Wilg of iets nieuws? Op zoek naar beste circulaire oeverbescherming

Ons waterrijke land kent duizenden kilometers oeverbescherming. Nu bevat dat vaak hardhout, kunststof of staal. Maar ook in de Grond-, Weg en Waterbouw (GWW) liggen kansen om met Nederlandse vezels biobased producten te ontwikkelen. In een bijzondere pilot testen twee aanbieders hun product voor oeverbescherming: wilg en biocomposiet. De testlocatie opende deze week in het Gelderse Hellouw.

Aan een sloot langs de werf van Van Aalsburg, specialist in wilgenhout, liggen twee oeverbeschermingen: één van wilgentenen en één van biocomposiet Nabasco van het Delftse bedrijf NPSP. Beide prototypen worden de komende maanden getest op bijvoorbeeld levensduur, techniek en kerende hoogte. Het onderzoek vindt plaats in opdracht van de waterschappen Rivierenland, Zuiderzeeland en Vallei en Veluwe, Rijkswaterstaat en de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA).

Impact op milieu kan flink omlaag

“Een zeldzaam brede groep opdrachtgevers”, zegt Hetty Huijs van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die de zoektocht ondersteunt. Via een Small Business Innovation Research (SBIR) worden dit jaar de haalbaarheid en prototypes onderzocht van nieuwe biobased en circulaire oeverbescherming.  De opdrachtgevers willen daarmee alternatieven vinden voor bijvoorbeeld hardhout, plastic of staal en zo hun impact op het milieu verkleinen. “Elk jaar vervangen alleen wij al kilometers aan beschoeiingen”, zegt heemraad Kees Romijn van Waterschap Rivierenland. “Opgeteld praat je bij de waterschappen in heel Nederland over ruim 1200 kilometer in tien jaar. Dat is nogal een voetafdruk. We willen werken aan onze klimaatdoelen, ook in onze oevers.”

Wilgentenen en nieuwe materialen onder de loep

De uitdaging is dat oeverbescherming deels onder en deels boven water zit en alle natuurkrachten te verduren krijgt. “Wilg kan wat hebben”, weet Dick van Aalsburg, die met zijn familiebedrijf een oud ambacht in een moderne jas steekt. “Van zinkstukken tot beschoeiingen, wilgentenen en samengebonden ‘wiepen’ zijn al eeuwen onmisbaar in de waterbouw. Aan kwaliteit en ervaring geen gebrek, nu de onderbouwing.”

In Delft werkt NPSP juist aan nieuwe ‘samengestelde materialen’ of composieten. De combinaties van bijvoorbeeld resten van suikerriet, materiaal uit rioolwater en natuurlijke vezels als hennep of vlas zijn geheel biobased. NPSP bouwde er al gevels en treinen van. Directeur Mark Lepelaar vertrouwt erop dat het biobased composiet Nabasco ook een goede oeverbescherming is: “Deze test gaat ons vertellen of deze toepassing ook toekomst heeft.” Het onderzoek loopt tot het einde van dit jaar. De oeverbescherming wordt getest tot een kerende hoogte van maar liefst zes meter.

Doelen NABB

In de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) speelt de verduurzaming van de GWW een belangrijke rol. Voor oeverbescherming is het doel om in 2030 meer dan 30% van nieuwe oeverbeschermingen te maken van biocomposieten of andere biobased materialen. Hiervoor worden de komende jaren diverse interventies uitgevoerd, gericht op de ontwikkeling en opschaling van gewas-product-markt-combinaties en de juiste condities om deze opschaling te ondersteunen en te stimuleren.

Biobased heeft onze aandacht!

Vincent Buitenhuis en Bart van Gogh, Corporatie Veluwonen

Duurzaam bouwen staat als thema al enige tijd op de radar van Veluwonen. Ze zijn al een tijd aangesloten bij een van de regionale ketensamenwerkingen in het land; bij Boeren voor Biobased Bouwen in de Stedendriehoek. Vanuit individuele interesse van collega’s is er een paar keer aan het thema gesnuffeld, maar het is nog niet verankerd in het bouw- en renovatieprogramma bij de corporatie. Het besef dat bouwen met materialen, die hernieuwbaar zijn en een kleinere milieu-impact hebben nodig is, is er. Maar als kleinere woningcorporatie was duurzaam bouwen, in de volgordelijkheid van dingen, nog geen topprioriteit.

Verbinding van schakels

De start van het ketenproject Boeren voor Biobased Bouwen begin ‘23, in ‘de achtertuin’ van de in Brummen gevestigde corporatie Veluwonen, bracht daarin verandering in. Dat deze achtertuin ook letterlijk het uitzicht is van de directeur-bestuurder, heeft ook een handje geholpen om het belang van biobased bouwen op een meer persoonlijke manier voor het voetlicht te brengen. “Onze buren zijn immers de boerenbedrijven voor wie het de vraag is, op welke manier ze hun huidige bedrijf kunnen voortzetten. Hoe mooi is het om dat regionaal te kunnen verbinden met onze nieuwbouw- en verduurzamingsopgave”, aldus directeur bestuurder Vincent Buitenhuis. 

Het ketenproject Boeren voor Biobased Bouwen biedt de organisatie handvatten om de verbinding tussen de schakels versneld te organiseren. In de markt van regionaal geteelde biobased producten kan de corporatie in haar rol als opdrachtgever van projecten de keten sluitend maken. “De noodzaak, om biobased producten meer toe te passen, is sinds de deelname in het project echt op de kaart gekomen. Maar ook de inspiratie door andere partners in het project helpt ons om kansen en mogelijkheden verder te ontwikkelen en te benutten”, zegt Bart van Gogh, manager Duurzaamheid. 

Corporaties aan zet

De vraag van Aedes aan Veluwonen om een deel van het middagprogramma te verzorgen tijdens de Aedes Corporatiedag 2024 viel min of meer samen met de herhaalde pogingen om meer corporaties in onze regio te betrekken bij het ketenproject. Waar sommige corporaties zeer ondernemend zijn in het ontwikkelen van biobased projecten, zijn anderen meer afwachtend en soms ook weifelend. Moeten we met z’n allen wel de kant op van houtbouw, het gebruik van natuurlijke materialen? Gaat dit wel bijdragen aan de gestelde doelen? Vragen die wij onszelf ook stellen. 

