.

+ Ook houtvezelisolatie is veel onderzocht en toegepast, maar kon niet overal worden gebruikt. Op sommige plekken is daarom PIR toegepast vanwege de hogere RC-waarde.

+ Bij de wanden is met veel verschillende opties geëxperimenteerd, mede vanwege de pilots.

+ Metisse vormt de hoofdmoot en kwam goed uit de pilot.

+ Grasvezel kent nog uitdagingen, onder andere op het gebied van geur. Het materiaal is ook stugger om te verwerken, maar wordt wel aantrekkelijk gevonden voor een volgend project.

+ Ook tooling speelt een rol. Snijden kan snel, terwijl houtvezel moet worden gezaagd. Daarvoor is een zaagtafel nodig.

+ Cellulose is veel ingeblazen in nieuwe wanden. Daarbij werden de wanden eerst gebouwd en vervolgens via een opening ingeblazen. Collega’s waren hier enthousiast over.

𝗗𝗲 𝗿𝗼𝗹 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝘂𝗶𝘁𝘃𝗿𝗮𝗮𝗴

De manier waarop het project is uitgevraagd, gaf ruimte om circulaire en biobased keuzes te maken.

+ Hoorn had een plafondbudget, maar liet voor de rest ruimte om een platform te creëren voor de toepassing van secundaire en biobased materialen.

+ Tijd was daarbij een belangrijke factor.

+ Ooijevaar heeft de aanpak gepresenteerd en is daarop beoordeeld.

+ Er zijn basisafspraken gemaakt over opslagen, bouwkosten en de vergoeding voor de bouwteamfase.

+ De bouwteamuitvraag, op basis van design & build, vormde de basis en gaf meerwaarde.

+ Als de gemeente Hoorn vooraf alleen een prijs en de keuzes had uitgevraagd, was het project volgens Ooijevaar waarschijnlijk anders uitgekomen.

𝗕𝗼𝘂𝘄𝘁𝗲𝗮𝗺 𝗮𝗹𝘀 𝗺𝗼𝗱𝗲𝗹 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗰𝗶𝗿𝗰𝘂𝗹𝗮𝗶𝗿 𝗯𝗼𝘂𝘄𝗲𝗻

+ Ongeveer 70% van het werk van Ooijevaar komt volgens de sessie voort uit bouwteamuitvragen en minder uit traditionele tenders.

+ Een bouwteam biedt meer gelegenheid dan design & build om samen circulaire en biobased oplossingen te verkennen.

+ Volgens Ooijevaar is een bouwteam daarom een goede manier om secundair en biobased bouwen te stimuleren.

Presentatie

Bekijk het hier.

7. Bezoek woonfabriek HDO groep

Naast de inhoudelijke break-outsessies konden deelnemers ook een kijkje nemen in de woonfabriek van HDO Groep. Hier werd zichtbaar hoe biobased bouwen op industriële schaal in de praktijk wordt gebracht.

Spreker

Jeroen Rutte – HDO Groep

Inzichten

+ De modules van HDO bestaan voor 96% uit hout en andere biobased materialen. Daarnaast wordt zoveel mogelijk gewerkt met losmaakbare elementen, zodat deze later eenvoudig kunnen worden hergebruikt.

+ De markt is uitdagend. Voorspelbaarheid is belangrijk voor de marges van HDO, maar die voorspelbaarheid staat onder druk door een schommelende vraag, vertraging in vergunningprocedures en netcongestie.

+ De modules worden volledig gefabriceerd in de fabriek van HDO Groep, inclusief keuken, badkamer en installaties.

𝗣𝗿𝗼𝗱𝘂𝗰𝘁𝗲𝗻𝗺𝗮𝗿𝗸𝘁

Naast de break-outsessies was er gedurende de ochtend volop ruimte om kennis te maken met materialen, innovaties en initiatieven uit de praktijk.

Op de productenmarkt stonden leveranciers, adviseurs, kennispartners en innovatieve organisaties klaar om hun producten, projecten en expertise te delen. Hier kwamen biobased en secundaire oplossingen naast elkaar samen.

𝗗𝗲𝗲𝗹𝗻𝗲𝗺𝗲𝗻𝗱𝗲 𝗽𝗮𝗿𝘁𝗶𝗷𝗲𝗻

Maarten Rood en Timo Straat – Rebrick

David van DuffelenCIRCO

Maurice Van Riel – Derbigum

Daniel van Noordennen – Programma Onderwijshuisvesting

Barbara HarskampODNHN

Kevin LoomansEBS en New Circle

Maarten RegterIsolatiespecialist.nl

Christina Eickmeier,  CHRITH architects

Edwin GerritsenWarmteplan

Ricco Fioritto – Cooloo

Fotografie: Alex Gitzels | Westfriesland Media

Leren, voor de volgende duizend woningen

Op het kantoor van woningcorporatie Centrada in Lelystad blikken Dirk Overwijk en Maurice Hadderingh samen terug op de acht Aer-woningen aan de Sont. Niet op de bouwplaats, maar aan de vergadertafel. Namens hun organisaties delen zij de lessen die zij tijdens de pilot hebben opgedaan.

De lessen uit de acht Aer-woningen aan de Sont in Lelystad

Dirk Overwijk, ontwikkelmanager Vastgoed en teamleider Projecten & Planmatig Onderhoud bij Centrada, vertelt over de zoektocht naar toekomstbestendige én betaalbare woningen. Maurice Hadderingh, manager Innovatie, Productontwikkeling & Commercie bij Dura Vermeer, neemt de ontwikkeling van het Aer-concept en Virtual Factory mee.

Toch duurt het niet lang voordat duidelijk wordt dat het gesprek niet direct over de acht woningen gaat. Vrijwel iedere vraag leidt terug naar de grotere vragen van de Nederlandse bouwopgave. Naar de vraag hoe woningcorporaties, gemeenten en bouwers samen kunnen leren. Hoe innovaties betaalbaar blijven. Hoe je binnen de kaders van prestatieafspraken ruimte vindt om te experimenteren. En vooral: hoe de lessen uit één pilot kunnen bijdragen aan de.

De opgave als vertrekpunt

Wie de acht Aer-woningen aan de Sont bekijkt als een geslaagd houtbouwproject alleen, mist het grotere verhaal. Voor Centrada vormen de woningen vooral een praktijkproef. Een kans om ervaring op te doen met nieuwe bouwmethoden, zonder daarbij de maatschappelijke opdracht uit het oog te verliezen.

Die opdracht is aanzienlijk. Lelystad groeit de komende vijftien jaar met ongeveer 15.000 woningen. Een groot deel daarvan moet binnen het betaalbare segment vallen. Als grootste woningcorporatie van de stad beheert Centrada op dit moment ruim 10.000 woningen en wil de corporatie jaarlijks zo’n 250 á 350 nieuwe woningen toevoegen. Tegelijkertijd groeien de ambities op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en CO₂-reductie. De vraag is dan ook niet óf er anders gebouwd moet worden, maar hoe je dat doet zonder snelheid of betaalbaarheid uit het oog te verliezen.

We moeten snel bouwen, maar we moeten ook heel goed kijken naar de betaalbaarheid en als je kiest voor de oplossingen die nog geen gemeengoed zijn, zijn ze vaak duurder,” zegt Overwijk.

Juist daarom kiest Centrada ervoor om innovaties stap voor stap te introduceren. Door ruimte te maken voor pilots die binnen de prestatieafspraken met de gemeente passen. Pilots die naast woningen ook kennis opleveren. Welke keuzes blijken in de praktijk te werken? Waar lopen bouwers, corporaties en bewoners tegenaan? En welke oplossingen maken een volgend project sneller, slimmer of betaalbaarder?

Die zoektocht bracht Centrada uiteindelijk bij ontwikkelende bouwer Dura Vermeer. Niet omdat Dura Vermeer een kant-en-klaar antwoord had op de woningopgave, maar omdat ze een ambitie delen: leren door te bouwen. Terwijl Centrada op zoek was naar een manier om ervaring op te doen met biobased en conceptuele woningbouw, werkte Dura Vermeer achter de schermen al enkele jaren aan Virtual Factory en hun Aer-conceptwoningen. Geen af product, maar een woningbouwconcept dat juist samen met corporaties verder werd ontwikkeld.

We wilden een volledig nieuw concept een kans geven,” vertelt Overwijk. “Van bestaande concepten kun je ook leren door bij collega’s te kijken. Hier konden we vanaf het begin meedenken en samen ervaring opdoen.

Wat is Virtual Factory?

De woningen aan de Sont zijn gebouwd volgens het Aer-concept van Dura Vermeer. Achter dat woningconcept schuilt een andere manier van organiseren: Virtual Factory.

In plaats van één eigen woningfabriek werkt Dura Vermeer met een digitaal netwerk van vaste ketenpartners. Houtskeletbouwers, installateurs en leveranciers produceren ieder hun eigen onderdeel, maar doen dat vanuit gedeelde, digitale modellen en afgestemde processen. Zo ontstaat een ‘virtuele fabriek’, waarin niet één productielocatie centraal staat, maar de samenwerking tussen gespecialiseerde partijen.

Het idee daarachter is dat productiecapaciteit flexibel kan worden ingezet en dat nieuwe materialen of leveranciers eenvoudiger kunnen worden toegevoegd. De pilot in Lelystad was daarmee niet alleen een test van de woningen zelf, maar ook een praktijkproef voor een nieuwe manier van organiseren, produceren en samenwerken.

Meer over Virtual Factory >

Betaalbaar innoveren

Voor een woningcorporatie kent iedere innovatie een harde realiteit. Nieuwe oplossingen moeten uiteindelijk betaalbaar blijven voor de mensen die erin gaan wonen.

“Het is eigenlijk een beetje gek dat alle innovaties betaald moeten wordenvanuit de portemonnee van de mensen met de kleinste portemonnee,” zegt Overwijk. “Daar zit voor ons altijd een spanningsveld.”

Juist daarom stond betaalbaarheid tijdens het hele traject voortdurend op de agenda. Niet als sluitpost, maar als uitgangspunt. Beide partijen erkenden dat een eerste project duurder zou zijn dan een traditioneel bouwconcept. De vraag was vooral hoe die extra investering kon bijdragen aan lagere kosten bij volgende projecten.

Dat vroeg om een open manier van samenwerken.

“We hebben de boeken open op tafel gelegd,” vertelt Overwijk. “Dan kun je ook eerlijk met elkaar bespreken waar de meerkosten zitten en hoe je die samen opvangt.

Volgens Hadderingh was die transparantie minstens zo belangrijk als de techniek.

“We wilden allebei deze pilot laten slagen. Dan moet je ook bereid zijn om eerlijk naar elkaar te zijn.”

Het zorgde ervoor dat de gesprekken niet draaiden om de laagste prijs, maar om de vraag waar beide partijen gezamenlijk wilden investeren, zodat de investering in deze pilot uiteindelijk leidt tot lagere kosten bij volgende projecten.

Meer of beter?

Tijdens het gesprek gaat het opvallend vaak over de keuzes die níét zijn gemaakt. Misschien wel het mooiste voorbeeld ligt letterlijk voor de deur van de opgeleverde woningen. Op de locatie aan de Sont leek ruimte voor veertien woningen. Dat zou de grond efficiënter benutten en meer woningen opleveren. Toch besloten Centrada en Dura Vermeer samen een stap terug te doen.

“Met de veertien beoogde woningen op deze plek was er geen ruimte meer geweest voor de prachtige bomen.”

DE FEITEN

Acht Aer-woningen aan de Sont, Lelystad

Opdrachtgever
Centrada

Ontwikkelende bouwer
Dura Vermeer

Doel van de pilot

  • Ervaring opdoen met biobased en conceptuele woningbouw;
  • Leren binnen de prestatieafspraken met de gemeente;
  • Doorontwikkeling van het Aer-concept;
  • Praktijkervaring opdoen met Virtual Factory.

Bijzonderheden

  • Ontworpen als leerproject voor toekomstige opschaling.
  • Biobased draagconstructie;
  • Industrieel geproduceerd;
  • Losmaakbaarheid als uitgangspunt;
  • Hergebruik van materialen (dakpannen, zonnepanelen, bestrating en circulair glas);
  • Paris Proof-ambitie;
  • Gezamenlijke, groene buitenruimte;
  • Bestaande bomen behouden. Meer over het project >

Ze kozen voor acht woningen. Niet omdat de woningvraag kleiner werd, maar omdat de kwaliteit van de woonomgeving minstens zo belangrijk werd gevonden.

Die keuze zegt veel over de manier waarop beide partijen naar duurzaamheid kijken. Niet alleen het gebouw moest toekomstbestendig zijn, ook de plek waar bewoners straks wonen. Met acht woningen blijven de volwassen bomen behouden. Die vormen nu het hart van een gezamenlijke buitenruimte. Geen afgesloten achtertuinen met schuttingen, maar een groene ontmoetingsplek waar bewoners elkaar vanzelf tegenkomen.


Bewoners aan zet 

Technisch gezien is de pilot afgerond nu de woningen zijn opgeleverd. Voor Centrada en Dura Vermeer begint de volgende stap in het leerproces.

Want hoe ervaren bewoners een woning die grotendeels uit hout bestaat? Hoe beleven zij het binnenklimaat? Voelt de plattegrond logisch? Functioneert de gezamenlijke buitenruimte zoals bedacht? En ontstaat daadwerkelijk de gemeenschap waarop tijdens het ontwerp is ingezet?

Dat zijn vragen waarop geen berekening of simulatie antwoord geeft.

Juist daarom zien de gesprekspartners deze volgende fase nadrukkelijk als een kans om bewonerservaringen op te halen. Zodat de volgende woningbouwprojecten nog beter kunnen worden.

Het laat zien dat innovatie uiteindelijk niet wordt beoordeeld op een MPG-score of een hoeveelheid opgeslagen CO₂, maar op de vraag of bewoners zich prettig voelen in hun woning.

Meer dan andere materialen

Wie biobased bouwen vooral ziet als het vervangen van beton door hout, onderschat de opgave. Tijdens de ontwikkeling van het Aer-concept bleek dat vrijwel iedere keuze invloed heeft op een volgend onderdeel van het proces.

Al vóór de eerste pilotwoning in Lelystad investeerde Dura Vermeer daarom in het ontwikkelen en beproeven van het Aer-concept. Architectuur, installaties, regelgeving en detaillering werden daarbij steeds opnieuw op elkaar afgestemd. Sommige oplossingen werkten in de praktijk anders dan verwacht. Installaties werden aangepast, details doorontwikkeld en ook het architectonisch ontwerp kreeg gaandeweg een andere uitstraling.

“Je wilt niet alleen een woning ontwikkelen,” zegt Hadderingh. “Je wilt iedere keer een stap verder komen.”

Daardoor konden veel lessen al vóór de realisatie van de acht woningen worden verwerkt. De pilot in Lelystad was vervolgens bedoeld om het concept in de praktijk te toetsen en verder te verfijnen, niet om de basis nog uit te vinden.

Daarbij spelen ook typische aandachtspunten van biobased bouwen een rol. Denk aan bouwfysica, vochtbeheersing, akoestiek en de manier waarop verschillende materialen samenwerken. Niet ieder vraagstuk levert in één keer een definitief antwoord op. Juist daarom is het waardevol om deze kennis al in een vroeg stadium op te bouwen, zodat volgende projecten daarvan profiteren.

De grootste winst zit dan ook niet in één slimme oplossing, maar in tientallen kleine verbeteringen die zich gedurende meerdere projecten opstapelen.

Van pilot naar praktijk

De acht woningen aan de Sont vormen dan ook geen eindpunt, maar een begin. Voor Centrada zijn ze een manier om ervaring op te doen met nieuwe bouwmethoden, zonder de maatschappelijke opgave uit het oog te verliezen. Voor Dura Vermeer vormen ze een volgende stap in de ontwikkeling van Aer en Virtual Factory.

Misschien is dat wel de belangrijkste les die uit dit project kan worden getrokken. De waarde van een pilot zit niet alleen in wat er wordt gebouwd, maar vooral in wat ervan wordt geleerd. Iedere keuze, iedere aanpassing en iedere samenwerking levert kennis op die de volgende projecten beter maakt. Niet alleen in Lelystad, maar overal waar corporaties, gemeenten en bouwers samen zoeken naar manieren om sneller, duurzamer én betaalbaar te bouwen.

Vijf lessen uit Lelystad

  • Begin met de opgave, niet met de oplossing;
  • Gebruik een pilot om te leren, niet om gelijk te krijgen;
  • Maak vertrouwen onderdeel van het bouwproces;
  • Ontwerp woningen én leefkwaliteit;
  • Zorg dat iedere volgende woning beter wordt dan de vorige.

Van land tot pand: zo krijgt de Bouwvezeldeal in Drenthe vorm

In Drenthe krijgt de keten van land tot pand steeds concreter vorm. In een online publicatie vertellen woningcorporatie Actium, Bouwgroep Dijkstra Draisma en Building Balance hoe biobased materialen worden toegepast bij de verduurzaming van 450 huurwoningen in Assen.

De Provincie Drenthe ondertekende in maart het Convenant Biobased Bouwen Groningen-Drenthe. Deze Bouwvezeldeal moet de hele keten versterken: van het telen en verwerken van vezelgewassen tot het gebruik van natuurlijke materialen in nieuwbouw, renovatie en grond-, weg- en waterbouw.

Biobased renovatie in de praktijk
Het renovatieproject van Actium laat zien hoe die samenwerking er in de praktijk uitziet. De woningcorporatie wil vóór 2029 in totaal 2.400 woningen verduurzamen. Om dat tempo mogelijk te maken, werkt Actium met een langjarige renovatieaanpak en vaste ketenpartners.

Bij de woningen in Assen wordt onder meer vezelhennep gebruikt voor dakisolatie. De hennep wordt samen met agrariërs geteeld en door regionale bedrijven verwerkt tot isolatiemateriaal. Daarmee ontstaat een korte keten in Fryslân, Groningen en Drenthe.

Naast dakisolatie worden in het project ook biobased spouwmuurisolatie en circulaire keukens toegepast.

Sneller, betaalbaarder en beter opschaalbaar
Door meerdere jaren met dezelfde aanpak en partners te werken, kunnen oplossingen steeds verder worden verbeterd. Volgens de betrokken partijen kan de volgende serie woningen al 30 procent sneller worden aangepakt. Ook neemt de overlast voor bewoners af en kunnen bouwlogistiek en kosten slimmer worden georganiseerd.

De aanpak helpt bovendien om een voorspelbare vraag naar biobased materialen te creëren. Dat geeft agrariërs, verwerkers en bouwbedrijven meer zekerheid om te investeren en hun productie op te schalen.

Samen toewerken naar 30-30-30
Met de Bouwvezeldeal werken marktpartijen, overheden en kennisinstellingen toe naar een gezamenlijke ambitie voor 2030: minimaal 30 procent biobased materialen toepassen in minimaal 30 procent van de nieuwbouw en in minimaal 30 procent van de verduurzamingsopgave.

Inmiddels hebben ongeveer zestig partijen de Bouwvezeldeal ondertekend. De volgende stap is het verder bundelen van de vraag, het delen van kennis en het vergroten van de productiecapaciteit.

Lees hier de volledige publicatie hoe Actium, Bouwgroep Dijkstra Draisma en Building Balance samen werken aan een regionale keten van land tot pand.

Terugblik op Biobased Bites 16: De gezondheidseffecten van houtbouw

Tijdens het zestiende Biobased Bites lunchwebinar, dat op 1 juli plaatsvond, namen onder andere Gijs Bruggink (ORGA architect) en Norbert Schotte (Building Balance) je mee in welke invloed een gebouw heeft op onze gezondheid? En wat weten we daar inmiddels over vanuit wetenschappelijk onderzoek?

Een uitgebreid onderzoek naar de gezondheidseffecten van houtbouw is gebaseerd op een groot aantal nationale en internationale wetenschappelijke studies. Het onderzoek ‘Wood & Wellbeing’, dat in opdracht van Built by Nature is uitgevoerd, komt binnenkort beschikbaar.

Wat kwam er aan bod tijdens dit webinar?
Tijdens deze Biobased Bites zijn deze belangrijkste inzichten uit het onderzoek gedeeld, zoals :
+ Welke kennis is er beschikbaar?
+ Welke verbanden worden in de wetenschap onderzocht?
+ En wat kunnen opdrachtgevers, ontwerpers en bouwers met deze inzichten in de praktijk?

Heb je het webinar gemist? Geen probleem! Je kunt deze nu terugkijken via deze link of hieronder. 

Bekijk hier de presentatie terug.

Take-aways webinar
Bekijk hier het overzicht van belangrijkste take-aways terug.

We zien je graag terug bij een volgend Biobased Bites lunchwebinar dit jaar; houd onze agenda in de gaten!

‘Niet het ontwerp, maar het materiaal moet leidend zijn’

“We bouwen nog te vaak alsof grondstoffen oneindig beschikbaar zijn.” Voor Huub Coenen, oprichter van Crumble development, is dat de kern van het probleem in de bouw. Waar veel partijen circulair bouwen vooral als het hergebruiken van materialen zien, kijkt hij een stap verder. Volgens hem begint circulariteit al bij de eerste schets van een gebouw. Niet het ontwerp, maar het beschikbare materiaal zou het uitgangspunt moeten zijn.

Die manier van denken ontstond niet achter een tekentafel, maar in de praktijk. Huub bouwde al jarenlang, eerst als hobby en later professioneel. Daarbij viel hem steeds opnieuw op hoeveel kwalitatief goede bouwmaterialen na sloopprojecten simpelweg werden weggegooid. “Dan zie je balken, kozijnen of andere materialen die technisch nog tientallen jaren mee kunnen. Dat voelde voor mij als pure verspilling.”

Die overtuiging vormde de basis voor Crumble development. Wat begon met kleinschalige projecten groeide uit tot een bedrijf dat complete woningen en loodsen ontwikkelt waarin hergebruik en circulair ontwerpen centraal staan. “Tegelijkertijd geloven we dat circulair bouwen niet draait om de grootte van een project. Juist bij opdrachtgevers en opdrachtnemers die met circulair bouwen beginnen, zien we vaak de neiging om direct groot te willen starten, terwijl de kracht juist ligt in het stap voor stap ervaring opdoen.”

De eerste projecten bieden opdrachtgevers de kans om ervaring op te doen met een andere manier van ontwerpen, inkopen én bouwen. “Daarbij is het belangrijk dat plannen ook in de praktijk uitvoerbaar zijn, juist omdat de praktijk soms weerbarstiger blijkt dan vooraf gedacht”, zegt Huub. “Daarom realiseren we samen die eerste circulaire projecten, van een berging of fietsenstalling tot een complete woning of loods. Niet met een advies dat in een la verdwijnt, maar met een gebouw dat laat zien hoe circulair bouwen in de praktijk werkt.”

Ontwerpen vanuit wat er al is
De grootste verandering zit volgens Huub niet in de circulaire materialen of innovatieve technieken, maar in de manier waarop gebouwen worden ontworpen. “In de traditionele bouw wordt eerst een ontwerp gemaakt. Daarna worden de materialen besteld die precies in dat ontwerp passen. Wij draaien dat proces om.” Waar mogelijk wordt bij Crumble development eerst gekeken welke materialen beschikbaar zijn en ontstaat het ontwerp op basis daarvan. In de praktijk is dit echter vrijwel altijd een wisselwerking: het ontwerp wordt gemaakt, de beschikbaarheid van materialen wordt gecontroleerd en het ontwerp wordt waar nodig aangepast. “Niet altijd is er vooraf voldoende overzicht van het beschikbare materiaal en soms verloopt het proces daardoor stroever. ”
Dat vraagt een andere manier van werken én denken. “Waarom zou je een balk van 225 millimeter zagen naar 200 millimeter omdat dat toevallig op de tekening staat? Dan vernietig je juist waarde. Het materiaal vertelt wat mogelijk is.”

Beter binnenmilieu
Volgens Huub levert deze manier van bouwen niet alleen minder verspilling op, maar kunnen ook gebouwen met een fijn binnenmilieu en een eigen karakter ontstaan. Dat binnenmilieu is het resultaat van een combinatie van luchtdicht bouwen, het gebruik van hout en biobased isolatiematerialen, zoals houtvezel of vlas, en natuurlijke afwerkingsmaterialen, zoals leemstuc en houten bekleding. Het gebruik van bestaand hout draagt daarnaast bij aan het eigen karakter van een gebouw. Een prettig binnenmilieu speelt vooral bij woningen een belangrijke rol, maar kan ook van waarde zijn bij een loods of hal.

Tweede, derde of zelfs vierde leven
Voor Huub stopt circulariteit niet bij het hergebruik van materialen. Minstens zo belangrijk is dat gebouwen zo worden ontworpen dat materialen ook in de toekomst eenvoudig opnieuw kunnen worden gebruikt. “Veel gebouwen zijn ontworpen voor één functie. Als die functie verandert, volgt vaak sloop. Daarmee verliezen we opnieuw waardevolle grondstoffen.”

Hij pleit daarom voor gebouwen die flexibel zijn en eenvoudig kunnen worden aangepast aan nieuwe functies. Materialen moeten demontabel zijn, zodat ze zonder kwaliteitsverlies een tweede, derde of zelfs vierde leven kunnen krijgen. “Eigenlijk ontwerp je niet alleen voor vandaag, maar ook alvast voor de volgende gebruiksfase.

Circulair én biobased versterken elkaar
Binnen de projecten van Crumble development gaan circulair en biobased bouwen hand in hand. Zo wordt waar mogelijk gewerkt met natuurlijke materialen, zoals houtvezelplaten voor isolatie.
Volgens Huub leveren die materialen meer op dan alleen een lagere milieu-impact. “Biobased materialen zorgen ook voor een prettig binnenklimaat. Ze reguleren vocht, voelen comfortabel aan en passen beter bij de manier waarop wij als mensen een gebouw als prettig ervaren.”

Bij een recent gerealiseerde passiefwoning speelde bovendien luchtdicht bouwen een belangrijke rol. “Veel mensen denken vooral aan isolatie, maar luchtdicht bouwen is minstens zo belangrijk. Daarmee beperk je warmteverlies enorm en blijft het energieverbruik uitzonderlijk laag.”

Limburg heeft alles in huis
Ook voor Limburg ziet Huub volop kansen. De provincie beschikt over kennis, ondernemers en steeds meer initiatieven rondom biobased materialen en circulaire bouw.

Tegelijkertijd plaatst hij een belangrijke kanttekening. Volgens hem moet de ontwikkeling van biobased bouwmaterialen niet ten koste gaan van de voedselproductie. “We moeten daarin een goede balans vinden. Gelukkig kunnen vezelgewassen ook bijdragen aan een gezonde bodem en een betere vruchtwisseling. Dan versterken landbouw en bouw elkaar juist.”

Een andere manier van kijken
Volgens Huub begint de grootste verandering uiteindelijk niet op de bouwplaats, maar in de manier waarop we naar gebouwen kijken.

“We moeten af van het idee dat gebouwen een eindpunt zijn. Een gebouw is eigenlijk een tijdelijke opslagplaats van materialen die later opnieuw gebruikt kunnen worden.”

Juist daarin ziet hij de toekomst van circulair bouwen. Niet door steeds nieuwe grondstoffen te winnen, maar door bestaande materialen zo lang mogelijk hun waarde te laten behouden.

“Die omslag maken we niet in één keer. Daarom geloven wij in projecten waarin opdrachtgevers, demontagebedrijven, ontwerpers en bouwers samen ervaring opdoen. Alleen zo wordt circulair bouwen niet de uitzondering, maar de nieuwe standaard.”

‘Biobased bouwen is cruciaal bij verduurzamen bestaand vastgoed’

Architect Omayra Mingels van SATIJNplus Architecten ziet twee grote kansen voor biobased bouwen in Limburg. Enerzijds beschikt de provincie over een sterke regionale keten, vruchtbare landbouwgronden en een rijke bouwcultuur. Anderzijds zijn natuurlijke bouwmaterialen volgens haar cruciaal bij de restauratie en verduurzaming van monumenten en bestaand vastgoed. In zes vragen deelt zij haar visie.

  1. Waarom biedt Limburg zoveel kansen voor biobased bouwen?

“De Limburgse bouwcultuur is sterk geworteld in de geologische en agrarische omstandigheden die deze regio te bieden heeft”, vertelt Mingels. “De Romeinen wisten al van de vruchtbare gronden en maakten Limburg tot hun graanschuur. Die combinatie van landschap, landbouw en bouwtraditie biedt vandaag de dag volop kansen voor de productie én toepassing van biobased bouwmaterialen.”

Die regionale samenwerking ziet ze als een belangrijke kracht. “Bij biobased bouwen hebben we elkaar nodig. Building Balance brengt partijen uit de hele keten samen. Dat past goed bij Limburg en bij onze regionale bouwcultuur.”

  1. Waarom zijn biobased materialen juist zo geschikt voor monumenten en bestaand vastgoed?

“Limburg heeft enorm veel bestaand en monumentaal vastgoed. Zo is Maastricht de tweede monumentenstad van Nederland. Het verduurzamen van bestaand/monumentaal vastgoed gaat het beste met natuurlijke materialen”, is de ervaring van Mingels.
Wanneer deze gebouwen worden verduurzaamd, gebeurt dat om esthetische redenen vaak aan de binnenzijde. Het volledig sluiten van de thermische schil en/of kierdichting is binnen bestaande en monumentaal bouw vaak niet haalbaar. Spleten, kieren en onzorgvuldige dichting leiden tot luchtlekken en hebben een sterk vochtaanzuigende werking. Denk bijvoorbeeld aan een koudebrug, zoals houten balken die in muren liggen. Daarom: hoe meer er wordt geïsoleerd, hoe groter de temperatuursprong en dus hoe groter het risico op vochtophoping ter plaatse. In het geval van een houten balk betekent dat rotting.

“Het mooie van natuurlijke bouwmaterialen is dat ze beschikken over vochtregulerende eigenschappen. Ze kunnen vocht opnemen en weer afgeven, waardoor bouwfysische risico’s in bestaand/monumentaal vastgoed aanzienlijk worden beperkt.”

Daarbij komt dat monumenten van oudsher vaak zijn opgebouwd uit natuurlijke materialen. Door de toepassing van natuurlijke bouwmaterialen blijft de vochtregulerende werking van de wandopbouw actief en werken bestaande en nieuwe materialen met elkaar samen. “Hierdoor is de kans op complicaties beperkt, het comfort hoog en de bouwmethodiek duurzaam en gezond.”

  1. Wat houdt opdrachtgevers momenteel nog tegen?

“Veel mensen denken dat meteen alles volledig biobased moet zijn. Dat schrikt af”, vertelt Mingels. “Terwijl de verandering vaak klein begint. Biobased isolatie toepassen of meer hout gebruiken in een ontwerp maakt al verschil.”

Volgens haar speelt ook het gebrek aan kennis over biobased materialen binnen de hele bouwketen een belangrijke rol. “Als opdrachtgevers en uitvoerende partijen beter begrijpen hoe deze materialen werken, wordt toepassing meer standaard.”

In 2025 ondertekenden negentien vooruitstrevende Limburgse architecten en architectenbureaus, samen met Stichting Building Balance Limburg, een commitmentverklaring voor het toepassen van biobased materialen in woningbouw- en renovatieprojecten.

  1. Wat merk je van het convenant in de dagelijkse praktijk?

“Het convenant helpt vooral om de transitie zichtbaar te maken. We spreken uit waar we voor staan en zoeken elkaar vaker op om kennis te delen.” Binnen SATIJNplus Architecten leidt dat tot bewustere keuzes in projecten. “Van een strobalenschuur tot restauratieprojecten waarin we biobased isolatiematerialen, zoals hennep, toepassen: iedere stap helpt.”

  1. Welke verantwoordelijkheid heeft een architect zelf?

“Architecten moeten weer meer ontwerpen vanuit het materiaal en niet alleen vanuit de vorm. Materiaalkennis is dus enorm belangrijk.” Zelf volgde Mingels onlangs een opleiding tot passiefhuisadviseur. “Hoe beter ik begrijp hoe materialen zich gedragen, hoe beter ik keuzes kan maken en onderbouwen richting opdrachtgevers.”

Volgens haar heeft een architect ook de verantwoordelijkheid om opdrachtgevers goed te adviseren. “Biobased bouwen gaat niet alleen over duurzaamheid. Natuurlijke materialen dragen dus ook bij aan minder complicaties bij verduurzaming, een gezonder binnenklimaat én een sterke regionale keten.”

  1. Welke ontwikkeling stemt jou het meest hoopvol?

“Dat steeds meer partijen in de regio elkaar weten te vinden. Architecten, boeren, gemeenten en bouwpartijen zoeken elkaar op. Dat is nodig om écht stappen te zetten. De lijnen binnen de keten moeten kort zijn om de uitdagingen van klimaatverandering aan te kunnen én onze hoge leefkwaliteit te behouden.”

Ook de terugkeer van biobased gewassen in het landschap stemt haar positief. “In Zuid-Limburg zijn sinds ruim een eeuw weer hennepvelden ingezaaid. Vroeger had bijna iedere boerderij een perceel met hennep voor allerlei toepassingen, zoals touw en textiel. Dat dit gewas zijn herintrede maakt, geeft biobased bouwen letterlijk meer zichtbaarheid. Dat helpt enorm bij de bewustwording.”

Biobased als standaard inbedden

Donderdag 1 juli ontving aannemingsbedrijf Nico de Bont het certificaat voor het biobased verduurzamen van meer dan honderd woningen. Hoe is dat gelukt? Door duidelijke keuzes te maken. In 2023 kondigde directeur Boudewijn de Bont aan dat het bedrijf zou stoppen met glas- en steenwol. Sinds januari 2024 werkt Nico de Bont volgens dat principe: biobased, tenzij.

We spreken Sanne Beckers, duurzaamheidsexpert bij Nico de Bont, over die keuze. Over hoe een eerste project uitgroeide tot een nieuwe manier van werken. En over wat andere organisaties daarvan kunnen leren.

Nico de Bont is een aannemer gespecialiseerd in restauratie, herbestemming en verduurzaming van grote en kleine monumenten. Met liefde voor het vak en met respect voor de geschiedenis, mens en omgeving werken ze, samen met de Bontgenoten, aan een duurzame toekomst voor het monumentale verleden. Daarnaast is de onderneming een trotse dochter van TBI, een van de grootste bouwconcerns van Nederland. TBI is steward-owned. Dat betekent dat er geen aandeelhouders zijn die sturen op winst op de korte termijn. De winst wordt juist ingezet om maatschappelijke impact te maken.

Daken, gevels en vloeren
Sanne vertelt dat Nico de Bont biobased materialen vooral toepast in isolatie: in daken, gevels en vloeren. Denk aan houtvezel, hennep, vlas en katoenisolatie. “In het begin maakten we de overstap naar isolatiedekens, omdat die het dichtst lagen bij wat we al gewend waren van glas- en steenwol”, vertelt Sanne.

Inmiddels werken ze bijNico de Bont veel breder. Zo gebruiken ze losse kalkhennep (Exie) voor uitvlakking en isolatie van verdiepingsvloeren, natte kalkhennep (Canacrete) voor gevelisolatie aan de binnen- en buitenzijde en harde houtvezelplaten van Gutex voor buitendakse isolatie van monumentale daken.

Waarom ze voor deze materialen kiezen, verschilt per project. “Een monument is altijd maatwerk. We kijken steeds opnieuw welk materiaal bouwfysisch het beste past, aansluit bij de verwerking én de cultuurhistorische waarde van het pand respecteert”, zegt Sanne.

Hoe het begon
Hoewel ze eerder met vlasisolatie werkten, begon de echte versnelling volgens Sanne in 2021 en 2022 bij het project Groot Tuighuis in Den Bosch. Daar was conventionele isolatie voorgeschreven voor voorzetwanden. “Ik was net gestart bij Nico de Bont en vroeg me af: kan dat niet beter?” Het team maakte een vergelijking tussen verschillende materialen en bouwde een proefwand met schapenwol, hennep, houtvezel en katoen. Daaruit bleek dat biobased materialen duidelijke voordelen hadden. Uiteindelijk koos de opdrachtgever, op basis van de analyse van Nico de Bont, voor hennepisolatie.

Dat project werd een kantelpunt. Het leverde niet alleen nieuwe inzichten op, maar ook erkenning: met het Groot Tuighuis won Nico de Bont de Erfgoed Duurzaamheidsprijs 2023. Vanaf dat moment kwam het biobased “balletje” echt aan het rollen.

Wat daaruit is ontstaan, gebruikt Nico de Bont nog steeds: voor elk project maakt het bedrijf in een vroeg stadium een scenarioanalyse met verschillende isolatieoplossingen, waar biobased materialen standaard zijn.

Van pilot naar standaard
In 2023 merkte Nico de Bont dat de sector bleef hangen in pilots. Elke opdrachtgever, elke aannemer wilde telkens opnieuw testen. Maar zo ontstaat geen versnelling. Daarom maakte het bedrijf tijdens de Week van Duurzaam Erfgoed in 2023 een duidelijke keuze. Directeur Boudewijn de Bont kondigde aan dat het bedrijf zou stoppen met glas- en steenwol.

Intern werd dat eerst als spannend ervaren. Maar juist doordat Nico de Bont een duidelijke keuze maakte, ontstond er richting. Het bedrijf trok nieuwe partners en opdrachtgevers aan die bewust voor biobased kiezen. Zo kwam de toepassing van biobased in een versnelling.

De echte verandering zit onder water
Volgens Sanne is biobased is geen productkeuze, maar een organisatiekeuze. “Je kunt niet simpelweg een materiaal vervangen en denken dat je er bent.” Nico de bont investeerde daarom bewust in kennis en cultuur:

+ Het bedrijf deelt actief kennis, zowel intern als extern;
+ Teams worden opgeleid, onder andere met de cursus Bouwfysica voor Monumenten;
+ Nico de Bont organiseert praktische workshops over het toepassen van biobased materialen, met partners zoals Groene Bouwmaterialen en Festool;
+Ook onderaannemers en partners worden actief in dit proces betrokken.

Sinds 2024 werkt Nico de Bont vanuit het principe: biobased, tenzij. Dat zit in het beleid, de processen én in de manier van samenwerken. Wat volgens Sanne helpt, is dat het bedrijf de verandering verbindt aan de bestaande restauratiecultuur. Principes zoals eerst begrijpen en dan doen en vertragen voor je versnelt passen hier perfect bij.

Nico de Bont laat vakmensen materialen ervaren voordat ze ermee moeten werken. In workshops kunnen ze voelen, testen en ontdekken. ”We spreken niet alleen over CO₂-reductie, maar ook over trots: Bijvoorbeeld op de agrarisch ondernemer om de hoek die ons isolatiemateriaal levert”, zegt Sanne.

Is het een hype?
Sanne ziet biobased materialen niet als hype. “In de bouw zijn we gewend om bestaande oplossingen steeds een beetje beter te maken. Iets duurzamer beton, iets efficiënter bouwen. Maar eigenlijk moeten we het anders gaan doen.” Biobased materialen passen volgens haar in die omslag. Ze ziet voordelen voor meerdere groepen:

+ Voor bewoners en gebruikers;
+ Voor vakmensen;
+ Voor agrarisch ondernemers en de natuur;
+ Voor klimaatdoelstellingen.

Tot slot
Monumenten behoren misschien wel tot de moeilijkste gebouwen om te verduurzamen. De ruimte voor isolatie is beperkt en de cultuurhistorische waarde vraagt om zorgvuldigheid. Maar juist daar laat Nico de Bont zien dat het kan.

En daarmee is de vraag eigenlijk simpel: als het in monumenten lukt, waarom dan niet in de rest van de bestaande bouw?

Nico de Bont is gestopt met glas- en steenwol. Welke stap zet jouw organisatie?

Terugblik op Biobased Bites 15: Het hellende dak biobased na-isoleren van binnenuit

Tijdens het vijftiende Biobased Bites lunchwebinar, dat op 18 juni plaatsvond, doken we in de mogelijkheden van biobased indakrenovaties. Samen met Marjet Rutten en Rick Ebbers van Building Balance en Marcel van Haren van Takkenkamp werd duidelijk dat biobased indakisolatie zich in hoog tempo ontwikkelt.  

Steeds meer woningcorporaties en bouwbedrijven passen verschillende renovatiesystemen succesvol toe.

Wat kwam er aan bod tijdens dit webinar?
De verschillende aspecten van biobased indakrenovaties zoals:
+ drie verschillende indak-oplossingen;
+ bouwdetails die aansluiten op de isolatiestandaard;
+ afwegingen tussen kosten, uitvoerbaarheid en bewonersoverlast;
+ de eigenschappen van verschillende biobased isolatiematerialen.

Heb je het webinar gemist? Geen probleem! Je kunt deze nu terugkijken via deze link of hieronder. 

Bekijk hier de presentatie terug.

Take-aways webinar
Bekijk hier het overzicht van belangrijkste take-aways terug.

Interessante kennisitems
Kijk ook eens in ons online dossier over bestaande bouw voor deze specifieke onderwerpen voor biobased indakisolatie:
Brandveiligheid en Bestaande bouw/indak

We zien je graag terug bij een volgend Biobased Bites lunchwebinar dit jaar; houd onze agenda in de gaten!

Inzichten – kennissessie circulair onderhoud

Op 1 juli 2026 kwamen woningcorporaties en onderhoudspartijen uit Noord-Holland bijeen bij Woonwaard voor een kennissessie over biobased en circulair onderhoud. Om praktijkervaringen uit te wisselen. Wat werkt al? Waar lopen organisaties tegenaan? En vooral: hoe zorgen we ervoor dat biobased en circulair onderhoud de stap maakt van koplopers naar de dagelijkse praktijk?

Tijdens de middag deelden Woonwaard, Wooncompagnie, Logchies en Ooijevaar Bouw hun ervaringen uit lopende renovatieprojecten. Aansluitend gingen corporaties en aannemers in gemengde groepen met elkaar in gesprek over uitvragen, opschaling en kennisdeling. Dat leverde niet alleen inspirerende praktijkvoorbeelden op, maar ook een aantal concrete inzichten waar iedere organisatie morgen mee aan de slag kan.

Inzichten

  • De uitvraag bepaalt de ruimte voor innovatie
    Veel deelnemers herkenden dat biobased en circulaire oplossingen nog te vaak buiten beeld blijven doordat ze simpelweg niet worden uitgevraagd. Door duurzaamheid expliciet mee te nemen in de beoordeling van een aanbesteding ontstaat ruimte voor andere oplossingen. Tegelijkertijd klonk de oproep om Programma’s van Eisen minder voorschrijvend te maken. Schrijf niet langer specifieke producten voor, maar formuleer de gewenste prestaties en geef marktpartijen de ruimte om met passende oplossingen te komen.Minstens zo belangrijk is het gesprek vóór een aanbesteding. Verschillende deelnemers gaven aan dat juist in een vroeg stadium veel kennis kan worden gedeeld. Door samen aan tafel te zitten, praktijkervaringen uit te wisselen en elkaar niet als concurrent maar als partner te zien, ontstaat ruimte om samen te leren. Praktijksessies (zoals deze) helpen om die samenwerking verder te versterken.
  • Kijk verder dan de meerprijs
    Biobased en circulair worden nog regelmatig geassocieerd met hogere kosten. De praktijk laat een veel genuanceerder beeld zien. Voor sommige toepassingen zijn de meerkosten nog duidelijk aanwezig, terwijl andere oplossingen inmiddels nagenoeg hetzelfde kosten als de traditionele  oplossingen. De groep concludeerde daarom dat de discussie niet alleen over kosten zou moeten gaan, maar vooral over kansen. Een vraag die meerdere keren terugkwam was: Welke materialen kunnen we vandaag al vervangen zonder extra geld, extra risico of extra capaciteit? Juist daar liggen kansen om direct stappen te zetten. Daarnaast bleek dat veel organisaties de kennis inmiddels al in huis hebben.De grootste belemmeringen zitten vaker in tijd, capaciteit en bestaande werkwijzen dan in technische onzekerheid. Niet alles hoeft ingewikkeld te zijn om impact te maken.
  • Begin klein en leer samen
    Vrijwel alle praktijkvoorbeelden begonnen met een eerste pilot. Niet omdat alles nog onzeker was, maar omdat een kleinschalige aanpak ruimte geeft om ervaring op te doen. De deelnemers waren het erover eens dat opdrachtgevers en marktpartijen daarbij ook samen verantwoordelijkheid moeten nemen. Door risico’s expliciet te bespreken en gezamenlijk te dragen, ontstaat vertrouwen om nieuwe oplossingen toe te passen. Vanuit die eerste ervaringen kan vervolgens worden opgeschaald.Klein beginnen betekent dus niet klein blijven. Het is juist een manier om sneller te leren en de volgende stap met meer zekerheid te zetten.
  • Innovatie ontstaat in langdurige samenwerking
    Een opvallend onderwerp tijdens de groepsgesprekken was de manier waarop corporaties en aannemers samenwerken. Langdurige samenwerking en co-makership bieden ruimte om kennis op te bouwen en gezamenlijk te investeren in innovatie. Tegelijkertijd werd benadrukt dat een langlopend contract op zichzelf geen garantie is voor vernieuwing. Innovatie vraagt om voortdurende aandacht.Een deelnemer vergeleek het treffend met een relatie: je moet met elkaar blijven praten. Spreek jaarlijks nieuwe ambities af, stel nieuwe KPI’s vast en blijf elkaar uitdagen om verder te kijken dan de oplossing van gisteren. Juist in langdurige samenwerkingen blijken de meest vernieuwende oplossingen te ontstaan.
  • We weten niet wat we niet weten
    Misschien wel de meest gehoorde conclusie van de middag. Iedere organisatie beschikt inmiddels over waardevolle praktijkervaringen, maar die kennis bereikt lang niet altijd andere corporaties of aannemers. Daardoor blijven kansen liggen en worden dezelfde lessen meerdere keren geleerd. De oproep vanuit de groep was daarom helder: voer het gesprek vaker. Niet alleen over complexe innovaties, maar juist ook over de eenvoudige stappen die vandaag al gezet kunnen worden. Welke materialen zijn zonder problemen te vervangen? Welke oplossingen werken inmiddels goed? Welke ervaringen zijn opgedaan? En welke lessen verdienen het om breder gedeeld te worden?Daarbij mag er ook ruimte zijn voor kritische geluiden. Juist door open te zijn over wat minder goed ging, helpen organisaties elkaar verder. Niet als concurrenten, maar als partners die werken aan dezelfde maatschappelijke opgave.

Een leergemeenschap
De middag maakte duidelijk dat de behoefte aan structurele kennisdeling groot is. De deelnemers spraken uit dat deze bijeenkomst geen eenmalige sessie moet blijven, maar het begin van een leergemeenschap waarin corporaties en onderhoudspartijen elkaar blijven inspireren. Door praktijkervaringen, bouwdetails, kosteninzichten en dilemma’s met elkaar te delen, hoeft niemand opnieuw het wiel uit te vinden. Zo versnellen we niet alleen individuele projecten, maar de transitie naar biobased en circulair onderhoud in heel Noord-Holland.

Later dit jaar organiseren we daarom een vervolgbijeenkomst. Daarbij bouwen we voort op de thema’s die tijdens deze middag zijn aangedragen, zoals uitvragen en aanbesteden, urban mining, secundaire materialen en demontabel ontwerpen.

PRESENTATIES

Building Balance – Wouter van Twillert
Ooijevaar BouwPaul Vlaar
Woonwaard en Logchies  – Mees Zonneveld en Dave ten Hoope

Oud-wethouder Marcel Roelofs versterkt ons team

Om de beweging naar biobased bouwen en telen in Limburg verder te versnellen, is sinds 1 juni 2026 Marcel Roelofs aangesloten bij Building Balance Limburg.

Marcel heeft als oud-wethouder veel bestuurlijke ervaring en een sterk regionaal netwerk. Met die bagage gaat hij zich inzetten om de verbinding tussen gemeenten, provincie, woningcorporaties, ondernemers en andere ketenpartners verder te versterken.

De komende periode ligt zijn focus onder andere op het convenant Biobased Bouwen & Telen – Limburg 30-30-30. In gesprek met gemeenten en woningcorporaties verkent hij hoe biobased bouwen een vast onderdeel kan worden van beleid, projecten en de dagelijkse praktijk.

Marcel fungeert daarbij als vraagbaak voor partijen die hun ambities op het gebied van circulair en biobased bouwen concreet willen maken. Zijn drijfveer is helder: niet aan de zijlijn blijven staan, maar bijdragen aan een duurzame en leefbare toekomst.

“We zitten in een transformatie tijd van grote maatschappelijke, technologische en persoonlijke verschuivingen. Het oude werkt niet meer en het nieuwe is nog niet zichtbaar. Met zijn allen kunnen we het tij keren, maar dat heeft tijd nodig. Daarom: Hout moet, Houdt moet.”

Kennismaken? Bekijk hier zijn LinkedIn pagina.

Biobased Training Esselink – voor ‘nieuwe’ doelgroep

Biobased isoleren wordt vanzelfsprekender als een uitvoerende partij aanhaakt. Daarom organiseerden Bouwcenter Esselink (Middelharnis), Isoleerbewust en Building Balance Zuid-Holland op 24 juni samen een praktische training over biobased isoleren.

Dankzij de samenwerking bereikten we een brede groep uitvoerende professionals die een belangrijke rol spelen in de verdere toepassing van biobased isolatie. Isolatiebedrijven, onderhoudspartijen, timmerbedrijven en andere MKB-professionals kwamen samen om kennis op te doen én ervaringen uit te wisselen.

Tijdens de middag deelden Koen van Waes, Johan IJzelenberg en Joost van der Waal hun kennis en praktijkervaring. Van materiaalkeuze en detaillering tot een live inblaasdemonstratie: geen theorie om de theorie, maar direct toepasbare kennis.

Een belangrijke boodschap van de middag was dat goed biobased isoleren al begint in het voortraject. Door woningcorporaties, VGO-partijen en isolatiebedrijven vroegtijdig met elkaar in gesprek te brengen, maak je betere keuzes in detaillering en materiaalgebruik. Dat voorkomt onnodige overdimensionering en leidt tot een beter eindresultaat.

De middag stond niet alleen in het teken van kennisdelen. DAT Bouwsystemen, ISOenergy, Quist Isolatie ondertekenden ook de 30-30-30 ‘Biobased, tenzij…’-commitmentverklaring.  Daarmee spreken alle ondertekenaars af dat ze 30% van de woningen in 2030 voor minstens 30% uit biobased bouwmaterialen moet bestaan. Een mooie stap van woorden naar daden.

Na afloop ontvingen de deelnemers hun certificaat: een mooie afsluiting van een middag waarin kennis werd gedeeld, nieuwe verbindingen ontstonden én concrete stappen zijn gezet om biobased isoleren verder te brengen.

Een speciaal woord van dank aan Bouwcenter Esselink Middelharnis voor het mede-organiseren van deze bijeenkomst. Juist door samen te werken met regionale bouwcentra zoals Esselink bereiken we de vakmensen die biobased materialen uiteindelijk adviseren, verkopen én toepassen.

Durf te bouwen
Is jouw bouwcenter, bouwhandel of leverancier de volgende locatie voor een training over biobased bouwen? Laat het weten in de reacties of tag een bedrijf dat niet mag ontbreken.

Deelnemers
Sebastiaan Bliemert | Hans de Bonte | Luuk Kamp | Martijn Buscop | Christian Quist | Tom Wielhouwer | Lars Molijn | Rowin Israël | Kevin van den Bemt | Harold van den Bosch | Jurjen Vermeer | Jasper van der Welle | Maarten R. | Mohamed Bouhdif | Joeri Klem | Martijn Goedegebuur | Siemen de Geus | Jaap Reinders | Wim Liebrand | Ronald Greep | Taco van Dieren | Raymon Sala van OnderhoudPlus | a JAJO company

Aldo de Jong helpt ontwerpers en bouwers vooruit met slimme bouwdetails

Hoe zorg je ervoor dat ontwerpers en bouwers met vertrouwen aan de slag kunnen met houtbouw en biobased isolatiematerialen? Volgens Aldo de Jong begint dat bij goede, praktisch toepasbare kennis. Hij werkt al jarenlang aan betrouwbare voorbeeldtekeningen die helpen om bouwdetails zorgvuldig uit te werken.

In een interview met Het Houtblad vertelt Aldo over zijn werk, zijn drijfveren en de ontwikkeling van kennis over biobased bouwen.

Van architect naar kennisontwikkelaar

Aldo de Jong is opgeleid als architect en begon zijn loopbaan bij een architectenbureau. Later ontdekte hij dat zijn kracht vooral ligt in het ontwikkelen en delen van praktische bouwkennis die in verschillende projecten kan worden gebruikt.

Bij Stichting Bouwresearch (SBR), later SBRCURnet, werkte hij aan standaard referentiedetails voor bouwdetails. Deze kennis is daarna ondergebracht bij kennisinstituut ISSO.

Ongeveer tien jaar geleden begon Aldo zijn eigen bureau Goed Gebouw. Daarmee geeft hij lezingen en cursussen, adviseert hij bedrijven en ontwikkelt hij bouwdetails voor verschillende opdrachtgevers, waaronder Building Balance.

Kennis ontwikkelen doe je samen

Wat Aldo drijft, is het ontwikkelen van kennis waarmee ontwerpers en bouwers hun eigen projecten beter kunnen uitwerken. De voorbeeldtekeningen zijn geen kant-en-klare oplossingen die je één op één overneemt. Ze helpen je juist om te controleren of je bij een bouwdetail met alle belangrijke onderdelen rekening hebt gehouden.

Bij het maken van de bouwdetails werkt Aldo samen met onderzoekers, leveranciers en mensen uit de praktijk. Zo ontstaan zorgvuldig uitgewerkte voorbeelden die aansluiten op wat ontwerpers en bouwers nodig hebben.

De biobased bouwdetails die in opdracht van Building Balance zijn ontwikkeld, zijn gratis te raadplegen via het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouwen en ISSO.

Opvallende ontwikkelingen

Voor strobouw zijn inmiddels 28 bouwdetails voor nieuwbouw uitgewerkt. Daarmee groeit de praktische kennis die ontwerpers en bouwers kunnen gebruiken bij het uitwerken van hun eigen projecten.

Voor renovatie zijn verschillende details voor binnendakrenovatie en voor opdakrenovatie beschikbaar.

Minder onzekerheid in de markt

Volgens Aldo is goed detailleren met biobased producten in het algemeen niet moeilijker dan met andere bouwproducten. Toch bestaat er in de markt nog onzekerheid over het gebruik ervan.

Met zorgvuldig uitgewerkte bouwdetails, die samen met deskundigen en marktpartijen worden gecontroleerd, wil hij ontwerpers en bouwers praktische houvast bieden.

In het volledige interview vertelt Aldo de Jong meer over de ontwikkeling van biobased bouwdetails, nieuwe rekenmethodes en het belang van integraal ontwerpen.

Gevalideerde detailset helpt sector sneller aan de slag met biobased opdakrenovaties

Samen sneller van ontwerp naar uitvoering 

Wie een hellend dak biobased wil na-isoleren, komt vaak dezelfde technische vraagstukken tegen. Hoe sluit je een prefab opdakelement goed aan op een dakvoet, draagmuur of daknok? Welke oplossingen zijn technisch onderbouwd? En hoe voorkom je dat vergelijkbare vraagstukken telkens opnieuw moeten worden uitgewerkt, beoordeeld en besproken? 

Om dat proces te versnellen, is een gevalideerde detailset ontwikkeld voor biobased opdakrenovaties. De detailset biedt een breed gedragen basis voor ontwerp, engineering en uitvoering. Daarmee kunnen partijen voortbouwen op oplossingen die in de praktijk zijn ontwikkeld, getoetst en gevalideerd. 

Ontwikkeld door de sector 

De detailset is ontwikkeld door een brede groep partijen uit de bouw-, renovatie-, hout- en prefabketen. Samen hebben zij uitgangspunten vastgesteld, details uitgewerkt en technische keuzes aangescherpt op basis van praktijkervaring. 

Aan de ontwikkeling werkten onder andere Emergo, Prefabfabriek, Zwaluwe, Prefab Strobouw, Frank van Roij, Tifa Lemele, Weijerseikhout, Hekstra, Coen Hagedoorn Bouwgroep, Caspar de Haan, Isolcom, Hazenberg | TBI, Nijhuis Bouw, BAM Wonen, De Naobers en Hendriks Hout mee. Hun gezamenlijke kennis en ervaring vormen de basis van de detailset. 

Onafhankelijk gevalideerd 

De uitgewerkte details zijn vervolgens beoordeeld door onafhankelijke experts op het gebied van constructieve veiligheid, bouwfysica, brandveiligheid en geluid. Daarbij waren onder meer Ingenii Bouwinnovatie, IMd Raadgevende Ingenieurs, DGMR, Nieman Raadgevende Ingenieurs en LBP|SIGHT betrokken. 

Juist deze validatie maakt de detailset waardevol. Gebruikers beschikken niet alleen over detailtekeningen, maar ook over een technische onderbouwing die door deskundigen is getoetst. Daardoor hoeven vergelijkbare oplossingen niet telkens opnieuw te worden uitgewerkt of beoordeeld. 

Een stap richting standaardisatie 

In veel renovatieprojecten komen dezelfde technische vraagstukken terug. Dat leidt vaak tot extra adviestrajecten, aanvullende beoordelingen en onnodig uitzoekwerk. 

De nieuwe detailset helpt om dat te voorkomen. Door gebruik te maken van gezamenlijk ontwikkelde en gevalideerde details kunnen partijen sneller aan de slag en voortbouwen op kennis die al beschikbaar is. Dat bespaart tijd, verkleint risico’s en vergroot de voorspelbaarheid van projecten. Daarmee zet de sector een belangrijke stap richting verdere standaardisatie van biobased opdakrenovaties. Hoewel geen sprake is van een formele typegoedkeuring, biedt de detailset wel een breed gedragen basis voor oplossingen die in verschillende projecten toepasbaar zijn. Dat helpt om vergelijkbare oplossingen op een meer uniforme manier toe te passen en te beoordelen. 

Van dakvoet tot daknok 

De detailset bevat oplossingen voor de meest voorkomende aansluitingen binnen een biobased opdakrenovatie, waaronder: 

➕ Dakvoet
➕ Draagmuur
Kopgevel
Doorvoeren
Daknok 

Daarnaast zijn ook de constructieve uitgangspunten, validaties en technische onderbouwingen beschikbaar. Daarmee beschikken partijen over meer dan alleen bouwdetails; zij krijgen ook inzicht in de afwegingen en onderbouwingen achter de gekozen oplossingen. 

Beschikbaar voor de sector 

De complete detailset, inclusief bouwdetails, validatie en technische onderbouwing, is beschikbaar via het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouwen. 

Werk je aan een biobased opdakrenovatie? Maak gebruik van de beschikbare kennis en bouw voort op oplossingen die samen met de sector zijn ontwikkeld, getoetst en gevalideerd. 

Bekijk hier de detailset en ga aan de slag.

 

 

 

 

INTERVIEW: Wie durft? Zo zet Stek de stap naar biobased bouwen

Interview met Emile Linotte – Manager Vastgoed bij Stek
Bij de woningcorporatie Stek is het thema biobased bouwen niet zomaar een groen sausje over het bouwprogramma. Het gaat over fundamentele keuzes: hoe bouw je duurzaam én betaalbaar voor bewoners met lagere inkomens? Building Balance Zuid-Holland ging in gesprek met Emile Linotte, Manager Vastgoed. Want we zijn nieuwsgierig: hoe kom je van wal?

Emile Linotte vertelt eerlijk waar Stek staat: “We zijn van wal, maar moeten nog wel blijven drijven,” zegt hij. “We zitten in dezelfde zoektocht als veel andere woningcorporaties. Dit is pas het begin.” Stek heeft biobased bouwen op de agenda gezet met een eerste, tastbare project: een volledig houten appartementencomplex in Voorhout. We gaan. We zijn deze week (1 juni 2026) gestart start met de CLT-montage. De constructie én gevel zijn in hout, waarmee Stek ‘kiest’ voor een forse reductie van CO2-uitstoot. Na de bouwvak stellen wij de bouwplaats voor relaties, collega-corporaties en samenwerkingspartners.

“We zijn wal af, maar willen blijven drijven.”

“We zijn geen ontwikkelaar die iets verkoopt en daarna wegloopt,” zegt Linotte. “We blijven eigenaar voor vijftig tot honderd jaar. Dat betekent dat je vooraf extra goed nadenkt over kwaliteit, onderhoud en kosten.”

Het eerste houten appartementencomplex
Dat eerste project ging niet zonder slag of stoot. Linotte vertelt hoe intern collega’s vragen stelden over kosten en onderhoud. “De eerste reflex was: het is te duur, te ingewikkeld. Maar we hebben ervoor gekozen die beren op de weg te benoemen. En dan toch kijken hoe we het wél kunnen doen.”

“Dat je niet bij de eerste hobbels terugvalt op het bekende.”

Zo ging Stek het gesprek aan met adviseurs en aannemers. De aanvankelijke offerte was hoger dan verwacht. Toch haakte de aannemer niet af, maar zocht actief naar goedkopere oplossingen zonder het biobased uitgangspunt los te laten. “We zijn blijven zoeken. Dat vind ik het belangrijkste. Dat je niet bij de eerste hobbels terugvalt op het bekende.”

Een andere manier van werken
Hoewel dat ene houten gebouw het meest in het oog springt, is biobased bouwen bij Stek breder dan één pilot. Linotte ziet het als een cultuurverandering: nadenken over de hele levenscyclus van gebouwen, nieuwe samenwerkingen en kennisdeling. “We hebben in andere projecten al gekeken hoe we biobased materialen kunnen toepassen. Ook in kleinere dingen, zoals biobased isolatie of afbouwmaterialen,” zegt hij. Daarnaast zoekt Stek actief kennis bij collega-corporaties, bouwpartners en adviesbureaus. Er is geen vast recept of blauwdruk. “We zijn niet de enige die ermee bezig is. Dat maakt het mooi: we kunnen leren van anderen en delen wat wij ontdekken. Ik wil niet zeggen dat we koploper zijn, maar ik vind het belangrijk dat we niet achteroverleunen en wachten tot het vanzelf goedkoper of makkelijker wordt.”

“Er is geen vast recept, geen blauwdruk.”

Samen werken en leren
Linotte benadrukt dat Stek zich bewust is van haar verantwoordelijkheid als opdrachtgever en eigenaar. De keuze voor biobased materialen moet passen binnen een haalbaar exploitatiemodel – bewoners moeten het kunnen betalen, en de corporatie moet het kunnen beheren. “Dat vraagt dat je open bent over je zorgen en dilemma’s,” zegt hij. “Je moet partners vinden die niet afhaken als het lastig wordt, maar willen meedenken. En zelf moet je bereid zijn te leren terwijl je het doet.” Die houding is volgens Linotte cruciaal voor de hele sector.

“We kunnen allemaal een glossy folder maken over duurzaamheid. Maar uiteindelijk moet je het gewoon gaan proberen. De resultaten zijn niet meteen perfect – maar je moet wel beginnen.”

Leren door te doen
Stek wil niet alleen een mooi houten gebouw neerzetten, maar vooral leren voor volgende projecten. Dat eerste biobased appartementencomplex? Een echte leerschool. De uitdagingen waren fors: prijs, techniek, samenwerking. “De eerste berekeningen zaten ver boven ons budget,” vertelt Emile Linotte. “We waren bereid tot 20 procent hogere bouwkosten, maar aanvankelijk kwam het zelfs boven de 40 procent extra uit.” Een deel van die kosten kon Stek drukken door anders te werken. Het bouwteammodel hielp enorm: vanaf het begin zaten opdrachtgever, aannemer en adviseurs samen aan tafel. “We wilden voorkomen dat het op prijs zou stuklopen,” zegt Linotte. “We hebben partners gezocht die mee wilden denken binnen ons budget. Dat vraagt vertrouwen – en lef.” Ook leveranciers en adviseurs werden vroeg betrokken. “Wij weten als opdrachtgever ook niet alles. Iedereen moest over de schutting kijken naar de rest van de keten.” “Je moet bereid zijn om je eigen aannames los te laten. Niet alleen het materiaal is nieuw, ook de manier van samenwerken.” – Emile Linotte

Samenwerken met marktpartijen
Volgens Linotte zit de echte innovatie vaak niet in het materiaal, maar in hoe je samenwerkt. “Het klassieke model: iedereen dekt zijn risico’s af, iedereen bouwt marges in. Daardoor wordt het onnodig duur. Wij wilden juist vooraf het gesprek voeren.” Niet iedereen stond meteen te springen. “Er was wantrouwen,” zegt hij. “Aannemers zeiden: veel corporaties vragen het wel, maar willen het uiteindelijk niet echt. Wij wilden laten zien: als wij het vragen, gáán we het ook doen.” “De regelgeving is niet overal meegegroeid met nieuwe bouwmethoden. Daar moeten we het gesprek over blijven voeren.” – Emile Linotte

“De regelgeving is niet overal meegegroeid met nieuwe bouwmethoden.”

Regels en kaders
Biobased bouwen draait ook om regels. Zo moest Stek voor brandveiligheid en akoestiek alsnog gips toevoegen aan houten wanden. “In theorie kan alles in hout. Maar dan moet het dikker – dat maakt het duurder én minder efficiënt.” Welstand is ook een factor. “Er wordt nog vaak uitgegaan van baksteenarchitectuur,” zegt Linotte. “Ook daar moet het besef groeien dat duurzaamheid een volwaardig criterium is.” Gelukkig helpt de provincie (zuid-Holland) soms mee. Voor dit project kreeg Stek een subsidie voor houtbouw. “Dat gaf net dat extra zetje. Maar je moet het ook echt wíllen doen.”

Naar opschaling
Dit houten appartementencomplex is pas het begin. “We hebben nog geen standaardmodel dat we zomaar vijf keer kunnen herhalen,” zegt Linotte. “Maar elke keer dat je het doet, leer je bij.” Ook binnen de organisatie vraagt dit wat overtuiging. “Onze taak is om betaalbare woningen te bouwen. Dan kun je niet onbeperkt geld uitgeven. Maar je moet wél durven experimenteren.” Stek wil blijven leren én delen. “We nodigen collega’s graag uit om te komen kijken.” – Emile Linotte

“Wachten tot het goedkoper wordt heeft geen zin.”

Vooral geen borstklopperij
Linotte wil niet pretenderen dat Stek alle antwoorden heeft gevonden. Toch ziet hij het als taak om de eerste stappen zichtbaar te maken, juist omdat veel corporaties worstelen met dezelfde vragen. “We willen laten zien hoe het kan, inclusief de hobbels en kosten, dan kunnen anderen er iets aan hebben.”

Wil je als woningcorporatie ook stappen zetten met biobased toepassingen in de bouw maar weet je niet hoe? Wil je meer weten over de ervaringen met biobased bouwen? Of wil je dit project bezoeken? Neem gerust contact met Elisabeth ter Borg van met Building Balance op. We helpen je graag met de eerste (en elke volgende) paal.

VIJF TIPS VOOR STARTERS
+ Erken de beren op de weg
Wees eerlijk over kosten en zorgen. Benoem ze en ga dan op zoek naar oplossingen.

+ Zoek partners die willen leren en meedenken

Kies voor aannemers en adviseurs die niet meteen weglopen bij complexiteit.

+ Kijk verder dan de bouwfase

Als corporatie ben je eigenaar voor de lange termijn. Denk vanaf dag één aan onderhoud, kwaliteit en betaalbaarheid.

+ Werk in bouwteamverband
Voorkom dat iedereen zijn eigen risico’s en marges opstapelt. Zet alle partijen vanaf het begin samen aan tafel.

+ Haal kennis in huis
Je hoeft het niet allemaal zelf te weten. Maar je moet wél de juiste vragen kunnen stellen.

+ Durf te experimenteren
Accepteer dat het niet in één keer perfect is. Zie je eerste project als pilot.

Over Stek
Stek is een woningcorporatie in de Bollenstreek met circa 11.000 woningen in Hillegom, Lisse en Teylingen. De corporatie richt zich op betaalbare en duurzame huisvesting voor huishoudens met een smalle beurs, en investeert in renovatie, onderhoud en nieuwbouw.

Bio
Emile Linotte is Manager Vastgoed bij Stek. Hij is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en realisatie van bouwprojecten. Zijn missie: duurzame innovaties zoals biobased bouwen niet alleen omarmen als ambitie, maar daadwerkelijk vertalen naar betaalbare, toekomstbestendige woningen.

RO&AD Architecten ondertekent commitmentverklaring biobased bouwen

Duurzaam bouwen saai? Niet als het aan RO&AD Architecten ligt. Het Brabantse architectenbureau ondertekende de commitmentverklaring biobased bouwen en sluit zich daarmee aan bij Vezelrijk Brabant: de beweging die werkt aan meer toepassing van biobased materialen in de Brabantse bouw.

Voor RO&AD Architecten voelt die stap vanzelfsprekend. Al 25 jaar ontwerpt het bureau vanuit een drijfveer die misschien ooit onbewust begon, maar inmiddels glashelder is: de wereld niet alleen een beetje redden, maar ook mooier, leuker en gezelliger maken.

Die benadering past goed bij de manier waarop biobased bouwen zich in Brabant ontwikkelt. Niet als technisch vinkje aan het einde van een ontwerp, maar als manier om vanaf de eerste schets andere keuzes te maken. Keuzes die bijdragen aan minder CO₂-uitstoot, meer toepassing van hernieuwbare materialen, biodiversiteit en een sterkere regionale keten van boeren, verwerkers, bouwers, opdrachtgevers en ontwerpers.

Gebouwen als onderdeel van een ecosysteem

RO&AD Architecten kijkt naar gebouwen als meer dan alleen een verzameling materialen en functies. Een gebouw kan onderdeel zijn van een groter ecosysteem: sociaal, economisch, ecologisch en cultureel.

Of, zoals zij het zelf mooi samenvatten: binnen voor de mensen, buiten voor de beestjes.

Dat zie je terug in hun manier van ontwerpen. Denk aan gebouwen met tweedehands hout, isolatie met stro en daken die niet alleen beschutting bieden, maar ook ontworpen zijn als broedplaats voor vogels. Daarmee wordt biobased bouwen geen beperking, maar juist een kans om gebouwen rijker te maken. Met materialen die logisch voelen, plekken die prettig zijn voor mensen en oplossingen die ook iets terugdoen voor de natuur om het gebouw heen.

De rol van architecten

Met de ondertekening van de commitmentverklaring spreken architecten en ontwerpers uit dat zij actief willen bijdragen aan de doelen van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Voor architecten betekent dat onder andere: biobased materialen meenemen in ontwerpkeuzes, opdrachtgevers hierover adviseren, de milieu-impact van materiaalkeuzes inzichtelijk maken en kennis delen met vakgenoten en publiek.

Juist architecten spelen daarin een belangrijke rol. Zij zitten vroeg in het proces aan tafel en kunnen biobased keuzes al vanaf de eerste schets bespreekbaar maken. Niet alleen door materialen voor te schrijven, maar ook door opdrachtgevers te inspireren, vragen te stellen en te laten zien dat bouwen met natuurlijke materialen niet ingewikkelder of saaier hoeft te zijn, maar juist meer kwaliteit kan opleveren.

Biobased, tenzij…

Vezelrijk Brabant werkt aan een provincie waarin biobased bouwen steeds vanzelfsprekender wordt. Met het principe biobased, tenzij… bouwen steeds meer partijen mee aan een markt waarin lokale vezels van het land hun plek vinden in woningen, gebouwen en renovaties. Zo houden we de keten zo kort mogelijk en versterken we niet alleen biobased bouwen, maar ook de regionale samenwerking tussen boeren, verwerkers, ontwerpers, bouwers en opdrachtgevers.

Met RO&AD Architecten sluit opnieuw een Brabants ontwerpbureau aan dat deze beweging in de praktijk verder kan brengen. Vanuit verbeeldingskracht, vakmanschap en de overtuiging dat duurzaam bouwen niet alleen beter moet zijn voor de wereld, maar ook mooier, leuker en gezelliger mag zijn.

Biobased logistiek centrum in Lelystad

In Lelystad verrijst een logistiek centrum dat laat zien dat ook functioneel vastgoed biobased, circulair en natuurinclusief kan worden gebouwd. Het gebouw van BESTSELLER is ontworpen door Henning Larsen en wordt gebouwd door Bouwbedrijf van de Ven.

Tijdens een rondleiding kregen bouwers, beleidsmakers, verzekeraars, leveranciers en beleggers een kijkje in het gebouw, dat op dat moment voor ongeveer 80 procent gereed was.

De cijfers

In het project worden onder meer toegepast:

  • circa 16.750 gelamineerde houten kolommen en liggers;
  • 87.500 m² vloeren van kruislaaghout (CLT);
  • 42.000 m² gevel met biobased strovulling;
  • circa 40.000 strogevelpanelen;
  • 3.800 ton circulair staal;
  • betonvloeren met circa 30 procent CO₂-reductie;
  • 30.000 m² groendak;
  • circa 21.200 ton CO₂ opgeslagen in hout en stro.

Het gebruikte hout is PEFC-gecertificeerd en het gebouw heeft het duurzaamheidskeurmerk BREEAM Outstanding.

Samenwerking op grote schaal

De omvang van het project vroeg om intensieve samenwerking tussen opdrachtgever, bouwer en leveranciers. Voor de strogevels werd de productiecapaciteit van EcoCocon gedurende twee jaar ingezet.

Naast de logistieke functie biedt het gebouw ruimte aan kantoren, een restaurant met uitzicht over het IJsselmeer en een tuin op het dak. Rondom het gebouw komen wetlands en een natuurinclusief landschap.

Het project laat zien hoe hout, stro en circulair staal ook op grote schaal kunnen worden toegepast in logistiek vastgoed.

NTA 8230 helpt bij eenduidig bepalen van het biobased aandeel in bouwmaterialen

De aandacht voor biobased bouwen groeit snel. Tegelijkertijd ontstaat steeds meer behoefte aan duidelijke definities en een eenduidige manier om het biobased aandeel van materialen en producten vast te stellen.

Met de publicatie van de NTA 8230 is hiervoor nu een gezamenlijke methodiek beschikbaar. De afspraken binnen deze Nederlandse Technische Afspraak helpen om op een consistente manier te bepalen en vast te leggen in hoeverre een materiaal, product of toepassing biobased is.

De NTA 8230 bestaat uit meerdere onderdelen en richt zich onder meer op terminologie, bepalingsmethoden en het vastleggen van biobased gehalte. Daarmee biedt de publicatie handvatten voor producenten, ontwerpers, beleidsmakers en andere partijen die werken aan biobased bouwen en inkopen.

Eenduidige afspraken zijn belangrijk om beter vergelijkbare data te krijgen en transparanter te communiceren over biobased toepassingen in de bouw- en infrasector. Daarmee ondersteunt de NTA verdere opschaling en professionalisering van biobased bouwen.

In de nieuwste aflevering van de Normcast gaan vertegenwoordigers van NEN en Building Balance verder in op de achtergrond en toepassing van de NTA 8230 en de rol van standaardisatie binnen de transitie naar biobased bouwen.

De NTA 8230 is gratis beschikbaar via NEN na het aanmaken van een account.

Bekijk de hier de NTA en bekijk/luister de uitleg van  NEN en Sander Rutten  in de Normcast van NEN hieronder:

 

Nieuwe ISSO-publicatie bundelt kennis over biobased bouwen

Hoe ontwerp en realiseer je op een goede manier met biobased materialen? En waar moet je rekening mee houden bij detaillering, vocht, brandveiligheid en uitvoering?

