Wilg of iets nieuws? Op zoek naar beste circulaire oeverbescherming

Ons waterrijke land kent duizenden kilometers oeverbescherming. Nu bevat dat vaak hardhout, kunststof of staal. Maar ook in de Grond-, Weg en Waterbouw (GWW) liggen kansen om met Nederlandse vezels biobased producten te ontwikkelen. In een bijzondere pilot testen twee aanbieders hun product voor oeverbescherming: wilg en biocomposiet. De testlocatie opende deze week in het Gelderse Hellouw.

Aan een sloot langs de werf van Van Aalsburg, specialist in wilgenhout, liggen twee oeverbeschermingen: één van wilgentenen en één van biocomposiet Nabasco van het Delftse bedrijf NPSP. Beide prototypen worden de komende maanden getest op bijvoorbeeld levensduur, techniek en kerende hoogte. Het onderzoek vindt plaats in opdracht van de waterschappen Rivierenland, Zuiderzeeland en Vallei en Veluwe, Rijkswaterstaat en de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA).

Impact op milieu kan flink omlaag

“Een zeldzaam brede groep opdrachtgevers”, zegt Hetty Huijs van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die de zoektocht ondersteunt. Via een Small Business Innovation Research (SBIR) worden dit jaar de haalbaarheid en prototypes onderzocht van nieuwe biobased en circulaire oeverbescherming.  De opdrachtgevers willen daarmee alternatieven vinden voor bijvoorbeeld hardhout, plastic of staal en zo hun impact op het milieu verkleinen. “Elk jaar vervangen alleen wij al kilometers aan beschoeiingen”, zegt heemraad Kees Romijn van Waterschap Rivierenland. “Opgeteld praat je bij de waterschappen in heel Nederland over ruim 1200 kilometer in tien jaar. Dat is nogal een voetafdruk. We willen werken aan onze klimaatdoelen, ook in onze oevers.”

Wilgentenen en nieuwe materialen onder de loep

De uitdaging is dat oeverbescherming deels onder en deels boven water zit en alle natuurkrachten te verduren krijgt. “Wilg kan wat hebben”, weet Dick van Aalsburg, die met zijn familiebedrijf een oud ambacht in een moderne jas steekt. “Van zinkstukken tot beschoeiingen, wilgentenen en samengebonden ‘wiepen’ zijn al eeuwen onmisbaar in de waterbouw. Aan kwaliteit en ervaring geen gebrek, nu de onderbouwing.”

In Delft werkt NPSP juist aan nieuwe ‘samengestelde materialen’ of composieten. De combinaties van bijvoorbeeld resten van suikerriet, materiaal uit rioolwater en natuurlijke vezels als hennep of vlas zijn geheel biobased. NPSP bouwde er al gevels en treinen van. Directeur Mark Lepelaar vertrouwt erop dat het biobased composiet Nabasco ook een goede oeverbescherming is: “Deze test gaat ons vertellen of deze toepassing ook toekomst heeft.” Het onderzoek loopt tot het einde van dit jaar. De oeverbescherming wordt getest tot een kerende hoogte van maar liefst zes meter.

Doelen NABB

In de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) speelt de verduurzaming van de GWW een belangrijke rol. Voor oeverbescherming is het doel om in 2030 meer dan 30% van nieuwe oeverbeschermingen te maken van biocomposieten of andere biobased materialen. Hiervoor worden de komende jaren diverse interventies uitgevoerd, gericht op de ontwikkeling en opschaling van gewas-product-markt-combinaties en de juiste condities om deze opschaling te ondersteunen en te stimuleren.

Twentse Bouwboeren gaan vervolgfase in met Regio Deal Twente

‘Door samen een duurzame biobased bouwketen op te zetten, kunnen we bijdragen aan de verduurzaming van de Twentse bouw- en landbouwsector en de transitie naar een circulaire economie.’ Met deze ambitie krijgt Twentse Bouwboeren een vervolg in de komende vier jaar. Vanuit de Regio Deal Twente is er geld beschikbaar gesteld om de ketenontwikkeling verder te stimuleren en faciliteren. Samen met veel verschillende partijen uit de landbouw-, industrie- en bouwsector zetten we onze schouders eronder en gaan we de vervolgfase in.

Twentse Bouwboeren is begin 2023 gestart met de verkenning van de afzetketen van natuurlijke vezels voor de bouwsector. Initiatiefnemers van het eerste uur zijn De Land Bouwers, waterschap Vechtstromen, Rabobank, Pioneering, Tauw Foundation én Building Balance. Vezelgewassen op het land zorgen voor een gezondere bodem, een gunstig effect op de waterkwaliteit en het duurzaam vastleggen van CO2. Door het toe te passen als bouwmateriaal zorgen deze natuurlijke hernieuwbare materialen voor minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en is beter voor het milieu. In september ’23 tekenden 30 Twentse ondernemingen, uit de hele keten, een intentieverklaring om te gaan samenwerken. Doel is onder meer in 2030 1.000 hectare vezelgewassen te verbouwen en minimaal 2.000 bestaande en 1.000 nieuwe woningen in de regio hiermee te isoleren.

Vezels van eigen bodem

Ketenregisseurs Eric Versteeg en Janneke Paalhaar zijn positief over de haalbaarheid van de doelstelling. Zij streven naar een stabiele afzetketen van biobased vezels tussen boeren en bouwbedrijven. Daarvoor zijn boeren en loonwerkers nodig om continu voldoende materialen te produceren, verwerkende bedrijven om van de vezels kwalitatief betrouwbaar bouwmateriaal te maken en bouwbedrijven en opdrachtgevers van bouwprojecten die structureel kiezen voor biobased materialen. Het kernteam van Twentse Bouwboeren is inmiddels uitgebreid met Tim Bachmayer (ketenregisseur biobased vanuit gemeente Enschede) en Ido Sellis (expert op gebied van verduurzaming en biobased bouwen). Door regionale ketenorganisaties, zoals Twentse Bouwboeren, op te zetten in verschillende regio’s werken al deze partijen samen aan een toekomstgerichte economie.