De Aedes Corporatiedag 2024 bood Veluwonen de gelegenheid om haar eigen zoekproces, en die van andere corporaties, centraal te stellen in een gesprek hierover tussen collega-corporaties en experts. Onder het motto “Biobased bouwen is teamsport” werd er aangesloten bij het overkoepelende thema “Volkshuisvesting is topsport!” Juist omdat vernieuwing en innovatie in het bouwen van betaalbare huizen grensverleggende samenwerking vraagt tussen verschillende partijen. Teamsport dus!

Biobased bouwen gaat niet vanzelf

We leven nu nog in een tijd dat het een keuze is om in een bouw- of renovatieproces te kiezen voor een ontwerp of een plan met biobased materialen. Het perspectief is dat dit in de toekomst anders zal liggen als er een verplichting komt vanuit het rijk of gemeenten. Maar nog relevanter wordt het wanneer de prijsontwikkeling van minerale bouwmaterialen zal leiden tot kostenstijgingen en onzekerheden. Biobased grondstoffen worden dan vanzelf het betere of zelfs enige alternatief. 

Vincent Buitenhuis: “Omdat biobased nu nog een keuze is, hebben we de kans om vooruitstrevend te zijn. Daarbij moeten we wel zorgen dat alle betrokken collega’s binnen Veluwonen goed zijn aangehaakt, vanuit verschillende perspectieven.  En dat gaat breder dan alleen het perspectief ‘beter voor de planeet’. Een projectleider kijkt ook naar de bouwkwaliteit en het bouwproject. Een woonmakelaar kijkt naar het bieden van een comfortabel huis voor woningzoekenden dat goed verhuurbaar is. Een vastgoedregisseur kijkt naar het planmatig onderhoud en hoe vaak we bij een huis langs moeten gaan om het onderhoud uit te voeren. Die perspectieven moeten goed met elkaar in balans zijn.”  

Het vraagt kortom een verbinding door het open gesprek te voeren met alle collega’s vanuit verschillende perspectieven, die een rol hebben in de keten van het bouwen, onderhouden en verbeteren van huizen. Door mensen te betrekken en te informeren. Door oog en oor te hebben voor de zorgen die professionals hebben wanneer er bepaalde dingen anders moeten. 

We hebben nog een weg te gaan

Veluwonen heeft enige ervaring opgedaan met het van binnenuit isoleren van daken met behulp van hennepisolatie. Verder is er op beperkte schaal gewerkt met bamboe elementen om bestaande huizen te verbeteren. In 2024 wordt in Eerbeek een woonblok gebouwd met geprefabriceerde huizen op basis van een CLT houten constructie. Van de materialen die in de huizen zijn toegepast kan 80 procent oneindig hergebruikt worden. 

“Voor een sloop-nieuwbouw project, in een karakteristieke fabriekswijk in Eerbeek, gaan we met de aannemer onderzoeken hoe we een duurzaamheidsplus waarde kunnen realiseren via de keuze in ontwerp en bouwmaterialen. Eén van de uitdagingen die hier ligt, is de inpasbaarheid van een duurzaam gebouwontwerp in een bestaande buurt. Hierbij kan de rol van de gemeente bepalend worden. Ook die neus zal dan dezelfde kant op moeten wijzen” zegt Bart van Gogh. 

In 2026 moet de eerste fase van dit project van start gaan, in 2028 kan er dan samen met de huurders uitgekeken worden naar mooie, gezonde, duurzame huizen, gebouwd met biobased materialen uit eigen regio. “Dit project kan een startpunt zijn van de doorontwikkeling van biobased huizen, hopelijk een nieuwe standaard in ons woningprogramma!”, sluit Vincent Buitenhuis af.

Twentse Bouwboeren gaan vervolgfase in met Regio Deal Twente

‘Door samen een duurzame biobased bouwketen op te zetten, kunnen we bijdragen aan de verduurzaming van de Twentse bouw- en landbouwsector en de transitie naar een circulaire economie.’ Met deze ambitie krijgt Twentse Bouwboeren een vervolg in de komende vier jaar. Vanuit de Regio Deal Twente is er geld beschikbaar gesteld om de ketenontwikkeling verder te stimuleren en faciliteren. Samen met veel verschillende partijen uit de landbouw-, industrie- en bouwsector zetten we onze schouders eronder en gaan we de vervolgfase in.

Twentse Bouwboeren is begin 2023 gestart met de verkenning van de afzetketen van natuurlijke vezels voor de bouwsector. Initiatiefnemers van het eerste uur zijn De Land Bouwers, waterschap Vechtstromen, Rabobank, Pioneering, Tauw Foundation én Building Balance. Vezelgewassen op het land zorgen voor een gezondere bodem, een gunstig effect op de waterkwaliteit en het duurzaam vastleggen van CO2. Door het toe te passen als bouwmateriaal zorgen deze natuurlijke hernieuwbare materialen voor minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en is beter voor het milieu. In september ’23 tekenden 30 Twentse ondernemingen, uit de hele keten, een intentieverklaring om te gaan samenwerken. Doel is onder meer in 2030 1.000 hectare vezelgewassen te verbouwen en minimaal 2.000 bestaande en 1.000 nieuwe woningen in de regio hiermee te isoleren.

Vezels van eigen bodem

Ketenregisseurs Eric Versteeg en Janneke Paalhaar zijn positief over de haalbaarheid van de doelstelling. Zij streven naar een stabiele afzetketen van biobased vezels tussen boeren en bouwbedrijven. Daarvoor zijn boeren en loonwerkers nodig om continu voldoende materialen te produceren, verwerkende bedrijven om van de vezels kwalitatief betrouwbaar bouwmateriaal te maken en bouwbedrijven en opdrachtgevers van bouwprojecten die structureel kiezen voor biobased materialen. Het kernteam van Twentse Bouwboeren is inmiddels uitgebreid met Tim Bachmayer (ketenregisseur biobased vanuit gemeente Enschede) en Ido Sellis (expert op gebied van verduurzaming en biobased bouwen). Door regionale ketenorganisaties, zoals Twentse Bouwboeren, op te zetten in verschillende regio’s werken al deze partijen samen aan een toekomstgerichte economie.