Om die kennis toegankelijker en overzichtelijker te maken, is het ISSO-rapport 111138 Biobased bouwen in ontwerp en praktijk gepubliceerd. Het rapport is ontwikkeld in opdracht van Building Balance en brengt bestaande praktijkkennis over biobased bouwen samen in één publicatie.

De afgelopen jaren is veel kennis ontwikkeld over biobased bouwen, zowel in Nederland als internationaal. Tegelijkertijd is die kennis vaak verspreid beschikbaar. Met dit rapport is informatie over materialen, ontwerpkeuzes, bouwfysica en uitvoering gebundeld in een praktisch naslagwerk voor ontwerpers en uitvoerende partijen.

Het rapport gaat onder meer in op:

+ eigenschappen en toepassingen van biobased materialen;
+ ontwerpprincipes en detaillering;
+ vocht, geluid en brandveiligheid;
+ uitvoeringstechnische aandachtspunten;
+ circulariteit en hergebruik;
+ prefabricage en industrieel bouwen

Ook zijn de biobased bouwdetails van Building Balance opgenomen. Deze referentiedetails zijn ontwikkeld voor houtskeletbouw en andere holle houten constructies met biobased vezelisolatie en bieden praktische voorbeelden van gevel-, vloer- en dakopbouwen.

Vanuit Building Balance was Aldo de Jong betrokken bij de totstandkoming van de publicatie.

De publicatie is gratis online beschikbaar via BouwZo. Om het rapport in te zien dien je een gratis account aan te maken. Op deze manier heb je altijd de laatste up-to-date versie van het rapport.

Bekijk het rapport hier

Terugblik ketenbijeenkomst ‘rekenen en tekenen aan biobased nieuwbouw’

Hoe maak je biobased nieuwbouw haalbaar én schaalbaar?

Tijdens de ketenbijeenkomst op 9 april gingen we hier samen de diepte in. Met praktijkinzichten uit de houtbouwprojecten Valckensteyn en Rijnvliet fase 5 werd duidelijk wat er al kan en waar het in de praktijk nog schuurt.

Industriële houtbouw biedt duidelijke kansen voor een haalbare businesscase:

➕ Minder ontwerpkosten door uitgewerkte en geoptimaliseerde woningconcepten
➕ Snellere bouwtijd, waardoor kosten dalen en opbrengsten eerder starten
➕ Lichtere constructies, met minder zware fundering en kansen voor optoppen
➕ Losmaakbaarheid, met restwaarde en hergebruik in de toekomstTegelijkertijd laat de praktijk zien dat deze voordelen alleen tot hun recht komen als de randvoorwaarden kloppen.

Belangrijke lessen uit de projecten:
➕ Werk vanaf het begin integraal samen in het bouwteam
➕ Accepteer standaardisatie bij conceptmatig bouwen om kostenvoordelen te behouden
➕ Stem ontwerp, techniek en uitvoering vroegtijdig op elkaar af
➕ Houd rekening met de impact van vergunningstrajecten op planning en kosten
➕ Schaal en ervaring zijn cruciaal om biobased bouwen financieel haalbaar te maken

We hebben de belangrijkste inzichten gebundeld in een korte whitepaper. De presentaties en de whitepaper vind je hieronder.

Nieuw Plaatmaterialenoverzicht helpt bij kiezen en vergelijken

In navolging van het isolatiematerialenoverzicht zet Building Balance een volgende stap: het Plaatmaterialenoverzicht.
Mede dankzij de vele reacties en het gebruik van het isolatie-overzicht in de markt, bouwen we verder aan het overzichtelijk maken van biobased bouwmaterialen.

Met dit nieuwe overzicht brengen we biobased plaatmaterialen samen in één praktisch hulpmiddel.
Je krijgt snel inzicht in beschikbare materialen en hun eigenschappen, zodat je gerichter kunt kiezen en toepassen in ontwerp en uitvoering.

De kracht zit in de combinatie van overzicht en vergelijkbaarheid.
In de Excel-versie kun je meerdere plaatmaterialen naast elkaar zetten en direct hun eigenschappen vergelijken. Dat maakt het overzicht niet alleen informatief, maar ook direct bruikbaar in de praktijk.

Het overzicht bevat 27 biobased plaatmaterialen en eigenschappen, van afmetingen en dichtheid tot brandgedrag en ecologische potentie.
Daarmee ondersteunt het professionals in het maken van beter onderbouwde materiaalkeuzes.

Dit Plaatmaterialenoverzicht is onderdeel van een bredere lijn.
Stap voor stap werken we aan meerdere materiaaloverzichten binnen biobased bouwen, die samen uitgroeien tot een praktische toolkit voor de sector.

Bekijk en download het Plaatmaterialenoverzicht via deze link op het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouw.

10 miljoen subsidie voor biobased dakrenovatie: meld je nu aan voor de dakenstroom

Goed nieuws voor woningcorporaties en vastgoedbeleggers: er is opnieuw extra subsidie beschikbaar voor biobased dakrenovatie. Daarmee ontstaat er weer ruimte om renovatieprojecten aan te melden en samen werk te maken van opschaling.

Voor de dakenstroom is €10 miljoen aan extra MEER-subsidie beschikbaar voor renovatieprojecten van woningen uit de periode 1965 tot 1991 die worden verbeterd naar energielabel A tot A+++. Ook zonder subsidie is deelname waardevol. Je vergroot je kennis, breidt je netwerk uit en zorgt dat je organisatie klaar is voor toekomstige renovatieopgaven.

Je kunt nu direct aangeven dat je mee wilt doen. Zonder risico. We nemen daarna contact met je op. Kun je nu nog niet aansluiten, maar heb je wel interesse? Meld je dan aan voor updates.

Building Balance verbindt partijen, deelt kennis en brengt vraag en aanbod samen. Hierbij heeft Building Balance geen commercieel belang. Met de dakenstroom maken we biobased dakrenovatie toegankelijk en uitvoerbaar. Bekijk ook onze dakenpagina voor informatie.

102 sociale huurwoningen in houtbouw op bestaande fundering in Ridderkerk

Aan de Rembrandtweg in Ridderkerk is een bijzonder houtbouwproject in de sociale huur bijna voltooid. Op de plek van vier verouderde portiekwoonblokken worden 102 nieuwe driekamerappartementen gerealiseerd. Opvallend: de nieuwbouw staat op de bestaande kelderbak en fundering. Dankzij het lichte gewicht van bouwen in CLT konden hier vier nieuwe bouwlagen worden toegevoegd zonder nieuwe fundering.

Het project laat zien hoe slim hergebruik en biobased bouwen elkaar versterken. Waar normaal sloop en nieuwbouw gepaard gaan met zware constructieve ingrepen, is hier gekozen voor behoud van wat er al was — en het toevoegen van een volledig houten casco erbovenop.

Hout waar het kan, vertrouwd waar het moet
De woningen zijn volledig opgetrokken in CLT. Badkamer en toilet zijn tijdens de bouw plug-and-play ingehezen. In de appartementen blijven de houten plafonds zichtbaar. De wanden zijn afgewerkt met cradle-to-cradle gips, zodat bewoners hun woning kunnen gebruiken zoals ze gewend zijn: schilderijen ophangen, planken bevestigen, zonder concessies aan comfort. De appartementen bestaan uit driekamerwoningen van circa 62 en 68 m². Daarnaast zijn in de nieuwbouw twee gemeenschappelijke ruimten opgenomen die ontmoeting tussen bewoners stimuleren.

Mogelijk gemaakt door samenwerking en subsidies
De realisatie werd mede mogelijk gemaakt door een biobased subsidie van de Provincie Zuid-Holland, toepassing van de VAMIL-regeling en een aanvullende subsidie voor de gemeenschappelijke ruimten. Tijdens een feestelijk moment op de bouwplaats waren onder anderen aanwezig: gedeputeerde Anne Koning, wethouder Kees van der Duijn Schouten, Harro Zanting en Peter Vervoorn namens Wooncompas, bouwer Bik Bouw en het netwerk van Building Balance Zuid-Holland.

Voorbeeld voor biobased sociale woningbouw
Dit project behoort tot de grootste houtbouwprojecten in de sociale huur in Nederland. Het laat zien dat biobased bouwen niet alleen duurzaam is, maar ook slim kan aansluiten op bestaande bouw, betaalbaar blijft voor corporaties en comfortabel is voor bewoners.

Een praktijkvoorbeeld van hoe snelheid, circulariteit en sociale woningbouw samen kunnen komen in één Zuid-Hollands project.

Eerste woning in Tasmanblokken geïsoleerd met biobased houtvezel

In een van de vier monumentale woonblokken aan de Tasmanstraat en Nova Zemblastraat in Amsterdam is houtvezel isolatiemateriaal aangebracht. De ingreep markeert een belangrijke mijlpaal in het LIFE BIOMATINE-project, een Europese samenwerking om monumentale gebouwen met gebruik van biobased materialen te verduurzamen.

‘Biobased tenzij’ in renovatie

Steeds meer corporaties en bouwpartijen zetten in op ‘biobased tenzij’: biobased materialen zijn de standaard, en alleen als het écht niet kan wordt daarvan afgeweken, mét onderbouwing waarom. Vanuit Building Balance zien we dat deze aanpak snel terrein wint, zeker in renovatieprojecten. 

Wat betekent ‘biobased tenzij’?
Biobased verwijst naar bouwmaterialen die grotendeels uit hernieuwbare, natuurlijke grondstoffen bestaan, zoals hennep, vlas, houtvezel of (geperste) stro. Tenzij maakt het beleid praktisch: biobased is het uitgangspunt in ontwerp, inkoop en uitvoering. Alleen wanneer randvoorwaarden (bijvoorbeeld brandveiligheid, vocht, constructie, logistiek, beschikbaarheid, betaalbaarheid of bewonerssituatie) dat aantoonbaar onmogelijk maken, kies je een alternatief en leg je dat expliciet vast. 

Het effect is groot: biobased is de standaard, niet-biobased moet worden uitgelegd. Daarmee verschuift de norm en ontstaat leerruimte om overgebleven belemmeringen structureel weg te nemen. Bovendien werken we door deze aanpak aan schaal waardoor een industrie voor biobased materialen industrie in Nederland mogelijk maken.  

Waarom kiezen partijen hiervoor? 

+ CO₂-reductie en circulariteit: hernieuwbare grondstoffen verlagen de milieu-impact en passen in een circulaire bouwketen. 

+  Gezonder binnenklimaat: veel biobased isolatiematerialen zijn dampopen en kunnen vocht bufferen, wat comfort en robuustheid ondersteunt. 

+  Minder afval en schonere bouwplaats: licht, goed verwerkbaar en vaak minder snijverlies. 

+  Standaardisatie en snelheid: door biobased de norm te maken, wordt het eenvoudiger in ontwerpdetails, werkvoorbereiding en inkoop. 

+  Kostenefficiëntie: praktijkvoorbeelden laten zien dat de integrale kostprijs niet hoger hoeft te zijn, zeker met slimme (prefab) oplossingen. 

Waar zit de grootste kans? Na-isolatie van hellende daken
In bestaande bouw wordt ‘biobased tenzij’ in de praktijk vaak concreet bij de na-isolatie van hellende daken. Juist daar blijkt biobased bijna altijd haalbaar: de ruimte tussen/onder de gordingen is vaak geschikt, dampopen opbouwen zijn goed te detailleren en de verwerking is relatief eenvoudig. 

Veel partijen kiezen bijvoorbeeld voor indaktoepassingen met vlaswol of houtvezel. Technisch presteren deze oplossingen uitstekend (thermisch en akoestisch) en ook qua kosten is er in veel situaties geen doorslaggevende reden om het níet te doen. In de praktijk zien we daardoor bij hellende daken vaak nauwelijks een ‘tenzij’. 

Wie passen biobased tenzij al toe?
Het netwerk van marktpartijen die biobased als de standaard in renovatie omarmen groeit snel. Veel woningcorporaties, bouwers en onderhoudspartijen werken al met ‘biobased tenzij’, waaronder: Groen Wonen Vlist, Woonveste, Stadlander, Caspar de Haan, Domesta, Hagemans, Mooiland, Hazenberg | TBI, Wooncompagnie, Woonservice, Mercatus, Wierden en Borgen, WonionCompaen, Area, Oijevaar, Kranendonk Vastgoedonderhoud, Plegt-Vos, Dura Vermeer, Rondom Wonen, Fien Wonen, Thuis, Nico de Bont | TBI, WonenBreburgWoonmeijCasadeHeminkHekstraDomijn, Wold & Waard, Lochies en Woonkwartier*. 

* De bovengenoemde partijen staan daar omdat zij zelf hebben aangegeven biobased tenzij toe te passen of omdat hun ketenpartners aangeven dat zij dit doen. Sta je er op, maar klopt het niet, laat het ons weten. Zie je er iemand op staan waar jij andere ervaringen mee hebt, spreek ze er dan vooral op aan. Zo bestendigen we biobased tenzij samen nog beter.  

Draag het uit!
Veel partijen doen het dus  al (en sommige zoals Domijn al jaren op rij). Er zijn ook partijen die dit expliciet uitspreken:  

+  Wierden en Borgen past waar het kan standaard biobased isolatie toe op basis van natuurlijke grondstoffen (zoals hennep, vlas en houtvezel) om CO₂-uitstoot te verlagen en het binnenklimaat te verbeteren. Klik hier voor meer informatie. 

+  Nico de Bont | TBI is helemaal gestopt met steenwol en glaswol en isoleert alleen nog biobased; in de praktijk wordt zelfs ‘oude’ stro-isolatie teruggevonden als bewijs dat natuurlijke materialen zich historisch bewezen hebben. Klik hier voor meer informatie. 

+  Van Wijnen beschrijft prefab biobased dakisolatie als een versneller. Het kan bovendien kostenneutraal toegepast worden als je zorgt voor een goede voorbereiding en werkt met maatwerk-isolatiepanelen. Die hebben voordelen in verwerkingssnelheid, faalkosten en constante kwaliteit. Klik hier voor meer informatie.   

Pas jij al biobased tenzij toe? Laat het ons weten. Ook zijn we benieuwd waarom je daarvoor kiest. Nog beter maak er een socialmediapost van zodat heel veel partijen het kunnen lezen. Daar verbeter je je imago mee en je helpt biobased groter te maken.

Zo start je met biobased tenzij
Ben jij nog niet zover? Niks aan de hand. Je kunt nog makkelijk aansluiten. Hier een paar tips voor corporaties: 

  1. Maak het beleid expliciet: leg vast dat biobased de standaard is (per bouwdeel), inclusief een korte ‘tenzij-lijst’ met objectieve uitzonderingsgronden. Hieronder vind je voorbeeldtekst voor een raamovereenkomst, een programma van eisen en een offerte-uitvraag. 
  2. Standaardiseer details: werk één of twee bewezen dakopbouwen uit (bijvoorbeeld na-isolatie met vlaswol/houtvezel) en maak die projectoverstijgend. Building Balance heeft hiervoor details beschikbaar.  
  3. Zorg voor ketenafspraken: betrek aannemer, adviseurs, leverancier en uitvoerders vroeg; stem voorraad, leverbetrouwbaarheid en verwerkingsinstructies af. 
  4. Meet en leer: monitor prestaties en leg afwijkingen vast, zodat ‘tenzij’ steeds minder vaak nodig is. 

Biobased tenzij in raamovereenkomsten

A. Beleidsbepaling (hoofdartikel)
Opdrachtgever hanteert het principe “biobased tenzij”. Dit houdt in dat bij renovatie-, onderhouds- en verduurzamingswerkzaamheden biobased materialen de standaard vormen. Afwijking hiervan is uitsluitend toegestaan indien toepassing aantoonbaar niet mogelijk is op basis van vooraf vastgestelde objectieve criteria (“tenzij-criteria”).

B. Afbakening per bouwdeel

Biobased materialen zijn in ieder geval het uitgangspunt bij:
– Binnenzijde na-isolatie van hellende daken;
– Prefab daken (voor renovatie en nieuwbouw)
– Binnenwanden (voor renovatie en nieuwbouw)
– Gevelisolatie bij nieuwbouw
– Niet-constructieve aftimmeringen
– …

C. ‘Tenzij’-systematiek
Indien opdrachtnemer meent dat toepassing van biobased materialen niet mogelijk is, dient hij dit per bouwdeel gemotiveerd aan te tonen vóór uitvoering. De motivatie bevat minimaal: 

  1. de concrete belemmering; 
  2. de onderzochte biobased alternatieven; 
  3. de reden waarom deze alternatieven niet voldoen; 
  4. het voorgestelde niet-biobased alternatief. 

Zonder deze onderbouwing → geen afwijking toegestaan.

Biobased tenzij in het Programma van Eisen (PvE)

A. Functionele eis + materiaalkeuze
Isolatieopbouwen dienen dampopen, vochtbufferend en hernieuwbaar te zijn. Biobased isolatiematerialen op basis van natuurlijke grondstoffen (zoals houtvezel, vlas, hennep of stro) zijn hierbij het uitgangspunt waarbij de voorkeur is agrobased materialen van Nederlandse bodem.

B. Objectieve tenzij-criteria 

Afwijking van biobased is alleen toegestaan indien aantoonbaar sprake is van:
– brandveiligheid die niet kan worden geborgd binnen geldende regelgeving;
– constructieve beperkingen van het bestaande gebouw;
– blijvend verhoogde vochtbelasting die niet oplosbaar is in een dampopen opbouw;
– aantoonbare onbeschikbaarheid binnen projectplanning;
– disproportionele risico’s voor bewonersveiligheid of -gezondheid.
– disproportionele meerkosten op basis van integrale projectkosten, waaronder wordt verstaan: materiaal-, arbeids-, uitvoerings- en eventuele bijkomende bouwkundige kosten.
+  2026: max 6% hoger
 + 2027: max 4% hoger
+  2028: max 2% hoger (facultatief, mag ook weggelaten worden)
+  2029: gelijk (facultatief, mag ook weggelaten worden) 

Alles daarbuiten = geen geldige reden.

C. Standaarddetails 

Via Building Balance zijn biobased referentiedetails beschikbaar (bijv. dakopbouwen). Afwijkingen hiervan zijn alleen toegestaan na schriftelijke goedkeuring.

Biobased tenzij in offerteaanvragen / aanbestedingen

A. “biobased invulling”
Beschrijf per bouwdeel hoe invulling wordt gegeven aan het principe biobased tenzij. Indien wordt afgeweken, motiveer dit conform de genoemde tenzij-criteria.
Geen beschrijving = onvolledige inschrijving.

B. Gunningscriteria 

+  Knock-out: niet onderbouwd afwijken → ongeldig
+  Meerwaarde: extra punten voor:
   –  hogere mate van biobased toepassing;
   –  bewezen prefab-oplossingen;
   –  ketenafspraken met biobased leveranciers;
   –  monitoring en leerstrategie. 

VDL De Meeuw ondertekent commitmentverklaring voor biobased isolatiemateriaal

Met de handtekeningen van Bram van Rijt namens VDL De Meeuw en Rob Bogaarts namens Building Balance Vezelrijk Brabant is een belangrijke stap gezet in de verdere toepassing van biobased bouwmaterialen. Met deze commitmentverklaring spreekt VDL De Meeuw uit lokaal geteeld biobased isolatiemateriaal gefaseerd te willen laten instromen in het eigen productieproces.

Voor Brabant is dat een betekenisvolle stap. Niet alleen omdat opnieuw een bouwpartij zich concreet verbindt, maar vooral omdat deze ontwikkeling laat zien hoe biobased bouwen steeds verder vorm krijgt in de praktijk. Wat de afgelopen jaren in de keten is opgebouwd, krijgt daarmee ook steeds concreter zijn plek in materiaalkeuzes, productie en samenwerking.

Deze commitmentverklaring past binnen het werk dat in Brabant al langer wordt gedaan om regionale ketens voor biobased bouwen op te bouwen en te versterken. In die ontwikkeling zijn al verschillende stappen gezet, zoals het convenant Biobased bouwen en telen in de Metropoolregio Eindhoven.

Een concrete stap in de praktijk

Voor VDL De Meeuw sluit deze ondertekening aan op een koers die al langer is ingezet. Vanuit de missie ‘Duurzame huisvesting voor iedereen’ werkt het bedrijf aan een bouwproces waarin circulariteit, hergebruik en hernieuwbare materialen steeds nadrukkelijker onderdeel worden van de praktijk.

Met deze commitmentverklaring spreekt VDL De Meeuw uit lokaal geteeld biobased isolatiemateriaal gefaseerd te willen laten instromen in het eigen productieproces. Daarbij wordt ook gewerkt aan een ontwikkelspoor om te bepalen welke lokale grondstoffenmix het beste past bij de producten en ambities van het bedrijf.

Daarmee verbindt VDL De Meeuw zich niet alleen aan toepassing in de eigen praktijk, maar ook aan een bredere ontwikkeling in de Brabantse keten voor biobased bouwmaterialen. Binnen het biobased woonconcept bouwt VDL De Meeuw al met hoogwaardige, hernieuwbare materialen aan duurzame, energieneutrale en toekomstbestendige woongebouwen en wijken. De toepassing van biobased materialen is daarmee geen los thema, maar onderdeel van een bredere ontwikkeling binnen het bedrijf.

Waarom deze stap telt

Juist dit soort stappen zijn belangrijk voor de verdere ontwikkeling van biobased bouwen in Brabant. In de afgelopen jaren is al veel opgebouwd in teelt, toepassing en samenwerking. Deze commitmentverklaring laat zien dat die beweging zich verder vertaalt naar de praktijk van bouwen en produceren.

Dat maakt deze stap bijzonder, maar ook nodig. Want hoe meer schakels in de keten concreet in beweging komen, hoe sterker de basis wordt om biobased bouwen verder op te schalen.

Blik vooruit

Met deze commitmentverklaring onderstreept VDL De Meeuw dat biobased bouwen een blijvende plek heeft in de verdere ontwikkeling van haar woonconcepten en bouwproces. Op 26 maart sluit VDL De Meeuw ook aan bij de kick-off van de Innovatiecoalitie Vezels. Meer daarover volgt binnenkort.

Brummen laat zien: biobased bouwen leer je door het gewoon te dóen

Binnen de keten van Boeren voor Biobased Bouwen in de regio Stedendriehoek geldt één gemeente al langere tijd als aanjager van biobased bouwen: Brummen. Waar veel gemeenten nog zoeken naar waar te beginnen, zette Brummen als ketenpartner van Boeren voor Biobased Bouwen begin 2024 al concrete stappen. Niet door eindeloos te vergaderen, maar door simpelweg te starten. Door het te borgen in beleid, met kleine stappen te beginnen en een open houding groeit de kennis door te leren in de praktijk.

“Je moet ergens beginnen,” zeggen de projectleiders Hans Noordman en Nino Schoonman van gemeente Brummen nuchter. “En als je begint, merk je dat het met iedere stap duidelijker wordt. Biobased bouwen is vooral een leerproces.” De benodigde kennisopbouw is een van de processen die de regionale ketenregisseurs ondersteunen met behulp van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen.

Van ambitie naar actie

De basis voor Brummens voortvarendheid ligt bij wethouder Pouwel Inberg, die vanaf de start van de keten in 2023 binnen de Stedendriehoek de rol van aanjager op zich nam. Mede namens zijn inzet en overtuiging voor het effect van een keten van plant tot pand, leidde het eind 2024 tot een regionale commitmentverklaring biobased bouwen voor 11 opdrachtgevers met ambitie. Maar Brummen zelf, startte al een jaar eerder. “Wij wilden niet wachten tot de regio er klaar voor was,” zegt Inberg. “Als je het belangrijk vindt om een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving te realiseren voor je burgers, moet je zelf initiatief durven nemen.”

Deze ambitie werd vorm gegeven in twee gebiedsontwikkelingen: Elzenbos 3 (279 woningen) en het Burgersterrein(108 woningen). Het waren voor Brummen de eerste grote projecten waarin de gemeente zelf het voortouw nam. Dat was nieuw én spannend. Hans vertelt: “Op dat moment waren we ook bezig met de wijziging van een passief-grondbeleid, waarbij de markt initiatieven neemt en de gemeente deze ondersteund, naar een actief-grondbeleid waarbij het initiatief door de gemeente wordt genomen.”

Een andere uitvraag: wat betekent dat?

De keuze om biobased ambities op te nemen in de uitvraag voor Elzenbos 3 en het Burgersterrein was bewust. “We wilden onze projecten duurzaam en toekomstgericht ontwikkelen, in lijn met landelijke trends en onze bestuurlijke visie, Dus Biobased paste daar heel goed in” legt Nino uit. Toch bleek het opstellen van zo’n nieuwe uitvraag geen kwestie van even ‘biobased’ erbij zetten. “We hadden simpelweg nog nooit zo’n uitvraag opgesteld vanuit deze rol,” vertelt Hans. “Dan merk je dat je eerst moet onderzoeken hoe je biobased een goede plek geeft.”

Samen leren, stap voor stap

Binnen de ketensamenwerking wordt sterk ingezet op kennisopbouw. Dit heeft de gemeente geholpen om de basis helder te krijgen. “Aan de voorkant van het proces moet je goed nadenken over je wensen,” zegt Nino. “We zagen dat dit cruciaal was om tot een goede uitvraag te komen en helpt met de keuzes die je expliciet moet maken, zonder dat je bovenwettelijke eisen stelt.” “Hierbij werd duidelijk dat je ambities niet alleen in de uitvraag moet vastleggen, maar ook in het omgevingsplan,” vertelt Hans. “Dat was een eye-opener.”

Daarom werden zaken als beeldkwaliteitsplannen aangepast, zodat deze het gebruik van biobased materialen mogelijk maken. De koppeling tussen omgevingsplan en grondverkoop-uitvraag werd zo stevig verankerd.

Wat heeft het gebracht

Voor Brummen, dat voor het eerst als initiatiefnemer grote woningbouwprojecten startte, was de ketensamenwerking een stevige steun in de rug. “Het heeft ons enorm geholpen om structuur te brengen in het proces,” zegt Hans. “En specifiek op het onderdeel biobased bouwen voelden we ons echt versterkt.” Daarmee is biobased bouwen niet langer iets eenmaligs in Brummen. De gemeente verankert het structureel.

Van project naar beleid

Biobased bouwen heeft inmiddels een vaste plek gekregen in het Toetsingskader Duurzame Gebiedsontwikkeling van de gemeente Brummen. Building Balance speelde daar een actieve rol in. Nino vertelt: “Door het op te nemen in dit toetsingskader maken we het onderdeel van onze standaard werkwijze. Het is geen ambitie meer die afhankelijk is van één project of één beleidsmaker, het zit nu in onze aanpak ingebakken.” Dat is precies de beweging die binnen de keten Boeren voor Biobased Bouwen wordt gestimuleerd: niet incidenteel, maar structureel. Biobased, tenzij!

Boodschap

Wat Brummen andere gemeenten zou willen meegeven die twijfelen of ze biobased uitvragen wel aandurven? Hans is hier heel duidelijk over: “Begin gewoon. De markt ontwikkelt zich snel, maar blijft vraaggestuurd. Als opdrachtgevers moeten we zélf de markt creëren waarin biobased bouwen normaal is. En je hoeft het niet alleen te doen. Zoek de juiste partners, vraag hulp, leer terwijl je bezig bent. Je merkt dat iedereen in de keten bereid is om mee te denken.”

Wethouder Inberg benadrukt het bredere belang: “We bouwen niet alleen huizen voor vandaag. We bouwen voor de gezondheid van mensen die na ons komen. Dan hoort duurzaam en biobased bouwen er gewoon bij.”

De kracht van een lerende keten

Wat opvalt in Brummen is niet alleen dat ze stappen zetten, maar hóe ze dat doen: open, nieuwsgierig en met realisme. Bij iedere stap leerden ze iets nieuws, en met iedere les durfden ze verder te gaan. Onwetendheid hoeft geen reden te zijn voor passiviteit. Brummen bewijst dat je met beperkte middelen, maar met een sterke wil, toch een enorme beweging op gang kunt brengen.

Voor Boeren voor Biobased Bouwen is gemeente Brummen daarmee een schoolvoorbeeld van hoe een regionale keten sterker wordt door partijen die het lef hebben om te beginnen, even als ze nog niet alles weten. In dit geval een ambitieuze bestuurder, een lerende organisatie én een ambtelijk apparaat dat ondanks beperkte capaciteit gewoon aan de slag gaat. Want biobased bouwen leer je niet uit een boek. Je leert door het in de praktijk te doen.

Brabant stapt door: inblaasstro officieel geregistreerd als Carbon Stored

Een belangrijke stap voor biobased bouwen in Brabant: inblaasstro van Telers Coöperatie Agrarische Bouwprodukten U.A. (ook bekend als T-CAB) staat nu officieel geregistreerd in het Oncra-register voor Construction Stored Carbon. Daarmee is vastgelegd hoeveel biogene CO₂ in dit materiaal ligt opgeslagen.

Die registratie laat niet alleen zien wat dit materiaal doet in een gebouw, maar ook hoe de Brabantse keten zich verder ontwikkelt. Van teelt en toepassing naar steeds betere onderbouwing van klimaatimpact.

Waarom dit ertoe doet

Biobased bouwen draait niet alleen om andere materialen, maar ook om het zichtbaar maken van hun waarde. Deze registratie helpt daarbij. Ze maakt inzichtelijk dat inblaasstro niet alleen een biobased isolatiemateriaal is, maar ook een materiaal waarin CO₂ voor lange tijd opgeslagen blijft.

Dat is relevant voor duurzaamheid en klimaat. Gewassen nemen tijdens de groei CO₂ op uit de lucht. Wanneer die vezels vervolgens worden toegepast in een gebouw en daar langdurig behouden blijven, blijft die koolstof ook opgeslagen. Zo laat deze registratie zien dat biobased materialen niet alleen kunnen bijdragen aan minder uitstoot, maar ook aan het vastleggen van koolstof in de gebouwde omgeving.

Op de projectpagina in het Oncra-register gaat het in dit project om 3.809 m³ inblaasstro en in totaal 500 ton CO₂ in circulatie. Daarmee is deze stap relevant voor de hele keten: van teler tot verwerker, en van bouwer tot opdrachtgever.

Van gewas naar gebouw

De gedachte achter Construction Stored Carbon is in de basis eenvoudig. Gewassen nemen tijdens hun groei CO₂ op. Wanneer die vezels vervolgens worden toegepast in een bouwmateriaal en langdurig in een gebouw aanwezig blijven, blijft die koolstof daar opgeslagen.

Bij T-CAB gaat het om los ingeblazen stro als isolatiemateriaal, bedoeld voor toepassing in daken, vloeren en wanden van gebouwen. Volgens het projectdossier blijft de biogene koolstof daarin volgens de gehanteerde methode minimaal vijftig jaar opgeslagen. In de productonderbouwing wordt uitgegaan van een minimale levensduur van vijfenzeventig jaar, mits het materiaal correct wordt toegepast en beschermd blijft tegen vocht en verwering.

Een volgende stap voor de Brabantse keten
Voor Brabant is dit meer dan een registratie. Het laat zien dat de keten zich verder ontwikkelt. Er wordt al langer gewerkt aan de teelt, verwerking en toepassing van biobased materialen uit de regio. Deze stap voegt daar iets belangrijks aan toe: onderbouwing.

Daarmee is dit niet alleen een erkenning van één materiaaltoepassing, maar ook een signaal dat biobased bouwen in Brabant steeds steviger wordt onderbouwd. Dat helpt in gesprekken met opdrachtgevers, overheden en andere partijen die willen begrijpen wat biobased materialen opleveren — niet alleen in woorden, maar ook op basis van een erkende methode en vastgelegde projectdata.

Goed nieuws voor Brabant
Deze ontwikkeling laat zien dat Brabant niet stilstaat. In de regio werken telers, verwerkers en bouwpartijen samen aan sterke biobased ketens. Deze registratie maakt zichtbaar dat die samenwerking ook nieuwe resultaten oplevert.

Dat is goed nieuws voor iedereen die werkt aan meer biobased toepassingen in de bouw. Want hoe beter we de waarde van materialen uit de keten kunnen aantonen, hoe sterker hun plek wordt in de praktijk.

Wat dit mogelijk maakt
De registratie van T-CAB laat zien dat de Brabantse keten niet alleen bouwt aan productie en toepassing, maar ook aan de onderbouwing daarvan. Juist die combinatie is nodig om verder te komen.

Voor Vezelrijk Brabant is dit daarom een sterk voorbeeld van waar we samen naartoe werken: materialen uit de regio die hun weg vinden naar de bouw, en waarvan de waarde steeds beter zichtbaar wordt.

Een mooie stap voor inblaasstro, voor de keten en voor biobased bouwen in Brabant.

Gemeente Groningen verlegt de norm naar biobased bouwen

De komende jaren worden in Groningen duizenden woningen gebouwd en gerenoveerd. “Het is onze plicht dat zo duurzaam mogelijk te doen, wat betreft energie- én materiaalgebruik”, vindt wethouder Rik van Niejenhuis van de gemeente Groningen. In dit gesprek vertelt hij hoe deze duurzame koers is ingezet, wat de plannen zijn voor Groningen‑Noord en hoe de biobased aanpak zich hopelijk als nieuwe norm uitrolt over de rest van de provincie(s).

De ambities in Groningen zijn stevig: de gemeente wil in 2035 CO₂-neutraal zijn. Al in 2021 kwam de raad met een initiatiefvoorstel voor duurzaam en biobased bouwen, om ook daar de CO₂-footprint te verlagen. Dat voorstel is met brede steun aangenomen. “Het gebeurt niet vaak dat de gemeenteraad zelf het initiatief neemt om beleid te maken”, aldus Van Niejenhuis. “Op dat moment was ik zelf nog raadslid. Vanuit mijn bouwkundige achtergrond verdiepte ik me in de geschiedenis van duurzaam bouwen. Er zijn veel voorbeelden van passiefhuizen met biobased bouwmaterialen uit de jaren 70. Het verbaast me dat dit ruim 50 jaar later nog steeds niet de norm is. In Groningen willen we de norm nu verleggen, door energiezuinig en biobased bouwen een vaste plek te geven in onze plannen.”

Duurzaamheidslat hoger leggen
“In het onlangs vastgestelde Volkshuisvestingsplan staat bijvoorbeeld dat we meer industrieel gaan bouwen. Met meer hout en meer biobased materialen. Dat zorgt voor een kortere bouwtijd, minder afval en is dus duurzamer. Daarnaast werken we met het Rijk en andere overheden aan de Samenwerkingsagenda Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling. De gemeente Groningen heeft eigen grondposities. In de aanbestedingen voor deze gebiedsontwikkelingsprojecten kunnen we de duurzaamheidslat dus hoger leggen.”

Duurzame sociale wijkvernieuwing
De sociale wijkvernieuwing in een aantal noordelijke wijken van Groningen is één van de eerste projecten waarin biobased breed is meegenomen. “We pakken daar niet alleen de sociale structuur aan, maar verbeteren ook de openbare ruimte en de woningen. Uiteraard doen we dat zo duurzaam mogelijk, waar mogelijk met biobased materialen. Na die verduurzamingsslag, sluiten we de woningen bij voorkeur ook aan op stadsverwarming.”

Woningeigenaren helpen bij verduurzaming
Alle corporatiewoningen in deze wijken gaan sowieso grondig op de schop. “Dat maakt het verschil met de koopwoningen alleen maar groter”, legt Van Niejenhuis uit. “In deze wijken staan veel voormalige sociale huurwoningen, die inmiddels zijn verkocht. Vaak hebben de woningeigenaren te weinig geld om hun huis voor tienduizenden euro’s te verduurzamen, terwijl dat wel nodig is voor aansluiting op het warmtenet. Er zijn veel appartementencomplexen of rijwoningen die gedeeltelijk eigendom zijn van een woningcorporatie en deels privébezit. Daar zijn eventuele verschillen nog duidelijker zichtbaar. Bovendien is het beter en makkelijker om een blok in zijn geheel te renoveren.”

De gemeente helpt de eigenaren van zo’n 1.000 koopwoningen in de noordelijke wijken daarom om hun woningverduurzaming te bekostigen. Daarvoor is een bijdrage gevraagd uit het Volkshuisvestingsfonds van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Dat valt samen met een unieke kans vanuit Nij Begun: het maatregelenpakket waarmee het Rijk de schade door de jarenlange gaswinning compenseert. De komende 30 jaar wordt er extra in de regio geïnvesteerd. In dit pakket zit ook een Isolatieaanpak die betrekking heeft op het verduurzamen van huizen.

Gemeente ontzorgt
De gemeente Groningen doet zelf ook een duit in het zakje: “Op gemeentegrond bouwen we één van de grootste zonneparken van Nederland. Met een deel van de opbrengst daarvan helpen we mensen met weinig geld hun huizen te via het Fonds eerlijke Energietransitie. Als we dat combineren met de subsidies van het Volkshuisvestingsfonds en Nij Begun, dan kunnen de mensen in de noordelijke wijken hun huis met een lage eigen bijdrage verduurzamen.”

Dat klinkt allemaal heel goed, maar uiteindelijk moet de eigenaar-bewoners ook meegaan in de plannen. “Dat is niet altijd makkelijk, maar het is zeker te doen”, aldus Van Niejenhuis. “Het vraagt veel persoonlijk contact, zeker in wijken waar het vertrouwen in de overheid al niet zo groot is. Je moet het gesprek echt aangaan, deur voor deur. Als dat lukt, merken mensen dat de overheid wél wat voor ze kan betekenen, dat is mooi om te zien!”

Steeds beter en efficiënter
De eerste kleine honderd woningen zijn inmiddels in uitvoering. Afgelopen jaar is in de uitvraag voor de volgende 1000 woningen specifiek gevraagd naar de visie op en ervaring met biobased isoleren. Op basis hiervan zijn twee opdrachtgevers geselecteerd: Nijhuis Bouw B.V. en Van Wijnen Groningen.

De biobased isolatie komt naar verwachting vooral in het dak en wellicht op kleinere schaal ook op andere plekken zoals de gevel. “Hoe dat voor de welstand uitpakt, gaan we nog ervaren”, gaat Van Niejenhuis verder. “Er zit een groot zelflerend vermogen in dit project. Veel woningen zijn op eenzelfde footprint gebouwd. Het renovatieplan is dan vergelijkbaar. Door per week en per blok te evalueren, verloopt het werk steeds beter en efficiënter. Zo’n bloksgewijze aanpak is ook gunstig voor garanties en de welstand.”

Als niemand begint, gebeurt er niets
Voorlopen op de landelijke norm is volgens Van Niejenhuis niet altijd makkelijk. “Het wordt vaak gezien als ingewikkeld of duur om af te wijken van de standaard. Maar als niemand begint, gebeurt er ook niets. Bovendien worden de kosten van níet verduurzamen alleen maar hoger door klimaatverandering en verlies van biodiversiteit.”

Geen excuus om het niet te doen
Er zijn nu al leermomenten geweest. “Bijvoorbeeld dat het best lastig is om een biobased uitvraag goed op papier te krijgen. Building Balance heeft daarin met ons meegedacht. We leerden ook dat de markt soms nog terughoudend is zelfs als fabrikanten garanties geven dat biobased materialen langdurig goed zijn. Juist dan maakt de politieke rugdekking van de gemeenteraad het verschil. We gaan dit sowieso doen en ervan leren. Dan is er straks helemaal geen excuus meer om het niet te doen.”

Nieuwe norm is passief, biobased en industrieel
Ook andere gemeenten kunnen van deze ervaringen profiteren, volgens Van Niejenhuis. “De vorm verschilt per locatie, maar het idee is hetzelfde: als je toch geld besteed aan verduurzaming, kan dat ook biobased. Met alle extra voordelen van dien. Biobased bouwen verlaagt niet alleen de CO₂-uitstoot, maar zorgt ook voor een gezonder binnenklimaat en is een investering in de lokale economie.”

Dat wordt nu al in de hele regio opgepikt. “Nij Begun heeft betrekking op de hele provincie Groningen en de kop van Drenthe. In deze regio moeten 320.000 woningen worden verduurzaamd. Dat is gigantisch. We bouwen nu dus een schat aan ervaring op waar we decennialang profijt van hebben. De technische kennis uit dit project delen we met de woningcorporaties, buurgemeenten, de Vereniging Circulair Groningen en de partijen in de Bouwvezeldeal, maar ook met onderwijsinstellingen zoals de Hanzehogeschool. En met onze ervaring leggen we de duurzaamheidslat binnen de gemeente Groningen steeds hoger, bij renovatie én nieuwbouw. Passief, biobased en industrieel bouwen wordt hier de nieuwe norm.”

Wil je meer weten over biobased bouwen in Groningen? Neem contact op met onze ketenregisseur  in Drenthe & Groningen, Rolf Koops.

 

Regeling Stimulering Vezelteelt open voor verwerkers

Vanaf heden kunnen verwerkers van biobased grondstoffen zich inschrijven voor een nieuwe aanbesteding binnen de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Met deze aanbesteding worden koolstofcertificaten ingekocht om de verwerkingscapaciteit van biobased grondstoffen in Nederland te vergroten.

Het Nationaal Groenfonds voert deze regeling uit in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De aanbesteding is bedoeld om de keten van land tot pand verder te versterken. Meer verwerkingscapaciteit betekent dat biobased grondstoffen vaker kunnen worden toegepast in bouwmaterialen voor nieuwbouw, renovatie en infrastructuur.

Budget voor verwerkers
Voor deze aanbesteding is €4.650.000 beschikbaar. Verwerkers kunnen een aanvraag indienen voor de verkoop van koolstofcertificaten uit biobased grondstoffen. De minimale inschrijving is €500.000, het maximale inschrijving: €2.300.000.

De regeling richt zich op verwerkers van onder andere hennep, vlas, stro, miscanthus en mammoetgras, wilgen, bamboe, Paulownia, hout en tuinbouwreststromen.

Belangrijke data
➕ opening inschrijving: 4 maart
➕ webinar over de regeling: 1 april om 10.00 uur
➕ vragen stellen: tot en met 7 april
➕ sluiting inschrijving: 29 april om 12.00 uur

Tijdens het webinar van het Nationaal Groenfonds wordt de regeling toegelicht en is er ruimte voor vragen van geïnteresseerde verwerkers. Aanmelden kan hier. 

Meer informatie

Meer informatie en de volledige aanbestedingsdocumenten zijn te vinden op TenderNed.

Versnellingshoeve ’t Kiemt verduurzaamt pand met stro van de buurman

Hoe dichtbij circulair en biobased bouwen kan zijn, laat de Versnellingshoeve ’t Kiemt in Frederiksoord zien. Een voormalige monumentale boerderij uit 1930 is recent geïsoleerd met stro van een buurman uit de omgeving. Een lokaal restproduct krijgt daarmee een tweede leven als isolatiemateriaal.

Lokaal stro als biobased isolatie
De renovatie past bij de ambitie van de Versnellingshoeve om circulariteit in de (woning)bouw niet alleen te stimuleren, maar ook zelf toe te passen. Het pand wordt zo volledig mogelijk circulair gerenoveerd, met hergebruik van materialen en aandacht voor biobased oplossingen. De toepassing van stro als isolatiemateriaal is daar een concreet voorbeeld van.

Praktijkvoorbeeld en leeromgeving
De Versnellingshoeve ’t Kiemt is een stichting in de gemeente Westerveld die zich inzet voor het bevorderen van de circulaire economie. Vanuit de Versnellingshoeve wordt de verbinding gelegd tussen ondernemers en opdrachtgevers, zoals particulieren, woningcorporaties en bedrijven. Zij worden gekoppeld aan uitvoerende partijen die werken met biobased isolatiematerialen.

Met deze renovatie wil de organisatie ook een praktijkvoorbeeld en leeromgeving bieden voor verdere opschaling van circulair en biobased renoveren van oudere panden.

Kennisdeling en opleiding
Bij het renovatieproject zijn onderwijsinstellingen betrokken, waaronder het Alfa-college en Bouwmensen Ruinerwold. Ook Regiocampus, Windesheim en RSG Tromp Meesters Steenwijk doen mee. Studenten en jonge vakmensen leren hier in de praktijk hoe circulaire renovatie werkt, juist ook in bestaande en oudere panden.

Voorbeeld voor bestaande woningen in Drenthe
De provincie Drenthe ziet de renovatie als een concreet voorbeeld van toekomstbestendig bouwen. Circulair bouwen speelt een belangrijke rol in de Drentse Woonagenda, zeker bij bestaande woningen die toe zijn aan verduurzaming. Ook wordt het project genoemd als voorbeeld van versnelling en opschaling van biobased bouwen vanuit de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) die de provincie ondersteunt.

De renovatie wordt naar verwachting eind 2026 afgerond. Na afronding deelt de Versnellingshoeve de opgedane kennis met partners en breder in de provincie, onder andere via het Drenthe Woont Overleg. Tegelijkertijd ondersteunt de Versnellingshoeve al pandeigenaren bij verduurzaming met natuurlijke en hergebruikte materialen, samen met andere actieve partijen zoals Monumentenwacht en Building Balance. Daarbij werken zij aan verdere uitbouw van de lokale keten: van land tot gezond pand.

Samenwerking in de praktijk
De Versnellingshoeve heeft een video gemaakt waarin je ziet hoe lokaal stro wordt toegepast als isolatiemateriaal en hoe de samenwerking in de praktijk vorm krijgt.

Aflevering 3 van de Fryske Vezelhennepdeal: nieuwe daken in Easterlittens

In aflevering 3 gaan we naar Easterlittens, waar zestien woningen van Thuiscorporatie Elkien een stevige upgrade kregen. Bij dertien daken gebeurde iets bijzonders: isolatie met prefab dakelementen van buitenaf, gevuld met Friese vezelhennep.

Samen met Hekstra en bouwbedrijf Lont laat dit project zien hoe ketenontwikkeling in de praktijk werkt: van boer tot bewoner. Jorn Stroetenga, Haije Wierda en Arjen Brouwer vertellen je meer over het hoe en waarom, ook deelt een bewoner haar ervaring met biobased isoleren.

 

 

Praktische kennis voor prefab biobased daken: de nieuwe BioBladen

De stap naar biobased bouwen wordt steeds vaker gemaakt. Vooral bij prefab dakelementen liggen er grote kansen voor opschaling. Om ontwerpers, bouwers en dakdekkers hierbij te ondersteunen, publiceert Building Balance de tweede reeks BioBladen. Deze praktische overzichten bieden alle technische en commerciële informatie die nodig is om direct aan de slag te gaan met prefab biobased hellende daken.

Laaghangend fruit voor de bouw
Prefab dakelementen vormen het laaghangende fruit in de transitie naar biobased bouwen. In deze elementen is vrijwel elk biobased isolatiemateriaal eenvoudig te verwerken, van inblaasstro tot matten van vlas of hennep. De technische barrières zijn laag, maar de juiste kennis moet wel voorhanden zijn.

Wat staat er in de BioBladen?
Na de eerdere reeks over gevels, zoomen we nu in op het hellende dak. Per isolatiemateriaal hebben we alle essentiële informatie gebundeld in een overzichtelijk document van twee pagina’s.

In de BioBladen vind je:
➕ Welke biobased materialen geschikt zijn voor deze toepassing
➕ Een overzicht van leveranciers die deze producten in Nederland leveren
➕ Concrete aandachtspunten voor zowel het ontwerp als de verwerking

Van ambitie naar realisatie
Met deze documenten slaan we de brug tussen theorie en praktijk. Het doel is om onzekerheid weg te nemen en te laten zien dat biobased bouwen vandaag al mogelijk is op grote schaal. Of je nu werkt bij een woningcorporatie, aannemer of architectenbureau: deze bladen vormen het startpunt voor je project.

Download de BioBladen
Je kunt de volledige reeks of de specifieke bladen per materiaalsoort hier direct downloaden.

Lancering Projectenboek

Vandaag lanceren we de eerste editie van Projecteboek van Fryslân bouwt Circulair.  Een overzicht van de eerste 20 concrete circulaire bouw- en renovatieprojecten. Toegelicht met gemaakte keuzes en geleerde lessen, om circulair  bouwen stap voor stap toe te passen. Ambassadeurs van de Opdrachtgeversaanpak Fryslân bouwt Circulair en gedeputeerde Friso Douwstra namen de eerste exemplaren in ontvangst.

Binnen de Opdrachtgeversaanpak werken gemeenten samen om te innoveren en van elkaar te leren. Zo vertalen ze circulaire ambities naar concrete bouw- en renovatieprojecten en ontwikkelen ze de vaardigheden die nodig zijn om circulair bouwen in Fryslân mogelijk te maken.

In het projectenboek zijn deze praktijkervaringen gebundeld: keuzes, dilemma’s en lessen van opdrachtgevers die circulair bouwen daadwerkelijk vormgeven. Samen met partners uit de regio hebben we een waardevol overzicht gemaakt.

Het projectenboek is hier te bekijken.

VKP over vlas in prefab HSB-gevelelementen

VKP werkt al ruim twintig jaar als timmerfabriek en partner van aannemers. Het bedrijf maakt prefab gevels en daken, monteert HSB-elementen op de bouwplaats en voert ook traditioneel timmerwerk uit op de bouwplaats. Kees Dorst werkt bij VKP aan de planvorming en ziet biobased isolatie steeds vaker terugkomen. “Wij werken ook met andere isolatiesoorten bij, bij veel nieuwe projecten komt de vraag naar biobased of agrobased nu wel langs. Wij zijn er klaar voor om op te schalen” vertelt hij.

Waarom vlas interessant is voor HSB
VKP past verschillende biobased isolatiematerialen toe, zoals vlas, hennep en cellulose. Voor HSB-gevels heeft vlas een voordeel. “De lambda-waarde van vlas is gunstig”, legt Kees uit. “Vlas is verkrijgbaar in de lambda-waarde van 0,035. Daardoor kun je het in veel gevallen binnen een vergelijkbare dikte, afhankelijk van de gewenste Rc en de totale opbouw uitwisselen met een traditionele HSB-opbouw.”

“Lukt het niet om binnen de standaard dikte uit te komen op de gewenste prestatie? Dan kun je in sommige projecten werken met een gelijkwaardige oplossing. Je compenseert dan het iets hogere warmteverlies van gevel of dak met een ander onderdeel van de woning, zoals beter isolerende ramen (en eventueel luchtdichtheid). Zo blijft de totale energieprestatie op orde, zonder dat je automatisch dikker hoeft te bouwen,” vertelt Kees.

Dat is belangrijk in de praktijk. Als de isolatiewaarde lager is, moet het HSB-element worden aangepast. “dit speelt wanneer je binnen de standaard dikte de gevraagde prestatie niet haalt met het gekozen biobased materiaal. Dan kan een dikkere opbouw inderdaad gevolgen hebben voor houtmaten en kosten.”

Daarnaast kijkt VKP vooruit. “Vlas is een agromateriaal dat je in de toekomst mogelijk meer regionaal kunt telen en verwerken. Dat biedt kansen voor kortere ketens. Dat is nu nog toekomstmuziek, maar wel iets om rekening mee te houden.”

Lees hier het hele interview via Building Balance.

Opdrachtgevers in regio Stedendriehoek versnellen biobased (ver)bouwen met vier nieuwe partners

De deal Biobased (ver)bouwen 30-30-30 in regio Stedendriehoek krijgt een extra impuls! Naast de 11 regionale opdrachtgevers die in december 2024 hun handtekening hebben gezet onder de deal Biobased (ver) Bouwen 30-30-30, hebben op 22 januari vier nieuwe organisaties hun handtekening gezet. Gemeente Lochem en de woningcorporaties Viverion, De Goede Woning en de Woonmensen hebben het afgelopen jaar als aspirant-partners al meegelopen in het traject en kiezen ervoor om samen de ambitie waar te maken. Boeren voor Biobased Bouwen gaat in samenwerking met Building Balance het ondersteuningsprogramma voortzetten voor deze vijftien opdrachtgevers in de regio Stedendriehoek om de volgende stap naar opschaling van biobased bouwen te realiseren.

De gezamenlijke ambitie blijft onverminderd krachtig: 30% van de verduurzamings- en nieuwbouwopgave in 2030 realiseren met 30% biobased materialen. De gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Heerde en Voorst, de woningcorporaties Woonbedrijf Ieder1, Woonstichting Rentree, Woonstichting Triada, Woningcorporatie Veluwonen, Woonstichting IJsseldal Wonen en Waterschap Vallei en Veluwe krijgen nu extra versterking van vier regionale partners. Deze uitbreiding onderstreept het groeiende draagvlak voor een volhoudbare leefomgeving.

Sinds 2023 werkt het project Boeren voor Biobased Bouwen aan een ketensamenwerking van plant tot pand. Het doel: de overgang naar een biobased leefomgeving versnellen. Samen met agrariërs, verwerkers, bouwbedrijven, architecten, producenten en overheden worden duurzame bouwmaterialen ontwikkeld op basis van vezelgewassen uit de regio. Landelijk voert Building Balance de Nationale Aanpak Biobased Bouwen uit om biobased bouwen tot dé norm te maken. Door de koppeling tussen Boeren voor Biobased Bouwen en Building Balance profiteren regionale partners van kennis, expertise en praktische ondersteuning.

De regio Stedendriehoek staat voor een enorme opgave: tot 2030 worden 24.000 woningen gebouwd, oplopend tot 40.000 extra woningen in 2040. Tegelijkertijd is de verduurzamingsopgave groot. Biobased materialen bieden een oplossing: CO₂-opslag bij het telen van vezelgewassen, lager energieverbruik bij productie en CO₂-opslag in gebouwen.

Met deze deal zetten opdrachtgevers een belangrijke stap in het versnellen van biobased bouwen, passend bij het regionale programma Slimme Groene Verstedelijking en in verbinding met andere duurzame initiatieven. Provincies Gelderland en -Overijssel ondersteunen deze transitie financieel via Building Balance. De komende jaren worden biobased projecten steeds zichtbaarder en bieden deze goede voorbeelden inspiratie voor anderen. Zo bouwen we samen aan een toekomstbestendige regio, van plant tot pand.

Klik op onderstaande afbeelding voor de video van onze dealpartners!

Goed bouwen voorkomt plaagdieren, niet het materiaal

Bij biobased bouwen maken mensen zich soms zorgen over plaagdieren. Ze vragen zich af of natuurlijke materialen, zoals hout, vlas, stro of wol, meer ongedierte aantrekken. Building Balance vroeg TNO om dit uit te zoeken. De conclusie is duidelijk: niet het materiaal, maar de kwaliteit van het ontwerp, de bouw en het onderhoud bepalen het risico op plaagdieren.

Wat is er onderzocht?

TNO heeft geïnventariseerd welke plaagdieren in en rond woningen voorkomen. Ze onderzochten zowel gewone woningen als woningen met biobased bouwmaterialen en biobased isolatie.
Het onderzoek is gedaan op basis van bestaande kennis en gesprekken met experts, zoals het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen en Milieu Centraal.

Soorten plaagdieren
In huizen en tuinen kunnen veel soorten plaagdieren voorkomen. TNO verdeelt ze in vier groepen:

  1. Dieren die voedsel, warmte of een schuilplaats zoeken, zoals muizen, ratten, marters en vleermuizen.
  2. Dieren die dierlijk materiaal eten, zoals tapijtkevers en klerenmotten.
  3. Soorten die bouwmaterialen aantasten, zoals papiervisjes, zilvervisjes en sommige kevers.
  4. Soorten die hout aantasten, zoals houtwormkevers, boktorren en soms termieten.

De kern van de uitkomsten

TNO ziet geen bewijs dat biobased materialen meer plaagdieren aantrekken dan andere materialen. Plaagdieren komen vooral binnen via kleine openingen, zoals kieren, scheuren, of slecht sluitende ramen. Ze worden extra aangetrokken door vocht, voedselresten en nestplekken. Het materiaal – biobased of niet – speelt daarbij geen rol.

Dieren eten biobased materialen ook niet. De vezels in deze materialen zijn voor de meeste dieren niet verteerbaar. Wel kunnen sommige dieren biobased isolatie gebruiken als nestmateriaal, maar dat doen ze net zo goed met glaswol, steenwol of piepschuim.

Wat betekent dit voor bouwen met biobased materialen?

Biobased materialen kunnen veilig en verantwoord worden gebruikt binnen de strandaard bouwmethoden. Ze vragen geen extra maatregelen tegen ongedierte. Uiteraard is goed bouwen wél belangrijk. Materialen moeten goed aansluiten, zonder naden en kieren. En er moet aandacht zijn voor vochtbeheersing, ventilatie en goed onderhoud. Net zoals bij bouwen met traditionele materialen. Biobased bouwen vraagt dus geen extra maatregelen, maar gewoon goed vakmanschap.

Biobased bouwen zonder extra risico’s

Onzekerheid over biobased bouwen, bijvoorbeeld uit angst voor meer ongedierte, staat opschaling van biobased bouwen soms in de weg. Het onderzoek van TNO laat zien dat deze zorgen niet nodig zijn. Biobased bouwen kan zonder extra risico’s op plaagdieren.
Het ondersteunt de overstap naar circulaire en klimaatvriendelijke materialen. Zonder nieuwe risico’s, maar juist op basis van bewezen bouwkundige kennis. En met kwaliteit, comfort en gezondheid als uitgangspunt.

Het volledige TNO‑rapport over plaagsoorten kun je hier lezen. Daarin vind je alle achtergrondinformatie over plaagdieren voor professionals die willen werken met biobased materialen.

Heb je verder nog vragen? Neem dan contact op met onze Projectmanager onderzoek en certificering Sander Rutten.

Biobased isoleren zonder dikkere constructie met gelijkwaardige oplossing

Biobased isolatiematerialen zoals stro, vlas, hennep en miscanthus zijn goede vervangers voor traditionele isolatie. Ze stoten minder CO₂ uit bij de productie en slaan zelfs CO₂ op in het gebouw. Maar in de bouwpraktijk zijn er ook uitdagingen. Zo isoleren biobased materialen net iets minder goed. Daardoor moet er dikker en dus duurder gebouwd worden. André Kruithof, Senior specialist Energie & Duurzaamheid bij Nieman Raadgevende Ingenieurs legt uit hoe een ‘gelijkwaardige oplossing’ dit probleem oplost.

De uitdaging: dikker isoleren betekent duurder bouwen

Kruithof begint bij de basis: “Biobased materialen isoleren net iets minder goed dan traditionele isolatiematerialen. Het verschil is klein, maar heeft wel invloed op het bouwproces. Om aan de energieprestatie-eisen te voldoen is namelijk een dikker isolatiepakket nodig. Dat vraagt een dikkere constructie dan de standaardmaat voor bijvoorbeeld houtskeletbouw. En meer materiaal.” Dat maakt de bouw ingewikkelder en duurder. En juist dat zijn veelgehoorde argumenten om niet biobased te bouwen.

De oplossing: slim rekenen met gelijkwaardigheid

Zo ontstond de vraag in de markt: is het mogelijk om met biobased isolatie binnen dezelfde dikte te bouwen? Het antwoord op die vraag is volgens Kruithof verrassend eenvoudig: “Met het principe van gelijkwaardigheid kun je prestaties tussen bouwelementen uitruilen. Als je de dikte van de isolatie gelijk houdt, wordt de thermische kwaliteit van de constructiedelen met biobased materiaal iets lager. Dat zijn vooral de gevel en het dak. Dat mag je compenseren met een ander constructiedeel, bijvoorbeeld beter isolerende ramen. Je bekijkt het warmteverlies dus niet op het niveau van de constructie, maar over de hele woning.”

Hoe werkt dat in de praktijk?

Gelijkwaardigheid wordt berekend met een BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw) -berekening. Zo’n berekening is verplicht voor elk nieuw gebouw. “Om gelijkwaardigheid aan te tonen, maak je twee varianten van deze berekening”, legt Kruithof uit. “Eerst bereken je het warmteverlies als de woning precies voldoet aan de bouwregelgeving. Vervolgens bereken je het warmteverlies voor dezelfde woning, maar dan met biobased isolatie in de standaard constructiedikte en beter isolerende ramen. Voor gelijkwaardigheid moet het warmteverlies in de tweede situatie lager zijn dan het verplichte niveau uit de eerste berekening.”

Een rekenvoorbeeld

Kruithof heeft de gelijkwaardigheid uitgewerkt voor een fictief project: de RVO-BENG referentiewoning. “De minimale eisen aan de warmteweerstand (Rc -waarden) zijn 4,7 voor de gevel en 6,3 m2K/W voor het dak. De thermische kwaliteit (U-waarde) van de ramen en deuren moet gemiddeld 1,65 W/m2K zijn. Met biobased isolatiemateriaal wordt de RC-waarde van het dak en de gevel wat lager. Dat gaat bijvoorbeeld van 4,7 naar 4,5 en van 6,3 naar 5,5 m2K/W. Om dat te compenseren, verbeteren we de U-waarde van de ramen van 1,65 naar 1,4 W/m2K. De iets lagere thermische kwaliteit in de dichte constructies, wordt dan volledig opgevangen door betere ramen.”

Kleine verbetering van ramen heeft groot effect

Het is opvallend dat een kleine verbetering in de U-waarde van ramen een groot effect heeft op het totale warmteverlies van de woning. Juist daarom is dit volgens Kruithof een goede en betaalbare manier om gelijkwaardigheid te bereiken. “Het is meestal niet nodig om bijvoorbeeld van dubbel naar triple glas te gaan. Een iets hogere kwaliteit kozijnen, glas of afstandhouders verbetert de thermische kwaliteit van de ramen vaak al voldoende. Door slimme keuzes valt de meerprijs voor deze kleine verbeteringen vaak weg in de marge die toch al genomen wordt om aan de bouwregelgeving te voldoen. Het hoeft dus het niet veel extra te kosten.”

Luchtdichtheid als joker

Beter isolerende ramen compenseren bijna altijd voldoende. In het rekenvoorbeeld is echter ook luchtdichtheid meegenomen. “Daarmee hebben houtskeletbouwers een extra joker achter de hand om het warmteverlies te beperken”, aldus Kruithof. “Het is lastiger om gelijkwaardigheid met luchtdichtheid aan te tonen, omdat het in de bouwregelgeving minder direct gekoppeld is. Maar aan de andere kant zijn prefab bouwelementen vaak al heel luchtdicht. Als je goed aansluitend bouwt, zit je al snel op een hoog niveau.”

Betrouwbaar stappenplan naar gelijkwaardigheid

Deze methode om de gelijkwaardigheid aan te tonen is volgens Kruithof heel betrouwbaar. “Het is een vaak geaccepteerde en bekende methode. En er wordt gebruikgemaakt van de NTA 8800 rekenmethodiek. Die wordt sowieso al veel wordt toegepast en aangestuurd vanuit de bouwregelgeving. Dat maakt deze aanpak betrouwbaar en praktisch.

Kruithof beschrijft een duidelijk stappenplan om als bouwer aan te tonen dat er sprake is van gelijkwaardigheid:

  1. Maak twee scenario’s in de NTA 8800-software, van:
    – een referentiewoning die precies aan de minimumeisen voldoet
    – een voorgestelde woning met biobased isolatie en verbeterde ramen
  2. Vergelijk het totale warmteverlies. De voorgestelde woning moet gelijk of beter scoren.
  3. Lever het verslag aan bij het bevoegd gezag. Het voorbeeldproject in de bijlage is een voorbeeld van het verslag dat je moet aanleveren.

Waar moeten bouwers op letten?

Kruithof benadrukt dat nauwkeurigheid in de berekeningen en de uitvoering belangrijk is. “Met een goed ingevuld stappenplan toon je aan dat de woning voldoet aan de eisen. In de aanvraag moet je dan wel benoemen dat je gebruikmaakt van het principe van gelijkwaardigheid. En vervolgens moet je natuurlijk ook bouwen wat je berekend hebt. Door slim te kijken naar het totale warmteverlies van een woning, kun je dan bouwen met natuurlijke materialen, zonder de extra kosten en inspanningen voor een dikkere constructie. Een kleine verschuiving in ontwerpkeuzes kan zo een groot verschil maken voor de verduurzaming van de bouwsector.”

 

Zelf aan de slag met een gelijkwaardige oplossing?

Hier vind je alle benodigde informatie:

Heb je verder nog vragen? Neem dan contact op met onze Projectmanager onderzoek en certificering Sander Rutten.

De Fryske Vezelhennepdeal Aflevering 2 – Vezelhennepdaken Kollumerzwaag

In aflevering 2 van de Fryske Vezelhennepdeal duiken we in het project van Woningcorporatie Thús Wonen, H&W Totaaldak, Reitsma Bouw en loonwerker Marcel. Zij vertellen je álles over de vezelhennepdaken in Kollumerzwaag.

Terugblik op Biobased Bites 12: Kompas Biobased Bouwkeuzes

Tijdens het twaalfde Biobased Bites lunchwebinar namen we deelnemers mee in het Kompas Biobased Bouwkeuzes. In korte tijd kregen zij inzicht in hoe biobased bouwen niet alleen duurzaam, maar ook betaalbaar en schaalbaar kan worden. Het webinar vond plaats op donderdag 27 november en werd goed bezocht door professionals uit de hele bouwketen.

Webinar gemist? Geen probleem. Je kunt het hier terugkijken.

Liever direct naar de presentatie? Bekijk het hier.

Het Kompas Biobased Bouwkeuzes is een interactieve online tool, ontwikkeld door Building Balance en Alba Concepts als onderdeel van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Het kompas helpt om vanaf de start van een project de juiste keuzes te maken. Keuzes die zorgen voor grip op kosten, een haalbaar proces en een uitvoerbaar ontwerp.

Tijdens het webinar werd duidelijk dat biobased bouwen vooral kansrijk wordt wanneer vroeg wordt gestuurd op proces, ontwerp en kostenbeheersing. Onderwerpen als draagrichting, overspanning, technische knopen en een lage warmtevraag spelen daarbij een grote rol. Ook kwam aan bod hoe industrialisatie en prefab bouwen bijdragen aan opschaling en kostenverlaging. Praktijkinzichten werden gedeeld door experts van Alba Concepts, Building Balance, Linkwood en BPD.

Lees hier de belangrijkste take-aways

Het Kompas Biobased Bouwkeuzes biedt een concreet handelingsperspectief voor ontwikkelaars, corporaties, beleggers, gemeenten, bouwers en ontwerpers die werk willen maken van biobased bouwen.

Samen bouwen aan toekomstbestendige gebiedsontwikkeling

De maatschappelijke en ruimtelijke opgaven in Nederland worden steeds complexer en grijpen steeds sterker op elkaar in. Terwijl de uitvoeringscapaciteit afneemt en randvoorwaarden lastiger worden, groeit de urgentie om anders te werken. Vanaf 2030 moeten gebiedsontwikkelingen toekomstbestendig zijn, niet alleen vanwege regelgeving, maar vooral om vertragingen, risico’s en waardeverlies te voorkomen en om leefbare, duurzame gebieden te creëren.

Met dat besef kwamen gemeenten, marktpartijen, experts en partners van Cirkelstad Deventer-Apeldoorn op 18 november samen in het CODA Museum. De bijeenkomst rond de Nationale Samenwerkingsagenda Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling (NSA) liet zien hoe Apeldoorn, Deventer en Brummen werken aan nieuwe ontwikkelwijzen, met aandacht voor toekomstgericht bouwen, ketensamenwerking en duidelijke spelregels vanaf het begin.

De urgentie voor een nieuwe ontwikkelpraktijk

Johan Molenaar, concerndirecteur Ruimte van Apeldoorn, opende de bijeenkomst en benadrukte het belang van biobased bouwen in de grote opgaven van de gemeente. Daarna lichtte Anne Bos, activator gemeenten bij Building Balance en ondersteuning bij de NSA, toe waarom gebiedsontwikkeling fundamenteel anders moet. Door toenemende complexiteit, Europese regelgeving, netcongestie en stijgende bouwkosten is het huidige proces niet toekomstbestendig, terwijl gemeenten juist minder capaciteit hebben en de bouwopgave groeit. De centrale vraag is hoe gemeenten, corporaties, ontwikkelaars en bouwers integrale keuzes maken die klimaatbestendig, circulair, gezond, betaalbaar en netbewust zijn, biodiversiteit borgen en passen binnen toekomstige Europese eisen.

Leren door te doen

Het antwoord ligt volgens Anne meer in integraliteit, betere samenwerking en het vroegtijdig toepassen van innovaties. Niet iets “extra’s”, maar een manier om te werken aan wat tóch moet gebeuren. Werken vanuit integraliteit vraagt om andere vaardigheden, een andere samenwerking én vaak ook andere bestuurlijke keuzes. Volgens de programmaleiding werkt deze manier van samenwerken “besmettelijk”: binnen gemeenten groeit de samenwerking tussen digitale expertise, duurzaamheidsadviseurs en gebiedsontwikkelaars. Ook in de markt ontstaan nieuwe coalities en vormen van samenwerking.

Zuidrand en Host-City : proeftuinen voor toekomstbestendig bouwen

Vanuit Apeldoorn presenteerde projectleider Mirle van Huët de gebiedsontwikkeling Zuidrand: een omvangrijk gebied met 3.000 tot 5.000 nieuwe woningen, klimaatopgaven, energie- en mobiliteitsuitdagingen, een landschap met natte gronden en kwel tussen twee Natuara-2000 gebieden met de wens om ecosystemen met elkaar te verbinden. De opgaven voor klimaat, water, bodem en ecologie zijn groot en beïnvloeden sterk de ontwikkelruimte.

Als onderdeel van Zuidrand is Host-City een gebied voor 500 flexibele en 300 permanente woningen. Hierbij spelen netcapaciteit, de combinatie van flexibele en permanente woonvormen en de kwaliteit van de leefomgeving een belangrijke rol. Apeldoorn ziet biobased bouwen als integraal onderdeel van toekomstbestendigheid, onder meer via de landelijke deal Biobased Bouwen 30-30-30, die de gemeente heeft ondertekend.

Elzenbos fase III: de noodzaak van duidelijke kaders

Nino Schoonman, projectleider bij gemeente Brummen, gaf inzicht in de ontwikkeling van Elzenbos fase III, een gebiedsontwikkeling in de buurt van Natura 2000-gebieden en een ambitie voor 900 nieuwe woningen tot 2030. De uitdaging ligt in het schakelen van passief naar actief grondbeleid, het verkrijgen van de juiste kennis, het inzichtelijk maken van financiële consequenties en de vraag hoe een relatief kleine gemeente toch voorop kan lopen.

De gemeente werkt met een Toetsingskader Duurzame Gebiedsontwikkeling waarin klimaatambities, de deal Biobased Bouwen 30-30-30 en andere beleidskaders samenkomen. Nino benadrukte dat er een groeiende noodzaak is om aanbestedingen en projecten zo vorm te geven dat biobased en circulair bouwen geen uitzondering meer zijn, maar de standaard worden.

Wechelerhoek: werken aan gezamenlijke ambities

De laatste presentatie werd gegeven door Arnoud van Sisseren. Voor circulair bouwen staat hij aan de lat om dit thema binnen Deventer goed geborgd te krijgen. In het gebied Wechelerhoekwerkt de gemeente aan een toekomstgbestendige ontwikkelstrategie waarin natuurinclusief en biodivers bouwen, een duurzame economie met veel houtbouw en industrieel bouwen en het creëren van een hechte gemeenschap centraal staan. Daarbij ligt de nadruk op installatieluw bouwen, netbewuste energieconcepten, minimale verharding, mobiliteitshubs en het stimuleren van ander gedrag. Collectieve energiesystemen, buurtbatterijen en gedeelde mobiliteit spelen hierin een belangrijke rol. De grootste uitdaging is het gezamenlijk realiseren van deze ambities, met aandacht voor betaalbaarheid, draagvlak en een passende uitvraag richting partners.

Wat hebben we nodig

In het tweede deel van de ochtend gingen de deelnemers met elkaar in gesprek over twee hoofdvragen: wat is er nodig om kwaliteit en doelstellingen vast te houden binnen complexe opgaven en welke nieuwe spelregels voor gebiedsontwikkeling helpen daarbij? In de gesprekken werd duidelijk hoe belangrijk een goede opstart is: wanneer toekomstbestendigheid pas halverwege wordt toegevoegd, loopt een project vaak vast. Heldere spelregels aan het begin zorgen voor consistentie. Ook werd benadrukt dat integraliteit nieuwe vormen van samenwerking vraagt, waarbij alle betrokken partijen vanaf het begin samen optrekken.

Biobased bouwen werd gezien als een noodzakelijke bouwsteen voor de toekomst, onder andere vanwege CO₂-opslag en circulariteit. Verder blijkt dat duidelijke keuzes en kaders helpen om complexe processen overzichtelijk te houden en tegelijkertijd innovatie te stimuleren. Tegelijk moet er ruimte blijven voor flexibiliteit, zodat projecten kunnen meebewegen met nieuwe inzichten, regelgeving en technologische ontwikkelingen.

Samen op weg naar de nieuwe norm

De bijeenkomst liet zien dat de weg naar toekomstbestendige gebiedsontwikkeling vraagt om lef, samenwerking, experimenteren en leren door te doen. Gemeenten Apeldoorn, Brummen en Deventer laten zien dat er al veel beweging is, maar ook dat er nog belangrijke stappen te zetten zijn. In kennis, organisatie, financiering en samenwerking met elkaar en de markt.

Een ding is duidelijk: toekomstbestendige gebiedsontwikkeling vanaf 2030 is haalbaar, maar alleen als we samen optrekken en als keten verantwoordelijkheid nemen. De partners van Cirkelstad en Boeren voor Biobased Bouwen gaan hier met hun partners in de Stedendriehoek samen in optrekken. De oproep van de ochtend was helder: denk mee, doe mee en bouw mee aan de nieuwe praktijk. Niet morgen, maar vandaag.

Zeeland in stroversnelling

Primeur: succesvolle test met inblaasstro bij DW Prefab in Serooskerke

In Serooskerke is een belangrijke stap gezet in de opschaling van biobased bouwen. Building Balance voerde samen met DW Prefab, ThermoStro en SHR Wageningen een unieke proef uit met het industrieel inblazen van stro als isolatiemateriaal in prefab houtskeletbouwelementen. Het is voor het eerst dat deze techniek in Nederland op deze schaal is getest en succesvol bleek te werken.

De test laat zien dat inblaasstro, een puur natuurproduct, ook op industriële schaal kan worden toegepast volgens de geldende bouwnormen. Daarmee is een belangrijke drempel weggenomen: de techniek is bewezen en direct inzetbaar voor andere bouwers en producenten van prefab houtskeletbouwelementen.

Van initiatief tot uitvoering
De proef is een initiatief van Building Balance en werd uitgevoerd bij DW Prefab in Serooskerke. Daarbij werd gebruikgemaakt van een moderne inblaasmachine met vulplaat van X-Floc, die doorgaans wordt ingezet voor fabrieksmatige isolatie met cellulose of glaswol.

Het gebruikte stro is KOMO-gecertificeerd inblaasstro, ontwikkeld door Building Balance in samenwerking met de Takkenkamp Groep en Prefab Strobouw. Het wordt momenteel geleverd door ThermoStro, Istrolatie en T-Cab.

Het doel van de test was te onderzoeken of dit stro industrieel ingeblazen kan worden met de juiste dichtheid, zonder risico op zetting. Daarvoor werd een testelement van 400 x 600 x 2300 millimeter ingeblazen, gewogen en dertig minuten op een trilbank geplaatst conform de NEN-EN 15101-1:2013 +A1:2019 Annex B2. De conclusie: het stro kan gelijkmatig worden ingeblazen bij de voorgeschreven 90 kilogram per kubieke meter, zonder risico op zetting.