Nationale Aanpak Biobased Bouwen

Deze ontwikkeling sluit uitstekend aan bij de weg die ook nationaal wordt ingeslagen door de ministeries van BZK, I&W, LNV en EZK. In november presenteerden zij de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Dit nationale plan moet in 2030 leiden tot een volwassen markt voor de teelt en verwerking van biogrondstoffen uit Nederland, die worden toegepast in gebouwen en bouwwerken. Hierbij wordt ook ingezet op het bouwen van regionale ketens, zoals de Twentse Bouwboeren.

Doorkijk

De komende vier jaar staat voor Twentse Bouwboeren in het teken van de doorontwikkeling, uitrol en opschaling van interessante gewas-productcombinaties. Daarbij komen technische uitdaging kijken zoals certificering en kwaliteitsverklaringen. Maar er is ook een cultuuromslag nodig in zowel de bouw- en landbouwsector als bij de overheid. Ten slotte is de vraagstimulatie bij de overheid, projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties noodzakelijk. Het is dan ook mooi om te zien dat steeds meer organisaties biobased bouwen als de norm gaan zien.

Initiatiefnemers van Twentse Bouwboeren zijn; De Land BouwersWaterschap Vechtstromen, RabobankPioneeringTAUW Foundation en Building Balance.
Meer informatie vind je op www.twentsebouwboeren.nl

Terugblik Biobased Bites webinar Nationale Aanpak Biobased Bouwen

Tijdens de eerste Biobates Bites lunchwebinar op dinsdag 26 maart kregen de deelnemers, terwijl ze hun bammetje aten, ook de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) in hapklare brokken voorgeschoteld.

Dat we gaan opschalen naar meer biobased bouwen staat vast, daar laat demissionair minister De Jonge geen misverstand over bestaan. Wat daarvoor nodig is en hoe we daar vanuit Building Balance invulling aan geven is toegelicht in dit lunchwebinar. Marjet Rutten, onze Biobased Bites gastvrouw, ging met haar gasten in sneltreinvaart door het hele programma!

Wat kwam er aan bod?

Jan-Willem van de Groep trapte af met de doelen, middelen en interventies van de NABB. Anne Bos nam ons mee in de werkgebieden van gemeenten. Marjet Rutten lichte een tipje van de sluier over de mogelijkheden van biobased verduurzamen. Sander Rutten liet zien welke stappen worden gezet op het gebied van certificering. Elisabeth ter Borg nam ons mee in de mogelijkheden voor woningcorporaties. Tenslotte lichtte Dominique Vosmaer vanuit haar rol als ketenregisseur Flevoland toe hoe de lokale ketens worden ondersteund.

Kijk hieronder de hele webinar terug:

De belangrijkste take-aways

De belangrijkste les van deze webinar is: het maakt niet uit in welke fase jouw organisatie zich bevindt, er zijn altijd manieren waarop je aan de slag kan! De andere take-aways van deze sessie vind je in de Factsheet Biobased After Bites:

Dit was pas de start van de uitgebreide programmering voor 2024 vanuit PIANOo en Building Balance. Marjet Rutten begeleidt dit jaar nog acht Biobased Bites tijdens de lunch. Wil je je als woningcorporatie of gemeente verder in biobased bouwen verdiepen? Dan neemt Sara Vellenga je mee in de verdiepende Biobased Buyer sessies. Hierover volgt binnenkort meer informatie in de agenda van Building Balance. Check de agenda hier!

Zet ook de volgende Biobased Bites vast in je agenda:

Biobased Bites 16 april:
Biobased in het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) – Energieloketten en Gemeenten

Biobased Bites 14 mei:
Biobased uitvragen voor nieuwbouwprojecten

Biobased Bites 11 juni:
Na-isolatie hellend dak en certificering inblaasisolatie

Lisdoddeteelt onder huidige condities niet winstgevend genoeg voor opschaling

Lisdodde wordt gezien als een kansrijk vezelgewas voor biobased bouwmaterialen. En zelfs als dé oplossing voor natte teelt in veenweidegebieden. Uit het recente onderzoek ‘Veen Voer en Verder II’ blijkt echter dat dit niet zo eenvoudig ligt. Jan Willem van de Groep, programmaregisseur van Building Balance, legt uit waarom er (voorlopig) geen focus ligt op dit gewas.

“Lisdodde is een aaibaar gewas”, aldus Jan-Willem. “Het is goed in de markt gezet en er wordt veel over gesproken, zelfs door ministers. Lisdodde heeft inderdaad goede eigenschappen als grondstof voor biobased bouwmaterialen. Maar de teelt kent uitdagingen die opschaling lastig maken. Alleen met extra steun van de overheid wordt grootschalige teelt in de veenweidegebieden mogelijk.”

Hoofpijndossier veenweidegebied

Veenweidegebied is kenmerkend voor de lage delen van Holland en Utrecht, maar ook voor de Zuidwesthoek van Friesland en de Kop van Overijssel. Iedereen kent dit ‘typisch Hollandse’ landschap: langgerekte weilanden met sloten ertussen. Achter dit idyllische plaatje schuilt een hoofdpijndossier voor de Nederlandse overheid. De natte veenbodem werd met afwateringssloten geschikt gemaakt voor landbouw en tegenwoordig vooral veeteelt. Maar door de kunstmatig lage waterstand oxideert het veen. Dat leidt tot bodemdaling, teruggang in natuur- en waterkwaliteit én een toenemende  uitstoot van CO2 ten gevolge van oxidatie.