Nationale Aanpak Biobased Bouwen

Deze ontwikkeling sluit uitstekend aan bij de weg die ook nationaal wordt ingeslagen door de ministeries van BZK, I&W, LNV en EZK. In november presenteerden zij de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Dit nationale plan moet in 2030 leiden tot een volwassen markt voor de teelt en verwerking van biogrondstoffen uit Nederland, die worden toegepast in gebouwen en bouwwerken. Hierbij wordt ook ingezet op het bouwen van regionale ketens, zoals de Twentse Bouwboeren.

Doorkijk

De komende vier jaar staat voor Twentse Bouwboeren in het teken van de doorontwikkeling, uitrol en opschaling van interessante gewas-productcombinaties. Daarbij komen technische uitdaging kijken zoals certificering en kwaliteitsverklaringen. Maar er is ook een cultuuromslag nodig in zowel de bouw- en landbouwsector als bij de overheid. Ten slotte is de vraagstimulatie bij de overheid, projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties noodzakelijk. Het is dan ook mooi om te zien dat steeds meer organisaties biobased bouwen als de norm gaan zien.

Initiatiefnemers van Twentse Bouwboeren zijn; De Land BouwersWaterschap Vechtstromen, RabobankPioneeringTAUW Foundation en Building Balance.
Meer informatie vind je op www.twentsebouwboeren.nl

Terugblik Biobased Bites webinar Nationale Aanpak Biobased Bouwen

Tijdens de eerste Biobates Bites lunchwebinar op dinsdag 26 maart kregen de deelnemers, terwijl ze hun bammetje aten, ook de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) in hapklare brokken voorgeschoteld.

Dat we gaan opschalen naar meer biobased bouwen staat vast, daar laat demissionair minister De Jonge geen misverstand over bestaan. Wat daarvoor nodig is en hoe we daar vanuit Building Balance invulling aan geven is toegelicht in dit lunchwebinar. Marjet Rutten, onze Biobased Bites gastvrouw, ging met haar gasten in sneltreinvaart door het hele programma!

Wat kwam er aan bod?

Jan-Willem van de Groep trapte af met de doelen, middelen en interventies van de NABB. Anne Bos nam ons mee in de werkgebieden van gemeenten. Marjet Rutten lichte een tipje van de sluier over de mogelijkheden van biobased verduurzamen. Sander Rutten liet zien welke stappen worden gezet op het gebied van certificering. Elisabeth ter Borg nam ons mee in de mogelijkheden voor woningcorporaties. Tenslotte lichtte Dominique Vosmaer vanuit haar rol als ketenregisseur Flevoland toe hoe de lokale ketens worden ondersteund.

Kijk hieronder de hele webinar terug:

De belangrijkste take-aways

De belangrijkste les van deze webinar is: het maakt niet uit in welke fase jouw organisatie zich bevindt, er zijn altijd manieren waarop je aan de slag kan! De andere take-aways van deze sessie vind je in de Factsheet Biobased After Bites:

Dit was pas de start van de uitgebreide programmering voor 2024 vanuit PIANOo en Building Balance. Marjet Rutten begeleidt dit jaar nog acht Biobased Bites tijdens de lunch. Wil je je als woningcorporatie of gemeente verder in biobased bouwen verdiepen? Dan neemt Sara Vellenga je mee in de verdiepende Biobased Buyer sessies. Hierover volgt binnenkort meer informatie in de agenda van Building Balance. Check de agenda hier!

Zet ook de volgende Biobased Bites vast in je agenda:

Biobased Bites 16 april:
Biobased in het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) – Energieloketten en Gemeenten

Biobased Bites 14 mei:
Biobased uitvragen voor nieuwbouwprojecten

Biobased Bites 11 juni:
Na-isolatie hellend dak en certificering inblaasisolatie

Startschot voor 40 ambitieuze circulaire bouwprojecten in Friesland 

De Opdrachtgeversaanpak van het programma Fryslân bouwt Circulair is van start! Half maart kwamen 100 opdrachtgevers, zoals gemeenten en woningcorporaties, van Friese (woning)bouwprojecten bijeen om samen circulair en biobased bouwen op te schalen.

Het programma Fryslân Bouwt Circulair is een initiatief van Vereniging Circulair Friesland met als doel de transitie naar een circulaire bouweconomie te versnellen. Binnen de aanpak leren opdrachtgevers van en met elkaar, door concrete bouwprojecten zo circulair en biobased mogelijk uit te voeren. Deze bijeenkomst en de onthulling van een projectenkaart, zijn daar een belangrijke stap in.

Regionale en integrale ondersteuning

Gedeputeerde Circulaire Economie in Friesland, Friso Douwstra, trapte de bijeenkomst af. “Doel van dit programma is om de transitie naar een circulaire economie in Friesland te versnellen door de bouwsector in de regio integraal te ondersteunen. De andere pijlers binnen het programma zijn duidelijkheid in de circulaire prestaties die op dit moment in de bouwsector mogelijk zijn, voldoende circulair en biobased aanbod. Ook de wet- en regelgeving en het regionale onderwijs bewegen mee met deze transitie.”

Projectenkaart circulaire bouwprojecten

Vier ambassadeur-wethouders van circulair bouwen, presenteerden de projectenkaart. Deze kaart geeft een overzicht van de eerste circulaire bouwprojecten binnen de Opdrachtgeversaanpak. Verspreid door de hele provincie Friesland hebben gemeenten zich bij nieuwe (woning)bouwprojecten gecommitteerd aan circulair en biobased bouwen. De projectenkaart wordt de komende jaren aangevuld en interactief gemaakt, als inspiratie- en communicatiemiddel. Het doel is om uiteindelijk met ruim 40 projecten aan de slag te gaan.

Concrete vervolgstappen

Samen met de gemeenten en woningcorporaties die al besloten hebben om mee te doen (of dit binnenkort gaan doen), worden in de komende periode concrete vervolgstappen gezet met onder andere kennis- en intervisietrajecten, projectevaluaties, ontwikkeling van It Nije Normaal, verdere ontwikkeling kennisbank, tools en formats enz.

Wil je meer weten over de Opdrachtgeversaanpak of de projecten die hierboven genoemd zijn? Neem dan contact op met Trienke Lantinga (trienke.lantinga@circulairfriesland.frl).