Belangrijke stap richting gecertificeerd biobased bouwen
DW Prefab testte tijdens het onderzoek ook stro van eigen bodem. Ook dat stro bleek zich uitstekend te laten inblazen. Voor het Zeeuwse bedrijf is dit een belangrijke stap richting KOMO-certificering van prefab houtskeletbouwelementen met stro.

“Het is bijzonder om te zien dat stro, een lokaal en hernieuwbaar materiaal, nu ook industrieel kan worden toegepast,” zegt Niels de Visser van DW Prefab. “Voor ons is dit een grote stap richting gecertificeerde, biobased prefab bouwsystemen met grondstoffen uit onze eigen regio.”

Van land tot pand in Zeeland
DW Prefab is actief lid van het K&I Netwerk Circulair Bouwen in Zeeland, dat werkt aan het sluiten van lokale ketens, van land tot pand. Deze test laat zien hoe agrarische reststromen, zoals stro van Zeeuwse boeren, kunnen worden omgezet in hoogwaardige bouwmaterialen. Zo blijft de waarde van grondstoffen in de regio behouden en dragen partijen samen bij aan een circulaire, duurzame bouwsector.

Direct toepasbaar in de praktijk
Met deze test is aangetoond dat industrieel inblazen van stro niet alleen technisch mogelijk is, maar ook klaar is voor gebruik in de praktijk. Er zijn geen belemmeringen meer voor bouwbedrijven of prefabproducenten om met stro aan de slag te gaan. Iedereen die over een geschikte inblaasmachine beschikt, of er een aanschaft, kan dit toepassen.

Samen bouwen aan een biobased toekomst
De test in Serooskerke maakt deel uit van de landelijke certificeringsroute voor biobased isolatiematerialen onder leiding van Building Balance. Het succes toont aan dat biobased én lokaal bouwen hand in hand kunnen gaan: met minder CO₂-uitstoot, minder afval en meer waarde voor de regio.

Wat betekent dit voor jou?
Bouwers en prefabproducenten met een X-Floc of vergelijkbare machine kunnen stro nu direct toepassen volgens de geteste dichtheid. Wil je een pilot starten of je lijn instellen op stro, neem dan contact op via de ketenregisseur in je regio. Opdrachtgevers kunnen stro-isolatie vanaf vandaag meenemen in hun uitvraag.

Prefab HSB-gevels met biobased isolatie: overzicht voor wie aan de slag wil

Steeds meer bedrijven willen met biobased materialen werken, maar weten niet goed waar ze moeten beginnen. Om die stap makkelijker te maken, ontwikkelde Building Balance een serie praktische overzichten over prefab HSB-gevels met biobased isolatie. 

een praktisch hulpmiddel voor de markt
De overzichten zijn bedoeld voor verwerkers en applicateurs, zoals timmerfabrieken, gevelbouwers en prefab-producenten. Ze bundelen alle kerninformatie over biobased isolatiematerialen in één document. Zo zie je in één oogopslag: 

  • welke materialen er zijn, 
  • welke leveranciers ze kunnen leveren, 
  • en wat de eerste stappen zijn om ermee te werken. 

De eerste reeks bestaat uit: een algemeen overzicht over prefab HSB-gevels en vier materiaalgerichte overzichten: 

Veel bedrijven hebben interesse in biobased bouwen, maar missen overzicht. Deze overzichten helpen ze om te starten. Tegelijk laten we als Building Balance zien welke leveranciers betrouwbaar en actief zijn. 

van kennis naar praktijk
De overzichten zijn meer dan alleen naslagwerk. Ze slaan een brug tussen kennis en praktijk en helpen bedrijven om sneller met biobased oplossingen te werken. Daarmee versnellen ze de marktintroductie van biobased isolatiematerialen én vergroten ze de zichtbaarheid van partijen die hier al in vooroplopen. 

voor wie en hoe te gebruiken
De praktische overzichten zijn een handig hulpmiddel voor iedereen die betrokken is bij biobased bouwen. Ze zijn te gebruiken in adviesgesprekken, presentaties of trainingen en bieden houvast bij het vergelijken van materialen en toepassingen. 

bekijk de praktische overzichten
Ontdek welke biobased oplossingen passen bij jouw bouwdeel. Je vind de documenten via de links hierboven.

Webinar 1: Versnellen met  biobased  modules 

In dit eerste webinar georganiseerd op 18 november 2025  stond de vraag centraal: hoe versnellen biobased modulaire woningen de woningbouwopgave? Je hoort concrete lessen uit actuele projecten uit Noord- en Zuid-Holland en krijgt direct toepasbare inzichten voor jouw praktijk.

Terugkijken
Bekijk hier de replay van dit webinar.

Sprekers
+ Jeroen Rutte – HDO Groep
+ Michiel Bosch – Gemeente Leiden
+ Matthijs Meijer van Putten – The New Makers
+ Moderators Inger Kammeraat & Gertjan de Werk (Building Balance)

Inzichten

+ Oplossing van The New Makers (TNM) slaat een dubbelslag: nu hoogwaardige opvang voor Oekraïners en statushouders, straks dezelfde biobased woningen inzetten als sociale huur in de wijk.

+ Door verplaatsbare biobased woningen te huren in plaats van dure noodopvang (hotels en schepen) kun je als overheid richting € 1 miljard per jaar aan opvangkosten besparen én tegelijk de woningnood verlichten.

+ Gemeente Leiden heeft bij De Bessenhof de MPG bewust níet als scorecriterium gebruikt, maar gestuurd op indicatoren als global warming potential om vooral de uitstoot nú terug te dringen.

+ De prijs is in de tender ‘vastgeklikt’: wie onder het budget ging, kreeg geen extra punten — daardoor werd de markt maximaal uitgedaagd op kwaliteit, CO₂-reductie en biobased modules.

+ De biobased modules voldoen gewoon aan het permanente Bouwbesluit: tijdelijk in gebruik voor opvang, maar technisch vijftig jaar en langer mee te verplaatsen naar nieuwe locaties.
+ Maak gebruik van de expertise die er al is.

Volgende webinars
Wellicht ben je ook benieuwd naar de andere webinars in de serie?

Over de serie
Dit webinar is onderdeel van de serie Biobased bouwen in Noord- en Zuid-Holland. Het doel van deze serie is om kennis van slimme en concrete, biobased toepassingen te delen tussen partijen die in onze provincies werken. Deze webinarserie wordt georganiseerd door de provincie Noord-Holland en Zuid-Holland in samenwerking met Building Balance.

Terugblik deepdive biobased verduurzamen en brandveiligheid

Op woensdag 1 oktober 2025 vond de deepdive Biobased Verduurzamen en Brandveiligheid in Kinepolis Utrecht Jaarbeurs plaats. We kijken terug op een inspirerende ochtend met ruim 200 deelnemers en waardevolle inzichten over de brandwerendheid van HSB-constructies en de onderbouwing van de gelijkwaardigheid.

Sander Rutten heeft uiteengezet wat er op het gebied van brandveiligheid door Building Balance allemaal wordt onderzocht. Naast de brandwerendheid van HSB constructies wordt er onderzoek gedaan naar de brandwerendheid van bouwdetails, brandklasse van dunner plaatmateriaal en de mogelijkheid om het constructieoverzicht uit te breiden met Metal Stud wanden. Bekijk hier de presentatie.

Nieman
Saskia Hegeman heeft de basics van brandveiligheid toegelicht: brandcompartimentering, brandklasse versus brandwerendheid, WBDBO en de nieuwe K2 factor. En voordat Larson de diepte inging ons nog eens meegenomen in het doel en opzet van het onderzoek dat Nieman, Peutz en Efectis voor Building Balance hebben uitgevoerd: met een beperkt aantal slimme tests voldoende inzicht te krijgen in prestaties en toepassingen. Dit heeft geleid tot het constructieoverzicht met 650 opbouwen. Bekijk hier de presentatie.

Larson van Dijk heeft de belangrijkste bevindingen uit de testen die ten grondslag lagen aan het onderzoek toegelicht: Biobased materialen presteren in veel gevallen vergelijkbaar of beter dan glaswol en dikke isolatiepakketten (≥300 mm) vertragen branddoorgang significant meer dan dunne (100–120 mm). In het tweede gedeelte van zijn presentatie heeft hij de achtergronden toegelicht waarop het constructieoverzicht is gebaseerd. Bekijk hier de presentatie.

Peutz
Joris van der Vleuten heeft laten zien op welke wijze isolatiematerialen kunnen worden toegevoegd aan het constructieoverzicht. Het advies is allereerst te bekijken of de isolatie gelijkwaardig is aan reeds getest isolatiemateriaal, bijvoorbeeld stro met een hogere dichtheid. Is dat niet het geval voer dan een CRP-test uit of gelijkwaardigheid aan glaswol haalbaar is. Indien succesvol, doe dan de classificatie test volgens de Eurocode 5; de PL(h) test. En om in een later stadium te kunnen rekenen met de positieve bijdrage van de dikte van de biobased isolatie, ook de PL(v) test. Bekijk hier de presentatie.

Efectis
Tim van der Waart van Gulik heeft laten zien dat nieuwe biobased plaatmaterialen stapsgewijs en onderbouwd getest kunnen worden. Met slimme keuzes in teststrategie, referenties en begeleiding is het mogelijk om relatief snel en kostenefficiënt aan te tonen dat een materiaal voldoet aan de brandveiligheidseisen en daarmee kansen te creëren voor bredere toepassing in de bouw. Bekijk hier de presentatie.

BCRG
Kees Arkesteijn heeft het proces van beoordeling gelijkwaardigheid & de databank toegelicht. Dit is een bewezen hulpmiddel voor energieprestatie en wordt nu uitgebreid naar brandveiligheid. Dit vergroot de betrouwbaarheid, transparantie en snelheid waarmee marktpartijen en overheden toegang hebben tot gevalideerde productinformatie. Bekijk hier de presentatie.

DGMR
Gert van den Berg heeft een inkijk gegeven in de NTA Biobased Bouwen deel Brandveiligheid. Deze zal handvatten bieden voor keuzes bij toepassing en detaillering ten aanzien van brandveiligheid. Ook nog eens uitleg geven over de nieuwe Eurocode en de brandteststrategie en zal een overzicht geven van de brandveiligheidsaspecten in bestaande regelgeving, normering en testen. Kortom handvatten voor verantwoorde toepassing van biobased materialen in de bouw. Bekijk hier de presentatie.

SKH
Remko van Galen heeft de inzet van KOMO toegelicht om biobased materialen via erkende kwaliteitsverklaringen en certificering gelijkwaardig te maken aan traditionele materialen in de BBL. Dit vergroot vertrouwen, versnelt toepassing in de bouwkolom en ondersteunt de transitie naar duurzamer bouwen. Bekijk hier de presentatie.

Tijdens de bijeenkomst kwamen onder andere de ontwikkeling van een nieuwe teststrategie en de beoordeling van gelijkwaardige bouwtoepassingen binnen bestaande regelgeving aan bod.

Presentaties en constructieoverzicht
De presentaties zijn nu beschikbaar via deze link: presentaties evenals de laatste versie van het constructieoverzicht opgesteld door Nieman, Peutz en Efectis. Eind deze maand volgen ook het rapport plus de testrapporten bij het constructieoverzicht.

Meer weten?
Bekijk ook op onze kennisbank het thema brandveiligheid op het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouw of neem dan contact op met Sander Rutten (06 37 13 82 34) of stuur hem een mailbericht.

Nieuwe openstelling Stimulering Vezelteelt: schrijf je in voor het webinar 

De regeling Stimulering Vezelteelt gaat eind november opnieuw open. Deze regeling maakt de teelt van vezelgewassen aantrekkelijker door de aankoop van carbon credits uit ketens van land tot pand. Nieuw dit jaar is dat de regeling niet alleen toegankelijk is voor agrariërs, maar ook voor verwerkers. 

Voor deze openstelling is een budget van ruim €7 miljoen beschikbaar: 

  • €2,5 miljoen voor agrariërs 
  • €4,65 miljoen voor verwerkers 

de belangrijkste verschillen met vorige openstellingen: 

  • aparte module voor verwerkers, zodat ook zij rechtstreeks kunnen aanvragen; 
  • mogelijkheid voor verwerkers om meerjarige aanvragen te doen; 
  • vereenvoudigde bewijslast: registratie via RVO in plaats van eigendomsaktes.

webinar 

Wil je meer weten over de regeling en de nieuwe mogelijkheden voor agrariërs en verwerkers? Neem deel aan ons webinar. Tijdens dit webinar lichten we de regeling toe en beantwoorden we vragen. Je kunt je hier aanmelden voor het webinar.

VEZELRIJK: De inzichten

Niet iedereen kon erbij zijn op 5 november in Kraggenburg. Maar de inzichten van de bijeenkomst VEZELRIJK zijn te waardevol om alleen in die zaal te delen. Het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouw heeft daarom alles samengebracht in één helder verslag.

Lees het verslag >

𝗣𝗲𝗿𝗳𝗲𝗰𝘁 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗶𝗲𝗱𝗲𝗿𝗲𝗲𝗻 𝗱𝗶𝗲:
+ kansen zoekt voor biobased bouwmaterialen
+ wil weten wat vezelteelt betekent voor bodem, businesscase en bouw
+ niet aanwezig kon zijn of de inzichten wil nalezen

Gespreksonderwerpen
+ Hoe biobased bouwen samenhangt met de grote gebiedsopgave: biobased landbouw is geen “nice to have”, maar een strategische bouwsteen in duurzame gebiedsontwikkeling. Ivar Diekerhof, NGF en Toekomstbestendige Leefomgeving

+ Van gewas tot bouwmateriaal
– Hoe Flevolands gewassen worden omgezet in toepasbare materialen, en wat boeren nodig hebben om in te stappen. Saskia van Wijk, Erf BV
– Hoe vlasteelt werkt in de praktijk — van teelt tot verwerking. Bas Bouma, Linum

+ Wat vezelteelt doet voor bodem en water
Hoe vezelgewassen zoals vlas, hennep en miscanthus kunnen bijdragen aan bodemrust, biodiversiteit, minder stikstofinput en betere waterregie. bram avezaa, Louis Bolk Instituut.

+ Het verdienmodel per gewas  Hoe de businesscase er per gewas uitziet, inclusief opbrengsten, risico’s en de invloed van schaal. Sieto van Houten, Building Balance.

+ De stroketen van polder tot pand. Dat er een werkende, regionale keten staat die klaar is om op te schalen. Jeanet van der Woude (Van Polder Tot Pand/Building Balance Flevoland).

Het volledige verslag staat nu online
Wil je alle inzichten, samengebalde kennis en onderliggende cijfers inzien of delen met collega’s?
Lees het verslag >

Biobased bouwen en stedelijke verdichting: van visie naar praktijk

Op donderdag 30 november waren twintig professionals uit de ketensamenwerking Boeren voor Biobased Bouwen op uitnodiging van Roy Gosenshuis te gast bij het hoofdkantoor van de Triodos Bank voor een inspirerende middag over toekomstbestendig bouwen. De bijeenkomst startte met een bezoek aan het iconische, volledig biobased gebouw van de hand van Thomas Rau Architecten, dat geldt als een internationaal voorbeeld van circulair bouwen. Tijdens de rondleiding werd toegelicht op welke wijze de gebruikte materialen herbruikbaar zijn en hoe het ontwerp volledig is afgestemd op een minimale ecologische voetafdruk.

Na de rondleiding gaf Steven Rietberg een toelichting op de wijze waarop Triodos Bank zich richt op duurzame bedrijfsinvesteringen die traditionele banken vaak mijden. Urban Woods is een goed voorbeeld dat bij hun missie past om projecten te financieren met een positieve impact op mens, milieu en maatschappij. Met de focus op transparantie, lange termijn waarde en ecologische verantwoordelijkheid, kunnen zo innovatieve, groene initiatieven wél doorgang vinden, die anders vast zouden lopen.

MRA Houtbouwpact

Daarna nam Bob van der Zande, Programmaleider Houtbouw van de Metropoolregio Amsterdam, het stokje over en gaf een boeiende inleiding op de centrale vraag van het rondetafelgesprek: Wat is er nodig om biobased bouwen tot de standaard te maken? Hij presenteerde de evaluatie van het Houtbouwconvenant 2021-2025 en het nieuwe Houtbouwpact 2026-2030.

Bob schetste hoe het Houtbouwconvenant in 2021 werd gelanceerd om houtbouw structureel te verankeren in de woningbouwopgave. Belangrijkste les: ambitie alleen is niet genoeg. Heldere uitvraagcriteria, meetbare doelen en bestuurlijke commitment zijn cruciaal om projecten van de grond te krijgen. Ook bleek dat de publiek-private samenwerking tussen gemeenten, corporaties en marktpartijen intensiever moet worden georganiseerd om schaal te realiseren. Bob gaf ook aan dat de ambitie om 20% houtbouw te realiseren, nog niet is behaald. Het nieuwe pact legt meer nadruk op praktische instrumenten en kennisdeling. De ambitie om in 2030 wel de 20% houtbouw te realiseren is daarin opgenomen. De regio Stedendriehoek kan profiteren door aan te sluiten bij deze bewezen aanpak: vanuit een bestuurlijke wil is er een circulaire weg.

Waarom binnenstedelijk bouwen cruciaal is

De inzichten die Bob bevlogen vertelde vormden de basis voor een levendige discussie met de ketenpartners over hoe de Stedendriehoek deze ambities kan vertalen naar concrete acties. De kern van het gesprek: bouw binnen de stad, niet erbuiten. Het idee dat bouwen in het buitengebied sneller en goedkoper is, klopt niet altijd, de maatschappelijke kosten zijn hoog. Binnenstedelijke ontwikkeling is duurzamer en op termijn even efficiënt. Toch zijn er obstakels: bewonersweerstand, complexe regelgeving en parkeernormen. Vooruitgang vraagt om samenwerking en een flexibeler beleidskader. Inspiratie komt uit projecten in eigen land en diverse Europese steden. De conclusie: de wil is er, maar het thema komt nog niet los. Meer ruimte in beleid en samenwerking is nodig.

Biobased bouwen als gamechanger

Verdichting werd gekoppeld aan een bredere duurzaamheidsagenda. Vooruitgang vraagt om integrale samenwerking en bestuurlijke wil. Houtbouw en biobased materialen bieden kansen: lichter, sneller en met minder milieubelasting.  Gemeenten kunnen hiervan profiteren, mits er ruimte is voor experiment. In Deventer onderzocht Studio Groen+Schild ontwikkelrichtingen waarin verdichting wordt gecombineerd met beperkt bouwen in het buitengebied. Met als titel Erop of Eronder, een pleidooi voor slim ruimtegebruik is het onderzoek gepubliceerd. Er blijkt bijvoorbeeld dat er door erop, erin, ertussen, ernaast en eronder tot wel ruim 4.800 woningen in de bebouwde kom van Deventer erbij kunnen worden gerealiseerd.

Van ambitie naar actie

Naast visie is er behoefte aan praktische tools zoals quickscans en leegstandskaarten. Deventer werkt hieraan, maar verdere uitwerking ontbreekt nog. Netwerken zoals Platform Wonen stimuleren kennisdeling en agenderen circulariteit. Ook het waterschap onderschrijft de voorkeur voor binnenstedelijke verdichting vanwege water- en klimaatbestendigheid.

Kleinschalige startprojecten

Voorbeelden uit o.a. Deventer, zoals  Silo, tonen dat biobased en houtbouw kansrijk zijn. Wel is er behoefte aan duidelijkheid over uitvraagcriteria, meetbare indicatoren zoals CO₂-reductie en praktische ondersteuning bij aanbestedingen. Kleinschalige startprojecten met koplopers kunnen helpen om ervaring op te bouwen en succesvoorbeelden zichtbaar te maken. Zo kan de beweging naar toekomstbestendige, circulaire bouw verder worden opgeschaald.

Circulaire ambities

Tot slot kwam de ambitie om in 2030 vijftig procent circulair te bouwen ter sprake. Die ambitie is nog onvoldoende concreet, omdat er geen eenduidige meetmethoden bestaan. Gemeenten en marktpartijen zoeken samen naar definities en praktische meetbaarheid. Het Nieuwe Normaal va Cirkelstad streeft naar een eenduidige definitie en legt al wel streefwaarden per indicator vast. Er wordt gepleit voor een flexibele aanpak met bandbreedtes in plaats van harde eisen, zodat projecten haalbaar blijven. Binnen het Platform Wonen Deventer is een werkgroep opgestart die onderzoekt hoe circulaire ambities beter kunnen worden uitgevraagd. De lessen vanuit deze werkgroep kunnen ook weer breed binnen de keten in de Stedendriehoek, maar ook landelijk worden gedeeld.

De bijeenkomst werd door iedereen als waardevol ervaren en de inspiratie en nieuwe inzichten worden meegenomen in toekomstige projecten en samenwerkingen binnen de keten van Boeren voor Biobased Bouwen.

Gemist? Dit waren dé 12 biobased pitches die je had willen zien

Op 23 september pitchten 12 bouwers en innovators in de Werkspoor Kathedraal (Utrecht) hun nieuwste biobased bouwconcepten — elk in 2 minuten. Geen praatplaten, maar concrete oplossingen die vandaag toepasbaar zijn in industrieel en biobased bouwen.

Was je er niet bij? Jammer… maar alles is terug te kijken: kijk de volledige registratie, of kijk je liever alleen de 12 losse pitches?

Drie inzichten die blijven hangen

  • Biobased is praktijk, geen belofte.
    Er liggen complete concepten klaar: van gestapeld tot grondgebonden en flex.
  • Opschalen doe je samen.
    Bouwers, opdrachtgevers en ketenpartners zien dezelfde versnelling — én dezelfde knelpunten. Ketenafspraken versnellen de doorbraak.
  • Standaardisatie werkt.
    De pitches laten zien: biobased past prima binnen conceptueel en industrieel bouwen. Het is geen niche meer, maar gewoon een optie op het menu.

“Biobased bouwen is geen randvoorwaarde, maar een randvoorsprong. Wie nu begint, loopt straks niet achter de feiten aan.” — Wouter Loomans (VORM)

“We kunnen dit. De techniek is er, de keten staat er. Nu alleen nog met elkaar dóórpakken.” — Charlotte Sterkenburg (BAM Wonen)

12 pitchers

BAM Wonen
Charlotte Sterkenburg
Video
Presentatie

Barli
John van der Doelen
Video
Presentatie

BouwNovum
Marcel van den Noort
Video Presentatie

Dijkstra Draisma
Coen Verboom
Video
Presentatie

GeWOONhout
Hans Smit
Video 

HDO
Jeroen Rutte
Video
Presentatie

Heembouw
Viktor Spijkers
Video
Presentatie

Heijmans
Veronique Leenhouwers
Video Presentatie

Moos
Rosa Hoogma
Video
Presentatie

Ooijevaar
Laurens Heesterbeerk
Video
Presentatie

Tala
Victor de Beus
Video Presentatie

The New Makers
Matthijs Meijer van Putten
Video
Presentatie

Presentaties Keynote sprekers
De pitchdag werd omlijst door twee keynote sprekers en afgerond door Imme Groet, Keten regisseuse van Building Balance Zuid-Holland

Keynotes

Building Balance
Imme Groet
Presentatie

VORM
Wouter Loomans
Presentatie

NH Bouwstroom
Richard Gouverneur
Presentatie

Tot slot
De energie en de concrete voorbeelden laten zien hoe snel de beweging groeit. Deze pitchdag smaakt duidelijk naar meer. Tot volgende keer?

CO₂-commitment vastgoedpartijen is hefboom voor biobased bouwen

Welke waarden zijn afgesproken en waarom?

Voor het eerst zijn er harde grenswaarden gesteld aan de materiaalgebonden CO₂-uitstoot van nieuwbouw in Nederland. Vijftien grote vastgoedbeleggers en corporaties hebben streefwaarden én harde plafondwaarden vastgelegd voor de CO2-uitstoot van bouwmaterialen. Ze stellen daarmee een duidelijke norm voor de markt. En niet zonder reden. Bouwmaterialen zijn namelijk goed voor 13% van de wereldwijde CO2-uitstoot en de sector is verantwoordelijk voor circa 50% van het grondstoffenverbruik. Het CO₂-commitment is een stevige hefboom voor de opschaling van biobased en circulair bouwen. Welke waarden zijn afgesproken en waarom, lees je in dit achtergrondartikel.

Een nieuwe norm vanuit de markt
‘Het minimale is het maximale’ is een bekend gezegde in de veelal normvolgende bouwsector. Versnelling en opschaling komt moeilijk op gang zonder duidelijke richting. Zo’n richting is er nu door het nieuwe CO₂-commitment van vijftien grote beleggers en corporaties. Deze partijen zijn samen goed voor ruim €60 miljard aan vermogen en tienduizenden nieuwbouwwoningen in de komende jaren. In een gezamenlijk CO₂-commitment stellen zij maximale waarden aan de materiaalgebonden CO₂-uitstoot van hun nieuwbouwprojecten. Dit geldt zowel voor woningbouw, kantoren als retail.

De route in cijfers
De vijftien partijen hebben een reductiepad opgesteld tot 2050. Ze leggen daarin streef- en plafondwaardes vast in GWPA-waarden (Global Warming Potential module A). Er wordt dus gestuurd op materiaalgebonden CO₂-emissies die vrijkomen voor de oplevering van een bouwproject, zoals transport, grondstofwinning, productie en in de bouwfase zelf. De streefwaarden sluiten aan bij het 1,5°C-scenario van Dutch Green Building Council (DGBC). De plafondwaarden zijn gebaseerd op het 1,7°C-budget van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC, 2020).

De streef- en plafondwaarden worden jaarlijks herijkt en mogelijk aangepast worden op basis van nieuwe (praktijk)inzichten of bijvoorbeeld de nieuwe WLC-GWP bepalingsmethode. Zie hier de toelichting op het CO2-commitment.

Hieronder de streef- en plafondwaarden voor de vier gebouwtypen:

Streefwaarden2025203020402050
Eengezinswoning1671267545
Meergezinswoning1841398350
Kantoren2041589456
Retail2171649859
Maximumwaarden2025203020402050
Eengezinswoning35022113179
Meergezinswoning38524314588
Kantoren42027716598
Retail455287172103
GWPA-waarden in kg CO₂ per m2 bruto vloeroppervak

 

Waarom juist nu?
Maar waarom dit initiatief in zo’n moeilijke tijd voor de bouw? Dat is een logische vraag, met een simpel antwoord: omdat uitstel de rekening alleen maar hoger maakt. De Raad voor de Leefomgeving waarschuwde al dat we nú moeten ingrijpen om een nieuwe bouwstop – zoals bij stikstof – te voorkomen. Bovendien komt Europese regelgeving snel dichterbij en de kloof tussen de minimumnormen in Nederland en Europese groeit. Door nu gezamenlijk te sturen, voorkomen beleggers en corporaties dat de sector straks hard en onverwacht wordt geraakt.

Gaat dit woningen niet nog duurder maken?
Een begrijpelijke zorg in het kader van de woningnood. Toch laten steeds meer praktijkvoorbeelden zien dat biobased en circulair bouwen niet duurder hoeft te zijn. In sommige gevallen is het zelfs goedkoper. Biobased grondgebonden woningen zijn inmiddels aantoonbaar kostenneutraal haalbaar. En ook in gestapelde bouw worden stappen gezet. Bovendien gaan de prijzen van CO₂-intensieve materialen zoals cement en staal structureel stijgen door Europese beprijzing (ETS en CBAM). Dit terwijl de prijzen van duurzame materialen door schaalvoordelen zullen dalen. Het kostenvoordeel verschuift dus steeds meer van niet-duurzame naar duurzame producten.

Drie routes, één versnelling
De beleggers en corporaties kiezen er nadrukkelijk voor om geen materialen voor te schrijven, maar de markt uit te dagen om zo goed en duurzaam mogelijk te bouwen binnen de vastgestelde plafondwaarden. Wel benoemen zij drie routes waarmee de markt hun materiaalimpact kan verlagen:

  1. Slimmer bouwen – efficiënter gebruik van materialen, verduurzaming van beton en staal.
  2. Circulair bouwen – hergebruik en ontwerpen voor demontage.
  3. Biobased bouwen – inzetten van hernieuwbare grondstoffen zoals hout en vezelgewassen.

Juist de derde route is een krachtige versneller. Biobased bouwen verlaagt niet alleen de CO₂-uitstoot. Het creëert ook een nieuw verdienmodel voor boeren, met positieve effecten voor bodemkwaliteit, biodiversiteit en stikstofreductie. In de praktijk gaat biobased bouwen ook vaak samen met industrialisatie en dus een hogere bouwsnelheid.

Voorspelbaarheid en schaal
Vanuit Building Balance zijn we enthousiast over de beweging die gaande is. Er bouwt zich een momentum op door allerlei mooie initiatieven. Van architecten die zich committeren aan ‘biobased tenzij’, woningcorporaties, bouwers, onderhoudspartijen en ontwikkelaars die zich committeren aan 30/30/30 (met een verwachte realisatie van meer dan 20.000 biobased woningen tot en met 2030 vanuit de ontwikkelaars) en de €100 miljoen die Rabobank investeert in opschaling. Het CO₂-commitment is een zeer welkome toevoeging aan de opschaling van biobased bouwen. Door harde grenswaarden af te spreken, weten ontwikkelaars en bouwers waar ze aan toe zijn. Dat creëert schaal, volume en vertrouwen in de keten. En precies dat is nodig om biobased bouwen mainstream te maken.

Vervolg: samen leren en opschalen
Het commitment is geen gesloten club. Andere partijen kunnen aansluiten. neem hiervoor contact op met onze activator voor de vastgoedsector Norbert Schotte.  Building Balance organiseert kwartaalbijeenkomsten met de deelnemers en op 23 april 2026 een Biobased Bites-sessie, waarin vragen uit de sector beantwoord worden en ervaringen gedeeld.

 

 

In de Fieldlabs van MooiNL groeit het landschap van de toekomst 

Hoe passen vezelgewassen in het Nederlandse landschap? Hoe combineren we biodiversiteit, waterkwaliteit en landbouw? En hoe maken we van biobased bouwen de nieuwe norm? In de Fieldlabs MooiNL zoeken regionale ketens samen met Building Balance naar de antwoorden. 

In opdracht van het programma MooiNL van het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn in twee regio’s (de Achterhoek en de Stedendriehoek) Fieldlabs gestart. Op zes plekken in deze regio’s wordt in de praktijk onderzocht hoe vezelgewassen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit, biodiversiteit, klimaat en een toekomstbestendig verdienmodel voor boeren. Van landbouwgrond vol raaigras en mais naar een landschap waarin bouwen, natuur en voedselproductie hand in hand gaan. 

Samenwerkende ketens
In elk Fieldlab werken agrariërs, ketenpartners, ontwerpers en beleidsmakers samen. Building Balance vervult daarbij een landelijke verbindende rol. De regionale ketens bepalen de koers, de context en het tempo én delen hun inzichten via hun eigen communicatiekanalen. Vanuit Building Balance zorgen we voor de landelijke duiding, kennisdeling en zichtbaarheid. 

Zes projecten, elk met hun eigen verhaal
De projecten verschillen in aanpak, fase en energie. In de Achterhoek ligt de nadruk op proces en dialoog: hoe creëer je een veilige setting om samen tot nieuwe landschapsideeën te komen? In de Stedendriehoek ligt de focus op doen en testen: hoe sluiten we de keten van vezel tot bouwelement in de praktijk? 

Deze combinatie maakt de Fieldlabs waardevol: we leren van beide aanpakken, en laten zien hoe biobased bouwen in álle regio’s vorm kan krijgen. 

Wat kun je verwachten?
Vanuit Building Balance delen we de komende periode lessen, verhalen en beelden uit de Fieldlabs. Soms praktisch, soms reflectief, altijd gericht op kennisdeling. Volg onze LinkedIn-pagina voor updates of abonneer je op onze nieuwsbrief. Op deze pagina vindt je altijd alle informatie en updates over de Fieldlabs.

Wie durft? Zo zet Stek de stap naar biobased bouwen

Interview met Emile Linotte – Manager Vastgoed bij Stek

Bij de woningcorporatie Stek is het thema biobased bouwen niet zomaar een groen sausje over het bouwprogramma. Het gaat over fundamentele keuzes: hoe bouw je duurzaam én betaalbaar voor bewoners met lagere inkomens? Building Balance Zuid-Holland ging in gesprek met Emile Linotte, Manager Vastgoed. Want we zijn nieuwsgierig: hoe kom je van wal?

Emile Linotte vertelt eerlijk waar Stek staat: “We zijn net van wal af, maar moeten nog wel blijven drijven,” zegt hij. “We zitten in dezelfde zoektocht als veel andere woningcorporaties. Dit is pas het begin.” Stek heeft biobased bouwen op de agenda gezet met een eerste, tastbare project: een volledig houten appartementencomplex in Voorhout. De start van de bouw staat voor deze herfst gepland. Constructie én gevel zijn in hout, waarmee Stek ‘kiest’ voor een forse reductie van CO2-uitstoot.  

“We zijn net van wal af, maar willen blijven drijven.” 

We zijn geen ontwikkelaar die iets verkoopt en daarna wegloopt,” zegt Linotte. “We blijven eigenaar voor vijftig tot honderd jaar. Dat betekent dat je vooraf extra goed nadenkt over kwaliteit, onderhoud en kosten.” 

Het eerste houten appartementencomplex
Dat eerste project ging niet zonder slag of stoot. Linotte vertelt hoe intern collega’s vragen stelden over kosten en onderhoud. “De eerste reflex was: het is te duur, te ingewikkeld. Maar we hebben ervoor gekozen die beren op de weg te benoemen. En dan toch kijken hoe we het wél kunnen doen.”  

Dat je niet bij de eerste hobbels terugvalt op het bekende.” 

Zo ging Stek het gesprek aan met adviseurs en aannemers. De aanvankelijke offerte was hoger dan verwacht. Toch haakte de aannemer niet af, maar zocht actief naar goedkopere oplossingen zonder het biobased uitgangspunt los te laten. “We zijn blijven zoeken. Dat vind ik het belangrijkste. Dat je niet bij de eerste hobbels terugvalt op het bekende.” 

Een andere manier van werken
Hoewel dat ene houten gebouw het meest in het oog springt, is biobased bouwen bij Stek breder dan één pilot. Linotte ziet het als een cultuurverandering: nadenken over de hele levenscyclus van gebouwen, nieuwe samenwerkingen en kennisdeling. “We hebben in andere projecten al gekeken hoe we biobased materialen kunnen toepassen. Ook in kleinere dingen, zoals biobased isolatie of afbouwmaterialen,” zegt hij. Daarnaast zoekt Stek actief kennis bij collega-corporaties, bouwpartners en adviesbureaus. Er is geen vast recept of blauwdruk. “We zijn niet de enige die ermee bezig is. Dat maakt het mooi: we kunnen leren van anderen en delen wat wij ontdekken. Ik wil niet zeggen dat we koploper zijn, maar ik vind het belangrijk dat we niet achteroverleunen en wachten tot het vanzelf goedkoper of makkelijker wordt.” 

“Er is geen vast recept, geen blauwdruk.” 

Samen werken en leren
Linotte benadrukt dat Stek zich bewust is van haar verantwoordelijkheid als opdrachtgever en eigenaar. De keuze voor biobased materialen moet passen binnen een haalbaar exploitatiemodel – bewoners moeten het kunnen betalen, en de corporatie moet het kunnen beheren. “Dat vraagt dat je open bent over je zorgen en dilemma’s,” zegt hij. “Je moet partners vinden die niet afhaken als het lastig wordt, maar willen meedenken. En zelf moet je bereid zijn te leren terwijl je het doet.” Die houding is volgens Linotte cruciaal voor de hele sector. “We kunnen allemaal een glossy folder maken over duurzaamheid. Maar uiteindelijk moet je het gewoon gaan proberen. De resultaten zijn niet meteen perfect – maar je moet wel beginnen.” 

“We kunnen allemaal een glossy folder maken over duurzaamheid. Maar uiteindelijk moet je het gewoon gaan proberen.” 

Leren door te doen
Stek wil niet alleen een mooi houten gebouw neerzetten, maar vooral leren voor volgende projecten. Dat eerste biobased appartementencomplex? Een echte leerschool. De uitdagingen waren fors: prijs, techniek, samenwerking. “De eerste berekeningen zaten ver boven ons budget,” vertelt Emile Linotte. “We waren bereid tot 20 procent hogere bouwkosten, maar aanvankelijk kwam het zelfs boven de 40 procent extra uit.” Een deel van die kosten kon Stek drukken door anders te werken. Het bouwteammodel hielp enorm: vanaf het begin zaten opdrachtgever, aannemer en adviseurs samen aan tafel. “We wilden voorkomen dat het op prijs zou stuklopen,” zegt Linotte. “We hebben partners gezocht die mee wilden denken binnen ons budget. Dat vraagt vertrouwen – en lef.” Ook leveranciers en adviseurs werden vroeg betrokken. “Wij weten als opdrachtgever ook niet alles. Iedereen moest over de schutting kijken naar de rest van de keten.” “Je moet bereid zijn om je eigen aannames los te laten. Niet alleen het materiaal is nieuw, ook de manier van samenwerken.” – Emile Linotte 

Samenwerken met marktpartijen
Volgens Linotte zit de echte innovatie vaak niet in het materiaal, maar in hoe je samenwerkt. “Het klassieke model: iedereen dekt zijn risico’s af, iedereen bouwt marges in. Daardoor wordt het onnodig duur. Wij wilden juist vooraf het gesprek voeren.” Niet iedereen stond meteen te springen. “Er was wantrouwen,” zegt hij. “Aannemers zeiden: veel corporaties vragen het wel, maar willen het uiteindelijk niet echt. Wij wilden laten zien: als wij het vragen, gáán we het ook doen.” “De regelgeving is niet overal meegegroeid met nieuwe bouwmethoden. Daar moeten we het gesprek over blijven voeren.” – Emile Linotte

“De regelgeving is niet overal meegegroeid met nieuwe bouwmethoden.”

Regels en kaders
Biobased bouwen draait ook om regels. Zo moest Stek voor brandveiligheid en akoestiek alsnog gips toevoegen aan houten wanden. “In theorie kan alles in hout. Maar dan moet het dikker – dat maakt het duurder én minder efficiënt.” Welstand is ook een factor. “Er wordt nog vaak uitgegaan van baksteenarchitectuur,” zegt Linotte. “Ook daar moet het besef groeien dat duurzaamheid een volwaardig criterium is.” Gelukkig helpt de provincie soms mee. Voor dit project kreeg Stek een subsidie voor houtbouw. “Dat gaf net dat extra zetje. Maar je moet het ook echt wíllen doen.” 

Naar opschaling
Dit houten appartementencomplex is pas het begin. “We hebben nog geen standaardmodel dat we zomaar vijf keer kunnen herhalen,” zegt Linotte. “Maar elke keer dat je het doet, leer je bij.” Ook binnen de organisatie vraagt dit wat overtuiging. “Onze taak is om betaalbare woningen te bouwen. Dan kun je niet onbeperkt geld uitgeven. Maar je moet wél durven experimenteren.” Stek wil blijven leren én delen. “We nodigen collega’s graag uit om te komen kijken.” – Emile Linotte

“Wachten tot het goedkoper wordt heeft geen zin.”

Vooral geen borstklopperij
Linotte wil niet pretenderen dat Stek alle antwoorden heeft gevonden. Toch ziet hij het als taak om de eerste stappen zichtbaar te maken, juist omdat veel corporaties worstelen met dezelfde vragen. “We willen laten zien hoe het kan, inclusief de hobbels en kosten, dan kunnen anderen er iets aan hebben.” 

Wil je als woningcorporatie ook stappen zetten met biobased toepassingen in de bouw maar weet je niet hoe? Wil je meer weten over de ervaringen met biobased bouwen? Neem gerust contact met Elisabeth ter Borg van met Building Balance op. We helpen je graag met de eerste (en elke volgende) paal.

VIJF TIPS VOOR STARTERS
Erken de beren op de weg
Wees eerlijk over kosten en zorgen. Benoem ze en ga dan op zoek naar oplossingen. 

1. Zoek partners die willen leren en meedenken
Kies voor aannemers en adviseurs die niet meteen weglopen bij complexiteit.
2. Kijk verder dan de bouwfase
Als corporatie ben je eigenaar voor de lange termijn. Denk vanaf dag één aan onderhoud, kwaliteit en betaalbaarheid.
3. Werk in bouwteamverband 
Voorkom dat iedereen zijn eigen risico’s en marges opstapelt. Zet alle partijen vanaf het begin samen aan tafel.
4. Haal kennis in huis 
Je hoeft het niet allemaal zelf te weten. Maar je moet wél de juiste vragen kunnen stellen.
5. Durf te experimenteren 
Accepteer dat het niet in één keer perfect is. Zie je eerste project als pilot. 

Over Stek
Stek is een woningcorporatie in de Bollenstreek met circa 11.000 woningen in Hillegom, Lisse en Teylingen. De corporatie richt zich op betaalbare en duurzame huisvesting voor huishoudens met een smalle beurs, en investeert in renovatie, onderhoud en nieuwbouw. 

Bio
Emile Linotte is Manager Vastgoed bij Stek. Hij is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en realisatie van bouwprojecten. Zijn missie: duurzame innovaties zoals biobased bouwen niet alleen omarmen als ambitie, maar daadwerkelijk vertalen naar betaalbare, toekomstbestendige woningen. 

Halen we de biobased doelen voor 2030?

Prefab bouwen met hout en isoleren met natuurlijke materialen zijn niet langer niche. De beweging groeit: grote ontwikkelaars sloten partnerships, steeds meer corporaties en gemeenten tekenden commitmentverklaringen, en de eerste Benchmark Biobased Bouwen is gelanceerd.

Toch ligt het aandeel biobased materiaal in de Nederlandse bouwsector nog onder de drie procent. De ambitie is helder: 30% biobased in 2030. De route daar naartoe vraagt om stevige opschaling én investeringen in verwerking, productie en toepassing van biobased materialen.

Van stro tot hennep: voorbeelden uit het hele land
De beweging is al zichtbaar in de praktijk. Denk aan stro-daken in Gemert, hennepisolatie uit Friesland en de regionale deal 30-30-30 in de Stedendriehoek. Ook op landelijk niveau groeit de samenwerking, onder andere binnen Cirkelstad Biobased.

Bij Building Balance zien we dagelijks hoe deze ontwikkelingen bijdragen aan een duurzamere en toekomstbestendige bouwsector. Maar ook aan een sterkere verbinding tussen landbouw en bouw.

Het zou mooi zijn als biobased ook agrobased wordt. Dat biedt niet alleen kansen voor de bouw, maar ook voor boeren, biodiversiteit en de circulaire economie. Jan Willem van de Groep, Building Balance

Oplossingen voor zorgen en misvattingen
De belangstelling voor biobased groeit, maar dat geldt ook voor de vragen. Hoe zit het met vocht, brandveiligheid of kosten? Volgens onze experts worden veel zorgen gevoed door onjuiste aannames.

Veel zorgen over biobased, zoals vocht, brandveiligheid of kosten, zijn vaak fabels. Als je materialen goed toepast, presteren ze net zo goed of beter dan conventionele alternatieven. Sander Rutten, Building Balance

De sleutel ligt in kennisdeling en samenwerking. Lokale initiatieven, zoals in de Stedendriehoek, laten zien hoe partijen elkaar kunnen versterken.

Het draait om samen leren en in beweging komen. In de Stedendriehoek zien we hoe gemeenten, corporaties en bouwers elkaar vinden in biobased bouwen. Carmen Oude Wesselink, Building Balance

Meer weten?
Lees het hele dossier in TwintigDertig en ontdek hoe marktpartijen, corporaties en gemeenten samen de bouw versnellen.

TwintigDertig is het magazine voor corporatieprofessionals die zich bezighouden met onderhoud, verduurzaming, renovatie en nieuwbouw. Het behandelt onderwerpen zoals de nieuwbouwopgave, verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en innovaties in onderhoud. Klik hier om je gratis te abonneren op TwintigDertig.

Nieuw rapport: vezelteelt scoort beter op bodem en water dan gangbare teelten 

De teelt van hennep, vlas en miscanthus krijgt steeds meer aandacht. Logisch, want deze gewassen leveren grondstoffen voor biobased bouwmaterialen én kunnen de bodem en waterkwaliteit verbeteren. Maar wat is er nu echt bekend over de ecologische effecten van vezelteelt? 

In opdracht van Building Balance bracht het Louis Bolk Instituut de bestaande kennis in kaart. Het rapport vergelijkt hennep, vlas en miscanthus met gangbare gewassen zoals maïs, aardappel en suikerbiet. Er is gekeken naar bodemkwaliteit, waterkwaliteit, biodiversiteit én aaltjesdruk. ”De resultaten bevestigen we wat al wisten: de vezelgewassen leveren een positieve bijdrage aan bodem- en waterkwaliteit.”  

minder milieubelasting, meer bodemleven
De cijfers uit het rapport laten duidelijk zien: vezelgewassen veroorzaken veel minder milieubelasting dan gangbare akkerbouwgewassen. Hennep en miscanthus scoren zelfs neutraal op alle onderdelen van het milieubelastingsmodel. Ook vlas scoort laag, mits er geen synthetische bestrijdingsmiddelen worden ingezet. 

Daarnaast blijkt dat vezelgewassen bijdragen aan een betere bodemstructuur. Vooral miscanthus, met zijn diepe wortelstelsel en jaarlijkse bladval, stimuleert het bodemleven en verhoogt het organischestofgehalte. 

slim in het bouwplan, goed voor water
De uitspoeling van stikstof is bij vezelgewassen fors lager dan bij bijvoorbeeld maïs of aardappel. Dat maakt deze gewassen aantrekkelijk op percelen met uitspoelingsrisico, of in gebieden waar waterkwaliteit onder druk staat. 

Met het NDICEA-model, dat in dit rapport is gebruikt, kun je nu ook vezelgewassen doorrekenen in het bouwplan. Daarmee is het mogelijk om de effecten van rotatie, bemesting en gewaskeuze op bodem en water te simuleren. Een mooie kans voor adviseurs die bewust willen sturen op duurzaam bodembeheer. 

biodiversiteit en aaltjes: extra bonus
Vezelgewassen zijn ook interessant voor wie werkt aan biodiversiteit of aaltjesbeheer. Hennep trekt insecten en akkervogels aan. Miscanthus biedt overwinteringsplek voor fauna. En vlas remt bepaalde schadelijke aaltjes af. Niet elk gewas scoort overal goed, maar er zijn duidelijke kansen om slim te combineren in het bouwplan. 

Samenvattend: de voordelen op een rij 

  • Minder uitspoeling en milieudruk dan bij aardappel of maïs 
  • Hogere organische stofopbouw, vooral bij miscanthus 
  • Positieve bijdrage aan biodiversiteit 
  • Lager gebruik van meststoffen en middelen 
  • Synergie met aaltjesbeheer (vlas) 
  • Inpasbaar in bestaande bouwplannen 
  • Modelmatig te onderbouwen met NDICEA 

Wat kun jij hiermee? 

Ben je beleidsmaker of adviseur? Gebruik deze inzichten als onderbouwing voor maatregelen rond waterkwaliteit of duurzaam bodembeheer. Werk je aan gebiedsontwikkeling of ketenvorming? Dit rapport helpt je verder. 

 

Nieuw constructieoverzicht brandveiligheid biobased isolatie in houtskeletbouw

Hoe brandveilig zijn biobased isolatiematerialen in wanden, vloeren, daken en gevels? En welke maatregelen zorgen voor optimale bescherming? Een nieuw overzicht brengt dit helder in kaart – cruciaal voor de opschaling van duurzame materialen in de woningbouw.

Dit rapport van Niemand behandelt de brandveiligheid van biobased isolatie in houtskeletbouw en laat zien hoe deze materialen veilig kunnen worden toegepast binnen de circulaire bouweconomie. In het document vind je een uitgebreid systeemoverzicht van verschillende bouwdelen (wanden, gevels, vloeren en daken) waarin biobased isolatiematerialen zijn verwerkt.

Per systeem zijn de prestaties weergegeven op basis van nationale en Europese normen, met informatie over brandklasse en brandwerendheid. Daarnaast gaat het rapport dieper in op de classificatie van constructies en het effect van brandvertragende bekleding, zoals gipsplaten en houtvezelplaten, inclusief hun zogenaamde Fire Protection Ability (brandwerend vermogen).

De tabellen in het rapport bevatten gedetailleerde gegevens over materiaalsamenstellingen, diktes en brandwerende eigenschappen, zoals de verkooltijd en de faaltijd van het toegepaste brandbeveiligingssysteem.

Dit onderzoek levert waardevolle kennis op voor iedereen die werkt aan het grootschalig toepassen van biobased materialen in de bouw – met brandveiligheid als belangrijk aandachtspunt.

Bekijk hier meer informatie en het constructieoverzicht.

MEER-subsidieaanvraag ingediend voor biobased dakrenovaties

Op 1 september heeft Building Balance samen met ruim twintig corporaties, marktpartijen, gemeenten en kennisinstellingen een aanvraag ingediend voor de MEER-regeling. Met dit brede consortium zetten we een belangrijke stap om biobased dakrenovaties schaalbaar, betaalbaar en toegankelijk te maken.

Wat is de MEER-regeling?
De MEER-regeling (Meerjarige Energierenovatieregeling) ondersteunt samenwerkingsverbanden die innovatieve renovatieoplossingen ontwikkelen en opschalen. Het doel: sneller, slimmer en kostenefficiënter verduurzamen, met forse reducties in CO₂-uitstoot en woonlasten.

Het DÂK-concept
Centraal in onze aanvraag staat de ontwikkeling en toepassing van DÂK: een prefab biobased standaarddak voor hellende woningen uit de periode 1965–1991. Bij dit woningtype zijn vaak zowel de dakpannen als de isolatie aan vervanging toe. DÂK is volledig getest, voldoet aan de isolatiestandaard en kan door elke timmerfabriek worden geproduceerd en door ieder bouwbedrijf geplaatst.

Voordelen in kosten en klimaat
Dankzij standaardisatie, digitalisering en industrialisatie worden renovaties veel sneller en goedkoper uitgevoerd. Waar een traditionele renovatie nu nog bijna €30.000 kost, komt de prijs in 2030 met DÂK 3.0 uit op circa €18.500 per woning. Ook draagt het concept stevig bij aan de klimaatdoelen: een verwachte CO₂-reductie van 63% in 30 jaar tijd.

Opschalen en kennisdelen
Binnen deze aanvraag zijn al 3.700 woningen gecommitteerd. Dankzij de open en toegankelijke opzet kunnen ook nieuwe partijen op ieder moment aansluiten. DÂK wordt bovendien ondersteund door een kennis- en leerprogramma. Dat betekent dat ervaringen, trainingen en digitale hulpmiddelen breed beschikbaar komen, zodat niet alleen dit consortium profiteert, maar de hele sector sneller leert en innoveert.

Samen bouwen aan de toekomst. Met deze aanvraag laten we zien dat de sector de handen ineenslaat voor een gezamenlijke aanpak van de verduurzamingsopgave. Samen maken we biobased daken de nieuwe standaard: schaalbaar, betaalbaar en haalbaar.

Doe jij ook mee?
Je kunt je nog steeds aanmelden voor DÂK en je doet dan als volwaardig partner mee aan het kennis-, leer-, opschalings- en innovatieprogramma. Hier zijn geen deelnamekosten aan verbonden.

Lees hier de volledige MEER-aanvraag of meld je direct aan voor het kennis- en leerprogramma via buildingbalance.eu/dak.

Innovation Impact Challenge: nieuwe impuls voor biobased bouwmaterialen

Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) start de Innovation Impact Challenge Biobased Bouwmaterialen. Deze innovatiecompetitie maakt deel uit van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB), waarin vier ministeries samenwerken aan de versnelling van biobased bouwen in Nederland.

Met een totaalbudget van 1,8 miljoen euro biedt de innovatiecompetitie kansen voor ondernemers, startups en consortia die innovatieve bouwmaterialen willen ontwikkelen uit Nederlandse biogrondstoffen. Het doel is helder: bijdragen aan een circulaire bouweconomie en de ambitie van de NABB om in 2030 minimaal vierhonderdduizend ton biobased bouwmaterialen per jaar toe te passen.

Wat maakt deze competitie bijzonder?

  • Er ligt nadruk op volledige verwaarding van gewassen: niet alleen de vezels, maar ook eiwitten, suikers en nutriënten worden benut. Dit leidt tot robuuste businesscases en meer waarde per hectare.
  • Innovatieve bouwmaterialen moeten bestaan uit biogrondstoffen en de verwerking vindt plaats in Nederland.
  • Voorbeelden zijn isolatiematerialen uit grasvezels, vlas, hennep of miscanthus, circulaire substraten die na gebruik verwerkt worden tot plaatmateriaal, of bioraffinage waarbij alle componenten optimaal worden ingezet.

Twee fasen

  1. Haalbaarheidsfase
    • Een contract voor maximaal 30.000 euro per haalbaarheidsonderzoek.
    • Gericht op het ontwikkelen van een businesscase en het aantonen van technische en economische haalbaarheid.
  1. Prototypefase
    • Een contract voor maximaal 300.000 euro per R&D-traject.
    • Voor de ontwikkeling, test en demonstratie van een werkend prototype.
    • Specifiek budget: 900.000 euro voor bioraffinage, 600.000 euro voor verwerking van biogrondstoffen.

Belangrijke data

  • Publicatiedatum: 26 augustus 2025
  • Online informatiebijeenkomst: 11 september om 8.30 uur
  • Deadline Expressions of Interest: 23 september 2025 om 13.00 uur

Meer weten?

Aanmelden voor de informatiebijeenkomst en het indienen van voorstellen kan via de website van de Innovation Impact Challenge. Alle documenten en antwoorden op veelgestelde vragen zijn beschikbaar via RVO  Innovation Impact Challenge: Biobased bouwmaterialen van Nederlandse bodem | RVO.nl en TenderNed Biobased Bouwmaterialen van Nederlandse bodem

 

Amsterdamse rijksmonumenten isoleren met natuurlijke materialen

Biobased isolatiematerialen worden onder andere gemaakt van agrarische reststromen zoals vlas, hennep en houtvezel. Het verbouwen van deze grondstoffen geeft regionale boeren een aantrekkelijk en alternatief verdienmodel. Zo groeien stro (reststroom uit graan), hennep en houtvezel snel en onder diverse omstandigheden. Amsterdam is daarom ook partner in de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Samen met woningbouwcorporaties en de markthal ondersteunt de gemeente de vraag naar biobased isolatie, wat zowel boeren in de landbouwtransitie ondersteunt als de bouw verduurzaamt. 

EU subsidieprogramma
De subsidie komt uit het LIFE and Environment programma van de Europese Commissie. Dit programma steunt initiatieven op het gebied van natuur en biodiversiteit, circulaire economie, klimaatadaptatie en energietransitie.

Projectpartners
Gemeente Amsterdam werkt samen met woningcorporatie Lieven DeKey, beheerder van monumentale panden Stichting BOEi en experts op het gebied van isolatie met natuurlijke materialen, zoals De Groene Grachten en Building Balance om samen de circulaire transitie in de bouwsector te versnellen en op te schalen.

Inspiratiebijeenkomst brengt dealpartners 30-30-30 samen

Ruim vijftig professionals vanuit de gemeenten, woningcorporaties en het waterschap in de regio Stedendriehoek kwamen op 10 juli bijeen in het auditorium van Museum CODA in Apeldoorn voor een inspirerende kennissessie van Boeren voor Biobased Bouwen. De bijeenkomst, als onderdeel van de Routekaart Deal Biobased (ver)bouwen 30-30-30, stond in het teken van inspiratie uit succesvolle biobased bouwprojecten. De energie en betrokkenheid die tijdens deze sessie voelbaar waren, onderstrepen dat we samen echt stappen zetten. En dat is nodig, want alleen met inzet van de hele organisatie kunnen we van ambitie naar uitvoering gaan.

Biobased bouwen past bij de regio

De ochtend werd geopend door wethouder Peter Messerschmidt van Apeldoorn. In zijn welkomstwoord benadrukte hij het belang van biobased bouwen voor Apeldoorn als het groene hart van de regio Stedendriehoek. “De ligging aan de rand van de Veluwe, onze focus op duurzaamheid én de samenwerking binnen de regio maken biobased bouwen tot een logische keuze,” aldus de wethouder. Hij riep de aanwezigen op om samen werk te maken van opschaling en samenwerking: “We hoeven het wiel niet allemaal opnieuw uit te vinden.”

Haalbaar en betaalbaar

De aanwezigen luisterden geboeid naar drie sprekers die ieder vanuit hun eigen praktijk bijdragen aan de versnelling van biobased bouwen. Marjet Rutten deelde indrukwekkende inzichten over de impact van biobased bouwen op CO₂-reductie. Een biobased woning kan tot wel 65 ton CO₂ opslaan, terwijl een conventionele woning juist uitstoot genereert. Ze pleitte voor anders denken en anders ontwerpen: niet bouwen waar het niet hoeft, maar als er gebouwd wordt, dan met aandacht voor gezondheid, circulariteit, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Aan de hand van diverse projecten was te zien dat biobased bouwen op schaal mogelijk is, en betaalbaar!

Daarna nam Roland Korbeld  het stokje over en gaf een kijkje in de biobased filosofie van woningbouwer Tala. Tala bouwt nu al 100% van haar woningen met meer dan 90% biobased materialen. Van vlas tot houtvezelisolatie, en van bamboe gevels tot herbruikbare droogbouwsystemen: Korbeld liet zien dat innovatie hand in hand kan gaan met esthetiek, gezondheid en schaalbaarheid. Projecten in Terborg, Olst en Sittard tonen aan dat natuurlijke materialen niet alleen duurzamer, maar ook gezonder en comfortabeler wonen mogelijk maken. Aan het eind deed hi de oproep om ook eens een kijkje te gaan nemen in een van hun woningen en dit gevoel zelf te beleven. Hierop werd enthousiast gereageerd en een afspraak is inmiddels in de maak!

Landschap als drager van verandering

Tot slot nam Bertus Stufken de deelnemers mee in zijn visie op landschap, participatie en intrinsieke motivatie. Als bewoner van Apeldoorn-Zuid en betrokken bij gebiedsontwikkeling rond de Veluwe, pleitte hij voor een aanpak waarin bewoners actief meedenken en meebouwen aan hun leefomgeving. Aan de hand van het project “Het Nieuwe Loo” toonde hij hoe biobased bouwen ook buiten de muren van een woning betekenisvol kan zijn: voor biodiversiteit, klimaatadaptatie én de sociale samenhang in een wijk.

Van inspiratie naar actie

Naast de inhoudelijke presentaties bood de bijeenkomst volop ruimte voor interactie. Opvallend was de actieve deelname van veel nieuwe gezichten: collega’s die waren uitgenodigd en nu voor het eerst deelnamen. Hun vragen en bijdragen zorgden voor verbreding van de kennis, wat van grote waarde is voor de interne verspreiding binnen organisaties. Want hoe meer mensen doordrongen raken van de kansen van biobased bouwen, hoe groter de kans op daadwerkelijke verandering. En daarmee het succesvol uitvoeren van de  actieplannen.

De keuze voor het auditorium in Museum CODA als locatie voor deze bijeenkomst was meer dan praktisch: het onderstreepte de verbinding tussen cultuur, verbeeldingskracht en innovatie. In de inspirerende setting werd duidelijk dat de biobased beweging niet alleen een technische opgave is, maar ook een culturele verandering vraagt: een andere manier van kijken, ontwerpen en bouwen.

Samen maken we het verschil

De bijeenkomst in Apeldoorn markeert een belangrijk moment halverwege het Routekaart-traject. Maar er staat nog meer op het programma. Zo wordt op 25 september het Actieplan gepresenteerd, gevolgd door diverse trainingen, workshops en een feestelijke afsluiting in januari 2026 waar ook de aspirant-partners zich bij de Deal 30-30-30 kunnen aansluiten.

Het gedeelde gevoel na afloop van de bijeenkomst was helder: de energie zit goed, de inspiratie is groot en het geloof in de kracht van samenwerking groeit. Als alle partners blijven bijdragen, kennis delen en zich inzetten, dan is de 30-30-30-ambitie niet alleen haalbaar, maar ook een katalysator voor bredere verduurzaming in de gebouwde omgeving.

 Foto’s: Bart Ros

Geluidsprestatie woningscheidende wanden met biobased isolatie

Ten behoeve van de ontwikkeling van bouwdetails met plantaardige vezelisolatie zijn geluidsmetingen uitgevoerd. De uitgangspunten bij de toepassing van biobased inblaasisolatie verschillen immers van houtskeletbouw met traditionele glaswoldekens.

uiteenzetting onderwerp
Om een goed beeld te krijgen van de geluidprestaties die te verwachten zijn van houten woningscheidende wanden, zijn verschillende pakketopbouwen met inblaasstro beproefd bij het akoestisch laboratorium Daidalos Peutz in Leuven (België).

Geconcludeerd wordt dat toepassing van een spouw met aan weerszijden een folie met daarachter de isolatie, geluidtechnisch de voorkeur geniet. Toepassing van een buigslappe spouwplaat verslechtert de geluidwering, met name in combinatie met een smallere spouw en een lichtere plaatafwerking aan de woningzijde. Toch kunnen woningscheidende wanden voorzien van een spouwplaat, geluidtechnisch wel voldoen aan de minimaal vereiste geluidwering.

Bij alle doorgemeten constructies is ingeblazen stro-isolatie gebruikt met een densiteit van 85 kg/m³.

verdieping onderwerp
De meeste andere plantaardige vezelisolatie, zoals hennepvezels, hennepwol, vlaswol, houtvezels en cellulose, hebben een lager soortelijk gewicht. Dit heeft, naar verwachting, een beperkte negatieve invloed op de geluidprestaties. De geluidprestaties van deze isolatie worden na de zomer getest.

Omdat testresultaten hiervan nog niet bekend zijn, wordt vooralsnog geadviseerd een veilige wandopbouw te kiezen met folie aan de spouwzijde (3A / 3B). Aanvullend wordt geadviseerd om te kiezen voor akoestisch isolerende en brandwerende wandcontactdozen. Hiervoor zijn speciale hollewand-inbouwdozen op de markt.

Afsluiting
Meer informatie en de testrapporten zijn te vinden via de website van het NKBB.

Voor inhoudelijke vragen kun je contact opnemen met Aldo de Jong.

KOMO-certificaat voor inblaasstro: vier testrapporten gepubliceerd op NKBB

Donderdag 6 februari 2025 ontvingen Istrolatie en Thermostro het prestigieuze KOMO-certificaat voor hun inblaasstro. Building Balance heeft dit generieke product ontwikkeld in samenwerking met Takkenkamp Groep en Prefab Strobouw. Het recept, de testrapporten en het kwaliteitshandboek van dit inblaasstro zijn nu ook gepubliceerd op het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouwen (NKBB). Bekijk alle documenten via de NKBB-pagina

warmtegeleiding inblaasvezels
Allereerst zijn verschillende vezellengtes en dichtheden van stro getest op de warmtegeleiding. Hieruit is geconcludeerd dat een langere strovezel in combinatie met een lagere dichtheid de beste isolatiewaarde geeft. Vervolgens zijn ook andere inblaasvezels getest, zoals miscanthusvezels en scheven van hennep en vlas. De resultaten van deze test vind je in het rapport van SKG-IKOB.

recept inblaasstro
Vervolgens is de inblaassnelheid van twee lengtes stro vergeleken: gehakseld op 1 en 2,5 cm. Ondanks dat stro van 2,5 cm (door de lagere dichtheid) minder massa nodig heeft, kost het meer tijd per m³ om te verwerken. Daarom is gekozen voor stro van 1 cm lengte.

Van deze variant is:

  • door Peutz de brandklasse bepaald;
  • door SKG-IKOB de definitieve warmtegeleiding vastgesteld;
  • door SHR getest of het zettingsvrij is bij 90 kg/m³.

Dat laatste onderzoek leidde tot een belangrijk inzicht: ontstoffing is cruciaal. Meer stof betekent een significant hoger gewicht per m³. Uiteindelijk is vastgesteld dat het generieke stro, gehakseld op 1 cm, na zeven en ontstoffen minder dan 10% stof bevat. SHR bepaalde daarnaast de waterdampdiffusieweerstand, soortelijke warmte en dichtheid.

samenvatting resultaten door SHR:

  • Materiaal: tarwestro
  • Warmtegeleiding λd: 0,043 W/m·K
  • Warmtegeleiding λc: 0,046 W/m·K
  • Dichtheid: >90 kg/m³
  • Biobased gehalte: 100%
  • Brandklasse: E
  • Waterdampdoorlatendheid μd: 0,97 m
  • Soortelijke warmte: 1.600 J/(kg·K)
  • MKI (Set 1): €0,18
  • MKI (Set 2): €0,15
  • Certificering: KOMO-gecertificeerd door SKH

Bekijk het volledige rapport van SHR op de NKBB-pagina.

kwaliteitshandboek inblaasstro
Productcertificatie gaat verder dan alleen technische specificaties. Minstens zo belangrijk is de kwaliteitsborging van het productieproces. QVox stelde hiervoor een blauwdruk op voor een kwaliteitshandboek, dat door producenten van inblaasstro kan worden ingevuld aan de hand van een duidelijke invulinstructie.

  • Producenten van andere biobased isolatiematerialen kunnen dit handboek gebruiken als startpunt voor certificering op basis van BRL 1362.
  • QVox ontwikkelde op verzoek van Building Balance ook verwerkingsinstructies voor leveranciers van inblaasstro. Deze dienen door isolatiebedrijven gevolgd te worden.

Download het kwaliteitshandboek en de instructies op de NKBB-pagina (kijk bij ‘gerelateerde documenten’.

is stro stro en blijft stro stro?
Stro is een restproduct van graan. In Nederland is tarwe het meest geteelde graan, op afstand gevolgd door gerst en rogge. Volgens stroverwerkende bedrijven zijn tarwe, wintergerst en rogge vergelijkbaar van samenstelling. Ook de kleur (geel, geoogst voor regen, of grijs, na regen) maakt volgens hen geen verschil. TNO en WUR bevestigen dit in hun onderzoek in opdracht van Building Balance: stro = stro.

Omdat stro een natuurlijke vezel is die ook kan ontbinden, onderzochten TNO en WUR of stro zijn eigenschappen behoudt over tijd, met name de warmtegeleiding. Ze bezochten projecten waar stro tot 25 jaar geleden werd toegepast als isolatiemateriaal. De conclusie tot nu toe: stro blijft stro. Dit onderzoek wordt nog aangevuld met:

  • monsters van stro van 75 jaar oud, aangetroffen bij recente renovatiewerkzaamheden;
  • een monster van 100 jaar oud van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Lees het volledige TNO & WUR-onderzoek op NKBB.

wil je meer weten of stro als isolatiemateriaal toepassen?
Neem gerust contact met ons op.

Overzicht biobased isolatiematerialen: praktisch hulpmiddel voor bouw en ontwerp

Hoe presteren de verschillende op de markt beschikbare biobased isolatiematerialen? Wat zijn de brandklassen, wat is de MKI-score van stro, vlas of hennep? En welke producten zijn opgenomen in de NMD? Building Balance ontwikkelde in samenwerking met Laurens Taal Sustainable Engineering een overzicht van de belangrijkste biobased isolatiematerialen, inclusief leeswijzer. In dit document vind je per materiaal de prestaties op het gebied van isolatiewaarde, vochtgedrag, brandklasse, duurzaamheid en verwerking. Alle data is product specifiek en voorzien van bronvermelding: geen gemiddelden, maar concrete informatie van toeleveranciers zelf.   

Voor wie is dit handig?
Het overzicht is bedoeld voor iedereen die werkt met biobased isolatie of dat van plan is. Denk aan: 

  • Bouwers en onderhoudsbedrijven 
  • Architecten en ontwerpteams 
  • Timmerfabrieken en prefab producenten 
  • Adviseurs 

Wat kun je er in vinden? 

  • Lambda-waarden, Rd-diktes en faseverschuivingen 
  • Capillair gedrag en dampdiffusieweerstand 
  • Brandklassen (materiaal en systeem) 
  • CO₂-opslag, MKI-waarde, % biobased én productsamenstelling 
  • Certificeringen (CE, KOMO, NMD, BCRG, etc.) 
  • Praktische informatie over verwerking, snijbaarheid en afmetingen 

De bijgeleverde leeswijzer legt alle begrippen helder uit. Daarmee is dit overzicht niet alleen een technische bron, maar ook een hulpmiddel voor communicatie richting opdrachtgevers, projectpartners en beleidsmakers. 

Waarom dit overzicht?
De markt voor biobased isolatie groeit snel, maar goede informatie is versnipperd. Veel aannemers en ontwerpteams maken elk een eigen overzicht dat soms weken in beslag neemt. Het doel van Building Balance is opschalen en versnellen. Met dit overzicht willen we de keuze voor biobased isolatie net iets makkelijker en sneller maken!  

We werken het overzicht regelmatig bij, de meest actuele documenten kun je altijd via de download hierboven vinden.  Heb je aanvullingen of praktijkervaring die je met ons wilt delen? Laat het ons weten. Zo houden we het overzicht actueel én toepasbaar. 

Waarom sommige huizen in de zomer koel blijven — en andere niet

In de winter is het duidelijk: je wilt een goed geïsoleerd huis, zodat je geen warmte verliest. Maar in de zomer speelt een ander probleem. Dan wil je juist voorkomen dat de hitte van buiten je huis binnendringt. Toch raken sommige huizen al vroeg in de middag oververhit, terwijl het in andere woningen tot ’s avonds aangenaam blijft. Hoe kan dat?

De verklaring ligt in iets wat faseverschuiving heet: de vertraging tussen het moment waarop de zon het huis opwarmt en het moment waarop je die warmte binnen voelt. Hoe groter die vertraging, hoe beter je huis bestand is tegen zomerse hitte. En dat heeft alles te maken met wat er in je muur of dak zit, hoe zwaar het is, en minstens zo belangrijk hoeveel glas je hebt.

Raamgrootte maakt meer uit dan isolatie
In theorie kun je isolatiematerialen met elkaar vergelijken op hoe goed ze warmte tegenhouden. Maar in praktijk zijn er andere dingen die véél meer invloed hebben. Bijvoorbeeld: de grootte en oriëntatie van je ramen. Een woning met veel glas op het zuiden warmt veel sneller op dan een woning met kleine ramen zelfs als die laatste slechter geïsoleerd is.

Zonwering en ventilatie zijn dus minstens zo belangrijk als de isolatiewaarde. En als het dan toch om isolatie gaat: het verschil zit vooral in de massa van het materiaal en waar die zich bevindt. Dikke bakstenen muren of houtvezelisolatie bufferen de warmte, terwijl lichte materialen zoals PIR en glaswol dat nauwelijks doen.

Dak = hitteval
Bij schuine daken is het effect nóg groter. Een dak ligt vaak urenlang in de zon, zonder schaduw. Daar is de isolatie vaak het enige wat voorkomt dat de zolder onbruikbaar heet wordt. Kies je voor materialen met veel warmte-opslag, zoals stro, hennep of houtvezel, dan blijft het binnen veel langer koel. Gebruik je lichte materialen zoals glaswol of PIR, dan loopt de temperatuur al snel op zelfs met een hoge Rc-waarde.

De truc: massa + ventilatie + minder glas
Wat werkt dan wél? Een combinatie van warmte-opslag (massa), slimme zonwering, beperkte raamoppervlakken, en goede nachtventilatie. Door ’s nachts te luchten, kan de warmte die overdag is opgeslagen weer weg. Zonder die afkoeling raakt een wand of dak verzadigd en werkt het effect alsnog niet. En een woning vol glas blijft hoe dan ook kwetsbaar.

Rc zegt weinig over zomercomfort
De conclusie is simpel: een hoge Rc-waarde garandeert nog geen koel huis in de zomer. Wie echt zomerhitte wil buitenhouden, moet kijken naar raamgrootte, zonwering, massa in de gevel en het dak, en nachtventilatie. Dát bepaalt of de hitte al om 13.00 uur binnendringt of pas tegen de avond. En in steeds warmere zomers maakt dat het verschil tussen comfortabel wonen en oververhit raken.

En wie biobased materialen gebruikt — zoals stro, vlas of houtvezel — krijgt er nog iets bij: ze slaan CO₂ op én vervangen bouwmaterialen die veel uitstoten, zoals beton of schuim. Daardoor dragen ze bij aan een lagere klimaatimpact van de bouw, zonder dat je daarvoor comfort hoeft in te leveren.

Meer weten over de technische aspecten op basis van een bouwfysische analyse van Arup, uitgevoerd in opdracht van Building Balance? Bekijk het hier.

Steeds meer onderhoudsbedrijven in Utrecht kiezen biobased isolatie

Dertien onderhoudsbedrijven in de Utrechtse corporatieketens hebben zich uitgesproken: vanaf 2027 willen zij minstens 35% van de na-isolatie van daken biobased uitvoeren. Onder meer Coen Hagedoorn, De Variabele, elk, Fier Dakcontrol, Hagemans, Hemubo, OnderhoudPlus, SW, Rutges, Takkenkamp, Talen, Weijman Vastgoedonderhoud en Wits Utrecht werken inmiddels aan hun eigen biobased bouwstrategie.

Steeds meer corporaties maken duurzame keuzes
In de provincie Utrecht is ruim een kwart van de woningen in handen van woningcorporaties. Deze woningen worden regelmatig onderhouden en dat vraagt veel materiaal. Van het vervangen van een kapotte tegel tot het isoleren van een woning bij mutatie: onderhoudsbedrijven spelen hierin een sleutelrol. Steeds vaker maken zij de keuze voor biobased en circulaire materialen.

Een veelgekozen eerste stap is het vervangen van fossiele isolatie door Isovlas platen. Wolters paste dit toe bij een project voor Woonzorg in Deventer en bespreekt nu dezelfde aanpak met Woonzorg Utrecht. Ook Van Wijnen deelt op LinkedIn dat isoleren met Isovlas kostenneutraal is, mede doordat het materiaal al een gipsafwerking heeft.

Bij Cazas Wonen leidde een simpele uitvraag van Egbert Kunst aan Coen Hagedoorn tot een mooie winst: zonder extra kosten werd 21.679 kg CO₂ bespaard in een renovatieproject in Mijdrecht.

Biobased als nieuwe standaard
Het toepassen van Isovlas is een logische eerste stap. Het materiaal is breed beschikbaar en wordt inmiddels op grote schaal gebruikt: alleen dit jaar al voor de na-isolatie van zo’n 30.000 woningen in Nederland.

Maar er is meer mogelijk. Steeds meer Utrechtse corporaties kiezen ervoor om biobased de standaard te maken. De Alliantie neemt hierin het voortouw. Deze corporatie, met onder andere woningen in de regio Amersfoort, stuurt actief op CO₂-reductie in hun renovatieopgave. Zij kiezen bewust voor biobased materialen in plaats van fossiele varianten.

Om biobased materialen zoals stro, hennep, houtvezel en cellulose écht een plek te geven in renovatieprojecten, biedt Building Balance ondersteuning. Denk aan experts die meekijken op kosten, technische haalbaarheid en ketensamenwerking. Ook werken we samen met scholen en overheden die dezelfde ambitie delen. Zo zet de Hogeschool Rotterdam een renovatiehub op om studenten te koppelen aan praktijkvragen. In het programma Circulair Renoveren van ROM Utrecht wordt de duurzaamheidswinst van dertien projecten doorgerekend.