Behoefte aan natte teelt

Om de CO2-uitstoot te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan, moet het waterpeil in veenweidegebieden weer worden verhoogd. Dat is een belangrijk onderdeel van de CO2-emissiereductieopgave van de landbouw. Maar zo’n ingreep op gebiedsniveau heeft grote consequenties. “Een hoge waterstand maakt het lastig om de grond geschikt te houden voor agrarische toepassingen”, legt Jan-Willem uit.” Op natte grond zakken koeien en machines weg en is de opbrengst lager. “Er is behoefte aan een natte teelt op de veenbodems, die geschikt is voor de verhoogde waterstand.”

Moeilijk rendabel te maken

In de basis lijkt Lisdodde hier een goede oplossing voor, maar recent onderzoek naar de teelt levert nog geen haalbaar verdienmodel op. “Er zijn twee grote uitdagingen bij de teelt van Lisdodde”, verklaart Jan-Willem. “Ten eerste is het een lastige en dure teelt ten opzichte van gewassen waaruit dezelfde materialen te maken zijn. Voor het aanleggen van een lisdodde teelt moet bijvoorbeeld geïnvesteerd worden in het vlakken van grond, waterpeil sturende maatregelen en het zaaien of planten van de lisdodde.  Ook de oogst is lastig. Er zijn speciale machines nodig die minder capaciteit hebben dan bij andere vezelgewassen worden gebruikt. De oogst is hierdoor een flinke post op de saldoberekening. Zonder extra hulp van de overheid is de teelt niet rendabel te maken, daardoor vormt het geen gelijkwaardig alternatief voor veeteelt.”

Uitstoot van methaan

“Ten tweede moet je heel zorgvuldig telen, om het gewenste effect -minder CO2-uitstoot- te behouden”, gaat Jan-Willem verder. “De beschikbaarheid van nutriënten in het water en waterstand zijn kritische factoren voor een succesvolle lisdodde teelt, maar ook om uitstoot van methaan te voorkomen.” Dit broeikasgas ontstaat onder natte, zuurstofloze omstandigheden uit voedingsstoffen en plantenresten in de bodem. “Een goede waterstand vanuit de optiek van methaan beïnvloedt de groei juist negatief.”

Geen focus op lisdodde

De teelt van lisdodde vraagt dus relatief veel bewerking. “Dat is kostbaar, zo blijkt ook uit de berekeningen die Building Balance heeft gemaakt. Op basis van die berekeningen hebben we schaalbare gewas-product-combinaties geselecteerd. Onder de huidige condities is lisdodde niet geschikt is voor opschaling en ligt het dus buiten de focus van Building Balance.”

Kleinschalige initiatieven niet afremmen

Op dit moment zijn er een aantal ondernemers actief met lisdoddeteelt en verwerking. “Die initiatieven willen we zeker niet ontmoedigen, maar passen minder in het opschalingsperspectief van De Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Door slimme, kleinschalige teelt- en oogsttechnieken, passieve droogtechnieken, het nodige handwerk en de inzet op premium producten zijn er wellicht nichemarkten te ontsluiten. “

Maatschappelijk gewenste oplossing

Ook voor het Building Balance programma is lisdodde niet definitief afgeschreven. “Het blijft een mooie grondstof voor biobased bouwmateriaal en wellicht andere toepassingen. Bovendien is het maatschappelijk gewenst dat de waterstand in veenweidegebied omhooggaat, terwijl er wel productiviteit blijft op de veengronden. Lisdodde, of een ander gewas zoals oeverzegge , zwarte els  of de wilg, zou daar een oplossing voor kunnen zijn. Het is niet onze rol, als opschalingsprogramma, om de oplossing voor veenweidegebieden te (onder)zoeken. Maar als er een schaalbare oplossing wordt gevonden die ook geschikt is als bouwmateriaal, dan pakken we dat zeker op.”

“Als er een ideale waterstand wordt gevonden voor veenweidegebieden en een soort lisdodde die op die waterstand redelijk produceert, dan kan de ecologische en klimaatwinst de investering in lisdoddeteelt waard zijn. Het is dan aan de overheid om een bedrag per hectare bij te leggen om dat voor elkaar te krijgen. Kortom: als lisdodde onderdeel is van een maatschappelijk gewenste oplossing voor de veenweide gebieden, dan kan het zeker doorontwikkeld worden tot bouwmateriaal. Building Balance neemt daar dan ook haar rol in. We houden de ontwikkelingen dus goed in de gaten.”

De belofte van vezelteelt voor de landbouw

Stikstofreductie, het verbeteren van bodem- en waterkwaliteit en landschap- en natuurbeheer. Stuk voor stuk zijn dit enorme uitdagingen waar Nederland voor staat. Met het telen van vezelgewassen kan de agrarische sector op een duurzame en economisch wijze bijdragen aan deze landelijke opgaven. Vezelgewassen worden als natuurlijke grondstoffen gebruikt voor biobased bouwmaterialen. Kortom, een heel mooie kans om bruggen te bouwen tussen verschillende sectoren. Dit artikel licht toe hoe biobased (ver)bouwen een kans is voor zowel de bouw- als de landbouwsector.

Biobased bouwmaterialen maken een flinke opmars in de bouwsector. Dit brengt kansen met zich mee voor de agrarische sector. Biobased bouwmaterialen zijn materialen die geheel of voor het grootste deel bestaan uit biogrondstoffen. Deze grondstoffen kunnen komen uit bossen, van akkers of als restromen uit de tuinbouw.

Agrariërs gaan de komende jaren een belangrijkere rol spelen als teler en verwerker van grondstoffen voor de biobased (bouw)economie. Het telen van vezelgewassen is nu nog relatief nieuw in Nederland. Desondanks worden er al Nederlandse vezelgewassen geteeld, waarvan de grondstoffen worden verwerkt tot gecertificeerde biobased bouwproducten, zoals vlas en vezelhennep. Andere vezelgewassen, zoals Miscanthus, zijn in opmars. Er lopen op dit moment testen om dit te verwerken tot bouwproducten.

