Koningin Máxima en minister Boekholt-O’Sullivan zien wat nodig is voor opschaling van biobased bouwen


Koningin Máxima en minister Boekholt-O’Sullivan brachten vandaag een werkbezoek aan de Achterhoek rond de opschaling van biobased bouwen. Het werkbezoek, georganiseerd door Building Balance, stond in het teken van de volgende fase van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen: bewezen materialen en bouwmethoden steeds vaker toepassen en onderdeel maken van de reguliere, industriële bouwpraktijk. 

Biobased bouwen omvat verschillende materialen en toepassingen. Hout speelt vooral in de nieuwbouw een belangrijke rol in constructies en bouwdelen. Vezels en reststromen kunnen worden toegepast in bijvoorbeeld isolatie, plaatmateriaal en afbouw. De volgende stap is om deze toepassingen niet alleen in afzonderlijke projecten te realiseren, maar ze op grotere schaal beschikbaar, betaalbaar en toepasbaar te maken.  

Nederlandse vezels vragen om verwerking en afzet
Tijdens een bezoek aan een vezelhennepveld in Hengelo zag Koningin Máxima hoe vezelhennep wordt geteeld en geoogst. Aan de hand van verschillende materialen liet Building Balance vervolgens zien welke stappen nodig zijn om van een gewas tot een toepasbaar bouwproduct te komen. 

Vezelhennep is een van de Nederlandse gewassen die daarvoor kunnen worden gebruikt. Ook vlas, miscanthus, tarwestro en wilg bieden mogelijkheden. 

De teelt van vezelgewassen alleen creëert echter nog geen markt. Om Nederlandse vezels structureel in bouwmaterialen toe te passen, zijn concurrerende verwerking en productie, voldoende schaal en concrete afzetmarkten nodig. Pas wanneer verwerking en afzet voldoende voorspelbaar zijn, ontstaat ook voor agrarische ondernemers perspectief om de teelt verantwoord uit te breiden. 

Industrieel biobased bouwen maakt opschaling mogelijk
In nieuwbouwproject De Kwekerij in Doetinchem stond een ander onderdeel van de opschalingsopgave centraal. Het project met 73 woningen laat zien hoe industriële bouwmethoden, biobased materiaalgebruik, energieprestaties en woonkwaliteit in de praktijk kunnen samenkomen. 

Koningin Máxima bezocht een huur- en een koopwoning en sprak met bewoners en betrokken partijen. Gemeente Doetinchem lichtte de ontwikkeling van het project toe. BAM gaf uitleg over de toegepaste industriële bouwmethode en de mogelijkheden om dergelijke bouwconcepten op grotere schaal toe te passen. 

Het bezoek maakte daarmee zichtbaar dat opschaling niet alleen draait om de beschikbaarheid van biobased materialen. Juist door materialen onderdeel te maken van herhaalbare bouw- en productieprocessen kunnen kwaliteit, snelheid, betaalbaarheid en materiaalgebruik met elkaar worden verbonden.  

Van bewezen toepassing naar normale bouwpraktijk
Het werkbezoek werd afgesloten bij Vrije School De Kleine Prins, een grotendeels houten schoolgebouw in Doetinchem. Koningin Máxima bezocht twee klassen en bekeek werk van leerlingen rond duurzame materialen. 

Daarna lichtte Jan Willem van de Groep van Building Balance de volgende fase van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen toe. Tijdens het aansluitende panelgesprek spraken minister Boekholt-O’Sullivan, wethouder Rens Steintjes, Saar Veneman van Sité Woondiensten en Viviane Regout van BAM Residential over wat nodig is om biobased bouwen verder op te schalen en structureel onderdeel te maken van de Nederlandse bouwpraktijk. Het gesprek werd gemodereerd door Norbert Schotte van Building Balance en Koningin Màxima sloot hierbij aan.  

Biobased bouwen gebeurt al. De volgende stap is dat we bewezen toepassingen niet incidenteel, maar steeds vaker en op grotere schaal inzetten. Daarvoor moet de hele keten kloppen: van een goed verdienmodel voor de agrariër tot voldoende verwerkingscapaciteit en opdrachtgevers die structureel biobased uitvragen.” – Jan Willem van de Groep, Building Balance
 

De volgende fase draait om opschaling
Meer vraag naar biobased bouwen leidt niet automatisch tot meer Nederlandse productie en vezelteelt. Materialen kunnen ook via bestaande of buitenlandse productieketens worden geleverd. 

Voor Nederlandse agrobased materialen ligt daarom een belangrijke opgave bij de ontwikkeling van een concurrerende verwerkende industrie rond producten waarvoor een concrete markt bestaat. Voorspelbare afzet, voldoende schaal en investeringszekerheid zijn daarbij belangrijke voorwaarden. Vanuit zo’n basis kan ook de vraag naar Nederlandse vezelgewassen groeien en ontstaat perspectief voor agrarische ondernemers. 

De Nationale Aanpak Biobased Bouwen richt zich in de volgende fase daarom op het verder opschalen en normaliseren van bewezen biobased materialen en bouwsystemen. Building Balance werkt als marktontwikkelingsorganisatie aan het verbinden van partijen en het creëren van de voorwaarden waaronder landbouw, industrie en bouw elkaar kunnen versterken. 

Groningen en Drenthe: Vezeldelta van Nederland

Op naar een nieuw & vezelrijk groeiseizoen voor gezonde bouwmaterialen en meer!

Het team van Building Balance Groningen en Drenthe staat met “de poten in de klei” . Op de foto in Oost Groningen vlakbij Drenthe, in één van de weinige gebieden waar men nog “vol en zat” ploegt. Dat kan omdat hier een zware vruchtbare kleilaag is. Na het ploegen en heggen zal op dit perceel een groenbemester gezaaid worden. Op deze manier kan men organische stof toevoegen en stikstof binden.

Dit jaar is het “vezelareaal” weer aanzienlijk gegroeid in onze regio. Drenthe en Groningen zijn met bijna 3.000 ha gezamenlijk goed voor ruim 70% van de totale hennepteelt in heel Nederland. In Groningen is de hennepteelt met bijna 34% gestegen en de vlasteelt met maar liefst 70%! En dan hebben we het nog niet eens over ons zeer grote areaal aan granen en bijbehorende stro die steeds vaker weer wordt ingezet voor isolatie van onze gebouwen in Nederland. We worden van oudsher niet voor niets de Graanrepubliek genoemd!

Groningen en Drenthe mogen zich dus met recht de “vezeldelta” van Nederland noemen: van land tot pand met gezonde, agrobased bouwmaterialen. Niet in plaats van voedsellevering maar juist ter aanvulling en zelfs verbetering van onze waardevolle bodem, water en ondergrond. Te mooi om waar te zijn? Nee, zo werkt de natuur en werken wij daarmee samen.

Maar één Zwaluw……. Nu is het zaak verder te bouwen aan robuuste ketens en het vertrouwen van telers, verwerkers, bouwers en opdrachtgevers te belonen. Dat doen Building Balance samen met de Vereniging Circulair Groningen en Drenthe. Ondermeer door uitvoering van de noordelijke bouwvezeldeal:  met overheden, opdrachtgevers en marktpartijen de afzet in agrobased bouwmaterialen laten groeien met stro, miscanthus, vlas en uiteraard hennep.

Op www.circulairinbeeld.nl kun je zien wie er al meedoen. Ook binnen het isolatieprogramma NijBegun werken steeds meer adviseurs en uitvoerende bedrijven met biobased materialen van eigen land.

Wil je meedoen met de bouwvezeldeal of overweeg je agrobased te gaan bouwen of te renoveren met natuurlijke materialen van Hollandse bodem? Schroom dan niet contact op te nemen. Rolf, Jos, Sieto en Gertjan helpen graag met praktische kennis en kunde!

Wilg onder hoogspanningsmasten: Flevolandschap maakt van beheer een grondstof voor biobased oevers

Onder hoogspanningsmasten groeit alles hard. Voor terreinbeheerders betekent dat terugkerend beheer, kosten en planning die steeds opnieuw moet. Het Flevolandschap koos voor een andere route: wilg als productieteelt op plekken waar beheer nodig is: met hout dat in de keten terechtkomt voor biobased toepassingen in de grond-, weg- en waterbouw (GWW), zoals oeverbeschoeiing en zinkstukken.

‘Je moet van de snelweg af’
Leo Boonman (hoofd natuur- en landschapsbeheer bij Het Flevolandschap) beheert met zijn teams duizenden hectares natuur in Flevoland. Hij kent de groeikracht van de polder als geen ander. ‘Je moet van de snelweg af,’ zegt hij. ‘Ga bij die donkere vlekken op de kaart kijken en je weet niet wat je ziet.’ Die groeikracht is prachtig, maar brengt ook beheeropgaven met zich mee, zeker op plekken waar veiligheid en infrastructuur samenkomen.

Van beheerprobleem naar oplossing
Onder hoogspanningsmasten liep Flevolandschap tegen snelle opslaggroei aan. ‘Dan worden de beheerders van die hoogspanningsmasten nerveus,’ vertelt Leo. ‘En dan stonden ze eens in de zoveel tijd weer aan je bureau: jullie moeten kappen, want het komt richting de draden. En het ging altijd harder dan wij verwachtten.’ De vraag werd: hoe maak je dit beheer voorspelbaar, zonder telkens ad hoc in te grijpen?

Via een eerdere samenwerking met Van Aalsburg (onder meer rond oeverherstel met rijshoutconstructies) kwam een nieuw idee op tafel: kan wilg hier een structurele rol spelen? ‘Het was één en één twee,’ zegt Leo. ‘We dachten: is dit niet heel mooi om toe te passen onder die hoogspanningsmasten?’

Randvoorwaarden: ‘dan moet je het ook helemaal doen’
Flevolandschap stelde duidelijke voorwaarden voordat er een ‘ja’ kwam. De aanleg en uitvoering moesten bij de specialist liggen. ‘Wij wilden het niet aanleggen en we wilden de voorbereidende dingen er niet op doen,’ zegt Leo. ‘Dan moet je het ook helemaal gaan doen.’ Daarom zijn er afspraken gemaakt over looptijd (rond de 10 jaar), oogstmomenten en vooral: natuur en bodem.

Belangrijke les: ‘natte gronden’ is niet één term
In de praktijk zit een risico niet alleen in winterse natheid, maar juist in oogst- en werkomstandigheden. ‘Wat mensen onderschatten,’ zegt Leo, ‘is dat natte gronden niet alleen een winterding zijn. Het kan ook nat zijn op het moment dat je eigenlijk moet oogsten.’ Bodem en ondergrond zijn bepalend voor wat er boven gebeurt. ‘Als je het versmeert of met te zwaar materieel onder verkeerde omstandigheden overheen gaat, dan heeft dat jarenlang vervolg.’

De oplossing zit in heldere afspraken met de uitvoerder: wanneer kan het wél, en wanneer kan het niet en welk materieel is passend.

Waarom dit relevant is voor de GWW
De vraag naar wilgenhout voor biobased toepassingen in de GWW is groot. Als aanbod achterblijft, stijgen de kosten en komt opschaling van biobased oplossingen onder druk te staan. Praktijkvoorbeelden zoals deze laten zien hoe terreinbeheerders en waterschappen op specifieke plekken kunnen bijdragen aan extra aanplant, zonder natuurdoelen los te laten.

Wat levert het Flevolandschap op?
Voor Flevolandschap is het rendement niet het verhaal. ‘Je wordt er niet rijk van,’ zegt Leo, ‘maar bij ons is het vooral rendabel omdat wij kosten minder hebben. En je hebt een vaste lijn: eens in de zoveel tijd gaat het eraf.’ Het blijft aanvullend: ‘Natuur is bij ons natuur. Dit is aanvullend.’

Meer weten of verkennen? Ben je waterschap, terreinbeheerder of landgoedeigenaar en wil je verkennen of wilg past op jouw gronden, bijvoorbeeld onder specifieke condities of als oplossing voor beheerdruk? Neem contact op via gww@buildingbalance.eu.

Praktijkproef brengt Brabantse vezels dichter bij de bouw

Opschalen begint niet pas in de fabriek of op de bouwplaats. Het begint ook op het land. Want als we in Brabant meer biobased materialen willen toepassen, moeten we weten welke gewassen hier goed groeien, hoe ze geoogst kunnen worden en hoe ze passen binnen een praktische, betaalbare keten.

Daarom ondersteunt Vezelrijk Brabant binnen De AgroProeftuin Noordoost-Brabant een praktijkproef naar vezelgewassen voor de bouw. De AgroProeftuin, voorheen bekend als AgroProeftuin De Peel, biedt ruimte aan experimenten die bijdragen aan toekomstbestendige landbouw in Noordoost-Brabant.

Dat doen we natuurlijk niet alleen. In samenwerking met onder andere HAS green academy, agrariërs en ketenpartners wordt praktijkkennis verzameld over teelt, oogst en mogelijke toepassingen. Zo ontstaat stap voor stap beter inzicht in wat werkt op Brabantse bodem én wat nodig is om deze vezels richting de bouwketen te brengen.

Voor Vezelrijk Brabant zijn vooral de eerste inzichten rond vlas interessant. De praktijkproef laat zien dat vlas ook op Brabantse zandgrond perspectief biedt. Daarnaast is ervaring opgedaan met het maaien van het gewas met een reguliere veehouderijmaaier en het direct persen tot balen. Dat is interessant, omdat vlas voor bouwtoepassingen niet dezelfde verwerkingsroute hoeft te volgen als vlas voor linnen of textiel.

Door op deze manier te kijken naar teelt, oogst en verwerking, ontstaan kansen om de keten eenvoudiger, betaalbaarder en beter schaalbaar te maken. Precies dat soort praktijkkennis is nodig om biobased bouwen verder te brengen.

Zo groeit binnen De AgroProeftuin niet alleen een gewas, maar ook de kennis die nodig is om van Brabantse vezels echte bouwgrondstoffen te maken.

De wilg: onmisbare grondstof voor biobased GWW

De vraag naar wilgenhout voor toepassingen in de GWW groeit gestaag. Tegelijkertijd staat de beschikbaarheid onder druk. Als er een tekort ontstaat, worden toepassingen zoals oeverbeschoeiing en zinkstukken duurder en komt opschaling van biobased oplossingen tot stilstand. 

Waarom de wilg juist nu relevant is
In de GWW groeit de vraag naar biobased materialen, terwijl de beschikbaarheid van grondstoffen onder druk staat. We moeten anders bouwen, anders omgaan met water en bodem en anders kijken naar landbouw. De wilg sluit daar verrassend goed op aan. 