Zelf aan de slag met jouw onderhoudsbegroting?
Wil je zelf aan de slag met biobased materialen? Deze zomer organiseert Building Balance regionale werksessies waarin je ontdekt wat er mogelijk is in jouw renovatieproject. Op basis van je eigen onderhoudsbegroting krijg je concreet inzicht in CO₂-impact en materiaalkeuzes.
Meld je hier aan voor een zomerworkshop

De Anna Paulownaboom: goed om te weten

De ‘Anna Paulownaboom’ is geen eenduidige soort, maar een verzamelnaam voor verschillende soorten en hybriden uit het geslacht Paulownia (zoals tomentosa, elongata, fortunei, en kruisingen als Phoenix One). Het gebruik van deze naam leidt tot verwarring, vooral bij beleid en toepassing. Op verzoek van het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit (LVVN) laat de NVWA momenteel onderzoek uitvoeren naar de risico’s en mogelijke invasiviteit van Paulownia tomentosa en andere varianten. Resultaten worden medio 2026 verwacht.

Hoewel het hout snel groeit en biomassa oplevert, is toepassing in de bouw minder waarschijnlijk dan hoogwaardig gebruik (zoals meubels). Vanuit verschillende Europese landen is inmiddels erkenning voor bepaalde hybriden, terwijl P. tomentosa op diverse verboden lijsten staat vanwege invasief gedrag.

De aanplant van Paulownia is wél meegenomen in de carbon credit-pilot van LVVN, vanwege de snelle koolstofopslag. Zorgvuldige soortspecifieke duiding blijft essentieel voor verantwoord beleid en toepassing.

We hebben een uitgebreid kennisdocument beschikbaar in onze kennisbank. Die kun je hier vinden.
Wil je meer weten over de teelt van houtige gewassen zoals de Anne Paulowniaboom? Neem dan contact op met Sieto van Houten Building Balance. We denken graag met je mee.

Nieuwe Cambuurstadion: Voorbeeld voor duurzame isolatie met Friese vezelhennep

Primeur in Fryslân! Het nieuwe Cambuurstadion is de landingsplek voor grootschalige toepassing van Friese vezelhennep: meer dan 3.500m2 isolatiemateriaal van Friese bodem krijgt een plek in de nieuwe voetbaltempel. De partners zetten hiermee een voortvarende stap op het gebied van duurzaamheid en de ontwikkeling van de Friese vezelhennepketen. In dit project werken lokale boeren, leveranciers, bouwers en SC Cambuur samen en markeert deze toepassing een belangrijke mijlpaal in de opschaling van biobased bouwmaterialen.

Terugblik – Webinar BOOM! Waarom houtbouw nú de slimste keuze is

Van alle bouwprojecten in Nederland is nog maar 5% van houtbouw. En met houtbouw bedoelen we een houten draagconstructie van het gebouw. Experts voorspellen dat dit percentage de komende vijf jaar flink gaat oplopen.

Waarop deze voorspellingen op zijn gebaseerd vertelt Pablo van der Lugt (expert biobased bouwen verbonden aan de TU van Delft, auteur van ondermeer de boeken ‘Booming Bamboo’ en ‘de Houtbouw Revolutie’) in het webinar dat op 12 juni 2025 live is gehouden. Samen met Jetske Thielen (transitiemaker & sociaal ingenieur ) en Jurgen Arts (zelfstandig ontwikkelaar & projectleider van o.a. STEK en Boschgaard) gaat Pablo dieper in op de nieuwste ontwikkelingen, mogelijkheden en kansen voor biobased bouwen zoals houtbouw.

Niet gelukt om live het webinar bij te wonen? Kijk het hier terug of klik hieronder op het filmpje.

Rondom houtbouw bestaan de nodige vooroordelen en mythes. Deze staan een stevige opschaling naar meer houtbouw in de weg. Dit terwijl we juist een versnelling in de transitie naar houtbouw wensen, simpelweg omdat deze noodzakelijk is. In het webinar ontrafelen de tafelgasten enkele feiten van fabels.

Vraagstukken die aan bod zijn gekomen
+  Gaan de Europese bossen eraan als we meer in hout bouwen?
+  Kun je een appartementengebouw van houtbouw bouwen? Tot hoeveel verdiepingen is dit stevig?
+  Hoe brandveilig is een gebouw van houtbouw?
+  Hoe betaalbaar is houtbouw ten opzichte van traditionele betonnen bouw? Moet je rekening houden met meerkosten? Of heb je meeropbrengsten?
+  Waar moet je op letten bij houtbouw m.b.t. ontwerp, constructie, onderhoud en vooral installaties?
+  Hoe het zit met de Europese regelgeving die eraan komt voor CO2 plafond, CO2 rechten. Wat doet dit met de betaalbaarheid van houtbouw in de toekomst?
+  Kun je carbon certificaten inzetten voor de CO2 organisatiedoelstellingen?

De belangrijkste boodschap
De belangrijkste boodschap van dit webinar voor professionals bij woningcorporaties, overheden, architecten, ontwikkelaars en bouwbedrijven? Stap nú in, doe mee, jaag aan, maak het mogelijk, stel niet langer uit. Want voor je het weet loop je achter de feiten aan en kost het je veel geld. Want houtbouw is geen toekomstmuziek meer – het is vandaag!

Meer weten bekijk de link.

Architecten uit Oost-Nederland zetten handtekening onder biobased bouwambitie

Tijdens een feestelijke bijeenkomst op 3 juni bij het Architectuurcentrum Rondeel in Deventer hebben achttien architecten- en bouwkundige tekenbureaus uit Oost-Nederland zich officieel gecommitteerd aan biobased bouwen. Zij ondertekenden gezamenlijk een commitmentverklaring waarin staat dat zij vanaf nu bij elk nieuw ontwerp het principe “biobased, tenzij” hanteren. Inmiddels groeit het aantal door en zijn er twee weken later al 21 bureaus die hier werk van gaan maken.

De bijeenkomst voor Oost-Nederland werd georganiseerd door de regionale ketensamenwerking Boeren voor Biobased Bouwen in Regio Stedendriehoek, die onderdeel uitmaakt van de landelijke organisatie Building Balance. Met de uitvoering van de nationale Aanpak Biobased Bouwen hebben zij een belangrijke aanjaagfunctie in de transitie naar toekomstbestendig bouwen, met als doel: in 2030 bestaat 30% van de (ver)bouwprojecten uit minimaal 30% biobased materialen.

De bijeenkomst vormde één van de regionale ondertekenmomenten in een landelijke beweging: in de Randstad, Limburg en Oost-Nederland worden onder het motto ‘fysiek gescheiden, maar intrinsiek verbonden’, verspreid over Nederland deze week door meer dan 60 bureaus een handtekening gezet onder dezelfde verklaring. Gezamenlijk sturen zij aan op een verschuiving van experiment naar nieuwe standaard in de bouw.

Krachten bundelen in de regio
De ondertekening in Deventer bevestigt de groeiende bereidheid onder Oost-Nederlandse ontwerpers om concreet werk te maken van bouwen met hernieuwbare grondstoffen. Daarbij wordt ook gekeken naar wat architecten nodig hebben om hun transitie te versnellen. Tijdens de bijeenkomst deelden deelnemers ervaringen en ideeën en kwamen praktische uitdagingen aan bod. De zestien ondertekenaars zijn Studio V, Sacon Architecten, I’M Architecten, Daggenvoorde Architecten, Blossom Architecture, Lemson Architecten, Studio Natuurlijk Bouwen, Architecten VOORMORGEN, schipperdouwes architectuur, Davids bouwkundig ontwerp- en adviesbureau BV, Ferm Architecten, Studio Groen+Schild,  GSG architecten, Herman Harms Ontwerp & Bouwbegeleiding, architectenbureau 52Noord, Hollands Zicht en 19 Het Atelier. In de afgelopen weken hebben ook Sacon, DAAD Architecten en RGGA aangesloten. Samen maken zij de weg vrij voor toekomstbestendig bouwen

Tienduizenden biobased nieuwbouwwoningen in de maak

Tijdens vastgoedbeurs Provada hebben acht toonaangevende ontwikkelaars zich gecommitteerd aan biobased bouwen. AM, BAM, BPD, Dura Vermeer, Heijmans, Stebru, VORM en Waal – samen goed voor ongeveer een kwart van de Nederlandse woningbouw – gaan vol inzetten op natuurlijke bouwmaterialen zoals hout, stro, vlas en hennep. Materialen die hernieuwbaar zijn én hier in Nederland kunnen groeien.

Biobased bouwen als kans
Nederland staat voor een grote uitdaging: een woningtekort en ambitieuze klimaatdoelen vragen om versnelling en verduurzaming. De acht ontwikkelaars hebben daarom afgesproken dat in 2028 minimaal 30% van hun nieuwbouwprojecten (tot vijf bouwlagen) bestaat uit ten minste 30% biobased materialen. Gezien hun gezamenlijke marktaandeel gaat het om zo’n 10.000 woningen in de komende tweeënhalf jaar, en daarna jaarlijks 5.000 woningen. Daarmee wordt tot 2030 naar schatting 350 kiloton CO₂ langdurig vastgelegd – vergelijkbaar met de jaarlijkse uitstoot van een stad als Delft (Klimaatmonitor, 2023).

“Met deze gezamenlijke actieagenda, schalen deze ontwikkelaars biobased bouwen flink op en zetten ze een grote stap naar een circulaire bouweconomie”  
Norbert Schotte, Activator bij Building Balance.

Van belofte naar uitvoering
De commitmentverklaring werd ondertekend op de stand van AM op de Provada en is een initiatief van Building Balance. Eerder gingen ook woningcorporaties, bouwers en – twee weken geleden nog – tientallen architecten eenzelfde soort commitment aan.

De samenwerking blijft niet bij woorden alleen. De ontwikkelaars werken aan concrete vervolgstappen, waaronder een biobased bouwkostenkompas, een gezamenlijk Programma van Eisen en een trainingsprogramma. Ook ligt er de ambitie om in 2026 een vervolgafspraak te maken voor gestapelde bouw.

Opschaling van het gebruik van biobased materialen veilig mogelijk maken

Uniek onderzoek naar de brandveiligheid van biobased materialen levert heel veel kennis op.

In 2024 ontwikkelden Building Balance, Nieman, Efectis en Peutz samen een unieke manier om biobased isolatiematerialen te testen op hun brandveiligheid. Het doel: verdere opschaling van het gebruik van biobased materialen op een veilige manier mogelijk maken. In dit interview vertelt Saskia Hegeman van Nieman hoe de eerste tests zijn verlopen en hoe fase twee van het onderzoek eruitziet. “Europa kijkt inmiddels met grote interesse met ons mee.”

Eerst nog even in het kort waarom de nieuwe teststrategie zo bijzonder is. Saskia: “Normaal gesproken moet je voor elk materiaal in elk type wand een hele reeks aan tests doen, waaronder een grote oventest. Dat kost veel tijd en geld. Stel je hebt zeven biobased isolatiematerialen en meer dan honderd verschillende manieren om een HSB-element op te bouwen, dan zijn dat heel veel mogelijke combinaties van materialen en daarmee ook heel veel testen. Dat staat opschaling in de weg.”

“Daarom ontwikkelden we een teststrategie waarmee we de materialen op zichzelf heel goed leren kennen. Door alles wat we leren is het dan naar verwachting niet meer nodig om voor élke combinatie van wandelement en isolatiemateriaal een grote oventest te doen.  Brandveiligheidsadviseurs kunnen dan namelijk op basis van alle data en testrapporten voor andere oplossingen een deskundige beoordeling (DeBo) geven.”

Zoveel mogelijk leren
Saskia vervolgt: “Building Balance gaf ons een lijst met isolatiematerialen: papiercellulose, houtwol, graanstro, miscanthus, vlas, hennepscheven en hennepwol. In nauw overleg met de deskundigen bij de brandlabs van Peutz en Efectis zetten we de teststrategie op. De testen zijn zo opgebouwd dat we steeds voortborduren op wat we in de test ervoor leerden en daarbij kruisverbanden leggen. We controleren de resultaten uit de ene test met de andere én leren steeds meer over hoe de materialen zich gedragen. We leren daardoor ook of het gedrag van de verschillende biobased materialen met elkaar vergelijkbaar is.”

Extra data ophalen
De eerste fase van de teststrategie bestond concreet uit vier soorten testen. De eerste drie – de Small Flame test, de Cone-calori test en de SBI test – geven inzicht in brandkarakteristieken. Saskia: “We hebben elk van die testen uitgebreid met manieren om er extra data uit te halen. Langer doortesten, extra temperatuurmeters (thermokoppels) plaatsen en de Cone-caloritest uitvoeren op een hele hoge temperatuur om de brandsituatie goed te kunnen nabootsen.”

“We gingen echt tot de grenzen van wat het apparaat aankan. Het heeft bij de brandlabs heel wat gloeispiraaltjes gekost om dit zo te doen. Maar dat leverde dus ook veel extra informatie op.”

Wanden extra zwaar belasten
De vierde test omvatte de wandtesten, oftewel de grote oventesten, om te begrijpen hoe de materialen zich houden in een wand. 

“Dit deden we in HSB-constructies van dragende binnenwanden, die we zwaar hebben belast, om te testen voor een situatie zoals van toepassing in een appartementengebouw van 3 of 4 bouwlagen hoog. We zijn daarbij op zoek gegaan naar het optimum tussen de dikte van de plaatlaag en de hoeveelheid biobased isolatie. Er zit veel brandwerendheid in de plaatlagen, dus die plaatlagen hebben we zo dun mogelijk gehouden.”

“Deze grote oventesten breidden we ook uit ten opzichte van wat gebruikelijk is. In de wand hingen we bijvoorbeeld meerdere temperatuurmeters, zodat we in de temperatuurgrafieken konden zien hoe de lagen in de wand zich ten opzichte van elkaar houden in een brand. We hebben getest met inblaasstro, een van de hennepwollen, cellulose en glaswol, dat we door het hele onderzoek heen als referentie gebruiken.”

Waarom glaswol als referentiemateriaal
Voordat Saskia over de resultaten vertelt, is het belangrijk om toe te lichten waaróm glaswol als referentiemateriaal wordt gebruikt.

“De TU München heeft ook onderzoek gedaan naar de brandveiligheid van isolatiematerialen. Daaruit kwam naar voren dat biobased isolatiematerialen zoals houtvezel en cellulose in dezelfde beschermingsfactor vallen als glaswol en goed met elkaar vergeleken kunnen worden.”

Saskia: “De TU München werkt daarbij met PL-klassen. PL staat voor Performance Level en drukt de beschermingsfactor uit: PL1, PL2, PL3. Glaswol valt in PL-klasse 2. Wij nemen dat nu in onze tests mee. Als biobased isolatiematerialen ook in PL-klasse 2 vallen, weten we dat daar waar glaswol is getest, je ook biobased isolatie kan toepassen. En hoef je dat dus niet apart te testen in allerlei wandopstellingen. Dat helpt enorm bij het opschalen van biobased bouwen.”

Resultaten fase 1
De eerste testfase (Small Flame test, Cone-calori test, SBI test en grote oventest) is in september verleden jaar afgerond. Saskia: “Alle grote wandtesten haalden 30 minuten brandwerendheid. En nipt – 34 minuten, 33 minuten – wat betekent dat we een optimale binnenwandconstructie hebben bedacht. Dat is een succes. En we weten nu dat alle in het onderzoek betrokken biobased materialen naar verwachting in het dragend-wandelement kunnen worden toegepast.

“Op basis van die resultaten kunnen we ook de verwachting uitspreken dat alle biobased isolatiematerialen inderdaad in de PL2- klasse vallen. Want als hennepwol het goed doet, doen stro en vlas het waarschijnlijk ook goed. In testfase twee gaan we deze hypothese valideren.”

De testrapporten, inclusief metingen en camerabeelden van alle in fase 1 uitgevoerde testen, zijn via het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouwen te downloaden.

Fase 2: toetsen
“We toetsen de kennis die we opdeden en de voorspellingen die we doen nu in fase twee van het onderzoek. Dat doen we door kruistesten te doen, waarbij we een aantal brandtesten herhalen en met andere materialen uitvoeren, om te kijken of we betrouwbaar kunnen voorspellen.”

“We kijken ook naar andere typen wanden, namelijk dragende scheidingswanden met stro en hennepwol, gevelelementen met hout- en hennepwol en een serie niet-dragende scheidingswanden. In totaal voeren we 12 grote wandtesten uit in fase twee.”

De resultaten hiervan zullen wij op 2 juli van 12.00 uur tot 13.00 uur delen via een lunchwebinar. Aanmelden kan via deze link.

Nog slimmer en sneller testen
Er gebeurt meer deze tweede fase van het onderzoek. “We zoeken nog explicieter aansluiting bij de onderzoekslijn van de TU München. Dat onderzoek ontwikkelt zich continu door en heeft nu onder andere geleid tot een PREN- norm, een pre-Europese norm. Die norm beschrijft een nieuwe test, die in de plaats komt van de Small Flame test en SBI test, waardoor je met minder en kleinere testen ook de PL-klasse kan bepalen.”

“Wij testen nu of dat inderdaad kan. We gaan daarvoor testen op de oude manier (drie kleine testen en een grote oventest) en op de nieuwe manier (alleen een Cone-calori test en die nieuwe test, een soort kleine oven-test) en kunnen dan straks zien of je met de nieuwe manier inderdaad rechtstreeks tot die PL-klasse kan komen. Als het antwoord daarop ja is, gaat dat wederom helpen bij opschaling, want het testen gaat dan sneller en wordt goedkoper.”De resultaten hiervan verwachten wij dit najaar (oktober 2025) te kunnen delen.

Méér brandwerendheid met biobased?
Er is nog iets wat wordt onderzocht in fase twee. “We hebben reden om aan te nemen dat sommige biobased materialen bij een bepaalde dichtheid en vanaf een bepaalde dikte flink bijdragen aan de brandwerendheid van een wandelement. Van stro hebben we daarin de hoogste verwachtingen. Nu wordt dat toegepast met 80 milimeter dikte in het midden van de wand, maar als je daar 120 milimeter gebruikt, gaat de brandwerendheid misschien wel van 30 minuten naar 90 minuten. Ergens is er een dikte waarbij die brandwerendheid een enorme sprong maakt en dat onderzoeken we. We willen weten waar dat ‘springmoment’ ligt.”

Constructieoverzicht
Het onderzoek dat Building Balance, Nieman, Efectis en Peutz nu samen uitvoeren, levert straks een constructieoverzicht op met honderden combinaties van wanden en isolatiematerialen met toepassingen in de bouw. Voor die honderden combinaties is aannemelijk gemaakt dat ze (1) direct voldoen aan de eisen van het BBL of (2) gelijkwaardig zijn (via een deskundigenoordeel).Nieuwe isolatiematerialen en plaatmaterialen kunnen eenvoudig worden toegevoegd aan dit overzicht. Voor nieuwe isolatiematerialen is daar naar verwachting enkel een Cone-calori test voor nodig (voor toepassing in Nederland en mits ze PL2 zijn). En wil je ook het dichtheid- & diktevoordeel van het isolatiemateriaal meenemen voor de kleine oven-test? Voor plaatmaterialen alleen één grote oventest met glaswol als (referentie) isolatiemateriaal.

Het constructieoverzicht is een deskundigenoordeel op basis van gedegen onderzoek door Nieman in samenwerking met Peutz en Efectis. We vragen collegadeskundigen van BCRG om dit op gelijkwaardigheid te beoordelen. Daarmee maken ze zeer aannemelijk dat het constructieoverzicht voldoet aan de eisen op gebied van brandwerendheid in het BBL.

We presenteren de resultaten op 2 juli in een lunchwebinar. Daarna zij deze beschikbaar via het Nationale Kenniscentrum Biobased Bouwen en BCRG.

Veel interesse vanuit Europa
“Nog leuk om te vertellen,” voegt Saskia toe, “is dat ons onderzoek – en alle onderdelen daarvan – met veel interesse wordt gevolgd in Europa. Andere landen zijn onder de indruk van wat we hier aan het doen zijn en verwachten er veel van te kunnen leren. Dat geeft weer aan hoe bijzonder het is wat we hier in Nederland hebben opgezet. Daar zijn we trots op.”

Gemeente Utrecht bouwt nieuw Upcyclecentrum circulair

Wie op een niet nader te noemen platform de vraag stelt ‘Hoe zijn mensen uit Utrecht?’ krijgt een trits aan kenmerken te zien die allemaal op hetzelfde neerkomen: nuchter en betrokken. Hoe de bouw van het nieuwe Upcyclecentrum van de gemeente Utrecht in het Werkspoorkwartier is aangevlogen, is daar het schoolvoorbeeld van: circulaire bouw met hout. Bas Grol, projectleider bij de gemeente Utrecht en nauw betrokken bij de realisatie van het nieuwe Upcyclecentrum, vertelt over de ambities, obstakels én inzichten van dit vooruitstrevende project. “We willen niet alleen praten over circulariteit, maar vooral dóén. En dat begint met gewoon beginnen.” 

Van theorie naar praktijk 

Het Upcyclecentrum in Utrecht is één van de eerste projecten waarin de gemeente zelf het voortouw neemt in circulair bouwen. Grol: “Veel projecten in de stad zijn al circulair, maar vrijwel nooit geïnitieerd door de gemeente zelf. Dit project is daarom bewust een leertraject. Een manier om intern kennis op te bouwen en ervaring op te doen.” 

Oorspronkelijk was het plan om te bouwen met een stalen constructie uit restmateriaal, maar die bleek uiteindelijk minder uniek en beschikbaar dan gedacht. De keuze viel daarom op een houten skelet, afkomstig uit een oude zoutloods van Rijkswaterstaat. “Dat past beter bij onze ambitie. En hout laat zich op locatie ook veel eenvoudiger bewerken.” 

Van milieustraat naar grondstofhub
Het Upcyclecentrum wordt gerealiseerd pal achter de milieustraat aan de Tractieweg in Utrecht. Daar worden kringloopgoederen en herbruikbare materialen (‘upcyclegoederen’) apart gehouden om te voorkomen dat het afval wordt. Vervolgens worden upcyclegoederen voorbehandeld en klaargezet voor hergebruik. “Denk aan houten balken, beschadigde kasten of binnendeuren uit woningbouwprojecten. Zo voorkomen we dat waardevolle materialen versnipperd of verbrand worden terwijl ze nog prima inzetbaar zijn.” 

Het centrum wordt een spil in een bredere samenwerking van 20 tot 25 partijen – van sociale werkplaatsen tot maakbedrijven, reparateurs  en onderwijsinstellingen – allemaal met één doel: materialen een tweede, derde of vierde leven geven. Daarnaast wordt het Upcyclecentrum een inspirerende plek voor bedrijven en inwoners, waar je veel te weten komt over upcyclen door het zelf te zien en te ervaren. 

Leren door te doen – met vallen en opstaan
Het project kende zijn uitdagingen. Van vergunningstrajecten die niet passen bij het werken met onbekende restmaterialen, tot last-minute aanpassingen in het ontwerp. “We hebben regelmatig tekeningen moeten herzien omdat materialen toch anders waren dan verwacht. Het vraagt om een flexibel bouwteam en partners die meebewegen.” 

Grol benadrukt het belang van besluiten durven nemen en improviseren: “Als we het traditionele bouwproces precies hadden gevolgd, waren we nog niet begonnen. Door het gewoon te doen, leer je veel sneller waar de knelpunten zitten.” De samenwerking met partijen als JP van Eesteren, Urbanizer, Movares en diverse lokale bedrijven zorgde voor een flexibele, lerende aanpak. 

Vooruitblik: biobased bouwen in Lunetten
Naast het project in het Werkspoorkwartier, werkt Utrecht aan een tweede locatie in Lunetten, met focus op biobased bouwen. “Daar willen we bijvoorbeeld werken met stadshout uit de openbare ruimte en met natuurlijke isolatiematerialen. We ontwikkelen een lokale houtketen, waarin ondernemers samen met de gemeente inovatieve producten ontwikkelen van hout – van gevelbekleding tot hekwerken.” 

De lessen van het ene project worden direct toegepast in het andere. “We willen nog circulairder, nog lokaler en nog meer biobased bouwen. Daarvoor is het Upcyclecentrum een vliegwiel.” 

Advies aan andere gemeenten: begin gewoon
Wat zou Grol andere gemeenten aanraden? “Begin gewoon. Niet alles hoeft perfect uitgewerkt te zijn. Er zijn altijd beren op de weg, maar die moet je onderweg maar temmen. Zonder lef en interne ambassadeurs gebeurt er weinig.” 

Het Upcyclecentrum opent naar verwachting in het derde kwartaal van 2025. Interesse om het project te bezoeken of meer te leren? Neem contact op met Desiree van de Ven, gemeente Utrecht. 

De logica van bouwen met hout: waarom dit hét kantelmoment voor woningcorporaties is

Houtbouw is geen toekomstmuziek meer – het is nú. Op 21 juni opent een aantal houtbouwprojecten – waaronder tien corporaties – hun deuren.  Tijdens de 1e nationale Dag van de HOUTbouw kun je terecht op verschillende locatie in het hele land. Dé kans om te komen ruiken, kijken en ervaren hoe houtbouw voelt. Feeling wood!

Toch blijft grootschalige toepassing van houtbouw binnen de corporatiesector nog uit. En dat terwijl de techniek volwassen is, de prijs concurrerend en de voordelen voor klimaat én bouwtempo overduidelijk zijn. En er al corporaties zijn die experimenteren of zelfs overtuigd kiezen voor biobased en houtbouw. Wat houdt de echte doorbraak in de sector tegen?  

Neem in planvorming houtbouw op als volwaardig alternatief
Volgens Jurgen Arts (o.a. Zayaz, Houtbouw Lente) en Jan Willem van de Groep (Building Balance) is een kanteling in denken nodig. “Houtbouw wordt zelden standaard als volwaardig alternatief meegenomen,” zegt Arts. “Neem het als vaste optie mee in de planvorming, naast de klassieke fossiele variant.” Van de Groep voegt toe: “Laat de bouwer maar op basis van een gegeven budget een passende oplossing bedenken. Zo doorbreek je eventueel koudwatervrees én ontdek je wat mogelijk is.”

Wijs om nu in te stappen
Volgens Arts is nu het perfecte moment voor woningcorporaties om in te stappen. “Vijf jaar geleden was houtbouw relatief duur en experimenteel. Nu is het volwassen, haalbaar en betaalbaar. Het is wijs om nú in te stappen, dan loop je niet achter de feiten aan. Zo komt er Europese regelgeving op CO₂-reductie aan. Wie dan nog moet versnellen, betaalt de hoofdprijs.” Ook Van de Groep ziet houtbouw als logische vervolgstap in duurzaam bouwen. “We hebben het energieverbruik in nieuwbouw op orde. Nu moeten we de materiaalgebonden emissies terugdringen. Beton, staal, glas en isolatiematerialen veroorzaken samen een groot deel van de CO₂-uitstoot in de bouw. Houtbouw biedt hier  direct een oplossing voor.” 

Uit de groef komen
Volgens Arts zit de routine diep. “Corporaties vragen hun vaste aannemer om een plan – die bouwt traditioneel met beton en staal. Hun hele keten is daarop afgestemd. Als zij hout als product moeten inkopen, stapelen de marges zich op, wordt het duur en haakt men af. Dat systeem houdt zichzelf hardnekkig in stand. En dan zijn er nog de vooroordelen over hout.” Bekijk ze hier: houtbouw-mythes ontkracht.

Toch zijn beide experts hoopvol dan de omslag sneller kan gaan dan we nu denken. “Over vijf jaar kijken we terug en zeggen we: hoe was het ooit anders?” zegt Van de Groep. “Zoals met gasloos bouwen. Eerst ondenkbaar, toen ineens vanzelfsprekend en de norm. Ik denk dat het met biobased en houtbouw net zo kan gaan.”

Arts besluit: “Elke corporatie kan nu kiezen voor houtbouw. Maar doe het wel met een plan. “Bepaal welke projecten je geschikt acht voor houtbouw, met welke partners je dat gaat doen, en hoe je gaat leren van ervaringen, ook van corporaties die voorop gaan. Doorvoel de omwenteling naar houtbouw een keer goed en ervaar wat het kan betekenen voor je organisatie. Voor bijvoorbeeld betaalbaarheid, beschikbaarheid en duurzaamheid.”

De Dag van de Houtbouw
De komende tijd staan er diverse evenementen op de agenda die over houtbouw gaan. Op 4 juni het Lente akkoord congres waarin Arts namens Aedes een bijspijkersessie geeft over ‘hoe je houtbouw kunt laten groeien’. Op 12 juni is er een webinar met o.a. houtbouwexpert Pablo van der Lugt: ‘waarom houtbouw nu de slimste keuze is’. Meld je voor beide evenement aan als je erbij wilt zijn. 

En als klap op de vuurpijl de 1e nationale Dag van de Houtbouw op 21 juni. In het hele land kun je dan inspiratie op doen en ontdekken dat houtbouw al dagelijkse praktijk is. Deze corporaties gaan al voorop: Alwel, Tiwos, Zayaz, Trudo, de Kernen, de Alliantie, Woonveste, Talis, Woonbedrijf, Thuisvester.

Bezoek de website voor meer informatie en alle locaties.

Veelgestelde vragen over MIA/Vamil en biobased bouwen

Nieuwe FAQ helpt bij fiscale vragen

De Milieu-investeringsaftrek (MIA) biedt belastingvoordeel aan ondernemers die investeren in milieuvriendelijke bouw. Maar hoe werkt dat precies als je biobased of circulair bouwt? En wat mag er nog wél binnen de regeling?

Bij Building Balance krijgen we hier veel vragen over. Daarom hebben we de belangrijkste aandachtspunten op een rij gezet in een overzichtelijke FAQ.

Praktische uitleg, concreet voorbeeld

De FAQ beantwoordt vragen over onder andere:

➕ de invloed van biobased materialen op de MPG-score;

➕ het gebruik van de A2-dataset;

➕ de manier waarop RVO de meerkosten berekent;

➕ de aftopping bij woningbouw.

We geven ook een rekenvoorbeeld mee, zodat duidelijk is hoe het belastingvoordeel in de praktijk kan uitpakken.

Direct aan de slag

Werk je aan een project waarbij je gebruik wilt maken van de MIA?
Bekijk dan eerst de FAQ. Zo voorkom je verrassingen en weet je waar je aan toe bent.
Je kunt de FAQ lezen op de site van de NKBB.

Draisma Bouw en Waterschap Vallei en Veluwe zetten samen in op biobased

In de regio Stedendriehoek werken steeds meer partijen samen aan een duurzame leefomgeving. Een mooi voorbeeld is de restauratie van het gemaal in Terwolde. Draisma Bouw, Waterschap Vallei en Veluwe en gemeente Voorst, allen ketenpartner van Boeren voor Biobased Bouwen, pakken hier samen de uitdaging op om de keten van vezelgewas tot gevel, lokaal en biobased naar de praktijk te brengen. Met lef, visie en samenwerking tonen ze hoe je als bouwer én opdrachtgever echt het verschil kunt maken.

Waarom biobased?
Voor het waterschap is de keuze voor biobased materialen geen trend, maar een bewuste strategische keuze. “Vezelgewassen zoals hennep dragen bij aan een betere bodem- en waterkwaliteit,” vertelt Maaike van Scheppingen, als omgevingsmanager bij Vallei en Veluwe en verantwoordelijk voor de restauratie van het meer dan 100 jaar oude gemaal in Terwolde. “Ze verminderen uitspoeling van nitraat, vergen geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen en hun diepe wortels verbeteren de sponswerking van de bodem. Bovendien slaan we koolstof langdurig op wanneer we de vezels gebruiken in bouwmaterialen.” 

Het sluit naadloos aan bij de duurzaamheidsdoelen van het waterschap: in 2035 volledig klimaatneutraal zijn. Dit project, de verduurzaming van een voormalig stoomgemaal, was daar een mooi voorbeeld van. Biobased materialen waren toen nog geen verplichting, maar kwamen voort uit de aanbesteding waarin duurzaamheid een gunningscriterium was. Inmiddels is het waterschap alweer een stap verder gegroeid in ambitie en heeft zich gecommitteerd aan de deal Biobased (Ver)Bouwen 30-30-30 in regio Stedendriehoek. 

Draisma bouw kiest voor de toekomst
Binnen Draisma is het de afdeling Restauratie die dit bijzondere project uitvoert. De combinatie van verduurzamen én het behoud van historische waarde vroeg om slimme keuzes, waarbij het toepassen van hennepisolatie aan de voorgevels één van de belangrijkste was. “Biobased bouwen past bij onze visie op toekomstgericht bouwen,” zegt Laura Bredenhof, werkvoorbereider bij Draisma Bouw en nauw betrokken bij het project. “We willen bijdragen aan een gezonde leefomgeving, met materialen die hernieuwbaar zijn, een lage CO₂-footprint hebben en passen binnen de circulaire economie.” Hennep scoorde op al deze punten, én bleek bovendien prettig te verwerken.  

Met de recente ondertekening van de commitmentverklaring Biobased Bouwen 30-30-30 bevestigt ook Draisma Bouw haar ambitie om duurzaam te willen bouwen voor de toekomst. Als  actief ketenpartner in Boeren voor Biobased Bouwen is biobased inmiddels een vast speerpunt in veel projecten die zij onder handen hebben. Dit getuigt van langetermijnvisie en betrokkenheid bij structurele verduurzaming van de bouwsector. 

Technisch sterk, prettig in gebruik
Het werken met hennepisolatie verraste op een positieve manier. Zo was het materiaal steviger en beter te zagen dan andere isolatiematerialen. En het veroorzaakt minder stof en geur tijdens de verwerking, zeker vergeleken met Isovlas. Laura: “Technisch zit het ook goed: hennep heeft uitstekende thermische én vochtregulerende eigenschappen. Dat maakt het zeer geschikt, ook voor historische panden.” Toch was het geen kwestie van ‘even doen’. De juiste materialen kiezen was een zoektocht. Het moest passen bij de techniek, het uiterlijk én de duurzaamheid. 

Netto CO₂-impact
Hennep is niet alleen een natuurlijk en hernieuwbaar materiaal, maar speelt ook een actieve rol in de reductie van CO₂-uitstoot. Het vezelgewas neemt tijdens de groei actief CO₂ op. Deze opslag bedraagt 60 tot 80 kg CO₂ per kubieke meter. Steenwol en glaswol slaan geen CO₂ op en de productie hiervan leidt alleen maar tot uitstoot. 

Hennepisolatie heeft over de hele levenscyclus een netto CO₂-waarde van -5 tot -25 kg per kubieke meter, wat betekent dat het meer CO₂ opslaat dan uitstoot. Daarentegen zorgen steenwol en glaswol voor een uitstoot van respectievelijk 73,5 en 59 kg per kubieke meter. Met de gemaakte keuze voor deze biobased isolatie is bij dit project is in totaal xxx CO₂ opgeslagen. En dit past weer naadloos in de ambitie van het waterschap om de milieu-impact te verkleinen! 

Geleerde lessen 
Zoals bij elk innovatief project, kwamen er ook wat hobbels op de weg. Zo bleek de leverancier van hennep beperkt flexibel: “Ze leveren alleen volle trailers, wat lastig is bij kleinere projecten. Daarnaast is er weinig voorraad beschikbaar, zowel bij fabrikant als tussenhandel.” Ook de verwerking was nieuw en ook daar was het even zoeken naar de juiste wijze om de grote isolatieplaten te snijden. Na wat zoekwerk op internet werd de oplossing gevonden. “We hebben een speciale zaagtafel aangeschaft om het materiaal optimaal te kunnen verwerken.” 

Keuzes maken
In de aanbesteding werden aannemers gevraagd om concrete voorstellen te  doen voor de verduurzaming van het pand. Draisma kwam hierbij als beste partij uit de bus. Hun bod bevatte de juiste maatregelen in combinatie met een goede prijs-kwaliteitverhouding. Daarnaast was de keuze voor lokaal verbouwde grondstoffen ook een waardevolle toevoeging. Hiermee ontstaat echt samenwerken in een korte keten. Waarom materialen van ver halen, als hennep gewoon uit de regio kan komen!” 

De rol van het waterschap
De rol van Waterschap Vallei en Veluwe stopt niet bij het opstellen van duurzame eisen, maar wil ook de ruimte geven om samen te leren. “Als opdrachtgever hebben we een belangrijke taak in het versnellen van de transitie naar een circulaire economie. We kopen als sector jaarlijks voor meer dan 2 miljard euro in – dat geeft ons invloed. Door circulariteit in onze uitvragen op te nemen, stimuleren we innovatie en duurzame oplossingen. En we willen hier ook van leren én onze kennis delen.” 

Van houtbouw naar volledig agrobased bouwen – we zitten op de goede weg.

De beweging naar biobased bouwen zit in de lift. Kijk naar projecten als BLINK in Haarrijn of het werk van Plegt-Vos voor Casas in dezelfde wijk — houtbouw wint zichtbaar terrein. Ook de markt past zich aan: de verkoop van inblaasmachines groeit gestaag en veel prefab (timmer)fabrieken blazen al isolatie in, zoals de Prefab Fabriek in Culemborg. Voor wie al wel met houtbouw bezig is, maar de volledige transitie naar agrobased materialen op dit moment nog te uitdagend vindt, hebben we goed nieuws: je bent al heel goed bezig.  

De transitie naar een circulaire economie waarbij we in de bouw allemaal massaal agrobased materialen gebruiken, is immers geen sprint maar een marathon. De koers die Building Balance hierbij voor zich ziet, is helder en gefaseerd: op de trein stappen is gewoonweg het makkelijkst met hout. De stap naar biobased isolatie zoals cellulose is dan een logische volgende stap. Ook deze maakt de weg weer een stukje vrij voor de verandering naar agrobased materialen van Nederlandse bodem. 

Stap 1: Hout – stevig fundament voor een flexibele start
Houtbouw is veel meer dan een trend: het is een solide eerste stap in een bredere biobased route. Bouwen met hout biedt een bouwfysisch en organisatorisch betrouwbaar alternatief voor beton of staal. Bovendien slaat hout CO2 op, is de geprefabriceerde bouw aanzienlijk lichter en zorgen de beperkte vervoersbewegingen voor minimale stikstofuitstoot. En het is vertrouwd terrein — Nederland heeft immers een rijke geschiedenis met hout als bouwmateriaal. Wist je dat Holland een verbastering van Houtland is? 

Wat we vandaag zien, is een herwaardering van dat erfgoed. Houtbouwconcepten duiken overal op, en steeds meer bouwbedrijven investeren in eigen productielijnen voor houtbouw. Tel daarbij op dat een tekort aan traditionele bouwmaterialen op handen is, en de keuze voor houtbouw is evident. Een logische eerste toepassing is te vinden bij woningen tot zes bouwlagen: overzichtelijk, schaalbaar en uitermate geschikt als leerschool voor de volgende stappen in het biobased bouwen. 

Stap 2: Het laaghangende fruit dat biobased isolatie heet
Na de constructie volgt de schil. Biobased isolatiematerialen, zoals houtvezel of cellulose, zijn een logische vervolgstap. Ze sluiten perfect aan op houtbouw, zijn bewezen effectief en inmiddels goed verkrijgbaar. 

We zien dat steeds meer fabrieken hun processen hierop aanpassen. Dat is voor de grootschalige transitie naar biobased bouwen natuurlijk ontzettend fijn, maar is tegelijkertijd een drempel om snel te veranderen naar agrobased materialen. Als je je fabriek hebt ingericht op werken met cellulose, dan verander je natuurlijk niet van de ene op de andere dag van materiaal. Dat raakt aan alles: van wanddikte tot opslag en verwerkingsapparatuur, dat snappen wij natuurlijk ook.  

Het goede nieuws: je hoeft het niet alleen uit te vogelen. De praktijk is volop in ontwikkeling en Building Balance ondersteunt actief bij het optimaliseren van deze keuzes — zowel technisch als strategisch. 

Stap 3: Agrobased vezels – van veld naar gevel
De volgende stap? Isolatie op basis van lokaal geteelde gewassen zoals hennep, vlas, stro of miscanthus. Deze vezels zijn niet alleen snelgroeiend en circulair, maar maken de keten ook écht lokaal. 

Hoewel deze stap nog in de kinderschoenen líj́kt te staan voor de industriële nieuwbouw, wordt het in daken bij renovatie al veelvuldig toegepast. Stro is recent bijvoorbeeld KOMO-gecertificeerd als inblaas-isolatie — een belangrijke doorbraak. Maar we zijn er nog niet. Voor de industriële opschaling en brede toepassing is het van belang dat er ervaring wordt opgedaan en verdere productontwikkeling en certificering plaatsvindt. 

Dat begint niet in de fabriek, maar op het land. Boeren moeten toekomstperspectief zien, en dat vraagt om serieuze, structurele samenwerking binnen de keten. Inspirerende voorbeelden, zoals de Friese Hennepdeal, laten zien hoe het kan: van teler tot bouwer, in één regionale keten. 

Goed bezig
Waar je je ook in de biobased adoptie bevindt, we zijn blij dat je bezig bent. Zo is de transitie naar biobased bouwen in volle gang. Houtbouw is een geweldige eerste stap, biobased isolatie ligt binnen handbereik, en de opmars van agrobased materialen komt eraan. 

Elke stap vraagt nieuwe keuzes. En nee — je hoeft niet morgen alles om te gooien. Maar de vraag is wél: hoe ziet deze transitie eruit voor jou? 

Wil je hierover in gesprek? Building Balance verbindt je graag met de juiste inhoudsdeskundigen. We helpen je vooruit met kennis, praktijkervaring en partners uit de hele keten. De eerste stap is eenvoudig: neem contact op met Utrechtse ketenregisseur Marieke van Loon.

 

Beeld: Wildgroei houtbouw van Blink 

Terugblik op Biobased Bites 10: Dâk erop, zorgen eraf! Een biobased dakoplossing met MEER-subsidie

Tijdens het tiende Biobased Bites lunchwebinar, dat op 8 april plaatsvond, stond Dâk – de biobased dakoplossing voor renovatie, centraal. Een gestandaardiseerd prefabdak voor hellende daken, voorzien van biobased isolatiemateriaal (keuze uit hennepwol of inblaasstro). Dit dak wordt aan de buitenkant aangebracht en is voorzien is van zonnepanelen. Building Balance wil een dakenstroom op gang brengen en voor deze biobased dakoplossing de MEER-subsidie aanvragen.   

Heb je het webinar gemist? Geen probleem! Je kunt deze nu terugkijken via deze link of hieronder. 

Bekijk hier de presentatie terug.

Ben jij al enthousiast over deze dakoplossing en wil jij je aanmelden voor de MEER-subsidie, vul dan vandaag nog het aanmeldformulier in op onze DÂK-wepagina en blijf op de hoogte van deze dakoplossing met subsidie.

Take-aways webinar
Vanuit Building Balance was Marjet Rutten gastvrouw tijdens dit webinar en nam ze de deelnemers samen met Rick Ebbers mee in alle technische details en mogelijkheden van dit dak én van de subsidie. Fred Sekema van Woningstichting Wold & Waard vertelde over de keuze voor een biobased opdak en over zijn ervaring met de MEER-subsidie.

De belangrijkste les van dit webinar is: Een biobased prefab opdak met geïntegreerde zonnepanelen is niet alleen technisch haalbaar, maar ook praktisch toepasbaar en kan financieel aantrekkelijk zijn. Vooral als je slim gebruikmaakt van beschikbare subsidies, zoals de MEER-regeling!

Bekijk hier het overzicht van belangrijkste take-aways terug.

Heb jij nog daken te renoveren?
We zijn voor deze subsidieaanvraag op zoek naar woningen waar het biobased dak kan worden toegepast! Misschien heb jij wel projecten waar je in de komende vijf jaar een grote dakrenovatie wilt doorvoeren, en waarbij je ook graag gebruik maakt van de subsidie. 

 Zie onze dakenactie website voor meer informatie over deze dakenaanpak. Meld je aan en blijf op de hoogte over de beste biobased dakoplossing met MEER-subsidie!

We zien je graag terug bij een volgend Biobased Bites lunchwebinar dit jaar; houd onze agenda in de gaten!

Terugblik ketenbijeenkomst Building Balance Utrecht

Ook een gemeentewerf kan pionieren in biobased bouwen, het draagvlak voor biobased in de regio Utrecht vergroot snel en werktafels die buiten in de voorjaarszon plaatsvinden, geven extra veel energie – deze en meer inzichten werden opgedaan tijdens de ketenbijeenkomst Bouwmaterialen van Utrechtse Bodem die plaatsvond in Wijk bij Duurstede op 10 april. 

Op een zonnige donderdag kwamen ketenpartners uit de bouw- en vastgoedsector van regio Utrecht bijeen voor een inspirerende ketenbijeenkomst van Building Balance Utrecht. Het programma bracht de bezoekers eerst naar de biobased gebouwde gemeentewerf van Wijk bij Duurstede. Hier liet projectleider Martin Hardijzer (Gemeente Wijk bij Duurstede) zien hoe hij de gemeenteraad wist te overtuigen met heldere CO₂-impactcijfers en een lange termijn visie op kostenbesparing.

Vanuit de uitvoeringspraktijk vertelden Jochem van Vliet (Peek Bouw & Infra BV) en Mathijs Raaijmakers (Bouwbedrijf Gebroeders van Herpen BV) hoe zij Strotec-panelen — oorspronkelijk ontwikkeld voor woningbouw — hebben doorontwikkeld tot volwaardige gevelsystemen voor utiliteitsbouw. Een belangrijke stap in de opschaling van biobased bouwoplossingen.

Na het werkbezoek werd de bijeenkomst vervolgd op het nabijgelegen Kasteel Wijk bij Duurstede. Hier deelden ketenregisseurs Marieke van Loon en Nienke Binnendijk de laatste ontwikkelingen rondom biobased bouwen, en gingen deelnemers actief aan de slag tijdens werksessies aan thematafels. De middag werd afgesloten met een zonnige netwerkborrel op het kasteelterrein — nieuwe verbindingen werden direct gesmeed!

 

Samen bouwen aan versnelling

De ketenbijeenkomsten van Building Balance zijn essentieel om samenwerkingen binnen de regio Utrecht te versterken en om praktische handvatten te bieden voor de transitie naar biobased bouwen. Iedere bijeenkomst zorgt voor nieuwe inzichten, gedeelde kennis én zichtbare versnelling.

 

Bekijk de beelden en presentatie

Wil je nog even nagenieten of inspiratie opdoen? Bekijk hier de foto’s van de dag, of lees de presentatie en inzichten die uit de werktafels kwamen nog eens rustig na.

 

Volgende bijeenkomst: save the date!

De volgende ketenbijeenkomst vindt plaats op 6 november 2025 en belooft opnieuw een werkbezoek aan een biobased bouwproject. Wil je de uitnodiging ontvangen? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief van Building Balance en vink ‘provincie Utrecht’ aan.

 

Voor de buurt, met de buurt en uit de buurt

Binnen de ketensamenwerking Boeren voor Biobased Bouwen werken we in de volle breedte van de keten samen aan één doel: een duurzame leefomgeving voor ons allemaal. Onze ketenpartners nemen je mee waarom zij, samen met ons netwerk, gas willen geven op de route van plant naar pand.

Veeneman Bouw- Fredrick Keizer
Duurzaam bouwen wint steeds meer aan belang in de bouwsector, en biobased materialen spelen hierin een cruciale rol. Voor Veeneman Bouw uit Apeldoorn is duurzaamheid geen trend, maar een diepgeworteld principe dat al ruim 90 jaar in het DNA van het bedrijf zit. Maatschappelijk verantwoord ondernemen staat bij Veeneman centraal, of het nu gaat om het werken met lokale vakmensen, het creëren van werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of het ontwikkelen van duurzame bouwoplossingen. “Biobased bouwen is voor ons dé oplossing om een gezonde leefomgeving te creëren met materialen die regionaal gefabriceerd worden,” vertelt Fredrick Keizer, commercieel manager bij Veeneman Bouw.


Fredrick Keizer, commercieel manager

Samenwerken voor innovatie
Veeneman Bouw is aangesloten als ketenpartner bij Boeren voor Biobased Bouwen. Deze samenwerking biedt de kans om kennis te delen en in de praktijk te leren over biobased materialen. “Wij zijn al jaren bewust of onbewust bezig met duurzame materialen, zoals vlas. Zo hebben we als een van de eerste aannemers al in 2017 samen met producent Isovlas een pilot uitgevoerd bij 44 woningen, waarbij we de kap van binnenuit hebben geïsoleerd met hun isolatieproduct.”

Door deelname aan de ketensamenwerking kan Veeneman uitdagingen rondom nieuwe biobased materialen bespreken en verbeteren. “We lopen soms tegen praktische problemen aan, en het is waardevol om die samen met anderen op te lossen. Daarnaast leren we van de initiatieven en ervaringen van andere partijen.”

Huidige toepassingen en ambities
Veeneman past al geruime tijd biobased materialen toe, waarbij de keuze voor vlas vaak wordt gemaakt. Daarnaast werkt het bedrijf samen met Tifa Lemele, een timmerfabriek dat volop bezig is met het verwerken van biobased (isolatie)materialen in hun elementen. Een belangrijke stap om deze samenwerking ook naar uitvoering te brengen was de hulp van Sjoerd Klijn Velderman, een expert binnen Building Balance die via de keten werd aangehaakt voor hun technische vragen. “Hij heeft ons geholpen met een praktische tool om de CO2-besparing van biobased materialen inzichtelijk te maken. Dat heeft ervoor gezorgd dat een opdrachtgever ons selecteerde en nu serieus overweegt om te kiezen voor duurzame, biobased woningen, ondanks de 15% hogere kosten.”. De ambitie van Veeneman is helder: vastgoedonderhoud verduurzamen met zoveel mogelijk gezonde en duurzame materialen. Het liefst regionaal geproduceerd, zodat niet alleen het milieu, maar ook de regionale werkgelegenheid gestimuleerd wordt.

Doelen voor de toekomst
Tijdens een werksessie afgelopen jaar met twee corporaties en hun onderhoudspartners uit de Stedendriehoek heeft Veeneman de kracht van openheid en samenwerking ervaren. “De inkijk in elkaars processen en de motivatie om samen te werken waren erg waardevol. Iedereen ziet de meerwaarde van kennisdeling, mits we allemaal hetzelfde doel nastreven.”

Voor 2025 zet Veeneman in op het realiseren en delen van twee voorbeeldprojecten die als blauwdruk kunnen dienen voor succesvolle biobased bouwprojecten. De langetermijnvisie reikt nog verder: “Onze stip voor 2030 is 100% circulaire en afvalvrije bouw, waarbij minimaal 30% van de isolatiematerialen biobased is.” Om deze doelen te realiseren, is het belangrijk om concrete stappen te zetten. Daarom heeft Veeneman de commitmentverklaring voor biobased bouwen ondertekend. “Het helpt om een duidelijk doel voor ogen te houden en hier gezamenlijk naartoe te werken. Alleen door commitment en motivatie komen we tot resultaat.”

Bouw met impact
Wat Veeneman drijft, is de impact die hun werk heeft op mensen. “Het mooiste aan ons werk is dat we iets maken waar mensen echt blij van worden. Door biobased bouwen kunnen we bijdragen aan een gezonde leefomgeving, werkgelegenheid in de regio en een prettige werkomgeving voor onze vakmensen.” Concrete voorbeelden van projecten waarin Veeneman biobased bouwt, zijn onder andere de renovatie van een woonblok in NoorderEnk in Eerbeek voor corporatie Veluwonen en project Steenbeek in Ugchelen, dat voor corporatie De Goede Woning in uitvoer gaat. In deze projecten laten zij zien hoe biobased materialen bijdragen aan zowel duurzaam vastgoedbeheer als een gezondere leefomgeving.

Met een heldere visie en concrete acties blijft Veeneman Bouw vooroplopen in de transitie naar een duurzamere bouwsector. Door samenwerking, innovatie en een sterke regionale focus bewijst het bedrijf dat biobased bouwen niet alleen een ideale toekomstvisie is, maar een realiteit die vandaag al vorm krijgt. En dat leidt dan ook weer tot mooie resultaten binnen de keten van Boeren van Biobased Bouwen!

HDO Groep sorteert voor op biobased opschaling met opening woonfabriek

In de grootste groene woonfabriek van Nederland werkt HDO Groep aan de toekomst van duurzaam bouwen. Jeroen Rutte, werkzaam bij HDO, vertelt hoe zij houten woningen produceren zonder beton en met minimale staaltoepassing. “Onze woningen zijn niet alleen biobased, maar ook ontworpen met een hoge mate van losmaakbaarheid, waardoor circulariteit daadwerkelijk haalbaar wordt,” legt hij uit.

Geen flexwoningen, maar hoogwaardige verplaatsbare woningen

Voor de gemeente Leiden realiseert HDO Groep 75 houten woningen. Bewust wordt de term ‘flexwoningen’ vermeden. “Flexwoning roept vaak de associatie op met tijdelijke, minder kwalitatieve huisvesting,” zegt Rutte. “Onze woningen voldoen aan de hoogste bouwstandaarden en kunnen langer dan 50 jaar op één plek blijven staan, maar zijn ook meerdere keren te verplaatsen zonder kwaliteitsverlies.”

De mythe van de MPG-score en de waarde van hout

Rutte stuitte op een opvallende misvatting binnen duurzaam bouwen: de MPG-score (MilieuPrestatie Gebouwen). “Volgens de huidige normering zou een houten woning minder duurzaam zijn dan een betonnen variant, omdat het uitgangspunt is dat hout na 70 jaar verbrand wordt,” vertelt hij. “Dat is natuurlijk onjuist. Houten woningen kunnen generaties meegaan, en zelfs als hergebruik nodig is, blijft hout inzetbaar als biobased isolatiemateriaal of als bouwstof.”

De gemeente Leiden heeft hier slim op ingespeeld door in de aanbesteding wel een MPG-score uit te vragen, maar hier geen harde beoordeling aan te koppelen. Een gemeente die denkt in mogelijkheden en vooruitstrevend te werk gaat, vindt Rutte. In plaats daarvan lag de nadruk op losmaakbaarheid, een veel betrouwbaardere indicator van circulariteit. “Met meer dan 80% losmaakbaarheid zetten wij een nieuwe standaard in de bouwsector” aldus Rutte.

Hout als meest veelbelovende biobased bouwmateriaal

Voor Rutte staat buiten kijf dat hout het meest veelbelovende biobased materiaal blijft. “Wij hebben beton volledig uit onze bouwsystemen geëlimineerd en realiseren houten gebouwen tot zeven verdiepingen hoog,” vertelt hij. Toch blijft innovatie doorgaan. “We experimenteren nu met het combineren van biobased isolatiematerialen, zoals cellulose en houtvezels. Het samenspel van materialen kan nieuwe, nog duurzamere toepassingen opleveren.”

Duurder is een misverstand

Een veelvoorkomend misverstand is dat biobased bouwen per definitie duurder zou zijn. “Biobased isolatiematerialen kunnen duurder zijn in aanschaf, maar door efficiëntere toepassing en minder afval in de productie wordt die meerprijs vaak gecompenseerd,” stelt Rutte. “Wij hebben bijvoorbeeld geïnvesteerd in een geavanceerde inblaasmachine waarmee we 10% sneller kunnen isoleren. Zo besparen we op doorlooptijd en op arbeidskosten.”

Advies aan de sector: bewijs is cruciaal

Wat zou Rutte zijn collega’s in de sector adviseren? “Vraag altijd aan je opdrachtgever wat zij onder duurzaamheid verstaan. Een gemeente kijkt naar andere criteria dan een projectontwikkelaar die een groene financiering wil verkrijgen,” zegt hij. “Werk samen met specialisten zoals Madaster om je duurzame claims te onderbouwen. Alleen met harde data overtuig je opdrachtgevers én ketenpartners.”

Samen sterker met Building Balance

Sinds kort werkt HDO Groep actief samen met Building Balance. “Wat mij enorm aanspreekt, is de proactiviteit binnen dit netwerk. Er wordt niet alleen kennis gedeeld, maar ook actief gezocht naar samenwerking en innovatie,” zegt Rutte. “Biobased bouwen is een gezamenlijke missie, en door krachten te bundelen wordt de impact alleen maar groter.”

Op vrijdag 11 april 2025 vindt de officiële opening plaats van de uitgebreide en innovatieve woonfabriek en daar kun je bij zijn. Een rondleiding, voorbeelden van biobased toepassingen en natuurlijk een netwerkborrel staan op het programma.

Erbij zijn? Meld je dan hier aan.

We moeten schoner en beter kunnen bouwen

Binnen de ketensamenwerking Boeren voor Biobased Bouwen werken we in de volle breedte van de keten samen aan één doel: een duurzame leefomgeving voor ons allemaal. Onze ketenpartners nemen je mee waarom zij, samen met ons netwerk,  gas willen geven op de route van plant naar pand.

Roelof Vossebeld, eigenaar van Strobox
In Deventer  werkt de duurzaam gedreven ondernemer Roelof Vossebeld en Daan Molkenboer  met hun bedrijf Strobox aan een duidelijke missie: de bouwsector duurzamer en gezonder maken. Vanaf de oprichting in 2020 wordt er volop gewerkt aan het verkorten van de keten en het hiermee minimaliseren van de milieubelasting. Het is dan ook een waardevolle partner binnen de keten van Boeren voor Biobased Bouwen. “Wij werken met stro in onze bouwmodules, dus boeren die zich bezighouden met vezelteelt zijn onze natuurlijke partners,” zegt Roelof. Binnen de keten deelt Strobox graag haar kennis, maar maakt ook graag gebruik van de bijeenkomsten om op de hoogte blijven van de nieuwste innovaties op het gebied van biobased en agrobased bouwen.

Duurzamer alternatief
De drijfveer achter de oprichting van Strobox was de overtuiging dat de bouw schoner en beter moet kunnen, zowel voor de mens als haar omgeving. Het team van Strobox wil bewijzen dat biobased bouwen een serieus en concurrerend alternatief kan zijn voor traditionele bouwmethoden. Naast duurzaamheid en circulariteit biedt biobased bouwen ook voordelen op het gebied van wooncomfort: de dampopen constructie draagt bij aan een prettig leefklimaat en een gezond binnenklimaat. Roelof: ”Iedereen die in een biobased huis heeft gewoond, zal nooit meer iets ander willen!

Hennepscheven
Hoewel Strobox tot nu toe uitstekende ervaringen heeft met stro, blijft het bedrijf openstaan voor nieuwe materiaalopties. Roelof legt uit: “We hebben onderzocht of hennepscheven een goed alternatief kunnen zijn omdat de focus in de Stedendriehoek op deze vezelteelt ligt. Het zou een mooie optie voor een korte keten kunnen zijn, maar we merken dat dit nog wel lastig is. Vooral het scheiden van de scheven, de houtige delen van de hennepstengels, en het vinden van een geschikte toepassing hiervan is nog een grote uitdaging.” Toch blijft Strobox kijken naar de mogelijkheden en concludeert dat hennepscheven, net als stro, een materiaal is dat in de bouwmodules toepasbaar is, met name in de liggende delen. 

Regelgeving is rem op innovatie
Tijdens de uitvoering van Gebouw X in Deventer werd Roelof geconfronteerd met een probleem dat helaas kenmerkend is voor veel biobased bouwinitiatieven: regelgeving en certificering. Hoewel het principe van gelijkwaardigheid aantoonde dat houtwol en cellulose in een box al gecertificeerd waren, werd stro als isolatiemateriaal in de box niet direct goedgekeurd. Daarnaast liepen de vergunningstrajecten, met name op het gebied van brandveiligheid, vast. 

Om biobased bouwen breed te omarmen, moeten er volgens Roelof een aantal essentiële stappen worden gezet. Erkenning en certificering zijn nodig, zodat biobased materialen als volwaardig bouwmateriaal worden gezien. Daarnaast is goede communicatie richting de consument van groot belang om de voordelen van biobased bouwen bij een breed publiek bekend te maken. En bij opdrachtgevers, zoals woningcorporaties en projectontwikkelaars, moet veel kennis gebracht worden omdat er nog veel misverstanden bestaan over de economische haalbaarheid van biobased bouwen. “De Deal Biobased (Ver)Bouwen 30-30-30 in de regio Stedendriehoek gaat hier hopelijk een goede katalysator voor zijn. De keten kan alle groeien als de kennis wordt verbeterd, de acceptatie wordt verhoogd en de transitie meer omarmd wordt door opdrachtgevers. Dan gaat er pas een vliegwiel ontstaan”, zegt Roelof.


Het ‘Waarheidsvenster’ in gebouw X laat de stro-isolatie zien.

Tiny Houses
Een recent initiatief van Strobox is de ontwikkeling van een tiny house. “We merkten dat we geen grip kregen op de tiny house-markt,” vertelt Roelof. “Onze bouwmodules hebben een relatief dikke buitenschil voor optimale prestaties, maar conventionele ontwikkelaars kiezen vaak voor dunnere, minder gezonde isolatiematerialen die op papier een hogere waarde hebben.” Strobox besloot daarom zelf tiny houses te ontwikkelen, met een focus op biobased en gezonde materialen.


Tiny houses met een focus op biobased en gezonde materialen.

Trots op Impact
Roelof is trots op de vele projecten die Strobox heeft gerealiseerd, maar Gebouw X was een echte gamechanger. “We hebben daar laten zien dat we flexibel zijn, kunnen meedenken en onze machines snel kunnen aanpassen aan andere productiebehoeften,” zegt hij. Ook het demohuis in Olst is een hoogtepunt. “Het is een toonbeeld van wat er allemaal mogelijk is met biobased bouwen en laat zien dat verandering niet iets is om bang voor te zijn, maar om te omarmen.” Voor Roelof is het uiteindelijke doel duidelijk: “Wij zijn pas tevreden als de bouwwereld biobased en agrobased bouwen erkent en omarmt. Niet omdat het moet, maar omdat men er intrinsiek van overtuigd is dat dit de beste weg vooruit is!

Routekaart ondersteunt Voorst in de praktijk naar biobased bouwen

In Voorst wordt volop gewerkt aan een duurzame leefomgeving. In de opstart van het project Boeren voor Biobased Bouwen, inmiddels twee jaar geleden, hebben ze als kernpartner geholpen de keten op te zetten en is de gemeente een bevlogen deelnemer in de keten vanuit zowel wonen als vitaal platteland. Het ondertekenen van de Deal Biobased (Ver)bouwen was een logische vervolgstap en is de opvolging hiervan geborgd bij de ambtenaren Marijke Molema, Myrna Aarnink en Ronald Zeilstra. Vanuit hun eigen expertise zijn zij actief met het stimuleren van biobased bouwen in Voorst. Voor het behalen van de doelen uit de Deal faciliteert Boeren voor Biobased bouwen dit jaar een routekaart, waarmee kennisopbouw en het opzetten van een actieplan met alle dealpartners gaat leiden tot mooie resultaten voor de regio Stedendriehoek.

Landbouw als motor voor biobased bouwen
Vanuit haar rol als adviseur landelijk gebied ziet Marijke Molema veel potentie voor alternatieve businessmodellen op het platteland van Voorst. “Ons buitengebied wordt gekenmerkt door innovatieve boeren die openstaan voor nieuwe ontwikkelingen. Het telen van gewassen voor biobased bouwmaterialen kunnen een interessante nieuwe markt voor hen zijn.” Marijke is erg enthousiast over de samenwerking binnen het project Boeren voor Biobased Bouwen. “Samen bespreken we uitdagingen en delen we oplossingen. Er is al veel informatie beschikbaar en dat helpt enorm om stappen te zetten. Daarom vind ik het belangrijk dat ik als gebiedsregisseur betrokken ben bij het opstellen van het actieplan.”

Ze verbindt haar rol als adviseur aan de bouwopgave door biobased bouwen binnen de gemeente steeds opnieuw onder de aandacht te brengen. “Ik benoem het vaak op kantoor, zodat collega’s van Ruimtelijke Ontwikkeling en het beheerteam van de gemeente ermee bekend raken. We hebben al een biobased gemeentehuis, maar er zijn nog meer gemeentelijke gebouwen die we op deze manier kunnen renoveren of vernieuwen. Praktische voorbeelden en een gepland teamuitje op het thema helpen om het enthousiasme vast te houden.”


Marijke(rechts) met ketenregisseur Carmen(tweede van rechts) bij van Deense delegatie bezoek aan biobased gemeentehuis Voorst.

Biobased bewustwording onder inwoners
Myrna Aarnink, medewerker duurzaamheid, richt zich op het stimuleren van energiebesparende maatregelen bij de inwoners van Voorst. In haar zoektocht, om biobased materialen bekender te maken, bleken er nog best nog veel vragen te zijn. “Toen we ons isolatieprogramma startten, wilden we biobased materialen stimuleren. Maar hoe bied je zo’n relatief onbekend product aan inwoners aan? Welke leveranciers zijn er? Welke materialen zijn geschikt voor welke toepassing?” Door deze vragen te stellen, realiseerde Myrna zich dat veel inwoners dezelfde onzekerheden zullen hebben. Daarom zet de gemeente in op  communicatie over biobased materialen. Met informatie vanuit landelijk ontwikkelde kennis vanuit Building Balance kon zij snel geholpen worden. “We willen twijfels wegnemen en de voordelen belichten. Ons biobased gemeentehuis is een prachtig voorbeeld dat we kunnen gebruiken om de voordelen tastbaar te maken.”

Ook binnen het beleid helpt het opstellen van een actieplan Biobased Bouwen haar vooruit. “Het biedt concrete stappen en richtlijnen om biobased materialen structureel op te nemen in projecten. Het zet ons aan om na te denken over hoe we biobased materiaal nog meer kunnen integreren in beleid, processen en subsidies.” Een concreet voorbeeld hiervan is de isolatiesubsidie. “Sinds 2025 bieden we een bonus voor inwoners die biobased isolatiemateriaal toepassen bij doe-het-zelf isolatie.” 

Ruimtelijke plannen voor de toekomst
Ronald Zeilstra is als stedenbouwkundige is al langer bezig met biobased bouwen. “De bouwopgave draait niet alleen om aantallen, maar ook om kwaliteit en het sluiten van kringlopen. Dat is iets waar ik me zowel privé als professioneel al jaren voor inzet.” Zijn invloed op biobased bouwen is merkbaar in de ruimtelijke plannen van Voorst. “Bij de transformatie van boerenerven sturen we actief op groene plannen en ruimtelijke kwaliteit waarin we natuur en biobased bouwen worden beloond. Initiatiefnemers kunnen extra punten behalen als ze biobased woningen realiseren.”

Daarnaast zoekt Ronald kansen in andere ruimtelijke projecten. “We zijn een landelijke gemeente en kunnen ons onderscheiden door zo groen mogelijk te bouwen. Dat zit al in ons DNA, maar nu willen we het nog sterker verankeren in onze projecten.” Volgens hem is de gezamenlijke aanpak hierin cruciaal. “Door kennis en ervaringen te delen, kunnen we elkaar inspireren. Welke ingrediënten maken een project succesvol? Welke voorbeelden kunnen we gebruiken? De regionale samenwerking helpt enorm. Een inspiratieboek met goede voorbeelden zou een waardevolle toevoeging zijn!”


Biobased interieur gemeentehuis Voorst.

Van visie naar praktijk
De betrokkenheid van Voorst bij biobased bouwen gaat verder dan alleen mooie woorden. Door actief te werken aan bewustwording, concrete beleidsmaatregelen en de integratie van biobased materialen in ruimtelijke plannen, zet de gemeente serieuze stappen. Met Marijke die boeren betrekt, Myrna die inwoners informeert en Ronald die duurzame stedenbouw stimuleert, werkt Voorst op alle fronten aan een toekomst waarin biobased bouwen de norm wordt.

Circulair en biobased bouwen: wat is het verschil?

De bouwsector verandert. Circulair bouwen en biobased bouwen worden steeds belangrijker, maar wat is nu precies het verschil? En hoe versterken ze elkaar? Met de nominatie van  Circulair Friesland, voor de Circular Awards 2025 in de categorie Chain, laten we zien hoe ketensamenwerking de transitie versnelt. Het project Fryske Vezelhennepdeal bewijst dat circulair en biobased bouwen geen losse begrippen zijn, maar elkaar juist versterken.

Circulair bouwen: materialen slim hergebruiken
Circulair bouwen draait om het sluiten van kringlopen. Dit betekent:

  • Bouwmaterialen hergebruiken en afval minimaliseren.
  • Gebouwen zo ontwerpen dat materialen later makkelijk te demonteren en opnieuw te gebruiken zijn.
  • Werken met gerecyclede grondstoffen, zoals beton, baksteen en staal.

Neem nu het voorbeeld van circulaire woningbouw. In verschillende projecten worden oude balken en dakconstructies uit gesloopte gebouwen opnieuw gebruikt. Zo behouden materialen hun waarde en voorkomen we verspilling.

Biobased bouwen: natuurlijke materialen uit de regio
Biobased bouwen maakt gebruik van natuurlijke, hernieuwbare grondstoffen. Dit kan circulair zijn, mits materialen zo worden ontworpen dat ze herbruikbaar of recyclebaar blijven. Denk aan:

  • Hennep, vlas en hout als bouwmaterialen.
  • Isolatie van stro, mycelium of schapenwol.
  • Materialen die CO₂ opslaan en de milieu-impact verlagen.

En dan dus het genomineerde project van Circulair Friesland: de Fryske Vezelhennepdeal: In Fryslân werken boeren, verwerkers en bouwers samen om lokaal geteelde hennep om te zetten in bouwmaterialen. Een korte keten, met impact voor de regio!

De kracht van combinatie: circulair én biobased
Biobased en circulair bouwen vullen elkaar aan. Door biobased materialen slim circulair toe te passen, wordt bouwen écht toekomstbestendig.

  • Een biobased huis kan zo ontworpen worden dat het later eenvoudig uit elkaar gehaald en hergebruikt wordt.
  • Biobased materialen verminderen de CO₂-uitstoot en kunnen circulair worden toegepast.
  • Door biobased én circulair te denken, maken we de bouw écht toekomstbestendig.

Samen bouwen aan een duurzame toekomst
De nominatie voor de Circular Awards 2025 is een erkenning voor de ketensamenwerking die circulair en biobased bouwen mogelijk maakt. Van agrariërs tot bouwers en van beleidsmakers tot ketenpartners: samen zetten we de stap naar een circulaire, biobased bouweconomie.

Wil je meedoen of meer weten over biobased en circulair bouwen? Neem contact op en bouw mee aan de toekomst!

Dâk erop, zorgen eraf

Building Balance organiseert onder het motto “Dâk erop, zorgen eraf” een grote dakenstroom voor woningcorporaties en woningbeleggers. Ons doel? Zoveel mogelijk daken biobased renoveren en de transitie naar duurzame woningen versnellen. 

Samen met partners ontwikkelen we een biobased dakoplossing: Een gestandaardiseerd prefabdak voor hellende daken, dat eenvoudig aan de buitenkant van het bestaande dak wordt aangebracht. Voorzien van biobased isolatiemateriaal (keuze uit hennepwol of inblaasstro) én  zonnepanelen. 

MEER-subsidie
Om deze transitie een vliegende start te geven, willen wij de MEER-subsidie aanvragen. Hiermee ontvangt de woningeigenaar een subsidie van € 4.000. De totale subsidie is hoger en de rest wordt geïnvesteerd in nog meer daken en een kennis- en leerprogramma. We zorgen er ook voor dat we de daken in de toekomst nog slimmer kunnen produceren en installeren. 

Heb jij nog daken te renoveren? We zijn voor deze subsidieaanvraag op zoek naar woningen waar het biobased dak kan worden toegepast! Misschien heb jij wel projecten waar je in de komende vijf jaar een grote dakrenovatie wilt doorvoeren, en waarbij je ook graag gebruik maakt van de subsidie. 

In dat geval verwijzen we graag naar onze dakenactie website voor meer informatie over deze dakenaanpak. Meld je aan en blijf op de hoogte over de beste biobased dakoplossing met MEER-subsidie!

Limburgse woningcorporaties zetten in op biobased isolatie voor een CO₂-neutrale bouwsector

Elf woningcorporaties in Limburg hebben zich verenigd in een ‘coalition of the willing’ en hebben een commitmentverklaring ondertekend om 200 woningen biobased te isoleren tegen 2026. Deze stap is onderdeel van een bredere ambitie om de ontwikkeling en toepassing van biobased materialen te stimuleren, met als einddoel een CO₂-neutrale bouwsector in 2050.

De ondertekenaars van de commitmentverklaring zijn: Wonen Limburg, ZOwonen, Woonpunt, Wonen Zuid, Nester, Weller, Servatius, Antares, Woningstichting Maasvallei, Krijtland Wonen en WoonWenz. Gezamenlijk vertegenwoordigen deze corporaties bijna 84% van alle sociale huurwoningen in Limburg. Volgens Ramon Testroote van Wonen-Zuid markeert deze samenwerking een belangrijke mijlpaal in de verduurzaming van de sociale woningbouw in Limburg. 

Lagere carbon footprint
Biobased isolatiematerialen zoals vezelplaten en inblaasmateriaal zijn gemaakt van producten zoals vlas, graanstro, vezelhennep of miscanthus. Tijdens de teelt nemen deze gewassen CO₂ op en leggen het vast in de vezels. Door het als isolatiemateriaal in de bouw in te zetten, wordt deze CO₂-opname voor langere tijd vastgehouden. Door de toepassing van biobased isolatie kunnen de woningcorporaties in Limburg de carbon footprint van hun renovatie- en bouwprojecten aanzienlijk verminderen, waardoor de doelstelling van een CO₂-neutrale bouwsector in 2050 haalbaar wordt. 

Slimme oplossing voor oudere woningen
Op basis van meerdere pilotprojecten is bekend dat biobased isolatie met name voor woningen die voor 1980 zijn gebouwd een slimme oplossing is. Traditionele glaswolisolatie kan in deze huizen vochtproblemen veroorzaken, terwijl biobased materialen dampopen zijn en zo zowel isolatie als bescherming tegen vocht en schimmel bieden. “Met biobased isolatie slaan we zo twee vliegen in één klap,” aldus Testroote. 

Toekomstige stappen
Het plan is dat de Limburgse woningcorporaties in 2025 starten met het biobased isoleren van bestaande woningen. Het doel is 200 woningen biobased te isoleren in 2026. “Dat gaan we zeker halen en naar verwachting wel meer,” zegt Testroote. Ook verwacht hij dat er in nieuwbouwprojecten meer biobased bouwmateriaal wordt gebruikt. “We zien nu nog een iets lagere isolatiewaarde van biobased isolatie in vergelijking met traditionele isolatiematerialen. Ik verwacht dat de isolatiewaarde, brandveiligheid en technische toepasbaarheid van biobased materiaal verder zullen verbeteren door innovaties.” 

Uitdagingen en kansen
Testroote merkt op dat er nog koudwatervrees is bij een deel van de bouwbedrijven. “Er wordt naar zijn idee nog veel te veel met beton gebouwd, waardoor er sprake is van een hoge CO₂-uitstoot tijdens nieuwbouw. De bekendheid van biobased materialen moet groeien. Daarnaast is biobased materiaal momenteel nog duurder dan bestaande bouwmaterialen. Pas als biobased in massa wordt geproduceerd, ontstaan er prijsvoordelen.” Desondanks is er vertrouwen dat de sociale woningbouwsector de komende jaren belangrijke stappen zal zetten richting een duurzamere toekomst. 