Building Balance betrekt de agrarische sector actief bij de ontwikkeling van robuuste, transparante en eerlijke ketens. Ook verbinden we de boer en de bouwer. De boer kan een heel sterke positie in de keten innemen. Het uitgangspunt is een verdienmodel dat kan concurreren met de gangbare landbouwmogelijkheden.

Gewas-product-combinaties

Om het verdienvermogen van vezelteelt te optimaliseren, is het belangrijk om te zoeken naar gewas-product-combinaties die schaalbaar zijn, met een zo kort mogelijke keten en voldoende waarde aan zowel de agro als de bouwkant. Die nieuwe ketens zijn over het algemeen lokaal of regionaal van aard. Het liefst worden er producten gemaakt uit vezels die zo min mogelijk hoeven te reizen en te worden bewerkt. Denk aan vezels die na zeven en ontstoffen ingeblazen kunnen worden als isolatiemateriaal of een fabriek die strobalen verwerkt in prefab gevel- en dakelementen.

De meest kansrijke gewas-bouwproduct-combinaties

In onderstaand overzicht is te zien op welke kansrijke gewas-product-combinaties Building Balance focust als het gaat om snelle opschaling.

Voor wie zijn vezelgewassen interessant?

Akkerbouwteelten bestaan voor het overgrote deel uit eenjarige gewassen die in rotatie of vruchtwisseling worden geteeld. Vezelgewassen kunnen in de rotatie gezien worden als rust- of wisselgewas, deze gewassen hebben een lage nutriënten behoefte en voegen organische stof toe aan de grond. Hierdoor is de grond weer klaar voor het zogenaamde rooi- of hakgewas, een gewas dat meer van de grond vraagt en vaak ook meer oplevert zoals aardappelen of uien. De introductie van nieuwe rustgewassen kan relatief snel gaan. Het vervangt niet het dominante inkomen van de boer, waar vaak veel in is geïnvesteerd, maar gewassen die niet zo veel opbrengen.

Vezelhennep

Akkerbouwers kunnen een eenjarig gewas als vezelhennep in de gewasrotatie opnemen. Vezelhennep groeit snel. Het heeft een hoge opbrengst per hectare, tegen een relatief lage input aan water en voeding en het heeft een positieve invloed op het milieu. Het wordt geteeld zonder gebruik van bestrijdingsmiddelen en is zeer geschikt om te gebruiken als wisselgewas.

Vezelhennep wordt in april gezaaid. Al na 100 dagen, in augustus, is de vezelhennep klaar om gemaaid te worden. Vervolgens blijft het nog een aantal weken op het land liggen om te roten, waarna het in balen wordt geperst en naar de fabriek gaat.

Naast vezelhennep is het stro van de graanteelt een geschikt product voor de bouw. De Carbon Credits (zie de toelichting bij punt 3 businesscase) die binnenkort te verkrijgen zijn bij toepassing van stro in de bouw, maken het aantrekkelijker voor de akkerbouwer om stro aan de bouwketen te leveren. Het stro dient wel van goede kwaliteit te zijn.

In de veehouderij zien we nu vooral vezelhennep tussen mais en gras (rotatieteelt) als aanvulling. Na de mais lukt het vaak niet meer om direct in te zaaien. Een snelle teelt als hennep gaat al in de zomer van het land, waarna direct weer gezaaid kan worden. Naast veehouders die afbouwen vanwege bijvoorbeeld gebrek aan opvolging, is er ook grond met een (toenemende) beperking vanuit bijvoorbeeld Kader Richtlijn Water, Natura 2000, piekbelasting en omschakeling naar natuur en agroforestry. Op deze gronden is naast een eenjarig gewas als vezelhennep ook een meerjarige teelt mogelijk zoals bijvoorbeeld olifantsgras (Miscanthus).

Miscanthus

Voor de start van Miscanthus zijn wortelstokken nodig die uitgeplant worden en waarvan na enkele jaren grote hoeveelheden vezels kunnen worden geoogst. Deze teelt kent dus een aanloopperiode van ongeveer 2 jaar, maar vervolgens kan er 20-25 jaar jaarlijks geoogst worden en koolstof worden vastgelegd, ook ondergronds. Dit is terug te zien in de hogere opbrengst ten opzichte van andere vezelgewassen.

Doordat Miscanthus niet meteen dichtgroeit, is in de eerste jaren onkruidbestrijding nodig. Dit wordt ook wel mechanisch gedaan. In Miscanthus is verder geen gewasbescherming nodig en ook geen bemesting in de eerste jaren. Dit maakt het gewas geschikt voor toepassing op gronden waar toenemende druk is op de waterkwaliteit en klimaat.

De businesscase voor de agrarische ondernemer

Voor het vergelijken van de saldo’s van de verschillende gewassen is er door Building Balance een rekenmodel ontwikkeld. De prijzen voor grondbewerking, teelt en oogst die worden gehanteerd zijn loonwerkersprijzen. Dat betekent dat een boer die zelf deze activiteiten uitvoert die arbeid kan opvoeren als verdienvermogen. Mais is als referentie gekozen omdat dit het meest gangbare gewas is om te telen op grond die vrijkomt na het beëindigen van een melkveebedrijf.

De opbrengsten voor vezelteelt komen uit drie stromen:

1. De vezelopbrengsten

Voor de vergoeding voor de vezels is een gemiddelde aangehouden van prijzen die bekend zijn bij verwerkers van vezels. Er is potentie voor hogere vezelopbrengsten doordat de markt voor vezels gaat stijgen door toenemende vraag. Daar houdt het programma Building Balance zich ook mee bezig. Als boer of boerencollectief kan je waardeverhogende bewerkingen uitvoeren, bijvoorbeeld het zeven en ontstoffen van stro- en miscanthussnippers. In het rekenmodel zijn de saldo’s van de meerjarige gewassen opgenomen met een gemiddelde over een looptijd van 15 jaar.