De boom: 

  • levert biobased materialen voor oeverbeschoeiing en zinkstukken;  
  • wordt al toegepast in de praktijk; 
  • groeit snel en legt CO₂ vast;
  • is geschikt onder specifieke condities; 
  • biedt kansen voor grondeigenaren en agrariërs. 

Voor Building Balance heeft wilg een duidelijke plek binnen het GWW-programma en binnen de innovatiepartnerschappen. 

Voor wie is dit relevant?
De aanplant van wilg is vooral interessant voor waterschappen, terrein beherende organisaties en landgoedeigenaren. Vaak gaat het om gronden tussen landbouw en natuur, waar een hoger waterpeil andere teelten minder geschikt maakt. Ook agrariërs kunnen hierin een rol spelen, bijvoorbeeld via samenwerking of pacht. Momenteel onderzoeken we hoe dit specifiek kan. 

Hoe de wilgenketen werkt

Aanplant
Wilgen kunnen worden aangeplant langs watergangen of op percelen waar een hoger waterpeil andere gewassen onder druk zet. Juist op deze plekken biedt de wilg een kansrijk alternatief. De opbrengst hangt af van waterstand en beheer. Het gaat hierbij niet om moeras, maar om percelen met een verhoogd waterpeil. Waar de opbrengst lager is, kan stapeling met ecosysteemdiensten dit compenseren. De vraag groeit sneller dan het aanbod, waardoor er nu al import nodig is. Zonder extra aanplant komt verdere opschaling onder druk te staan. 

Groei en oogst
De wilg groeit snel en wordt eens per paar jaar gesneden. Na de oogst loopt de boom weer uit en groeit hij opnieuw verder. In veel gevallen wordt wilg geteeld in een cyclus met periodieke oogst. Hoe dit precies wordt gekwalificeerd (landbouw/bosbouw) hangt samen met teeltwijze en regels; daarover willen we duidelijkheid bieden. Verwerking tot bouw- en infraproducten 

Verwerking tot bouw- en infraproducten
Het hout gaat naar gespecialiseerde bedrijven die al generaties lang producten maken voor de waterbouw. Denk aan oeverbeschoeiing (bijv. wilgenmatten/rijshoutconstructies) en zinkstukken. Deze toepassingen worden al eeuwen gebruikt en hebben hun betrouwbaarheid in de praktijk bewezen. Ze zijn volledig biobased en sluiten aan op de groeiende vraag van opdrachtgevers naar duurzame alternatieven. De vraag naar Nederlands wilgenhout is inmiddels zo groot dat er soms geïmporteerd moet worden. Dit benadrukt het belang van opschaling van de teelt.
 

De waarde van de wilg op veel fronten 

  • Klimaat: Als het hout jarenlang wordt gebruikt in dijken, oevers of funderingen, blijft die CO₂ langdurig opgeslagen. 
  • Water en bodem: De wilg presteert goed op natte gronden. Een hoger waterpeil helpt de bodem stabieler te maken. De boom heeft weinig tot geen mest nodig, wat gunstig is voor de waterkwaliteit. 
  • Biodiversiteit: De wilg is een van de meest waardevolle bomen voor insecten, vogels en kleine dieren. De teelt brengt meetbaar veel leven terug in gebieden die ecologisch vaak arm zijn. 
  • Aanvullend verdienmodel voor agrarisch ondernemers: Kan een rol spelen, met name op gronden die minder geschikt zijn voor andere teelten en in combinatie met andere vergoedingen of ecosysteemdiensten. 

Biobased alternatief voor bouw en infra
Wilgenproducten worden al tientallen jaren gebruikt in de Nederlandse waterbouw. Ze vormen een bewezen biobased alternatief voor veelgebruikte materialen. Daarnaast ontstaan nieuwe toepassingen, zoals plaatmateriaal. 

Zo kun je starten met wilgenteelt
Er zijn verschillende manieren om met wilgen aan de slag te gaan: 

  • Aanplant op geschikte percelen, waarbij schaal en opbrengst bepalend zijn 
  • Samenwerking via collectieven, pacht of gebiedsaanpak  
  • Aansluiten bij bestaande ketens en initiatieven in de GWW  

Welke route het beste past, hangt af van de locatie en de rol van de betrokken partij. 

Wat betekent dit voor de GWW?
De wilg biedt concrete kansen voor de GWW-sector. Wilgenhout wordt gebruikt voor oeverbeschoeiing, taludversterking en waterveiligheidsprojecten. Deze toepassingen vervangen in veel gevallen materialen met een hoge uitstoot en sluiten aan op de doelen van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB). We werken samen met opdrachtgevers, aannemers en andere partijen aan de opschaling van biobased toepassingen zoals oevers en geotextielen, waarbij wilg een belangrijke grondstof voor een aantal toepassingen is. Een hectare levert, afhankelijk van de constructie, al gauw 12 kilometer aan wiepen voor oeverbeschoeiing. Zo kunnen een paar hectare wilgen al bijdragen aan verdere opschaling binnen de GWW. 

Hoe Building Balance bijdraagt
Building Balance werkt aan het opschalen van de wilgenketen door vraag en aanbod bij elkaar te brengen. We ondersteunen nieuwe aanplant, verbinden grondeigenaren aan verwerkers en opdrachtgevers en bouwen aan regionale ketens. Zo ontstaat een stabiele basis voor verdere opschaling van biobased toepassingen in de GWW. 

Wil je aan de slag met wilg?
Wil je verkennen wat wilg kan betekenen voor jouw gronden of projecten? Of werk je aan milieuvriendelijke oeverbescherming en wil je meer biobased materialen inzetten in infraprojecten? Denk dan eens aan de wilg als een praktisch en betrouwbaar alternatief. 

We denken graag met je mee over de mogelijkheden in jouw project en hoe je kunt aansluiten bij de innovatiepartnerschappen en keteninitiatieven. Ben je waterschap/TBO/landgoedeigenaar?  Neem contact op via gww@buildingbalance.eu.
Wil je meer weten over de wilg, we hebben hier alles nog eens netjes voor je op een rij gezet.

Nieuwe WUR-factsheets: graanstro naar de bouw, met oog voor bodem en saldo

Graanstro kan een waardevolle grondstof zijn voor biobased bouwmaterialen, bijvoorbeeld voor isolatie. Tegelijk is er een heldere randvoorwaarde: als je stro afvoert, wil je de bodem goed blijven onderhouden. Wageningen University en Research heeft dit uitgewerkt in zes factsheets, voor verschillende regio’s en grondsoorten.

Het belangrijkste inzicht
Er kan een positief economisch saldo zijn voor de agrarisch ondernemer, terwijl de bodem goed onderhouden wordt. Dat lukt als je keuzes maakt die passen bij het bouwplan. Maar belangrijk te weten is dat het graanaandeel de sleutel is.
Een praktische manier om snel richting te kiezen is kijken naar het graanaandeel in het bouwplan:

  • Hoe minder graan in het bouwplan, hoe belangrijker stro is voor de aanvoer van effectieve organische stof (EOS).
  • Hoe meer graan in het bouwplan, hoe meer EOS al via stoppel en wortels wordt aangevoerd. Afvoer kan dan eerder passen, afhankelijk van bedrijf en percelen.

Drie inzichten uit de factsheets

  • Carbon credits en saldo
    Carbon credits kunnen het saldo verbeteren. In de factsheets is bewust conservatief gerekend. Ook zijn KWIN-cijfers gebaseerd op gemiddelden. Actuele stroprijzen en ketenafspraken kunnen in de praktijk anders uitpakken.
  • Compost: robuust, maar let op kwaliteit
    Compost komt naar voren als een robuuste compensatiemaatregel. Bij opschaling zijn beschikbaarheid én schone, kwalitatieve compost bepalend. Kwaliteit is een reële zorg.
  • Verschillen per grondsoort en bouwplan
    De uitkomsten verschillen per regio en grondsoort, en zijn sterk afhankelijk van het bouwplan. Dit vraagt bedrijfsspecifieke keuzes: er is geen generieke conclusie die overal geldt.

Belangrijke nuance
De factsheets werken met scenario’s waarin het stro van het hele graanareaal wordt afgevoerd. In de praktijk kan een ondernemer ook kiezen voor gedeeltelijke afvoer, bijvoorbeeld per perceel. Daarnaast kunnen stroprijzen en ketenafspraken meespelen in de afweging.

Voor wie is dit extra relevant?
Werk je als (onafhankelijk) bodemadviseur, bijvoorbeeld via het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer? Dan bieden de factsheets extra onderbouwing voor adviesgesprekken over stro, bodem en economische keuzes.

Downloads: zes factsheets

De WUR heeft factsheets gemaatk voor de volgende type gronden: Flevoland, Veenkoloniën, Noordelijke zeeklei, Zuidelijke zandgrond, Lössgrond en Zuidwestelijke zeeklei. Je kunt ze hier downloaden.

Vezelhennepdeal in Rivierenland

In Rivierenland werken landbouw en bouw samen aan een nieuwe, regionale keten voor biobased bouwmaterialen. Tijdens de Natuurinclusief Manifestatie maakten we, in het veld, de vezelhennepdeal bekend: vanaf 2026 starten we binnen het Biodiverse Akkermozaïek (BAM-akkers) van Collectief Rivierenland met een project voor de teelt van vezelhennep op 40 hectare, verspreid over de regio.

Het doel is helder: lokale bouwmaterialen ontwikkelen uit lokale teelt, met een lage CO₂-footprint. Hoex Bouw zorgt voor een gegarandeerde afname van de geoogste hennep en verwerkt deze tot biobased isolatiemateriaal. Loonbedrijf Gebroeders De Boer verzorgt de teeltbegeleiding. Collectief Rivierenlanden coördineert het project en begeleidt de deelnemende agrariërs.

natuurinclusieve teelt met impact
De vezelhennep wordt geteeld op een natuurinclusieve manier binnen de BAM-akkers. Hierdoor ontstaan zowel grondstoffen voor de  bouw als een agroecologisch perspectief. Soorten als de grasmus, bosrietzanger en kievit profiteren van de teelt. Ook de blauwborst en na de oogst soorten als keep kneu, paapje en ortolaan vinden voedsel en schuilgelegenheid op de BAM akker.

De impact is concreet. Vezelhennep draagt bij aan boedemverbetering, vergroot de sponswerking van de bodem en maakt percelen minder gevoelig voor droogt. Bovendien legt vezelhennep tijdens de groei circa 10-15 ton CO₂ per hectare vast. Hierdoor kan de CO₂-uitstoot van biobased bouwmaterialen in vergelijking met conventionele alternatieven fors lager uitvallen, met een potentieel tot 80% minder uitstoot.

samen bouwen aan een biobased keten
De samenwerking brengt partijen bij elkaar die elkaar nodig hebben om op te schalen. Collectief Rivierenland voor coördinatie en begeleiding, deelnemende agrariërs voor de teelt, Loonbedrijf Gebroeders de Boer voor het maaien, schudden en logistiek, en Hoex Bouw die afname garandeert en de hennep tot isolatiemateriaal verwerkt. Zo bouwen we aan een keten van lokale productie naar lokale verwerking en lokale toepassing, met minder transportkilometers, meer grip op kwaliteit en continuïteit en een eerlijke prijs voor de agrariër. Met de opbrengst van één hectare hennep kunnen circa twee complete woningen worden geïsoleerd.

Met dit project laten we zien hoe landbouw en bouw elkaar kunnen versterken: minder uitstoot, meer regionale waarde, en een stevige basis voor een circulaire bouwsector in Rivierenland.

 

 

Zeeland in stroversnelling

Primeur: succesvolle test met inblaasstro bij DW Prefab in Serooskerke

In Serooskerke is een belangrijke stap gezet in de opschaling van biobased bouwen. Building Balance voerde samen met DW Prefab, ThermoStro en SHR Wageningen een unieke proef uit met het industrieel inblazen van stro als isolatiemateriaal in prefab houtskeletbouwelementen. Het is voor het eerst dat deze techniek in Nederland op deze schaal is getest en succesvol bleek te werken.

De test laat zien dat inblaasstro, een puur natuurproduct, ook op industriële schaal kan worden toegepast volgens de geldende bouwnormen. Daarmee is een belangrijke drempel weggenomen: de techniek is bewezen en direct inzetbaar voor andere bouwers en producenten van prefab houtskeletbouwelementen.

Van initiatief tot uitvoering
De proef is een initiatief van Building Balance en werd uitgevoerd bij DW Prefab in Serooskerke. Daarbij werd gebruikgemaakt van een moderne inblaasmachine met vulplaat van X-Floc, die doorgaans wordt ingezet voor fabrieksmatige isolatie met cellulose of glaswol.

Het gebruikte stro is KOMO-gecertificeerd inblaasstro, ontwikkeld door Building Balance in samenwerking met de Takkenkamp Groep en Prefab Strobouw. Het wordt momenteel geleverd door ThermoStro, Istrolatie en T-Cab.

Het doel van de test was te onderzoeken of dit stro industrieel ingeblazen kan worden met de juiste dichtheid, zonder risico op zetting. Daarvoor werd een testelement van 400 x 600 x 2300 millimeter ingeblazen, gewogen en dertig minuten op een trilbank geplaatst conform de NEN-EN 15101-1:2013 +A1:2019 Annex B2. De conclusie: het stro kan gelijkmatig worden ingeblazen bij de voorgeschreven 90 kilogram per kubieke meter, zonder risico op zetting.

Belangrijke stap richting gecertificeerd biobased bouwen
DW Prefab testte tijdens het onderzoek ook stro van eigen bodem. Ook dat stro bleek zich uitstekend te laten inblazen. Voor het Zeeuwse bedrijf is dit een belangrijke stap richting KOMO-certificering van prefab houtskeletbouwelementen met stro.

“Het is bijzonder om te zien dat stro, een lokaal en hernieuwbaar materiaal, nu ook industrieel kan worden toegepast,” zegt Niels de Visser van DW Prefab. “Voor ons is dit een grote stap richting gecertificeerde, biobased prefab bouwsystemen met grondstoffen uit onze eigen regio.”

Van land tot pand in Zeeland
DW Prefab is actief lid van het K&I Netwerk Circulair Bouwen in Zeeland, dat werkt aan het sluiten van lokale ketens, van land tot pand. Deze test laat zien hoe agrarische reststromen, zoals stro van Zeeuwse boeren, kunnen worden omgezet in hoogwaardige bouwmaterialen. Zo blijft de waarde van grondstoffen in de regio behouden en dragen partijen samen bij aan een circulaire, duurzame bouwsector.