Aanjager
Aanjager van biobased bouwen is Building Balance Limburg. Deze organisatie speelt een belangrijke rol in het verduurzamen van de bouwsector. Enerzijds door de bekendheid van biobased materialen te vergroten en het gebruik te stimuleren. Anderzijds als ketenregisseur om partijen bij elkaar te brengen waarmee de slagkracht groter wordt. Building Balance verzorgt onder andere trainingen voor projectleiders renovatie woningbouw en beleidsadviseurs over het gebruik van biobased bouwmaterialen. Hiermee worden bouwbedrijven en woningcorporaties ondersteund in hun streven naar een duurzamere en CO₂-neutrale toekomst. Limburgse woningcorporaties zetten in op biobased isolatie voor een CO₂-neutrale bouwsector.

Bouwen aan Biobased in Gulpen-Wittem volgens wethouder Frans Derksen

Drie vragen aan… wethouder Frans Derksen
“Als gemeente Gulpen-Wittem hebben we eigenlijk al veel ervaring met biobased bouwen. Kijk eens naar onze vakwerkboerderijen: opgebouwd met mestvijgen, stro en aarde, én met hoge isolatiewaarde”, vertelt wethouder Frans Derksen. Vanuit die historie kijkt hij graag naar de toekomst en gaat in op de kansen en uitdagingen voor biobased bouwen in Zuid-Limburg.

Hoe stimuleert de gemeente de teelt van vezelgewassen voor biobased bouwen?
“Deze teelt is met 5 hectare verdeeld over Zuid-Limburg nog relatief klein. Maar we zien dat de landbouw in transitie is. Agrariërs zijn op zoek naar nieuwe verdienmodellen. Met behulp van onze adviseur landbouwtransitie willen we hen helpen de mogelijkheden van vezelgewassen als verdienmodel te benutten. Willen we biobased bouwen écht een kans geven in onze regio, dan moet het areaal vezelgewassen vergroot worden. Meer massa maakt vezelgewassen namelijk interessanter voor de bouw.” 

Derksen stelt: “Hoe meer vezelgewassen we lokaal weten te verbouwen, des te lager zijn de kosten om ze massaal als bouwmaterialen in te zetten. En des te ecologisch verantwoorder zijn de huizen die gebouwd worden, omdat het productieproces minder energie vraagt dan bij traditionele bouwmaterialen.” In de gemeente is architectenbureau Concept Cloudt een partij die gespecialiseerd is in ecologisch bouwen en meedenkt over de mogelijkheden om agrariërs te ondersteunen in de vezelgewassenteelt. 

Welke factoren zijn voor de gemeente belangrijk in de vezelgewassenteelt?
“Zonder verdienmodel voor agrariërs, geen vezelgewassen en dus geen biobased bouwen. Dat staat altijd voorop. Daarnaast staat de maatschappelijke waarde hoog in het vaandel. De vezelteelt levert een positieve bijdrage in het behalen van CO2– en stikstofreductiedoelen, door deze emissies in de grond vast te leggen.” Derksen benadrukt het grote belang van behoud van het heuvelachtige landschap: “Vezelgewassen zijn bij uitstek geschikt om erosie tegen te gaan. Ze zitten goed geworteld in de grond en blijven voor langere tijd op dezelfde plek staan.” 

Welke kansen biedt de Nationale aanpak Biobased Bouwen voor Gulpen-Wittem?
“De behoefte aan nieuwbouw is de komende jaren groot in Nederland. In onze gemeente ligt er een opgave voor 250 nieuwe woningen. Tegelijkertijd hebben we belangrijke opgaven in het reduceren van CO2– en stikstofuitstoot richting 2050. Ecologisch verantwoord bouwen kan daarin een belangrijke rol spelen. Daarvoor moeten er wel belangrijke stappen worden gezet in de landbouw, bouw en bij controlerende instanties. Laatstgenoemden zijn het vaak nog niet gewend om hierop te controleren, doordat deze bouwvorm nog relatief onbekend is.” 

“Publiciteit en praktijkvoorbeelden zijn belangrijk om schaalvergroting te realiseren. Naar andere gemeenten toe, om te laten zien wat er mogelijk is en vergunningstechnisch nodig is. Naar de agrariër, om te laten zien hoe er een realistisch verdienmodel ontwikkeld kan worden. En naar de bouw om de mogelijkheden en het belang van biobased bouwen in te gaan zien. Als gemeente Gulpen-Wittem hopen wij hier onze bijdrage aan te kunnen leveren.” 

Routekaart Biobased (Ver)Bouwen voor een duurzame toekomst Stedendriehoek

De regio Stedendriehoek heeft het afgelopen jaar een belangrijke stap gezet in de transitie naar duurzaam bouwen. Een groep van 11 opdrachtgevers heeft de handtekening gezet onder de deal “Biobased (Ver)bouwen 30-30-30″. Hiermee spreken zij de ambitie uit om 30 procent van de verduurzamings- en nieuwbouwopgave te realiseren met 30 procent biobased materialen in 2030. Met ondersteuning van de regionale keten Boeren voor Biobased Bouwen en vanuit Building Balance wordt er gewerkt van ambitie naar doen. 

Ondersteuning en Kennisopbouw via de Routekaart 

De ondertekenaars, de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Heerde en Voorst, de woningcorporaties Woonbedrijf ieder1, woonstichting Rentree, woonstichting Triada, woningcorporatie Veluwonen en woonstichting IJsseldal Wonen, en ook het Waterschap Vallei en Veluwe, werken hierin actief samen. Boeren voor Biobased Bouwen ondersteund de ambitie  met de uitrol van een routekaart die hen helpt bij kennisopbouw, het opstellen van een actieplan en het beantwoorden van praktische vragen die voortkomen uit de toepassing van biobased uitvragen binnen de organisaties. 

Om het doel te bereiken, wordt er volop kennis gedeeld en zijn velen al voorzichtig gestart met het opdoen van ervaring. Met landelijke experts, die vanuit de “Nationale Aanpak Biobased Bouwen” (NABB) hulp kunnen bieden om kennis te vergroten en vragen te ondersteunen, profiteren deze dealpartners van nieuwe kennis op het gebied van processen, producten en ervaring elders. 

Voorbereiding op het actieplan Biobased (Ver)Bouwen 30-30-30 

Met de dealpartners is er inmiddels een start gemaakt met het opstellen van een actieplan voor de komende jaren. Onder leiding van de ketenregisseurs Carmen Oude Wesselink en Eric Kouters wordt er een basis gelegd die de opdrachtgevers gaat helpen om de afgesproken doelen uit de deal te realiseren. Aan de hand van een matrix brachten de partners samen de obstakels in beeld, die technisch, economisch, sociaal of procesmatig van aard waren. Door deze obstakels met elkaar te bespreken ontstond er een constructief gesprek waarin diverse bestaande oplossingen al direct konden worden ingezet om van start te gaan. 

Maar de transitie is complex, dus zijn er ook vraagstukken waarvoor Building Balance een werksessie, kennisdocument of middel gaat ontwikkelen. Het is waardevol om op deze wijze de obstakels uit de praktijk op te halen, want in verschillende regio’s wordt er aan soortgelijke trajecten gewerkt, waardoor de nieuwe inzichten ook elders direct ter ondersteuning ingezet kunnen worden. 

Resultaat van de Werksessies 

Met de werksessies uit de routekaart bouwen de 11 partners kennis op die nodig is om biobased (ver)bouwen binnen hun organisatie goed te kunnen uitrollen en borgen. Niet alle gemeenten en corporaties in de regio hebben de deal al ondertekend. Sommige organisaties zijn nog niet klaar voor deze stap. Toch zien een aantal opdrachtgevers, die nu niet hebben getekend, de waarde van het leertraject. Zij nemen als aspirant-deelnemers deel aan de Routekaart. Eind dit jaar besluiten zij of zij zich ook aan de Deal committeren. 

Woon- en Klimaatopgave 

In de Stedendriehoek moeten tot 2030 maar liefst 24.000 woningen worden gebouwd, met een mogelijke uitbreiding tot 40.000 woningen in 2040. Met het waarmaken van de ambities van de deal “Biobased (Ver)bouwen 30-30-30″, wordt een stevige basis gelegd voor een toekomstbestendige, duurzame bouwsector in de regio Stedendriehoek.  

Praktijkgids Biobased Buyer Sessies 2024 – voor gemeenten en woningcorporaties

In 2024 organiseerde Building Balance, samen met PIANOo en de Buyer Group, een reeks van acht online Biobased Buyer Sessies en één op locatie. Deze verdiepingssessies waren bedoeld voor iedereen die betrokken is bij (ver)bouwprojecten en verdere inzichten zoekt over bouwen met biobased materialen. Sprekers vanuit woningcorporaties, gemeenten en experts van diverse organisaties deelden hun kennis, ervaringen en inzichten. 

Deze Praktijkgids Biobased Buyer Sessies is een verzameling van de geleerde lessen, met praktische tools en inspirerende voorbeelden die biobased bouwen tastbaar maken. Specifiek gericht op gemeenten en woningcorporaties, met verhalen in die zijn afgestemd op één of beide doelgroepen. Met deze gids willen we biobased bouwen niet alleen begrijpelijk maken, maar ook haalbaar en aantrekkelijk. Of je nu aan het begin van je biobased bouwreis staat of al ervaring hebt. 

 

Download de Praktijkgids hier.

Adèle Elemans: nieuwe ketenregisseur Overijssel

Mijn naam is Adèle Elemans en ik stel mij graag voor als nieuwste lid binnen Building Balance. Ik ga aan de slag als Ketenregisseur Woningcorporaties & Bouw voor de provincie Overijssel. Als eigenaar van adviesbureau Groene Woonwijk en projectmanager met ruime ervaring in de woningcorporatiesector en bouw, draag ik graag bij aan de opschaling van biobased materialen in de regio Overijssel.

De projecten die ik doe voor woningcorporaties en bouwbedrijven, zijn altijd gericht op het verduurzamen van vastgoed. Ik werk op het niveau van asset management tot en met planvorming voor projecten. Ik heb ervaring als MT-lid bij woningcorporaties, innovatiemanager bij een bouwbedrijf en ben ook – heel praktisch – gecertificeerd energieprestatie adviseur waardoor ik verduurzamingsmaatregelen en scenario’s ook rekenkundig kan onderbouwen. Het snel kunnen schakelen tussen deze niveaus zorgt voor planvorming van projecten waar bestuurlijk “Ja!” tegen gezegd kan worden. Mijn passie ligt bij de voorbereiding van ingrijpende renovatie- en transformatieprojecten, zeg maar het “upcyclen van vastgoed”. En gelukkig gebeurt dit steeds vaker met biobased en circulaire producten en aanpakken die de gezondheid voor mens en dier voorop hebben staan. En hoe geweldig is het als de regionaal toegepaste bouwproducten ook in Overijssel worden ontwikkeld!

Kortom: wil je als woningcorporatie of bouwbedrijf aan de slag met biobased materialen, of zit je met een lastig project in je maag? Neem contact met me op en ik kom graag langs! Je kunt me bereiken via adele@buildingbalance.eu

Hout en biobased oplossingen: zo bouwt De Vries en Verburg biobased hoofdkantoor in Stolwijk

In de polder van Stolwijk verrijst één van de duurzaamste kantoorgebouwen van Nederland. De Vries en Verburg ziet in de uitbreiding van hun kantoor een unieke kans om duurzame en biobased oplossingen te testen. Planontwikkelaar en duurzaamheidsmanager Timo Stuij deelt de ambities, uitdagingen en lessen van dit project.

Whole life carbon en MPG 0,4: hoe De Vries en Verburg grenzen verlegt
Duurzaamheid is geen nieuw begrip voor De Vries en Verburg. Al sinds 2009 werkt het bouwbedrijf met BREEAM-projecten, maar met de uitbreiding van hun kantoor wilden ze de lat nóg hoger leggen. Het doel: een BREEAM-NL Outstanding-certificering en een MPG-score (MilieuPrestatie Gebouwen) van 0,4. “We hebben de Whole Life Carbon-aanpak gehanteerd, waarbij we constant de balans zochten tussen materiaalgebonden en gebruiksgebonden emissies,” vertelt Stuij. “Het gaat niet alleen om isolatie en energiebesparing, maar ook om het minimaliseren van de totale milieu-impact.”

Een belangrijk uitgangspunt hierbij was de afweging tussen materiaalgebruik en prestaties. “We hebben continu de vraag gesteld: heeft het zin om extra te isoleren, of weegt de productie-impact van dat materiaal niet op tegen de energiebesparing?” zegt Stuij. Dit bewuste besluitvormingsproces heeft ervoor gezorgd dat duurzaamheid op alle niveaus werd meegenomen, al dan niet op de manier die vooraf werd bepaald.

Een interessant project, vindt Atto Harsta, Building Balance ketenregisseur in Zuid-Holland: “Wat dit kantoor van De Vries en Verburg zo interessant maakt vanuit biobased perspectief, is dat ze biobased als kernprincipe hebben aangehouden voor de bouw, maar dit ook financieel en technisch haalbaar en behapbaar hebben gehouden. Dat maakt het voor mij een icoonproject: het laat zien dat biobased voor hetzelfde geld en sneller kan – geheel in lijn met de Building Balance boodschap.”

Houtbouw als logische keuze
Al in 2019 werd houtbouw als wens in het ambitiedocument opgenomen. Niet alleen vanwege de duurzaamheid, maar ook omdat het de enige manier bleek om de gestelde lage MPG-score te behalen. “We hebben een betonnen kelderbak gebouwd, maar daarboven zijn vier volledige bouwlagen in hout opgetrokken,” zegt Stuij. “Wat dit bijzonder maakt, is dat er geen betonnen stabiliteitswanden of stalen windverbanden zijn toegepast. De stabiliteit komt volledig uit de houten portalen.”

Ook in de afwerking is gekozen voor biobased materialen. Houten CLT-wanden en houtwolisolatie bijvoorbeeld, maar ook wordt er binnenkort Nederlands wol als akoestische afwerking van de binnenwanden geplaatst.

Daarnaast werd gezocht naar de optimale balans tussen maakbaarheid, kosten en duurzaamheid. “Bijvoorbeeld bij de luifelrand,” zegt Stuij. “We wilden deze oorspronkelijk in biocomposiet uitvoeren, maar vanwege beperkte montage-opties in combinatie met ons ontwerp hebben we uiteindelijk gekozen voor een aluminium variant. Hieruit hebben we geleerd dat je, om zo’n product toe te passen, je meer vanuit het productieproces moet denken.” Duurzaamheid is immers niet alleen een kwestie van de meest milieuvriendelijke optie kiezen, maar ook van praktische uitvoerbaarheid en lange termijn gebruiksgemak.

Uitdagingen en slimme oplossingen
Eén van de grotere uitdagingen was de gevel. Oorspronkelijk was het ontwerp voorzien van aluminium vliesgevels, maar die bleken niet ideaal. De grote hoeveelheid glas zorgde voor een complexe installatie om voldoende verwarming en koeling te realiseren. Hierdoor werd dit ook een budgettaire uitdaging. “We hebben samen met de architect en adviseurs gezocht naar een oplossing. Uiteindelijk hebben we de gevel dichter gemaakt en eikenhouten stijlen toegepast met een opzetgevelsysteem, wat resulteerde in een lagere warmtelast, een lagere MPG-score en een beter budgetbeheer.”

Een ander opvallend element is het helofytensysteem voor waterzuivering. “Het toiletwater wordt gefilterd door rietplanten en hergebruikt voor toiletspoeling en irrigatie,” legt Stuij uit. “Gecombineerd met een retentiedak dat 70 mm regenwater kan bergen en vertraagd afvoert, draagt dit bij aan klimaatadaptatie.” Dit waterbeheer speelt een steeds belangrijkere rol in de bouw, vooral met het oog op extremere weersomstandigheden en de noodzaak om waterverbruik te reduceren.

Daarnaast heeft prefab bouwen een grote rol gespeeld in de efficiëntie van het project. “De houten gevelelementen zijn volledig geprefabriceerd, wat betekende dat we in een week tijd een complete verdieping konden realiseren,” aldus Stuij. “Dat scheelde niet alleen tijd, maar zorgde ook voor minder bouwafval en een efficiëntere logistiek.”

Hoe zo’n complete verdieping in één week tijd realiseren werkt, zie je hier.

Lessen voor de toekomst
Het project heeft waardevolle inzichten opgeleverd voor toekomstige biobased bouwprojecten. “Een belangrijke les is dat biobased materialen niet altijd één-op-één vervangers zijn voor traditionele bouwmaterialen. Denk aan montage-eisen, verwerkingsprocessen en onderhoud,” zegt Stuij.

De opgedane kennis wordt al toegepast in nieuwe projecten. “Houtbouw komt terug in andere projecten, en we kijken nu naar opschalingsmogelijkheden voor biobased isolatie” aldus Stuij. “Daar ligt nog een grote kans voor verduurzaming.” Daarnaast is nog veel winst te behalen in het optimaliseren van de samenwerking in de keten. “Een andere belangrijke les is dat je moet zorgen dat je van begin af aan de juiste partners betrekt, zodat de keuze voor biobased materialen niet later in het traject onhaalbaar blijkt.”

De Vries en Verburg hoopt met Parel in de Polder te laten zien dat innovatief en duurzaam bouwen niet alleen voorbehouden is aan pioniers. “We hopen dat ons project anderen inspireert om vergelijkbare stappen te zetten,” zegt Stuij. “Het is innovatief, maar niet onbereikbaar. Je moet alleen durven.”

Voor de toekomst ziet Stuij nog volop mogelijkheden. “We willen biobased isolatie in binnenwanden verder ontwikkelen, omdat dit eenvoudig kan worden toegepast zonder aanpassingen aan het ontwerp,” zegt hij. Ook ziet hij kansen in houtbouw voor appartementencomplexen, een segment waar nog veel potentieel ligt. “Nu we de expertise hebben, kunnen we andere opdrachtgevers overtuigen van de voordelen.”

De Parel in de Polder laat zien dat biobased bouwen kan, en zeker niet zo moeilijk is als soms wordt gedacht.  “Hopelijk volgen er velen,” besluit Stuij.

Trainingssessie biobased isoleren van daken

Wil jij aan de slag met biobased dakisolatie? Meld je aan voor de praktische trainingssessie op 15 april!

Op dinsdagmiddag 15 april organiseert Building Balance, in samenwerking met kernpartners van Twentse Bouwboeren, Van Polder tot Pand en Biobased Salland, een praktijkgerichte training over biobased isolatie voor daken. Deze training is speciaal ontwikkeld voor aannemers en bouwbedrijven in Flevoland en Overijssel die biobased isolatie willen toepassen in nieuwbouw- en renovatieprojecten.

Wat levert deze training je op?

Na afloop van de training heb je:

  • Kennis van de bouwfysische eigenschappen van biobased isolatiematerialen.
  • Inzicht in de huidige status en mogelijkheden van biobased isolatie voor platte en hellende daken.
  • Overzicht van gecertificeerde producten die nu al toepasbaar zijn.
  • Inzicht in de kosten en businesscase van verschillende biobased dakoplossingen.
  • Praktische richtlijnen voor het toepassen van biobased isolatie in zowel renovatie- als nieuwbouwprojecten.
  • Handvatten om projecten binnen je eigen portfolio te identificeren die geschikt zijn voor biobased dakisolatie.
  • Contacten met andere bouwprofessionals en experts in de sector.

Voor wie?

Deze training is speciaal bedoeld voor:

  • Projectleiders, uitvoerders, technisch tekenaars en inkopers bij aannemers en bouwbedrijven.
  • Woningcorporaties zijn van harte welkom om samen met hun onderhoudspartijen deel te nemen (let op: de training is gericht op bouwende partijen).

Na afloop ontvang je een naslagwerk met alle behandelde kennis, zodat je het direct kunt toepassen en delen met collega’s.

Praktische informatie

Datum: Dinsdag 15 april 2025
Tijd: 13:00 – 17:00 uur
Locatie: Centrale locatie in Flevoland (exacte locatie volgt)
Kosten: Gratis, maar inschrijving is verplicht.

Schrijf je in vóór 15 maart 2025 om zeker te zijn van een plek!

Downloaden uitnodiging

Aanmelden kan hier

Nieuwe inzichten in hennepteelt: kansen en uitdagingen voor de biobased bouwsector

De afgelopen jaren is de interesse in vezelhennep sterk toegenomen, met name vanwege de potentie van hennep als biobased bouwmateriaal. Building Balance heeft, in samenwerking met agrariërs, onderzoeksinstellingen en verwerkers, de teeltresultaten en ervaringen van 2023 en 2024 geanalyseerd. Dit onderzoek biedt waardevolle inzichten in de praktische haalbaarheid en opschalingskansen van hennepteelt in Nederland.

Hennepteelt als duurzaam bouwmateriaal

Vezelhennep wordt steeds vaker ingezet als grondstof voor isolatiematerialen en biobased bouwproducten. Uit het onderzoek blijkt dat hennep niet alleen een duurzame optie is, maar ook voordelen biedt voor de bodemkwaliteit en gewasrotatie. Met name de diepe beworteling van hennep draagt bij aan een betere waterhuishouding en bodemstructuur.

Uitbreiding naar nieuwe regio’s

In 2023 lag de focus van dit rapport op de regio Stedendriehoek, waar telers hennepteelt integreerden in hun bouwplan. In 2024 is de teelt uitgebreid naar andere regio’s, zoals Salland, de Achterhoek, Twente, Brabant, Limburg en de Gelderse Vallei. Hoewel de resultaten positief zijn, laten regionale verschillen in bodemgesteldheid en weersomstandigheden zien dat maatwerk nodig is om hennep succesvol te telen.

Uitdagingen: weersomstandigheden en teelttechnieken

Het rapport benadrukt ook enkele uitdagingen. Extreem natte en droge periodes hebben invloed gehad op de opkomst en opbrengsten van de hennep. Daarnaast bleek de juiste bemestingsstrategie cruciaal: zowel overbemesting als onderbemesting beïnvloedden de kwaliteit van de hennepvezels. Ook de timing van het zaaien en oogsten speelt een grote rol bij het optimaliseren van de opbrengst.

Economische potentie en verdere opschaling

De hennepteelt blijkt economisch aantrekkelijk wanneer de vezels en houtscheven effectief worden benut in de bouwsector. Samenwerkingen met verwerkers zoals Exie, Dun-Agro, Hempflax en GreenInclusive bieden kansen voor afzet. Tegelijkertijd is verdere professionalisering van de keten nodig om de continuïteit en kwaliteit te waarborgen.

Over het rapport

Dit rapport is opgesteld door Building Balance in samenwerking met een onderzoeker van Wageningen University & Research. De bevindingen zijn gebaseerd op de ervaringen en aangeleverde teeltdata van zowel bestaande als nieuwe henneptelers in verschillende regio’s in Nederland.

In de afgelopen twee jaar (2023 en 2024) zijn alle bij Building Balance bekende Nederlandse henneppartijen gevraagd of zij een bijdrage wilden leveren aan dit rapport. Het doel is om ketenregisseurs, agrariërs, loonwerkers en andere belanghebbenden te voorzien van waardevolle inzichten, zodat zij de mogelijkheden van hennepteelt in hun bedrijfsvoering beter kunnen verkennen.

Samen werken aan de toekomst van hennep

Dit rapport onderstreept het belang van kennisdeling en samenwerking binnen de biobased keten. Building Balance blijft zich inzetten om de hennepteelt verder te ontwikkelen en schaalbaar te maken voor de Nederlandse bouwsector. Met de inzichten uit dit onderzoek zetten we een belangrijke stap naar een circulaire en biobased economie.

Benieuwd naar de volledige resultaten? Download hier het rapport.

 

Op Regiotoer in het Groene Hart

Biobased bouwen wint terrein in het Groene Hart, dat werd duidelijk zichtbaar tijdens de Regiotoer Biobased Bouwen. Daar kwamen bestuurders van gemeentes en woningcorporaties samen. Een dag vol inzichten, innovatieve oplossingen en vooral de gedeelde overtuiging dat biotische grondstoffen essentieel zijn voor de toekomst van de bouwsector.

Een blik op innovatieve projecten

Tijdens de tour werd het Veenweiden Innovatiecentrum bezocht, waar innovatieve wilgenfunderingen werden besproken, alsmede de samenwerkingen die in het Groene Hart plaatsvinden om biobased bouwen te bevorderen. Daarna stapten de bestuurders de bus in om een indrukwekkend biobased bouwproject van Groen Wonen Vlist en Plegt-Vos te bezoeken aan de Rembrandtlaan in Stolwijk. Beide locaties lieten zien hoe biobased materialen niet alleen bijdragen aan duurzaamheid, maar ook aan efficiëntie en kwaliteit in de bouw.

Opschalen voor echte impact

Hoewel de voordelen van biobased bouwen evident zijn, is opschaling cruciaal om daadwerkelijk impact te maken. Commitment van gemeentes en woningcorporaties speelt hierin een sleutelrol. Daarom werd ook het plan van aanpak voor 2025 gepresenteerd, waarin beleidsmakers en vastgoedprofessionals samen koers zetten naar een toekomstbestendige bouwketen.

Uit de dag kwamen enkele essentiële inzichten naar voren:

  • Biobased bouwen kan tegen dezelfde kosten en met een kortere bouwtijd worden gerealiseerd.
  • Industrieel prefab bouwen versnelt het proces, maar vraagt om zorgvuldige afstemming en wederzijds vertrouwen.

Sterke partnerships maken het verschil

Dankzij de inzet van Platform Groene Hart Werkt!, Het Grondstoffencollectief en alle betrokken deelnemers werd de Regiotoer Biobased Bouwen een groot succes. Dergelijke samenwerkingen zijn essentieel om de impact van Building Balance te vergroten en de transitie naar biobased bouwen te versnellen.

 

 

Terugblik op het projectbezoek houtbouw in Lexmond 

Op maandag 27 januari brachten we met zo’n 35 bouwers, corporaties en gemeenten een inspirerend bezoek aan het biobased woningbouwproject van Fien Wonen en Stout. Dit project, bestaande uit 9 grondgebonden woningen met een klassieke uitstraling, laat zien hoe biobased bouwen hand in hand kan gaan met esthetiek én duurzaamheid.

Eerste biobased project van Fien Wonen

Het project in Lexmond is voor Fien Wonen het eerste biobased bouwproject. Ze kozen voor het Stout HOUTmerk woonconcept, waarbij CLT casco’s worden gerealiseerd. Tijdens de rondleiding werden inzichten gedeeld over de toepassing van deze en andere biobased materialen zoals isovlas-isolatie, en ervaringen uitgewisseld over brandveiligheid, afwerkingen en ontwerpoptimalisaties. Zo bleek bijvoorbeeld dat het schrappen van de koelinstallatie niet alleen bijdroeg aan het MPG van <0,4, maar ook zorgde voor MIA/Vamil-voordelen. 

Meer weten over dit project? Bekijk de details via: 

Ook zo geïnspireerd geraakt? Wij denken graag mee over hoe biobased bouwen verder kan worden opgeschaald binnen jouw organisatie of gemeente. Wij denken graag met je mee! Als activator woningcorporaties en als ketenregisseur Zuid Holland, kun je Elisabeth ter Borg bereiken voor projecten in Zuid Holland. Voor projecten in de regio Utrecht is Nienke Binnendijk als ketenregisseur het aanspreekpunt.  

KOMO-certificaat voor inblaasstro van Istrolatie en Thermostro

Vandaag ontvingen Istrolatie en Thermostro een KOMO-certificaat voor hun innovatieve inblaasstro. Dit primeurcertificaat waarborgt de kwaliteit en consistentie van zowel het product als het productieproces, en staat open voor gebruik door de gehele sector.

Primeur voor de bouwsector: KOMO-certificering voor inblaasstro
Donderdag 6 februari 2025 ontvingen Istrolatie en Thermostro het prestigieuze KOMO-certificaat voor hun inblaasstro. In samenwerking met Takkenkamp Groep en Prefab Strobouw heeft Building Balance een generiek product ontwikkeld dat nu officieel gecertificeerd is. Het recept, de testrapporten en het kwaliteitshandboek van dit inblaasstro zijn volledig vrij beschikbaar. Voor het samenstellen van het recept werden verschillende vezellengtes en dichtheden getest op verwerkingssnelheid, warmtegeleiding en zettingsgedrag. Uiteindelijk is gekozen voor tarwestro, gehakseld tot 1 cm, dat na zeven en ontstoffen minder dan 10% stof bevat. Dit inblaasstro, met een optimale dichtheid van 90 kg/m³, is zettingsvrij en heeft een warmtegeleidingscoëfficiënt van λc: 0,046 W/m·K. Het gecertificeerde inblaasstro is nu al verkrijgbaar via thermostro.nl en istrolatie.nl, en binnenkort ook via andere leveranciers.

Certificering: Een transparant proces voor iedereen
Het certificeringsproces kwam tot stand met medewerking van partijen als Takkenkamp Groep en Prefab Strobouw. Hoewel het recept openstaat voor alle geïnteresseerden, hebben slechts enkele partijen, waaronder Verhoeven Fourage en Mussche, ervoor gekozen om verder te gaan met certificering. Andere partijen die alsnog interesse hebben om te certificeren, kunnen contact opnemen met Sander Rutten. Building Balance staat klaar om hierbij ondersteuning te bieden.

Wil je dit inblaasstro leveren?
Neem contact op via sander@buildingbalance.eu.

USP’s van het inblaasstro: 

  1. 100% biobased isolatiemateriaal van land naar pand.
  2. Goede warmtegeleidingscoëfficiënt, λd: 0,043 en λc: 0,046 W/m·K
  3. Zeer lage MKI score: EUR 0,15 bij isolatiedikte 10cm.
  4. Positieve bijdrage aan de brandwerendheid van wanden (ondanks brandklasse E).
  5. Sterke geluidsabsorptie door hoge soortelijke gewicht.

Specificaties: 

  • warmtegeleiding λd: 0,043 W/m·K
  • warmtegeleiding λc: 0,046 W/m·K
  • Dichtheid: 90kg/m3
  • Biobased gehalte: 100%
  • Brandklasse: E
  • Waterdampdoorlatendheid μd: 0,97m
  • Soortelijke warmte: 1600 J/(kg.K)
  • MKI (Set 1): 0,18 EUR
  • MKI (Set 2): 0,15 EUR
  • KOMO gecertificeerd door SKH

 

Terugblik WOCODA event – woningconcepten voor volkshuisvesting

Op 30 januari vond de Volkshuisvestingbeurs WOCODA plaats in Utrecht. Natuurlijk was Building Balance erbij om in te zoomen op toekomstbestendige gebiedsontwikkeling, toegespitst op de opdrachtgeversrol en samenwerking van woningcorporaties en gemeenten. Op deze pagina vind je de presentatie die gegeven is vanuit Building Balance zodat je deze nog eens rustig na kunt lezen. Verder vindt je handige links naar de documenten die benoemd zijn in de presentatie.

Plenaire kennissessie: Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling is an offer you can’t refuse
Building Balance gaf om 12.00 uur in zaal 218 een kennissessie waarin we het belang en de wijze hebben toegelicht van het vroegtijdig borgen van biobased ambities in toekomstbestendige gebiedsontwikkelingen. Daarnaast kwam de bepalende rol en uitvraag van corporaties aan bod.

  • Dominique Vosmaer gaf een toelichting op het programma van Building Balance en begeleidt de sessie.
  • Gertjan de Werk zette uiteen hoe biobased ambities worden verankerd in de Toekomstbestendige Gebiedsontwikkelingen van de City Deal. Daarnaast lichtte hij het proces en de inhoud van de City Deal toe, en hoe we met de hele keten gaan werken aan de opschaling van toekomstbestendige gebiedsontwikkeling met biobased bouwen als katalysator.
  • Elisabeth ter Borg besprak hoe de positionering van corporaties bepalend kan zijn in toekomstbestendige gebiedsontwikkeling en ging in op de wijze waarop gemeenten de samenwerking tussen corporatie(s) en ontwikkelaars kunnen beïnvloeden en bevorderen. Met als achterliggend overall doel: samen opschalen, voor hetzelfde budget én sneller.
  • Aan het eind van de presentatie hebben 8 bouwbedrijven tegelijkertijd de commitmentverklaring van Building Balance getekend. Lees meer hierover op deze pagina.

Ontdek het zelf: Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling is an offer you can’t refuse.

Presentaties en handige links naar documenten

 

Toonaangevende bouwbedrijven commiteren zich aan biobased bouwen

Gezamenlijk commitment op WOCODA 2025

Biobased bouwen heeft vandaag een krachtige impuls gekregen. Op de WOCODA, het evenement waar woningconcepten voor volkshuisvesting centraal staan, hebben 8 toonaangevende bouwbedrijven tegelijkertijd een commitmentverklaring getekend met Building Balance. BAM Wonen, BARLI, Bouwgroep Dijkstra Draisma, GeWoonhout, Heddes, Heijmans, Hurks en Plegt-Vos tonen hiermee aan dat zij alles in het werk stellen de doelen van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) te halen.

De ondertekening markeert een belangrijke mijlpaal in de transitie naar duurzamer bouwen. Onder de noemer “30-30-30” werken deze marktpartijen en Building Balance aan een ambitieus doel: in 2030 moet 30% van de nieuwbouwwoningen (tot maximaal vijf bouwlagen) voor minstens 30% uit biobased bouwmaterialen bestaan. Dit streven vereist niet alleen innovatief materiaalgebruik, maar ook samenwerking binnen de gehele bouwketen om opschaling mogelijk te maken.

Dat deze belangrijke stap op WOCODA wordt gezet, is veelzeggend: juist hier, waar innovatieve woningconcepten en duurzame volkshuisvesting centraal staan, wordt een krachtig signaal afgegeven dat de sector er klaar voor is.

Samen maken we de opschaling van biobased bouwen waar!

Een duurzame biobased bouwketen in Flevoland komt steeds een stapje dichterbij

Hoge opkomst tijdens bijeenkomst ‘Van Polder tot Pand’ in Zeewolde 

De provincie Flevoland heeft de ambitie om voor 2030 tienduizenden woningen te bouwen en te renoveren. Een flinke uitdaging, maar ook een prachtige kans om duurzame, biobased bouwmaterialen te gaan gebruiken. Zeker gezien de landelijke en ook Flevolandse ambitie dat vanaf 2030 30% van de bouwmaterialen biobased moeten zijn, zoals vastgelegd in de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB). Vandaar dat het platform ‘Van Polder tot Pand’ agrariërs, vezelverwerkers en bouwbedrijven ondersteunt om samen een biobased bouwketen te realiseren die zowel een duurzame als financiële impuls aan de provincie kan geven. Ondernemer Rembert van Noort ziet het helemaal zitten: ‘Met ons bedrijf willen we graag een bijdrage leveren aan klimaatpositieve woningbouw in deze polder.’ 


Hillebrand Koning van provincie Flevoland licht de biobased ambities en plannen van de provincie toe.

De kracht van een keten

Samen sta je sterker; dat geldt zeker ook voor de transitie richting toekomstbestendige woningbouw’, aldus Jeanet van der Woude. Sinds twee jaar is zij Ketenregisseur bij Building Balance Flevoland, de organisatie die samen met Horizon Flevoland, de provincie Flevoland en Rabobank optrekt om de biobased bouweconomie in Flevoland een duurzame impuls te geven. ‘Op 20 juni 2024 hebben we op het voormalig eiland Schokland de aftrap gegeven voor het platform ‘Van Polder tot Pand’. Dit platform activeert en begeleidt agrariërs, verwerkers en bouwbedrijven in Flevoland om met biobased bouwmateriaal aan de slag te gaan. En om samen biobased bouwketens te vormen, waarbij vezels uit bijvoorbeeld stro en vlas worden verwerkt tot duurzame bouwmaterialen. Deze kunnen worden ingezet bij de bouw of renovatie van woningen, de isolatie van gebouwen en het grootonderhoud aan bruggen, viaducten en wegen. 


Ingrid van Leeningen over de ervaringen van gemeente Almere met biobased uitvragen.

Inspireren, informeren en verbinden

Om geïnteresseerde partijen te inspireren, te informeren en de kans te geven om onderling contacten te leggen, organiseerden de vier samenwerkende partijen op 14 januari 2025 een goedbezochte bijeenkomst in De Beleving in Zeewolde. Vanuit gemeente Almere, Dura Vermeer, De Fryske Vezelhennepdeal en gemeente Noordoostpolder werden inspirerende presentaties gegeven om de aanwezigen te enthousiasmeren aan de slag te gaan met biobasedketens in Flevoland. Jeanet van der Woude ziet de hoge opkomst als een succes. ‘Ik vind het mooi om te zien dat niet alleen agrariërs, vezelverwerkers en bouwbedrijven aanwezig zijn, maar dat ook gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars zich geroepen voelen om de samenwerking op te zoeken. Al deze partijen zijn namelijk nodig om duurzame bouwmaterialen te integreren in bouwprojecten in Flevoland. Deze provincie leent zich bij uitstek voor het opbouwen van een stroketen van polder tot pand. Geïnspireerd door de vezelhennepdeal in Friesland, willen we in Flevoland in 2025 toewerken naar een strodeal.


Jeanet van der Woude in gesprek met Wethouder René van Amersfoort van gemeente Noordoostpolder.

Lef en ondersteuning

Ook ondernemer Rembert van Noort van het bedrijf BioBuilder is positief over de oprichting van een biobased bouwketen in Flevoland. ‘Als start-up hebben we een proces ontwikkeld, waarbij we samen met de aangesloten agrariërs op hun erf systeemelementen voor prefab houtskeletbouw isoleren met vezel- en rustgewassen. Vervolgens kunnen de houtskeletbouwers deze duurzame systeemelementen toepassen bij hun bouwwerkzaamheden. Om dit soort vernieuwende concepten te laten slagen, heb je soms wat lef en ondersteuning nodig. Daarom vind ik het mooi om te zien dat vanuit het platform Van Polder tot Pand een boost wordt geven aan de ontwikkeling van een biobased bouwketen in Flevoland.’ 


Inspireren, informeren en verbinden op het Van Polder tot Pand evenement 

Samenwerken aan een duurzame leefomgeving

Rembert doelt onder meer op het “aanjaagteam” van provincie Flevoland, dat in samenwerking met C-creators organisaties en ondernemers ondersteunt bij hun stappen richting toekomstbestendig bouwen en actief met geïnteresseerde partijen in gesprek gaat. Tijdens de break out sessies van het aanjaagteam werd de vraag werd gesteld: Welke kansen zijn er binnen de (toekomstbestendige) woningbouw om verschillende initiatieven of beleidsdoelen met elkaar te combineren, zodat ze elkaar versterken? Door het spelen van het zgn. koppelkansenspel werd duidelijk hoe essentieel het is om met elkaar in gesprek te gaan over de toekomstbestendige thema’s binnen de woningbouw. Bovendien is het van groot belang dat bij gebiedsontwikkelingen de kennis en expertise van alle betrokkenen wordt meegenomen.  


Deelnemers op zoek naar koppelkansen voor toekomstbestendige woningbouw.

Steeds meer partijen sluiten aan

Onder de aanwezigen bevindt zich ook Henk Lok, business developer circulaire economie bij Horizon Flevoland. ‘Steeds meer bedrijven beginnen grotere stappen te zetten in de ontwikkeling van biobased proposities. We zijn er nog niet, maar we zien wel veelbelovende ontwikkelingen voor 2025. Vanuit Horizon denken mijn collega Matthijs Meijer en ik graag mee met innovatieve ondernemingen in de biobased en circulaire sector. Zowel op het gebied van netwerk en financiering als betreding van de markt en opschaling met een innovatief product.’  

‘Daarnaast is het belangrijk dat er een doortimmerd businessmodel voor de biobased bouwketen wordt ontwikkeld. Daar kan Rabobank een rol in spelen’, zo vertelt Wietske Eilander, business development manager bij Rabobank kring Midden-Oost-Nederland. Wietske Eilander vervolgt: ‘Zo delen we bijvoorbeeld onze specialistische sectorkennis op het gebied van bouw en vastgoed, duurzaamheid en biobased bouwen. We brengen partijen in contact met samenwerkingspartners, ontwikkelaars en vastgoedbeleggers uit ons netwerk. en ondersteunen ondernemers bij hun financieringsvraagstuk. Het is mooi om te zien dat steeds meer partijen aansluiten bij Van Polder tot Pand. Want hoewel de uiteindelijke biobased keten in Flevoland nog gevormd moet worden, komen we steeds een stapje dichterbij. Ik kijk nu al uit naar de volgende bijeenkomst in het najaar.’  


Het Flevolandse netwerk van biobased ketenpartijen is groeiende.

Meer weten?

Ben jij agrariër, vezelverwerker of bouwer en wil je deelnemen aan de biobased bouwketens in Flevoland? Word lid van de LinkedIn groep Van Polder tot Pand en blijf op de hoogte van alle ontwikkelingen en evenementen. 

Foto’s: Sjors Evers

Samen sectorstandaarden maken voor biobased bouwen, help je mee?

Wanneer noem je een product biobased? Als het voor 100%, 70% of 50% uit biologisch materiaal bestaat? En hoe meet je dat? Wat zijn relevante eisen voor biobased producten met betrekking tot brandveiligheid en levensduur? Hoe komen we daartoe en hoe leggen we dat gezamenlijk vast? 

Sector-brede overeenstemming over het wat en hoe van biobased materialen is belangrijk voor de verdere opschaling van biobased bouwen. Daarom startten Nederlandse organisaties op het gebied van standaardisering een unieke samenwerking. Het doel: duidelijke definities en uniforme afspraken maken rondom biobased bouwen. We nodigen bouwers, leveranciers, adviseurs en opdrachtgevers uit om op concrete onderwerpen mee te denken. De startbijeenkomst daarvoor is op dinsdag 28 januari, help je mee? 

Op allerlei plekken in de branche wordt nagedacht over normen en standaarden voor biobased materialen. Er is ook al het een en ander over vastgelegd. Zowel op nationaal, als Europees (CEN) en zelfs mondiaal (ISO) niveau.

Het is wel belangrijk dat die normen en standaarden op elkaar zijn afgestemd. Dat wat op de ene plek bedacht en afgesproken wordt, ook op andere plekken wordt gedeeld. En dat wat generiek geldt, een doorvertaling krijgt naar specifieke toepassingen. Duidelijkheid en transparantie zijn onmisbare ingrediënten voor de verdere opschaling van biobased bouwen.

Heldere definities, uniforme afspraken
Daarom ontstond het initiatief om de relevante partijen voor geharmoniseerde standaarden en eisen bijeen te brengen: NEN, CROW, KOMO, Insula-certificatie, de NMD, BCRG, de ministeries BZK en I&W en het programma Building Balance. Samen vormen we de Regiegroep Standaarden Biobased Bouwen. Het doel: een samenhangend stelsel maken van heldere definities en uniforme afspraken en onderzoeken waar bestaande standaarden biobased bouwen eventueel nog in de weg staan.

Sectorbrede samenwerking
Harmen Willemse is trekker van de regiegroep namens Building Balance: “Toen we de partijen benaderden om deze samenwerking op te zetten, reageerde iedereen meteen heel positief. Er is een grote gezamenlijke drive om de bouw te verduurzamen en normen en standaarden rondom biobased bouwen te harmoniseren.”

Erik-Jan de Bont van Stichting KOMO beaamt dat: “Toekomstbestendige bouw is alleen mogelijk als er voldoende hernieuwbare grondstoffen in bouwmaterialen worden gebruikt. De branche onderkent dit. Het gebruik van die hernieuwbare grondstoffen, waaronder biobased materialen, neemt een steeds grotere vlucht. Samen met de andere partijen ondersteunen wij het initiatief om dit proces te stroomlijnen, zodat alles wat we doen goed op elkaar aansluit en in elkaar grijpt.”

Carloes Pollemans (NEN). “Zeker, om biobased bouwen te stimuleren met behulp van standaardisatie zoeken we nadrukkelijk de verbinding met andere standaardisatie-instellingen.”

“Want”, vult Ad van Leest van CROW aan, “sectorpartijen alleen kunnen niet zorgen dat we de klimaatdoelstellingen halen, alle partijen samen kunnen dat wel.”

Concreet plan van aanpak
De samenwerking ging een half jaar geleden van start en resulteerde al in een concreet plan van aanpak. Harmen: “We identificeerden de belangrijkste opkomende materialen/producten in biobased bouwen en inventariseerden per materiaal/product wat er aan standaarden en normen is, wat de huidige ontwikkelingen zijn en in hoeverre de biobased sector voet aan de grond heeft. Op basis van die analyse bepaalden we wat de beste aanpak is om de toepassing van biobased alternatieven te faciliteren.”

NTA Biobased Bouwen
In het plan van aanpak staan meerdere initiatieven, waaronder de totstandkoming van een NTA Biobased Bouwen. NEN heeft hierin het voortouw genomen, met financiering vanuit het Groeifonds Toekomstbestendige Leefomgeving en de Nationale Aanpak Biobased Bouwen.

Een NTA – Nederlands Technische Afspraak – is een praktisch hulpmiddel voor inkopers, opdrachtgevers en producenten om duidelijkheid te geven over de relevante eisen voor producten of materialen. Harmen: “De ontwikkeling van een NTA(-deel) is daarnaast een goede kapstok voor het bijeenbrengen van alle marktpartijen, initiatieven en normcommissies rondom een toepassing, om eisen op elkaar af te stemmen.”

Oproep: doe mee!
We vragen bouwers, leveranciers en opdrachtgevers dan ook om actief mee te denken en mee te doen bij het maken van de NTA Biobased Bouwen. De startbijeenkomst daarvoor is op dinsdag 28 januari.

Tijdens deze bijeenkomst krijg je een introductie over de kansen en uitdagingen van biobased bouwen, vertellen we welke behoefte aan normen is geconstateerd en hoe het proces werkt om tot een norm te komen. Daarna zijn er deelsessies waarin verschillende onderdelen van de te ontwikkelen NTA worden behandeld:

  • Termen en definities in biobased bouwen en de bepaling van het biobased gehalte
  • Brandveiligheidsaspecten van biobased bouwwerken, bouwproducten en bouwdelen
  • Overzicht van normen en richtlijnen voor biobased plaatmaterialen
  • Biocomposieten als bouwdelen (met name gericht op infra)

Opschaling mede mogelijk maken
De sessies bieden een platform voor interactie en kennisdeling en vormen de opstart van het normalisatietraject voor een NTA voor biobased bouwen. Wil je als expert of ervaringsdeskundige bijdragen aan één of meerdere van deze onderwerpen, meld je dan hier aan: https://biobasedbouwen.nen-evenementen.nl/

Arnoud Muizer (NEN): “We zijn blij dat we de NTA Biobased Bouwen als resultante van deze mooie samenwerking in gang kunnen zetten. De sector is gebaat bij eenduidigheid en transparantie en met de NTA kunnen we hier een belangrijke bijdrage aan leveren.”

Ad van Leest (CROW): “En wij sluiten daar met de input uit de branche graag op aan met specifieke onderdelen voor de infrasector. Samen met KOMO werken we dan samen aan een afgestemd geheel van afspraken over ontwerp, uitvoering, gebruik en hergebruik van biobased materialen, producten en oplossingen. Hoe meer mensen meedenken, hoe beter!”

 

Houtbouw: de betaalbare toekomst van duurzaam bouwen

Wist je dat houtbouw in prijs kan concurreren met conventionele bouwmethoden? Uit een analyse van 59 houtbouwprojecten in Nederland blijkt dat eengezinswoningen volledig in houtskeletbouw (HSB) of hybride kruislaaghout (CLT) in combinatie met houtskeletbouw kunnen momenteel al net zo betaalbaar zijn als traditionele bouw. Ook meergezinswoningen met maximaal vier bouwlagen kunnen kostentechnisch de vergelijking doorstaan.

Prefabricage en industrieel bouwen spelen een sleutelrol in het verlagen van de kosten, terwijl innovaties in houtbouw steeds meer economische en milieutechnische voordelen opleveren. Dit onderzoek laat niet alleen zien hoe houtbouw vandaag de dag presteert, maar biedt ook een blik op de toekomst: met verdere ontwikkeling en het benutten van fiscale voordelen wordt houtbouw steeds aantrekkelijker.

Belangrijke cijfers en inzichten

Van de 59 geanalyseerde projecten waren er 11 waarbij de kosten vergelijkbaar zijn met die van conventionele bouw. Gemiddeld zijn de bouwkosten van houtbouw nog 8% hoger dan de benchmark, met een verschil van 4% voor eengezinswoningen en 12% voor meergezinswoningen. Tegelijkertijd dragen prefabricage en industriële productie bij aan lagere kosten, doordat deze methodes bouwplaatskosten en risico’s verminderen. Vorige maand publiceerden we, samen met onder andere Alba Concepts, Cirkelstad en Netwerk Conceptueel bouwen, de conceptenbrochure. Hierin staan diverse biobased woningconcepten die zijn doorgerekend op allerlei indicatoren.

Tegenover de voordelen staan enkele hogere kosten, zoals brandveiligheid, geluidsisolatie en esthetiek, die gemiddeld 5% extra kosten opleveren. Ook de stapeling van opslagen speelt een rol. Toch bieden conceptuele en industriële bouwmethoden kansen om deze kosten verder te reduceren.

Houtbouw biedt ook voordelen buiten de bouwkosten om. Zo slaat hout biogene koolstof op, (CO2 wat niet uitgestoten is) wat de CO2-uitstoot uiteindelijk vermindert. Dit maakt biobased, waaronder houtbouw, extra interessant en dan met name door de nieuwe regeling voor koolstofcertificaten. Bovendien maakt de kortere bouwtijd van houtbouw het mogelijk om sneller te verhuren of te bewonen, wat bijdraagt aan een sterkere businesscase.

Twee rapporten voor een compleet beeld

Het onderzoek is uitgevoerd door Alba Concepts, IJKX, Bouwscoop en C-creators, mede dankzij een bijdrage van het Built by Nature fonds. De analyse leidde tot twee afzonderlijke rapporten, omdat verschillende methoden en benchmarks zijn gebruikt. Samen geven deze rapporten een compleet beeld van de huidige stand van zaken en de toekomstmogelijkheden van houtbouw in Nederland.

Bekijk de rapporten hier: rapport: Concurrerend bouwen met hout en het rapport: Inzicht bouw en investeringskosten van houtbouw en laat je inspireren.

Biobased bouwen bij woningcorporaties: Samen op weg naar toekomstbestendig wonen

Hoe maak je de overstap naar biobased bouwen als woningcorporatie? Het lijkt een grote stap, maar Elisabeth ter Borg maakt het toegankelijk. Met haar jarenlange ervaring als directeur-bestuurder bij woningcorporatie Fien Wonen weet ze precies waar corporaties tegenaan lopen – en hoe je samen oplossingen kunt vinden. “Welke vraag je ook hebt, klein of groot, wij duiken erin en helpen je op weg.”

Biobased Bouwen: Praktische Adviezen

Elisabeth ondersteunt woningcorporaties met praktische stappen en advies. “Ik werd laatst gebeld door een corporatie die drie projecten wil omzetten naar toekomstbestendig bouwen,” vertelt ze. “Meteen sparren we over hoe je biobased als belangrijk wegingscriterium in de uitvraag meeneemt. Later kijken we samen naar de ontwikkelportefeuille: welke projecten kunnen we aanpakken, welke subsidies zijn beschikbaar, en hoe kunnen ze ervaring opdoen?”

Met die hands-on aanpak maken Elisabeth en collega Rob Bogaarts, Activator voor woningcorporaties, biobased bouwen haalbaar. “We begrijpen de uitdagingen en zoeken samen met corporaties naar een realistische overgang naar toekomstbestendig bouwen.”

Samen Op Ontdekkingsreis

Biobased bouwen hoeft niet in één keer perfect te zijn. “Begin met laaghangend fruit,” adviseert Elisabeth. “Veel eengezinswoningen met schuine daken kun je eenvoudig en betaalbaar biobased isoleren. Ook circulaire binnen-elementen kun je direct toepassen. Het belangrijkste is dat je begint en leert door te doen.”

Deze praktische aanpak was ook succesvol bij Fien Wonen, waar biobased bouwen de norm werd. “Het was een gezamenlijke ontdekkingstocht. We vroegen naast een regulier alternatief ook een biobased alternatief uit, stuurden op CO₂-impact en maakten duurzaamheid bespreekbaar. Het mooie was: iedereen wilde meedoen, ook al was het nieuw.”

Inspirerende Voorbeelden en Tools

Elisabeth noemt enkele voorbeelden:

  • Inspirerende praktijkvoorbeelden: Corporaties zoals Omnion, Eigen Haard en de Groene Huisvesters delen graag hun ervaringen.
  • Praktische handleidingen: Zoals de Handleiding Biobased verduurzamen van bestaande bouw (ontwikkeld met OnderhoudNL).
  • Ondersteuning bij projecten: Denk aan biobased aanbestedingen, conceptuele bouw of het verduurzamen van wijken.

Positieve Impact Maken

Wat Elisabeth het meest raakt aan biobased bouwen, is de positieve impact: “Je werkt direct aan oplossingen voor de klimaatcrisis, wooncrisis én landbouwcrisis. En dat merk je niet alleen in de cijfers, maar ook in de praktijk. Mensen voelen zich gezonder in biobased woningen en waarderen het gebruiksgemak.”

Elisabeth benadrukt dat iedereen een bijdrage kan leveren. “De bouw heeft de unieke kans om CO₂ uit de atmosfeer te halen in plaats van het toe te voegen. Dat is een enorme win-win.”

Terugblik op Biobased Bites 8: Is een biobased woning duurder dan een traditionele?

Tijdens de achtste editie van de Biobased Bites stond het inzicht in de meerkosten van biobased nieuwbouwwoningen centraal. Alba Concepts presenteerde de resultaten van een onderzoek, uitgevoerd in opdracht van Built By Nature en MRA Houtbouw, met verrassende conclusies.

Jim Teunizen (Alba Concepts) en Carel Aartsen (ontwikkelaar bij BPD) deelden, samen met Norbert Schotte, Frances Swets en Marjet Rutten, activatoren bouw bij Building Balance, hun kennis en praktijkervaring.

Bekijk hier de presentatie terug. Liever terugkijken? Ook dat kan.

Bekijk hier de volledige Biobased Bites 8 terug: Is een biobased woning duurder dan een traditionele?

De belangrijkste takeaways?

Biobased bouwen kan prijsconcurrerend zijn met conventionele bouw. Dit wordt bepaald door factoren zoals:

  • Het centraal stellen van het bouwconcept.
  • Het vroegtijdig betrekken van de bouwer in het proces.
  • Een juiste opbouw van investeringskosten en waardering van de financiële restwaarde.

Met een slimme aanpak kan zoals deze kan dit financieel aantrekkelijk zijn en een duurzaam alternatief bieden voor traditionele bouwmethoden.

Bekijk hier de belangrijkste take-aways terug.

Toekomstige sessies in 2024

In de uitgebreide programmering van PIANOo en Building Balance begeleidt Marjet Rutten dit jaar nog één Biobased Bites tijdens de lunch. Daarnaast biedt Sara Vellenga verdiepende Biobased Buyer sessies voor woningcorporaties en gemeenten die meer willen leren over biobased bouwen.

Zet de volgende sessies alvast in je agenda:

Wil je meer weten of heb je vragen? Neem contact op met Norbert Schotte of Marjet Rutten, onze Activatoren bouw bij Building Balance.

Biobased bouwen krijgt ruimte in Utrecht

Afgelopen jaar is er bij Building Balance Utrecht veel bereikt om de toepassing van biogrondstoffen in de bouwsector te stimuleren. Sinds april zijn Marieke van Loon en Thijs Müller actief als ketenregisseurs en hebben zij hard gewerkt aan het versterken van samenwerkingen en het opbouwen van netwerken. Over hun eerste maanden werden ze geïnterviewd door Duurzaam Gebouwd.  

Marieke kwam bij Building Balance via het Utrechtse Merwede LAB, dat zich richt op circulair bouwen. Thijs bracht zijn expertise mee vanuit zijn bedrijf, dat zich focust op de verduurzaming van naoorlogse flats met biobased isolatie. Samen hebben zij de eerste periode benut om bestaande contacten, opgebouwd door collega Nienke Binnendijk, uit te breiden en te versterken. Daarnaast hebben zij nieuwe relaties gesmeed met gemeenten, woningcorporaties en andere relevante partijen. 

In Utrecht ligt de nadruk op het stimuleren van de vraag naar biobased materialen. Dit komt mede doordat de Utrechtse grond minder geschikt is voor vezelteelt. Marieke en Thijs hebben zich daarom gericht op het ondersteunen van gemeenten en woningcorporaties bij het opnemen van biobased materialen in aanbestedingsprocedures. Dit helpt bij het borgen van duurzame praktijken in bouwprojecten. 

Benieuwd naar het interview? Je leest het hier

Grote steden en marktpartijen werken samen aan City Deal voor Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling

Wethouders van de grote steden en een reeks marktpartijen hebben een intentieverklaring ondertekend voor de nieuwe City Deal Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling. Het doel is om gebieden duurzaam, betaalbaar en met snelheid te ontwikkelen, met oog voor natuur, klimaatadaptatie en sociale cohesie.

De City Deal bouwt voort op eerdere initiatieven en maakt de stap van circulair bouwen op gebouwniveau naar geïntegreerde gebiedsontwikkeling. “We moeten ambities voor natuur en milieu als ontwerpuitdaging voor hele gebieden benaderen,” stelt kwartiermaker Gertjan De Werk. Hij pleit voor een aanpak waarin biobased bouwen, CO₂-reductie en klimaatdoelen structureel worden geïntegreerd.

Met steun van diverse gemeenten en bouwpartners, zoals BPD, BAM, AM en Heijmans, en de betrokkenheid van vijf ministeries, krijgt de City Deal vorm. Er wordt gewerkt aan een set KPI’s en een expertpool om gemeenten en ontwikkelaars bij te staan in de transitie. Door gezamenlijke standaarden en tools te ontwikkelen, wordt sneller en duurzamer bouwen haalbaar voor gemeenten in heel Nederland.

De officiële ondertekening van de City Deal is voorzien voor maart 2025, wanneer de plannen gereed zijn. Daarmee hoopt men het tempo van gebiedsontwikkeling te verhogen en bij te dragen aan de Europese klimaatdoelen.

Meer weten? Volg onze updates over de voortgang van de City Deal en de impact op de duurzame gebiedsontwikkeling in Nederland.

Onderzoek: bevat de NTA 8800 belemmeringen voor biobased bouwen?

Het is een vraag die al langer leeft in de branche: worden biobased materialen wel goed gewaardeerd in de huidige rekenmethodieken? Building Balance heeft Arup daarom gevraagd onafhankelijk onderzoek te doen naar de NTA 8800 voor de energieprestatie van gebouwen en de mate waarin biobased materialen daarin eerlijke zijn meegenomen. Uit het onderzoekt blijkt de positieve invloed van faseverschuiving bij biobased materialen nihil. Arup vond in de NTA 8800 wel een belemmering voor het ontwerpen met biobased materialen in de bepaling van de koelbehoefte van een gebouw. Filique Nijenmanting van Arup licht in dit interview de onderzoeksresultaten toe.

Over de NTA 8800

NTA 8800 is een Nederlandse technische afspraak (NTA) voor de rekenmethodiek voor energieprestatie van gebouwen.

De NTA 8800 is ontwikkeld door het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) en vormt de basis voor het berekenen van de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) en het energieprestatiecertificaat van gebouwen in Nederland. Omdat de eisen steeds strenger worden en de waarde van een goede energieprestatie toeneemt, speelt de NTA 8800 ook een belangrijke rol bij ontwerpkeuzes. De norm wordt gebruikt voor zowel woningen als utiliteitsgebouwen en geldt voor nieuwbouw, renovatie en bestaande bouw. 

Onderzoeksmethode

 “In samenspraak met Building Balance hebben we een onderzoek opgezet”, aldus Filique. “Een combinatie van een literatuurstudie, interviews met experts op het vlak van biobased bouwen en energieprestatie, detailstudie van de norm én toetsing via simulaties.”

“Uit de gesprekken met experts kwamen twee onderzoeksvragen naar voren. Ten eerste een vergelijk tussen de maandmethode NTA 8800 en de uurlijkse methode. Aan de vertaling naar een uurlijkse methode liggen veel parameters ten grondslag voor simplificatie, zijn deze juist gekozen?”

“Ten tweede wezen de experts ons voor nader onderzoek op het begrip ‘faseverschuiving’, en dan vooral de eventuele invloed van vochtopslag- en doorgang in biobased materialen. Dat leidde tot twee hygrisch(vocht)-gerichte studies voor jaarlijks energiegebruik en thermisch comfort.” 

Arup startte een jaar geleden met het onderzoek en kwam eind september met de rapportage. Filique bespreekt eerst de resultaten rond de berekening van warmte- en koelbehoefte, maandelijks versus uurlijks. Daarna gaat ze in op het begrip faseverschuiving.

Maandmethode versus uurlijkse methode

Filique: “Voor het bepalen van zowel de warmte- als de koudebehoefte en het risico op oververhitting van een gebouw, maakt de NTA 8800 gebruik van een maandmethode uit de Europese EPBD. Om tot die maandmethode te komen, vertaalt een ‘benuttingsfactor’ het thermisch dynamische gedrag van een gebouw naar de energiebehoefte op maandniveau en voor woningen ook het risico op oververhitting.”

“Eerder verschenen al artikelen over mogelijke afwijkingen die ontstaan door die vertaling van uur naar maand. Om dat te controleren deden wij simulaties met het maandelijkse model en het uurlijks model. We gebruikten daarbij de standaard rijtjeswoning als uitgangspunt en vergeleken lichte constructies zoals HSB met zware constructies zoals beton.”

“Bij het bepalen van de warmtebehoefte van een woning gaat die vertaling van uur naar maand best goed, bleek uit onze simulaties. Maar als we kijken naar de koelbehoefte – hoeveel koeling er nodig is gedurende het jaar – dan wordt die door de NTA 8800 bij beide typen constructies (licht en zwaar) onderschat. Ook is het onderlinge verschil tussen licht en zwaar kleiner dan nu uit de normberekeningen komt. Dat zet lichte gebouwen – en dus ook houtbouw met biobased isolatiematerialen – op achterstand.”

Faseverschuiving

Dan het onderzoek naar faseverschuiving. “Het begrip ‘faseverschuiving’ wordt veel gehanteerd in relatie tot biobased materialen, in verband met de grotere warmtecapaciteit”, vertelt Filique. “Het is de tijd tussen het piekmoment van zonnewarmte op de gevel aan de buitenzijde en het moment dat de piek optreedt aan de binnenzijde.” De hogere massa (en eventueel de hygrische capaciteit) van biobased materialen worden positief geacht op voornamelijk het thermisch comfort, omdat de grotere faseverschuiving leidt tot een langer tijdsbestek waarin opvallende zonnestraling de binnentemperatuur beïnvloedt. 

“Dat tijdsbestek wordt bepaald door de hele constructie, dus inclusief beplating, afwerking en isolatie”, legt Filique uit. “In de NTA is de warmtecapaciteit voor zowel energie- als comfortbepaling gebaseerd is op een eenvoudige statische methode. Die rekent tot aan de isolatie en tot een beperkte diepte. Eventuele effecten van massa van isolatie in HSB-constructies blijven daarmee buiten beschouwing. Kortom: De NTA 8800 rekent niet met het begrip faseverschuiving.”

Er zijn uitgebreidere methoden voor bepaling van de warmtecapaciteit beschikbaar, maar die zijn niet van toepassing binnen NTA 8800. Filique: “Het effect van de volledige constructiediepte (en dus totale massa van het isolatiemateriaal) komt wél tot uiting in uurlijkse simulaties. De mate van invloed hangt daarbij af van verschillende omgevingsfactoren. Een uitgebreidere methode, zoals de ISO 13786 kan het effect van faseverschuiving beter weergeven. Van belang hierbij is om de beoordelingsperiode (specifiek) te benoemen en een berekening over de gehele constructiediepte uit te voeren.”

“Zowel in de reguliere uurlijkse simulatiemethoden, als in de uitgebreide methode voor de bepaling van faseverschuiving, wordt hygrische capaciteit (opslag- en uitwisseling van vocht in de constructie) niet meegerekend. In twee aanvullende simulaties is daarom gecontroleerd of dit terecht is voor de bepaling van energiebehoefte en thermisch comfort, volgens de uitgangspunten in de NTA 8800. In geval van constructies die vocht kunnen uitwisselen (zoals dampopen, biobased), blijkt er geen invloed te zijn op de jaarlijkse energiebehoefte voor warmte. Voor thermisch comfort is de invloed nihil, al zou er bij beperkte ventilatieconcepten een effect mogelijk kunnen zijn.” 

Adviezen

Uit het onderzoek blijkt de positieve invloed van faseverschuiving bij biobased materialen in de NTA 8800 dus nihil. Filique: “We adviseren leveranciers van (biobased) materialen om duidelijker te zijn over de beoordelingsmethode en -periode van faseverschuiving en een berekening over de gehele constructiediepte uit te voeren. Zodat de informatievertrekking over faseverschuiving beter wordt en de communicatie transparanter.”

Arup nam in het rapport ook adviezen op naar aanleiding van de andere onderzoeksresultaten. “De belemmering in de NTA 8800 met betrekking tot de koelbehoefte is zeer relevant, zeker met het oog op ons veranderende klimaat. We doen aanbevelingen voor de korte, middellange en langere termijn, zowel voor de normcommissie als voor ontwerpers en leveranciers.” 

“Op korte termijn is het relevant om materiaaleigenschappen van biobased materialen in detail beschikbaar te maken. In de NTA 8800 wordt nu gerekend met forfaitaire warmtegeleidingscoëfficiënten, die momenteel te hoog (conservatief) zijn ingeschat. Herijking hiervan is relevant om de markt te representeren.”

“Op de middellange termijn adviseren we om een alternatief te ontwikkelen voor de huidige benuttingsfactor. Dat vergt wel wat extra uitwerking om de verschillende gebouwtypes, energieconcepten en gebruiksfuncties goed te simuleren en gekalibreerd te krijgen. Wij hebben de afwijking nu zichtbaar gemaakt voor één gebouwtype – de standaard rijtjeswoning – en leveren daarmee de basismethode voor die simulaties.”

“Voor de langere termijn is ons advies om in plaats van maandelijks, uurlijks te gaan rekenen, om positieve effecten van houtbouw zo goed mogelijk mee te nemen. Frankrijk rekent al op deze manier, dus die uurlijkse methode is beschikbaar. Dat zou een eerste basis kunnen zijn om een dergelijke methode in lijn met de EPBD4 ook voor Nederland te omschrijven.”

Link naar het onderzoeksrapport

Het complete onderzoeksrapport van Arup, inclusief alle onderzoeksresultaten en aanbevelingen, kun je hier downloaden.

 

Webinar over de onderzoeksresultaten

Op dinsdag 26 november organiseren we van 12.00-13.00 uur een webinar over dit onderzoek en de resultaten.

Meld je hier aan voor dit webinar.

Unieke Fryske Vezelhennepdeal vormt belangrijke stap naar een circulaire toekomst in Fryslân

Op 25 oktober ondertekenden meer dan 30 Friese partijen de Fryske Vezelhennepdeal. Deze buitengewoon belangrijke deal verbindt Friese woningcorporaties, bouwbedrijven, ontwikkelaars en overheden in hun keuze voor lokaal geproduceerde vezelhennepisolatie. In ten minste 1000 bouw- en renovatieprojecten in Fryslân zal Friese hennepisolatie worden toegepast, wat een sterke impuls geeft aan de lokale biobased economie en circulaire bouw.

Regionale keten voor biobased bouwen

De Fryske Vezelhennepdeal markeert de eerste complete regionale keten voor biobased bouwmaterialen in Nederland. Met deze samenwerking wordt de productie en inzet van duurzame materialen zoals Hempwool, vervaardigd door GreenInclusive, in de Friese bouwsector gestimuleerd. Dit initiatief verbindt boeren, woningcorporaties en bouwbedrijven en geeft de transitie naar een circulaire economie een stevige basis.

Samenwerking voor een duurzame toekomst

Onder andere woningcorporaties zoals Accolade, Elkien, Wonen NWF, De Bouwvereniging, Thús Wonen en Wonen NWF ondersteunen de toepassing van Friese vezelhennepisolatie in hun renovatieprojecten. Zij hebben hun bouwpartners, waaronder Jorritsma, Lont, Heijmans, Dura Vermeer, Friso Bouwgroep, SW Vastgoedverbetering en Van der Geest gevraagd om vezelhennep toe te passen in hun projecten. De komende drie jaar zullen zij samen meer dan 1000 woningen van het Friese isolatiemateriaal voorzien. Het succes van Hempwool in projecten zoals het Kooi Stadion van SC Cambuur onderstreept de potentie van dit materiaal. Dankzij deze deal kan GreenInclusive een productiefaciliteit opzetten en prijsgaranties aan ruim 110 Friese boeren bieden, wat niet alleen de Friese agrarische sector maar ook het bredere agrodomein in de regio versterkt.

CO₂-winst en regionale voordelen

De deal levert aanzienlijke milieuwinst op: met het gebruik van Hempwool wordt ruim 1700 ton CO₂ bespaard. GreenInclusive zal deze CO₂-winst certificeren, waarvan de opbrengsten ten goede komen aan Friese boeren. Het initiatief draagt bij aan een circulaire economie, meer werkgelegenheid en minder transportbewegingen.

Duurzaamheid en gezondheid hand in hand

Vezelhennepisolatie biedt diverse maatschappelijke voordelen zoals CO₂-reductie, verbeterde luchtkwaliteit en temperatuurregulatie in woningen. Het initiatief draagt ook bij aan de biodiversiteit en versterkt de regionale economie. Om de succesvolle inzet van vezelhennep in de bouwsector te ondersteunen, werken Miedema Bouwmaterialen en Oldenboom Meinesz samen met Circulair Friesland aan een kennistraject. Dit programma begeleidt alle betrokken partijen in het gebruik van vezelhennep en vergroot het inzicht in de voordelen van biobased bouwen. Dit biedt nieuwe mogelijkheden voor verdere groei en ontwikkeling van de regionale biobased sector.

Met de Fryske Vezelhennepdeal wordt een belangrijke stap gezet naar een duurzame en circulaire toekomst voor Fryslân, ondersteund door gemeenten en de Nationale Aanpak Biobased Bouwen.

Terugblik op Biobased Bites 7: Kansen voor biobased woningconcepten in laag- en hoogbouw

Tijdens deze zevende editie van de Biobased Bites stond het groeiende aanbod van biobased woningconcepten voor laag- en hoogbouw centraal. Onder leiding van Norbert Schotte en Marjet Rutten, activators bouw bij Building Balance, bespraken we samen met Jip van Grinsven van Alba Concepts en Sladjana Mijatovic van BPD wat er mogelijk is met biobased bouwen zonder concessies te doen aan de prestaties.

De training gaf opdrachtgevers handvatten om milieuvriendelijke keuzes te maken en de prestaties van biobased materialen in hun uitvraag te integreren. We lanceerden ook een brochure vol inzichten over beschikbare woningconcepten en bijbehorende prestaties. Download hier de brochure.

Bekijk hier de presentatie terug. Liever terugkijken, ook dat kan!
Kijk hier de volledige Biobased Bites 7: “Woningconcepten in laag- en hoogbouw” terug.

Belangrijkste take-away?

Met biobased bouwen zijn er steeds meer mogelijkheden om klimaatbewust te bouwen, maar een cultuurverandering en meer kennis over biobased materialen zijn essentieel om dit verder op te schalen. Bekijk hier de belangrijkste take-aways.

Blik op de toekomst

In de Biobased Bites en Buyer-sessies van 2024 blijven we opdrachtgevers en gemeentes inspireren en begeleiden in biobased bouwen. Marjet Rutten begeleidt dit jaar tijdens de lunch nog verschillende Biobased Bites, die je in vogelvlucht meenemen in verschillende thema’s rond biobased bouwen. Interesse?

Zet de volgende sessies alvast in je agenda:

Nog vragen, stel ze aan Norbert Schotte en Marjet Rutten, onze Activators bouw bij Building Balance.

 

Terugblik: symposium Van Land tot Pand 19 september

Op 19 september 2024 kwamen ruim 100 bezoekers samen in Connect-U, Enschede, voor het symposium ‘Van Land tot Pand’. De dag draaide om biobased bouwen en de rol daarvan in de transitie naar een circulaire economie. Experts vertelden hoe biobased bouwen de bouwsector al transformeert en wat we in de toekomst nog kunnen verwachten. De deelnemers volgden ook workshops waarin de praktische aspecten van biobased bouwen werden verkend en toegepast. De dag werd gestart in het Ledeboerpark in Enschede bij STAWEL. 

Proefperceel bij STAWEL

Voorafgaand aan het middagprogramma werd een groep bezoekers verwelkomd bij STAWEL voor een bezoek aan een proefperceel met 4 verschillende vezelgewassen. Na een korte introductie door ketenregisseur Janneke Paalhaar kregen de bezoekers een rondleiding langs de gewassen. Bij elk gewas werd uitleg gegeven over de groei, bewerking op het land en verwerking tot vezelproduct:

  • Olifantengras / Miscanthus door Erik Langenkamp
  • Vezelhennep door Gerard Hosper
  • Vlas door Trix Niesthoven
  • Zonnekroon / Silphie door Fraukje Roeleveld

Gewas-product expo: kansen voor biobased (ver)bouwen in beeld

Bij aankomst bij Connect-U kregen de bezoekers eerst de gelegenheid om door de gewas-product expo van Building Balance te lopen. Deze tentoonstelling biedt een overzicht van veelbelovende Nederlandse biobased bouwketens voor gewassen zoals vezelhennep, miscanthus, vlas en graanstro. De expositie toont de vezelgewassen, halffabricaten en eindproducten. In de expositie wordt duidelijk waar deze gewassen worden verbouwd, hoe dat in zijn werk gaat, en wat de opbrengsten en de CO2-opname zijn. Daarnaast wordt duidelijk welke bouwmaterialen uit deze gewassen kunnen worden vervaardigd.

Opening en presentaties mogelijkheden biobased bouwen

Het symposium werd afgetrapt door wethouder Niels van den Berg (gemeente Enschede). Hij sprak een warm hart uit naar het initiatief. Na de opening volgden twee keynote-presentaties over de mogelijkheden van biobased materialen in de bouw. Pascal Leboucq van Biobased Creations besprak verschillende projecten van hun studio, die gespecialiseerd is in biobased materialen voor installaties en creaties. Vervolgens vertelde Theo de Bruijn van IAA Architecten over zijn visie op de toekomst van biobased bouwen en de drempels die geslecht moeten worden.
Bekijk hier deel 1, hier deel 2 en hier deel 3 van de presentatie van Pascal Leboucq.
Bekijk hier de presentatie van Theo de Bruijn.

Workshop: Naar een toekomstbestendige uitvraag

Jan Willem van de Groep van Building Balance, Bas Pietersen van Woningcorporatie Domijn en Arturo Calvino Alonso van Startblock gaven inzicht in toekomstbestendig uitvragen. Ze bespraken hoe een toekomstbestendige uitvraag eruit kan zien en hoe biobased materialen hierin heel goed meegenomen kunnen worden. De groep gaat met elkaar in gesprek over tijdige en transparante samenwerking tussen opdrachtgever en markt.
Bekijk hier de presentatie.

Workshop: Biobased materialen in je volgende project? Hoe dan?