2. De GLB-opbrengsten

In het model is uitgegaan van GLB-opbrengsten voor alleen de hectares vezelteelt. Zodra een boer echter het aantal eco-punten heeft gehaald voor brons, zilver of goud mogen die bedragen vermenigvuldigd worden met het hele areaal van de boer. Vezelteelten en meerjarige gewassen kunnen meehelpen om die eco-punten te bemachtigen en zijn voor sommige boeren een reden om met vezelteelt aan de slag te gaan. De getallen berusten op de recente GLB-nacalculaties van het ministerie van LNV.

3. Carbon credits

Het gaat hier om zogenaamde Construction Stored Carbon Credits (CSCC). Dat zijn certificaten voor de vrijwillige koolstofmarkt gekoppeld aan de hoeveelheid CO2 die door een bepaalde gewas-product-combinatie wordt opgeslagen in het gebouw. In het rekenmodel wordt alleen voor de meerjarige gewassen ook de bodemopslag van koolstof meegenomen. Wat de markt betaalt voor CSCC is op dit moment nog onduidelijk, maar er zijn al opties verkocht voor 80 euro per ton opgeslagen ton CO2.

Scenario’s

De kennis van deze nieuwe markt verandert continu. Dat geldt ook de voor het rekenmodel en de daarin gehanteerde variabelen en parameters. Hou daarom rekening met de volgende punten;

  • Verschil in prijs per verwerker.
  • Voor miscanthus en graan(stro) is nu uitgegaan van de gewas-product-combinatie inblaasvezel. Die keten is nog niet vol operationeel, maar komt in de loop van 2024 op gang. In beginsel zal vooral stro zal worden gebuikt, dat op termijn steeds meer vervangen zal worden door miscanthussnippers.
  • Wat de markt betaalt voor CSCC is op dit moment nog onduidelijk, maar er zijn al opties verkocht voor 80 euro per ton opgeslagen ton CO2. Daarnaast is het nog niet voor welke gewas-product combinatie mogelijk om CO2-certificaten te claimen. Er lopen momenteel activiteiten om dat op korte termijn mogelijk te maken.
  • Miscanthus kent een aanloopperiode van ongeveer 2 jaar en levert in de eerste jaren dus minder op.

Scenario 1: Gewassaldo zonder carbon credits en GLB

Uitgangspunten:
Geen carbon credits | geen GLB en eco-regeling | prijzen gebaseerd op bouwvezels | hennep inclusief transport buiten hennepregio | graan met opbrengsten zandgrond | graan- en maisprijsgemiddelde: 6 jaar | prijs hennep € 300,- geleverd aan de poort

In dit scenario zijn geen opbrengsten uit carbon credits en GLB opgenomen. Voor graan en mais zijn langjarige gemiddeldes opgenomen.

Scenario 2: Het gewassaldo met carbon credits en GLB-eco-score zilver

Uitgangspunten:
Carbon credits € 30,- /ton | GLB en eco-regeling (zilver) | prijzen gebaseerd op bouwvezels | hennep inclusief transport buiten hennepregio | graan met opbrengsten zandgrond | graan- en maisprijsgemiddelde: 6 jaar | prijs hennep € 300,-/ton geleverd aan de poort | 50% hennepplant naar de bouw

In dit scenario is een bescheiden bedrag van €30 per ton CO2 opgenomen voor de carbon credits waarvan in dit scenario slechts 50% in de zak van de boer beland. Daarnaast levert zilver mogelijk een bedrag van €74 euro per hectare dat feitelijk over het hele areaal geteld mag worden. Wellicht is vezelteelt of meerjarige teelt de reden geweest dat die score gehaald kan worden.

Scenario 3: Het gewassaldo met hogere waarde carbon credits en GLB-eco-score zilver

Uitgangspunten:
Carbon credits € 80,- /ton | GLB en eco-regeling (zilver) | prijzen gebaseerd op bouwvezels | hennep inclusief transport buiten hennepregio | graan met opbrengsten zandgrond | graan- en maisprijsgemiddelde: 6 jaar | prijs hennep € 300,-/ton geleverd aan de poort | 70% hennepplant naar de bouw

De prijs van 80 euro per ton voor carbon credits wordt op dit moment alleen op kleine schaal gerealiseerd maar er staan opties open om tegen die prijs in te kopen. We weten nog niet goed wat het effect op de prijs zal zijn wanneer er een grotere hoeveelheid credits op de markt komt. In dit scenario gaan we er ook vanuit dat tenminste 70% van de inkomsten uit credits bij de boer beland. Bij hennep wordt er daarnaast vanuit gegaan dat de hele plant (70%) verwaard kan worden naar de bouw en er dus meer CO2-opslag plaatsvindt.

Scenario 4:  Het gewassaldo met hoge carbon credits, GLB-eco-zilver en hogere verwaarding vezels

Wat de toekomst van de businesscase voor vezelteelten precies gaat worden is nog onbekend. De kans is vrij groot dat het mix wordt van de verschillende mogelijkheden die we hierboven noemen. Wat in die scenario’s nog niet is meegenomen is een hogere vezelprijs. Dat ligt erg voor de hand, gezien de verwachte toename van de vraag naar biobased bouwmaterialen in de bouwsector.

Wanneer er 50 euro per ton meer wordt betaald en de carbon credits een prijs van 125 euro /ton oplevert (de prijs van CO2-heffing per 2023), dan krijgen we dit beeld ten opzichte van scenario 3.

Uitgangspunten:
Carbon credits € 125,- /ton | GLB en eco-regeling (zilver) | prijzen gebaseerd op bouwvezels plus € 50,- | hennep inclusief transport buiten hennepregio | graan met opbrengsten zandgrond | graan- en maisprijsgemiddelde: 6 jaar | prijs hennep € 350,-/ton geleverd aan de poort | 70% hennepplant naar de bouw.