Direct toepasbaar in de praktijk
Met deze test is aangetoond dat industrieel inblazen van stro niet alleen technisch mogelijk is, maar ook klaar is voor gebruik in de praktijk. Er zijn geen belemmeringen meer voor bouwbedrijven of prefabproducenten om met stro aan de slag te gaan. Iedereen die over een geschikte inblaasmachine beschikt, of er een aanschaft, kan dit toepassen.

Samen bouwen aan een biobased toekomst
De test in Serooskerke maakt deel uit van de landelijke certificeringsroute voor biobased isolatiematerialen onder leiding van Building Balance. Het succes toont aan dat biobased én lokaal bouwen hand in hand kunnen gaan: met minder CO₂-uitstoot, minder afval en meer waarde voor de regio.

Wat betekent dit voor jou?
Bouwers en prefabproducenten met een X-Floc of vergelijkbare machine kunnen stro nu direct toepassen volgens de geteste dichtheid. Wil je een pilot starten of je lijn instellen op stro, neem dan contact op via de ketenregisseur in je regio. Opdrachtgevers kunnen stro-isolatie vanaf vandaag meenemen in hun uitvraag.

Nieuwe openstelling Stimulering Vezelteelt: schrijf je in voor het webinar 

De regeling Stimulering Vezelteelt gaat eind november opnieuw open. Deze regeling maakt de teelt van vezelgewassen aantrekkelijker door de aankoop van carbon credits uit ketens van land tot pand. Nieuw dit jaar is dat de regeling niet alleen toegankelijk is voor agrariërs, maar ook voor verwerkers. 

Voor deze openstelling is een budget van ruim €7 miljoen beschikbaar: 

  • €2,5 miljoen voor agrariërs 
  • €4,65 miljoen voor verwerkers 

de belangrijkste verschillen met vorige openstellingen: 

  • aparte module voor verwerkers, zodat ook zij rechtstreeks kunnen aanvragen; 
  • mogelijkheid voor verwerkers om meerjarige aanvragen te doen; 
  • vereenvoudigde bewijslast: registratie via RVO in plaats van eigendomsaktes.

webinar 

Wil je meer weten over de regeling en de nieuwe mogelijkheden voor agrariërs en verwerkers? Neem deel aan ons webinar. Tijdens dit webinar lichten we de regeling toe en beantwoorden we vragen. Je kunt je hier aanmelden voor het webinar.

In de Fieldlabs van MooiNL groeit het landschap van de toekomst 

Hoe passen vezelgewassen in het Nederlandse landschap? Hoe combineren we biodiversiteit, waterkwaliteit en landbouw? En hoe maken we van biobased bouwen de nieuwe norm? In de Fieldlabs MooiNL zoeken regionale ketens samen met Building Balance naar de antwoorden. 

In opdracht van het programma MooiNL van het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn in twee regio’s (de Achterhoek en de Stedendriehoek) Fieldlabs gestart. Op zes plekken in deze regio’s wordt in de praktijk onderzocht hoe vezelgewassen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit, biodiversiteit, klimaat en een toekomstbestendig verdienmodel voor boeren. Van landbouwgrond vol raaigras en mais naar een landschap waarin bouwen, natuur en voedselproductie hand in hand gaan. 

Samenwerkende ketens
In elk Fieldlab werken agrariërs, ketenpartners, ontwerpers en beleidsmakers samen. Building Balance vervult daarbij een landelijke verbindende rol. De regionale ketens bepalen de koers, de context en het tempo én delen hun inzichten via hun eigen communicatiekanalen. Vanuit Building Balance zorgen we voor de landelijke duiding, kennisdeling en zichtbaarheid. 

Zes projecten, elk met hun eigen verhaal
De projecten verschillen in aanpak, fase en energie. In de Achterhoek ligt de nadruk op proces en dialoog: hoe creëer je een veilige setting om samen tot nieuwe landschapsideeën te komen? In de Stedendriehoek ligt de focus op doen en testen: hoe sluiten we de keten van vezel tot bouwelement in de praktijk? 

Deze combinatie maakt de Fieldlabs waardevol: we leren van beide aanpakken, en laten zien hoe biobased bouwen in álle regio’s vorm kan krijgen. 

Wat kun je verwachten?
Vanuit Building Balance delen we de komende periode lessen, verhalen en beelden uit de Fieldlabs. Soms praktisch, soms reflectief, altijd gericht op kennisdeling. Volg onze LinkedIn-pagina voor updates of abonneer je op onze nieuwsbrief. Op deze pagina vindt je altijd alle informatie en updates over de Fieldlabs.

Nieuw rapport: vezelteelt scoort beter op bodem en water dan gangbare teelten 

De teelt van hennep, vlas en miscanthus krijgt steeds meer aandacht. Logisch, want deze gewassen leveren grondstoffen voor biobased bouwmaterialen én kunnen de bodem en waterkwaliteit verbeteren. Maar wat is er nu echt bekend over de ecologische effecten van vezelteelt? 

In opdracht van Building Balance bracht het Louis Bolk Instituut de bestaande kennis in kaart. Het rapport vergelijkt hennep, vlas en miscanthus met gangbare gewassen zoals maïs, aardappel en suikerbiet. Er is gekeken naar bodemkwaliteit, waterkwaliteit, biodiversiteit én aaltjesdruk. ”De resultaten bevestigen we wat al wisten: de vezelgewassen leveren een positieve bijdrage aan bodem- en waterkwaliteit.”  

minder milieubelasting, meer bodemleven
De cijfers uit het rapport laten duidelijk zien: vezelgewassen veroorzaken veel minder milieubelasting dan gangbare akkerbouwgewassen. Hennep en miscanthus scoren zelfs neutraal op alle onderdelen van het milieubelastingsmodel. Ook vlas scoort laag, mits er geen synthetische bestrijdingsmiddelen worden ingezet. 

Daarnaast blijkt dat vezelgewassen bijdragen aan een betere bodemstructuur. Vooral miscanthus, met zijn diepe wortelstelsel en jaarlijkse bladval, stimuleert het bodemleven en verhoogt het organischestofgehalte. 

slim in het bouwplan, goed voor water
De uitspoeling van stikstof is bij vezelgewassen fors lager dan bij bijvoorbeeld maïs of aardappel. Dat maakt deze gewassen aantrekkelijk op percelen met uitspoelingsrisico, of in gebieden waar waterkwaliteit onder druk staat. 

Met het NDICEA-model, dat in dit rapport is gebruikt, kun je nu ook vezelgewassen doorrekenen in het bouwplan. Daarmee is het mogelijk om de effecten van rotatie, bemesting en gewaskeuze op bodem en water te simuleren. Een mooie kans voor adviseurs die bewust willen sturen op duurzaam bodembeheer. 

biodiversiteit en aaltjes: extra bonus
Vezelgewassen zijn ook interessant voor wie werkt aan biodiversiteit of aaltjesbeheer. Hennep trekt insecten en akkervogels aan. Miscanthus biedt overwinteringsplek voor fauna. En vlas remt bepaalde schadelijke aaltjes af. Niet elk gewas scoort overal goed, maar er zijn duidelijke kansen om slim te combineren in het bouwplan. 

Samenvattend: de voordelen op een rij 

  • Minder uitspoeling en milieudruk dan bij aardappel of maïs 
  • Hogere organische stofopbouw, vooral bij miscanthus 
  • Positieve bijdrage aan biodiversiteit 
  • Lager gebruik van meststoffen en middelen 
  • Synergie met aaltjesbeheer (vlas) 
  • Inpasbaar in bestaande bouwplannen 
  • Modelmatig te onderbouwen met NDICEA 

Wat kun jij hiermee? 

Ben je beleidsmaker of adviseur? Gebruik deze inzichten als onderbouwing voor maatregelen rond waterkwaliteit of duurzaam bodembeheer. Werk je aan gebiedsontwikkeling of ketenvorming? Dit rapport helpt je verder. 

 

Geluidsprestatie woningscheidende wanden met biobased isolatie

Ten behoeve van de ontwikkeling van bouwdetails met plantaardige vezelisolatie zijn geluidsmetingen uitgevoerd. De uitgangspunten bij de toepassing van biobased inblaasisolatie verschillen immers van houtskeletbouw met traditionele glaswoldekens.

uiteenzetting onderwerp
Om een goed beeld te krijgen van de geluidprestaties die te verwachten zijn van houten woningscheidende wanden, zijn verschillende pakketopbouwen met inblaasstro beproefd bij het akoestisch laboratorium Daidalos Peutz in Leuven (België).

Geconcludeerd wordt dat toepassing van een spouw met aan weerszijden een folie met daarachter de isolatie, geluidtechnisch de voorkeur geniet. Toepassing van een buigslappe spouwplaat verslechtert de geluidwering, met name in combinatie met een smallere spouw en een lichtere plaatafwerking aan de woningzijde. Toch kunnen woningscheidende wanden voorzien van een spouwplaat, geluidtechnisch wel voldoen aan de minimaal vereiste geluidwering.

Bij alle doorgemeten constructies is ingeblazen stro-isolatie gebruikt met een densiteit van 85 kg/m³.

verdieping onderwerp
De meeste andere plantaardige vezelisolatie, zoals hennepvezels, hennepwol, vlaswol, houtvezels en cellulose, hebben een lager soortelijk gewicht. Dit heeft, naar verwachting, een beperkte negatieve invloed op de geluidprestaties. De geluidprestaties van deze isolatie worden na de zomer getest.

Omdat testresultaten hiervan nog niet bekend zijn, wordt vooralsnog geadviseerd een veilige wandopbouw te kiezen met folie aan de spouwzijde (3A / 3B). Aanvullend wordt geadviseerd om te kiezen voor akoestisch isolerende en brandwerende wandcontactdozen. Hiervoor zijn speciale hollewand-inbouwdozen op de markt.

Afsluiting
Meer informatie en de testrapporten zijn te vinden via de website van het NKBB.

Voor inhoudelijke vragen kun je contact opnemen met Aldo de Jong.

KOMO-certificaat voor inblaasstro: vier testrapporten gepubliceerd op NKBB

Donderdag 6 februari 2025 ontvingen Istrolatie en Thermostro het prestigieuze KOMO-certificaat voor hun inblaasstro. Building Balance heeft dit generieke product ontwikkeld in samenwerking met Takkenkamp Groep en Prefab Strobouw. Het recept, de testrapporten en het kwaliteitshandboek van dit inblaasstro zijn nu ook gepubliceerd op het Nationaal Kenniscentrum Biobased Bouwen (NKBB). Bekijk alle documenten via de NKBB-pagina

warmtegeleiding inblaasvezels
Allereerst zijn verschillende vezellengtes en dichtheden van stro getest op de warmtegeleiding. Hieruit is geconcludeerd dat een langere strovezel in combinatie met een lagere dichtheid de beste isolatiewaarde geeft. Vervolgens zijn ook andere inblaasvezels getest, zoals miscanthusvezels en scheven van hennep en vlas. De resultaten van deze test vind je in het rapport van SKG-IKOB.

recept inblaasstro
Vervolgens is de inblaassnelheid van twee lengtes stro vergeleken: gehakseld op 1 en 2,5 cm. Ondanks dat stro van 2,5 cm (door de lagere dichtheid) minder massa nodig heeft, kost het meer tijd per m³ om te verwerken. Daarom is gekozen voor stro van 1 cm lengte.

Van deze variant is:

  • door Peutz de brandklasse bepaald;
  • door SKG-IKOB de definitieve warmtegeleiding vastgesteld;
  • door SHR getest of het zettingsvrij is bij 90 kg/m³.

Dat laatste onderzoek leidde tot een belangrijk inzicht: ontstoffing is cruciaal. Meer stof betekent een significant hoger gewicht per m³. Uiteindelijk is vastgesteld dat het generieke stro, gehakseld op 1 cm, na zeven en ontstoffen minder dan 10% stof bevat. SHR bepaalde daarnaast de waterdampdiffusieweerstand, soortelijke warmte en dichtheid.

samenvatting resultaten door SHR:

  • Materiaal: tarwestro
  • Warmtegeleiding λd: 0,043 W/m·K
  • Warmtegeleiding λc: 0,046 W/m·K
  • Dichtheid: >90 kg/m³
  • Biobased gehalte: 100%
  • Brandklasse: E
  • Waterdampdoorlatendheid μd: 0,97 m
  • Soortelijke warmte: 1.600 J/(kg·K)
  • MKI (Set 1): €0,18
  • MKI (Set 2): €0,15
  • Certificering: KOMO-gecertificeerd door SKH

Bekijk het volledige rapport van SHR op de NKBB-pagina.

kwaliteitshandboek inblaasstro
Productcertificatie gaat verder dan alleen technische specificaties. Minstens zo belangrijk is de kwaliteitsborging van het productieproces. QVox stelde hiervoor een blauwdruk op voor een kwaliteitshandboek, dat door producenten van inblaasstro kan worden ingevuld aan de hand van een duidelijke invulinstructie.

  • Producenten van andere biobased isolatiematerialen kunnen dit handboek gebruiken als startpunt voor certificering op basis van BRL 1362.
  • QVox ontwikkelde op verzoek van Building Balance ook verwerkingsinstructies voor leveranciers van inblaasstro. Deze dienen door isolatiebedrijven gevolgd te worden.

Download het kwaliteitshandboek en de instructies op de NKBB-pagina (kijk bij ‘gerelateerde documenten’.

is stro stro en blijft stro stro?
Stro is een restproduct van graan. In Nederland is tarwe het meest geteelde graan, op afstand gevolgd door gerst en rogge. Volgens stroverwerkende bedrijven zijn tarwe, wintergerst en rogge vergelijkbaar van samenstelling. Ook de kleur (geel, geoogst voor regen, of grijs, na regen) maakt volgens hen geen verschil. TNO en WUR bevestigen dit in hun onderzoek in opdracht van Building Balance: stro = stro.

Omdat stro een natuurlijke vezel is die ook kan ontbinden, onderzochten TNO en WUR of stro zijn eigenschappen behoudt over tijd, met name de warmtegeleiding. Ze bezochten projecten waar stro tot 25 jaar geleden werd toegepast als isolatiemateriaal. De conclusie tot nu toe: stro blijft stro. Dit onderzoek wordt nog aangevuld met:

  • monsters van stro van 75 jaar oud, aangetroffen bij recente renovatiewerkzaamheden;
  • een monster van 100 jaar oud van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Lees het volledige TNO & WUR-onderzoek op NKBB.

wil je meer weten of stro als isolatiemateriaal toepassen?
Neem gerust contact met ons op.