Lisdoddeteelt onder huidige condities niet winstgevend genoeg voor opschaling

Lisdodde wordt gezien als een kansrijk vezelgewas voor biobased bouwmaterialen. En zelfs als dé oplossing voor natte teelt in veenweidegebieden. Uit het recente onderzoek ‘Veen Voer en Verder II’ blijkt echter dat dit niet zo eenvoudig ligt. Jan Willem van de Groep, programmaregisseur van Building Balance, legt uit waarom er (voorlopig) geen focus ligt op dit gewas.

“Lisdodde is een aaibaar gewas”, aldus Jan-Willem. “Het is goed in de markt gezet en er wordt veel over gesproken, zelfs door ministers. Lisdodde heeft inderdaad goede eigenschappen als grondstof voor biobased bouwmaterialen. Maar de teelt kent uitdagingen die opschaling lastig maken. Alleen met extra steun van de overheid wordt grootschalige teelt in de veenweidegebieden mogelijk.”

Hoofpijndossier veenweidegebied

Veenweidegebied is kenmerkend voor de lage delen van Holland en Utrecht, maar ook voor de Zuidwesthoek van Friesland en de Kop van Overijssel. Iedereen kent dit ‘typisch Hollandse’ landschap: langgerekte weilanden met sloten ertussen. Achter dit idyllische plaatje schuilt een hoofdpijndossier voor de Nederlandse overheid. De natte veenbodem werd met afwateringssloten geschikt gemaakt voor landbouw en tegenwoordig vooral veeteelt. Maar door de kunstmatig lage waterstand oxideert het veen. Dat leidt tot bodemdaling, teruggang in natuur- en waterkwaliteit én een toenemende  uitstoot van CO2 ten gevolge van oxidatie.

Behoefte aan natte teelt

Om de CO2-uitstoot te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan, moet het waterpeil in veenweidegebieden weer worden verhoogd. Dat is een belangrijk onderdeel van de CO2-emissiereductieopgave van de landbouw. Maar zo’n ingreep op gebiedsniveau heeft grote consequenties. “Een hoge waterstand maakt het lastig om de grond geschikt te houden voor agrarische toepassingen”, legt Jan-Willem uit.” Op natte grond zakken koeien en machines weg en is de opbrengst lager. “Er is behoefte aan een natte teelt op de veenbodems, die geschikt is voor de verhoogde waterstand.”

Moeilijk rendabel te maken

In de basis lijkt Lisdodde hier een goede oplossing voor, maar recent onderzoek naar de teelt levert nog geen haalbaar verdienmodel op. “Er zijn twee grote uitdagingen bij de teelt van Lisdodde”, verklaart Jan-Willem. “Ten eerste is het een lastige en dure teelt ten opzichte van gewassen waaruit dezelfde materialen te maken zijn. Voor het aanleggen van een lisdodde teelt moet bijvoorbeeld geïnvesteerd worden in het vlakken van grond, waterpeil sturende maatregelen en het zaaien of planten van de lisdodde.  Ook de oogst is lastig. Er zijn speciale machines nodig die minder capaciteit hebben dan bij andere vezelgewassen worden gebruikt. De oogst is hierdoor een flinke post op de saldoberekening. Zonder extra hulp van de overheid is de teelt niet rendabel te maken, daardoor vormt het geen gelijkwaardig alternatief voor veeteelt.”

Uitstoot van methaan

“Ten tweede moet je heel zorgvuldig telen, om het gewenste effect -minder CO2-uitstoot- te behouden”, gaat Jan-Willem verder. “De beschikbaarheid van nutriënten in het water en waterstand zijn kritische factoren voor een succesvolle lisdodde teelt, maar ook om uitstoot van methaan te voorkomen.” Dit broeikasgas ontstaat onder natte, zuurstofloze omstandigheden uit voedingsstoffen en plantenresten in de bodem. “Een goede waterstand vanuit de optiek van methaan beïnvloedt de groei juist negatief.”

Geen focus op lisdodde

De teelt van lisdodde vraagt dus relatief veel bewerking. “Dat is kostbaar, zo blijkt ook uit de berekeningen die Building Balance heeft gemaakt. Op basis van die berekeningen hebben we schaalbare gewas-product-combinaties geselecteerd. Onder de huidige condities is lisdodde niet geschikt is voor opschaling en ligt het dus buiten de focus van Building Balance.”

Kleinschalige initiatieven niet afremmen

Op dit moment zijn er een aantal ondernemers actief met lisdoddeteelt en verwerking. “Die initiatieven willen we zeker niet ontmoedigen, maar passen minder in het opschalingsperspectief van De Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Door slimme, kleinschalige teelt- en oogsttechnieken, passieve droogtechnieken, het nodige handwerk en de inzet op premium producten zijn er wellicht nichemarkten te ontsluiten. “

Maatschappelijk gewenste oplossing

Ook voor het Building Balance programma is lisdodde niet definitief afgeschreven. “Het blijft een mooie grondstof voor biobased bouwmateriaal en wellicht andere toepassingen. Bovendien is het maatschappelijk gewenst dat de waterstand in veenweidegebied omhooggaat, terwijl er wel productiviteit blijft op de veengronden. Lisdodde, of een ander gewas zoals oeverzegge , zwarte els  of de wilg, zou daar een oplossing voor kunnen zijn. Het is niet onze rol, als opschalingsprogramma, om de oplossing voor veenweidegebieden te (onder)zoeken. Maar als er een schaalbare oplossing wordt gevonden die ook geschikt is als bouwmateriaal, dan pakken we dat zeker op.”

“Als er een ideale waterstand wordt gevonden voor veenweidegebieden en een soort lisdodde die op die waterstand redelijk produceert, dan kan de ecologische en klimaatwinst de investering in lisdoddeteelt waard zijn. Het is dan aan de overheid om een bedrag per hectare bij te leggen om dat voor elkaar te krijgen. Kortom: als lisdodde onderdeel is van een maatschappelijk gewenste oplossing voor de veenweide gebieden, dan kan het zeker doorontwikkeld worden tot bouwmateriaal. Building Balance neemt daar dan ook haar rol in. We houden de ontwikkelingen dus goed in de gaten.”

Certificering van biobased inblaasisolatie

We krijgen bij Building Balance de vraag dagelijks. Hoe zit het met de certificering van biobased materialen? Mag ik het al wel toepassen? Hoe zit het met brandveiligheid, met vocht en met ongedierte? In dit artikel lees je de huidige stand van zaken rond de certificering van inblaasisolatie.