Tijdens deze workshop gaven Eric Versteeg van Twentse Bouwboeren en Frances Swets van Building Balance informatie over de technische mogelijkheden van biobased materialen. Meerdere alternatieven voor traditionele (fossiele) materialen werden toegelicht. Daarnaast gaf deze workshop inzicht in hoe via de aanbesteding van woningbouwprojecten de mate van biobased toepassingen in een project beïnvloed kan worden. Uit de reacties kwamen interessante inzichten voort, maar ook een aantal concrete projecten van gemeenten waarbij de ambitie is om biobased materialen toe te passen. De komende periode wil Eric Versteeg vanuit Twentse Bouwboeren deze partijen ondersteunen bij het verder organiseren van deze projecten.
Bekijk hier deel 1 van de presentatie en hier deel 2.

Workshop: Ontwerpen voor een biobased leefomgeving

Tim Bachmayer van Gemeente Enschede en Nathalie Groot Kormelink van Sparc Architecture gaven een workshop over hoe je het gebruik van van biobased materialen al kan integreren in de ontwerpfase. Ze bespraken hoe materiaalkeuzes doorwerken op stedenbouwkundig en architectonisch niveau.
Bekijk hier de presentatie.

Workshop: Toekomstbestendig Circulair & Biobased Bouwen

Hans Hilbrands van Pioneering, Gerrit Buitenhuis van TNO en Herwin Voorteman van BIM4ALL gingen aan de hand van praktijkcases het gesprek aan met de bezoekers over de rol van digitalisering in circulaire waardeketens en bouwprocessen. De deelnemers ontdekten hoe digitalisering een hulpmiddel kan zijn om ook in de toekomst van circulaire en biobased materialen gebruik te maken.
Bekijk hier de presentatie van TNO en hier de presentatie van BIM4ALL.

Workshop: Plant als inblaasinstallatie

Erik Langenkamp, teler van olifantsgras (miscanthus), Marcel van Haren van Takkenkamp en Janneke Paalhaar van Twentse Bouwboeren vertelden over de teelt van miscanthus en lieten zien hoe dit soort vezels (graanstro of miscanthus) in de praktijk worden ingeblazen in bestaande daken als biobased isolatiemateriaal.

Afsluiting

Wethouder Jeroen Diepenmaat (gemeente Enschede) en beleidsmedewerker Nico de Boer van Provincie Overijssel sloten de dag af met een oproep aan gemeenten in Twente om de biobased keten gezamenlijk te versterken. Na een inspirerende middag werd het symposium afgesloten met een borrel, waar deelnemers de dag samen afrondden.

Wil je op de hoogte blijven van de programmalijn ‘Biobased Waardeketens’? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief van de Twentse Bouwboeren via deze link.

 

Woningconcepten brochure 2024 heeft indrukwekkend aandeel biobased

Biobased bouwen is nu al mogelijk! Dat bewijst de nieuwe conceptenbrochure, die op 16 oktober gelanceerd is op de Prefab beurs. Conceptueel en industrieel bouwen biedt één van de beste oplossingen voor de grote uitdagingen in bouwsector: het zorgt voor sneller bouwen, hogere kwaliteit, een lage milieu-impact (MPG) en scoren beter op materiaalgebonden CO2-uitstoot. De brochure toont een breed scala aan woningconcepten, waarvan een indrukwekkend aandeel biobased is.

Ook in 2023 deelden conceptaanbieders hun data in een woningconceptenbrochure, en met effect! Afgelopen jaar zijn er zo’n 5000 conceptwoningen méér gebouwd dan het jaar daarvoor. Steeds meer overheden begrijpen dat (biobased) woningconcepten de sleutel zijn tot snel, duurzaam en betaalbaar bouwen. Anders dan vorig jaar zijn de concepten in de nieuwe brochure bovendien specifiek doorgerekend op het percentage biobased materialen.

De woningconceptenbrochure 2024 is hier te downloaden.

Tweederde eengezinswoningconcepten gebruikt biobased materiaal

De nieuwe brochure toont zo’n 50 doorgerekende concepten, inclusief prestaties op de indicatoren van Het Nieuwe Normaal. Het aandeel biobased is indrukwekkend: tweederde van de concepten voor eengezinswoningen maakt in grote mate gebruik van biobased bouwmaterialen. Bovendien blijkt het doel om in 2030 minimaal 30% van de woningen voor ten minste 30% (in gewicht) uit biobased materiaal te laten bestaan haalbaar. Sterker nog, 12 van de 30 eengezinswoningen in deze brochure voldoen hier nu al aan.

Biobased niet duurder dat conventioneel en gunstig voor CO2-saldo

Uit een rondgang door Building Balance onder conceptaanbieders blijkt dat biobased niet duurder hoeft te zijn dan conventionele materialen. Deze ontwikkeling zal zich doorzetten naar ons idee. In onderstaande tabel is goed zichtbaar dat een hoog percentage biobased gunstig is voor het CO2-saldo (CO2-uitstoot afgezet tegen de CO2-opslag), dat is mooi zichtbaar in de onderstaande tabel. Een kanttekening is uiteraard dat we kritisch moeten blijven op het overdimensioneren (materiaalobesitas) van biobased bouwmaterialen enkel voor een gunstige CO2-opslag.

Verder laat de conceptenbrochure zien dat een MPG van 0,5 al behoorlijk gangbaar is. Vrijwel alle concepten in de brochure voldoen al aan deze aangescherpte norm. Je zou dus kunnen stellen dat de MPG-aanscherping als katalysator kan werken voor meer conceptueel en industrieel bouwen, wat aansluit op het Kabinetsvoornemen van 50% industrieel in 2030.

Groot aanbod ‘woningen uit de fabriek’

Deze brochure maakt een paar dingen duidelijk:

  • Er is veel aanbod van conceptwoningen. Zowel grondgebonden als gestapeld.
  • De ontwikkelingen gaan razendsnel, veel concepten hebben al een grote verbeterslag gemaakt.
  • De bal ligt bij de opdrachtgevers, overheden en ontwikkelaars. Deze brochure laat zien dat er aanbod en variatie genoeg is.

Deze nieuwe woningconceptenbrochure wil partijen laten zien hoe groot het aanbod aan ‘woningen uit de fabriek’ al is door een overzicht te geven van een aantal innovatieve woningconcepten en hun kenmerken met nadruk op duurzaamheid. Wat voor materialen worden er gebruikt, hoe presteren ze op duurzaamheidskenmerken, voor welke toepassing zijn ze geschikt, hoe kan het er uit zien? Handig als je wilt sturen op CO2 of aandeel biobased als opdrachtgever of gemeente.

Deze brochure is een gezamenlijke productie van Cirkelstad, Alba Concepts, Netwerk Conceptueel Bouwen, Marjet Rutten, Platform Pefab, Citydeal en Building Balance

De gehele brochure is hier te downloaden.

 

Terugblik op Biobased Bites: Brandveiligheid & biobased isolatiemateriaal

Op dinsdag 1 oktober namen we  brandveiligheidsadviseurs, HSB-bouwers, leveranciers bouwmaterialen en andere geïnteresseerden tijdens een extra lange Biobased Bites lunchwebinar, mee in het onderwerp Brandveiligheid & biobased isolatiemateriaal

Kijk het volledige webinar nu terug!

Brandveiligheidsprestaties biobased isolatie in HSB-constructies

Tijdens deze extra Biobased Bites werd besproken hoe biobased isolatiematerialen hun brandveiligheidsprestaties bewijzen in HSB-constructies. Er werd gefocust op testmethoden die aantonen dat deze materialen goed presteren, vergelijkbaar met traditionele isolatiematerialen.

Daarnaast werd het belang benadrukt van verdere ontwikkeling van testprotocollen en het opzetten van een centrale databank om markttoepassingen te versnellen. Door praktijkvoorbeelden en innovaties te delen, is aangetoond dat er voldoende kansrijke biobased toepassingen binnen handbereik zijn. Na de tweede testreeks is ook de onderbouwing daarbij beter voor elkaar.

Alle gedeelde teststrategieën en de eerste resultaten van de brandtesten kun je terugvinden in de presentatie.

De belangrijkste take-aways

De belangrijkste les van dit webinar is: de teststrategie is gericht op het minimaliseren van het aantal benodigde tests, terwijl toch uitgebreide en nuttige informatie over de brandveiligheid van verschillende HSB-constructies met biobased isolatiematerialen wordt verzameld. Hierdoor kunnen efficiënte en goed onderbouwde veiligheidsbeoordelingen worden gemaakt.

De belangrijkste tips en tools staan in de factsheet hieronder of bekijk de volledige factsheet in pdf.

Meer webinars

In 2024 organiseren PIANOo en Building Balance een uitgebreid webinar-programma. Marjet Rutten begeleidt dit jaar tijdens de lunch nog verschillende Biobased Bites, die je in vogelvlucht meenemen in verschillende thema’s rond biobased bouwen. Wil je je als woningcorporatie of gemeente verder in biobased bouwen verdiepen? Dan neemt Sara Vellenga je mee in de verdiepende Biobased Buyer sessies. Houd onze agenda in de gaten voor alle webinars en andere bijeenkomsten!

Blik op de keten: nieuwbouw Petrusberg in Sint Odiliënberg

Op 9 september 2024 vond een inspirerend bezoek plaats bij het project Petrusberg in Sint Odiliënberg, georganiseerd door ketenpartner Ekowood Houses. Dit project omvat de bouw van 31 biobased circulaire sociale huurwoningen in opdracht van Wonen Limburg. De woningen zijn door Ekowood Houses ontworpen, prefab geproduceerd en op de bouwplaats gemonteerd.

De bijeenkomst werd geopend met een welkomstwoord van Roland Slangen, wethouder Ruimtelijke ordening, Duurzaamheid en Wonen van de gemeente Roerdalen. Vervolgens lichtte Building Balance toe hoe wij onze rol spelen in het vormen van ketens, het bij elkaar brengen van partijen, certificering en brandveiligheid. Gastheer van de dag was Maurits van der Woude namens Ekowood Houses.

Biobased bouwen is toekomstbestendig bouwen

Tijdens het bezoek kregen woningcorporaties uit Limburg een unieke kans om de voortgang van dit toekomstbestendige project te bekijken. De Petrusberg omvat een mix van 15 appartementen en 16 grondgebonden woningen, alle biobased, gezond, energiezuinig en levensloopbestendig. Kenmerken van het project zijn onder andere prefab houtbouw, installatie-arm, lage total cost of ownership (TCO), gezond wonen, laag energieverbruik en bouwen en wonen met respect voor de planetaire grenzen.

De Ekowood houtskeletbouw casco’s van de grondgebonden woningen waren reeds geplaatst en ook werden de kopgevels gerealiseerd van ClickBrick, een circulair droogstapelsysteem van bakstenen. Ook werd de dakbedekking gelegd en waren de eerste ruwbouwinstallaties geïnstalleerd.

In het houtbouwsysteem van Ekowood, waarmee nu al 250 woningen per jaar worden geproduceerd, wordt ingeblazen houtwol in de gevels toegepast, met een hoge RC-waarde van 7,5. In de binnenwanden in de woningen worden houtvezelplaten gebruikt voor akoestische isolatie in de woning.

Gezocht: nieuw proefproject

Van der Woude leidde de woningcorporaties rond op de bouwplaats en gaf daarbij een uitgebreide toelichting op het innovatieve houtbouwconcept en de toegepaste technieken. Aan het einde van de bijeenkomst ontstond een boeiende discussie over hoe woningcorporaties concreet aan de slag kunnen gaan met toekomstige projecten.

In samenwerking met Building Balance, Limburgse woningcorporaties en lokale partners in materialen en gewassen, wil Ekowood onderzoeken of er in de nabije toekomst meer lokaal geproduceerde biobased materialen verwerkt kunnen worden, zoals wellicht stro en vezelhennep. Daarvoor zoeken Building Balance en Ekowood een concreet Limburgs proefproject. Afgesproken is dat de woningcorporaties in hun eigen portefeuille op zoek gaan naar projecten die in aanmerking zouden kunnen komen. Begin 2025 komt iedereen weer bij elkaar om de volgende stap te zetten in het versterken van de samenwerking binnen de sector.

Alle Zeeuwse woningcorporaties tekenen commitmentverklaring voor biobased isoleren 

Wat een bijzonder mooi nieuws! Alle woningcorporaties in Zeeland hebben zich onlangs gecommitteerd aan de opschaling van biobased bouwen. Na bijna heel Noord-Brabant (31 corporaties) en Limburg (21 corporaties) gaan nu ook de 10 woningcorporaties in Zeeland vol voor biobased isoleren met regionale producten in ver- en nieuwbouwprojecten. Dat is een geweldige stap om de hele bouwketen te betrekken bij biobased (ver)bouwen.

Materiaalimpact omlaag

De noodzaak om de materiaalimpact omlaag te brengen is duidelijk. De bouwsector stoot op dit moment namelijk veel CO2 uit, maar ook de bouwopgave voor de komende jaren is groot. De meest duurzame manier om deze beide doelen te bereiken, is collectief overstappen op biobased bouwmaterialen. Op die manier kan de bouwsector in plaats van onderdeel van het probleem te zijn, bijdragen aan de oplossing. Door CO2 vast te leggen in bouwprojecten én door perspectief te bieden aan agrariërs, die de lokale teelt van de gewassen voor biobased materialen gaan verzorgen.

Woningcorporaties zijn gamechanger

De overgang van traditionele naar biobased bouwmaterialen begint aan de vraagzijde: bij de opdrachtgevers in de bouwsector. Woningcorporaties zijn een belangrijke opdrachtgever in de bouw en daarmee ook een gamechanger. Als de corporaties vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid eisen stellen aan de herkomst van bouwmaterialen, veranderen zij het hele speelveld.

Ook de Zeeuwse corporaties hebben nu de ambitie uitgesproken om van ‘Land naar Pand’ te gaan werken en te gaan bouwen met lokale vezels. Zo krijgen boeren krijgen afzet voor hun verbouwde gewassen en aannemers kunnen zich voorbereiden op de vraag naar biobased materialen. Mooi voor het klimaat, de huurders, de boeren en de corporatie. Want doorbouwen willen we natuurlijk allemaal! En het liefst zo natuurlijk mogelijk.

100% biobased isoleren in 2030

Het tekenen van de commitmentverklaring vraagt lef en doorzettingsvermogen. De Zeeuwse woningcorporaties zijn hiermee onderdeel van de transitie van de bouweconomie en zetten gezamenlijk behoorlijk wat trekkracht op bouwend Zeeland! In de commitmentverklaring is afgesproken om gefaseerd de overstap te maken van traditionele naar biobased bouwmaterialen, met het uiteindelijke doel om in 2030 gevels en daken 100% biobased te isoleren, tegen (maximaal) dezelfde prijs als traditionele isolatiematerialen.

Doe ook mee!

Landelijk hebben inmiddels bijna 70 corporaties zich aangesloten bij de beweging naar biobased bouwen. Samen hebben zij een kleine 600.000 verhuureenheden (vhe’s) in beheer. Innovatie en bewezen concepten gaan nu hand in hand.

Woningcorporaties die ook geïnteresseerd zijn zich aan te sluiten of meer willen weten over biobased bouwen of isoleren, kunnen contact opnemen met Elisabeth ter Borg van Building Balance. Of neem deel aan één van onze online Biobased Buyer sessies, specifiek gericht op gemeenten en woningcorporaties, waarin je in gesprek kunt gaan met experts op dit vakgebied. De data en aanmeldlinks van deze sessies vind je in onze agenda!

Brandveilig biobased bouwen: unieke samenwerking zet vaart achter certificering

De vraag naar biobased isolatiematerialen groeit hard en ook het aanbod is steeds breder. Iedereen kent materialen zoals houtvezel, vlas en cellulose. Nieuwer zijn graanstro, miscanthus en vezelhennep. Natuurlijke bouwmaterialen hebben veel voordelen: ze houden CO2 vast, zorgen voor een gezonder binnenklimaat én een betere leefomgeving. Het ontbreken van de juiste certificaten en verklaringen staat grootschalige toepassing echter nog in de weg. Building Balance, Nieman, Efectis en Peutz ontwikkelden samen een nieuwe teststrategie om diepgaand inzicht te krijgen in het gedrag bij brand van deze materialen en de brandwerendheid van houtskeletbouw(HSB)-constructies met biobased isolatiematerialen. “Dit gaat een schat aan informatie opleveren voor brandveiligheidsadviseurs.”

Dit artikel is gepubliceerd in het magazine Brandveilig.com nummer 3 – 2024

Stel je voor: zeven biobased isolatiematerialen en meer dan honderd verschillende manieren om een HSB-element op te bouwen. Hoeveel mogelijke combinaties van materialen komen daar wel niet uit voort? En hoeveel testen zijn er nodig om elk van die combinaties te toetsen op het specifieke gedrag bij brand en brandwerendheid?

Heel veel, dat is zeker. En al die testen kosten tijd en geld. Dat kan zomaar jaren duren. Zou het niet anders kunnen? Sander Rutten zet zich als projectmanager onderzoek en certificering bij Building Balance in om de toepassing van biobased bouwmaterialen te faciliteren en te stimuleren. Hij kwam in het najaar van 2023 in gesprek met Mariëtte Willems van de Nederlandse Branchevereniging voor de Timmerindustrie (NBVT), die precies met dit dilemma worstelde.

Gezamenlijk testen voor breed toepasbare kennis

Rutten: “Normaliter testen fabrikanten hun producten of materialen in een specifieke toepassing (DIAP). De NBVT had besloten het anders te doen en gezamenlijk te gaan testen. Een mooi initiatief, want zo wordt de opgedane kennis uit deze testen breed toepasbaar in de branche. Voor die testopgave had de NBVT al een behoorlijk strenge selectie gemaakt van typen elementen. Dat resulteerde echter nog steeds in ontzettend veel mogelijke testcombinaties. Een enorme drempel voor verdere opschaling van biobased isolatiematerialen in houtskeletbouw. Helemaal als je bedenkt dat er in de toekomst nog wel meer biobased isolatiematerialen bij gaan komen.”

In zijn zoektocht naar een oplossing kwam Rutten in gesprek met Michiel Klijn van Efectis. “Hij adviseerde ons om het anders aan te pakken.”

Vaart maken met slimme teststrategie

Klijn: “Ik heb zelf voor de oven gestaan en als projectleider brandveiligheid heel veel testen gedaan. Daardoor weten we goed waar de markt naar op zoek is. Onze klanten vragen eigenlijk altijd naar uitwisselbaarheid. ‘Tijdens de test zit er dit in, mogen we dát er ook in stoppen zonder te testen?’ Daar kun je de hele R&D teststrategie op aanpassen. Een strategie ontwikkelen voor de lange termijn dus, als basis waarop voortgebouwd kan worden.”

Klijn adviseerde Rutten om andere brandveiligheidsadviseurs te betrekken om gezamenlijke kennisopbouw mogelijk te maken. Zo zat Rutten enige tijd later om de tafel met Saskia Hegeman en Larson van Dijk van Nieman Raadgevende Ingenieurs. Het doel: partijen bij elkaar brengen en een slimme teststrategie ontwikkelen.

Hegeman: “Wij hadden al onderzoek gedaan naar het gedrag bij brand van biobased materialen. We waren ook al langer met Building Balance aan het sparren over hoe gedegen onderzoek naar brandveiligheid mogelijk is, zonder dat dit jaren duurt. Want veel partijen willen vaart maken met biobased bouwen, maar die brandveiligheid is ongelofelijk belangrijk. Neem je de dag na een incident brandveiligheid pas serieus, probeer dan het vertrouwen nog maar eens terug te winnen. Dan is het bye, bye biobased.”

“Nu kwam er die concrete vraag van de NBVT, waar we graag mee aan de slag gingen. Vanuit de NBVT kregen we de lijst van typen elementen. Building Balance gaf ons een lijst met isolatiematerialen: papiercellulose, houtwol, graanstro, miscanthus, vlas, hennepscheven en hennepwol. In nauw overleg met de deskundigen bij de brandlabs van Peutz en Efectis zetten we vervolgens de teststrategie op.”

Materialen beter begrijpen

Van Dijk is specialist in doelgerichte brandveiligheid bij Nieman. Hij verricht allerlei soorten brandonderzoek via brandtesten. “De vraag was hier: hoe gaan we de testen zo inrichten, dat we over alle biobased isolatiematerialen kennis opdoen, zonder dat we overmatig gaan beproeven? Wat moeten we dan testen en hóe moeten we dat testen? De kern van de strategie is dat we, in plaats van alleen te testen of iets voldoet aan de norm, ook testen wat er onderliggend gebeurt. Zo gaan we de materialen beter begrijpen. Hoe gedragen ze zich? Krimpen ze, verkolen ze, vallen ze uit elkaar, blijven ze onder invloed van hoge temperatuur en warmtedruk stabiel zitten op positie, ontbranden ze, gaat die brand dan snel over het oppervlak of niet?”

Hegeman: “We hebben de testen zo opgebouwd dat we steeds voortborduren op wat we in de test ervoor leerden en daarbij kruisverbanden leggen. We controleren de resultaten uit de ene test met de nieuwe én leren steeds meer over hoe de materialen zich gedragen. We leren daardoor ook of de verschillende biobased materialen met elkaar vergelijkbaar zijn.”

Gebruik van bestaande wetenschap

Glaswol wordt als referentiemateriaal gebruikt, vertelt Van Dijk. “Internationaal is er al wel het een en ander bekend over biobased materialen in houtskeletbouw. Maar het testvolume is mondiaal gezien nog relatief klein. Echter, onderzoek van de TU München geeft wel aan dat biobased isolatiematerialen zoals houtvezel en cellulose in dezelfde beschermingsfactor vallen als glaswol. Het geeft daarmee direct inzicht in waar biobased in de bredere context mee te vergelijken valt, namelijk glaswol. Dat is hele waardevolle informatie. Anderzijds geeft dat idee nog geen tastbaar bewijs voor hetzelfde beschermingsvermogen van bijvoorbeeld stro, hennep en miscanthus en hebben ze in landen als Duitsland veel robuustere houtskeletbouw, met veel dikkere houtprofielen. We werken in Nederland met de dunste houtmaten binnen Europa. Daarom moeten we wel specifiek met de Nederlandse houtmaten gaan testen.”

“Er is simpelweg geen hogere bewijsvorm dan testen”, aldus Van Dijk. “Daarmee kom je het dichtst bij de werkelijkheid. We ontwikkelden een strategie waarbij we testen doen mét gebruik van de bestaande wetenschap. En nemen in ons onderzoek mee of de nieuwe biobased materialen ook binnen eenzelfde beschermingsfactor als glaswol kunnen vallen.”

De teststrategie bestaat concreet uit vier soorten testen. De eerste drie – de Small Flame test, de Cone-calori test en de SBI test – geven inzicht in brandkarakteristieken. De vierde test omvat de wandtesten. Daarbij is voor het eerste testcluster bewust gekozen voor een opstelling met dragende binnenwanden. “We schatten in dat als de dragende binnenwand voldoet, we ook uitspraken kunnen doen over een woningscheidende wand.”

Brede basis voor verdere ontwikkeling

De testen worden uitgevoerd door Peutz en Efectis. Naast Michiel Klijn is ook Cindy Beckers van Efectis daarbij betrokken. “Peutz en Efectis zijn gewend om samen te werken, maar in dit project zijn we echt collega’s van elkaar. Dat is nieuw. En leuk! Het is sowieso een unieke samenwerking met dit initiatief vanuit de NBVT en de betrokkenheid van Building Balance.”

“De opbouw van de verschillende testen is van klein naar groot. In de eerste testen leren we veel over de eigenschappen van de materialen, zoals de calorische waarde bij volledige verbranding, de energetische waarde, hoe snel het brandt en welke inbranddiepte je kan verwachten. Als we dan de grote oventest doen met de volledige wandopstelling met een beplating ervoor, hebben we al een idee hoe dat achterliggende materiaal zich gaat gedragen en controleren we dat nog eens. Zo doen we gezamenlijk heel veel kennis op, die een brede basis legt voor de verdere ontwikkeling van de materialen.”

Vanuit Peutz zijn Joris van der Vleuten, Niek van Dijk en Johan Nienhuis betrokken. Nienhuis: “Omdat we in deze testen geen specifieke praktijksituatie testen, maar meer willen leren over het gedrag van het materiaal bij brand, gaan we in dit onderzoek de isolatiematerialen rechtstreeks belasten met brand. Bij een praktijkopstelling kan het heel lang duren voordat de brand bij het isolatiemateriaal is, omdat het dan getest wordt tussen plaatmaterialen in. In dit onderzoek onderzoeken we een HSB-element met gaas voor het isolatiemateriaal in plaats van bijvoorbeeld gips. Daardoor zorgen we ervoor dat bij uitvoering van een SBI test, de brand direct bij het materiaal komt. Daardoor komen we meer te weten over hoe het materiaal reageert op brand. Ten slotte plaatsen we ook thermokoppels (temperatuursensoren) in het proefstuk om de temperatuurontwikkeling tijdens de test in het materiaal te meten. Ook dat levert waardevolle informatie die goed gebruikt kan worden in de brandveilige toepassing van het product.”

“De bedoeling van dit grote onderzoek is dat de markt straks weet hoe bij eenzelfde HSB-wand verschillende isolatiematerialen presteren. Misschien presteert stro beter dan miscanthus, of presteren celluloseplaten beter dan cellulosevlokken. Ook mooi is dat we bij deze testen verder kijken dan alleen brandveiligheid. Als Peutz kunnen we meer eigenschappen beproeven, zoals de bouwfysische en akoestische prestaties. Dat stimuleert verdere productontwikkeling. Misschien kan een bepaald element in de HSB-wand dunner worden toegepast. Of kan een wand aan de binnenzijde met andere materialen worden afgewerkt om de akoestische prestaties te verbeteren, zonder dat dit de brandprestaties negatief beïnvloedt.”

Opschaling veilig mogelijk maken

Naast de input voor verdere productontwikkeling door producenten, geeft de data input voor snellere en gerichtere vervolgtesten voor productcertificeringen. Daarnaast levert het gezamenlijke onderzoek een schat aan informatie op voor brandveiligheidsadviseurs. Naar verwachting kunnen zij straks op basis van alle data en testrapporten van de geteste oplossingen, voor andere oplossingen een DeBo (gelijkwaardigheidsverklaring) geven. Het college van deskundigen van BCRG is van begin af aan betrokken bij de gezamenlijke teststrategie en zal de gelijkwaardigheidsverklaringen controleren voor een veilige toepassing van al deze kennis.

Hegeman: “Zo werken we er hard aan om biobased materialen brandveilig in gebouwen te krijgen. Want we weten dat veel partijen liever vandaag dan morgen gaan bouwen met biobased materialen, maar we moeten de regelgeving niet uit het oog verliezen. Verdere opschaling veilig mogelijk maken, dat is ons gezamenlijke doel.”

Bekijk ook het webinar brandveiligheid!

Op 1 oktober deelden we eerste testresultaten met brandveiligheidsadviseurs, HSB-bouwers en leveranciers van bouwmaterialen tijdens een extra Biobased Bites lunchwebinar. Bekijk hier de belangrijkste take-aways van dit webinar en kijk de volledige opname terug.

Dit artikel is gepubliceerd in het magazine Brandveilig.com nummer 3 – 2024 en geschreven door Inge Sijpkens, strategie & communicatie in de bouw

Cirkelstad en Building Balance bundelen krachten voor versnelling naar een circulaire bouwsector 

Cirkelstad en Building Balance gaan samenwerken om de transitie naar een circulaire bouweconomie te versnellen. Beide organisaties hebben als doel de bouwsector te transformeren naar een circulaire keten met minder afval, een lagere klimaatimpact en gebruik van natuurlijke grondstoffen. Door hun expertise en krachten te bundelen, zetten ze een belangrijke stap richting een duurzame en toekomstbestendige bouwsector.

In 2050 moet de Nederlandse bouweconomie volledig circulair zijn. Dat betekent dat de sector moet innoveren, ontwikkelen en samenwerken om tot een duurzaam en regeneratief systeem te komen. Om dat te bereiken moeten we afval minimaliseren, de levensduur van materialen verlengen en hergebruik, recycling en hernieuwbaar materiaalgebruik stimuleren. Het gemeenschappelijk doel van Cirkelstad en Building Balance is het bevorderen en realiseren van zo’n circulaire bouweconomie.

Samenwerking

In de samenwerking richt Cirkelstad zich op het aanjagen en verbinden van de gehele circulaire bouwketen. Dit doet zij middels haar Cirkelsteden, themacommunity’s en landelijke programma’s. Building Balance richt zich op het toepassen van biobased bouwproducten van Nederlandse bodem, waarbij de nadruk ligt op het starten, stimuleren en ondersteunen van ketens van land tot pand. Door hun expertise en aanpak te combineren, streven beide organisaties naar een omvattende en effectieve aanpak van circulair bouwen.

Bert Krikke, directeur Cirkelstad: “We krijgen veel vragen over het kunnen toepassen van biobased materialen. De kennis gaan we niet zelf ontwikkelen, want Building Balance beschikt inmiddels over een diepgaande expertise. Deze kunnen we nu ook gaan benutten in onze nationale programma’s.”

In het komende jaar zullen beide organisaties hun samenwerking verder uitdiepen en specifieke projecten ontwikkelen binnen de Cirkelsteden en de regionale ketensamenwerkingen van Building Balance. Daarnaast richten beide partijen zich gezamenlijk op het invulling geven aan de thema-community Cirkelstad Biobased.

“We werken met veel dezelfde organisaties en mensen. Het is daarom fijn dat we samenwerken, zodat ook voor onze partners duidelijk is dat we dezelfde doelen nastreven, de ondersteuning richting partijen op elkaar afgestemd is en we dezelfde taal spreken,” aldus Emiel van Sambeek, regiomanager Building Balance.

Implementatie van ‘Het Nieuwe Normaal’

Cirkelstad en Building Balance versterken elkaar ook door kennis en expertise uit te wisselen, netwerken te combineren en samen te werken op het gebied van onderwijs en de implementatie van ‘Het Nieuwe Normaal’. Dit is een gestandaardiseerde taal voor circulair bouwen, die zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers duidelijkheid biedt.

Over Cirkelstad

Als landelijke coöperatie zet Cirkelstad zich met haar 200 partners en vriendenorganisaties in voor steden zonder afval, zonder uitval. Cirkelstad verbindt partijen in de gehele bouwketen met elkaar, biedt inhoudelijke en procesmatige ondersteuning en faciliteert kennisdeling. Dit doet Cirkelstad met landelijke programma’s en projecten en thematische en regionale community ’s: de zogenoemde Cirkelsteden.

Over Building Balance

Building Balance is een non-profit organisatie die het gebruik van biogrondstoffen in de gebouwde omgeving versneld opschaalt. Samen met de ministeries van LNV, BZK, EZK en I&W voert ze de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) uit. In nauwe samenwerking met acht provincies geeft ze, aanpalend aan de NABB, uitvoering aan regionale ketenprojecten. Building Balance richt zich op het stimuleren en ondersteunen van zelfstandige regionale en landelijke ketens, met een focus op het gebruik van biobased materialen en producten in de bouw.

Terugblik op Biobites Bites 5: Biobased renovatieoplossingen

Op dinsdag 3 september namen we je, tijdens de vijfde Biobased Bites lunchwebinar, in sneltreinvaart mee in het onderwerp biobased renovatieoplossingen die je vandaag kunt toepassen.

Je kunt de webinar nu terugkijken!

Tips en tools

Tijdens deze vijfde Biobased Bites lieten we je zien dat er 25 biobased renovatieoplossingen zijn die je vandaag al kunt toepassen. Welke oplossingen zijn er? Welke (techische) tools kunnen je daarbij helpen? En niet onbelangrijk hoe overtuig je partners om samen aan de slag te gaan?

Rob Boogaarts, activator van woningcorporaties, Sjoerd Klijn Velderman en Marjet Rutten, activators voor voor de bouw- en onderhoudsbedrijven bij Building Balance en Gerrolt Ooijman, directeur-bestuurder bij woningcorporatie Wonion delen hun kennis en ervaring.  Alle gedeelde tips en tools, waar je direct mee aan de slag kunt, zijn terug te vinden in de presentatie. De belangrijkste take-aways:

De belangrijkste les van dit webinar is: Om van praten naar doen te komen, is een duidelijke intentie nodig om biobased materialen structureel op te schalen.

De belangrijkste take-aways:

Een enkele pilot is niet genoeg; de markt moet in beweging komen. Marktpartijen moeten inzetten op langetermijnstrategieën en investeren in de constante beschikbaarheid van biobased materialen. Stro is jaarrond beschikbaar, en voor hennep kan dit ook, mits het landbouwareaal wordt vergroot. Opschaling vraagt om samenwerking en langetermijninvesteringen om de toepassing van biobased materialen te waarborgen.

Alle tips en tools staan in de factsheet hieronder of bekijk de volledige factsheet in pdf.

Meer webinars

In 2024 organiseren PIANOo en Building Balance een uitgebreid webinar-programma. Marjet Rutten begeleidt dit jaar tijdens de lunch nog verschillende Biobased Bites, die je in vogelvlucht meenemen in verschillende thema’s rond biobased bouwen. Wil je je als woningcorporatie of gemeente verder in biobased bouwen verdiepen? Dan neemt Sara Vellenga je mee in de verdiepende Biobased Buyer sessies. Houd onze agenda in de gaten voor alle webinars en andere bijeenkomsten!

Vul nu de Biobased thermometer in en deel uw adoptieniveau van biobased bouwen

Biobased is hot and happening! Maar hoe hot precies? En waar gebeurt het? Om antwoord te krijgen op deze en vele andere vragen, prikt Building Balance jaarlijks de Biobased thermometer in de B&U en GWW-sector.

Wat u kunt verwachten

Wat is het adoptieniveau van biobased bouwen? Wat is de motivatie om hiermee aan de slag te gaan? Wat zijn belemmeringen die de praktijk nog ervaart? Welke prestaties kunnen we met en van elkaar verwachten? Heb je een concrete hulpbehoefte? Wat kan de Rijksoverheid doen om biobased te stimuleren? Is Grasfalt in trek of gaat de interesse toch meer uit naar biocomposieten? Zo maar een greep uit de vragen en stellingen die in de Biobased thermometer aan bod komen.

Vul de biobased thermometer in

U helpt ons enorm als u ongeveer 10 minuten wilt gebruiken om deze enquête in te vullen en jouw organisatie langs de biobased meetlat te leggen. De inzichten uit de biobased thermometer delen we uiteraard met de markt. En ze helpen ons de werkzaamheden van Building Balance zo goed mogelijk af te stemmen op jullie behoeftes.

Het helpt ons ook als de thermometer zo breed mogelijk wordt ingevuld, of je nou wel of niet actief bezig bent met biobased bouwen. Schroom dus niet om de enquête zo veel mogelijk te delen, binnen je eigen netwerk en daarbuiten.

Vul nu de Biobased thermometer in!

Alvast bedankt!
Het Team Bouwacticatie van Building Balance

 

Vergoedingsregeling voor biobased milieuverklaringen in NMD

In de Nationale Milieudatabase (NMD) staan milieuverklaringen die nodig zijn voor de berekening van de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG). Door de milieuprestatie van Nederlandse bouwwerken eenduidig te bepalen, kunnen we materialen en gebouwen vergelijken en de milieu-impact verlagen. Op dit moment staan er nog onvoldoende biobased milieuverklaringen in de database. De stichting Nationale Milieudatabase heeft daarom een regeling opengesteld. Producenten van bouwmaterialen kunnen een vergoeding van € 2.500 aanvragen om een Levenscyclusanalyse (LCA) te laten maken voor een biobased categorie 1 milieuverklaring.

Drie soorten milieuverklaringen

In de NMD staat de milieudata van bouwstoffen op drie soorten milieuverklaringen, of productkaarten zoals ze eerder werden genoemd. Categorie 1 zijn merkgebonden verklaringen, op basis van getoetste data van producenten. Categorie 2 verklaringen bevatten getoetste sectordata: branchegemiddelde data die door de sector is aangeleverd. Categorie 3 milieuverklaringen maakt de NMD zelf, om berekeningen te kunnen maken voor productroepen met te weinig data.

Meer categorie 1 en 2 milieudata, betere score

In 2022 startte de NMD het Witte Vlekken project, om meer categorie 1 en 2 milieuverklaringen te krijgen in groepen met weinig data. Er ontbreekt namelijk nog veel goede data in de NMD, ook over biobased producten. Dat is onhandig, want zonder deze data kunnen geen nauwkeurige berekeningen worden gemaakt. In dat geval wordt er gerekend met generieke categorie 3 data. Die wordt vermenigvuldigd met een factor 1,3 om risico’s te ondervangen. Dat is één van de reden dat biobased materialen in de NMD soms slechter lijken te presteren dan traditionele materialen. Bij categorie 1 of 2 data vervalt die ‘strafpenalty’.

Maak gebruik van de regeling, nu het nog kan!

Ondernemers kunnen via de Witte Vlekken regeling een subsidie krijgen voor het maken van LCA’s, op voorwaarde dat zij met die LCA een categorie 1 milieuverklaring laten maken. De subsidie bedraagt € 2.500 per LCA. De nu lopende Witte Vlekken vergoedingsregeling eindigt binnenkort. De deadline voor publicatie van de LCA/EPD’s van deze producten in de NMD is 31 oktober 2024. We roepen daarom alle producenten van biobased bouwmaterialen op om gebruik te maken van deze aanvullende regeling en bij te dragen het verbeteren van de beschikbaarheid en kwaliteit van milieudata voor biobased bouwmaterialen.

Het aanvullende Witte Vlekken plan maakt deel uit van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB). Het doel van de regeling is om ten minste 70 ontbrekende of strategisch belangrijke LCA’s van biobased bouwproducten te realiseren. Verder wordt de NMD aangevuld met ten minste 20 categorie 3-milieuverklaringen en ongeveer 30 basisprofielen van biobased bouwmaterialen en -grondstoffen. Op basis van deze data zullen ook nieuwe categorie 1-milieuverklaringen worden ontwikkeld.

Wij helpen u graag

Voor een aantal materialen die meerdere fabrikanten onder dezelfde specificatie kunnen produceren, laat Building Balance Categorie 2 kaarten maken. Laat u informeren of uw product daaronder valt, zodat u gebruik kunt maken van deze milieudata. Building Balance kan u ook adviseren over manieren om snel een goede milieuverklaring te krijgen. Wilt u hier meer over weten? Neem dan contact op met Sander Rutten, onze projectmanager onderzoek en certificering, via sander@buildingbalance.eu.

Koolstofcertificaten

Een Categorie 1 milieuverklaring verkleint ook de stap naar het maken van een projectplan voor het uitgeven van koolstofcertificaten voor de vrijwillige koolstofmarkt. De methode die hiervoor in opdracht van het ministerie van LNV is ontwikkeld, is namelijk gekoppeld aan de NMD. Daarmee wordt het maken van een projectplan waarmee koolstofcertificaten kunnen worden uitgegeven en verkocht een stuk makkelijker. Koolstofcertificaten kunnen een aanvullende financiële opbrengst genereren voor uw product of voor uw toeleveranciers. Building Balance ontwikkelt een generiek projectplan (blauwdruk) voor het uitgeven van koolstofcertificaten. Wilt u weten of ook uw bouwmateriaal in aanmerking komt voor koolstofcertificaten? Ook daarvoor kunt u contact opnemen met Sander Rutten op sander@buildingbalance.eu.

Meer informatie over de vergoedingsregeling voor biobased milieuverklaringen en hoe u zich kunt aanmelden, vindt u op de website van Stichting Nationale Milieudatabase.

Whitepaper ‘Wilgen: vergeten oerhollandse klassieker vol potentie’

Wilgen kunnen een bijdrage leveren aan veel maatschappelijke opgaven op het platteland én in de stad. De provincie Zuid-Holland herkent de waarde van de wilg en ziet kansen voor het gebruik als bio-circulaire grondstof. Om deze mogelijkheden op een rijtje te zetten heeft de provincie het Louis Bolk Instituut gevraagd een whitepaper te ontwikkelen.

De whitepaper ‘Wilgen: vergeten oerhollandse klassieker vol potentie’ gaat in op de kansen, haalbaarheid en praktische uitvoering van meer wilgen in de provincie Zuid-Holland. Voor dit inspiratiedocument is relevante en beschikbare kennis uit de huidige situatie gebundeld en nagedacht over wilgenteelt in de nabije toekomst. Dat geeft inzicht in de mogelijkheden van de extra aanplant van wilg in de stad en op het platteland én in de markt- en verwaardingsmogelijkheden van wilgentenen.

De wilg heeft grote waarde

De waarde van de wilg is groot! Door haar snelle groei hout deze boomsoort veel CO₂ vast en kan het hout van de wilgentegen (de tak van de wilg) iedere drie jaar gewonnen worden. De wilg wordt dan ook steeds populairder voor duurzame toepassingen in onder andere de bouw en infra. Daarnaast heeft de boom een positieve invloed op de biodiversiteit. De wilg ondersteunt ruim 450 verschillende insectensoorten en helpt ook nog eens bij het verbeteren van de waterkwaliteit.

Economisch, ecologisch en maatschappelijk interessant

De wilg biedt dus mogelijkheden op economisch, ecologisch en maatschappelijk vlak. Omdat ze ook goed groeien in vochtige grond en de meeste wilgensoorten periodiek onder kunnen water staan, kan de wilg ook een oplossing zijn voor natte teelten in veenweidegebieden zoals het Groene hart. Al met al genoeg reden om de kansen van de wilg verder te onderzoeken.

Drie concepten

In Zuid-Holland worden wilgen op verschillende manieren gebruikt, van traditionele grienden tot stedelijke vergroening. In de whitepaper heeft het Louis Bolk Instituut drie concepten zijn onderzocht:

  • Moderne Grienden
    Deze grienden produceren wilgenhout en biomassa en worden mechanisch geplant en geoogst. Moderne grienden ondersteunen ook biodiversiteit, waarbij het type beheer een grote rol speelt. Om de potentiële markt te bedienen kunnen landbouwgronden worden ingezet.
  • Bufferstroken met Wilgen
    Wilgen op bufferstroken langs landbouwgrond is een innovatieve toepassing die naar verwachting positieve effecten heeft op de biodiversiteit en mogelijk op de waterkwaliteit door nutriënten[1]uitspoeling te verminderen. Tests en experimenten zijn nodig om kansen en economische haalbaarheid verder te verkennen.
  • Wilgen in de Stad (Wijkwadi’s)
    Stedelijke integratie van wilgen heeft veel maatschappelijke voordelen, zoals klimaatadaptatie door wateroverlast te verminderen en hitte-eilanden te beperken. Wilgen in stedelijke gebieden verbeteren de luchtkwaliteit en bieden recreatieve en esthetische voordelen. Onderhoudskosten vormen echter een belemmering.

Conclusies

De conclusie van het Louis Bolk Instituut is dat de maatschappelijke en ecologische waarden van de wilg evident zijn. Helaas geldt dat nog niet voor het verdienmodel. De provincie Zuid-Holland kan stappen ondernemen om de ontwikkeling richting meer wilgen te bevorderen. Zo kunnen ze samenwerking stimuleren tussen een coöperatie van agrariërs en wilgenverwerkers, zodat voor beide partijen een interessant verdienmodel ontstaat. In steden kan worden ingezet op de kwantificeren van maatschappelijke baten in plaats van kosten van beheer en onderhoud. Dit vraagt een andere mindset bij stadsbesturen en het gebruik van instrumenten om deze baten inzichtelijk te maken. Daarnaast lopen er ook nog verschillende onderzoeken om de kansen voor de teelt en de toepassing van de wilg verder inzichtelijk te maken.

De volledige whitepaper kun je hier downloaden.

 

9 miljoen voor duurzame infra projecten gemeenten en provincies

Goed nieuws! Vanaf 1 juli kunnen aanvragen worden ingediend voor de Specifieke Uitkering Klimaatneutrale en circulaire infrastructuurprojecten (SPUK KCI). De SPUK KCI is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opgezet om gemeenten en provincies te stimuleren binnen GWW-projecten maatregelen toe te passen die CO2-uitstoot verminderen en een circulaire economie bevorderen. In totaal is er 9 miljoen euro vrijgemaakt. Per gemeente/provincie kan maximaal € 400.000 worden aangevraagd.

De regeling in het kort

  • De regeling is ontwikkeld voor alle Nederlandse gemeenten en provincies.
  • In totaal wordt 9 miljoen euro vrijgemaakt om duurzame maatregelen in GWW-projecten te stimuleren.
  • Per gemeente/provincie kan maximaal € 400.000 worden aangevraagd.
  • Aanvragen kunnen vanaf 1 juli 2024 tot 20 december 2024 worden ingediend, of tot het budget op is.
  • De te nemen maatregelen dragen aantoonbaar bij aan vermindering van CO2-uitstoot, het verlengen van de levensduur van materialen en/of het verminderen van gebruik van (nieuwe) grondstoffen.
  • De regeling focust op projecten die gericht zijn op aanleg en onderhoud van:
    – Wegverharding of bestrating in de openbare ruimte.
    – Bruggen, tunnels of viaducten.
    – Waterkeringen, riolering of wegmeubilair in de openbare ruimte.

Kijk voor meer informatie op: Specifieke uitkering Klimaatneutrale circulaire infrastructuur medeoverheden (duurzame-infra.nl) Wil je meer weten over biobased materialen in de GWW, neem dan contact op met onze manager GWW Wouter van den Berg via  wouter@buildingbalance.eu

Nieuw platform Van Polder tot Pand in Flevoland trapt af

Terwijl de EK-koorts in Nederland toeneemt, deed Flevoland op 20 juni 2024 haar eigen aftrap: die van het platform Van Polder tot Pand in Flevoland! Met veel enthousiasme zochten de deelnemers op het voormalig eiland Schokland naar de juiste opstelling en teamspirit om het opbouwen van biobased bouwketens te versnellen. Volop kansen in deze provincie: niet alleen voor woningbouw en renovatie, maar ook voor groot onderhoud van bruggen, viaducten en wegen is veel potentie om duurzame, biobased bouwmaterialen te gebruiken. Met de juiste coaching, aanmoediging en strategie zijn de voltreffers dichtbij.

Vruchtbare bodem voor boer en bouw

Dat de Flevolandse polder vruchtbare grond is voor deze biobased bouw blijkt uit wat er allemaal al gebeurt in verschillende onderdelen van de keten. Een aantal inspirerende voorbeelden van binnen en buiten de provincie maakt de potentie en de uitdagingen helder. Corporaties Wonion en Mercatus en houtbouwer Fletts laten zien hoe cruciaal de durf om te experimenteren is. Net als het meenemen van je héle organisatie in deze transitie. Het belang van onafhankelijke kennis wordt breed gedeeld tijdens de werkgroepen later in de middag. Er is veel enthousiasme voor de ondersteuning die Building Balance als uitvoeringsorganisatie van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen op nationaal niveau biedt, bijvoorbeeld bij het standaardiseren van uitvragen: een concrete tool waarmee gemeenten, coöperaties en ontwikkelaars direct aan de slag kunnen.

De biobased teelt is terug van nooit weggeweest

Een excursie naar de vlas-velden van agrariër Bas Bouma leert ons dat de vezelteelt nooit uit Flevoland verdwenen is. Bouma’s vader moest vanwege beperkte afzetmogelijkheden tijdelijk stoppen met het gewas, maar dankzij de vraag uit de textiel (vlas is de grondstof voor linnen) kon Bouma ‘junior’ zijn machines weer uit de schuur halen. Met steun vanuit het Nationaal Groeifonds kan Bouma in nieuwe oogstmachines en primaire verwerking gaan investeren. En groeipotentie is er! Dit seizoen – nog zonder deze investering – schaalde hij al op van 150 naar 400 hectare. In Flevoland is ruimte voor de teelt van biogrondstoffen én voor de verwerking van vezelteelt. Aan de rand van zijn bloeiende vlasveld doet Bouma een duidelijke oproep aan de deelnemers: hij wil dolgraag zijn vlas toepassen in bouwproducten, maar daarvoor heeft hij de rest van de keten keihard nodig! Wie doet er mee?

Sluit je aan: van Polder tot Pand in Flevoland!

Dit is waar het de komende tijd in Flevoland om draait: ketenpartners die elkaar sneller en beter vinden om samen via biobased bouwketens sneller en beter te bouwen. Dit draagt ook bij aan versterking van de lokale werkgelegenheid en agrarische economie. Kernpartners van het platform – Building Balance, Horizon Flevoland, Provincie Flevoland en Rabobank – staan klaar om alle facetten en ketenpartners van deze transitie te ondersteunen: van boer tot verwerker en van bouwer tot gebruiker. Sluit je aan bij de LinkedIn-groep Van Polder tot Pand in Flevoland. Zo blijf je op de hoogte van toekomstige evenementen, nieuws en kennisdeling voor zowel agrariërs, verwerkers en bouwers als opdrachtgevers, overheidsinstellingen en bewoners.

Meer weten over de Van Polder tot Pand-ketens in Flevoland of wil je een concreet project bespreken? Neem contact op met onze ketenregisseurs in Flevoland ketenregisseurs Dominique Vosmaer of Jeanet van der Woude.

Biobased vergaderpaviljoen startpunt voor succesvolle biobased bouwketen in de Achterhoek

Wat vorig jaar tijdens een workshop van Samen Biobased Bouwen begon als idee, is nu werkelijkheid. Het biobased vergaderpaviljoen, geteeld in de Achterhoek, is voltooid. Op vrijdag 21 juni was de feestelijke opening van het vergaderpaviljoen bij Agro-innovatiecentrum De Marke in Hengelo. Meer dan 60 partijen hebben meegewerkt aan dit innovatieve project, waarin o.a. vezelhennep, natuurhooi, stro en miscanthus verwerkt is. Het resultaat? Veel geleerde lessen én een inspirerend voorbeeld van wat er allemaal kan met biobased bouwen! Erik Koldewey, programmamanager De Innovatie Coöperatie: “Dit is geen eindresultaat maar het startpunt. Het paviljoen is een tastbaar begin om door te groeien naar een succesvolle biobased bouwketen in de regio, van boer tot bouwer.”

Het idee voor een biobased vergaderpaviljoen, geteeld in de Achterhoek, ontstond in 2022. Vanuit de behoefte aan samenwerking tussen verschillende partijen en de behoefte aan een vergaderplek bij Agro-innovatiecentrum De Marke. De Innovatie Coöperatie bracht bouwers en boeren bij elkaar en was de aanjager van dit initiatief. “Volgens goed Achterhoeks ‘naoberschap’ gingen partijen samen aan de slag en leerden van elkaar: niet om in traditie te blijven hangen, maar juist om te vernieuwen en de toekomst te ontdekken”, aldus Erik.  “Het resultaat is dit prachtige paviljoen, dat nu dienst kan doen als inspiratie- en netwerkplek voor biobased teelten en bouwen. Het paviljoen heeft een tastbare en toegankelijke demonstratiefunctie en laat de mogelijkheden van materialen, gemaakt met biobased teelten, zien aan de landbouw, de bouw en andere ketenpartijen. Een keten die we nu nog verder willen uitbouwen.”

Klimaatpositieve bouw voor een toekomstbestendige regio

Het paviljoen is geplaatst op het terrein van Agro-innovatiecentrum De Marke van Wageningen University & Research en dient als vergaderlocatie voor 8-10 personen. Het is ontworpen op basis van gewassen die goed teelbaar zijn door boeren in de Achterhoek. Ook is er geëxperimenteerd met verschillende (nieuwe) gewas-product combinaties, bijvoorbeeld wanden van verschillende gewassen strobouw (graan en hennep), vloerpanelen van kalkhennep en een plafond, ingeblazen met miscanthus. De voorbeelden van de materialen zijn direct toepasbaar voor de bouw. Deze manier van bouwen is volledig klimaatpositief: er is alleen al voor dit bescheiden gebouw voor circa 0,9 hectare gewassen verwerkt waarmee 9 ton CO2-opslag wordt gerealiseerd. Dit is vergelijkbaar met vier jaar verwarmen van één huishouden met aardgas. Dit biedt veel kansen bij opschaling!

Nieuw perspectief voor de landbouw

Door biobased geteelde grondstoffen, zoals olifantsgras, hennep of stro, te gebruiken in plaats van bijvoorbeeld cement en beton, is het gebouw volledig met materialen uit de Achterhoek gebouwd. “Biobased teelten kunnen in de toekomst een mooie plek krijgen in de landbouw. Ze dragen bij aan natuur, het opslaan van CO₂ en bodemverbetering. Omdat het telen van deze gewassen kansrijk is voor de landbouw in de Achterhoek hebben verschillende partijen samengewerkt om in het paviljoen de mogelijkheden te laten zien. Dit biedt nieuwe perspectieven voor de landbouw, aldus Erik.

Innovatiekracht in de Achterhoek

Jan Willem van de Groep van Building Balance roemt de Achterhoek om zijn innovatiekracht. “In de Achterhoek beginnen veel biobased ontwikkelingen. Kijk naar woningcorporatie Wonion & Samen Biobased Bouwen die al jaren vooroplopen.” Of de vijf Achterhoekse woningcorporaties die dit jaar 160 woningen biobased willen isoleren. Of de Kwekerij in Doetinchem, waar Building Balance de tenderaanvraag ondersteund heeft. “Juist nu we minder handjes hebben moeten we op zoek naar de beste oplossingen. Prefab en industrieel bouwen zijn cruciaal. Ook dat krijgt in de Achterhoek vorm. De Achterhoek is koploper op het gebied van pionieren en uitproberen en dat past ook goed op een plek als hier. Het paviljoen is daar een prachtig voorbeeld van en echt next level op het gebied van biobased bouwen.”

Keteninnovatie

Een succesvolle biobased bouwketen vraagt om nieuwe samenwerkingen, oftewel keteninnovatie. De partners komen elkaar niet automatisch tegen: boeren en verwerkers kennen elkaar niet, evenals bouwers en toeleveranciers. Daarom heeft De Innovatie Coöperatie deze partijen bij elkaar gebracht en de samenwerking aangejaagd. Voor het ontwerp en ontwikkeling zijn ARX Architecten, Davids bouwkundig ontwerp- en adviesbureau en Van Campen Bouwgroep betrokken. Bij het bepalen van interessante teelten voor de regio (de grondstoffen voor het gebouw) en het betrekken van boeren bij het project zijn Samen Biobased Bouwen en Building Balance aangehaakt. Op Agro-innovatiecentrum De Marke wordt onderzoek gedaan naar de verschillende teelten voor biobased bouwen en is een demoveld te zien.

Terugblik op Biobites Bites 4: Na-isolatie hellend dak en certificering inblaasisolatie 

Op dinsdag 11 juni namen we deelnemers van de vierde Biobased Bites, tijdens de lunch, in sneltreinvaart mee in het onderwerp Na-isolatie hellend dak en certificering inblaasisolatie met voorbeelden de Achterhoek en Brabant.

Je kunt de webinar nu terugkijken!

Praktische tools en praktijkervaringen

We gingen deze keer het dak op! Tijdens de vierde Biobased Bites lieten we zien hoe je een bestaand hellend dak biobased kunt na-isoleren. Aldo de Jong projectleider bouwdetails en Sander Rutten projectmanager certificering van Building Balance hebben veel kennis en ervaring gedeeld op het gebied van certificering en bouwdetails. Marcel van Haren van Isolatiebedrijf Takkenkamp kon meer vertellen en laten zien over hun ervaringen met stro.

Alle gedeelde tips en tools kun je terugvinden in de presentatie.

De belangrijkste take-aways

De belangrijkste lessen van dit webinar zijn:

  • Stro slaat veel CO2 op en brengt het comfort van woningen sterk omhoog.
  • Bio-beesten bevinden zicht nu in Brabant en de Achterhoek, maar kunnen snel terrein winnen in de rest van Nederland!
  • Bouwdetails, certificering, monitoringsoplossingen en de vakgroep strobouw gaan je verder helpen.

Alle tips en tools staan in de factsheet hieronder of bekijk de volledige factsheet in pdf.

Meer webinars

In 2024 organiseren PIANOo en Building Balance een uitgebreid webinar-programma. Marjet Rutten begeleidt dit jaar tijdens de lunch nog verschillende Biobased Bites, die je in vogelvlucht meenemen in verschillende thema’s rond biobased bouwen. Wil je je als woningcorporatie of gemeente verder in biobased bouwen verdiepen? Dan neemt Sara Vellenga je mee in de verdiepende Biobased Buyer sessies. Houd onze agenda in de gaten voor meer informatie!

 

€1 miljoen subsidie voor verduurzaming sociale huurwoningen in Zuid-Holland

Woningcorporaties kunnen vanaf 17 juni subsidie bij de provincie Zuid-Holland aanvragen voor het verduurzamen van sociale huurwoningen. De provincie stelt €1 miljoen beschikbaar om het gebruik biobased materialen voor sociale huurwoningen op te schalen.

Invulling geven aan klimaatdoelstellingen

Woningcorporaties kunnen de subsidie aanvragen voor de meerkosten van houtbouw of biobased materialen, zodat het project uitgevoerd kan worden. Gedeputeerde Anne Koning: “Het bouwen met biobased materialen – met name houtbouw – is één van de meest impactvolle strategieën om invulling te geven aan de klimaatdoelstellingen. Het kent tal van voordelen, zoals reductie van CO2-uitstoot en CO2-opslag. Bovendien zorgt het voor een fijn leefklimaat.”

Gezonder en duurzamer

Biobased materialen, waaronder hout, zorgen namelijk voor een gezondere luchtkwaliteit binnenshuis. Daarnaast draagt het bij aan energie-efficiëntie. Het is bijvoorbeeld zeer geschikt om ‘passief’ te bouwen en daarmee te komen tot extreem laag energieverbruik. En Daarmee resulteert het in duurzamere en gezondere gebouwen voor de toekomst.

De belangrijkste subsidievereisten:

  • Voor bouwprojecten van sociale huurwoningen met drie of meer bouwlagen en vijftien of meer woningen
  • Het massapercentage van hernieuwbare materialen gebruikt in het woningbouwproject bestaat uit meer dan 30% hernieuwbare materialen, inclusief de fundering
  • Het gebouw heeft een losmaakbaarheidsindex van meer dan 50%
    – Zie‘ Het Nieuwe Normaal’ voor meer informatie over de inhoudelijke criteria
    – Gezien de inhoudelijke eisen komt vooral modulaire houtbouw in aanmerking
  • De bouw van het bouwproject start binnen 2 jaar na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening, maar start niet eerder dan 13 weken na het indienen van de subsidieaanvraag
  • De woningen blijven minimaal 25 jaar na realisatie in het huursegment van sociale huurwoningen

Woningcorporaties kunnen een bijdrage aanvragen voor de meerkosten van houtbouw, om het project te kunnen realiseren. Het minimaal gesubsidieerde bedrag is € 75.000 en maximaal € 150.000 (dus maximaal € 5.000 per woning), het totale subsidiebudget is € 1 miljoen. De provincie stelt de subsidie open van 17 juni tot en met 30 november 2024. Maar first come, first serve!

Meer informatie over de subsidie vindt u op: Subsidieregeling wonen Zuid-Holland (SRW) – Provincie Zuid-Holland

Voor meer informatie over biobased bouwen in Zuid-Holland kunt u contact opnemen met onze ketenregisseurs van Building Balance Zuid-Holland.

De kwekerij in Doetinchem wint Inspiratie Award voor toekomstbestendige uitvraag

De kwekerij in Doetinchem heeft de Inspiratie Project Award gewonnen! Deze prijs, waarbij gekeken is naar de impact van het project op duurzaamheid, leefbaarheid, de omgeving en een goede langetermijnvisie, is op 13 juni uitgereikt op de PROVADA.

In het plangebied Wijnbergen De Kwekerij in Doetinchem is het aanwezige landschap als uitgangspunt is genomen. De woningbouw is een kans om een extra landschapslaag toe te voegen, door groene daken als verplichting op te nemen. Ook in de woningbouw zelf komen de duurzaamheidsambities terug: uitgangspunt is het toepassen van circulaire en biobased materialen en er wordt ook gekeken hoe de tuin bijdraagt aan een natuurinclusief geheel.

Toekomstbestendige aanpak gemeente

Toch is het niet het project an sich wat de Inspiratie Award ontvangt, maar de aanpak van de Gemeente Doetinchem. Fundamenteel anders is dat de prijs in de uitvraag niet de boventoon voert. De gemeente heeft een vast bedrag als budget en zoals vrijwel altijd bij gronduitgiften door gemeenten werden de ingediende plannen beoordeeld en werden er punten verdeeld. Het onderdeel ‘toekomstbestendig bouwen’ was goed voor 35% van de indiening en de prijs slechts 10%. Binnen het kader van ‘toekomstbestendig bouwen’ is ervoor gekozen om de MPG een lage weging te geven en het percentage biobased en GWPa een hoge weging.

Het resultaat mag er zijn. Een woonwijk die gerealiseerd zal worden met biobased woningen met meer dan 60 ton CO2-opslag van het BAM Wonen Flow concept in zowel huur als koop.

Tool voor toekomstbestendige uitvraag

Vanuit Building Balance stimuleren wij gemeenten om deze aanpak over te nemen. Dit zien we al in Leiden en Alphen aan de Rijn. Als meer gemeenten deze aanpak omarmen, zorgt dat voor een enorme schaalsprong voor toekomstbestendig bouwen. Daarnaast draagt deze aanpak en het gebruik van de Nationale Richtlijn Toekomstbestendig Bouwen bij dat (fabrieksmatige) bouwers kunnen innoveren, omdat de veelheid aan eisen (duizend bloemen bloeien) zich beperkt tot een beperkte set indicatoren.

In de laatste Biobased Bites: biobased uitvragen van nieuwbouwwoningen deelde Ivar Diekerhof, tenderexpert van Building Balance, een concreet voorbeeld van een eenvoudig kader om woningen biobased uit te vragen, waar je direct mee aan de slag kunt. Gebruik hiervoor deze tool voor de toekomstsbestendige uitvraag door gemeenten. Wil jouw gemeente advies over biobased uitvragen? Neem dan contact op met Ivar Diekenhof of de ketenregisseur in jouw regio.

Biobased renoveren van bestaande bouw: natuurlijk kan dat al!

Biobased verduurzamen kan al! Dat is de belangrijkste conclusie na het event ‘Biobased verduurzamen van bestaande bouw’ van 6 juni. Ruim 350 bezoekers uit de hele renovatie- en onderhoudsketen ontmoetten elkaar bij Hogeschool Utrecht. Daar zijn ze door organisatoren OnderhoudNL en Building Balance bijgepraat over de beste biobased alternatieven voor isolatie en andere onderhoudsingrepen. Voor 15 veelvoorkomende onderhoudsingrepen zijn steeds twee nu al beschikbare biobased alternatieven verzameld in het handboek ‘Biobased verduurzamen van bestaande bouw’, dat tijdens dit event is gepresenteerd.

Traditionele materialen voor nieuwbouw en renovatie hebben vaak een flinke klimaatimpact. Er is dan ook steeds meer vraag naar biobased (ver)bouwmaterialen. Deze materialen zijn meestal gemaakt van planten, die ecologisch verantwoord geteeld, geoogst, gebruikt en hergebruikt worden. Ook de overheid stimuleert bouwen of renoveren met natuurlijke materialen. “Biobased materialen hebben veel voordelen”, legt gastvrouw Marjet Rutten uit. “Ze dragen bij een gezond leef- en binnenklimaat en een nieuw verdienmodel voor de boer. Daarnaast slaan ze tijdens de groei CO2 op. Dat maakt de bouwsector een CO2 opslagbank.”

Al veel mogelijk met biobased

Na een korte introductie werd de middag afgetrapt met de Grote Biobeest Show, waarin de kennis van de zaal over biobased werd getest. Ruben Zonnevijle van DGBC ging er met de eerste prijs vandoor en werd benoemd tot ‘Biobeest van de dag’. Vervolgens werden er de hele middag door biobased alternatieven voor veelvoorkomende onderhoudsingrepen gepresenteerd en besproken. OnderhoudNL en Building Balance zijn hier met een groep van 23 koplopers uit de onderhoudssector naar op zoek gegaan, om inzicht te krijgen in de mogelijkheden van biobased én om het gebruik van deze materialen te stimuleren. En met resultaat! Deze middag stond bol van de mogelijkheden van biobased materialen voor onderhouds- en renovatieprojecten.

Demonstraties en best practices

Er waren verschillende demonstraties van biobased producten door leveranciers. Bijvoorbeeld over het gebruik van gehakselde stro als inblaasisolatie, of het gebruik van hennep voor isolatiedekens en plaatmateriaal. Daarnaast deelden de onderhoudsbedrijven hun best practices voor isolatie en andere onderhoudsingrepen. “Met elkaar zijn we ambassadeurs van biobased, oftewel ‘Bio-beesten’ zo hoorde ik net”, zegt voorzitter van OnderhoudNL Henk den Boer trots. “Zo willen we onderhoudsbedrijven en hun opdrachtgevers aansporen om kansrijke biobased producten (nog meer) te gebruiken in hun renovatieprojecten. En te laten zien dat we vandaag al aan de slag kunnen!”

Handboek ‘Biobased verduurzamen bestaande bouw’

Alle resultaten van de gezamenlijke zoektocht naar nu al bruikbare biobased materialen in de bestaande bouw zijn door OnderhoudNL en Building Balance gebundeld in een handboek. Hierin worden zowel de voordelen als de aandachtpunten belicht, met een aantal best practices. Tijdens het event werden de eerste exemplaren van het handboek ‘Biobased verduurzamen bestaande bouw’ namens de hele zaal overhandigd aan Chris Kuijpers, directeur-generaal Volkshuisvesting en Bouwen van Binnenlandse Zaken, Mieke Oostra van Hogeschool Utrecht en Robin van der Sluijs van Sité Woondiensten.

“We hopen dat biobased gaat vliegen”, reageert Chris Kuijpers op de overhandiging van het handboek. “Biobased bouwen helpt het klimaat, de energietransitie én de landbouw. We moeten 100.000 woningen per jaar bouwen en nog veel meer verduurzamen. Laten we dat gelijk goed doen. Daarom is dit hét moment voor biobased, niet alleen experimenteel, maar voor het echie!”

Je kunt hier kosteloos het handboek als PDF downloaden.

Toolbox voor onderhoudsbedrijven

Naast het handboek is er ook een online toolbox gemaakt waar onderhoudsbedrijven direct mee aan de slag kunnen. Op de website van het Nationaal Kenniscentrum biobased bouwen: Biobased onderhoud en renovatie vind je bijvoorbeeld de biobased verkenner met alle biobased renovatieoplossingen, een voorbeeld commitmentverklaring, en een presentatie met alle informatie over biobased bouwen. Daarnaast zijn ook de belangrijkste bouwdetails voor biobased renovatie beschikbaar. Al deze informatie wordt in de loop der tijd aangevuld.

Jong geleerd is oud gedaan

De locatie van Hogeschool Utrecht is niet zomaar gekozen. De hogeschool zet zich in voor circulair gebouwde leefomgevingen en het ontwikkelen van kennis hierover. Als studenten al tijdens hun opleiding uitgebreid kennismaken met biobased bouwen, zullen zij dit in hun beroepspraktijk automatisch toepassen. Student Ruben Meijer vertelt dat de aandacht voor biobased (ver)bouwen enorm gegroeid is tijdens zijn studie, en Mieke Oostra, lector Nieuwe Energie in de Stad, legt uit hoe biobased inmiddels een vast onderdeel is van de opleiding.

Samen geven we biobased (ver)bouwen vleugels!

Als er deze middag één ding duidelijk is geworden, is het dat allerlei groepen al met biobased materialen aan de slag kunnen: opdrachtgevers, opdrachtnemers, corporaties, gemeenten, beleidsmakers, adviseurs, leveranciers én studenten. Aan het eind van de middag lieten alle bezoekers biobased letterlijk vliegen, door op een papieren vliegtuigje te schrijven hoe ze aan biobased bouwen gaan werken en welke hulp ze daar eventueel bij kunnen gebruiken.

Ook OnderhoudNL en Building Balance zitten zeker niet stil. Samen met individuele organisaties gaan we aan de slag om het percentage biobased materialen te vergroten. Want alleen samen geven we biobased bouwen vleugels!

Lancering ‘Utrechtse Aanpak Biobased isoleren’ met meer dan 20 bedrijven uit de bouwsector

Gemeenten kunnen een belangrijke rol spelen in het stimuleren van biobased isolatiematerialen. Bijvoorbeeld door de teelt, verwerking en toepassing van natuurlijke bouwmaterialen te ondersteunen, biobased isolatiematerialen in het eigen vastgoed toe te passen, inwoners te informeren en subsidie-instrumenten te ontwikkelen. Met de lancering van de ‘Utrechtse Aanpak Biobased isoleren‘ wordt nu een stevige impuls gegeven aan het gebruik van biobased materialen in de provincie Utrecht.

Biobased isoleren biedt veel voordelen:

  • Energiebesparing
  • Minder fossiele grondstoffen
  • CO2-opslag
  • Gezond binnenklimaat
  • Verdienmodel voor boeren
  • Sluiten van lokale kringlopen
  • Regeneratie van het landelijk gebied.

Heel mooi dat Utrechtse gemeenten zich uitspreken voor biobased isoleren, maar zij zijn niet degenen die het werk zullen uitvoeren. Daarom vroeg Building Balance aan een deel van de Utrechtse bouwsector wie er klaarstond voor deze schaalsprong. Het is immers een veelgehoord argument tégen biobased isoleren: is het vakmanschap er wel?

Op onze oproep volgden meer dan 20 bedrijven uit de bouwsector die aangeven klaar te staan voor het biobased uitvoeren van de Utrechtse isolatieopgave:

Hagemans, EvidentBouw, Bouwgezond, GroeneBouwmaterialen, Takkenkamp, Warmteplan, ProClima, BouwNova, Biobased Housing Solutions, BouwBoeren, Prefab Isolatie, Renovatie Totaal, Hempkor/Kingspan, Kwakkenbos, Isolatiespecialist, Bioblow, Bouwmaat.net, AZ-isolatie, Bouwbedrijf van Engen, Narrativa Architecten, Rondom Isoleren en IsoleerBewust.

Wilt u meer weten of ook meewerken aan biobased isoleren in Utrecht, neem dan contact op met onze ketenregisseurs in Utrecht: Nienke Binnendijk, Thijs Müller of Marieke van Loon, of mail naar utrecht@buildingbalance.eu.

Terugblik Biobased Bites nr. 3: uitvragen nieuwbouwwoningen

Op dinsdag 14 mei namen we deelnemers van de derde Biobased Bites tijdens de lunch, in sneltreinvaart mee in het onderwerp uitvragen voor biobased nieuwbouwwonigen met voorbeelden uit Doetinchem en Leiden.

Voorbeelden biobased uitvragen gemeenten

We zagen voorbeelden van uitvragen in de gemeenten Doetinchem en Leiden. Deze leidde tot hele duurzame concepten die ook aan alle andere wensen voldoen. Onze Biobased Bites gastvrouw Marjet Rutten ontving Nard Everdij projectmanager bij gemeente Doetinchem en Michiel Bosch beleidsadviseur circulaire bouw bij gemeente Leiden.

Ivar Diekerhof, tenderexpert van Building Balance, deelde een concreet voorbeeld van een eenvoudig kader om woningen biobased uit te vragen, waar je direct mee aan de slag kunt. Gebruik hiervoor deze tool voor de toekomstsbestendige uitvraag door gemeenten. Wil jouw gemeente advies over biobased uitvragen? Neem dan contact op met Ivar Diekenhof of de ketenregisseur in jouw regio.

Je kunt de webinar over biobased uitvragen van nieuwbouwwoningen hier terugkijken! En bekijk hier de presentatie van de lunchsessie.

De belangrijkste take-aways

De belangrijkste les van dit webinar is: Er zijn veel hulpmiddelen om met biobased uitvragen aan de slag te gaan. Je kunt er vandaag al mee beginnen!
De andere take-aways vind je in de factsheet hieronder:

Bekijk de factsheet in pdf

Meer webinars

In 2024 organiseren PIANOo en Building Balance een uitgebreid webinar-programma. Marjet Rutten begeleidt dit jaar tijdens de lunch nog zes Biobased Bites, die je in vogelvlucht meenemen in verschillende thema’s rond biobased bouwen. Wil je je als woningcorporatie of gemeente verder in biobased bouwen verdiepen? Dan neemt Sara Vellenga je mee in de verdiepende Biobased Buyer sessies. Houd onze agenda in de gaten voor meer informatie!

Kansen biobased bouwen in Limburg in beeld

In Limburg worden grote stappen gezet richting een circulaire economie met biobased bouwen. Eppo Timmer van Building Balance Limburg benadrukte dit tijdens de BioBased Booster. Op 21 mei kwamen boeren, verwerkers, bouwers, projectontwikkelaars, corporaties, gemeenten en financiers bijeen in Panningen om een impuls te geven aan de biobased keten in Limburg.

Het doel is om de komende jaren 50.000 woningen te realiseren met steeds meer biobased materiaal. De nationale overheid hecht veel waarde aan het behalen van deze doelstellingen en streeft ernaar om in 2024 al 12.000 ton biobased bouwmateriaal te verwerken en daarvoor 4.000 hectare aan biobased gewassen te telen. Tot en met 2030 groeit de keten door naar 50.000 hectare teelt en 400.000 ton bouwmateriaal.
Building Balance Limburg speelt in de realisatie een belangrijke rol. “In Limburg is het streven om naar 5.000 hectare te groeien. Dus 10% van de nationale doelstelling”, licht Eppo Timmer toe.

Biobased initiatieven

Eppo Timmer, ketenregisseur Limburg en productmanager vezelhennep, is met zijn agrarische achtergrond leidend binnen Building Balance in de provincie Limburg. Eppo werkt samen met Serge van den Berg (verwerking en bouw) en Frank Kusters (gemeenten & corporaties) om biobased initiatieven te stimuleren.

Voorbeeld is de transitie van Aad en Arjan van Leeuwen in Nederweert. Zij stopten met hun varkenshouderij en zetten nu stappen in de teelt en verwerking van biobased gewassen. Eppo: “Hun toekomstige verwerkingshub is een schoolvoorbeeld van hoe teelt en verwerking hand in hand kunnen gaan.”

Maar ook Hoex Bouw (Venray) & de gebroeders De Boer (Lottum) die met partners het teeltareaal heeft uitgebreid van 55 hectare in 2023 naar 100 hectare in 2024. “Zij gebruiken het materiaal in innovatieve modulebouw. Liof, onder leiding van Sjaak Berden, is een belangrijke netwerkpartner die cruciaal is voor de ontwikkeling van biobased bouwmateriaal in Limburg.”

Isolatieprogramma’s

Woningcorporatie Woonpunt, met onder andere ketenpartner Casper de Haan, richt zich op isolatievraagstukken. In de RES regio Noord- en Midden Limburg werken de gemeenten samen om biobased toepassingen te integreren in nationale isolatieprogramma’s. Deze samenwerking toont aan hoe verschillende partijen in de keten samenwerken om stappen te maken richting biobased bouwen.

Telers onmisbare schakel

Patrick Lemmens ziet nieuwe teelten als kansen voor de agrarische sector. Organisaties zoals LLTB, Compas Agro en HAS Green Academy ondersteunen biobased-initiatieven binnen het Platform Nieuwe teelten en koppelen verschillende ideeën en projecten aan elkaar. Dit komt de Limburgse economie ten goede.
Eppo Timmer geeft aan: “Onze Limburgse telers staan aan de basis van ‘grondstofleveringszekerheid’. Zij zijn daarmee een onmisbare schakel in de nieuwe biobased ketens. Samen met hen zet Building Balance stappen om deze schakel verder te organiseren.”