Vezelteelt verkennen op het melkveebedrijf: wat is er nodig voor een rendabel perspectief? 

De bouw vraagt om grondstoffen van eigen bodem. Tegelijk zoekt de melkveehouderij naar nieuwe verdienmodellen, bodemverbetering en maatschappelijke inbedding. In dit essay  verkennen we wat vezelteelt zou kunnen betekenen voor melkveehouders. Het vertrekpunt is de praktijk van vandaag, met alle kansen én knelpunten die daarbij horen. Het essay is geschreven door Wageningen Livestock Research, in opdracht van Building Balance.  Het document is bedoeld als verkenning en gespreksstarter, geen blauwdruk, maar een inhoudelijk vertrekpunt voor ondernemers, beleidsmakers en ketenpartijen. 

Het essay laat zien: 

  • hoe vezelgewassen kunnen bijdragen aan een robuuster bouwplan voor melkveehouders; 
  • wat de agronomische én economische kenmerken zijn van vier veelbelovende gewassen: hennep, miscanthus, wilg en wintertarwe; 
  • welke randvoorwaarden cruciaal zijn om het potentieel in de praktijk te realiseren. 

Want hoewel de potentie van deze gewassen groot is, bepaalt niet het gewas maar de organisatie rondom de teelt of het ook rendeert. Denk aan zaaizaadbeschikbaarheid, teeltafspraken, verwerking, afzet, en het verzilveren van bijvoorbeeld koolstofcertificaten. Het economische saldo is het resultaat van al deze onderdelen. Het essay bevat zeven concrete aanbevelingen om die keten sterker te maken. Bijvoorbeeld: 

  • laat miscanthus meetellen als blijvend grasland binnen het GLB; 
  • maak koolstofcertificering transparant en bruikbaar voor boeren; 
  • werk aan structurele beloning voor ecosysteemdiensten. 

Het doel van het essay is helder: niet overtuigen, maar oriënteren. Wat kunnen vezelgewassen betekenen voor jouw bedrijf? En wat moet er gebeuren om het potentieel te verzilveren? 

Download hier het volledige essay (PDF) 

Werk jij aan duurzame landbouw, gebiedsontwikkeling of biobased bouwen?
Dan helpt dit essay om in beeld te brengen wat er nodig is om vezelteelt in de melkveehouderij mogelijk te maken en legt daarmee de basis voor verdere gesprekken, pilots en beleid. En heb je vragen, dan gaan we graag in gesprek. Neem bij vragen contact op met de ketenregisseur in je regio. 

 

De Anna Paulownaboom: goed om te weten

De ‘Anna Paulownaboom’ is geen eenduidige soort, maar een verzamelnaam voor verschillende soorten en hybriden uit het geslacht Paulownia (zoals tomentosa, elongata, fortunei, en kruisingen als Phoenix One). Het gebruik van deze naam leidt tot verwarring, vooral bij beleid en toepassing. Op verzoek van het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit (LVVN) laat de NVWA momenteel onderzoek uitvoeren naar de risico’s en mogelijke invasiviteit van Paulownia tomentosa en andere varianten. Resultaten worden medio 2026 verwacht.

Hoewel het hout snel groeit en biomassa oplevert, is toepassing in de bouw minder waarschijnlijk dan hoogwaardig gebruik (zoals meubels). Vanuit verschillende Europese landen is inmiddels erkenning voor bepaalde hybriden, terwijl P. tomentosa op diverse verboden lijsten staat vanwege invasief gedrag.

De aanplant van Paulownia is wél meegenomen in de carbon credit-pilot van LVVN, vanwege de snelle koolstofopslag. Zorgvuldige soortspecifieke duiding blijft essentieel voor verantwoord beleid en toepassing.

We hebben een uitgebreid kennisdocument beschikbaar in onze kennisbank. Die kun je hier vinden.
Wil je meer weten over de teelt van houtige gewassen zoals de Anne Paulowniaboom? Neem dan contact op met Sieto van Houten Building Balance. We denken graag met je mee.

Waterschappen verkennen rol in vezelketen: ‘Ik kijk nu anders naar water en bodem’

Waterschappen verkennen rol in vezelketen: ‘Ik kijk nu anders naar water en bodem’

De uitdagingen in het landelijk gebied zijn groot. Waterkwaliteit, bodemgezondheid, klimaatadaptatie en duurzame landbouw vragen om nieuwe oplossingen en om samenwerking. Op 22 mei 2025 kwamen vertegenwoordigers van waterschappen uit Oost-Nederland bij elkaar om te verkennen hoe vezelgewassen kunnen bijdragen aan wateropgaven.

De vezelketen raakt ook water

De bijeenkomst, georganiseerd door Building Balance en Waterschap Vallei en Veluwe, stond in het teken van kennisuitwisseling en verbinding. Vanuit verschillende perspectieven werd gekeken naar de rol die vezelgewassen kunnen spelen bij het verbeteren van bodemstructuur, het vasthouden van water én het vastleggen van CO₂.

Tijdens de sessie gaf Waterschap Vallei en Veluwe een inkijkje in hun motivatie en ervaringen met het actief stimuleren van vezelteelt. In een pitchronde deelden andere waterschappen hun eigen uitdagingen en ambities. Studenten van Hogeschool Van Hall

Larenstein haalde kennis op voor hun onderzoek naar de potentie van wilgenteelt in Twente.

Van inspiratie naar actie

In een verkennend groepsgesprek kwam de rol van het waterschap in de vezelketen aan bod. Welke bijdrage kunnen zij leveren aan opschaling? Wat hebben ze nodig om die rol te pakken? En waar liggen de eerste kansen?

Een deelnemer verwoordde het krachtig: We planten zelf niet, we oogsten zelf niet, we verwerken het niet, maar passen het wel toe en hebben er alle belang bij vanuit het belang van water vasthouden in de bodem, waterkwaliteit en perspectief voor de agrarische sector in ons werkgebied.

Ook andere voorbeelden gaven richting aan een mogelijke vervolgstap. Zo past een waterschap inmiddels standaard biobased isolatiemateriaal toe bij renovaties, en verkennen ze of de onvermijdbare CO2 uitstoot kunnen compenseren door carbon credits van agrariërs te kopen die CO₂ vastleggen in vezelgewassen.

Samen verder bouwen

De bijeenkomst onderstreepte het potentieel van een integrale benadering waarin water, bodem en bouw elkaar versterken. Waterschappen kunnen daarin een logische rol pakken  als kennispartner, aanjager of verbinder.

Wil je betrokken zijn bij het vervolg of heb je interesse in een praktijkpilot? Neem contact met ons op via marijn@buildingbalance.eu.

Van veld tot fabriek: hoe vezelhennep de sprong naar schaal kan maken

Van zaad tot bouwmateriaal: vezelhennep belooft veel. Maar om echt een volwassen keten te worden, is meer nodig dan techniek alleen. Tijdens een tweedaagse inspiratietour door België en Zeeuws-Vlaanderen kregen 25 professionals uit de landbouw, bouw, verwerking en financiering een compleet beeld van de actuele kansen én knelpunten. Wat blijkt? Het fundament is gelegd, de techniek is er, maar de stap van belofte naar praktijk vraagt om ketenbreed vertrouwen, slimme samenwerking en schaalvergroting. In dit artikel delen we de belangrijkste inzichten en bouwstenen voor een robuuste vezelketen. We hebben hiervoor een een kennisdocument opgesteld. Die vindt je hier.

Vezelhennep: broze keten
Vezelhennep wordt vaak gepositioneerd als veelbelovende grondstof voor onder andere bouwmaterialen: snelgroeiend, hernieuwbaar, CO₂-vastleggend en breed toepasbaar in isolatie, textiel en biocomposieten. Maar de praktijk laat zien dat de keten nog broos is. In Noord-Nederland is nu een verwerkingscapaciteit voor 9000 hectare. Deze capaciteit is voor 40% gevuld. Te grote afstanden tussen teelt en verwerking en beperkte afzet van het bewerkte product vormen nu de beperkende factoren. Daar staat tegenover: zodra de afzetmarkt zich ontwikkelt, is er ruimte voor een extra verwerkingslocatie zuidelijker in Nederland. “Iedereen werkt naast elkaar in plaats van met elkaar”, verwoordt Jasper van den Munckhof, programmaregisseur Building Balance, de huidige situatie treffend. De bottlenecks liggen niet alleen op het technische vlak, maar ook economisch en organisatorisch. Wat is er nodig om te komen van ‘biobased is uitzondering’ naar ‘biobased is gangbaar, technisch mogelijk en niet te duur’? Vezelhennep kan concurreren met traditionele materialen op prijs en prestaties – maar alleen als er wordt gewerkt aan schaalgrootte, afzetzekerheid en logistieke efficiëntie. Deze opgave vraagt collectieve inzet.

Verwerken is maatwerk – en kapitaalintensief
Tijdens de inspiratietour maakten de deelnemers kennis met verwerker Van de Bilt en machinebouwers Cretes, Hyler, Vanhauwaert, Temafa (Duitsland) en Tatham (UK). Deze bedrijven gaven een inkijk of demonstreerden hoe vezelverwerking in de praktijk werkt – van decorticatie tot reinigen, sorteren en persen – en hoe verwerking afhankelijk is van teelt en eindgebruik. Lange vezel voor textiel vraagt om een andere bewerking dan korte vezel voor isolatie of papier. Verwerkingslijnen zijn kapitaalintensief en technisch complex. De primaire scheiding (vezel scheiden van hout) een investering vergt een bedrag vanaf 2 miljoen euro. Een complete lijn die geschikt is om de vezel te verfijnen, komt op een veelvoud van dit bedrag uit. Daarbij komen personeelskosten, energieverbruik, onderhoud en opslag. Bovendien zijn de marges klein en de volumes (nog) beperkt. Alleen met constante kwaliteit, gegarandeerde afzet en voldoende volume is dit rendabel. “De techniek is er. Maar zonder stabiele aanvoer en afzet draai je verlies,” aldus Niels Baert van Hyler. “Dit maakt de stap naar grootschalige verwerking risicovol – en dus traag.”

Kwaliteit begint op het land
Een van de belangrijkste inzichten uit de tour: een goede vezel begint bij een goed gewas. “Shit in is shit out,” zei Gerard Hosper (Insentus) tijdens zijn presentatie. Slechte opkomst, onregelmatige groei of foutieve roting hebben direct invloed op de verwerkbaarheid en kwaliteit eindproduct. Daarom moet de teeltstrategie worden afgestemd op het verwerkingsdoel: textiel, bouw of composiet. Dit vraagt specifieke keuzes in rassen, zaaidichtheid, bemesting, oogstmethode en opslag. Binnen Building Balance wordt gewerkt aan een centrale onderzoeksagenda, met rassenproeven, bodemaaltjesonderzoek, invloed vezelgewassen op waterkwaliteit en biodiversiteit, bemestingsstudies (waaronder digestaat en renure) en kennisdeling via bestaande platformen. Vraag van tourdeelnemers is of er proefvelden komen waar dit onderzoek is te bekijken door toekomstige telers en erfbetreders.

Dubbeldoelgewassen bieden flexibiliteit
Vlas was niet het hoofddoel tijdens de inspiratietour. Maar de vlasketen is verder ontwikkeld en kan een voorbeeld zijn voor de hennepketen. Zo presenteert Van de Bilt zaden en vlas (Sluiskil) zich als leverancier van duurzame grondstoffen. Tijdens het bedrijfsbezoek werd ingegaan op het gebruik van dubbeldoelgewassen, zoals het vlasras Bilton. Dit levert zowel hoogwaardige vlasolie (voor consumptie of biobased toepassingen) als vlasvezel. De combinatie verhoogt het saldo en biedt flexibiliteit in afzet. Bovendien kan dit type vlas vaak met bestaande landbouwmachines geoogst worden, wat het instapniveau voor telers verlaagt.

De markt vraagt afzetzekerheid – en massa
Wie hennep teelt of verwerkt, stelt al snel dezelfde vraag: “Wie koopt het?” Die vraag klinkt ook andersom: “Wie levert mij vezel met de juiste specificaties?” Deze mismatch in vraag en aanbod is momenteel het grootste obstakel voor schaalvergroting. De consensus tijdens de tour: vezelhennepisolatie is de meest kansrijke markt op de korte termijn. Vezelhennep scoort goed op warmte-isolatie, vochtregulatie en CO₂opslag – en voldoet aan Europese duurzaamheidscriteria. Toch is de markt nog klein en sterk prijsgericht. Er zijn nieuwe afspraken nodig tussen producenten en afnemers om volumes, specificaties en prijsniveau helder te krijgen. Alleen dan durven verwerkers te investeren en stappen telers in.

De bouwsector is traag, maar beweegt
De bouw bleek tijdens de inspiratietour niet alleen een kans, maar ook een uitdaging. Veel bouwbedrijven blijven hangen in traditionele keuzes, gedreven door prijs per vierkante meter. Inkoop is vaak ‘maximaal emotieloos’, zoals meerdere deelnemers het noemden. Biobased producten komen pas in beeld als ze net zo makkelijk bestelbaar en verwerkbaar zijn als gangbare materialen. Toch verandert er iets. Woningcorporaties, conceptbouwers en gemeenten nemen het voortouw. Ze sturen op circulariteit en CO₂-reductie, en willen concrete biobased oplossingen. Het programma Building Balance speelt hierop in met focusgroepen en pilots, waarin afnemers en leveranciers samen de belemmeringen wegnemen. Een van de uitgangspunten: als 25% van de markt overgaat, kan het systeem kantelen.

Machines: innovatie én industrie als ruggengraat
De innovaties van Belgische bedrijven als Hyler, Cretes en Vanhauwart verrasten de deelnemers positief. Veel van deze bedrijven zijn familiebedrijven met een lange historie in vezelverwerking, diepe technische kennis en internationale ervaring. Ze investeren in kwaliteit, modulariteit en opschaalbaarheid. “We bouwen geen machines voor de show. We bouwen ze voor rendement”, aldus Niels Baert van Hyler. Een belangrijk inzicht: veel vlasmachinebouwers kunnen relatief eenvoudig opschakelen naar hennepmechanisatie, omdat hun infrastructuur grotendeels geschikt is. Met slechts één extra machine (zoals een plukker) kan hennep worden geïntegreerd in bestaande lijnen voor vlasverwerking. “We zijn pas net begonnen met lange vezelhennep. Maar we hebben nu al de machines die bijdragen aan een professionele verwerking”, zegt Stefaan Declerck, CEO Cretes.