Certificering en onderzoek zijn uiteraard belangrijke onderwerpen. Als bouw- en onderhoudsbedrijf wilt u zekerheid geven dat u biedt wat de klant vraagt. En de klant wil erop kunnen rekenen dat de producten (ook op lange termijn) doen wat ze moeten doen. Omdat het zo’n belangrijk onderwerp is, heeft Building Balance een projectmanager onderzoek en certificering van biobased bouwmaterialen aangesteld.

Waarom een focus op inblaasisolatie?

Building Balance en ook de Nationale Aanpak Biobased Bouwen hebben als doel om opschaling van biogrondstoffen in de bouw te realiseren. Building Balance heeft een aantal kansrijke gewas/productcombinaties gedefinieerd voor opschaling. De testen die we doen, richten zich (voornamelijk) op deze producten.

De gewas/productcombinatie inblazen van graanstro en miscanthusstro heeft de hoogste prioriteit, zowel voor de nieuwbouw als de bestaande bouw. De reden is dat hiervoor geen grootschalige en complexe industriële productie opgezet hoeft te worden. Met deze korte keten kunnen we agrariërs, verwerkers en bouwers dus op korte termijn perspectief bieden. En omdat graanstro dat in 2024 wordt geteeld al eind 2024 ingeblazen kan worden, beginnen we hiermee. Daarna volgt de certificering van miscanthusstro.

Hoe zit het met inblazen met vezels

Voor Building Balance is het inblazen van gehakselde vezels als graanstro en miscanthusstro een belangrijke route. Maar wat staat het inblazen van stro in de weg? In landen als Duitsland en Oostenrijk gebeurt het immers al op grotere schaal en ook in Nederland zijn er al partijen die deze wijze van isoleren toepassen. Het grootste obstakel in Nederland is het ontbreken van de juiste certificaten & verklaringen.

Het bewijzen en beoordelen dat deze biobased producten de vereiste prestaties leveren, vraagt daardoor bij ieder afzonderlijk project veel inspanning van opdrachtgevers en vergunningverleners. Ook lijken stro en miscanthus op papier minder goed te scoren in de NTA 8800 dan in de werkelijkheid blijkt bij de gerealiseerde projecten. Een project (pilot) lukt vaak wel, maar voor opschaling is meer zekerheid nodig voor alle partijen.

Waar zijn we mee bezig?

Voor biobased bouwmaterialen onderscheiden we de volgende soorten certificaten:

  • Kwaliteit: product stro, systeem met daarin inblaasstro en het inblaasproces
  • Milieuclassificatie: LCA (19 milieu-indicatoren) voor opname in de Nationale Milieu Database

Kwaliteit

Bij toepassing van bouwproducten richt de kwaliteit zich op drie onderdelen: allereerst de kwaliteit van het product zelf. Ten tweede de kwaliteit van het systeem waarin het product wordt toegepast en ten slotte op de kwaliteit van de verwerking van het product in het systeem.

A1. Kwaliteit product stro

Om het bewijzen en beoordelen van de prestaties van producten te vereenvoudigen zijn er normen, beoordelingsrichtlijnen (BRL’n), kwaliteit- en gelijkwaardigheidsverklaringen. Als voorbeeld; voor houtige platen zoals OSB bestaat een geharmoniseerde Europese norm (CE-markering); een optelling van normen voor deelaspecten. Met CE-markering verklaart de fabrikant dat zijn producten zijn getoetst aan alle toepasselijke EU-wetgevingen die CE-markering vereisen en overeenstemmen met de gezondheids-, veiligheids-, prestatie- en milieu-eisen die relevant zijn voor die producten. Daarnaast bestaat er voor een OSB-plaat ook een Nederlandse Beoordelingsrichtlijn, die aanvullende eisen stelt boven op de geharmoniseerde norm. Een OSB-plaat moet dus voorzien zijn van een CE-markering en een Declaration of Performance (DOP). Na certificatie op basis van de beoordelingsrichtlijn, kan het ook een KOMO-verklaring (kwaliteitsverklaring) krijgen. Hiermee bewijst de producent van een OSB-plaat aan de gestelde kwaliteitseisen te voldoen. Bovendien is het voor een opdrachtgever eenvoudig de kwaliteit te beoordelen.

Beoordelingsrichtlijn voor niet houtige vezels

Voor niet houtige vezels zoals graanstro en miscanthus is er op dit moment geen geharmoniseerde norm of beoordelingsrichtlijn. Daardoor is het niet mogelijk om voor gehakseld stro een CE-markering of kwaliteitsverklaring af te geven. Building Balance ontwikkeld in samenwerking met de certificeringsinstelling SKH een beoordelingsrichtlijn voor niet houtige vezels. Hiermee wordt gelijkwaardigheid met de kwaliteitseisen van onder andere het bouwbesluit aangetoond. In deze beoordelingsrichtlijn worden bijvoorbeeld eisen gesteld aan de resistentie tegen brand en vocht, veroudering en warmteweerstand. Om dat aan te tonen wordt zoveel mogelijk verwezen naar bestaande normen voor het testen van deze aspecten.

Een beoordelingsrichtlijn wordt pas gepubliceerd na overeenstemming tussen de marktpartijen. Daarom kent het een doorlooptijd van 1-2 jaar. Daarna kan een verwerker zijn product pas laten certificeren en voorzien van een KOMO-keurmerk. De intentie is om het voor deze isolatieproducten een sneller proces te organiseren. Voor de tussenliggende periode onderzoeken we of er al een kwaliteitsverklaring afgegeven kan worden op basis van een buitenlandse of Europese beoordelingsrichtlijn. Ook deze kunnen helpen bij het bewijzen en beoordelen van de prestaties.

Warmteweerstand en brandklasse

Twee belangrijke aspecten waaraan eisen gesteld worden in de te ontwikkelen beoordelingsrichtlijn zijn de warmteweerstand en de brandklasse. Door het ontbreken van een kwaliteitsverklaring voor de warmteweerstand moet op dit moment nog gerekend worden met de forfaitaire waarde in de NTA 8800. Deze waarde lijkt zeer conservatief gekozen. Daarom hebben we samen met isolatiebedrijf Takkenkamp de certificeringsinstelling Insula en Kiwa gevraagd de warmteweerstand van graanstro te bepalen op basis van de Europese norm die voor dit aspect geldt. En om hiervoor een kwaliteitsverklaring op te stellen die Building Balance vervolgens laat registreren bij Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid (BCRG).