Wil je meer weten over de mogelijkheden en (potentiële) opbrengst van vezelgewassen? Sluit aan bij de ketensamenwerking van Building Balance in uw regio, of neem contact op met onze agro-adviseur Rob de Groot via rob.degroot@buildingbalance.eu.

Terugkoppeling online Kennissessie vezelteelt Overijssel

Op donderdagmiddag 1 februari was er een online kennissessie over vezelteelt voor agrariërs in Overijssel. Onze experts Cor van Oers en Rob de Groot gingen in op de vragen die zijn gesteld en gaven een toelichting op de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de afzetmarkten en CO2 verwaarding. Iris Middelkamp van provincie Overijssel gaf een toelichting op de stimuleringsregeling voor nieuwe teelten.

Hieronder is de opname van de bijeenkomst terug te zien en de presentatie is hier te downloaden:  kennissessie 1-2 Overijssel agrarische sector

Tijdens de bijeenkomst is een overzicht getoond van de verschillende eigenschappen per gewas. Een uitgebreider overzicht per gewas staat in het gewasdocument en is hier te downloaden:
Gewasdocument Oktober 2023.
Een uitgebreidere toelichting op saldo’s per gewas staat in het volgende document:
Saldo senario’s.

Via deze kennissessie konden we veel informatie met u delen, maar niet echt het gesprek met u persoonlijk aangaan. Uiteraard is het altijd mogelijk om nader kennis te maken of een keukentafelgesprek te voeren met één van onze ketenregisseurs. Neem dus gerust contact met ons op als u daar behoefte aan heeft.

Provincie Noord-Brabant investeert 1,53 miljoen in biobased economie

De provincie Noord-Brabant maakt de komende jaren € 1,53 miljoen vrij om de biobased (land)bouweconomie in de regio aan te jagen. Dit doen ze in samenwerking met Building Balance. De provinciale bijdrage is half december goedgekeurd door Gedeputeerde Staten voor de periode 2024-2027.

In 2022 ging de provincie Noord-Brabant een eenjarige samenwerking aan met Building Balance om regionale ketens in Brabant op te starten. De positieve resultaten in 2022 en 2023 geven vertrouwen in een meerjarige samenwerking.

Nationale Aanpak Biobased Bouwen

De investering sluit uitstekend aan bij de weg die de vier ministeries, BZK, I&W, LNV en EZK, inslaan. In november presenteerden zij de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Dit nationale plan moet in 2030 leiden tot een volwassen markt voor de teelt en verwerking van biogrondstoffen uit Nederland, die worden toegepast in gebouwen en bouwwerken. De aanpak is opgesteld in samenwerking met marktpartijen, kennisinstellingen en overheidspartijen, waaronder ook de provincie Noord-Brabant. Building Balance is door de vier ministeries als uitvoeringsorganisatie van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Een onderdeel hiervan is het bouwen van regionale ketens tussen boer en bouwer.

Regionale ketensamenwerking

Afgelopen jaar zijn samen met de provincie Noord-Brabant, Building Balance en de Rabobank meerdere ketens van ‘land tot pand’ geïnitieerd. De keten Zuid-Oost Brabant verbouwt Natuurlijke Samen is als eerste opgezet. Daarop volgde Vezelrijk Midden-Brabant en halverwege 2023 is de keten in West-Brabant van start gegaan. Met succes, want inmiddels telen Brabantse boeren 160 hectare stro, vlas, vezelhennep en sorghum. Deze grondstoffen worden vervolgens verwerkt tot bouwmaterialen die regionale bouwers toepassen in corporatiewoningen.

Dertien corporaties en drie regionale bouwbedrijven maken zich hard voor de afname van de gewassen. In juni is al de eerste woning voortkomend uit de Brabantse corporatiedeal met door lokale boeren geteelde natuurlijke grondstoffen geïsoleerd. Een van de succesvolle resultaten is dat inmiddels circa 80% van de woningcorporaties in Noord-Brabant de commitmentverklaringen heeft ondertekend om versneld biobased bouwmaterialen toe te passen in zowel hun bestaande als nieuwe woningvoorraad.

Ketens van land tot pand

Zien hoe Building Balance biobased ketens bouwt in Brabant? In deze video over het project ‘Zuidoost-Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen’ vertellen akkerbouwer René van de Gevel, Ketenregisseur Noord-Brabant van Building Balance Harold van de Ven, directeur-bestuurder van Woonstichting Compaen Joost Lobée en bewoner Ian van der Pool je meer over het proces van land tot pand:

 

 

Uitzending ‘Wat houdt ons tegen?’ over biobased bouwen

In het NPO programma ‘Wat houdt ons tegen?’ analyseert onderzoeksjournalist Jeroen Smit samen met klimaatjournalisten Jaap Tielbeke en Daphné Dupont-Nivet wat nodig is om ècht te verduurzamen. Iedere week nemen de journalisten een ander thema onder de loep. Op 10 december ging het onder de titel ‘Een beter milieu begint op de bouwplaats’ over biobased bouwen. Daarin komen ook Harold van de Ven en Norbert Schotte van Building Balance aan het woord.

Een beter milieu begint op de bouwplaats

We zitten in een woningcrisis en willen 300.000 nieuwe woningen bouwen. Tegelijkertijd zitten we in een klimaatcrisis en willen we in 2050 klimaatneutraal zijn. Deze ambities zitten elkaar nogal in de weg, want de productie van bouwmaterialen zoals beton en staal is goed voor 11% van de jaarlijkse Nederlandse CO2-uitstoot. We kunnen de woningcrisis oplossen zonder de klimaatcrisis te verergeren door met materialen als hout en hennep te gaan bouwen. Als dit dé oplossing is, waarom gebeurt het dan nog niet op grote schaal? Wat houdt ons tegen om alleen nog maar duurzame huizen te bouwen?