De crux: van eilandjes naar ecosysteem
Wat alle gesprekken, bezoeken en discussies tijdens de inspiratietour gemeen hadden: het huidige vezelnetwerk is te versnipperd. Elke schakel doet zijn best, maar er ontbreekt een gezamenlijk plan en een ecosysteem. Deels komt dit door onbekendheid of gebrek aan vertrouwen, deels door trots of eigenbelang. “Er is veel ‘wij weten het zelf wel’, en te weinig samenwerken op systeemniveau,” aldus meerdere deelnemers. Toch liggen er kansen. Er is ruimte voor 4 tot 5 grootschalige verwerkingslocaties in Nederland. Als daar een ‘startbaan’ voor wordt ingericht – met kennisdeling, tijdelijke prijspremies, voorfinanciering en afzetafspraken – dan kan de vezelhennepindustrie zich ontwikkelen tot een volwassen keten. Cruciaal daarbij: overheden, banken en ketenregisseurs moeten meedoen. Alleen dan ontstaat er comfort en vertrouwen om te investeren.

Onderzoek, standaardisatie en voorbeeldprojecten
Tot slot kwamen er tijdens de tour een aantal concrete actiepunten naar voren:

+ Standaardisatie: uniforme specificaties voor vezelkwaliteit, balenformaat, vochtgehalte en roting zijn nodig om de verwerking te vereenvoudigen en afzet te versnellen.
+ Voorbeeldprojecten: isolatieproducten van hennep verdienen zichtbaarheid in de bouwpraktijk. Denk aan referentieprojecten bij woningcorporaties of openbare gebouwen als scholen.
+ Onderzoek ontsluiten: zet bestaande kennis op een rij, combineer dat met actuele praktijkdata en maak het toegankelijk voor telers, verwerkers en afnemers.
+ Kennisdeling organiseren: via bijeenkomsten, demovelden en kennisportals. Laat telers en verwerkers met elkaar afstemmen en van elkaar leren.
+ Afzetcontracten en co-financiering: ontwikkel ketenmodellen waarin bouwers, financiers en producenten samen risico’s dragen.

Conclusie: we zijn begonnen – nu doorpakken
De inspiratietour bracht geen pasklare oplossingen, maar wel iets belangrijkers: helderheid. Over wat er wél kan. Over waar het nog spaak loopt. En vooral: over hoe belangrijk het is om elkaar op te zoeken in deze fase. Want pas als teelt, verwerking en toepassing op elkaar aansluiten, kan vezelhennep zijn potentie waarmaken. De techniek is er. De kennis is er. De noodzaak is er ook – denk aan de komst van de verplichte CSRD-rapportage, klimaatdoelen, stikstofreductie en circulaire doelen. Nu is het tijd voor coalities, keuzes en concrete projecten. Niet naast elkaar, maar mét elkaar. Want alleen zo bouwen we een keten die sterk genoeg is om de toekomst te dragen.

Meer weten of meedoen?
Sluit je aan bij een van de focusgroepen van Building Balance of neem contact op met één van de ketenregisseurs. De transitie naar biobased bouw is begonnen – en iedereen die meedoet, helpt de transitie te versnellen.

Terugblik ketenbijeenkomst Building Balance Utrecht

Ook een gemeentewerf kan pionieren in biobased bouwen, het draagvlak voor biobased in de regio Utrecht vergroot snel en werktafels die buiten in de voorjaarszon plaatsvinden, geven extra veel energie – deze en meer inzichten werden opgedaan tijdens de ketenbijeenkomst Bouwmaterialen van Utrechtse Bodem die plaatsvond in Wijk bij Duurstede op 10 april. 

Op een zonnige donderdag kwamen ketenpartners uit de bouw- en vastgoedsector van regio Utrecht bijeen voor een inspirerende ketenbijeenkomst van Building Balance Utrecht. Het programma bracht de bezoekers eerst naar de biobased gebouwde gemeentewerf van Wijk bij Duurstede. Hier liet projectleider Martin Hardijzer (Gemeente Wijk bij Duurstede) zien hoe hij de gemeenteraad wist te overtuigen met heldere CO₂-impactcijfers en een lange termijn visie op kostenbesparing.

Vanuit de uitvoeringspraktijk vertelden Jochem van Vliet (Peek Bouw & Infra BV) en Mathijs Raaijmakers (Bouwbedrijf Gebroeders van Herpen BV) hoe zij Strotec-panelen — oorspronkelijk ontwikkeld voor woningbouw — hebben doorontwikkeld tot volwaardige gevelsystemen voor utiliteitsbouw. Een belangrijke stap in de opschaling van biobased bouwoplossingen.

Na het werkbezoek werd de bijeenkomst vervolgd op het nabijgelegen Kasteel Wijk bij Duurstede. Hier deelden ketenregisseurs Marieke van Loon en Nienke Binnendijk de laatste ontwikkelingen rondom biobased bouwen, en gingen deelnemers actief aan de slag tijdens werksessies aan thematafels. De middag werd afgesloten met een zonnige netwerkborrel op het kasteelterrein — nieuwe verbindingen werden direct gesmeed!

 

Samen bouwen aan versnelling

De ketenbijeenkomsten van Building Balance zijn essentieel om samenwerkingen binnen de regio Utrecht te versterken en om praktische handvatten te bieden voor de transitie naar biobased bouwen. Iedere bijeenkomst zorgt voor nieuwe inzichten, gedeelde kennis én zichtbare versnelling.

 

Bekijk de beelden en presentatie

Wil je nog even nagenieten of inspiratie opdoen? Bekijk hier de foto’s van de dag, of lees de presentatie en inzichten die uit de werktafels kwamen nog eens rustig na.

 

Volgende bijeenkomst: save the date!

De volgende ketenbijeenkomst vindt plaats op 6 november 2025 en belooft opnieuw een werkbezoek aan een biobased bouwproject. Wil je de uitnodiging ontvangen? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief van Building Balance en vink ‘provincie Utrecht’ aan.

 

Ruim 14.000 carbon credits op basis van vezelteelt: regeling succesvol gesloten

Met trots blikken we terug op de tweede openstelling van de pilotregeling Stimulering Vezelteelten. De regeling is inmiddels gesloten, en het resultaat mag er zijn: het volledige budget van € 1,2 miljoen wordt besteed aan de opkoop van meer dan 14.000 carbon credits. Daarmee zetten we een belangrijke stap richting een circulaire bouweconomie, met vezelgewassen als stevige basis.

29 bedrijven, ruim 50 telers, 1.100 hectare

In totaal schreven 29 bedrijven zich in, vaak namens groepen van agrarisch ondernemers. Gezamenlijk vertegenwoordigen zij meer dan 50 telers. De gemiddelde vergoeding komt uit op € 79 per carbon credit. We maken ons nu op voor de administratieve afronding, zodat we de uitbetalingen snel in gang kunnen zetten.

De telers zelf staan in de startblokken. Zij gaan aan de slag met ruim 1.100 hectare aan vezelgewassen: miscanthus, mammoetgras, hennep, stro, wilg, bamboe en Paulownia. Gewassen met veel potentie voor de productie van biobased bouwmaterialen en onmisbaar in de overgang naar een duurzamere bouwsector.

Volgende stap: opschalen

De belangstelling voor deze pilot toont aan dat vezelteelt leeft én loont. Voor ons is het duidelijk: hier zit toekomstmuziek in. Wij zijn er klaar voor en steeds meer agrarisch ondernemers ook.

Wil je op de hoogte blijven van een eventuele nieuwe openstelling?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief of houd onze website in de gaten.

Update gewassendocument 2025

Het nieuwe Gewassendocument 2025 van Building Balance is beschikbaar. In dit document vind je een helder overzicht van vier veelgebruikte vezelgewassen: miscanthus, vezelhennep, graan en vlas. Van teeltwijze tot CO₂-opslag en van marktprijzen tot subsidies – het document biedt praktische informatie voor agrarisch ondernemers, ketenpartners en beleidsmakers die werk willen maken van biobased bouwen.

Wat kun je verwachten?
Het gewassendocument bevat per gewas:

  • Belangrijke teeltkenmerken
  • Benodigde investeringen en bewerkingen
  • Opbrengsten en economische inzichten
  • Duurzaamheidsimpact (CO₂-opname, biodiversiteit, bodemkwaliteit)
  • Geschiktheid voor ecoregelingen en maatschappelijke opgaven

Wat is er nieuw ten opzichte van 2023?

  • Vernieuwde vormgeving en duidelijke opbouw
  • Geactualiseerde gegevens en schema’s
  • Compacte samenvatting per gewas

Let op: het document is indicatief.
Interpretatie is altijd maatwerk en afhankelijk van locatie, grondsoort en bedrijfsvoering.

Download het document
Ben je benieuwd wat vezelteelt kan betekenen binnen jouw regio of keten? Download dan hier het nieuwe gewassendocument.

Circulair en biobased bouwen: wat is het verschil?

De bouwsector verandert. Circulair bouwen en biobased bouwen worden steeds belangrijker, maar wat is nu precies het verschil? En hoe versterken ze elkaar? Met de nominatie van  Circulair Friesland, voor de Circular Awards 2025 in de categorie Chain, laten we zien hoe ketensamenwerking de transitie versnelt. Het project Fryske Vezelhennepdeal bewijst dat circulair en biobased bouwen geen losse begrippen zijn, maar elkaar juist versterken.

Circulair bouwen: materialen slim hergebruiken
Circulair bouwen draait om het sluiten van kringlopen. Dit betekent:

  • Bouwmaterialen hergebruiken en afval minimaliseren.
  • Gebouwen zo ontwerpen dat materialen later makkelijk te demonteren en opnieuw te gebruiken zijn.
  • Werken met gerecyclede grondstoffen, zoals beton, baksteen en staal.

Neem nu het voorbeeld van circulaire woningbouw. In verschillende projecten worden oude balken en dakconstructies uit gesloopte gebouwen opnieuw gebruikt. Zo behouden materialen hun waarde en voorkomen we verspilling.

Biobased bouwen: natuurlijke materialen uit de regio
Biobased bouwen maakt gebruik van natuurlijke, hernieuwbare grondstoffen. Dit kan circulair zijn, mits materialen zo worden ontworpen dat ze herbruikbaar of recyclebaar blijven. Denk aan:

  • Hennep, vlas en hout als bouwmaterialen.
  • Isolatie van stro, mycelium of schapenwol.
  • Materialen die CO₂ opslaan en de milieu-impact verlagen.

En dan dus het genomineerde project van Circulair Friesland: de Fryske Vezelhennepdeal: In Fryslân werken boeren, verwerkers en bouwers samen om lokaal geteelde hennep om te zetten in bouwmaterialen. Een korte keten, met impact voor de regio!

De kracht van combinatie: circulair én biobased
Biobased en circulair bouwen vullen elkaar aan. Door biobased materialen slim circulair toe te passen, wordt bouwen écht toekomstbestendig.

  • Een biobased huis kan zo ontworpen worden dat het later eenvoudig uit elkaar gehaald en hergebruikt wordt.
  • Biobased materialen verminderen de CO₂-uitstoot en kunnen circulair worden toegepast.
  • Door biobased én circulair te denken, maken we de bouw écht toekomstbestendig.

Samen bouwen aan een duurzame toekomst
De nominatie voor de Circular Awards 2025 is een erkenning voor de ketensamenwerking die circulair en biobased bouwen mogelijk maakt. Van agrariërs tot bouwers en van beleidsmakers tot ketenpartners: samen zetten we de stap naar een circulaire, biobased bouweconomie.

Wil je meedoen of meer weten over biobased en circulair bouwen? Neem contact op en bouw mee aan de toekomst!

Limburgse woningcorporaties zetten in op biobased isolatie voor een CO₂-neutrale bouwsector

Elf woningcorporaties in Limburg hebben zich verenigd in een ‘coalition of the willing’ en hebben een commitmentverklaring ondertekend om 200 woningen biobased te isoleren tegen 2026. Deze stap is onderdeel van een bredere ambitie om de ontwikkeling en toepassing van biobased materialen te stimuleren, met als einddoel een CO₂-neutrale bouwsector in 2050.

De ondertekenaars van de commitmentverklaring zijn: Wonen Limburg, ZOwonen, Woonpunt, Wonen Zuid, Nester, Weller, Servatius, Antares, Woningstichting Maasvallei, Krijtland Wonen en WoonWenz. Gezamenlijk vertegenwoordigen deze corporaties bijna 84% van alle sociale huurwoningen in Limburg. Volgens Ramon Testroote van Wonen-Zuid markeert deze samenwerking een belangrijke mijlpaal in de verduurzaming van de sociale woningbouw in Limburg. 

Lagere carbon footprint
Biobased isolatiematerialen zoals vezelplaten en inblaasmateriaal zijn gemaakt van producten zoals vlas, graanstro, vezelhennep of miscanthus. Tijdens de teelt nemen deze gewassen CO₂ op en leggen het vast in de vezels. Door het als isolatiemateriaal in de bouw in te zetten, wordt deze CO₂-opname voor langere tijd vastgehouden. Door de toepassing van biobased isolatie kunnen de woningcorporaties in Limburg de carbon footprint van hun renovatie- en bouwprojecten aanzienlijk verminderen, waardoor de doelstelling van een CO₂-neutrale bouwsector in 2050 haalbaar wordt. 

Slimme oplossing voor oudere woningen
Op basis van meerdere pilotprojecten is bekend dat biobased isolatie met name voor woningen die voor 1980 zijn gebouwd een slimme oplossing is. Traditionele glaswolisolatie kan in deze huizen vochtproblemen veroorzaken, terwijl biobased materialen dampopen zijn en zo zowel isolatie als bescherming tegen vocht en schimmel bieden. “Met biobased isolatie slaan we zo twee vliegen in één klap,” aldus Testroote. 

Toekomstige stappen
Het plan is dat de Limburgse woningcorporaties in 2025 starten met het biobased isoleren van bestaande woningen. Het doel is 200 woningen biobased te isoleren in 2026. “Dat gaan we zeker halen en naar verwachting wel meer,” zegt Testroote. Ook verwacht hij dat er in nieuwbouwprojecten meer biobased bouwmateriaal wordt gebruikt. “We zien nu nog een iets lagere isolatiewaarde van biobased isolatie in vergelijking met traditionele isolatiematerialen. Ik verwacht dat de isolatiewaarde, brandveiligheid en technische toepasbaarheid van biobased materiaal verder zullen verbeteren door innovaties.” 