Een ander belangrijk aspect is de brandklasse van het materiaal; het gedrag van een materiaal bij brand. Onder het brandgedrag valt, naast de brandbaarheid, ook de eventuele rookontwikkeling bij brand. Om de brandklasse van biobased materialen te bepalen, hebben we raamovereenkomsten afgesloten met de verschillende testlabs: Peutz, Efectis en Warringtonfire. Een van deze bureaus zal opdracht krijgen om de brandklasse van stro te testen volgens de Europese norm en hiervoor een kwaliteitsverklaring af te geven.

Kwaliteitsverklaring

De kwaliteitsverklaring, oftewel het KOMO-certificaat van het product, zegt iets over de kwaliteit van het stro, mits het wordt verwerkt (drogen, ontstoffen en hakselen) conform de gestelde eisen in de beoordelingsrichtlijn. Daarom wordt er door Building Balance in samenwerking met (ervaren) verwerkers een kwaliteitshandboek opgesteld over hoe het stro te drogen, ontstoffen en hakselen. Dit zal de certificeringsinstelling controleren. Als beoordelingsrichtlijn gereed is, kan het stro voorzien worden van een kwaliteitsverklaring/KOMO-certificaat als het kwaliteitshandboek aantoonbaar gevolgd is.

Deze certificaten zijn gekoppeld aan een merk dat door Building Balance wordt ingeschreven in de registers. Dat merk is door iedere verwerker vrij toe te passen. Uiteraard mogen verwerkers de gegevens ook gebruiken om uiteindelijk de certificaten van een eigen merk in te schrijven.

A2. Kwaliteit systeem met daarin inblaastro (de toepassing)

Bij afgifte van de omgevingsvergunning voor nieuwbouw of renovatie wordt onder meer getoetst of een wand of dak met de onderliggende opbouw (het systeem) met inblaasstro voldoet aan het bouwbesluit. Om de beoordeling van systemen te vereenvoudigen zijn ook hiervoor beoordelingsrichtlijnen opgesteld waarop het systeem gecertificeerd kan worden.

Beoordelingsrichtlijn en detailontwerp bestaande daken

De huidige beoordelingsrichtlijnen beperken zich echter tot nieuwbouwoplossingen. De certificeringsinstelling Insula heeft het initiatief genomen om een beoordelingsrichtlijn op te stellen voor systemen van bestaande hellende daken met inblaasstro en andere niet houtige vezels. Deze wordt naar verwachting begin 2024 afgerond.

Tegelijkertijd is in opdracht van Building Balance door het isolatiebedrijf Takkenkamp een schetsontwerp voor een bestaand dak-systeem uitgewerkt, dat toegepast kan worden bij veelvoorkomende corporatiewoningen. Er wordt nu een ingenieursbureau geselecteerd die het bouwfysisch functioneren zoals vochtabsorptie, de geluidsoverdracht, luchtdichtheid en sterkte zal onderzoeken. Als het detailontwerp van het systeem vastligt, zal dit systeem op brandwerendheid getest worden bij een van de testlabs. Het streven is om deze test halverwege 2024 uit te voeren. Bij goed gevolg zal op basis van voorgaande onderzoeksresultaten door Insula een kwaliteitsverklaring met procescertificaat (attest) worden afgeven. Dit certificaat en onderliggende onderzoeken worden door Building Balance vrij ter beschikking gesteld.

Brandveiligheidstesten nieuwbouw

Nieuwbouwsystemen met inblaasstro kunnen dus al gecertificeerd worden. De grootste hobbel hierbij zijn de brandveiligheidstesten van de verschillende systemen. Deze zijn zeer kostbaar: 10-20k per test. Bovendien is voor houtskeletbouw (HBS) wanden de onderliggende Europese norm zeer rigide. Het gevolg is dat de resultaten van een getest systeem maar zeer beperkt toepasbaar zijn op andere systemen. Om verantwoord de ruimte te zoeken werken we hier nauw samen met de verschillende testinstituten en HSB-bouwers en stellen we gezamenlijk een testplan op voor de verschillende systemen.

A3. Kwaliteit inblaasproces

Om aan te tonen dat het isoleren, in dit geval inblazen, door het isolatiebedrijf correct gebeurt, zijn ook hiervoor beoordelingsrichtlijnen opgesteld. Helaas beperken ook deze zich tot nieuwbouwoplossingen. De certificeringsinstelling Insula beschrijft in dezelfde beoordelingsrichtlijn voor systemen van bestaande daken met inblaasstro ook de eisen aan het proces van inblazen. Op basis hiervan kan ieder isolatiebedrijf of aannemer zich laten certificeren.

Samengevat

Building Balance stimuleert de ontwikkeling van een KOMO-certificaat voor niet houtige vezels waaronder het materiaal stro. Dat vereenvoudigt het bewijzen en beoordelen van de prestaties. Gezien de doorlooptijd worden tussentijdse alternatieven onderzocht, zoals een buitenlands certificaat. Voor nieuwbouwoplossingen met inblaasstro zijn beoordelingsrichtlijnen beschikbaar en kunnen aannemers en isolatiebedrijven zich laten certificeren. Voor het inblazen van stro in bestaande hellende daken wordt door de certificeringsinstelling Insula een beoordelingsrichtlijn opgesteld. Het isolatiebedrijf Takkenkamp ontwikkelt een gecertificeerde oplossing die toegepast kan worden bij veelvoorkomende daken van corporatiewoningen en die voor iedereen in de markt beschikbaar is.

Milieuclassificatie

Naast de kwaliteit is het ook belangrijk de milieu-impact van de producten te weten. Het doel is immers om met biobased materialen het milieu minder te belasten. Bovendien heb je de bewijslast hiervoor nodig om in aanmerking te komen voor eventuele extra subsidies. Hiervoor maken we levenscyclusanalyses (LCA) voor inblaasisolatie van graanstro en miscanthus. Een LCA vormt ook de basis voor de berekening van de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) voor de vergunningsaanvraag.