Vertel biobased verhalen

Lucas de Man, veelzijdig kunstenaar, biobased creatieveling en initiatiefnemer van Biobased Creations, speelt deze middag een cruciale rol om de partijen aan elkaar te verbinden. Hij houdt de partijen voor dat voor de ontwikkeling van de biobased keten het essentieel is om een actieve houding aan te nemen en te streven naar innovatieve oplossingen.
Lucas benadrukt dat biobased bouwen al sinds 2017, voordat het hip werd, zijn aandacht heeft. Zijn paviljoen van mycelium op de Floriade in Almere is een voorbeeld van hoe kunst en innovatie hand in hand gaan. Volgens Lucas draait het bij biobased bouwen niet alleen om circulaire materialen, maar ook om het vertellen van verhalen. Storytelling is cruciaal om het belang van biobased bouwen te begrijpen en te omarmen.
Hij roept op tot samenwerking en moedigt iedereen aan om de eigen dromen en ideeën over biobased bouwen te delen. Lucas gelooft dat het noodzakelijk is om te blijven bouwen en boeren, en dat Limburg hiervoor de ideale plek is.

Vraag en aanbod

Deze middag krijgen alle schakels in de biobased keten van Lucas de opdracht aan te geven wat zij te bieden hebben en wat zij nog nodig hebben om de Limburgse biobased keten in een échte impuls te geven. Hier volgt een samenvatting van de vraag en het aanbod.
Telers bieden land en zetten in op vergroening met 200-250 ha vezelteelt in 2024. Ze vragen eerlijke prijzen, CO2-certificaten, subsidies, onafhankelijke advisering en lange termijn zekerheid.
Verwerkers bieden diverse isolatieoplossingen en onafhankelijk advies. Ze vragen om consistente productkwaliteit, certificering en duidelijke regelgeving.
Bouwers bieden eerlijke prijzen en kennisdeling, en streven naar biobased bouw. Ze vragen eerlijke prijzen van afnemers, beste vezelproducten, levergaranties, certificering en strengere regelgeving.
Woningcorporaties bieden kansen voor biobased producten en experimenten. Ze vragen aantoonbare kwaliteit, continuïteit, gezamenlijke investeringen, betaalbare huurprijzen en levergaranties.
Overheden faciliteren samenwerking en promoten de gezondheidsvoordelen van biobased materialen. Ze vragen verbinding, netwerkuitbreiding, verdienmodellen en kennisdeling.

Hout heeft toekomst

Maurits van der Woude, commercieel directeur van Ekowood Houses, sloot de middag af. De productie van Ekowood is gevestigd in een voormalige betonfabriek in Beringe. “Hout heeft toekomst”, volgens Maurits. Een rondleiding door de productielocatie laat zien wat er mogelijk is met hout, maar ook dat voor opschaling van de houtskeletbouw er een systeemverandering in de bouwwereld nodig is.

Krachten bundelen

Conclusie van de middag is dat de integrale aanpak van biobased bouwen in Limburg aantoont dat samenwerking, innovatie en storytelling cruciaal zijn voor het succes van de circulaire economie. “Door krachten te bundelen en duurzame oplossingen na te streven, kan Limburg een voorbeeld zijn voor Nederland en daarbuiten.”

Wat hebben ketenpartijen nodig? Bijeenkomst over biobased bouwen en ketenontwikkeling.

Recordaantal Brabantse corporaties gaat nóg duurzamer isoleren

Maar liefst 31 van de 33 Brabantse woningcorporaties zijn van plan veel vaker te gaan isoleren met plantaardige materialen zoals hennep en graanstro. Dat aantal is uniek in Nederland. Op 7 mei jl. tekenden 10 Noordoost Brabantse corporaties hiervoor. West- en Zuidoost Brabant zijn al gestart en binnenkort volgt Midden Brabant.

Hiermee zeggen de corporaties: “Wij willen dit. We zetten allen stappen richting volledig biobased bouwen/renoveren.” Building Balance ondersteunt hen in deze ontwikkeling.

Biobased isoleren is heel goed nieuws

  • Goed nieuws voor huurders. Het natuurlijke isolatiemateriaal houdt woningen ’s winters lekker warm en ’s zomers heerlijk koel. Ook “ademt” het huis hierdoor beter, dus is er minder vocht en een betere luchtkwaliteit in huis.
  • Goed nieuws voor het milieu. Deze gewassen halen namelijk CO2 uit de lucht. Door de planten te gebruiken als isolatiemateriaal blijft die CO2 mooi opgesloten in muren en daken. Verder maakt het ander, vervuilend, isolatiemateriaal overbodig.
  • Goed nieuws voor (Brabantse) boeren. Zij kunnen deze gewassen telen voor de honderdduizenden woningen die de komende jaren geïsoleerd moeten worden.

Samen met Brabantse boeren

Dit wordt ook een mooie samenwerking tussen Brabantse boeren en woningcorporaties. Building Balance ondersteunt bij het opzetten van een ‘Van Land tot Pand’-samenwerking. De 10 corporaties die hieraan schriftelijk hun commitment gaven op 7 mei zijn Woonstichting Charlotte van Beuningen, BrabantWonen, Area, Woonstichting Joost, Mooiland, Peelrand Wonen, Zayaz, Woonveste, Wonen Vierlingsbeek en Woonmeij.

“Op deze manier kunnen wij de woningen voor onze huurders aangenamer maken”, zegt Charlotte Beukeboom (bestuurder Zayaz) namens de bestuurders van de 10 corporaties. “Verder dragen we hiermee als corporaties bij aan een beter milieu, in plaats van onderdeel van het probleem te zijn.”

Verslag workshop Biobased bouwen voor de bouwsector

Op dinsdag 14 mei ontdekten medewerkers van bouwgroothandels, aannemers, architecten en partijen die bouwmaterialen voorschrijven en toepassen, in één middag hoe ze nu al aan de slag kunnen met biobased bouwen! We gingen met ze de diepte in in de toepassing van biobased materialen in nieuwbouw- en renovatieprojecten en beantwoordden alle praktische vragen rond biobased bouwen.

Biobased bouwen – inleiding en het brede perspectief

Arjan van Drimmelen, Commercieel Manager van Van Drimmelen Groep, gaf een introductie op biobased bouwen en de ontwikkelingen in de markt. Steeds meer organisaties werken klimaatbewust. De vraag naar biobased en ecologische bouwmaterialen neemt dus enorm toe. Ook het aanbod van (nieuwe) biobased materialen en producten zal daardoor naar verwachting gestaag toenemen, in Nederland én in de regio. Kennis over een goede toepassing van natuurlijke bouwmaterialen wordt dus steeds belangrijker. Om daar met elkaar stappen in zetten, wordt deze Workshop Biobased Bouwen voortgezet als reeks regionale bijeenkomsten.

Biobased bouw- en renovatieprojecten in het veld

Vervolgens gaf moderator Atto Harsta van Building Balance aan de hand van verschillende biobased bouwprojecten inzicht in welke biobased materialen beschikbaar zijn en wat er allemaal al kan. Want dát we anders moeten gaan bouwen is wel duidelijk, willen we 900.000 woningen bouwen en 6 miljoen woningen isoleren binnen de klimaatakkoorden van Parijs. Een biobased route voorziet op een duurzame manier in de behoefte aan bouwmaterialen. Er wordt CO2 vastgelegd en het draagt op verschillende manieren bij aan een gezonde leefomgeving. Daarna liet hij zien wat er, bijvoorbeeld wat betreft certificering, nu al mogelijk is met biobased materialen.

Biobased plaat- en isolatiematerialen in renovatieproject

Joost van der Waal van Isoleer Bewust gaf veel praktische voorbeelden én interessante lessen uit actuele renovatieprojecten. Zo is het niet verstandig om meerdere lagen isolatie te gebruiken in een plat dak. Dat vergroot de kans op ongewenste luchtzakken en daarmee inwendige condensatie. Er was ook veel aandacht en interesse voor ‘damp open’ constructies en het gebruik van folies. Een sessie dus met veel praktische tips over de juiste keuze en toepassing van biobased isolatie- en plaatmaterialen.

Biobased constructies en opbouw in nieuwbouwprojecten

Jan Willem van Engen van Bouwbedrijf Van Engen vertelde over drie van hun (biobased) nieuwbouwprojecten in zowel woning- als utiliteitsbouw. Hij gaf zijn visie op de samenstelling van het bouwteam. Maar ook op de bouwfysica en constructieve details van biobased materialen in de vloeropbouw, wand, gevel en dak. Hij besprak de mogelijkheden van dampopen bouwen en van biobased materialen in de afbouw. Zo realiseert Van Engen ecologische gebouwen, gericht op duurzaamheid, comfort en gezondheid.

Bekijk hier alle presentaties

Antwoorden uit de zaal

De hele middag door was er interactie met de zaal. Zo werden er met Mentimeter verschillende vragen gesteld, en live beantwoord en besproken. Er bleek vrijwel evenveel interesse in renovatie als in nieuwbouw. Ook bleek ongeveer de helft van de bezoekers al een biobased project te hebben gehad. Om meer biobased te gaan bouwen is er vooral behoefte aan kennis, certificering, informatie en voorbeeldprojecten. Daarom gaan we in de regio’s contact opnemen met deelnemers die voorbeeldprojecten hebben doorgegeven.

Aan het eind van de middag gaf de Mentimeter aan dat de workshop heel goed is ontvangen en dat er veel inhoudelijke kennis is gedeeld. We gaan dus zeker kijken hoe we hier een vervolg aan kunnen geven!

Bekijk hier alle uitslagen van de Mentimeter

Wilg of iets nieuws? Op zoek naar beste circulaire oeverbescherming

Ons waterrijke land kent duizenden kilometers oeverbescherming. Nu bevat dat vaak hardhout, kunststof of staal. Maar ook in de Grond-, Weg en Waterbouw (GWW) liggen kansen om met Nederlandse vezels biobased producten te ontwikkelen. In een bijzondere pilot testen twee aanbieders hun product voor oeverbescherming: wilg en biocomposiet. De testlocatie opende deze week in het Gelderse Hellouw.

Aan een sloot langs de werf van Van Aalsburg, specialist in wilgenhout, liggen twee oeverbeschermingen: één van wilgentenen en één van biocomposiet Nabasco van het Delftse bedrijf NPSP. Beide prototypen worden de komende maanden getest op bijvoorbeeld levensduur, techniek en kerende hoogte. Het onderzoek vindt plaats in opdracht van de waterschappen Rivierenland, Zuiderzeeland en Vallei en Veluwe, Rijkswaterstaat en de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA).

Impact op milieu kan flink omlaag

“Een zeldzaam brede groep opdrachtgevers”, zegt Hetty Huijs van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die de zoektocht ondersteunt. Via een Small Business Innovation Research (SBIR) worden dit jaar de haalbaarheid en prototypes onderzocht van nieuwe biobased en circulaire oeverbescherming.  De opdrachtgevers willen daarmee alternatieven vinden voor bijvoorbeeld hardhout, plastic of staal en zo hun impact op het milieu verkleinen. “Elk jaar vervangen alleen wij al kilometers aan beschoeiingen”, zegt heemraad Kees Romijn van Waterschap Rivierenland. “Opgeteld praat je bij de waterschappen in heel Nederland over ruim 1200 kilometer in tien jaar. Dat is nogal een voetafdruk. We willen werken aan onze klimaatdoelen, ook in onze oevers.”

Wilgentenen en nieuwe materialen onder de loep

De uitdaging is dat oeverbescherming deels onder en deels boven water zit en alle natuurkrachten te verduren krijgt. “Wilg kan wat hebben”, weet Dick van Aalsburg, die met zijn familiebedrijf een oud ambacht in een moderne jas steekt. “Van zinkstukken tot beschoeiingen, wilgentenen en samengebonden ‘wiepen’ zijn al eeuwen onmisbaar in de waterbouw. Aan kwaliteit en ervaring geen gebrek, nu de onderbouwing.”

In Delft werkt NPSP juist aan nieuwe ‘samengestelde materialen’ of composieten. De combinaties van bijvoorbeeld resten van suikerriet, materiaal uit rioolwater en natuurlijke vezels als hennep of vlas zijn geheel biobased. NPSP bouwde er al gevels en treinen van. Directeur Mark Lepelaar vertrouwt erop dat het biobased composiet Nabasco ook een goede oeverbescherming is: “Deze test gaat ons vertellen of deze toepassing ook toekomst heeft.” Het onderzoek loopt tot het einde van dit jaar. De oeverbescherming wordt getest tot een kerende hoogte van maar liefst zes meter.

Doelen NABB

In de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) speelt de verduurzaming van de GWW een belangrijke rol. Voor oeverbescherming is het doel om in 2030 meer dan 30% van nieuwe oeverbeschermingen te maken van biocomposieten of andere biobased materialen. Hiervoor worden de komende jaren diverse interventies uitgevoerd, gericht op de ontwikkeling en opschaling van gewas-product-markt-combinaties en de juiste condities om deze opschaling te ondersteunen en te stimuleren.

Biobased heeft onze aandacht!

Vincent Buitenhuis en Bart van Gogh, Corporatie Veluwonen

Duurzaam bouwen staat als thema al enige tijd op de radar van Veluwonen. Ze zijn al een tijd aangesloten bij een van de regionale ketensamenwerkingen in het land; bij Boeren voor Biobased Bouwen in de Stedendriehoek. Vanuit individuele interesse van collega’s is er een paar keer aan het thema gesnuffeld, maar het is nog niet verankerd in het bouw- en renovatieprogramma bij de corporatie. Het besef dat bouwen met materialen, die hernieuwbaar zijn en een kleinere milieu-impact hebben nodig is, is er. Maar als kleinere woningcorporatie was duurzaam bouwen, in de volgordelijkheid van dingen, nog geen topprioriteit.

Verbinding van schakels

De start van het ketenproject Boeren voor Biobased Bouwen begin ‘23, in ‘de achtertuin’ van de in Brummen gevestigde corporatie Veluwonen, bracht daarin verandering in. Dat deze achtertuin ook letterlijk het uitzicht is van de directeur-bestuurder, heeft ook een handje geholpen om het belang van biobased bouwen op een meer persoonlijke manier voor het voetlicht te brengen. “Onze buren zijn immers de boerenbedrijven voor wie het de vraag is, op welke manier ze hun huidige bedrijf kunnen voortzetten. Hoe mooi is het om dat regionaal te kunnen verbinden met onze nieuwbouw- en verduurzamingsopgave”, aldus directeur bestuurder Vincent Buitenhuis. 

Het ketenproject Boeren voor Biobased Bouwen biedt de organisatie handvatten om de verbinding tussen de schakels versneld te organiseren. In de markt van regionaal geteelde biobased producten kan de corporatie in haar rol als opdrachtgever van projecten de keten sluitend maken. “De noodzaak, om biobased producten meer toe te passen, is sinds de deelname in het project echt op de kaart gekomen. Maar ook de inspiratie door andere partners in het project helpt ons om kansen en mogelijkheden verder te ontwikkelen en te benutten”, zegt Bart van Gogh, manager Duurzaamheid. 

Corporaties aan zet

De vraag van Aedes aan Veluwonen om een deel van het middagprogramma te verzorgen tijdens de Aedes Corporatiedag 2024 viel min of meer samen met de herhaalde pogingen om meer corporaties in onze regio te betrekken bij het ketenproject. Waar sommige corporaties zeer ondernemend zijn in het ontwikkelen van biobased projecten, zijn anderen meer afwachtend en soms ook weifelend. Moeten we met z’n allen wel de kant op van houtbouw, het gebruik van natuurlijke materialen? Gaat dit wel bijdragen aan de gestelde doelen? Vragen die wij onszelf ook stellen. 

De Aedes Corporatiedag 2024 bood Veluwonen de gelegenheid om haar eigen zoekproces, en die van andere corporaties, centraal te stellen in een gesprek hierover tussen collega-corporaties en experts. Onder het motto “Biobased bouwen is teamsport” werd er aangesloten bij het overkoepelende thema “Volkshuisvesting is topsport!” Juist omdat vernieuwing en innovatie in het bouwen van betaalbare huizen grensverleggende samenwerking vraagt tussen verschillende partijen. Teamsport dus!

Biobased bouwen gaat niet vanzelf

We leven nu nog in een tijd dat het een keuze is om in een bouw- of renovatieproces te kiezen voor een ontwerp of een plan met biobased materialen. Het perspectief is dat dit in de toekomst anders zal liggen als er een verplichting komt vanuit het rijk of gemeenten. Maar nog relevanter wordt het wanneer de prijsontwikkeling van minerale bouwmaterialen zal leiden tot kostenstijgingen en onzekerheden. Biobased grondstoffen worden dan vanzelf het betere of zelfs enige alternatief. 

Vincent Buitenhuis: “Omdat biobased nu nog een keuze is, hebben we de kans om vooruitstrevend te zijn. Daarbij moeten we wel zorgen dat alle betrokken collega’s binnen Veluwonen goed zijn aangehaakt, vanuit verschillende perspectieven.  En dat gaat breder dan alleen het perspectief ‘beter voor de planeet’. Een projectleider kijkt ook naar de bouwkwaliteit en het bouwproject. Een woonmakelaar kijkt naar het bieden van een comfortabel huis voor woningzoekenden dat goed verhuurbaar is. Een vastgoedregisseur kijkt naar het planmatig onderhoud en hoe vaak we bij een huis langs moeten gaan om het onderhoud uit te voeren. Die perspectieven moeten goed met elkaar in balans zijn.”  

Het vraagt kortom een verbinding door het open gesprek te voeren met alle collega’s vanuit verschillende perspectieven, die een rol hebben in de keten van het bouwen, onderhouden en verbeteren van huizen. Door mensen te betrekken en te informeren. Door oog en oor te hebben voor de zorgen die professionals hebben wanneer er bepaalde dingen anders moeten. 

We hebben nog een weg te gaan

Veluwonen heeft enige ervaring opgedaan met het van binnenuit isoleren van daken met behulp van hennepisolatie. Verder is er op beperkte schaal gewerkt met bamboe elementen om bestaande huizen te verbeteren. In 2024 wordt in Eerbeek een woonblok gebouwd met geprefabriceerde huizen op basis van een CLT houten constructie. Van de materialen die in de huizen zijn toegepast kan 80 procent oneindig hergebruikt worden. 

“Voor een sloop-nieuwbouw project, in een karakteristieke fabriekswijk in Eerbeek, gaan we met de aannemer onderzoeken hoe we een duurzaamheidsplus waarde kunnen realiseren via de keuze in ontwerp en bouwmaterialen. Eén van de uitdagingen die hier ligt, is de inpasbaarheid van een duurzaam gebouwontwerp in een bestaande buurt. Hierbij kan de rol van de gemeente bepalend worden. Ook die neus zal dan dezelfde kant op moeten wijzen” zegt Bart van Gogh. 

In 2026 moet de eerste fase van dit project van start gaan, in 2028 kan er dan samen met de huurders uitgekeken worden naar mooie, gezonde, duurzame huizen, gebouwd met biobased materialen uit eigen regio. “Dit project kan een startpunt zijn van de doorontwikkeling van biobased huizen, hopelijk een nieuwe standaard in ons woningprogramma!”, sluit Vincent Buitenhuis af.

Twentse Bouwboeren gaan vervolgfase in met Regio Deal Twente

‘Door samen een duurzame biobased bouwketen op te zetten, kunnen we bijdragen aan de verduurzaming van de Twentse bouw- en landbouwsector en de transitie naar een circulaire economie.’ Met deze ambitie krijgt Twentse Bouwboeren een vervolg in de komende vier jaar. Vanuit de Regio Deal Twente is er geld beschikbaar gesteld om de ketenontwikkeling verder te stimuleren en faciliteren. Samen met veel verschillende partijen uit de landbouw-, industrie- en bouwsector zetten we onze schouders eronder en gaan we de vervolgfase in.

Twentse Bouwboeren is begin 2023 gestart met de verkenning van de afzetketen van natuurlijke vezels voor de bouwsector. Initiatiefnemers van het eerste uur zijn De Land Bouwers, waterschap Vechtstromen, Rabobank, Pioneering, Tauw Foundation én Building Balance. Vezelgewassen op het land zorgen voor een gezondere bodem, een gunstig effect op de waterkwaliteit en het duurzaam vastleggen van CO2. Door het toe te passen als bouwmateriaal zorgen deze natuurlijke hernieuwbare materialen voor minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en is beter voor het milieu. In september ’23 tekenden 30 Twentse ondernemingen, uit de hele keten, een intentieverklaring om te gaan samenwerken. Doel is onder meer in 2030 1.000 hectare vezelgewassen te verbouwen en minimaal 2.000 bestaande en 1.000 nieuwe woningen in de regio hiermee te isoleren.

Vezels van eigen bodem

Ketenregisseurs Eric Versteeg en Janneke Paalhaar zijn positief over de haalbaarheid van de doelstelling. Zij streven naar een stabiele afzetketen van biobased vezels tussen boeren en bouwbedrijven. Daarvoor zijn boeren en loonwerkers nodig om continu voldoende materialen te produceren, verwerkende bedrijven om van de vezels kwalitatief betrouwbaar bouwmateriaal te maken en bouwbedrijven en opdrachtgevers van bouwprojecten die structureel kiezen voor biobased materialen. Het kernteam van Twentse Bouwboeren is inmiddels uitgebreid met Tim Bachmayer (ketenregisseur biobased vanuit gemeente Enschede) en Ido Sellis (expert op gebied van verduurzaming en biobased bouwen). Door regionale ketenorganisaties, zoals Twentse Bouwboeren, op te zetten in verschillende regio’s werken al deze partijen samen aan een toekomstgerichte economie.

Nationale Aanpak Biobased Bouwen

Deze ontwikkeling sluit uitstekend aan bij de weg die ook nationaal wordt ingeslagen door de ministeries van BZK, I&W, LNV en EZK. In november presenteerden zij de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Dit nationale plan moet in 2030 leiden tot een volwassen markt voor de teelt en verwerking van biogrondstoffen uit Nederland, die worden toegepast in gebouwen en bouwwerken. Hierbij wordt ook ingezet op het bouwen van regionale ketens, zoals de Twentse Bouwboeren.

Doorkijk

De komende vier jaar staat voor Twentse Bouwboeren in het teken van de doorontwikkeling, uitrol en opschaling van interessante gewas-productcombinaties. Daarbij komen technische uitdaging kijken zoals certificering en kwaliteitsverklaringen. Maar er is ook een cultuuromslag nodig in zowel de bouw- en landbouwsector als bij de overheid. Ten slotte is de vraagstimulatie bij de overheid, projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties noodzakelijk. Het is dan ook mooi om te zien dat steeds meer organisaties biobased bouwen als de norm gaan zien.

Initiatiefnemers van Twentse Bouwboeren zijn; De Land BouwersWaterschap Vechtstromen, RabobankPioneeringTAUW Foundation en Building Balance.
Meer informatie vind je op www.twentsebouwboeren.nl

Terugblik Biobased Bites webinar Nationale Aanpak Biobased Bouwen

Tijdens de eerste Biobates Bites lunchwebinar op dinsdag 26 maart kregen de deelnemers, terwijl ze hun bammetje aten, ook de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) in hapklare brokken voorgeschoteld.

Dat we gaan opschalen naar meer biobased bouwen staat vast, daar laat demissionair minister De Jonge geen misverstand over bestaan. Wat daarvoor nodig is en hoe we daar vanuit Building Balance invulling aan geven is toegelicht in dit lunchwebinar. Marjet Rutten, onze Biobased Bites gastvrouw, ging met haar gasten in sneltreinvaart door het hele programma!

Wat kwam er aan bod?

Jan-Willem van de Groep trapte af met de doelen, middelen en interventies van de NABB. Anne Bos nam ons mee in de werkgebieden van gemeenten. Marjet Rutten lichte een tipje van de sluier over de mogelijkheden van biobased verduurzamen. Sander Rutten liet zien welke stappen worden gezet op het gebied van certificering. Elisabeth ter Borg nam ons mee in de mogelijkheden voor woningcorporaties. Tenslotte lichtte Dominique Vosmaer vanuit haar rol als ketenregisseur Flevoland toe hoe de lokale ketens worden ondersteund.

Kijk hieronder de hele webinar terug:

De belangrijkste take-aways

De belangrijkste les van deze webinar is: het maakt niet uit in welke fase jouw organisatie zich bevindt, er zijn altijd manieren waarop je aan de slag kan! De andere take-aways van deze sessie vind je in de Factsheet Biobased After Bites:

Dit was pas de start van de uitgebreide programmering voor 2024 vanuit PIANOo en Building Balance. Marjet Rutten begeleidt dit jaar nog acht Biobased Bites tijdens de lunch. Wil je je als woningcorporatie of gemeente verder in biobased bouwen verdiepen? Dan neemt Sara Vellenga je mee in de verdiepende Biobased Buyer sessies. Hierover volgt binnenkort meer informatie in de agenda van Building Balance. Check de agenda hier!

Startschot voor 40 ambitieuze circulaire bouwprojecten in Friesland 

De Opdrachtgeversaanpak van het programma Fryslân bouwt Circulair is van start! Half maart kwamen 100 opdrachtgevers, zoals gemeenten en woningcorporaties, van Friese (woning)bouwprojecten bijeen om samen circulair en biobased bouwen op te schalen.

Het programma Fryslân Bouwt Circulair is een initiatief van Vereniging Circulair Friesland met als doel de transitie naar een circulaire bouweconomie te versnellen. Binnen de aanpak leren opdrachtgevers van en met elkaar, door concrete bouwprojecten zo circulair en biobased mogelijk uit te voeren. Deze bijeenkomst en de onthulling van een projectenkaart, zijn daar een belangrijke stap in.

Regionale en integrale ondersteuning

Gedeputeerde Circulaire Economie in Friesland, Friso Douwstra, trapte de bijeenkomst af. “Doel van dit programma is om de transitie naar een circulaire economie in Friesland te versnellen door de bouwsector in de regio integraal te ondersteunen. De andere pijlers binnen het programma zijn duidelijkheid in de circulaire prestaties die op dit moment in de bouwsector mogelijk zijn, voldoende circulair en biobased aanbod. Ook de wet- en regelgeving en het regionale onderwijs bewegen mee met deze transitie.”

Projectenkaart circulaire bouwprojecten

Vier ambassadeur-wethouders van circulair bouwen, presenteerden de projectenkaart. Deze kaart geeft een overzicht van de eerste circulaire bouwprojecten binnen de Opdrachtgeversaanpak. Verspreid door de hele provincie Friesland hebben gemeenten zich bij nieuwe (woning)bouwprojecten gecommitteerd aan circulair en biobased bouwen. De projectenkaart wordt de komende jaren aangevuld en interactief gemaakt, als inspiratie- en communicatiemiddel. Het doel is om uiteindelijk met ruim 40 projecten aan de slag te gaan.

Concrete vervolgstappen

Samen met de gemeenten en woningcorporaties die al besloten hebben om mee te doen (of dit binnenkort gaan doen), worden in de komende periode concrete vervolgstappen gezet met onder andere kennis- en intervisietrajecten, projectevaluaties, ontwikkeling van It Nije Normaal, verdere ontwikkeling kennisbank, tools en formats enz.

Wil je meer weten over de Opdrachtgeversaanpak of de projecten die hierboven genoemd zijn? Neem dan contact op met Trienke Lantinga (trienke.lantinga@circulairfriesland.frl).

Lisdoddeteelt onder huidige condities niet winstgevend genoeg voor opschaling

Lisdodde wordt gezien als een kansrijk vezelgewas voor biobased bouwmaterialen. En zelfs als dé oplossing voor natte teelt in veenweidegebieden. Uit het recente onderzoek ‘Veen Voer en Verder II’ blijkt echter dat dit niet zo eenvoudig ligt. Jan Willem van de Groep, programmaregisseur van Building Balance, legt uit waarom er (voorlopig) geen focus ligt op dit gewas.

“Lisdodde is een aaibaar gewas”, aldus Jan-Willem. “Het is goed in de markt gezet en er wordt veel over gesproken, zelfs door ministers. Lisdodde heeft inderdaad goede eigenschappen als grondstof voor biobased bouwmaterialen. Maar de teelt kent uitdagingen die opschaling lastig maken. Alleen met extra steun van de overheid wordt grootschalige teelt in de veenweidegebieden mogelijk.”

Hoofpijndossier veenweidegebied

Veenweidegebied is kenmerkend voor de lage delen van Holland en Utrecht, maar ook voor de Zuidwesthoek van Friesland en de Kop van Overijssel. Iedereen kent dit ‘typisch Hollandse’ landschap: langgerekte weilanden met sloten ertussen. Achter dit idyllische plaatje schuilt een hoofdpijndossier voor de Nederlandse overheid. De natte veenbodem werd met afwateringssloten geschikt gemaakt voor landbouw en tegenwoordig vooral veeteelt. Maar door de kunstmatig lage waterstand oxideert het veen. Dat leidt tot bodemdaling, teruggang in natuur- en waterkwaliteit én een toenemende  uitstoot van CO2 ten gevolge van oxidatie.

Behoefte aan natte teelt

Om de CO2-uitstoot te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan, moet het waterpeil in veenweidegebieden weer worden verhoogd. Dat is een belangrijk onderdeel van de CO2-emissiereductieopgave van de landbouw. Maar zo’n ingreep op gebiedsniveau heeft grote consequenties. “Een hoge waterstand maakt het lastig om de grond geschikt te houden voor agrarische toepassingen”, legt Jan-Willem uit.” Op natte grond zakken koeien en machines weg en is de opbrengst lager. “Er is behoefte aan een natte teelt op de veenbodems, die geschikt is voor de verhoogde waterstand.”

Moeilijk rendabel te maken

In de basis lijkt Lisdodde hier een goede oplossing voor, maar recent onderzoek naar de teelt levert nog geen haalbaar verdienmodel op. “Er zijn twee grote uitdagingen bij de teelt van Lisdodde”, verklaart Jan-Willem. “Ten eerste is het een lastige en dure teelt ten opzichte van gewassen waaruit dezelfde materialen te maken zijn. Voor het aanleggen van een lisdodde teelt moet bijvoorbeeld geïnvesteerd worden in het vlakken van grond, waterpeil sturende maatregelen en het zaaien of planten van de lisdodde.  Ook de oogst is lastig. Er zijn speciale machines nodig die minder capaciteit hebben dan bij andere vezelgewassen worden gebruikt. De oogst is hierdoor een flinke post op de saldoberekening. Zonder extra hulp van de overheid is de teelt niet rendabel te maken, daardoor vormt het geen gelijkwaardig alternatief voor veeteelt.”

Uitstoot van methaan

“Ten tweede moet je heel zorgvuldig telen, om het gewenste effect -minder CO2-uitstoot- te behouden”, gaat Jan-Willem verder. “De beschikbaarheid van nutriënten in het water en waterstand zijn kritische factoren voor een succesvolle lisdodde teelt, maar ook om uitstoot van methaan te voorkomen.” Dit broeikasgas ontstaat onder natte, zuurstofloze omstandigheden uit voedingsstoffen en plantenresten in de bodem. “Een goede waterstand vanuit de optiek van methaan beïnvloedt de groei juist negatief.”

Geen focus op lisdodde

De teelt van lisdodde vraagt dus relatief veel bewerking. “Dat is kostbaar, zo blijkt ook uit de berekeningen die Building Balance heeft gemaakt. Op basis van die berekeningen hebben we schaalbare gewas-product-combinaties geselecteerd. Onder de huidige condities is lisdodde niet geschikt is voor opschaling en ligt het dus buiten de focus van Building Balance.”

Kleinschalige initiatieven niet afremmen

Op dit moment zijn er een aantal ondernemers actief met lisdoddeteelt en verwerking. “Die initiatieven willen we zeker niet ontmoedigen, maar passen minder in het opschalingsperspectief van De Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Door slimme, kleinschalige teelt- en oogsttechnieken, passieve droogtechnieken, het nodige handwerk en de inzet op premium producten zijn er wellicht nichemarkten te ontsluiten. “

Maatschappelijk gewenste oplossing

Ook voor het Building Balance programma is lisdodde niet definitief afgeschreven. “Het blijft een mooie grondstof voor biobased bouwmateriaal en wellicht andere toepassingen. Bovendien is het maatschappelijk gewenst dat de waterstand in veenweidegebied omhooggaat, terwijl er wel productiviteit blijft op de veengronden. Lisdodde, of een ander gewas zoals oeverzegge , zwarte els  of de wilg, zou daar een oplossing voor kunnen zijn. Het is niet onze rol, als opschalingsprogramma, om de oplossing voor veenweidegebieden te (onder)zoeken. Maar als er een schaalbare oplossing wordt gevonden die ook geschikt is als bouwmateriaal, dan pakken we dat zeker op.”

“Als er een ideale waterstand wordt gevonden voor veenweidegebieden en een soort lisdodde die op die waterstand redelijk produceert, dan kan de ecologische en klimaatwinst de investering in lisdoddeteelt waard zijn. Het is dan aan de overheid om een bedrag per hectare bij te leggen om dat voor elkaar te krijgen. Kortom: als lisdodde onderdeel is van een maatschappelijk gewenste oplossing voor de veenweide gebieden, dan kan het zeker doorontwikkeld worden tot bouwmateriaal. Building Balance neemt daar dan ook haar rol in. We houden de ontwikkelingen dus goed in de gaten.”

Certificering van biobased inblaasisolatie

We krijgen bij Building Balance de vraag dagelijks. Hoe zit het met de certificering van biobased materialen? Mag ik het al wel toepassen? Hoe zit het met brandveiligheid, met vocht en met ongedierte? In dit artikel lees je de huidige stand van zaken rond de certificering van inblaasisolatie.

Certificering en onderzoek zijn uiteraard belangrijke onderwerpen. Als bouw- en onderhoudsbedrijf wilt u zekerheid geven dat u biedt wat de klant vraagt. En de klant wil erop kunnen rekenen dat de producten (ook op lange termijn) doen wat ze moeten doen. Omdat het zo’n belangrijk onderwerp is, heeft Building Balance een projectmanager onderzoek en certificering van biobased bouwmaterialen aangesteld.

Waarom een focus op inblaasisolatie?

Building Balance en ook de Nationale Aanpak Biobased Bouwen hebben als doel om opschaling van biogrondstoffen in de bouw te realiseren. Building Balance heeft een aantal kansrijke gewas/productcombinaties gedefinieerd voor opschaling. De testen die we doen, richten zich (voornamelijk) op deze producten.

De gewas/productcombinatie inblazen van graanstro en miscanthusstro heeft de hoogste prioriteit, zowel voor de nieuwbouw als de bestaande bouw. De reden is dat hiervoor geen grootschalige en complexe industriële productie opgezet hoeft te worden. Met deze korte keten kunnen we agrariërs, verwerkers en bouwers dus op korte termijn perspectief bieden. En omdat graanstro dat in 2024 wordt geteeld al eind 2024 ingeblazen kan worden, beginnen we hiermee. Daarna volgt de certificering van miscanthusstro.

Hoe zit het met inblazen met vezels

Voor Building Balance is het inblazen van gehakselde vezels als graanstro en miscanthusstro een belangrijke route. Maar wat staat het inblazen van stro in de weg? In landen als Duitsland en Oostenrijk gebeurt het immers al op grotere schaal en ook in Nederland zijn er al partijen die deze wijze van isoleren toepassen. Het grootste obstakel in Nederland is het ontbreken van de juiste certificaten & verklaringen.

Het bewijzen en beoordelen dat deze biobased producten de vereiste prestaties leveren, vraagt daardoor bij ieder afzonderlijk project veel inspanning van opdrachtgevers en vergunningverleners. Ook lijken stro en miscanthus op papier minder goed te scoren in de NTA 8800 dan in de werkelijkheid blijkt bij de gerealiseerde projecten. Een project (pilot) lukt vaak wel, maar voor opschaling is meer zekerheid nodig voor alle partijen.

Waar zijn we mee bezig?

Voor biobased bouwmaterialen onderscheiden we de volgende soorten certificaten:

  • Kwaliteit: product stro, systeem met daarin inblaasstro en het inblaasproces
  • Milieuclassificatie: LCA (19 milieu-indicatoren) voor opname in de Nationale Milieu Database

Kwaliteit

Bij toepassing van bouwproducten richt de kwaliteit zich op drie onderdelen: allereerst de kwaliteit van het product zelf. Ten tweede de kwaliteit van het systeem waarin het product wordt toegepast en ten slotte op de kwaliteit van de verwerking van het product in het systeem.

A1. Kwaliteit product stro

Om het bewijzen en beoordelen van de prestaties van producten te vereenvoudigen zijn er normen, beoordelingsrichtlijnen (BRL’n), kwaliteit- en gelijkwaardigheidsverklaringen. Als voorbeeld; voor houtige platen zoals OSB bestaat een geharmoniseerde Europese norm (CE-markering); een optelling van normen voor deelaspecten. Met CE-markering verklaart de fabrikant dat zijn producten zijn getoetst aan alle toepasselijke EU-wetgevingen die CE-markering vereisen en overeenstemmen met de gezondheids-, veiligheids-, prestatie- en milieu-eisen die relevant zijn voor die producten. Daarnaast bestaat er voor een OSB-plaat ook een Nederlandse Beoordelingsrichtlijn, die aanvullende eisen stelt boven op de geharmoniseerde norm. Een OSB-plaat moet dus voorzien zijn van een CE-markering en een Declaration of Performance (DOP). Na certificatie op basis van de beoordelingsrichtlijn, kan het ook een KOMO-verklaring (kwaliteitsverklaring) krijgen. Hiermee bewijst de producent van een OSB-plaat aan de gestelde kwaliteitseisen te voldoen. Bovendien is het voor een opdrachtgever eenvoudig de kwaliteit te beoordelen.

Beoordelingsrichtlijn voor niet houtige vezels

Voor niet houtige vezels zoals graanstro en miscanthus is er op dit moment geen geharmoniseerde norm of beoordelingsrichtlijn. Daardoor is het niet mogelijk om voor gehakseld stro een CE-markering of kwaliteitsverklaring af te geven. Building Balance ontwikkeld in samenwerking met de certificeringsinstelling SKH een beoordelingsrichtlijn voor niet houtige vezels. Hiermee wordt gelijkwaardigheid met de kwaliteitseisen van onder andere het bouwbesluit aangetoond. In deze beoordelingsrichtlijn worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan de resistentie tegen brand en vocht, veroudering en warmteweerstand. Om dat aan te tonen wordt zoveel mogelijk verwezen naar bestaande normen voor het testen van deze aspecten.

Een beoordelingsrichtlijn wordt pas gepubliceerd na overeenstemming tussen de marktpartijen. Daarom kent het een doorlooptijd van 1-2 jaar. Daarna kan een verwerker zijn product pas laten certificeren en voorzien van een KOMO-keurmerk. De intentie is om het voor deze isolatieproducten een sneller proces te organiseren. Voor de tussenliggende periode onderzoeken we of er al een kwaliteitsverklaring afgegeven kan worden op basis van een buitenlandse of Europese beoordelingsrichtlijn. Ook deze kunnen helpen bij het bewijzen en beoordelen van de prestaties.

Warmteweerstand en brandklasse

Twee belangrijke aspecten waaraan eisen gesteld worden in de te ontwikkelen beoordelingsrichtlijn zijn de warmteweerstand en de brandklasse. Door het ontbreken van een kwaliteitsverklaring voor de warmteweerstand moet op dit moment nog gerekend worden met de forfaitaire waarde in de NTA 8800. Deze waarde lijkt zeer conservatief gekozen. Daarom hebben we samen met isolatiebedrijf Takkenkamp de certificeringsinstelling Insula en Kiwa gevraagd de warmteweerstand van graanstro te bepalen op basis van de Europese norm die voor dit aspect geldt. En om hiervoor een kwaliteitsverklaring op te stellen die Building Balance vervolgens laat registreren bij Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid (BCRG).

Een ander belangrijk aspect is de brandklasse van het materiaal; het gedrag van een materiaal bij brand. Onder het brandgedrag valt, naast de brandbaarheid, ook de eventuele rookontwikkeling bij brand. Om de brandklasse van biobased materialen te bepalen, hebben we raamovereenkomsten afgesloten met de verschillende testlabs: Peutz, Efectis en Warringtonfire. Een van deze bureaus zal opdracht krijgen om de brandklasse van stro te testen volgens de Europese norm en hiervoor een kwaliteitsverklaring af te geven.

Kwaliteitsverklaring

De kwaliteitsverklaring, oftewel het KOMO-certificaat van het product, zegt iets over de kwaliteit van het stro, mits het wordt verwerkt (drogen, ontstoffen en hakselen) conform de gestelde eisen in de beoordelingsrichtlijn. Daarom wordt er door Building Balance in samenwerking met (ervaren) verwerkers een kwaliteitshandboek opgesteld over hoe het stro te drogen, ontstoffen en hakselen. Dit zal de certificeringsinstelling controleren. Als beoordelingsrichtlijn gereed is, kan het stro voorzien worden van een kwaliteitsverklaring/KOMO-certificaat als het kwaliteitshandboek aantoonbaar gevolgd is.

Deze certificaten zijn gekoppeld aan een merk dat door Building Balance wordt ingeschreven in de registers. Dat merk is door iedere verwerker vrij toe te passen. Uiteraard mogen verwerkers de gegevens ook gebruiken om uiteindelijk de certificaten van een eigen merk in te schrijven.

A2. Kwaliteit systeem met daarin inblaastro (de toepassing)

Bij afgifte van de omgevingsvergunning voor nieuwbouw of renovatie wordt onder meer getoetst of een wand of dak met de onderliggende opbouw (het systeem) met inblaasstro voldoet aan het bouwbesluit. Om de beoordeling van systemen te vereenvoudigen zijn ook hiervoor beoordelingsrichtlijnen opgesteld waarop het systeem gecertificeerd kan worden.

Beoordelingsrichtlijn en detailontwerp bestaande daken

De huidige beoordelingsrichtlijnen beperken zich echter tot nieuwbouwoplossingen. De certificeringsinstelling Insula heeft het initiatief genomen om een beoordelingsrichtlijn op te stellen voor systemen van bestaande hellende daken met inblaasstro en andere niet houtige vezels. Deze wordt naar verwachting begin 2024 afgerond.

Tegelijkertijd is in opdracht van Building Balance door het isolatiebedrijf Takkenkamp een schetsontwerp voor een bestaand dak-systeem uitgewerkt, dat toegepast kan worden bij veelvoorkomende corporatiewoningen. Er wordt nu een ingenieursbureau geselecteerd die het bouwfysisch functioneren zoals vochtabsorptie, de geluidsoverdracht, luchtdichtheid en sterkte zal onderzoeken. Als het detailontwerp van het systeem vastligt, zal dit systeem op brandwerendheid getest worden bij een van de testlabs. Het streven is om deze test halverwege 2024 uit te voeren. Bij goed gevolg zal op basis van voorgaande onderzoeksresultaten door Insula een kwaliteitsverklaring met procescertificaat (attest) worden afgeven. Dit certificaat en onderliggende onderzoeken worden door Building Balance vrij ter beschikking gesteld.

Brandveiligheidstesten nieuwbouw

Nieuwbouwsystemen met inblaasstro kunnen dus al gecertificeerd worden. De grootste hobbel hierbij zijn de brandveiligheidstesten van de verschillende systemen. Deze zijn zeer kostbaar: 10-20k per test. Bovendien is voor houtskeletbouw (HBS) wanden de onderliggende Europese norm zeer rigide. Het gevolg is dat de resultaten van een getest systeem maar zeer beperkt toepasbaar zijn op andere systemen. Om verantwoord de ruimte te zoeken werken we hier nauw samen met de verschillende testinstituten en HSB-bouwers en stellen we gezamenlijk een testplan op voor de verschillende systemen.

A3. Kwaliteit inblaasproces

Om aan te tonen dat het isoleren, in dit geval inblazen, door het isolatiebedrijf correct gebeurt, zijn ook hiervoor beoordelingsrichtlijnen opgesteld. Helaas beperken ook deze zich tot nieuwbouwoplossingen. De certificeringsinstelling Insula beschrijft in dezelfde beoordelingsrichtlijn voor systemen van bestaande daken met inblaasstro ook de eisen aan het proces van inblazen. Op basis hiervan kan ieder isolatiebedrijf of aannemer zich laten certificeren.

Samengevat

Building Balance stimuleert de ontwikkeling van een KOMO-certificaat voor niet houtige vezels waaronder het materiaal stro. Dat vereenvoudigt het bewijzen en beoordelen van de prestaties. Gezien de doorlooptijd worden tussentijdse alternatieven onderzocht, zoals een buitenlands certificaat. Voor nieuwbouwoplossingen met inblaasstro zijn beoordelingsrichtlijnen beschikbaar en kunnen aannemers en isolatiebedrijven zich laten certificeren. Voor het inblazen van stro in bestaande hellende daken wordt door de certificeringsinstelling Insula een beoordelingsrichtlijn opgesteld. Het isolatiebedrijf Takkenkamp ontwikkelt een gecertificeerde oplossing die toegepast kan worden bij veelvoorkomende daken van corporatiewoningen en die voor iedereen in de markt beschikbaar is.

Milieuclassificatie

Naast de kwaliteit is het ook belangrijk de milieu-impact van de producten te weten. Het doel is immers om met biobased materialen het milieu minder te belasten. Bovendien heb je de bewijslast hiervoor nodig om in aanmerking te komen voor eventuele extra subsidies. Hiervoor maken we levenscyclusanalyses (LCA) voor inblaasisolatie van graanstro en miscanthus. Een LCA vormt ook de basis voor de berekening van de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) voor de vergunningsaanvraag.

B1. Categorie 3 kaart voor stro

Om MPG-berekening te maken wordt informatie uit de Nationale Milieudatabase (NMD) gebruikt. Vezelgewassen zijn nog niet opgenomen in de NMD. Daar komt verandering in. Voor strovezels is inmiddels een LCA-onderzoek uitgevoerd. Binnenkort zijn strovezels opgenomen als zogenaamde categorie 3 kaart in de NMD. Naast stro willen we ook miscanthus aan de NMD toevoegen.

B2. Categorie 2 kaart stro en miscanthus

Idealiter willen we geen categorie 3 data maar categorie 1 of 2 data. Bij generieke categorie 3 data wordt namelijk met een factor 1,3 gerekend op de prestaties, om risico’s te ondervangen. Bij categorie 1 (getoetste data van producent) of 2 (getoetste sectordata) vervalt die ‘strafpenalty’. De ambitie is dan ook om categorie 1 of 2 data in de NMD te hebben, gekoppeld aan het eerdergenoemde merk waarvan alle verwerkers gebruik kunnen maken.

Tot slot – begin gewoon

Natuurlijk moeten we de certificering van biobased materialen goed regelen en risico’s minimaliseren. Zo is brandveiligheid uiteraard een belangrijk thema, net als voor niet biobased materialen. Maar tussen twee gipsvezelplaten kan bijvoorbeeld al heel veel, zonder grote risico’s. Bovendien is er al veel op de markt dat de nodige testen heeft gehad. Ga daar mee aan de slag. Ook al komt het nu nog niet altijd uit Nederland: het levert doorgaans wel betere milieuprestaties, je doet ervaring op en als de industrie groot genoeg is, loont het ook om de productie lokaal te organiseren. Een leuke bijkomstigheid is de extra subsidie die er momenteel is voor biobased isolatie. Hier vind je daar meer informatie over.

En last but not least. Bij Building Balance zijn we intensief met certificering bezig en we verwachten dat het certificeren voor graanstro in de tweede helft van 2024 is afgerond. De meeste bouwprojecten kennen lange voorbereidingstrajecten, dus neem de nieuwe oplossingen mee, dan werken wij ondertussen verder aan die certificering.

Dit artikel kwam tot stand met dank aan: Jan Willem van de Groep, Marjet Rutten, Marcel van Haren, Kristian Maters, Sander Rutten en Peter Davids.

Provincie Noord-Brabant investeert 1,53 miljoen in biobased economie

De provincie Noord-Brabant maakt de komende jaren € 1,53 miljoen vrij om de biobased (land)bouweconomie in de regio aan te jagen. Dit doen ze in samenwerking met Building Balance. De provinciale bijdrage is half december goedgekeurd door Gedeputeerde Staten voor de periode 2024-2027.

In 2022 ging de provincie Noord-Brabant een eenjarige samenwerking aan met Building Balance om regionale ketens in Brabant op te starten. De positieve resultaten in 2022 en 2023 geven vertrouwen in een meerjarige samenwerking.

Nationale Aanpak Biobased Bouwen

De investering sluit uitstekend aan bij de weg die de vier ministeries, BZK, I&W, LNV en EZK, inslaan. In november presenteerden zij de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Dit nationale plan moet in 2030 leiden tot een volwassen markt voor de teelt en verwerking van biogrondstoffen uit Nederland, die worden toegepast in gebouwen en bouwwerken. De aanpak is opgesteld in samenwerking met marktpartijen, kennisinstellingen en overheidspartijen, waaronder ook de provincie Noord-Brabant. Building Balance is door de vier ministeries als uitvoeringsorganisatie van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Een onderdeel hiervan is het bouwen van regionale ketens tussen boer en bouwer.

Regionale ketensamenwerking

Afgelopen jaar zijn samen met de provincie Noord-Brabant, Building Balance en de Rabobank meerdere ketens van ‘land tot pand’ geïnitieerd. De keten Zuid-Oost Brabant verbouwt Natuurlijke Samen is als eerste opgezet. Daarop volgde Vezelrijk Midden-Brabant en halverwege 2023 is de keten in West-Brabant van start gegaan. Met succes, want inmiddels telen Brabantse boeren 160 hectare stro, vlas, vezelhennep en sorghum. Deze grondstoffen worden vervolgens verwerkt tot bouwmaterialen die regionale bouwers toepassen in corporatiewoningen.

Dertien corporaties en drie regionale bouwbedrijven maken zich hard voor de afname van de gewassen. In juni is al de eerste woning voortkomend uit de Brabantse corporatiedeal met door lokale boeren geteelde natuurlijke grondstoffen geïsoleerd. Een van de succesvolle resultaten is dat inmiddels circa 80% van de woningcorporaties in Noord-Brabant de commitmentverklaringen heeft ondertekend om versneld biobased bouwmaterialen toe te passen in zowel hun bestaande als nieuwe woningvoorraad.

Ketens van land tot pand

Zien hoe Building Balance biobased ketens bouwt in Brabant? In deze video over het project ‘Zuidoost-Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen’ vertellen akkerbouwer René van de Gevel, Ketenregisseur Noord-Brabant van Building Balance Harold van de Ven, directeur-bestuurder van Woonstichting Compaen Joost Lobée en bewoner Ian van der Pool je meer over het proces van land tot pand:

 

 

Per 1 januari extra subsidie voor biobased isolatiemateriaal

Huiseigenaren kunnen komend jaar weer subsidie aanvragen voor het verduurzamen van hun woning(en). Vanaf 1 januari 2024 worden de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) en de Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE) weer beschikbaar gesteld, onder meer voor isolerende maatregelen. Vanaf dat moment geldt er bovendien een extra subsidie voor biobased isolatiemateriaal.

Het opnemen van een bonus op biobased materialen in subsidieregelingen is een van de interventies uit de Nationale Aanpak Biobased Bouwen, binnen de actielijn Vraagstimulering bij bouwers en opdrachtgevers. Deze bonus stimuleert woningeigenaren om te kiezen voor gezonde en duurzame biobased isolatiematerialen. Tegelijkertijd groeit de vraag naar biobased bouwmaterialen.

Welke doelgroepen?

In de subsidieregelingen voor woningeigenaren wordt, bovenop de huidige subsidiebedragen, een bonus ingesteld voor milieuvriendelijke biobased materialen. De regelingen hebben verschillende doelgroepen. De ISDE is bedoeld voor particuliere woningeigenaren. Het budget van de ISDE is in 2024 met 40 miljoen euro verhoogd tot 600 miljoen euro. De SVVE is voor verenigingen van eigenaars en heeft in 2024 een totaal subsidiebudget van 48,5 miljoen euro. De extra subsidie voor biobased materiaal geldt waarschijnlijk ook voor de SVOH subsidie voor private verhuurders. Daarvoor zijn de details voor 2024 echter nog niet vastgesteld, omdat deze regeling niet op 1 januari, maar pas op 1 juli ingaat.

Hoeveel subsidie?

De vereisten en subsidiebedragen voor biobased isolatiemateriaal zijn voor alle regelingen gelijk. Er gelden minimale isolatiewaardes en oppervlaktes per maatregel. Ook de hoogte van de extra subsidie is afhankelijk van het type maatregel. Voor het toepassen van biobased isolatiemateriaal geldt de volgende bonus per maatregel:

  • Dakisolatie € 5 per m2
  • Zoldervloerisolatie of spouwmuurisolatie € 1,50 per m2
  • Gevelisolatie € 6 per m2
  • Vloerisolatie € 2 per m2
  • Bodemisolatie € 1 per m2

Om mensen te stimuleren meerdere maatregelen tegelijk te treffen, worden de basisbedragen van de subsidie gehalveerd wanneer maar één maatregel wordt getroffen. Dit geldt echter niet voor de extra biobased subsidie. Deze blijft hetzelfde, ook bij een subsidieaanvraag met één isolatiemaatregel.

Welke producten?

Om in aanmerking te komen voor deze extra subsidie moeten materialen voldoen aan twee eisen. Ten minste 70% van de massa van het isolatiemateriaal moet bestaan uit biobased materiaal volgens de EN16575:2014. En om er zeker van te zijn dat de materialen ook daadwerkelijk een lage milieu-impact hebben, is er ook een grenswaarde aan de milieukostenindicator (MKI) gesteld. Hiermee is geborgd dat de milieu-impact van de biobased isolatiematerialen over de gehele levensduur beperkt is. De maximale milieukostenindicator is 0,85 bij een Rd-waarde van 3,5 m2K/W. Een zogenaamde categorie 1-kaart in de Nationale Milieudatabase is hiervoor een voorwaarde.

Binnenkort wordt ook de aangepaste meldcodelijst gepubliceerd. Daarop staan de biobased materialen waar de extra subsidie voor geldt. Het gaat onder meer om isolatiedekens van hennep of vlas, maar ook inblaasisolatie als houtwol en cellulose. Het inblazen van vezels van stro en miscanthus staat op dit moment nog niet in de meldcodelijst. Deze volgen zo snel mogelijk, maar zijn op 1 januari 2024 nog niet van toepassing.

Mist er een biobased materiaal op lijst? Dan kan de fabrikant een verzoek mailen naar dew@rvo.nl. Zie hiervoor ook ISDE: Leveranciers, fabrikanten, bouwinstallatiebedrijven en installatiebedrijven (rvo.nl).

Het Nieuwe Normaal 1.0 gelanceerd

Op 7 december 2023, tijdens de conferentie Circulair Bouwen aan Morgen, lanceerde Cirkelstad Het Nieuwe Normaal 1.0, de nieuwe, gedragen standaard voor circulair bouwen. Het startschot is gegeven door de plenaire ondertekening van het manifest door Heijmans, het Rijksvastgoedbedrijf en tientallen andere organisaties uit de sector waaronder Building Balance.

Aanleiding voor Het Nieuwe Normaal

Op initiatief van het Ministerie van BZK en Cirkelstad zijn het Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, gemeente Amsterdam, gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag en gemeente Utrecht samen met Dura Vermeer, Van Wijnen, Heijmans, VolkerWessels, Synchroon en BAM in 2019 het programma ‘Samen Versnellen gestart’. Het doel: samen werken aan één taal en standaard voor circulair bouwen.

Ondersteund door de TU Delft, Copper8, Alba Concepts, Metabolic en Witteveen+Bos is er gewerkt aan deze nieuwe, gedragen standaard met haalbare én ambitieuze prestaties op circulair bouwen: Het Nieuwe Normaal. De eerste definitieve versie, Het Nieuwe Normaal 1.0, is op 7 december opgeleverd.

Het Nieuwe Normaal en biobased bouwen

Het Nieuwe Normaal is een nieuwe, eenduidige taal voor circulair bouwen. Het raamwerk bestaat uit 3 thema’s en 9 indicatoren. Iedere indicator heeft een circulair ontwerp- en bouwprincipe. Biobased bouwen is daar een belangrijk onderdeel van. Dat blijkt wel uit de volgende indicatoren van Het Nieuwe Normaal:

  • Ontwerp en bouw met een zo laag mogelijke materiaalgebonden CO2-uitstoot;
  • Ontwerp en bouw met een zo hoog mogelijke materiaalgebonden CO2-opslag;
  • Ontwerp en bouw met een zo’n hoog mogelijk aandeel verantwoorde herkomst materialen: hergebruikt, gerecycled of hernieuwbaar;
  • Ontwerp en bouw met zo veel mogelijk gezonde materialen.

In Het Nieuwe Normaal worden, naast biobased, ook andere indicatoren voor circulair bouwen genoemd, zoals om adaptief vermogen, losmaakbaarheid en hergebruik.

Oproep aan de sector: teken mee!

Met de plenaire ondertekening van het manifest van Het Nieuwe Normaal start de tweede fase van het programma: implementatie. Een taal (over)leeft immers alleen als deze door iedereen wordt gesproken. Daarom doet Cirkelstad een oproep aan al haar partners – en heel Nederland – om het manifest te onderschrijven. Alleen wanneer één taal voor circulair bouwen wordt gebruikt, kan Het Nieuwe Normaal écht het nieuwe normaal worden in de sector.

Aan de slag met het nieuwe normaal Meer weten of ook aan de slag met Het Nieuwe Normaal? Je vindt alle informatie op www.hetnieuwenormaal.nl. Hier is ook het manifest van Het Nieuwe Normaal in te zien en door alle partijen in de bouw te tekenen.

Uitzending ‘Wat houdt ons tegen?’ over biobased bouwen

In het NPO programma ‘Wat houdt ons tegen?’ analyseert onderzoeksjournalist Jeroen Smit samen met klimaatjournalisten Jaap Tielbeke en Daphné Dupont-Nivet wat nodig is om ècht te verduurzamen. Iedere week nemen de journalisten een ander thema onder de loep. Op 10 december ging het onder de titel ‘Een beter milieu begint op de bouwplaats’ over biobased bouwen. Daarin komen ook Harold van de Ven en Norbert Schotte van Building Balance aan het woord.

Een beter milieu begint op de bouwplaats

We zitten in een woningcrisis en willen 300.000 nieuwe woningen bouwen. Tegelijkertijd zitten we in een klimaatcrisis en willen we in 2050 klimaatneutraal zijn. Deze ambities zitten elkaar nogal in de weg, want de productie van bouwmaterialen zoals beton en staal is goed voor 11% van de jaarlijkse Nederlandse CO2-uitstoot. We kunnen de woningcrisis oplossen zonder de klimaatcrisis te verergeren door met materialen als hout en hennep te gaan bouwen. Als dit dé oplossing is, waarom gebeurt het dan nog niet op grote schaal? Wat houdt ons tegen om alleen nog maar duurzame huizen te bouwen?

Kijk hier de uitzending terug op NPO start

Derde sessie Van Land tot Pand West-Brabant: ‘commitment en afspraken in de keten’

De derde kennissessie ‘Van Land tot Pand’ over biobased (ver)bouwen in West-Brabant draaide om afspraken maken tussen boeren, bouwbedrijven en woningcorporaties om biobased bouwen van de grond te laten komen. Wat is er nodig? Hoe kunnen partijen elkaar versterken? In vier bijeenkomsten, georganiseerd door Building Balance, Rabobank, REWIN, Circulair bouwen Zeeland, Impuls Zeeland en Regio West-Brabant (RWB) leren agrariërs, bouwbedrijven en woningcorporaties uit de regio hoe ze elkaar kunnen versterken.

Verschillende sprekers, onder wie Jasper van den Munckhof van Building Balance, bekeken samen met de aanwezigen wat er allemaal komt kijken bij een duurzame biobased bouwketen. Naast het telen van gewassen, het produceren tot bouwmateriaal en de uiteindelijke toepassing in woningen, is ook de uitstoot tijdens die processen, het transport en de certificering belangrijk.

“Vezelgewassen zoals hennep, vlas en olifantsgras leggen veel CO2 vast. Om dat niet te laten vervliegen, dienen we het als bouwmateriaal in huis te brengen.  Bijvoorbeeld als isolatiemateriaal dat 50 jaar onder het dak blijft zitten”, legde Van den Munckhof uit. “Voordat je kunt spreken van een duurzame biobased bouwen, moet wel de volledige keten zoveel mogelijk CO2-neutraal zijn. Er is commitment van alle partijen nodig, om samen afspraken te maken hoe je de volgende stap in de keten zet.”

Wat is er nodig?

In werksessies werd dieper ingegaan op de vraag wat iedere groep nodig heeft. Woningcorporaties hebben vooral behoefte aan duidelijke onderlinge afspraken over het toepassen van biobased (isolatie)materiaal. Bouwbedrijven zijn op zoek naar de juiste goedgekeurde bouwmaterialen, die zij kunnen toepassen in hun projecten. Daarvoor stappen ze graag samen in een kennistraject.
Tot slot de boeren. Die geven aan dat een aantrekkelijker verdienmodel voor teeltgewassen zoals vlas of miscanthus helpt bij de overstap op het telen van de grondstoffen voor biobased materialen. Een (tijdelijke) prijsgarantie kan daarbij een zetje geven, aldus een van de aanwezige boeren.

Meedoen?

In de volgende sessies zoomen de deelnemers in op de tussenschakels in de keten. Want wie en wat is er nog meer nodig om doormiddel van ketensamenwerking een goed resultaat te bereiken?

Wilt u meer weten over dit onderwerp en/of een volgende keer graag aansluiten? Neem dan contact op met Ketenregisseur Mark Kok (mark@buildingbalance.eu). De volgende sessie is in januari 2024.

Dit artikel is geschreven door Regio West-Brabant.

Twentse Bouwboeren zet grote stap naar een duurzame bouwketen

Twentse Bouwboeren geeft een krachtige impuls aan de regionale keten van biobased bouwen. Op 25 september 2023 werd de Green Deal Biobased (Ver)bouwen in Twente ondertekend door landbouwers, loonwerkers, bouw- en isolatiebedrijven, gemeenten en andere ketenpartners. Doel: in 2030 minstens 1.000 nieuwbouwwoningen en 2.000 bestaande woningen (deels) bouwen met lokaal geproduceerde biobased materialen.

De focus ligt op vezelgewassen zoals hennep en graan, die bijdragen aan CO2-reductie, biodiversiteit en een gezonder bouwklimaat. Met de verkenningsfase afgerond, staat de pilotfase op het punt van starten.

Meer weten? Lees het complete verhaal in het nieuwe digitale magazine van Biind: Natuurinclusief Bouwen, of bezoek het Congres Natuurlijk op 30 november, waar Janneke Paalhaar en Ido Sellis een sessie verzorgen over de Twentse Bouwboeren.

BB23: Van Land naar Pand – Aan de slag met opschaling

Wat een energie heerste er op ons event, BB23: Van land tot pand! Alle ruim 150 aanwezigen willen biobased bouwen met Nederlandse grondstoffen zo snel mogelijk opschalen. Van praten naar doen! Sterker nog: het gebeurt al. Maar nu is het tijd voor de grote beweging naar een serieuze biobased economie. De Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB), het opschalingsplan van de overheid, geeft daar de handvatten voor. Onze bezoekers kregen een sneakpreview van de plannen die 8 november officieel zijn gelanceerd. Met de positieve energie en concrete acties die tijdens het event zijn besproken, gaan we gezamenlijk aan de slag om de doelen uit de nationale aanpak te realiseren!

Het is bijna niet te geloven hoe snel het Building Balance programma groeit! Met die constatering trappen Jasper van den Munckhof van Building Balance en Martje Fraaije van de Rabobank de dag af. “Er zijn dit jaar 20 regionale ketens opgestart, verschillende vezelgewassen geteeld, bouwprojecten gerealiseerd en heel veel mensen betrokken geraakt. En dat is nodig! Nu is het zaak een serieuze biobased economie neer te zetten. De Nationale Aanpak Biobased Bouwen gaat ons daarbij helpen, maar alleen samen krijgen we het écht voor elkaar.”

Hoofdlijnen Nationale Aanpak Biobased Bouwen

Op 8 november spreekt de Rijksoverheid haar biobased ambities uit, met de lancering van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB). Tijdens de bijeenkomst schetst Bouwe Meijer, van het Ministerie van Binnenlandse Zaken de contouren: “De NABB is een grootschalig plan om de markt voor biobased bouwen op te schalen. Vier ministeries (BZK, EZK, LNV en IW) en een groot aantal marktpartijen hebben de plannen opgesteld. Het bestrijkt namelijk uiteenlopende gebieden. Van het stimuleren van de teelt en de verwerking van vezelgewassen tot de toepassing in de bouw en infrastructuur.”

De grote beweging maken

“Met de NABB gaan we de grote beweging maken”, verklaart Jan Willem van de Groep, programmaregisseur van Building Balance. “Er kan al heel veel. We moeten nu zorgen voor de juiste marktcondities voor opschaling van de keten voor biobased bouwen. Dat is een lange termijn project, waarvan we weten wat er nodig is. Er is dus ook op de lange termijn vertrouwen nodig dat die markt er komt.”

Inmiddels is de Nationale Aanpak Biobased Bouwen gepresenteerd. Download hier de presentatie en de NABB.

Concrete successen en plannen

Ter afsluiting van het plenaire gedeelte van de bijeenkomst vertellen een aantal spelers uit de keten wat er al concreet gebeurt. Er komen twee initiatieven aan bod die het afgelopen jaar successen hebben behaald. En twee initiatieven die komend jaar concrete plannen hebben.

Zo vertelt Joost Lobee, Directeur Bestuurder van Woonstichting Compean over de Brabantse corporatiedeal. “Corporaties zijn één van de grootste opdrachtgevers in de bouw. We kunnen veel impact hebben door in de regio gezamenlijk de juiste vraag te stellen. Bovendien is de Brabantse corporatiedeal schaalbaar naar andere regio’s.”

Marriël Edzes is Carbon specialist bij GreenInclusive en zelf biologisch boerin. Zij heeft de eerste de eerste CCS (Carbon Capture and Storage) methodologie ontwikkeld, om de CO2 opname van vezelhennep en de opslag daarvan in biobased bouwproducten te waarderen. “GreenInclusive heeft dit jaar CO2-certificaten op de vrijwillige markt gebracht en ook al de eerste verkocht. Met de opbrengst van deze certificaten krijgen agrariërs een extra vergoeding voor het telen van vezelhennep. Dat zorgt voor een beter verdienmodel en een gelijk speelveld voor biobased gewassen.”

Lucas Peters wil met zijn consortium Miscanthus-Agri de miscanthusteelt opschalen. “Miscanthus of olifantsgras heeft grote potentie, omdat het hard groeit en 20 jaar lang jaarlijks geoogst kan worden. Het begin van de teelt is belangrijk voor een goede oogst in de volgende jaren. Wij gaan de Nederlandse teelt ondersteunen, bijvoorbeeld met goed uitgangsmateriaal, hulp bij aanplant en door kennis over dit gewas naar ons land te halen.”

Tenslotte vertelt John Smiths van Sam panels (voorheen Ecor) over de productie van hun biobased plaatmateriaal. “Extra mooi is dat wij vooral reststromen verwerken. Waar veel partijen de goede vezels willen, kunnen wij uit de voeten met het ‘slechtste’ stukje of zelfs het stof van het gewas. Daarmee maken wij nu en ook in 2024 100% gezonde en in Nederland geproduceerde biobased binnenplaten.”

Verdiepende workshops en Dutch design week

Na het plenaire gedeelte volgen alle aanwezigen een verdiepende workshop die aansluit op hun vakgebied.

  1. Vezelteelten als nieuw perspectief voor de agrarische sector
    Waar willen we naar toe en welke condities zijn nodig? Welke acties kunnen we nemen? Interessant voor: iedereen die actief is in het landbouwdomein. Bekijk de presentatie van  BB23 Workshop 1: gewasdocument oktober 2023.
  2. Activatie van de industrie
    Hoe ontwikkelen we een verwerkende vezelindustrie voor bouwmaterialen in Nederland? Welke mate van vertrouwen, ondernemerschap en schaalbaarheid zijn nodig? Wat kan het betekenen voor de regio? Welke regelingen zijn in de maak? Interessant voor: iedereen die werkt in de industrie of dit stimuleren. Bekijk de presentatie van BB23 workshop 2: industrie.
  3. Aanpassen van normen, stimulering van opschaling en creëren van de juiste condities
    Welke aanpassingen in regelgeving is er nodig om op te schalen? Wat loopt er al om de juiste condities te creëren? En wat verandert er de komende jaren? Interessant voor: iedereen die bezig is met biogrondstoffen. Bekijk de presentatie van BB23 workshop 3: aanpassingen in regelgeving.
  4. Vraagstimulering door woningcorporaties
    Hoe kunnen woningcorporaties (lokale) ketens stimuleren? Hoe kunnen de lessen uit de Brabantse Corporatiedeal vertaald worden naar andere deals? Interessant voor: woningcorporaties, commerciële verhuurders, verduurzamingsbedrijven en onderhoudsbedrijven.
  5. Het bouwen van ketens van land naar pand
    Hoe kan je een regionale keten bouwen? Met welke spelers doe je dit? En hoe maak je de verbinding met landelijke initiatieven? Interessant voor: provincie, regio’s, gemeenten en iedereen die met gebiedsplannen bezig is. Bekijk de presentatie van BB23 workshop 5:
  6. Samenwerken met andere initiatieven en programma’s
    Welke programma’s zijn er die met dezelfde transitievraagstukken aan de slag zijn? Welke raakvlakken hebben ze? En hoe kunnen we elkaar versterken? Interessant voor: Iedereen die aan aanpalende programma’s bij overheden of brancheorganisaties werkt. Bekijk de presentatie van BB23 workshop 6 samenwerking.

Er is ook gelegenheid om onze partners op de Dutch Design week te bezoeken. Zoals de Embassy of Circular & Biobased Building, waar bezoekers met verbeeldingen en verhalen worden meegenomen in de hoopvolle perspectieven van biobased leefomgevingen. Er is daar ook een gewas-product expo, met een overzicht van de kansrijke Nederlandse biobased bouwketens.

Praktische tools voor biobased opschaling

De dag wordt gezamenlijk afgesloten met praktische tools voor biobased opschaling. Zo wordt de Gids-Biobased-Isoleren  gepresenteerd. Deze uitgave van Holland Houtland bevat uitgebreide inspiratie over biobased isoleren, zoals interviews met huiseigenaren, woningcorporaties, aannemers en biobased experts. En Building Balance zelf lanceert het Handboek Biobased na-isoleren daken met tips, een concreet stappenplan én zes bouwdetails. Hiermee geven we de eerste aanzet om detailleringen voor biobased bouwen beschikbaar te maken voor de markt.

Pieter Grinwins, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, en Norbert Scholte van Building Balance namen tot slot de biobased verkiezingsbeloften door voor de aankomende Tweede Kamer verkiezingen. Daarna is er uitgebreid de tijd om elkaar te spreken. Om nog meer positieve energie en connecties op te doen om mee aan de slag te gaan met de opschaling van biobased bouwen. Want uiteindelijk kunnen we alleen samen een serieuze Nederlandse biobased economie neerzetten!

 

200 miljoen voor grootschalige aanpak biobased bouwen

Op 8 november is de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) gepresenteerd. Vier ministeries, BZK, I&W, LNV en EZK, trekken 200 miljoen euro uit om het grootschalig gebruik van biobased bouwmaterialen te stimuleren. Building Balance wordt de uitvoeringsorganisatie van dit plan en gaat gericht aan de slag met het opzetten en ondersteunen van ketens.

Biobased bouwen is een zeer kansrijke methode om de milieu-impact van de landbouw, industrie en de bouw te verlagen. De uitstoot van CO2 is lager en er zijn minder niet-hernieuwbare grondstoffen nodig, omdat materialen steeds weer aangroeien. De Nationale aanpak moet leiden tot een nieuwe nationale markt voor de grootschalige teelt, verwerking en toepassing van biobased bouwmaterialen. Dit geeft boeren perspectief op een duurzaam verdienmodel, terwijl bouwers over voldoende duurzame materialen kunnen beschikken. En het draagt bij aan een circulaire economie.

Tot 2025 en daarna

Met de NABB stellen de ministeries tot 2025 (fase 1) 25 miljoen euro beschikbaar om een markt op te zetten. De overige 175 miljoen euro is een reservering om de markt uit te breiden in de jaren daarna (2025-2030, fase 2). De aanpak is opgesteld in samenwerking met andere overheidspartijen, marktpartijen en kennisinstellingen.

Ambities

De ambitie is om in 2030 minstens 30% van de nieuwbouwwoningen met minimaal 30% biobased materialen te realiseren. Hetzelfde percentage geldt als doelstelling voor isolatiemaatregelen voor verduurzaming én voor de gebruikte materialen voor utiliteitsbouw. Ook moet een substantieel deel van de materialen voor infrastructurele bouwwerken en objecten biobased zijn. Denk aan zoals asfalt, straatmeubilair en fietsbruggen.

Hiervoor moeten er in 2030 minstens 25 producerende ketens van boeren, industriële verwerkers en bouwers zijn. Doel is dat de teelt van vezelgewassen voor bouwmaterialen groeit van circa 2.000 naar 50.000 hectare en de verwerkingscapaciteit naar minimaal 400.000 ton vezels per jaar.

“markt het zetje geven dat nodig”

“De ervaring leert dat een markt niet vanzelf tot stand komt”, zegt minister Hugo de Jonge van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. “Het aandeel biobased is nu nog erg klein en het is voor marktpartijen niet gemakkelijk om dit aandeel zelfstandig te vergroten. Met deze investering willen we de markt het zetje geven dat nodig is om uit te groeien tot een volwaardige markt. Van de boer die een gewas produceert tot de verwerker en de bouwer die het product uiteindelijk gebruikt. We gaan dus van land naar pand; hier groeien huizen.”

Vraag naar biobased isolatiematerialen stimuleren

De belangrijkste actie om dit voor elkaar te krijgen is het opzetten en opschalen van ketens van boeren, verwerkers en bouwers. Hiervoor stelt het plan een breed palet aan maatregelen voor. De vraag naar biobased isolatiematerialen wordt gestimuleerd door de aanscherping van de milieuprestatie-eis voor gebouwen, met zwaardere sturing op CO2. Ook komt er een financiële stimulans in de vorm van een bonus in de subsidieregelingen voor woningeigenaren.

Nadrukkelijker sturen op milieuprestaties infra

In de infrasector gaat de overheid nadrukkelijker sturen op milieuprestaties en via stimuleringsregelingen biobased innovaties belonen. De verwerkende industrie ontvangt daarnaast financiële steun via een regeling om productiefaciliteiten op te zetten. Voor boeren is het vooral van belang dat zij kunnen meedoen in ketens van boeren, verwerkers en bouwers, ondersteund door langjarige afspraken. Zo loont het ook om bijvoorbeeld vezelhennep te telen. Verder wordt de mogelijkheid onderzocht om door middel van carbon credits de inkomsten te verbeteren van boeren die vezels telen.