Uitdagingen en kansen
Testroote merkt op dat er nog koudwatervrees is bij een deel van de bouwbedrijven. “Er wordt naar zijn idee nog veel te veel met beton gebouwd, waardoor er sprake is van een hoge CO₂-uitstoot tijdens nieuwbouw. De bekendheid van biobased materialen moet groeien. Daarnaast is biobased materiaal momenteel nog duurder dan bestaande bouwmaterialen. Pas als biobased in massa wordt geproduceerd, ontstaan er prijsvoordelen.” Desondanks is er vertrouwen dat de sociale woningbouwsector de komende jaren belangrijke stappen zal zetten richting een duurzamere toekomst. 

Aanjager
Aanjager van biobased bouwen is Building Balance Limburg. Deze organisatie speelt een belangrijke rol in het verduurzamen van de bouwsector. Enerzijds door de bekendheid van biobased materialen te vergroten en het gebruik te stimuleren. Anderzijds als ketenregisseur om partijen bij elkaar te brengen waarmee de slagkracht groter wordt. Building Balance verzorgt onder andere trainingen voor projectleiders renovatie woningbouw en beleidsadviseurs over het gebruik van biobased bouwmaterialen. Hiermee worden bouwbedrijven en woningcorporaties ondersteund in hun streven naar een duurzamere en CO₂-neutrale toekomst. Limburgse woningcorporaties zetten in op biobased isolatie voor een CO₂-neutrale bouwsector.

Regiodeal Noord-Limburg biedt kansen voor telers en verwerkers biobased materialen

Building Balance Limburg heeft samen met Wageningen University & Research, HAS Green Academy en Platform voor Nieuwe Teelten een aanvraag ingediend voor de Regiodeal Noord-Limburg. Deze deal, een samenwerking tussen het Rijk en de regio, biedt de komende vier jaar subsidies voor regionale ketens, toegepast onderzoek en de ontwikkeling van biobased bouwproducten.

Onder de naam Bio-4-Build wil Building Balance Limburg versneld verder met het opbouwen van een complete vezelketen in Noord-Limburg. Het doel is: een keten ‘van land naar pand’. Voor deze opschaling is minimaal 1200 hectare gewassen zoals miscanthus, hennep en graan nodig, waarna de gewassen worden verwerkt tot biobased bouwproducten zoals isolatiematerialen. Dit initiatief draagt niet alleen bij aan een duurzamere bouwsector, maar bevordert ook gezondheid, biodiversiteit en economische vooruitgang in de regio. 

Wat betekent dit voor telers?
Voor telers biedt Bio-4-Build een unieke kans om in te spelen op de groeiende vraag naar vezelgewassen. Door te kiezen voor teelten zoals miscanthus en hennep kunnen zij bijdragen aan een duurzame toekomst én nieuwe inkomstenstromen genereren. Het programma biedt niet alleen afzetmogelijkheden, maar ook toegang tot nieuwe kennis en ondersteuning bij het telen en verwerken van gewassen. 

Kickstarter voor vezelketens
Verwerkers krijgen de mogelijkheid te investeren in apparatuur en processen die nodig zijn om geoogste vezels om te zetten in hoogwaardige bouwmaterialen. Bio-4-Build fungeert als een ‘kickstarter’ voor de ontwikkeling van deze zelfstandige, groeiende ketens en zorgt voor zekerheden op de lange termijn. 

‘Met Bio-4-Build laten we zien hoe landbouw, bouw en duurzaamheid hand-in-hand gaan om economische en ecologische vooruitgang te realiseren.’ 

Drie speerpunten van Bio-4-Build 

+  Kennisdeling: Praktische kennis over teelt, verwerking en toepassing wordt breed gedeeld. 

+  Schaalvergroting en zelfstandigheid: Het project stimuleert groei en zelfvoorzienendheid van vezelketens. 

+  Gezondheid en duurzaamheid: Focus op gezonde bodems, schoon water, natuurherstel en een gezonde leefomgeving. 

Volgens Building Balance Limburg biedt de Regiodeal Noord-Limburg bedrijven in de regio een uitgelezen kans om samen te bouwen aan een duurzame en circulaire toekomst. Telers en verwerkers kunnen hierin een sleutelrol spelen, waarbij innovatie en samenwerking de regio sterker en veerkrachtiger maken. 

 

Adèle Elemans: nieuwe ketenregisseur Overijssel

Mijn naam is Adèle Elemans en ik stel mij graag voor als nieuwste lid binnen Building Balance. Ik ga aan de slag als Ketenregisseur Woningcorporaties & Bouw voor de provincie Overijssel. Als eigenaar van adviesbureau Groene Woonwijk en projectmanager met ruime ervaring in de woningcorporatiesector en bouw, draag ik graag bij aan de opschaling van biobased materialen in de regio Overijssel.

De projecten die ik doe voor woningcorporaties en bouwbedrijven, zijn altijd gericht op het verduurzamen van vastgoed. Ik werk op het niveau van asset management tot en met planvorming voor projecten. Ik heb ervaring als MT-lid bij woningcorporaties, innovatiemanager bij een bouwbedrijf en ben ook – heel praktisch – gecertificeerd energieprestatie adviseur waardoor ik verduurzamingsmaatregelen en scenario’s ook rekenkundig kan onderbouwen. Het snel kunnen schakelen tussen deze niveaus zorgt voor planvorming van projecten waar bestuurlijk “Ja!” tegen gezegd kan worden. Mijn passie ligt bij de voorbereiding van ingrijpende renovatie- en transformatieprojecten, zeg maar het “upcyclen van vastgoed”. En gelukkig gebeurt dit steeds vaker met biobased en circulaire producten en aanpakken die de gezondheid voor mens en dier voorop hebben staan. En hoe geweldig is het als de regionaal toegepaste bouwproducten ook in Overijssel worden ontwikkeld!

Kortom: wil je als woningcorporatie of bouwbedrijf aan de slag met biobased materialen, of zit je met een lastig project in je maag? Neem contact met me op en ik kom graag langs! Je kunt me bereiken via adele@buildingbalance.eu

Nieuwe inzichten in hennepteelt: kansen en uitdagingen voor de biobased bouwsector

De afgelopen jaren is de interesse in vezelhennep sterk toegenomen, met name vanwege de potentie van hennep als biobased bouwmateriaal. Building Balance heeft, in samenwerking met agrariërs, onderzoeksinstellingen en verwerkers, de teeltresultaten en ervaringen van 2023 en 2024 geanalyseerd. Dit onderzoek biedt waardevolle inzichten in de praktische haalbaarheid en opschalingskansen van hennepteelt in Nederland.

Hennepteelt als duurzaam bouwmateriaal

Vezelhennep wordt steeds vaker ingezet als grondstof voor isolatiematerialen en biobased bouwproducten. Uit het onderzoek blijkt dat hennep niet alleen een duurzame optie is, maar ook voordelen biedt voor de bodemkwaliteit en gewasrotatie. Met name de diepe beworteling van hennep draagt bij aan een betere waterhuishouding en bodemstructuur.

Uitbreiding naar nieuwe regio’s

In 2023 lag de focus van dit rapport op de regio Stedendriehoek, waar telers hennepteelt integreerden in hun bouwplan. In 2024 is de teelt uitgebreid naar andere regio’s, zoals Salland, de Achterhoek, Twente, Brabant, Limburg en de Gelderse Vallei. Hoewel de resultaten positief zijn, laten regionale verschillen in bodemgesteldheid en weersomstandigheden zien dat maatwerk nodig is om hennep succesvol te telen.

Uitdagingen: weersomstandigheden en teelttechnieken

Het rapport benadrukt ook enkele uitdagingen. Extreem natte en droge periodes hebben invloed gehad op de opkomst en opbrengsten van de hennep. Daarnaast bleek de juiste bemestingsstrategie cruciaal: zowel overbemesting als onderbemesting beïnvloedden de kwaliteit van de hennepvezels. Ook de timing van het zaaien en oogsten speelt een grote rol bij het optimaliseren van de opbrengst.

Economische potentie en verdere opschaling

De hennepteelt blijkt economisch aantrekkelijk wanneer de vezels en houtscheven effectief worden benut in de bouwsector. Samenwerkingen met verwerkers zoals Exie, Dun-Agro, Hempflax en GreenInclusive bieden kansen voor afzet. Tegelijkertijd is verdere professionalisering van de keten nodig om de continuïteit en kwaliteit te waarborgen.

Over het rapport

Dit rapport is opgesteld door Building Balance in samenwerking met een onderzoeker van Wageningen University & Research. De bevindingen zijn gebaseerd op de ervaringen en aangeleverde teeltdata van zowel bestaande als nieuwe henneptelers in verschillende regio’s in Nederland.

In de afgelopen twee jaar (2023 en 2024) zijn alle bij Building Balance bekende Nederlandse henneppartijen gevraagd of zij een bijdrage wilden leveren aan dit rapport. Het doel is om ketenregisseurs, agrariërs, loonwerkers en andere belanghebbenden te voorzien van waardevolle inzichten, zodat zij de mogelijkheden van hennepteelt in hun bedrijfsvoering beter kunnen verkennen.

Samen werken aan de toekomst van hennep

Dit rapport onderstreept het belang van kennisdeling en samenwerking binnen de biobased keten. Building Balance blijft zich inzetten om de hennepteelt verder te ontwikkelen en schaalbaar te maken voor de Nederlandse bouwsector. Met de inzichten uit dit onderzoek zetten we een belangrijke stap naar een circulaire en biobased economie.

Benieuwd naar de volledige resultaten? Download hier het rapport.

 

KOMO-certificaat voor inblaasstro van Istrolatie en Thermostro

Vandaag ontvingen Istrolatie en Thermostro een KOMO-certificaat voor hun innovatieve inblaasstro. Dit primeurcertificaat waarborgt de kwaliteit en consistentie van zowel het product als het productieproces, en staat open voor gebruik door de gehele sector.

Primeur voor de bouwsector: KOMO-certificering voor inblaasstro
Donderdag 6 februari 2025 ontvingen Istrolatie en Thermostro het prestigieuze KOMO-certificaat voor hun inblaasstro. In samenwerking met Takkenkamp Groep en Prefab Strobouw heeft Building Balance een generiek product ontwikkeld dat nu officieel gecertificeerd is. Het recept, de testrapporten en het kwaliteitshandboek van dit inblaasstro zijn volledig vrij beschikbaar. Voor het samenstellen van het recept werden verschillende vezellengtes en dichtheden getest op verwerkingssnelheid, warmtegeleiding en zettingsgedrag. Uiteindelijk is gekozen voor tarwestro, gehakseld tot 1 cm, dat na zeven en ontstoffen minder dan 10% stof bevat. Dit inblaasstro, met een optimale dichtheid van 90 kg/m³, is zettingsvrij en heeft een warmtegeleidingscoëfficiënt van λc: 0,046 W/m·K. Het gecertificeerde inblaasstro is nu al verkrijgbaar via thermostro.nl en istrolatie.nl, en binnenkort ook via andere leveranciers.

Certificering: Een transparant proces voor iedereen
Het certificeringsproces kwam tot stand met medewerking van partijen als Takkenkamp Groep en Prefab Strobouw. Hoewel het recept openstaat voor alle geïnteresseerden, hebben slechts enkele partijen, waaronder Verhoeven Fourage en Mussche, ervoor gekozen om verder te gaan met certificering. Andere partijen die alsnog interesse hebben om te certificeren, kunnen contact opnemen met Sander Rutten. Building Balance staat klaar om hierbij ondersteuning te bieden.

Wil je dit inblaasstro leveren?
Neem contact op via sander@buildingbalance.eu.

USP’s van het inblaasstro: 

  1. 100% biobased isolatiemateriaal van land naar pand.
  2. Goede warmtegeleidingscoëfficiënt, λd: 0,043 en λc: 0,046 W/m·K
  3. Zeer lage MKI score: EUR 0,15 bij isolatiedikte 10cm.
  4. Positieve bijdrage aan de brandwerendheid van wanden (ondanks brandklasse E).
  5. Sterke geluidsabsorptie door hoge soortelijke gewicht.

Specificaties: 

  • warmtegeleiding λd: 0,043 W/m·K
  • warmtegeleiding λc: 0,046 W/m·K
  • Dichtheid: 90kg/m3
  • Biobased gehalte: 100%
  • Brandklasse: E
  • Waterdampdoorlatendheid μd: 0,97m
  • Soortelijke warmte: 1600 J/(kg.K)
  • MKI (Set 1): 0,18 EUR
  • MKI (Set 2): 0,15 EUR
  • KOMO gecertificeerd door SKH

 

Een duurzame biobased bouwketen in Flevoland komt steeds een stapje dichterbij

Hoge opkomst tijdens bijeenkomst ‘Van Polder tot Pand’ in Zeewolde 

De provincie Flevoland heeft de ambitie om voor 2030 tienduizenden woningen te bouwen en te renoveren. Een flinke uitdaging, maar ook een prachtige kans om duurzame, biobased bouwmaterialen te gaan gebruiken. Zeker gezien de landelijke en ook Flevolandse ambitie dat vanaf 2030 30% van de bouwmaterialen biobased moeten zijn, zoals vastgelegd in de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB). Vandaar dat het platform ‘Van Polder tot Pand’ agrariërs, vezelverwerkers en bouwbedrijven ondersteunt om samen een biobased bouwketen te realiseren die zowel een duurzame als financiële impuls aan de provincie kan geven. Ondernemer Rembert van Noort ziet het helemaal zitten: ‘Met ons bedrijf willen we graag een bijdrage leveren aan klimaatpositieve woningbouw in deze polder.’ 


Hillebrand Koning van provincie Flevoland licht de biobased ambities en plannen van de provincie toe.

De kracht van een keten

Samen sta je sterker; dat geldt zeker ook voor de transitie richting toekomstbestendige woningbouw’, aldus Jeanet van der Woude. Sinds twee jaar is zij Ketenregisseur bij Building Balance Flevoland, de organisatie die samen met Horizon Flevoland, de provincie Flevoland en Rabobank optrekt om de biobased bouweconomie in Flevoland een duurzame impuls te geven. ‘Op 20 juni 2024 hebben we op het voormalig eiland Schokland de aftrap gegeven voor het platform ‘Van Polder tot Pand’. Dit platform activeert en begeleidt agrariërs, verwerkers en bouwbedrijven in Flevoland om met biobased bouwmateriaal aan de slag te gaan. En om samen biobased bouwketens te vormen, waarbij vezels uit bijvoorbeeld stro en vlas worden verwerkt tot duurzame bouwmaterialen. Deze kunnen worden ingezet bij de bouw of renovatie van woningen, de isolatie van gebouwen en het grootonderhoud aan bruggen, viaducten en wegen. 