B1. Categorie 3 kaart voor stro

Om MPG-berekening te maken wordt informatie uit de Nationale Milieudatabase (NMD) gebruikt. Vezelgewassen zijn nog niet opgenomen in de NMD. Daar komt verandering in. Voor strovezels is inmiddels een LCA-onderzoek uitgevoerd. Binnenkort zijn strovezels opgenomen als zogenaamde categorie 3 kaart in de NMD. Naast stro willen we ook miscanthus aan de NMD toevoegen.

B2. Categorie 2 kaart stro en miscanthus

Idealiter willen we geen categorie 3 data maar categorie 1 of 2 data. Bij generieke categorie 3 data wordt namelijk met een factor 1,3 gerekend op de prestaties, om risico’s te ondervangen. Bij categorie 1 (getoetste data van producent) of 2 (getoetste sectordata) vervalt die ‘strafpenalty’. De ambitie is dan ook om categorie 1 of 2 data in de NMD te hebben, gekoppeld aan het eerdergenoemde merk waarvan alle verwerkers gebruik kunnen maken.

Tot slot – begin gewoon

Natuurlijk moeten we de certificering van biobased materialen goed regelen en risico’s minimaliseren. Zo is brandveiligheid uiteraard een belangrijk thema, net als voor niet biobased materialen. Maar tussen twee gipsvezelplaten kan bijvoorbeeld al heel veel, zonder grote risico’s. Bovendien is er al veel op de markt dat de nodige testen heeft gehad. Ga daar mee aan de slag. Ook al komt het nu nog niet altijd uit Nederland: het levert doorgaans wel betere milieuprestaties, je doet ervaring op en als de industrie groot genoeg is, loont het ook om de productie lokaal te organiseren. Een leuke bijkomstigheid is de extra subsidie die er momenteel is voor biobased isolatie. Hier vind je daar meer informatie over.

En last but not least. Bij Building Balance zijn we intensief met certificering bezig en we verwachten dat het certificeren voor graanstro in de tweede helft van 2024 is afgerond. De meeste bouwprojecten kennen lange voorbereidingstrajecten, dus neem de nieuwe oplossingen mee, dan werken wij ondertussen verder aan die certificering.

Dit artikel kwam tot stand met dank aan: Jan Willem van de Groep, Marjet Rutten, Marcel van Haren, Kristian Maters, Sander Rutten en Peter Davids.

Provincie Noord-Brabant investeert 1,53 miljoen in biobased economie

De provincie Noord-Brabant maakt de komende jaren € 1,53 miljoen vrij om de biobased (land)bouweconomie in de regio aan te jagen. Dit doen ze in samenwerking met Building Balance. De provinciale bijdrage is half december goedgekeurd door Gedeputeerde Staten voor de periode 2024-2027.

In 2022 ging de provincie Noord-Brabant een eenjarige samenwerking aan met Building Balance om regionale ketens in Brabant op te starten. De positieve resultaten in 2022 en 2023 geven vertrouwen in een meerjarige samenwerking.

Nationale Aanpak Biobased Bouwen

De investering sluit uitstekend aan bij de weg die de vier ministeries, BZK, I&W, LNV en EZK, inslaan. In november presenteerden zij de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Dit nationale plan moet in 2030 leiden tot een volwassen markt voor de teelt en verwerking van biogrondstoffen uit Nederland, die worden toegepast in gebouwen en bouwwerken. De aanpak is opgesteld in samenwerking met marktpartijen, kennisinstellingen en overheidspartijen, waaronder ook de provincie Noord-Brabant. Building Balance is door de vier ministeries als uitvoeringsorganisatie van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Een onderdeel hiervan is het bouwen van regionale ketens tussen boer en bouwer.

Regionale ketensamenwerking

Afgelopen jaar zijn samen met de provincie Noord-Brabant, Building Balance en de Rabobank meerdere ketens van ‘land tot pand’ geïnitieerd. De keten Zuid-Oost Brabant verbouwt Natuurlijke Samen is als eerste opgezet. Daarop volgde Vezelrijk Midden-Brabant en halverwege 2023 is de keten in West-Brabant van start gegaan. Met succes, want inmiddels telen Brabantse boeren 160 hectare stro, vlas, vezelhennep en sorghum. Deze grondstoffen worden vervolgens verwerkt tot bouwmaterialen die regionale bouwers toepassen in corporatiewoningen.

Dertien corporaties en drie regionale bouwbedrijven maken zich hard voor de afname van de gewassen. In juni is al de eerste woning voortkomend uit de Brabantse corporatiedeal met door lokale boeren geteelde natuurlijke grondstoffen geïsoleerd. Een van de succesvolle resultaten is dat inmiddels circa 80% van de woningcorporaties in Noord-Brabant de commitmentverklaringen heeft ondertekend om versneld biobased bouwmaterialen toe te passen in zowel hun bestaande als nieuwe woningvoorraad.

Ketens van land tot pand

Zien hoe Building Balance biobased ketens bouwt in Brabant? In deze video over het project ‘Zuidoost-Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen’ vertellen akkerbouwer René van de Gevel, Ketenregisseur Noord-Brabant van Building Balance Harold van de Ven, directeur-bestuurder van Woonstichting Compaen Joost Lobée en bewoner Ian van der Pool je meer over het proces van land tot pand:

 

 

Per 1 januari extra subsidie voor biobased isolatiemateriaal

Huiseigenaren kunnen komend jaar weer subsidie aanvragen voor het verduurzamen van hun woning(en). Vanaf 1 januari 2024 worden de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) en de Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE) weer beschikbaar gesteld, onder meer voor isolerende maatregelen. Vanaf dat moment geldt er bovendien een extra subsidie voor biobased isolatiemateriaal.

Het opnemen van een bonus op biobased materialen in subsidieregelingen is een van de interventies uit de Nationale Aanpak Biobased Bouwen, binnen de actielijn Vraagstimulering bij bouwers en opdrachtgevers. Deze bonus stimuleert woningeigenaren om te kiezen voor gezonde en duurzame biobased isolatiematerialen. Tegelijkertijd groeit de vraag naar biobased bouwmaterialen.

Welke doelgroepen?