Opdrachten vanuit de overheid om vraag te stimuleren

In het plan staat ook beschreven hoe grote opdrachtgevers zoals het Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, ProRail en woningcorporaties, in hun omvangrijke bouwprojecten, kunnen bijdragen aan het vergroten van de vraag naar biobased materialen. Rijkswaterstaat is al ver gevorderd met de ontwikkeling van asfalt waarin biogrondstoffen de plaats innemen van fossiele grondstoffen (bitumen). Samen met deze partijen kijken de betrokken ministeries naar manieren om de criteria voor de aanvraag hiervan te versnellen, en welke indicatoren daarvoor gebruikt kunnen worden.

Zie ook

Handboek Biobased na-isoleren daken nu online

Het handboek Biobased na-isoleren daken is vanaf nu te downloaden in onze Kennisbank. Hierin staan tips, een concreet stappenplan en zes bouwdetails om het dak duurzaam na te isoleren met biobased materialen van eigen bodem. Dit is de eerste aanzet van Building Balance om detailleringen voor biobased bouwen beschikbaar te maken voor de markt. In deze publicatie vind je ook informatie over de voordelen van biobased isoleren, hoe je dat goed doet en met welke materialen.

Bouwdetails per tijdperk

Na-isoleren is een complexe opgave, vooral omdat bouwmethoden in de loop der jaren zijn veranderd en variëren. Elk bouwtijdperk heeft zijn eigen specifieke opbouwdetails en dat brengt verschillende uitdagingen met zich mee wanneer gaat na-isoleren. In het handboek wordt daarom onderscheid gemaakt tussen de na-isolatie van jaren ‘50–’70 woningen en jaren ‘80–’90 woningen. Van beide zijn er verschillende detailtekeningen opgenomen.


Waarom eerst dakisolatie?

Het is hoog tijd om meer aandacht te besteden aan het duurzaam isoleren van huizen. En we beginnen niet voor niets bij dakisolatie. Want het meeste warmteverlies slecht geïsoleerde huizen gaat via het dak, maar liefst 30%. Het loont dus om daken goed te isoleren. Ook om in de steeds warmere zomermaanden de hitte buiten te houden.

Voordelen en stappenplan

Biobased isolatiematerialen hebben unieke kenmerken, in de verwerking én het comfort. Deze uitgave geeft zeven redenen om voor ecologische isolatie te kiezen en een overzicht van de mogelijke materialen. Daarnaast is een concreet stappenplan gemaakt voor een optimale uitvoering en kwaliteit van het binnenzijdig na-isolatie van het dak. Het Handboek Biobased na-isoleren daken en de losse detailtekeningen kunt u hier downloaden.

Het Handboek Biobased na-isoleren daken is tot stand gekomen met hulp van Ralf van Tongeren (Orga research), Nicolaas van Everdingen (Building Balance), Joost van der Waal (Isoleerbewust), Loraine Westerneng (Building Balance), Marjet Rutten (Building Balance). We bedanken alle auteurs voor hun inzet en inzichten.

Kansen voor biobased inblaasisolatie in de fabriek

Wat zijn de mogelijkheden voor het industrieel inblazen van biobased vezels in de prefab industrie? Daarover was er op 5 oktober een, zeer drukbezochte, informatiebijeenkomst. Vooral fabrikanten van prefab woningen waren goed vertegenwoordigd. Zo goed, dat er na het bijplaatsen van extra stoelen alsnog mensen op de tafels zaten. Prefab fabrikanten krijgen van hun klanten steeds vaker de vraag naar biobased isolatiemateriaal. Ze verwachten dat die vraag alleen maar toeneemt.

Voordelen industrieel inblazen

Er zijn grofweg twee mogelijkheden voor biobased isoleren: isolatiematten en -platen of inblaasisolatie. Deze bijeenkomst richt zich op het laatste. Industrieel inblazen heeft namelijk veel voordelen. Het is erg arbeidsefficiënt, want niemand hoeft het op maat te snijden of te zagen. Het inblazen van vezels is bovendien een hele efficiënte, korte keten. De materialen worden van het land gehaald, gehakseld en ontstoft en eventueel gedroogd. Daarna kunnen ze worden ingeblazen, zonder dat daar ingewikkelde industrie voor nodig is. In bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk is dit al een bewezen manier van bouwen.

Comfortabel binnenklimaat

Vezels die we geschikt zijn om in te blazen zijn stro en miscanthus. Tijdens de sessie is onder meer gekeken naar de dichtheid, de lambdawaarde, de rc waarde en de faseverschuiving van verschillende materialen. Vooral op het laatste punt (faseverschuiving) scoren biobased alternatieven heel goed. Dat betekent winter én zomer een comfortabel binnenklimaat, omdat het binnen minder snel opwarmt en huizen ’s nachts weer kunnen afkoelen (zie afbeelding hieronder).

Productielijn, kosten en inblaassnelheid

Er zijn verschillende technische mogelijkheden voor het inblazen van isolatie. Deze sessie ging vooral in op industriële inblaas met de platen. H&M Houtbewerkingsmachines gaf een toelichting op zo’n productielijn (zie afbeelding hieronder).

Zij gaven ook inzicht in de kosten. Los van de brug en de daadwerkelijke productielijn kosten de machines om de vezels los te krijgen en in te blazen tussen de € 50.000 en € 100.000. Voor de productie is ook de snelheid van inblazen vaak van belang. Stro scoort hierbij aanzienlijk beter dan glaswol en bijna op het niveau van steenwol.

Minder verpakkingsmateriaal

Tijdens de sessie werd de wens uitgesproken om af te stappen van ingepakte balen. Een betere optie is levering in bijvoorbeeld silo’s.  Er gaat immers nogal wat isolatiemateriaal in een gevel of dakelement. Het los aanleveren van biobased isolatiemateriaal bespaart tijd voor het uitpakken, een machine én veel verpakkingsmateriaal.

Certificering en testen

Maar kunnen we anno 2023 biobased inblaasisolatie dan wel toepassen? Hoe zit het met de benodigde certificering en testen? Daar werkt Building Balance hard aan. In de loop van volgend jaar is de basis naar verwachting geregeld. Mariette Willems lichtte toe waar we nu staan:

  • Op dit moment zit er een strafpenalty van een factor 1,3 op de lambdawaarde van biobased isolatiematerialen. Dit is omdat er nog geen verouderingstestresultaten zijn voor de Nederlandse markt. Building Balance laat daarom versnelde verouderingstesten uitvoeren. De verwachting is dat de ‘strafmarge’ halverwege 2024 komt te vervallen.
  • Voor attestering en procescertificaten heb je eerst een beoordelingsrichtlijn (BRL) nodig. Die wordt op dit moment gemaakt door SKH (voor nieuwbouw) en Insula (voor bestaande bouw). De uitvoering van de BRL attesten staat gepland voor het tweede kwartaal van 2024.

Daarnaast werkt Building Balance ook aan het organiseren van andere condities:

  • Het bieden van handelingsperspectief voor het aanpassen van wet- en regelgeving.
  • Organiseren van testen voor de systeemopbouw, zoals brandveiligheid, geluidsisolatie, bouwfysica (incl. veroudering), milieuprestaties en verwerking.
  • Werken aan een systeem van Carbon Credits, zodat de in de vezels opgeslagen CO2 ook wordt verwaard.
  • En nog veel meer…

Vraag stimuleren

Al met al wordt er hard gewerkt aan andere voorwaarden die industrieel inblazen een steeds beter alternatief maken. Het wordt door opdrachtgevers vaker gevraagd en zelfs geëist. Building Balance draagt daaraan bij door mee te denken over uitvragen van corporaties, ontwikkelaars en gemeenten. Ook opname in Het Nieuwe Normaal en het Convenant Toekomstbestendige woningbouw hoort daar bij.

Volgende stap

De volgende stap is om met een aantal partijen een optimale slimme systeemopbouw uit te werken. Die enerzijds voldoet aan alle regelgeving en anderzijds tegemoetkomt aan wensen van klanten, zoals de betaalbaarheid. Er heeft zich daarvoor een team gemeld waarmee we aan de slag gaan.

Wilt u de presentaties van deze informatiebijeenkomst ontvangen? Of zelf aan de slag met het inblazen van vezels, neem dan contact op met marjet@buildingbalance.eu

Met dank aan de inleiders: Marjet Rutten, Nicolaas van Everdingen, Marcel van der Molen, Bert Geerts, Mariette Willems en Harm-Jan van Asperen.

Brabantse corporaties bundelen krachten voor biobased bouwen

Steeds meer woningcorporaties zien de noodzaak om de milieu impact van bouwmaterialen drastisch te verminderen en over te stappen op biobased bouwmateralen. In de provincie Noord-Brabant hebben verschillende corporaties hun krachten gebundeld en al flinke stappen gezet.

Gefaseerd overstappen

Zo tekenden op 18 september acht Brabantse woningcorporaties die samenwerken onder de naam ‘Lente’ een commitmentverklaring met Building Balance. Hiermee zetten ze een belangrijke stap in het gefaseerd overstappen van traditionele naar biobased bouwmaterialen in de periode 2024-2027.

Vier lokale ketens

Lente is het samenwerkingsverband van de woningcorporaties. Alwel, Area, BrabantWonen, Wonen Breburg, Casade, Stadlander, Tiwos, Zayaz. Samen hebben ze ruim100.000+ woningen waar mensen betaalbaar wonen. Building Balance helpt de corporaties met het maken van concrete afspraken over hoeveelheden, kosten en de verbinding naar lokaal geteelde grondstoffen.

100% biobased isolatiemateriaal in 2027

In de regio Zuidoost Brabant zijn er al eerder afspraken gemaakt tussen woningcorporaties. Dit voorjaar ondertekenden dertien woningcorporaties uit de Metropoolregio Eindhoven (MRE), een commitmentverklaring om in 2027 hun huurwoningen voor 100% met biobased isolatiematerialen te verduurzamen. Die afspraken worden nu goed verankerd binnen de organisaties van de betrokken woningcorporaties: Woningbouwvereniging Bergopwaarts, Woningstichting Compaen, Woningstichting Helpt Elkander, Goed Wonen Gemert, Woonstichting ’thuis, Trudo, Woningbouwvereniging Volksbelang, woCom, Woningbelang, Woonbedrijf, Wooninc. Woonpartners en WSZ.

Concrete afspraken

Als eerste stap in de MRE-regio zijn ruim 40 medewerkers bijgepraat over wat biobased bouwen nu precies inhoudt en wat de gemaakte afspraken in de praktijk betekenen. De volgende stap om beloftes om te zetten in actie is het maken van concrete afspraken over het gebruik van biobased materialen in de na-isolatie van de circa 2.500 woningen die door de dertien MRE corporaties zijn aangemeld.

Lente, 8 Brabantse woningcorporaties

MRE Corporaties

Ruim 30 bedrijven tekenen intentieverklaring voor biobased (ver)bouwen in Twente

Op 25 september tekenden ruim 30 bedrijven en organisaties de intentieverklaring voor het project Twentse bouwboeren. Partijen vanuit de hele keten, van agrariërs tot bouwers en van gemeenten tot terreinbeherende organisaties hebben zich zo verenigd. Ze zetten zich samen in voor biobased bouwen in Twente. Omdat ze geloven dat biobased bouwen een belangrijke bijdrage kan leveren aan de verduurzaming van de agrarische en de bouwsector. En aan de transitie naar een circulaire economie. Ze zien het als hun verantwoordelijkheid om deze ontwikkeling in Twente te stimuleren en te ondersteunen.

Ambitie voor 2030

De partijen hebben de intentie om uiterlijk in 2030 in Twente toe te werken naar:

  • Teelt van 1.000 ha biobased landbouwgewas
  • Die jaarlijks 10.000 ton biobased materiaal oplevert en
  • 15.000 CO2 equivalenten bespaart dan wel vastlegt, en die jaarlijks
  • 2.000 bestaande woningen kan voorzien van biobased materiaal (50% van de bestaande corporatiewoningen) én
  • 2.000 nieuwbouwwoningen kan voorzien van biobased materiaal (50% van de te bouwen woningen)
  • Tenminste 60 personen kunnen hierdoor extra werkzaam zijn in een biobased productieketen en
  • 100 of meer boerenbedrijven met biobased landbouwgrond kunnen een plus op hun verdienmodel realiseren en samen bijdragen aan een
  • Aantrekkelijk landschap, met meer biodiversiteit, minder stikstofuitstoot, betere bodem- en waterkwaliteit terwijl dit ook een
  • Fijn en gezond binnenklimaat oplevert in de biobased woningen zelf en waarbij we samen
  • Een gezonde markt bouwen met nieuwe spelers die biobased materiaal uit Twente en omstreken verwerken tot isolatie- of ander bouwmateriaal.

Onderzoek en kennis delen

De Twentse partners gaan de mogelijkheden van biobased (ver)bouwen onderzoeken. Welke natuurlijke materialen zijn geschikt voor de bouw en renovatie van huizen en gebouwen? En welke grondstoffen en bouwtechniek zijn hiervoor nodig? Daarnaast willen ze onderzoeken hoe ze de productieketen van deze materialen efficiënt kunnen opstarten, versterken en verduurzamen. Overheden en woningcorporaties brengen voldoende locaties in voor biobased bouwen in Twente. De werkgroep werkt samen met Building Balance voor het delen van kennis en leren van vergelijkbare initiatieven in Nederland. Het is een gezamenlijk leerproces, waarbij de haalbaarheid van de gestelde ambities jaarlijks worden gemeten.

Proefperiode en opschaling tot 2028

Het komende jaar wordt gebruikt als proefperiode voor Biobased bouwen. In een aantal projecten worden de mogelijkheden van biobased bouwen bekeken en kan er geleerd worden van de ervaringen. Vanaf 2024 zetten de partners zich in om het aantal biobased ge- of verbouwde woningen jaarlijks op te voeren tot 1.000 woningen in 2028

Aan de slag!

Nu de handtekeningen zijn gezet willen de Twentse Bouwboeren vooral aan de slag met alle mooie ambities. De businesscases van verschillende ketens worden gezamenlijk verder uitgewerkt en er wordt gewerkt aan een regiodeal. Het uiteindelijke doel is een zo groot mogelijk draagvlak van publieke en private partijen en kennisinstellingen die willen bijdragen aan de biobased ambities van Twente.

Wilt u nog aansluiten? Dat kan! Neem contact op met info@twentsebouwboeren.nl

Circulaire architectuur wordt gestimuleerd met zeven voorbeeldprojecten

In Friesland hebben zeven architectenbureaus zich verenigd in het samenwerkingsverband CRAFT+. Samen zetten ze zich in om circulaire en regeneratieve ontwerpen in de architectuur te bevorderen. Zij lanceren een ambitieus onderzoeksproject om circulaire en regeneratieve ontwerpen in de architectuur te bevorderen.

In het kader van het onderzoeksproject hebben de zeven architectenbureaus elk hun eigen project aangedragen, waarin ze de principes van circulair ontwerpen toepassen. Hiermee wil CRAFT+ andere partijen in Nederland inspireren, stimuleren en van waardevolle kennis delen over circulaire en biobased ontwerpen. De projecten worden ook ingezet als praktijkvoorbeelden van circulariteit in actie en om de toepassing van biobased materialen in de bouw te bevorderen.

Workshops

Elk van de zeven leden van CRAFT+ organiseert een workshop, waarbij ze hun kennis en ambities op het gebied van circulariteit delen aan de hand van het concrete project delen met elkaar.  Elke workshop focust een ander aspect van circulariteit in de architectuur.

De zeven architectenbureaus van CRAFT+ en de projecten zijn:
1. INBO – Transformatie busstation Heerenveen
2. Wind Groep – Hof van Lemmer
3. Phi/Achterbosch – Friese kerken
4. GEAR – De Waddeneilanden
5. Zantman – Bio Bizz Hub Balk
6. Achterbosch/Phi – Gezond biobased wonen
7. Alynia – Paard van Friesland

In het voorjaar van 2024 presenteert en publiceert CRAFT+ de resultaten van het onderzoek.

Dit initiatief is onderdeel van de bredere inzet van vereniging Circulair Friesland om de circulaire (bouw)economie in Friesland te bevorderen.

 

 

Tweede sessie Van Land tot Pand in West-Brabant: “Noodzaak biobased bouwen neemt toe”

Wat kosten de grondstoffen voor biobased bouwen? Welke materialen gebruik je? Hoe kunnen we de hele keten activeren? Tijdens de tweede kennissessie ‘Van Land tot Pand’ over biobased (ver)bouwen in West-Brabant stonden deze vragen centraal. De sessies worden georganiseerd door Building Balance, Rabobank, REWIN, Impuls Zeeland, Circulair bouwen Zeeland en Regio West-Brabant (RWB).

In totaal zijn er vier bijeenkomsten, waar agrariërs, bouwbedrijven en woningcorporaties uit de regio zien hoe ze elkaar kunnen versterken om aan de groeiende vraag naar biobased bouwen te voldoen. En wat ze daarvoor met elkaar moeten organiseren. “Biobased bouwen wordt steeds aantrekkelijker. En er wordt niet alleen over gepraat, maar bouwbedrijven gaan actief met biobased materialen werken. Boeren kiezen voor gewassen die daar geschikt voor zijn”, vertelt Cor van Oers activator agrarisch sector bij Building Balance. “De noodzaak om te veranderen neemt toe.”

Nieuwe materialen, andere gewassen

Biobased bouwen richt zich op het toepassen van plantaardig, herbruikbaar materiaal in gebouwen. Gewassen als hennep, vlas of miscanthus bevatten natuurlijke vezels die gebruikt kunnen worden als isolatiemateriaal. Ook houtbouw is een goed voorbeeld van biobased bouwen. Er is innovatie in de keten nodig om deze gewassen te telen, te verwerken tot bouwmateriaal en toe te passen in de bouw.

Aan de slag

De urgentie om niet alleen over biobased bouwen en verbouwen te praten is bij alle partijen duidelijk merkbaar. Zo zegt Eric Segeren van modulaire bouwer The Box System: “Wij willen vooral beginnen. We hebben al gesprekken met REWIN en willen ook daadwerkelijk aan de slag om woningen te bouwen op basis van biobased bouwmateriaal.”

Marc van der Bol, akkerbouwer uit Moerstraten (gemeente Roosendaal), sluit zich daarbij aan: “Als agrariër wil je gewoon starten met het telen van gewassen die dienen als grondstof voor biobased bouwmateriaal. Dat kan alleen als we weten dat er ook vraag vanuit de markt is. Daarna is het een kwestie van gewoon beginnen en zien of het een succes wordt. Ik en andere jonge agrariërs kijken in elk geval positief naar de ontwikkelingen.”

Drempels

Er zijn volgens de aanwezigen nog wel enkele drempels te overwinnen zijn, wat betreft wet- en regelgeving, certificeringen en ook verdienmodellen voor agrariërs en ontwikkelaars. Al zijn er na de sessie vooral positieve geluiden te horen dat daar verandering in kan komen. Want ook ontmoetingen en netwerken zijn belangrijke redenen om ‘Van Land tot Pand’ te organiseren. In de hoop dat de verschillende partijen uit de keten elkaar (beter) weten te vinden.

Meer informatie

In de twee volgende sessies zoomen de deelnemers in op hoe je als schakel in de keten het verschil kunt maken, wat daarvoor nodig is en hoe je door ketensamenwerking een goed resultaat kunt bereiken.

Wil je de volgende keer aansluiten? Neem dan contact op met ketenregisseur Mark Kok via mark@buildingbalance.eu.

Dit is een artikel van Regio West-Brabant

Twente zet in op een biobased toekomst: samenwerking tussen boeren, bouwers en gemeenten

Boeren en bouwers in Twente bundelen hun krachten om de agrarische- en bouwsector te verduurzamen. Samen werken zij aan een eerlijke en rendabele keten van land naar pand. Ook Twentse gemeenten kunnen hier een actieve rol in spelen en bijdragen aan deze transitie.

Twentse Bouwboeren: bouwen aan een circulaire keten

In de overgang naar een biobased economie ondersteunt Building Balance boeren, industrie en bouwsectoren bij het werken met vezelgewassen. Dit gebeurt onder andere in Twente via het project Twentse Bouwboeren, dat boeren en bouwers samenbrengt om de teelt en toepassing van biobased gewassen en bouwmaterialen te stimuleren.

De ketenregisseurs, Janneke Paalhaar en Eric Versteeg, zorgen voor verbinding tussen de partijen. Het initiatief wordt gedragen door De Land Bouwers, Waterschap Vechtstromen, Stichting Pioneering, de Rabobank, TAUW Foundation en Building Balance.

Voor boeren biedt extensivering naar vezelteelten een kansrijk verdienmodel, terwijl de bouwsector hiermee werkt met duurzame, CO2-opslagende en geopolitiek onafhankelijke materialen. De ontwikkeling van deze keten vraagt om samenwerking: boeren investeren pas in nieuwe teelten als er afnamegarantie is, industrieën schalen productie op als er voldoende aanbod is, en bouwers kunnen biobased bouwen als materialen beschikbaar zijn.

Een belangrijke, maar nog onderbenutte schakel in deze keten is de rol van Twentse gemeenten. Zij kunnen met beleid en stimulerende maatregelen bijdragen aan de groei van een regionale biobased economie.

Hoe gemeenten de biobased transitie kunnen versnellen

In het bouwdomein:

  • Biobased ambities opnemen in gemeentelijk grondbeleid, bijvoorbeeld als percentage in de private koopovereenkomst.
  • Via het energieloket en verduurzamingsregelingen biobased isolatiematerialen stimuleren.
  • Afspraken maken met woningcorporaties over biobased bouwen en renoveren.
  • Informatieavonden organiseren voor bewoners over de voordelen van biobased materialen.
  • Bij verkoop van vrije kavels kopers actief informeren over biobased bouwen.
  • Inbreiding, uitbouw en optopping stimuleren, waarbij lichte biobased materialen voordelen bieden.
  • Groene bouwleges invoeren voor projecten die aantoonbaar CO2-negatief bouwen.
  • Biobased bouw opnemen in stedenbouwkundige plannen, bijvoorbeeld door niet direct op hoogbouw te sturen.
  • Biobased materialen inzetten voor tijdelijke huisvesting vanwege voordelen als thermisch comfort en losmaakbaarheid.
  • Samen met Twentse Bouwboeren lokale ketens ontwikkelen, waarbij productie en afname zo lokaal mogelijk plaatsvinden.
  • Bouwers en projectontwikkelaars betrekken bij het formuleren van biobased ambities in gemeentelijke convenanten.
  • CO2-intensieve gevelmaterialen ontmoedigen via de welstandsnota en alternatieve materialen stimuleren.

In het agrarische domein:

  • Een kansenkaart opstellen in samenwerking met Waterschap Vechtstromen, dat water en bodem als leidende principes hanteert.
  • Keukentafelgesprekken voeren met agrariërs over de mogelijkheden van vezelteelten, bijvoorbeeld via erfcoaches en agrarische collectieven.
  • Biobased teelten koppelen aan natuurbeheer, stikstofreductie en plattelandsontwikkeling.
  • Actief participeren in het project Twentse Bouwboeren.
  • Piekbelasters benaderen en ondersteunen bij de omschakeling naar extensieve landbouw met vezelgewassen.
  • Onderzoeken of vrijgekomen agrarische gebouwen ingezet kunnen worden voor kleinschalige verwerking van vezels tot bouwmaterialen.
  • Informatieavonden organiseren voor agrariërs over de kansen van vezelteelten.

In ketenontwikkeling:

  • Koppelingen maken met PPLG-plannen waar gemeenten al bij betrokken zijn.
  • Twentse sectoren stimuleren om zich aan te sluiten bij Twentse Bouwboeren en biobased ketens te versterken.

Deze lijst is niet uitputtend en wordt regelmatig bijgewerkt. Zijn er andere maatregelen die gemeenten kunnen nemen? Laat het ons weten!

📍 Volgende bijeenkomst: 25 september 2023
Op 25 september vindt de volgende ketenbijeenkomst plaats in Enschede. Tijdens deze bijeenkomst tekenen betrokken ondernemers een commitmentverklaring om de biobased economie in Twente verder te versterken.

Wil je als gemeente hierbij aansluiten of meer weten? Neem contact met ons op via 📧 info@twentsebouwboeren.nl

Koplopersgroepen plaatmateriaal tekenen intentieverklaring

Half september 2023 tekenden twee koplopersgroepen een intentieverklaring om samen te werken aan de opschaling van biobased plaatmateriaal. Deze koplopersgroepen bestaan uit diverse partijen uit de bouwketen die biobased bouwen stimuleren. Samen onderzoeken we wat nodig is om de productie van deze materialen op te schalen en welke schaal nodig is voor een goede businesscase.

Toepassingsmogelijkheden en eisen

De deelnemers aan de koplopersgroepen kijken gezamenlijk naar de toepassingsmogelijkheden van biobased plaatmaterialen. En aan welke eisen die toepassingsgebieden moeten voldoen om aan te sluiten op de behoefte van de bouwsector. Het gaat om twee soorten biobased plaatmateriaal. Ecor is een fabrikant van een biobased binnenplaat op basis van water en vezels. Biopanel is een waterafstotende biocomposiet met veel verschillende toepassingsmogelijkheden. Van profielen en stopcontacten, tot gevelpanelen en dakbedekking.

Inspanningsverplichting

De partijen tekenden een intentieverklaring waarin zij aangeven:

  • Mee te denken over producttoepassing die interessant zijn voor de Nederlandse bouw. En voor welke segmenten;
  • Te helpen de (minimale) producteisen per toepassing vast te stellen, wat betreft techniek, kosten, verwerking ect.;
  • Technische specificaties van de huidige producten in te brengen;
  • De eisen af te stemmen met mensen die er daadwerkelijk mee gaan werken;
  • Eventueel bij te dragen aan praktijktesten, waarvan we de resultaten delen;
  • Producten die goed uit de test komen in de komende jaren af te nemen;
  • Op te treden als ambassadeur van producten die aan de verwachtingen voldoen.

Analyse van afzetkansen

Er vinden de komende maanden vier bijeenkomsten plaats. Tijdens de eerste bijeenkomst is een longlists van circa 30 toepassingsmogelijkheden per plaatmateriaal ingekort tot een shortlist van zo’n 5 kansrijke producten. Die worden nu nader onderzocht. De geselecteerde kansrijke toepassingen zijn voor Ecor: constructie gevel, dak, aftimmerwerk en binnenwanden. Voor Biopanel zijn dat: dakbedekking voor hellend dak, gevelbekleding, badkamerwanden, alternatief voor aluminium hang- en sluitwerk, stopcontacten, doorvoeren ect. en verkeersborden.

Tijdens de volgende bijeenkomst wordt besloten met welke product/marktcombinaties we doorgaan en wat voor testen nog noodzakelijk zijn. Tijdens de derde bijeenkomst staan de resultaten van deze testen centraal. De vierde bijeenkomst richt zich op het inrichten van de afzet. Met welke partijen zouden we hoeveel vierkante meters kunnen realiseren in de komende jaren?

Meedoen?

Produceert u ook biobased plaatmateriaal en wilt u de uitkomsten van de eerste sessie ontvangen en/of samenwerken met Building Balance? Neem dan contact op met marjet@buildingbalance.eu

Heeft u interesse om de biobased plaatmateriaal af te nemen? Dan kunt u vanaf de derde sessie – waar de resultaten van de testen worden gepresenteerd – instromen. Neem hiervoor ook contact op met marjet@buildingbalance.eu

Deelnemers koplopersgroepen

Voor Ecor tekende de volgende partijen de Intentieverklaring om samen te werken aan opschaling:
Hendriks Bouw en Ontwikkeling, KnaapenGroep, Lenferink Vastgoedonderhoud, Bolton Groep, Linex Prefab Daksystemen, Heijmans, Dura Vermeer, Geurts, Baars & Bloemhoff, VORM Holding en Bouwcenter Nobel.

Voor Biopanel zijn dat:
Woningbouwvereniging Bergopwaarts, Hendriks Bouw en Ontwikkeling, Heijmans, Dura Vermeer, Baars & Bloemhoff, VORM Holding, BMN Nederland, Ter Steege Bouw Vastgoed, Ballast Nedam West, Klomp, Van Dillen Bouwgroep en elk® groep.

We bedanken alle deelnemers aan de koplopersgroepen voor hun inzet tot nu toe!

 

 

Geslaagde inspiratiesessie met bewindslieden

Het gebruik van biogrondstoffen kan flink bijdragen aan de klimaat-, natuur- en circulaire doelen van Nederland. Voor de opschaling daarvan is het belangrijk dat er vertrouwen ontstaat dat het gebruik van biogrondstoffen door de overheid wordt gestimuleerd. Vanuit de andere kant is het voor de overheid belangrijk om zekerheid te krijgen dat bedrijven hun belofte ook echt kunnen waarmaken. Hoe kunnen we dat realiseren? Daarover gingen een aantal koplopers, aangesloten op het Nationaal programma Building Balance, in gesprek met minister Hugo de Jonge, minister Piet Adema en staatssecretaris Vivianne Heijnen

Onder leiding van moderater Lucas De Man werd er volop informatie gedeeld en gediscussieerd met de betrokken bewindspersonen die actief willen bijdragen aan de ambitie om biobased bouwen in Nederland te versnellen. Tijdens de sessie gaven diverse ketenpartijen een inhoudelijke toelichting:

  • Jan Willem van de Groep, programmaregisseur van Building Balance heeft in hoofdlijnen de kansen van biobased bouwen belicht en de uitdagingen die er liggen met betrekking tot het creëren van de goede opschalingscondities.
  • André Hoogendijk van BO Akkerbouw en melkveehouder Eric Kleissenvertelden over de kansen voor de landbouwsector wanneer ook wordt ingezet op de teelt van vezelgewassen als primaire grondstof voor natuurlijke bouw- en isolatiematerialen.
  • Marthijs Roorda van GreenInclusive gaf een toelichting over hoe het Friese bedrijf een natuurlijke waardeketen ontwikkelt, CO2 vastlegt en werkt aan een eerlijk en transparant verdienmodel voor alle betrokken ketenpartners.
  • Directeur Harwil De Jonge van Heijmans stipte de ambities van het bouwbedrijf aan om volop in te zetten op het toepassen van lokaal geproduceerde biobased bouwmaterialen en de uitdagingen die daar bij komen kijken.

In een open setting is er gesproken over de ontwikkelingen bij marktpartijen en de rol van de overheid om klimaat- en grondstoffenambities versneld te realiseren. In de komende weken wordt er door de marktpartijen, de ministeries en Building Balance gewerkt aan concrete vervolgstappen.

Ketensamenwerking ‘Boeren voor Biobased Bouwen’ breed gedragen

Op 6 juli committeren acht sectoren zich aan het vervolg van ‘Boeren voor Biobased Bouwen’. Vanuit een brede groep met zo’n 80 deelnemers vanuit de agrarische sector, de bouw en de overheid, geven zij een gezicht aan de enorme energie die er binnen de keten van plant tot pand aanwezig is. Binnen de samenwerking blijft ieder vanuit zijn eigen doelen het project aanjagen en een regionale ketensamenwerking voor biobased bouwen ondersteunen. Binnen het project komen meerdere transities bij elkaar waardoor het bijdraagt aan de klimaatdoelen, nieuw perspectief voor de landbouw, duurzaam bouwen, agrarisch natuurbeheer en toekomstgerichte landschapsinrichting. Het project wordt begeleid door het programma Building Balance, dat landelijke en regionale ketens initieert, stimuleert en ondersteund.

Nieuwe verdienmodellen voor duurzame toekomst

In de Regio stedendriehoek wordt met het project ‘Boeren voor Biobased Bouwen’ gewerkt aan een ketensamenwerking voor biobased bouwmaterialen. Het verbouwen van teeltgewassen, het verwerken van deze gewassen tot biobased bouwmaterialen en de toepassing van deze producten in Regio Stedendriehoek vormt een basis waar veel energie op zit. Naast de agrarische sector, verwerkers en (bouw)bedrijven, zijn ook corporaties, overheden en het waterschap actieve deelnemers in deze ketensamenwerking van plant tot pand. In elke fase van het proces wordt voor en door de deelnemers waarde toegevoegd voor het behalen van de klimaatdoelen. Dit kunnen nieuwe verdienmodellen zijn of nieuwe producten, maar ook een duurzame leefomgeving en een versnelde stap naar een biobased economie.

Ketenvorming sectoren

Pouwel lnberg, Gemeente Brummen:
“Ja, wij gaan door want wij vinden een goed toekomstperspectief voor onze boeren heel belangrijk. Daarnaast ondersteunen wij duurzaam bouwen. Tussen het telen van het gewas hennep tot het gebruik van het eindproduct in de bouw moeten veel verbindingen worden gelegd. Door dit project helpen we agrariërs bij het omschakelen naar alternatieve gewassen, én werken we toe naar duurzaam bouwen. Een mes dat aan twee kanten snijdt.”

Vincent Buitenhuis, Woningcorporatie Veluwonen:
“Ja, wij gaan door want als woningcorporatie verwachten onze huurders goede, comfortabele en gezonde woningen, voor jong en oud, nu en voor toekomstige generaties. Onze materiaalkeuze bij bouwen of renoveren is medebepalend voor de kwaliteit van de woning. Daarom is het gebruik van natuurlijke (biobased) materialen eigenlijk heel logisch wanneer wij aan de verwachtingen willen voldoen. Wij bouwen nog niet standaard biobased, maar hebben wel ambitie op dit punt. Ervaring en kennis in de praktijk opdoen, en als onderdeel van een regionale keten die nieuw perspectief biedt aan diverse sectoren. Veluwonen kan hiermee meerwaarde creëren bij het wonen aan de rand van de Veluwe!”

Richard van Hoorn, Waterschap Vallei en Veluwe:
“Ja, wij gaan als waterschap door omdat wij overtuigd zijn dat het telen van vezelgewassen een aanwinst is voor zowel de agrarisch ondernemer, ons leefmilieu en de transitie naar duurzamere bouwmaterialen. Een transitie is iets waar je als partners samen aan werkt in een gebied.”

Alfons van de Belt, agrariër:
“Ja, ik ga door omdat vezelhennep positief is voor bodem met een enorme beworteling, weinig mest nodig heeft, geen gewasbescherming en veel CO2 vastlegt. Ik lever hiermee een bijdrage aan de zoektocht naar een beter toekomstig verdienmodel voor boeren in de regio.”

Sjoerd Elgersma, Hofmeijer Voorst:
“Ja, wij gaan door want wij werken aan een eerlijk verdien model voor de gehele keten. Deze keten start bij de landbouw, dus zetten wij ons in voor vezelteelt met een gezond rendement voor boer en bodem. Waar gewenst ondersteunen wij hiermee de transitie van de sector, en dragen vanuit onze hoge duurzaamheidsambitie bij aan een toekomstbestendige regio.”

Rutger Vrielink, Heminkgroep:
“Ja, wij gaan door, want we hebben een enorme renovatieopgave waaraan we op een duurzame wijze invulling willen geven! Wij geloven in regionale ketensamenwerking en zien in biobased bouwmaterialen de toekomst. Alleen samen kunnen we deze duurzame transitie versnellen. In onze projecten bedienen we opdrachtgevers daarom met concrete duurzame en circulaire onderhouds – en renovatieoplossingen.”

Willem Hendrik van Randwijk, Dijkhof Bouw:
“Ja, wij gaan door want wij hebben een grote passie voor duurzaam en toekomstbestendig bouwen. Als bouwbedrijf werken wij graag met ketenpartners die intrinsiek gemotiveerd zijn om deze transitie met elkaar tot een succes te brengen. Naast het belang om op een duurzame manier te willen bouwen, vragen onze vaste opdrachtgevers ook steeds vaker naar duurzame en alternatieve manieren van bouwen, waarop biobased bouwen een antwoord is.”

Gerhard Hospers, BMN-Greenworks:
“Ja, wij gaan door, want als BMN Bouwmaterialen hechten wij veel waarde aan ketensamenwerking en het adviseren en vermarkten van duurzame bouwmaterialen middels ons Greenworks concept. Wij zien de gezamenlijke kansen voor agrariërs, bouwers en opdrachtgevers. Samen bouwen we aan een duurzamer Nederland.”

 

Tweede ketenbijeenkomst Twentse Bouwboeren Hengelo

Donderdag 29 juni vond de tweede ketenbijeenkomst met de Twentse bouwboeren plaats. Wij kijken hier vol energie en passie op terug.

Gedurende deze zomer wordt er in deelgroepen verder gewerkt aan de business cases van de verschillende ketens. De uitwerking hiervan wordt tijdens de volgende bijeenkomst ‘Intentiebijeenkomst Twentse Bouwboeren’ op 25 september 2023 gepresenteerd. Tevens zal er dan een feestelijk moment georganiseerd worden voor het tekenen van een commitmentverklaring. Verschillende partijen in de keten committeren zich daarmee aan het ondersteunen van en participeren in de opgave van biobased bouwketens. Er wordt deze zomer nog contact gelegd met alle deelnemers van deze sessie.

Lees hier het verdere verslag van deze ketenbijeenkomst. Vind hier de presentatie van deze ketenbijeenkomst.

Boer kan helpen bij groener bouwen

Het artikel “Boer kan helpen bij groener bouwen” in V-Focus juli 2023 belicht hoe boeren een cruciale rol kunnen spelen in het verduurzamen van de bouwsector door het telen van vezelgewassen zoals hennep en vlas. Deze gewassen dienen als grondstof voor biobased bouwmaterialen, wat niet alleen leidt tot een vermindering van CO₂-uitstoot in de bouw, maar ook nieuwe inkomstenbronnen creëert voor agrariërs. Het initiatief ‘Twentse Bouwboeren’ wordt als voorbeeld genoemd, waar lokale boeren en bouwers samenwerken om een regionale keten voor biobased bouwen op te zetten. Deze samenwerking draagt bij aan verbeterde bodem- en waterkwaliteit en bevordert de biodiversiteit. Het artikel benadrukt het belang van ketensamenwerking en regionale initiatieven om de transitie naar een circulaire en biobased economie te versnellen.
Lees het hele artikel hier: https://buildingbalance.eu/app/uploads/2023/09/V-focus_juli_2023_Boer-kan-helpen-bij-groener-bouwen.pdf

Kansen voor silphie en vezelhennep

Het telen van natuurlijke bouwmaterialen biedt kansen voor boeren, daarvan is ketenregisseur Janneke Paalhaar van de Twentse Bouwboeren overtuigd. In Twente wordt nu begonnen met vezelhennep, silphie, bamboe en olifantsgras. En in Salland met vezelhennep.

De Twentse Bouwboeren is een van de regionale projecten rond het verbouwen van zogeheten biobased grondstoffen voor de bouw. Het Twentse project wordt gesteund door onder meer Rabobank en waterschap Vechtstromen.

Janneke Paalhaar en Eric Versteeg zijn sinds begin dit jaar als ketenregisseur betrokken bij het project. Hun missie is duidelijk: het stimuleren van de verbouw van vezelgewassen in Twente en zorgen voor een (grotere) vraag hiernaar vanuit de bouwwereld.

Lees meer op de website van vee-en-gewas (via een gratis proefabonnement) of download hier het artikel.

Bron: Vee-en-Gewas.nl – Landbouwnieuws voor Oost-Nederland

Eerste Brabantse corporatiewoning verduurzaamd met lokale biobased grondstoffen

Op 22 juni is de eerste woning voortkomend uit de Brabantse corporatiedeal met door lokale boeren geteelde natuurlijke grondstoffen geïsoleerd. In Brabant werken diverse partijen binnen het project ‘Zuidoost-Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen’ aan het stimuleren en toepassen van meer lokale en natuurlijke grondstoffen in de Brabantse woningbouw.

Onder leiding van Rabobank, provincie Noord-Brabant en het landelijke transitieprogramma Building Balance wordt in Brabant gebouwd aan diverse ketens ‘van land tot pand’. Die houdt in dat de agrarische sector natuurlijke grondstoffen kan telen die verwerkt worden tot biobased bouwmaterialen. In het project ‘Zuidoost-Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen’ sloegen boeren, bouwers en dertien woningcorporaties dit voorjaar de handen ineen en zetten de schop in de grond om tot een haalbare en schaalbare samenwerking te komen.

De akker op

Jelle Bluemink, hoofd Bouwregelgeving en Bouwkwaliteit van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, kwam naar Brabant om het eerste succes van de keten in de praktijk te aanschouwen. Hij bezocht samen met de ketenpartijen een van de aangesloten akkerbouwers die onder andere graan en vezelhennep teelt. Het graanstro wordt ingezet voor inblaasisolatie en de vezelhennep wordt verwerkt tot isolatiewol.

Daken biobased isoleren

Vervolgens werd de corporatiewoning van woCom in Budel bezocht. Hier werd ter plekke een woning geïsoleerd met inblaasisolatie door strobouwdeskundige Wouter Klijn. De natuurlijke isolatie en de damp-open constructie zorgt ervoor dat de zolder goed wordt geïsoleerd tegen de kou in de winter en de hitte in de zomer. Dat laatste is, gegeven het klimaat, een welkome eigenschap die biobased isolatiematerialen van nature hebben.

Corporatiedeal

Corporatiebestuurder Mirjam Kräwinkel is erg blij met deze ontwikkeling: “Door lokale natuurlijke grondstoffen te gebruiken in onze woningen dragen we als woningcorporaties niet alleen bij aan het milieu, maar verlagen we de energierekening aanzienlijk en verbeteren we ook het leefklimaat van de woningen. We zijn trots dat we in dit project al zo snel concrete stappen zetten in de verduurzamingsslag.” Dit voorjaar ondertekenden de dertien woningcorporaties, die actief zijn in 21 gemeenten van de Metropoolregio Eindhoven (MRE), een commitmentverklaring om stapsgewijs binnen 5 jaar 100% biobased isolatiemateriaal toe te passen in hun sociale huurwoningen. Van land naar pand. De boeren zegden hierna toe om dit jaar circa 160 hectare vezelgewassen te telen. Deze grondstoffen worden vervolgens verwerkt tot bouwmaterialen die regionale bouwers gaan toepassen in de corporatiewoningen. De 13 samenwerkende woningcorporaties zijn Bergopwaarts, Compaen, Helpt Elkander, Goed Wonen, ‘thuis, Trudo, Volksbelang, woCom, Woningbelang, Woonbedrijf, Wooninc., Woonpartners en WSZ.

Zuidoost-Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen

Het project ‘Zuidoost Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen’ is samen met de Rabobank, provincie Noord-Brabant en Building Balance opgezet. Met succes, want inmiddels zetten Brabantse boeren 160 hectare stro, vlas, vezelhennep en sorghum in om de keten op gang te helpen. Dertien woningcorporaties en drie regionale bouwbedrijven maken zich hard voor het toepassen van de natuurlijke isolatiematerialen die van de geteelde gewassen worden gemaakt. Gedeputeerde Stijn Smeulders: “De ervaring en ketens die we in Zuidoost-Brabant opzetten, moeten leiden tot een volwaardige industrie. Met nieuwe verdienmodellen voor boeren en lokaal geteelde grondstoffen voor renovaties en nieuwbouw zetten we grote stappen naar duurzaam woningen bouwen.” 

Aftrap keten West-Brabant; ‘Regio heeft van oudsher veel potentie’

Woensdag 7 juni 2023 was het zover! De start van een nieuwe keten in Provincie Noord-Brabant. Na Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen en Vezelrijk Midden-Brabant kwam op woensdag 7 juni een flink gezelschap van boeren, verwerkers, bouwers en corporaties bij elkaar om de keten Van Land tot Pand in de Regio West Brabant op gang te brengen.

Op initiatief van Rabobank kring Zuid West Nederland, Regio West Brabant en Rewin West Brabant verkenden de aanwezigen voorzichtig de eerste stappen richting een samenwerking voor de teelt van Vezelgewassen en de verwerking en toepassing van nieuwe biobased materialen. Belangrijk voor deze ketenontwikkeling was de aanwezigheid van corporaties en bouwende projectontwikkelaars.

Verdienmodel voor de hele keten

Rabobank Directeur Johan Staes trapte af met een goede boodschap over de afwegingen van de oude naar de nieuwe economie. De belangrijkste voorwaarde voor een nieuwe keten is het verdienvermogen voor alle deelnemers aan de keten. Brabants ketenregisseur Harold van de Ven vertelde over Building Balance en bracht de nieuwe keten veel energie en perspectief voor de toekomst. De inspirerende voorbeelden uit de andere Building Balance ketens gaven veel vertrouwen om verdere samenwerkingen te onderzoeken

Petra Koenders , Mark Kok en Dirk van der Ven hadden een goed programma georganiseerd om de aanwezigen mee te nemen in reeds aanwezige ontwikkelingen in West Brabant. Al decennia wordt er namelijk in West-Brabant werk gemaakt gemaakt van de ‘Plant Based Economy’ in de Circular Biobased Delta en de Green Chemistry Campus.

Vezelboer Jan Versluis vertelde over zijn voormalige melkveehouderij, het oprichten van Zuivelfabriek de Graafstroom en de ontwikkelingen van familiebedrijf Versluis. Bedrijfsopvolging, mantelzorg, stikstofrechten en ombouwmogelijkheden; het kwam allemaal voorbij in zijn minzame bijdrage.

Gelukkig was er ruim de tijd om met elkaar mogelijke samenwerkingen te verkennen en elkaar vooruit te helpen in de gemeenschappelijke zorgen over CO2, Stikstof, Water, Bodem, Lucht en Biodiversiteit. De ruime ervaring in de ontwikkeling van biocompositieten en meervoudige verwaarding van gewassen zou hierbij goed van pas kunnen komen.

Vervolg

De bijeenkomst is het eerste deel uit een vierluik bijeenkomsten rondom biobased bouwen in West-Brabant. In de drie volgende sessies wordt met de deelnemers verder ingezoomd op hoe je als keten het verschil kunt maken, wat daar voor nodig is en hoe je door samenwerking een goed resultaat kunt bereiken. Bekijk ook de website van REWIN voor meer informatie over circulaire economie en plantbased ondernemen in West-Brabant. De volgende bijeenkomst is op 21 september.

Meer weten of heb je interesse om aan te sluiten? Neem dan contact op met ketenregisseur Harold van de Ven.

Green Deal Biobased (ver)bouwen in Salland

In 2030 worden in Salland 1.000 nieuwbouwwoningen en nog eens 2.000 bestaande woningen (deels) gebouwd of verbouwd met lokaal geproduceerde biobased bouwmaterialen. Jaarlijks. Dat is de intentie van de Green Deal rondom het project Biobased (ver)bouwen in Salland, die woensdag 30 mei door landbouwers, loonwerkers, verwerkers, bouw- en isolatiebedrijven, woningcorporaties, overheden, kenniscentra en Rabobank werd ondertekend. Projectleider Willem Rienks is positief over de haalbaarheid van de doelstelling: ‘Door samen een duurzame biobased bouwketen op te zetten, kunnen en willen we bijdragen aan de verduurzaming van de Sallandse bouw- en landbouwsector en de transitie naar een circulaire economie.’

Concrete stappen in 2023

Bij de ondertekening gaf akkerbouwer Willy Westenenk uit Raalte aan dat hij deze week zijn eerste hectares met vezelhennep inzaait. Het was even wachten op voldoende droog weer en dat is er inmiddels. Hij hoopt dat zo’n 100 dagen na het zaaien de eerste oogst kan beginnen. Het product wordt dan verwerkt door GreenInclusive tot isolatiedekens die dan begin 2024 daadwerkelijk in Sallandse nieuwbouw en renovatie projecten zullen worden toegepast. Salland Wonen en enkele Sallandse bouwbedrijven waaronder Tala willen de materialen in hun woningen gaan gebruiken.

Green Deal biobased (ver)bouwen in Salland

Bekijk hier de inhoud van de Green Deal:
Green Deal biobased (ver)bouwen in SallandGreen Deal biobased (ver)bouwen in Salland

Foto’s

 

Biobased bouwen speerpunt in Achterhoek

Van vezelplant tot isolatiemateriaal in woning. In de Achterhoek is dat al een paar jaar praktijk. Woningcorporatie Wonion in Ulft zette biobased bouwen op de kaart en trekt nu op met honderden regionale partijen. “Samen de duurzame omslag maken in een biobased keten is essentieel,” zegt directeur-bestuurder Gerrolt Ooijman. Kennis delen en opschalen, precies de doelen van Building Balance.

Gerrolt Ooijman (57) is aanjager en verbinder van Samen Biobased Bouwen in de Achterhoek. Nog geen twee jaar geleden lanceerde woningcorporatie Wonion, dat al in 2008 begon met de uitvoering van de energietransitie, het initiatief. “Duurzaamheid en circulariteit gaan over meer dan energie”, licht de directeur-bestuurder van de sociale verhuurder toe. “Duurzaamheid is breder. Je kijkt dan ook naar gebruik van natuurlijke grondstoffen als bouwmateriaal.” 

Om biobased bouwen van de grond te krijgen zocht Wonion de samenwerking met onder andere agrariërs, architecten, overheden en bouwers. Zij sloten zich aan en het enthousiasme om aan de slag te gaan was groot. Alle ketenpartners krijgen energie van de bijeenkomsten, die eens in de zes weken plaatsvinden, vertelt Ooijman. “Mensen delen kennis en horen wat de ander doet. Boeren horen bijvoorbeeld welke materialen bedrijven in de bouw nodig hebben. Op onze samenkomsten hoor ik veel nieuwe dingen. Zo was er een boer die een verhaal hield over de kwaliteit en de dikte van vezelstengels. Bleek dat er veel verschillende soorten vezelhennep bestaan. Dat wist ik niet! Als corporatie hebben we normaal gesproken geen contacten met agrariërs.” 

Stro

Op dit moment verbouwen zo’n tien tot vijftien agrariërs samen 25 hectare biobased grondstoffen, waaronder hennep, stro en miscanthus in de Achterhoek. Proefvelden met vlas zijn in de maak. Het zijn meest veehouders die een à twee hectare vezelteelt op hun bedrijf hebben. Samen Biobased Bouwen biedt hun een gegarandeerde afzet. Ze krijgen voor hun gewas bovendien een vaste prijs van hun afnemers. Belangrijke voordelen om potentiële telers over de streep te trekken, meent Ooijman. “We willen dat alle vezels die de bouwsector toepast in deze regio in de Achterhoek worden verbouwd. Als corporatie zijn we nu de eerste projecten met strobouw aan het uitproberen. In 2024 bouwen we twaalf nieuwe woningen waarbij we stro en vezels inblazen als isolatie. Voor de constructie gebruiken we hout.” 

Lisdodde

Ooijman is ervan overtuigd dat het areaal verbouwde vezelgewassen de komende jaren in de Achterhoek zal toenemen. “De interesse is er en zal zeker groeien. Wij zijn in deze regio kansrijk zowel wat gewassen als wat gronden betreft.” Ook in de combinatie van toepassingen van gewassen liggen kansen op diverse gebieden, verwacht Ooijman. “Vlaszaad bijvoorbeeld kun je ook gebruiken als diervoeding.” Het verbouwen van vezelgewassen kan ook een positieve invloed hebben op het landschap en de biodiversiteit. Ooijman: “Neem lisdodde, dat water kan vasthouden. Kan belangrijk zijn in een gebied met veel droogte.”  

Dampopen

Voor de bouwwereld hoeft het geen grote stap te zijn om biobased materiaal te gebruiken, meent de directeur-bestuurder. “Traditioneel isolatiemateriaal als glas- en steenwol en kunststof kun je heel eenvoudig vervangen door biobased. Het gebruik van natuurlijke grondstoffen staat in feite niet meer ter discussie. Doe je het niet, dan is dat zonde. Je maakt er namelijk een grote impact mee op het milieu en het klimaat. Want in het algemeen houden biobased producten CO2 vast, terwijl andere producten vaak CO2 nodig hebben bij de productie. Vezels zijn zeker niet duurder dan de traditionele isolatie. In onze nieuwbouw gebruiken we al vlas en we zijn op zoek naar andere duurzame materialen.”

Biobased in nieuwbouw kan overigens ook bijdragen aan een beter “ademend” en gezonder binnenklimaat, merkt Ooijman op. “Veel woningen zijn in het kader van duurzaamheid sterk geïsoleerd. Kieren werden gedicht. Ventilatie gebeurde mechanisch. Bij dampopen bouwen gebruik je natuurlijk isolatiemateriaal. Dat heeft vochtregulerende eigenschappen. Een woning of gebouw ademt vrij en kent daardoor geen vochtproblemen.”

Verdienmodel 

Belangrijk is hoe de productie van vezelgewassen vergroot kan worden. Voor verdere opschaling is een garantie voor afzet essentieel, meent Ooijman. “Je kunt hiervoor convenanten afsluiten. Dit is in Brabant gebeurd. Landelijk zou de overheid ook zo’n afnameregeling kunnen instellen. Daarmee stimuleer je de verbouw van vezelgewassen.” Wat Wonion doet is uitrekenen en duidelijk maken hoeveel vezelstoffen zij nodig heeft voor haar nieuw- en vernieuwbouw. “Wij garanderen boeren dat wij die hoeveelheid van hen afnemen.” Ook voor goede verdienmodellen is schaalgrootte nodig. Plaatmaterialen van natuurlijke grondstoffen bijvoorbeeld kunnen momenteel nog niet rendabel worden gefabriceerd. Ooijman: “De vraag is hoe je dit zo kunt organiseren dat de opbrengsten terugvloeien naar de telers en niet naar grote commerciële investeerders. Bij het stimuleren van biobased bouwen is een korte keten daarom essentieel, onderstreept hij. Daarom vindt hij Building Balance zo’n goed initiatief. “Veel partijen werken in dit project samen. Dan kun je echte stappen maken.”  

Samenwerken met lokale ketenpartners doet Wonion ook bij de ontwikkeling van een nieuw concept voor nieuwbouw. Ooijman: “De komende jaren willen we in de regio 1500 veelal levensloopbestendige sociale huurwoningen bouwen. Een groot deel daarvan moet via het nieuwe concept van volledige biobased bouw gebeuren. De huizen worden gebouwd met natuurlijke grondstoffen als hout en stro. Ook de kit, de verf en het plaatmateriaal willen we duurzaam hebben. Alle modules voor de nieuwbouw, zoals glas en kozijnen, nemen we bovendien van lokale partijen af.”

Boeren en bouwers kunnen samen optrekken en verduurzamen

Jan Willem van der Groep, Programmaleider Building Balance; “We kunnen echt impact maken.”

Het platform ChangeInc. interviewde Jan Willem over hoe de verbinding tussen boeren en bouwers. “De bouwsector is verantwoordelijk voor een groot deel van onze CO2 uitstoot. Als we hier een transitie kunnen maken doordat boeren overstappen op het verbouwen van “groenere bouwstoffen” kan ook de bouwsector verduurzamen.”

Jan Willem verwacht dat er in 2030 zo’n 50.000 hectare aan vezelgewassen verbouwd wordt in Nederland. Dit kan op eigen bodem verwerkt worden tot bouwmateriaal. Voor de boeren is dit goed nieuws want vezelteelten zorgen voor een alternatief verdienmodel.

Om dit te realiseren moeten we nog een aantal ‘kip-ei vraagstukken’ oplossen. Benieuwd welke dat zijn en hoe Jan-Willem daar tegen aan kijkt?

Lees je in het gehele interview op Change Inc. Of beluister de podcast via https://lnkd.in/gjHxvEAM.

“Stimulering vezelteelt via PPLG biedt nieuw perspectief”

Op dinsdag 16 mei vond het webinar Kansen voor biobased (ver)bouwen plaats in de studio van het Provinciehuis in Overijssel.

“We kunnen onszelf uit de shit bouwen”. In deze niet mis te verstane woorden maakte programmamanager Jasper van den Munckhof van Building Balance het belang van biobased bouwen duidelijk. “Dat biedt een nieuw groeiperspectief voor de bouwsector. Zo kan minister De Jonge zijn 900.000 woningen voor 2030 bouwen binnen de klimaatafspraken.” De ambities zijn hoog, schetste hij. “Er moet in totaal 50.000 ha vezelteelt in Nederland komen. Dat is 5 procent in elke regio. Daar zijn de komende tien jaar diverse fondsen voor.”  

Van den Munckhof vertelde dit dinsdagmiddag tijdens het webinar “Kansen voor biobased (ver)bouwen”, dat Building Balance organiseerde met de provincie Overijssel. Hij vertelde dat Building Balance al met veel grote en kleine bouwers heeft gesproken. “Ze zijn allemaal bezig met biobased. Er is enthousiasme. Er is vraag. De noodzaak ervan wordt gezien. Opdrachtgevers vragen ook vaak naar een circulair gebouw.” Door stijgende prijzen van huidige bouwmaterialen kunnen biobased producten sneller concurrerend worden, meent hij. Het belangrijkste is dat biobased materialen zorgen voor CO2-opslag in gebouwen. Een belangrijk klimaatdoel. Omdat er geen cement of beton wordt gebruikt, spaar je ook weer CO2 uit, dat bij de productie hiervan vrij komt. Vezelgewassen als isolatie zorgt voor een gezonder binnenklimaat, is duurzaam en creëert een nieuw perspectief voor de agrarische sector.”

De vraag naar vezels als bouwmateriaal is er dus wel. Maar hoe stimuleer je boeren om over te stappen op de teelt van vezelgewassen? Want voor hen is vooral belangrijk hoe je er geld mee kunt verdienen. Garantieregelingen kunnen hierbij helpen, denkt Van den Munckhof. Ook premies per hectare voor de vezelboer kunnen stimulerend werken. “Er is al een verdienmodel. Maar er moet een interventie komen. Dat kan een overgangsregeling zijn of een premie per hectare. Het NPLG biedt de kans om zo’n impuls te geven.” Van den Munckhof: “Zo’n garantieregeling past binnen het NPLG. Op die manier kun je boeren in het begin helpen bij hun omschakeling naar vezelteelt.”

Waterzuiverend

Onder meer kwam ter sprake wat het verbouwen van vezelgewassen betekent voor de doelstellingen van het Nationale Programma Landelijk Gebied (NPLG), en de doorvertaling daarvan per provincie. In die gebiedsprogramma’s komt te staan welke maatregelen provincies nemen om tegemoet te komen aan de doelen rond natuur, stikstof, klimaat, bodem en landbouw. De verbouw van vezelplanten helpt ook mee aan het Grondstofakkoord. Dat schrijft voor dat in 2030 55 procent van de grondstoffen circulair moeten zijn. Biobased kan verder een bijdrage leveren aan de Kaderrichtlijn Water. Vezelplanten kunnen water zuiveren en stikstof afvangen.

Eén van de provincies die daar al flink wat stappen in heeft gemaakt, is de provincie Overijssel. Zij ziet biobased ketens als een perspectief in zowel hun landbouwvisie als circulaire doelstellingen en geeft het daarom een plek in haar Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). “De kansen van biobased bouwen en verbouwen zijn groot. Het levert een bijdrage aan de natuur- water- en klimaatdoelen, zei Hero Klinker, Manager inhoud provinciaal programma landelijk gebied (PPLG) en programmamanager Circulaire Economie van de provincie Overijssel. Overijssel beschouwt biobased als “bijzonder kansrijk”. Van de in totaal 200.000 hectare landbouwgronden kan vijf procent biobased worden. 

Miranda Ebbekink, beleidsmedewerker Regionale Economie Overijssel, ziet vele voordelen: “Biobased teelt is extensief, er zijn weinig meststoffen nodig, het bindt CO2, is goed voor bodem en biodiversiteit en sommige teelten zijn waterzuiverend en droogtetolerant.”

Versnellingsprogramma biobased bouwen

Wel gaf ze aan dat je dit laatste met harde cijfers moet kunnen aantonen. En misschien zelfs wel juridisch moet kunnen onderbouwen. “Hoeveel bijen komen er op bepaalde bloemen van vezelgewassen af? Kunnen we dat hard maken? Met provinciale ecologen kijken we al naar dit soort vraagstukken.” 

Overijssel wil een Versnellingsprogramma opzetten voor biobased bouwen. Hierbij krijgen startende boeren die vezels willen telen, een transitievergoeding. Zij doen kennis op en kunnen die ook delen met anderen. De provincie zoekt uit hoe ze haar eigen regionale transitieagenda op bouwen, biomassa en voedsel kan verbinden met die van Building Balance. Zo wil Overijssel toewerken naar een gezonde landbouwsector in een gezonde omgeving.

Even belangrijk is overigens een sociaal en economisch sterk platteland. De verwachting is dat van het 200.000 hectare grote landbouwareaal er 180.000 hectare overblijft. “Op een deel daarvan kun je biobased ketens opzetten”, meent Ebbekink. Een belangrijke eigenschap van vezelplanten is dat ze CO2 opslaan. Dit kan ook in certificaten worden vastgelegd, die telers kunnen verkopen. Vezelteelten in de regio kunnen bovendien bijdragen aan natuurdoelen. “Als de boeren er ook geld mee verdienen, houd je een sterk plattelandsleven in stand.”

Veerkrachtig platteland

Ebbekink schetste dat de bouwsector in Overijssel zeer sterk is. Dat geldt ook voor de agrarische sector. “Als je beide met elkaar kunt verbinden, ontstaat er een nieuwe niche. Een nieuwe economische structuur die kan bijdragen aan de veerkracht van het platteland.”

Ondersteuning gebiedsprogramma’s NPLG

Jasper sluit de bijeenkomst af met een oproep: “Als er interesse is in het opnemen van de biobased keten als perspectief in uw provinciale doorvertaling van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) dan kan Building Balance helpen met het bepalen van de specifieke maatregelen. Op basis van de ervaringen uit de markt en voorbeelden van andere provincies kunnen we helpen een zo effectief mogelijk maatregelenpakket voor uw provincie op te nemen.”

Bekijk hier het adviesdocument Biobased ketens van land tot pand als belangrijke deeloplossing voor het NPLG & PPLG van Building Building Balance.

Presentaties

Webinar terugkijken

 

Starten met de Business Case voor biobased bouwen in Stedendriehoek

In de Regio Stedendriehoek wordt binnen het project Boeren voor Biobased Bouwen gewerkt aan een complete regionale ketensamenwerking voor de ontwikkeling, productie en toepassing van biobased bouwmaterialen. Na een introductiebijeenkomst en een werksessie met het hele netwerk, was de volgende stap om te kijken naar de haalbaarheid van een business case voor de biobased keten.

Bij koploper VDR Bouwgroep in Deventer kwamen op 16 mei de hennepverwerker Hempflax, regionale bouwers en diverse opdrachtgevers vanuit gemeentes en woningcorporaties bij elkaar om een plan te maken voor de toepassing van 60 hectare hennep die recent in de regio is gezaaid voor het project. Daar waar de eerste twee bijeenkomsten voornamelijk gericht waren op het ‘Waarom is dit van belang’, lag de focus nu op ‘Hoe kunnen we het ook echt gaan doen’.

Lees het gehele verslag op de website van Boeren voor Biobased Bouwen.

 

Vruchtbare startbijeenkomst Twentse Bouwboeren

Boeren en bouwers slaan de handen ineen voor een duurzamere toekomst! Op 19 april vond de startbijeenkomst plaats van Twentse Bouwboeren. In Kulturhus De Bijenkorf te Borne kwamen meer dan 50 deelnemers uit verschillende sectoren bijeen om de eerste stappen te zetten in deze regionale samenwerking tussen boeren en bouwers op het gebied van biobased bouwen. Het was een inspirerende bijeenkomst waarbij het enthousiasme van de deelnemers voelbaar was. Samen gaan zij de uitdaging aan om zowel de agrarische- als de bouwsector te verduurzamen en zo bij te dragen aan een betere wereld voor ons allemaal.

Diverse groep

Bij de bijeenkomst was een zeer divers gezelschap aanwezig, met deelnemers uit alle betrokken sectoren. Er waren boeren, verwerkers, bouwers/aannemers en vertegenwoordigers vanuit overheden en woningcorporaties aanwezig. Het was goed om te zien dat ook vanuit de woningcorporaties en overheden vertegenwoordigers aanwezig waren. Uit de eerste gesprekken en opmerkingen bleek namelijk dat de onzekere afzetmarkt en huidige regelgeving nog kritische punten zijn.

Namens Building Balance was Jasper van den Munckhof aanwezig om toelichting te geven op het concept biobased bouwmaterialen en de huidige stand van zaken. Hij nam de aanwezigen tijdens de bijeenkomst mee in de verschillende gewassen die geschikt zijn om biobased bouwmateriaal van te maken en vertelde over de bestaande toepassingen. Het programma Building Balance initieert, stimuleert en ondersteunt zelfstandige regionale en landelijke ketens; van land tot pand.

Connectie

Tijdens het plenaire gedeelte van de bijeenkomst werden er al over en weer vragen gesteld, waarbij de open en betrokken houding van de deelnemers duidelijk werd. Hierna was het tijd om in kleinere groepen op te splitsen en hier verder op in te gaan. In vier groepen werd er nader kennis gemaakt en besproken wat partijen graag zouden willen bereiken middels dit project en wat zij hiervoor nodig hebben. Hieruit kwamen interessante inzichten voort. De boeren hebben vooral behoefte aan kennis over de teelt van de gewassen en financiële zekerheid. De bouw loopt hoofdzakelijk tegen certificering van de biobased materialen aan. Woningcorporaties kunnen een grote afzetmarkt vormen, wanneer zij overschakelen op (deels) verduurzamen en bouwen met biobased materialen. Prijsconcurrentie met gangbare materialen is dan een aandachtspunt. Naast deze zaken blijft het goed op elkaar aansluiten van de vraag en het aanbod een belangrijke kwestie. Het is daarom goed dat deze partijen binnen dit project in direct contact met elkaar komen. Daarnaast kunnen ook overheden een rol spelen binnen dit project met betrekking tot regulering of als financieel vangnet voor initiatiefnemers.

Toekomst

Het doel is om uiteindelijk tot rendabele regionale ketens te komen. Om dit te bereiken zal er actie nodig zijn. Eén van de uitkomsten van de bijeenkomst was dan ook dat betreffende sectoren op korte termijn diverse productieketens gaan verkennen. Op basis van de businesscases kunnen vervolgstappen gezet worden en verder afspraken gemaakt worden. Zo werken boeren en bouw binnen de regio Twente samen aan een toekomstbestendig verdienmodel.

Interessant was dat tijdens deze eerste bijeenkomst al direct iemand een aanbod deed van een badge recent geoogste silphie (zonnekroon). Een aantal mensen sprongen hierop in en probeerden direct verbindingen te leggen.

Dit enthousiasme toont aan dat de wil om samen een oplossing te zoeken aanwezig is bij de verschillende partijen! In een volgende bijeenkomst voor de agrarische sector, op 25 mei, komen experts aan het woord over de verschillende gewassen, het GLB en de verwaarding ervan. Het vervolg op de multidisciplinaire startbijeenkomst vindt plaats op donderdag 29 juni, hier worden de mogelijkheden voor ketenvorming binnen de regio Twente verder uitgewerkt.

Twentse Bouwboeren

Het doel van Twentse Bouwboeren is het samenbrengen van boeren en bouwers om binnen een regionale keten zowel de teelt als de toepassing van biobased gewassen en bouwmaterialen te kunnen organiseren. Het project focust op Twente, omdat de regio zowel één van de grootste bouweconomieën heeft als een sterke agrarische sector. Daarnaast resulteert het huidige agrarische systeem in een hoge stikstof en CO2 uitstoot en biodiversiteitsverlies.

Vezelgewassen, die gebruikt worden voor de productie van biobased bouwmaterialen, zijn daarentegen geschikt als extensieve teelt, met een positief effect op de water- en bodemkwaliteit. Ook verhogen ze de biodiversiteit, omdat het gebruik van pesticiden niet noodzakelijk is. Voor de agrarische sector kan het verbouwen van vezelgewassen een goed alternatief verdienmodel zijn, dat financiële zekerheid biedt. Ook kan het gebruik van biobased materialen uitkomst bieden voor de bouwsector, waar momenteel veel gebruik wordt gemaakt van CO2 intensieve materialen.

De bijeenkomst werd geleid door ketenregisseurs Janneke Paalhaar en Eric Versteeg. Het project is een initiatief van De Land Bouwers, Waterschap Vechtstromen, Stichting Pioneering, de Rabobank en Building Balance.

Ondersteuning voor transitie biobased bouwen van overheid

Het kabinet heeft een extra bedrag begroot voor het aanjagen en versnellen van biobased bouwen. Hiermee kan de ontwikkeling van ketens van land tot pand worden versneld. Jan Willem van de Groep, programmaregisseur Building Balance, is erg content met het kabinetsbesluit: “We willen graag een grote bijdrage leveren aan de gevraagde transitie(s), door de goedkeuring van het kabinet komt er de nodige funding vrij waardoor we kunnen opschalen en infrastructuren kunnen implementeren die zowel voor boeren, industrie en bouwers tot de nodige product- en procesinnovaties zullen leiden.”

Ontwikkeling opschalingsplan

Building Balance werkt ondertussen samen met marktpartijen, gemeenten, provincies en de ministeries van LNV en BZK aan een voorstel voor de overheid om de transitie naar biobased bouwen te versnellen. Dit plan voorziet in concrete vervolgstappen die samen kunnen worden gezet om de gebouwde omgeving verder te verduurzamen en een substantiële bijdrage te leveren aan de Nationale emissiedoelstellingen; een jaarlijkse CO2-reductie van minimaal 1,5 Mton. Verder voorziet het plan in agrarische inkomensperspectief door in te zetten op de productie van natuurlijke grondstoffen in Nederland die als primaire of secundaire grondstof kunnen dienen voor een breed scala aan (bouw)producten.

In de komende weken wordt verder duidelijk op welke wijze Building Balance precies invulling gaat geven aan het opschalingsprogramma biobased bouwen. En, samen met de aangesloten partners, direct een vervolg kan geven aan de ingeslagen route.

Lees de volledige kamerbrief hier.

Kijktip: Huizen maken van Overijssels gewas

RTV Oost interviewt Eric Versteeg van Twentse Bouwboeren en Loraine Westerneng van Building Balance over de de nut en noodzaak om boeren en bouwers samen te brengen.

“Boeren die geld verdienen met gewassen waar de bouwsector huizen van bouwt. Ik geloof dat dit kan en dat in Overijssel grond geschikt is voor bijvoorbeeld hennep en vlas. Maar er moet wel een goed verdienmodel tegenover staan, anders gaan boeren niet overstappen.” Eric Versteeg van de Twentse Bouwboeren is overtuigd van de nut en noodzaak om boeren en bouwers samen te brengen.

Groener bouwen

Bij de productie van gangbare bouwmaterialen zoals cement komt veel CO2 vrij, een broeikasgas. Die uitstoot moet drastisch omlaag. Daarom wordt door de bouwsector gezocht naar alternatieven om groener te bouwen. Een stap vooruit is stimuleren van teelt en gebruik van biobased bouwmaterialen. Dat zijn bouwmaterialen die ecologisch verantwoord zijn geteeld en hernieuwbaar zijn, zoals hout, hennep, vlas of olifantengras. Deze teelten helpen om de bodemstructuur te verbeteren en de stikstofuitstoot te verminderen en houden juist koolstof vast.

Volgens Versteeg een win-win situatie voor boeren, bouwers en onze leefomgeving. In Twente is binnenkort een informatie bijeenkomst om ‘bouwboeren’ enthousiast te maken deze gewassen te gaan telen.

Van land tot pand

Loraine Westerneng (foto) van Building Balance legt in Bij Oost Vandaag uit dat er al gewassen worden geteeld, maar dat het nog niet op hele grote schaal gebeurt. Het concept van Land tot Pand wordt gesteund door de overheid. “De noodzaak is er, we hebben een klimaatopgave, een stikstofopgave, we willen de biodiversiteit en onze waterkwaliteit vergroten. Dat kan met dit soort gewassen. Door samenwerking te zoeken, van Land tot Pand, van boer tot woning, dragen we met elkaar bij aan oplossingen.”

Lees en kijk verder op: Huizen maken van Overijssels gewas, Twentse Bouwboeren brengen boer en bouwer bij elkaar – RTV Oost.

Bron: We-Grow & RTV Oost

Change Inc. Roundtable: hoe boeren en bouwers samen kunnen verduurzamen

Zowel de bouw- als de landbouwsector staat de aankomende jaren voor een gi-gan-tische verduurzamingsopgave. Maar goed nieuws: de sectoren kunnen elkaar uitstekend ondersteunen. Bijvoorbeeld in de vorm van biobased ketens tussen boer en bouwer. Hoe krijgen we dergelijke ketens van de grond? En wat zijn daarbij de uitdagingen? Tijdens de Change Inc. Roundtable op dinsdag 18 april gingen vier experts daarover in gesprek.

Bouwsector aan de slag met biobased

Speciaal voor bouwers, ontwikkelaars en corporaties organiseerden Building Balance een bijeenkomst om meer inzicht te krijgen in de behoefte naar biobased producten en de uitdagingen die er nu nog zijn om die keuze te maken.

Diverse bedrijven met mooie biobased oplossingen vertelden over hun producten en wat ze nodig hebben om verder op te kunnen schalen. Juist door de schaal kunnen we niet alleen certificering goed regelen maar ook zorgen dat er op prijsniveau geconcurreerd kan worden met – niet biobased – alternatieven.

Momenteel zijn we bezig met het vormen van een koplopersgroep. Wil jij ook mee pionieren en aan de slag met biobased plaatmaterialen of inblaasisolatie om te onderzoeken of ze aansluiten op de behoefte. Neem dan contact op met Marjet Rutten (marjet@buildingbalance.eu).

Rabobank werkt samen met Building Balance en WeGrow voor biobased bouwen: ‘van land tot pand’

Een volledig circulaire economie en verdere verduurzaming van onze landbouwsector? Biobased bouwen biedt een oplossingsrichting voor deze opgaven. Daarom werken de Rabobank en Building Balance samen aan regionale en landelijke ketens tussen boeren, verwerkers en bouwers. Samen zorgen we voor het stimuleren van de teelt, verwerking en het gebruik van biogrondstoffen in de bouw. Én aan het economisch haalbaar maken om zo versneld op te schalen. Met WeGrow trekken we samen op voor kennisdeling in deze nieuwe ketens.

Partners om verbindingen te maken in de keten

In 2022 besloot de Rabobank om een partnerschap aan te gaan met Building Balance. De komende vier jaar zullen 13 regionale waardeketens biobased bouwen opgezet worden: ‘van land naar pand’. Deze nieuwe ketens creëren nieuwe communities van boeren en bouwers. Om vervolgens pro actief kennis en ervaringen te delen, is Rabobank founding partner geworden van het initiatief WeGrow. Dit platform is op 12 april gelanceerd en beoogt de transitie van biobased bouwen te versnellen door kennisdeling en bijeenkomsten. Minister Adema van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) opent dit nieuwe platform binnenkort officieel. De initiatiefnemers van dit platform zijn Ballast Nedam Development, Merosch, LTO Bedrijven en SWP.

Martje Fraaije, programmamanager Circulair Ondernemen bij Rabobank: “Door onze agrarische klanten te verbinden aan klanten in de verwerkingsindustrie en de bouw dragen we bij aan de ontwikkeling van een geheel nieuwe keten: van boer, verwerker, bouwer tot hypotheek. Een keten die voor elke schakel kansen biedt in een uitdagende tijd van transities en veranderingen. Samen met Building Balance zijn er inmiddels al 20 regionale initiatieven waarmee ervaring wordt opgedaan met nieuwe businessmodellen en ketens. Zo zorgen we dat klanten die de omslag willen maken naar een meer toekomstbestendig businessmodel, zowel in de agrarische sector als in de bouw, elkaar kunnen vinden en daarmee een regionale keten kunnen opzetten. Rabobank faciliteert dit graag. In de vorm partnerschappen met Building Balance en WeGrow of via onze producten zoals de Rabo Impactlening en Rabo Innovatielening”.