Kijk hier de uitzending terug op NPO start

Derde sessie Van Land tot Pand West-Brabant: ‘commitment en afspraken in de keten’

De derde kennissessie ‘Van Land tot Pand’ over biobased (ver)bouwen in West-Brabant draaide om afspraken maken tussen boeren, bouwbedrijven en woningcorporaties om biobased bouwen van de grond te laten komen. Wat is er nodig? Hoe kunnen partijen elkaar versterken? In vier bijeenkomsten, georganiseerd door Building Balance, Rabobank, REWIN, Circulair bouwen Zeeland, Impuls Zeeland en Regio West-Brabant (RWB) leren agrariërs, bouwbedrijven en woningcorporaties uit de regio hoe ze elkaar kunnen versterken.

Verschillende sprekers, onder wie Jasper van den Munckhof van Building Balance, bekeken samen met de aanwezigen wat er allemaal komt kijken bij een duurzame biobased bouwketen. Naast het telen van gewassen, het produceren tot bouwmateriaal en de uiteindelijke toepassing in woningen, is ook de uitstoot tijdens die processen, het transport en de certificering belangrijk.

“Vezelgewassen zoals hennep, vlas en olifantsgras leggen veel CO2 vast. Om dat niet te laten vervliegen, dienen we het als bouwmateriaal in huis te brengen.  Bijvoorbeeld als isolatiemateriaal dat 50 jaar onder het dak blijft zitten”, legde Van den Munckhof uit. “Voordat je kunt spreken van een duurzame biobased bouwen, moet wel de volledige keten zoveel mogelijk CO2-neutraal zijn. Er is commitment van alle partijen nodig, om samen afspraken te maken hoe je de volgende stap in de keten zet.”

Wat is er nodig?

In werksessies werd dieper ingegaan op de vraag wat iedere groep nodig heeft. Woningcorporaties hebben vooral behoefte aan duidelijke onderlinge afspraken over het toepassen van biobased (isolatie)materiaal. Bouwbedrijven zijn op zoek naar de juiste goedgekeurde bouwmaterialen, die zij kunnen toepassen in hun projecten. Daarvoor stappen ze graag samen in een kennistraject.
Tot slot de boeren. Die geven aan dat een aantrekkelijker verdienmodel voor teeltgewassen zoals vlas of miscanthus helpt bij de overstap op het telen van de grondstoffen voor biobased materialen. Een (tijdelijke) prijsgarantie kan daarbij een zetje geven, aldus een van de aanwezige boeren.

Meedoen?

In de volgende sessies zoomen de deelnemers in op de tussenschakels in de keten. Want wie en wat is er nog meer nodig om doormiddel van ketensamenwerking een goed resultaat te bereiken?

Wilt u meer weten over dit onderwerp en/of een volgende keer graag aansluiten? Neem dan contact op met Ketenregisseur Mark Kok (mark@buildingbalance.eu). De volgende sessie is in januari 2024.

Dit artikel is geschreven door Regio West-Brabant.

BB23: Van Land naar Pand – Aan de slag met opschaling

Wat een energie heerste er op ons event, BB23: Van land tot pand! Alle ruim 150 aanwezigen willen biobased bouwen met Nederlandse grondstoffen zo snel mogelijk opschalen. Van praten naar doen! Sterker nog: het gebeurt al. Maar nu is het tijd voor de grote beweging naar een serieuze biobased economie. De Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB), het opschalingsplan van de overheid, geeft daar de handvatten voor. Onze bezoekers kregen een sneakpreview van de plannen die 8 november officieel zijn gelanceerd. Met de positieve energie en concrete acties die tijdens het event zijn besproken, gaan we gezamenlijk aan de slag om de doelen uit de nationale aanpak te realiseren!

Het is bijna niet te geloven hoe snel het Building Balance programma groeit! Met die constatering trappen Jasper van den Munckhof van Building Balance en Martje Fraaije van de Rabobank de dag af. “Er zijn dit jaar 20 regionale ketens opgestart, verschillende vezelgewassen geteeld, bouwprojecten gerealiseerd en heel veel mensen betrokken geraakt. En dat is nodig! Nu is het zaak een serieuze biobased economie neer te zetten. De Nationale Aanpak Biobased Bouwen gaat ons daarbij helpen, maar alleen samen krijgen we het écht voor elkaar.”

Hoofdlijnen Nationale Aanpak Biobased Bouwen

Op 8 november spreekt de Rijksoverheid haar biobased ambities uit, met de lancering van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB). Tijdens de bijeenkomst schetst Bouwe Meijer, van het Ministerie van Binnenlandse Zaken de contouren: “De NABB is een grootschalig plan om de markt voor biobased bouwen op te schalen. Vier ministeries (BZK, EZK, LNV en IW) en een groot aantal marktpartijen hebben de plannen opgesteld. Het bestrijkt namelijk uiteenlopende gebieden. Van het stimuleren van de teelt en de verwerking van vezelgewassen tot de toepassing in de bouw en infrastructuur.”

De grote beweging maken

“Met de NABB gaan we de grote beweging maken”, verklaart Jan Willem van de Groep, programmaregisseur van Building Balance. “Er kan al heel veel. We moeten nu zorgen voor de juiste marktcondities voor opschaling van de keten voor biobased bouwen. Dat is een lange termijn project, waarvan we weten wat er nodig is. Er is dus ook op de lange termijn vertrouwen nodig dat die markt er komt.”

Inmiddels is de Nationale Aanpak Biobased Bouwen gepresenteerd. Download hier de presentatie en de NABB.

Concrete successen en plannen

Ter afsluiting van het plenaire gedeelte van de bijeenkomst vertellen een aantal spelers uit de keten wat er al concreet gebeurt. Er komen twee initiatieven aan bod die het afgelopen jaar successen hebben behaald. En twee initiatieven die komend jaar concrete plannen hebben.