In de subsidieregelingen voor woningeigenaren wordt, bovenop de huidige subsidiebedragen, een bonus ingesteld voor milieuvriendelijke biobased materialen. De regelingen hebben verschillende doelgroepen. De ISDE is bedoeld voor particuliere woningeigenaren. Het budget van de ISDE is in 2024 met 40 miljoen euro verhoogd tot 600 miljoen euro. De SVVE is voor verenigingen van eigenaars en heeft in 2024 een totaal subsidiebudget van 48,5 miljoen euro. De extra subsidie voor biobased materiaal geldt waarschijnlijk ook voor de SVOH subsidie voor private verhuurders. Daarvoor zijn de details voor 2024 echter nog niet vastgesteld, omdat deze regeling niet op 1 januari, maar pas op 1 juli ingaat.

Hoeveel subsidie?

De vereisten en subsidiebedragen voor biobased isolatiemateriaal zijn voor alle regelingen gelijk. Er gelden minimale isolatiewaardes en oppervlaktes per maatregel. Ook de hoogte van de extra subsidie is afhankelijk van het type maatregel. Voor het toepassen van biobased isolatiemateriaal geldt de volgende bonus per maatregel:

  • Dakisolatie € 5 per m2
  • Zoldervloerisolatie of spouwmuurisolatie € 1,50 per m2
  • Gevelisolatie € 6 per m2
  • Vloerisolatie € 2 per m2
  • Bodemisolatie € 1 per m2

Om mensen te stimuleren meerdere maatregelen tegelijk te treffen, worden de basisbedragen van de subsidie gehalveerd wanneer maar één maatregel wordt getroffen. Dit geldt echter niet voor de extra biobased subsidie. Deze blijft hetzelfde, ook bij een subsidieaanvraag met één isolatiemaatregel.

Welke producten?

Om in aanmerking te komen voor deze extra subsidie moeten materialen voldoen aan twee eisen. Ten minste 70% van de massa van het isolatiemateriaal moet bestaan uit biobased materiaal volgens de EN16575:2014. En om er zeker van te zijn dat de materialen ook daadwerkelijk een lage milieu-impact hebben, is er ook een grenswaarde aan de milieukostenindicator (MKI) gesteld. Hiermee is geborgd dat de milieu-impact van de biobased isolatiematerialen over de gehele levensduur beperkt is. De maximale milieukostenindicator is 0,85 bij een Rd-waarde van 3,5 m2K/W. Een zogenaamde categorie 1-kaart in de Nationale Milieudatabase is hiervoor een voorwaarde.

Binnenkort wordt ook de aangepaste meldcodelijst gepubliceerd. Daarop staan de biobased materialen waar de extra subsidie voor geldt. Het gaat onder meer om isolatiedekens van hennep of vlas, maar ook inblaasisolatie als houtwol en cellulose. Het inblazen van vezels van stro en miscanthus staat op dit moment nog niet in de meldcodelijst. Deze volgen zo snel mogelijk, maar zijn op 1 januari 2024 nog niet van toepassing.

Mist er een biobased materiaal op lijst? Dan kan de fabrikant een verzoek mailen naar dew@rvo.nl. Zie hiervoor ook ISDE: Leveranciers, fabrikanten, bouwinstallatiebedrijven en installatiebedrijven (rvo.nl).

Het Nieuwe Normaal 1.0 gelanceerd

Op 7 december 2023, tijdens de conferentie Circulair Bouwen aan Morgen, lanceerde Cirkelstad Het Nieuwe Normaal 1.0, de nieuwe, gedragen standaard voor circulair bouwen. Het startschot is gegeven door de plenaire ondertekening van het manifest door Heijmans, het Rijksvastgoedbedrijf en tientallen andere organisaties uit de sector waaronder Building Balance.

Aanleiding voor Het Nieuwe Normaal

Op initiatief van het Ministerie van BZK en Cirkelstad zijn het Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, gemeente Amsterdam, gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag en gemeente Utrecht samen met Dura Vermeer, Van Wijnen, Heijmans, VolkerWessels, Synchroon en BAM in 2019 het programma ‘Samen Versnellen gestart’. Het doel: samen werken aan één taal en standaard voor circulair bouwen.

Ondersteund door de TU Delft, Copper8, Alba Concepts, Metabolic en Witteveen+Bos is er gewerkt aan deze nieuwe, gedragen standaard met haalbare én ambitieuze prestaties op circulair bouwen: Het Nieuwe Normaal. De eerste definitieve versie, Het Nieuwe Normaal 1.0, is op 7 december opgeleverd.

Het Nieuwe Normaal en biobased bouwen

Het Nieuwe Normaal is een nieuwe, eenduidige taal voor circulair bouwen. Het raamwerk bestaat uit 3 thema’s en 9 indicatoren. Iedere indicator heeft een circulair ontwerp- en bouwprincipe. Biobased bouwen is daar een belangrijk onderdeel van. Dat blijkt wel uit de volgende indicatoren van Het Nieuwe Normaal:

  • Ontwerp en bouw met een zo laag mogelijke materiaalgebonden CO2-uitstoot;
  • Ontwerp en bouw met een zo hoog mogelijke materiaalgebonden CO2-opslag;
  • Ontwerp en bouw met een zo’n hoog mogelijk aandeel verantwoorde herkomst materialen: hergebruikt, gerecycled of hernieuwbaar;
  • Ontwerp en bouw met zo veel mogelijk gezonde materialen.

In Het Nieuwe Normaal worden, naast biobased, ook andere indicatoren voor circulair bouwen genoemd, zoals om adaptief vermogen, losmaakbaarheid en hergebruik.

Oproep aan de sector: teken mee!

Met de plenaire ondertekening van het manifest van Het Nieuwe Normaal start de tweede fase van het programma: implementatie. Een taal (over)leeft immers alleen als deze door iedereen wordt gesproken. Daarom doet Cirkelstad een oproep aan al haar partners – en heel Nederland – om het manifest te onderschrijven. Alleen wanneer één taal voor circulair bouwen wordt gebruikt, kan Het Nieuwe Normaal écht het nieuwe normaal worden in de sector.

Aan de slag met het nieuwe normaal Meer weten of ook aan de slag met Het Nieuwe Normaal? Je vindt alle informatie op www.hetnieuwenormaal.nl. Hier is ook het manifest van Het Nieuwe Normaal in te zien en door alle partijen in de bouw te tekenen.