Ingrid van Leeningen over de ervaringen van gemeente Almere met biobased uitvragen.

Inspireren, informeren en verbinden

Om geïnteresseerde partijen te inspireren, te informeren en de kans te geven om onderling contacten te leggen, organiseerden de vier samenwerkende partijen op 14 januari 2025 een goedbezochte bijeenkomst in De Beleving in Zeewolde. Vanuit gemeente Almere, Dura Vermeer, De Fryske Vezelhennepdeal en gemeente Noordoostpolder werden inspirerende presentaties gegeven om de aanwezigen te enthousiasmeren aan de slag te gaan met biobasedketens in Flevoland. Jeanet van der Woude ziet de hoge opkomst als een succes. ‘Ik vind het mooi om te zien dat niet alleen agrariërs, vezelverwerkers en bouwbedrijven aanwezig zijn, maar dat ook gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars zich geroepen voelen om de samenwerking op te zoeken. Al deze partijen zijn namelijk nodig om duurzame bouwmaterialen te integreren in bouwprojecten in Flevoland. Deze provincie leent zich bij uitstek voor het opbouwen van een stroketen van polder tot pand. Geïnspireerd door de vezelhennepdeal in Friesland, willen we in Flevoland in 2025 toewerken naar een strodeal.


Jeanet van der Woude in gesprek met Wethouder René van Amersfoort van gemeente Noordoostpolder.

Lef en ondersteuning

Ook ondernemer Rembert van Noort van het bedrijf BioBuilder is positief over de oprichting van een biobased bouwketen in Flevoland. ‘Als start-up hebben we een proces ontwikkeld, waarbij we samen met de aangesloten agrariërs op hun erf systeemelementen voor prefab houtskeletbouw isoleren met vezel- en rustgewassen. Vervolgens kunnen de houtskeletbouwers deze duurzame systeemelementen toepassen bij hun bouwwerkzaamheden. Om dit soort vernieuwende concepten te laten slagen, heb je soms wat lef en ondersteuning nodig. Daarom vind ik het mooi om te zien dat vanuit het platform Van Polder tot Pand een boost wordt geven aan de ontwikkeling van een biobased bouwketen in Flevoland.’ 


Inspireren, informeren en verbinden op het Van Polder tot Pand evenement 

Samenwerken aan een duurzame leefomgeving

Rembert doelt onder meer op het “aanjaagteam” van provincie Flevoland, dat in samenwerking met C-creators organisaties en ondernemers ondersteunt bij hun stappen richting toekomstbestendig bouwen en actief met geïnteresseerde partijen in gesprek gaat. Tijdens de break out sessies van het aanjaagteam werd de vraag werd gesteld: Welke kansen zijn er binnen de (toekomstbestendige) woningbouw om verschillende initiatieven of beleidsdoelen met elkaar te combineren, zodat ze elkaar versterken? Door het spelen van het zgn. koppelkansenspel werd duidelijk hoe essentieel het is om met elkaar in gesprek te gaan over de toekomstbestendige thema’s binnen de woningbouw. Bovendien is het van groot belang dat bij gebiedsontwikkelingen de kennis en expertise van alle betrokkenen wordt meegenomen.  


Deelnemers op zoek naar koppelkansen voor toekomstbestendige woningbouw.

Steeds meer partijen sluiten aan

Onder de aanwezigen bevindt zich ook Henk Lok, business developer circulaire economie bij Horizon Flevoland. ‘Steeds meer bedrijven beginnen grotere stappen te zetten in de ontwikkeling van biobased proposities. We zijn er nog niet, maar we zien wel veelbelovende ontwikkelingen voor 2025. Vanuit Horizon denken mijn collega Matthijs Meijer en ik graag mee met innovatieve ondernemingen in de biobased en circulaire sector. Zowel op het gebied van netwerk en financiering als betreding van de markt en opschaling met een innovatief product.’  

‘Daarnaast is het belangrijk dat er een doortimmerd businessmodel voor de biobased bouwketen wordt ontwikkeld. Daar kan Rabobank een rol in spelen’, zo vertelt Wietske Eilander, business development manager bij Rabobank kring Midden-Oost-Nederland. Wietske Eilander vervolgt: ‘Zo delen we bijvoorbeeld onze specialistische sectorkennis op het gebied van bouw en vastgoed, duurzaamheid en biobased bouwen. We brengen partijen in contact met samenwerkingspartners, ontwikkelaars en vastgoedbeleggers uit ons netwerk. en ondersteunen ondernemers bij hun financieringsvraagstuk. Het is mooi om te zien dat steeds meer partijen aansluiten bij Van Polder tot Pand. Want hoewel de uiteindelijke biobased keten in Flevoland nog gevormd moet worden, komen we steeds een stapje dichterbij. Ik kijk nu al uit naar de volgende bijeenkomst in het najaar.’  


Het Flevolandse netwerk van biobased ketenpartijen is groeiende.

Meer weten?

Ben jij agrariër, vezelverwerker of bouwer en wil je deelnemen aan de biobased bouwketens in Flevoland? Word lid van de LinkedIn groep Van Polder tot Pand en blijf op de hoogte van alle ontwikkelingen en evenementen. 

Foto’s: Sjors Evers

Samen sectorstandaarden maken voor biobased bouwen, help je mee?

Wanneer noem je een product biobased? Als het voor 100%, 70% of 50% uit biologisch materiaal bestaat? En hoe meet je dat? Wat zijn relevante eisen voor biobased producten met betrekking tot brandveiligheid en levensduur? Hoe komen we daartoe en hoe leggen we dat gezamenlijk vast? 

Sector-brede overeenstemming over het wat en hoe van biobased materialen is belangrijk voor de verdere opschaling van biobased bouwen. Daarom startten Nederlandse organisaties op het gebied van standaardisering een unieke samenwerking. Het doel: duidelijke definities en uniforme afspraken maken rondom biobased bouwen. We nodigen bouwers, leveranciers, adviseurs en opdrachtgevers uit om op concrete onderwerpen mee te denken. De startbijeenkomst daarvoor is op dinsdag 28 januari, help je mee? 

Op allerlei plekken in de branche wordt nagedacht over normen en standaarden voor biobased materialen. Er is ook al het een en ander over vastgelegd. Zowel op nationaal, als Europees (CEN) en zelfs mondiaal (ISO) niveau.

Het is wel belangrijk dat die normen en standaarden op elkaar zijn afgestemd. Dat wat op de ene plek bedacht en afgesproken wordt, ook op andere plekken wordt gedeeld. En dat wat generiek geldt, een doorvertaling krijgt naar specifieke toepassingen. Duidelijkheid en transparantie zijn onmisbare ingrediënten voor de verdere opschaling van biobased bouwen.

Heldere definities, uniforme afspraken
Daarom ontstond het initiatief om de relevante partijen voor geharmoniseerde standaarden en eisen bijeen te brengen: NEN, CROW, KOMO, Insula-certificatie, de NMD, BCRG, de ministeries BZK en I&W en het programma Building Balance. Samen vormen we de Regiegroep Standaarden Biobased Bouwen. Het doel: een samenhangend stelsel maken van heldere definities en uniforme afspraken en onderzoeken waar bestaande standaarden biobased bouwen eventueel nog in de weg staan.

Sectorbrede samenwerking
Harmen Willemse is trekker van de regiegroep namens Building Balance: “Toen we de partijen benaderden om deze samenwerking op te zetten, reageerde iedereen meteen heel positief. Er is een grote gezamenlijke drive om de bouw te verduurzamen en normen en standaarden rondom biobased bouwen te harmoniseren.”

Erik-Jan de Bont van Stichting KOMO beaamt dat: “Toekomstbestendige bouw is alleen mogelijk als er voldoende hernieuwbare grondstoffen in bouwmaterialen worden gebruikt. De branche onderkent dit. Het gebruik van die hernieuwbare grondstoffen, waaronder biobased materialen, neemt een steeds grotere vlucht. Samen met de andere partijen ondersteunen wij het initiatief om dit proces te stroomlijnen, zodat alles wat we doen goed op elkaar aansluit en in elkaar grijpt.”

Carloes Pollemans (NEN). “Zeker, om biobased bouwen te stimuleren met behulp van standaardisatie zoeken we nadrukkelijk de verbinding met andere standaardisatie-instellingen.”

“Want”, vult Ad van Leest van CROW aan, “sectorpartijen alleen kunnen niet zorgen dat we de klimaatdoelstellingen halen, alle partijen samen kunnen dat wel.”

Concreet plan van aanpak
De samenwerking ging een half jaar geleden van start en resulteerde al in een concreet plan van aanpak. Harmen: “We identificeerden de belangrijkste opkomende materialen/producten in biobased bouwen en inventariseerden per materiaal/product wat er aan standaarden en normen is, wat de huidige ontwikkelingen zijn en in hoeverre de biobased sector voet aan de grond heeft. Op basis van die analyse bepaalden we wat de beste aanpak is om de toepassing van biobased alternatieven te faciliteren.”

NTA Biobased Bouwen
In het plan van aanpak staan meerdere initiatieven, waaronder de totstandkoming van een NTA Biobased Bouwen. NEN heeft hierin het voortouw genomen, met financiering vanuit het Groeifonds Toekomstbestendige Leefomgeving en de Nationale Aanpak Biobased Bouwen.

Een NTA – Nederlands Technische Afspraak – is een praktisch hulpmiddel voor inkopers, opdrachtgevers en producenten om duidelijkheid te geven over de relevante eisen voor producten of materialen. Harmen: “De ontwikkeling van een NTA(-deel) is daarnaast een goede kapstok voor het bijeenbrengen van alle marktpartijen, initiatieven en normcommissies rondom een toepassing, om eisen op elkaar af te stemmen.”

Oproep: doe mee!
We vragen bouwers, leveranciers en opdrachtgevers dan ook om actief mee te denken en mee te doen bij het maken van de NTA Biobased Bouwen. De startbijeenkomst daarvoor is op dinsdag 28 januari.

Tijdens deze bijeenkomst krijg je een introductie over de kansen en uitdagingen van biobased bouwen, vertellen we welke behoefte aan normen is geconstateerd en hoe het proces werkt om tot een norm te komen. Daarna zijn er deelsessies waarin verschillende onderdelen van de te ontwikkelen NTA worden behandeld:

  • Termen en definities in biobased bouwen en de bepaling van het biobased gehalte
  • Brandveiligheidsaspecten van biobased bouwwerken, bouwproducten en bouwdelen
  • Overzicht van normen en richtlijnen voor biobased plaatmaterialen
  • Biocomposieten als bouwdelen (met name gericht op infra)

Opschaling mede mogelijk maken
De sessies bieden een platform voor interactie en kennisdeling en vormen de opstart van het normalisatietraject voor een NTA voor biobased bouwen. Wil je als expert of ervaringsdeskundige bijdragen aan één of meerdere van deze onderwerpen, meld je dan hier aan: https://biobasedbouwen.nen-evenementen.nl/

Arnoud Muizer (NEN): “We zijn blij dat we de NTA Biobased Bouwen als resultante van deze mooie samenwerking in gang kunnen zetten. De sector is gebaat bij eenduidigheid en transparantie en met de NTA kunnen we hier een belangrijke bijdrage aan leveren.”

Ad van Leest (CROW): “En wij sluiten daar met de input uit de branche graag op aan met specifieke onderdelen voor de infrasector. Samen met KOMO werken we dan samen aan een afgestemd geheel van afspraken over ontwerp, uitvoering, gebruik en hergebruik van biobased materialen, producten en oplossingen. Hoe meer mensen meedenken, hoe beter!”

 

Tweede openstelling Pilot Stimulering Vezelteelten

Het Ministerie van Landbouw, Voedselvoorziening en Natuur (LVVN) en het Nationaal Groenfonds kondigen met trots de tweede openstelling aan van de Pilot Stimulering Vezelteelten. Deze pilot is bedoeld om de teelt van vezelgewassen en de ontwikkeling van ketens voor biobased bouwmaterialen in 2025 te stimuleren.

Tijdens de eerste openstelling in 2024 hebben zestien bedrijven en samenwerkingsverbanden zich ingeschreven voor het leveren van Dutch Construction Stored Carbon Credits. Deze credits worden gerealiseerd door gewassen te telen, te verwerken en koolstof op te slaan in bouwmaterialen. De betrokken partijen starten in 2025 met de teelt en ketenopbouw.

Waarom een tweede openstelling?

De eerste openstelling leverde veelbelovende resultaten op, met inschrijvingen op bijna alle soorten gewassen. Dit biedt een brede basis om lessen te trekken en de vezelteelt verder te stimuleren. Omdat nog niet het volledige budget is benut, biedt de tweede openstelling ondernemers die eerder niet konden deelnemen een nieuwe kans om mee te doen.

Details van de tweede openstelling

  • Doel: Stimuleren van de teelt van vezelgewassen en het opzetten van bouwketens.
  • Gewassen: Miscanthus (bestaande en nieuwe teelt), mammoetgras, vlas, hennep, stro, wilgen, bamboe en Paulownia.
  • Beschikbaar budget: € 540.000, verdeeld over bovengenoemde gewassen. Als er over- of onderbenutting is binnen de gewascategorieën, wordt het budget opnieuw verdeeld.
  • Inschrijvingsperiode: 20 januari tot 24 februari 2025.
  • Bekendmaking voorlopige gunning: Rond 11 maart 2025.
  • Uitbetalingen: Gepland tussen april en eind juli 2025, afhankelijk van tijdige aanlevering van alle benodigde documenten.

Belangrijke wijzigingen

De drempelwaarde voor inschrijving is verlaagd van € 15.000 naar € 10.000. Bij inschrijvingen onder de € 15.000 mogen maximaal vier verkopers gezamenlijk inschrijven. Verder is de aanbesteding inhoudelijk gelijk aan de eerste openstelling.

Inschrijven via TenderNed

De aankondiging van de tweede openstelling is te vinden op TenderNed onder nummer TN 504682, met de naam Pilot Stimulering Vezelteelten 2e opening. De link naar de inschrijving op TenderNed vind je hier.

Vragen?