Zo vertelt Joost Lobee, Directeur Bestuurder van Woonstichting Compean over de Brabantse corporatiedeal. “Corporaties zijn één van de grootste opdrachtgevers in de bouw. We kunnen veel impact hebben door in de regio gezamenlijk de juiste vraag te stellen. Bovendien is de Brabantse corporatiedeal schaalbaar naar andere regio’s.”

Marriël Edzes is Carbon specialist bij GreenInclusive en zelf biologisch boerin. Zij heeft de eerste de eerste CCS (Carbon Capture and Storage) methodologie ontwikkeld, om de CO2 opname van vezelhennep en de opslag daarvan in biobased bouwproducten te waarderen. “GreenInclusive heeft dit jaar CO2-certificaten op de vrijwillige markt gebracht en ook al de eerste verkocht. Met de opbrengst van deze certificaten krijgen agrariërs een extra vergoeding voor het telen van vezelhennep. Dat zorgt voor een beter verdienmodel en een gelijk speelveld voor biobased gewassen.”

Lucas Peters wil met zijn consortium Miscanthus-Agri de miscanthusteelt opschalen. “Miscanthus of olifantsgras heeft grote potentie, omdat het hard groeit en 20 jaar lang jaarlijks geoogst kan worden. Het begin van de teelt is belangrijk voor een goede oogst in de volgende jaren. Wij gaan de Nederlandse teelt ondersteunen, bijvoorbeeld met goed uitgangsmateriaal, hulp bij aanplant en door kennis over dit gewas naar ons land te halen.”

Tenslotte vertelt John Smiths van Sam panels (voorheen Ecor) over de productie van hun biobased plaatmateriaal. “Extra mooi is dat wij vooral reststromen verwerken. Waar veel partijen de goede vezels willen, kunnen wij uit de voeten met het ‘slechtste’ stukje of zelfs het stof van het gewas. Daarmee maken wij nu en ook in 2024 100% gezonde en in Nederland geproduceerde biobased binnenplaten.”

Verdiepende workshops en Dutch design week

Na het plenaire gedeelte volgen alle aanwezigen een verdiepende workshop die aansluit op hun vakgebied.

  1. Vezelteelten als nieuw perspectief voor de agrarische sector
    Waar willen we naar toe en welke condities zijn nodig? Welke acties kunnen we nemen? Interessant voor: iedereen die actief is in het landbouwdomein. Bekijk de presentatie van  BB23 Workshop 1: gewasdocument oktober 2023.
  2. Activatie van de industrie
    Hoe ontwikkelen we een verwerkende vezelindustrie voor bouwmaterialen in Nederland? Welke mate van vertrouwen, ondernemerschap en schaalbaarheid zijn nodig? Wat kan het betekenen voor de regio? Welke regelingen zijn in de maak? Interessant voor: iedereen die werkt in de industrie of dit stimuleren. Bekijk de presentatie van BB23 workshop 2: industrie.
  3. Aanpassen van normen, stimulering van opschaling en creëren van de juiste condities
    Welke aanpassingen in regelgeving is er nodig om op te schalen? Wat loopt er al om de juiste condities te creëren? En wat verandert er de komende jaren? Interessant voor: iedereen die bezig is met biogrondstoffen. Bekijk de presentatie van BB23 workshop 3: aanpassingen in regelgeving.
  4. Vraagstimulering door woningcorporaties
    Hoe kunnen woningcorporaties (lokale) ketens stimuleren? Hoe kunnen de lessen uit de Brabantse Corporatiedeal vertaald worden naar andere deals? Interessant voor: woningcorporaties, commerciële verhuurders, verduurzamingsbedrijven en onderhoudsbedrijven.
  5. Het bouwen van ketens van land naar pand
    Hoe kan je een regionale keten bouwen? Met welke spelers doe je dit? En hoe maak je de verbinding met landelijke initiatieven? Interessant voor: provincie, regio’s, gemeenten en iedereen die met gebiedsplannen bezig is. Bekijk de presentatie van BB23 workshop 5:
  6. Samenwerken met andere initiatieven en programma’s
    Welke programma’s zijn er die met dezelfde transitievraagstukken aan de slag zijn? Welke raakvlakken hebben ze? En hoe kunnen we elkaar versterken? Interessant voor: Iedereen die aan aanpalende programma’s bij overheden of brancheorganisaties werkt. Bekijk de presentatie van BB23 workshop 6 samenwerking.

Er is ook gelegenheid om onze partners op de Dutch Design week te bezoeken. Zoals de Embassy of Circular & Biobased Building, waar bezoekers met verbeeldingen en verhalen worden meegenomen in de hoopvolle perspectieven van biobased leefomgevingen. Er is daar ook een gewas-product expo, met een overzicht van de kansrijke Nederlandse biobased bouwketens.

Praktische tools voor biobased opschaling

De dag wordt gezamenlijk afgesloten met praktische tools voor biobased opschaling. Zo wordt de Gids Biobased Isoleren 2023  gepresenteerd. Deze uitgave van Holland Houtland bevat uitgebreide inspiratie over biobased isoleren, zoals interviews met huiseigenaren, woningcorporaties, aannemers en biobased experts. En Building Balance zelf lanceert het Handboek Biobased na-isoleren daken met tips, een concreet stappenplan én zes bouwdetails. Hiermee geven we de eerste aanzet om detailleringen voor biobased bouwen beschikbaar te maken voor de markt.

Pieter Grinwins, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, en Norbert Scholte van Building Balance namen tot slot de biobased verkiezingsbeloften door voor de aankomende Tweede Kamer verkiezingen. Daarna is er uitgebreid de tijd om elkaar te spreken. Om nog meer positieve energie en connecties op te doen om mee aan de slag te gaan met de opschaling van biobased bouwen. Want uiteindelijk kunnen we alleen samen een serieuze Nederlandse biobased economie neerzetten!