Heb je vragen over deze tweede openstelling?
Neem dan gerust contact op met onze collega Luuk Venner via luuk.venner@buildingbalance.eu.

Tomatenloof verbindt: van tuinbouwreststromen naar duurzaam bouwmateriaal

In Zuid-Holland gebeurt iets bijzonders: tuinbouwreststromen worden voor het eerst in Nederland hoogwaardig ingezet als bouwplaten. Het project Tomatenloof Verbindt laat zien hoe innovatie en duurzaamheid samenkomen in de bouwsector. Atto Harsta, onze ketenregisseur in  Zuid-Holland, deelt hoe deze veelbelovende keten is ontstaan en welke stappen nodig zijn om dit initiatief verder op te schalen.

Van reststroom naar bouwplaat

Tot voor kort werd tomatenloof – jaarlijks 60.000 ton afkomstig uit kassen – vooral gecomposteerd, wat gepaard ging met CO₂-uitstoot. In plaats daarvan worden de vezels nu gebruikt voor de productie van plaatmateriaal dat niet alleen duurzaam, maar ook concurrerend is in prijs. “Het proces om van afval naar grondstof te gaan had wat voeten in de aarde,” vertelt Atto.

Het tomatenloof komt eerst bij Renewi terecht, waar het industrieel wordt gereinigd van plastic en andere vervuiling. Daarna wordt het door partners zoals SAM Panels en BlueBlocks verwerkt tot platen die onder andere worden gebruikt voor deuren en keukeninterieurs. Hiermee wordt de basis gelegd voor volledig biobased woningen, met materialen die hoogwaardig en circulair zijn.

“Normaal gesproken worden deze stromen vercomposteerd, waarbij vezels biologisch worden afgebroken,” legt Atto uit. “Maar juist uit die vezels kunnen hoogwaardige stoffen worden gehaald.” Dit vraagt om procesvernieuwing bij partijen zoals Renewi, die hier een nieuwe businesscase in zien.

Hoogwaardige stoffen zorgen voor een nieuwe businesscase

Door samen te werken met Baars & Bloemhoff, een platenhandel die zorgt voor afnamegaranties, krijgen verwerkers de zekerheid om te investeren. Deze aanpak versnelt de ontwikkeling van nieuwe ketens en laat zien hoe waardevolle toepassingen van biomassa gerealiseerd kunnen worden. “Een van de grootste uitdagingen is het volume,” zegt Atto. “We zijn nu begonnen bij de afnamekant, wat een sterke basis legt voor verwerkers om door te pakken.”

Deze benadering heeft al geresulteerd in stevige verbindingen tussen ketenpartners. Maar Atto benadrukt dat het werk nog niet klaar is: “We zoeken naar meer afnemers om dit initiatief verder te brengen. Elke nieuwe verbinding helpt ons dichter bij een volledig circulaire bouwsector te komen.”

Atto sluit af met een bredere visie op biomassa: “Het is essentieel om te kijken hoe we reststromen zo hoogwaardig mogelijk kunnen inzetten.” De F-ladder biedt hier een leidraad, van laagwaardige toepassingen zoals composteren tot hoogwaardige toepassingen zoals bouwmaterialen. Tomatenloof Verbindt laat zien hoe we deze ladder kunnen beklimmen en biomassa niet als afval maar als waardevolle grondstof kunnen inzetten.

Met Tomatenloof Verbindt zetten we concrete stappen naar een biobased en circulaire bouwsector.

Biobased bouwen krijgt ruimte in Utrecht

Afgelopen jaar is er bij Building Balance Utrecht veel bereikt om de toepassing van biogrondstoffen in de bouwsector te stimuleren. Sinds april zijn Marieke van Loon en Thijs Müller actief als ketenregisseurs en hebben zij hard gewerkt aan het versterken van samenwerkingen en het opbouwen van netwerken. Over hun eerste maanden werden ze geïnterviewd door Duurzaam Gebouwd.  

Marieke kwam bij Building Balance via het Utrechtse Merwede LAB, dat zich richt op circulair bouwen. Thijs bracht zijn expertise mee vanuit zijn bedrijf, dat zich focust op de verduurzaming van naoorlogse flats met biobased isolatie. Samen hebben zij de eerste periode benut om bestaande contacten, opgebouwd door collega Nienke Binnendijk, uit te breiden en te versterken. Daarnaast hebben zij nieuwe relaties gesmeed met gemeenten, woningcorporaties en andere relevante partijen. 

In Utrecht ligt de nadruk op het stimuleren van de vraag naar biobased materialen. Dit komt mede doordat de Utrechtse grond minder geschikt is voor vezelteelt. Marieke en Thijs hebben zich daarom gericht op het ondersteunen van gemeenten en woningcorporaties bij het opnemen van biobased materialen in aanbestedingsprocedures. Dit helpt bij het borgen van duurzame praktijken in bouwprojecten. 

Benieuwd naar het interview? Je leest het hier

Terugblik: webinar Pilot Stimulering Vezelgewassen: van aanvraag tot uitbetaling

Op 11 november organiseerde Building Balance een verdiepend webinar over de pilot Stimulering Vezelgewassen, een initiatief van het Ministerie van LNV en het Nationaal Groenfonds. Met ruim 70 deelnemers uit de agrarische sector was de bijeenkomst succesvol. Tijdens deze webinar zijn veel vragen gesteld. Al deze vragen en de bijbehorende antwoorden zullen wij de aankomende week op deze pagina in een veel-gestelde-vragen-overzicht terug laten komen. Heb je de webinar niet live bij kunnen wonen, of wil je ‘em gewoon nog een keer rustig terugkijken? Dan kan dat hier. 
De presentaties van de avond kun je hier downloaden.
Alle antwoorden op de vragen die tijdens de uitzending gesteld zijn, lees je hier.

Meer informatie

Tussen 12 november en 5 december 2024 kunnen agrarische ondernemers die deze gewassen telen  of willen gaan aanplanten en daar vervolgens koolstofcertificaten gaan creëren, zich inschrijven voor de aanbesteding via TenderNed. Meer informatie over de pilot Stimulering Vezelgewassen van het Ministerie van LVVN en het Nationaal Groenfonds vind je hier.

 

Miscanthus: Supergewas-Supergras 22 november 2024 in Laren 

Het programma is bekend

Het programma is bekend van het event Miscanthus: Supergewas-Supergras. Op vrijdag 22 november organiseert Building Balance een inspirerend event over miscanthus, het “supergewas”, in Laren (Gld). Ben jij agrariër, grondeigenaar of adviseur en wil je weten of miscanthus telen iets voor jou is? Schrijf je dan snel in! 

Ochtenddeel: 11:00 – 12.30 uur 

  • Veldbezoek bij miscanthus-teler Erik Langenkamp met aansluitend lunch op het perceel met informatie van de teler en experts. 

Middagdeel 12:30 – 17.15 uur 

  • 12:30 – 13:30 – Inloop en lunch 
  • 13:30 – Welkom en opening door Eppo Timmer (Building Balance)
  • 14:00 – De afzetmarkten voor miscanthus:  
    • Papier door Andreas Ameln (WEPA) en Filip de Baecke (Cradle Crops) 
    • Substraat door Daan Beeren (Kekkilä-BVB) 
    • Bouw door Sander Rutten (Building Balance) 
  • 14:40 – Onderzoek en agenda door Rob de Groot (Building Balance) 
  • 15:10 – CO₂-vastlegging en vermarkting door Sacha Brons (Building Balance & Climate Cleanup) 
  • 15:40 – Afsluiting & uitleg matchmaking 
  • 16:00 – 17:15 – Matchmaking en borrel op het kennis- en netwerkplein 

Aanmelden voor 22 november kan hier 

Unieke Fryske Vezelhennepdeal vormt belangrijke stap naar een circulaire toekomst in Fryslân

Op 25 oktober ondertekenden meer dan 30 Friese partijen de Fryske Vezelhennepdeal. Deze buitengewoon belangrijke deal verbindt Friese woningcorporaties, bouwbedrijven, ontwikkelaars en overheden in hun keuze voor lokaal geproduceerde vezelhennepisolatie. In ten minste 1000 bouw- en renovatieprojecten in Fryslân zal Friese hennepisolatie worden toegepast, wat een sterke impuls geeft aan de lokale biobased economie en circulaire bouw.

Regionale keten voor biobased bouwen

De Fryske Vezelhennepdeal markeert de eerste complete regionale keten voor biobased bouwmaterialen in Nederland. Met deze samenwerking wordt de productie en inzet van duurzame materialen zoals Hempwool, vervaardigd door GreenInclusive, in de Friese bouwsector gestimuleerd. Dit initiatief verbindt boeren, woningcorporaties en bouwbedrijven en geeft de transitie naar een circulaire economie een stevige basis.

Samenwerking voor een duurzame toekomst

Onder andere woningcorporaties zoals Accolade, Elkien, Wonen NWF, De Bouwvereniging, Thús Wonen en Wonen NWF ondersteunen de toepassing van Friese vezelhennepisolatie in hun renovatieprojecten. Zij hebben hun bouwpartners, waaronder Jorritsma, Lont, Heijmans, Dura Vermeer, Friso Bouwgroep, SW Vastgoedverbetering en Van der Geest gevraagd om vezelhennep toe te passen in hun projecten. De komende drie jaar zullen zij samen meer dan 1000 woningen van het Friese isolatiemateriaal voorzien. Het succes van Hempwool in projecten zoals het Kooi Stadion van SC Cambuur onderstreept de potentie van dit materiaal. Dankzij deze deal kan GreenInclusive een productiefaciliteit opzetten en prijsgaranties aan ruim 110 Friese boeren bieden, wat niet alleen de Friese agrarische sector maar ook het bredere agrodomein in de regio versterkt.

CO₂-winst en regionale voordelen

De deal levert aanzienlijke milieuwinst op: met het gebruik van Hempwool wordt ruim 1700 ton CO₂ bespaard. GreenInclusive zal deze CO₂-winst certificeren, waarvan de opbrengsten ten goede komen aan Friese boeren. Het initiatief draagt bij aan een circulaire economie, meer werkgelegenheid en minder transportbewegingen.

Duurzaamheid en gezondheid hand in hand

Vezelhennepisolatie biedt diverse maatschappelijke voordelen zoals CO₂-reductie, verbeterde luchtkwaliteit en temperatuurregulatie in woningen. Het initiatief draagt ook bij aan de biodiversiteit en versterkt de regionale economie. Om de succesvolle inzet van vezelhennep in de bouwsector te ondersteunen, werken Miedema Bouwmaterialen en Oldenboom Meinesz samen met Circulair Friesland aan een kennistraject. Dit programma begeleidt alle betrokken partijen in het gebruik van vezelhennep en vergroot het inzicht in de voordelen van biobased bouwen. Dit biedt nieuwe mogelijkheden voor verdere groei en ontwikkeling van de regionale biobased sector.

Met de Fryske Vezelhennepdeal wordt een belangrijke stap gezet naar een duurzame en circulaire toekomst voor Fryslân, ondersteund door gemeenten en de Nationale Aanpak Biobased Bouwen.

Langjarig CO2 opslaan in gebouwen levert agrariërs geld en perspectief op

Steeds meer agrariërs zien kansen in het telen van gewassen voor de bouw. Door vezelgewassen zoals graanstro, miscanthus, vlas en vezelhennep te verwerken tot biobased bouwmaterialen, wordt CO2 vastgelegd en CO2-uitstoot vermeden. De Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) gaat deze impact via het Nationaal Groenfonds stimuleren door de koolstofcertificaten, die zijn gekoppeld aan deze voordelen, te kopen van agrariërs. Tussen 12 november en 5 december 2024 kunnen agrarische ondernemers zich inschrijven. In dit artikel leggen Jan Willem van de Groep en Sacha Brons van Building Balance (de uitvoeringsorganisatie van de NABB) uit hoe dat werkt.

“Het grote voordeel van gewassen zoals graanstro, miscanthus, vlas en vezelhennep is dat ze door een relatief lage input van nutriënten en bestrijdingsmiddelen, een positieve impact hebben op de bodem, waterkwaliteit en biodiversiteit”, vertelt Jan Willem van de Groep, programmaregisseur bij Building Balance. “Bovendien halen deze gewassen tijdens hun groei CO2 uit de lucht. Door de gewassen vervolgens te verwerken tot bouwmaterialen, wordt die CO2 langjarig opgeslagen in de woning of het gebouw.”

Van land tot pand

Om deze groeimarkt verder te stimuleren, bestaat sinds 2023 de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. In nauwe samenwerking met de ministeries van LVVN, BZK, EZK en I&W voert Stichting Building Balance deze Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) uit. Van de Groep: “Building Balance helpt agrariërs bijvoorbeeld met het vormen van coöperaties en het maken van landelijke en regionale ketens tussen agrariërs, verwerkende industrie en bouwers. Ketens waarin de geteelde gewassen worden verwerkt van land tot pand. Het doel is dat in Nederland in 2030 op 50.000 hectare vezelgewassen voor deze toepassing worden verbouwd.”

Nieuwe verdienmodellen

“Het telen van vezelgewassen voor landelijke en regionale ketens biedt nieuwe verdienmodellen voor agrariërs”, vervolgt Van de Groep. “In Brabant bijvoorbeeld, werken 18 agrariërs nu samen in een coöperatie van waaruit ze een keten vormen met regionale verwerkers, woningcorporaties en bouwers. De coöperatie verkoopt zelf de bouwmaterialen. De woningcorporaties tekenden een convenant waarin zij voor de lange termijn toezeggen deze biobased bouwmaterialen af te nemen voor het isoleren van daken. De agrariërs zijn dus zeker van hun afzetmarkt en houden grip op de prijs en de verdeling van marge.”

Opkoopregeling koolstofcertificaten

Om het vormen van dit soort ketens aan te moedigen en agrariërs extra te ondersteunen bij de overstap op de teelt van vezelgewassen, is in de NABB een opkoopregeling opgenomen die de teelt van gewassen stimuleert door het kopen van koolstofcertificaten van agrariërs door de overheid. Dit jaar start een pilot met een beperkt bedrag van 1,2 miljoen euro. Als de pilot succesvol is, komt er in de navolgende jaren een groter bedrag beschikbaar vanuit de NABB. Daarmee krijgt de agrariër, naast de opbrengst van vezels, een extra opbrengst voor het afvangen en langdurig opslaan van CO2. Het aankopen van de koolstofcertificaten gaat via een voor de overheid verplichte aanbestedingsprocedure. Tussen 12 november en 5 december 2024 kunnen agrarische ondernemers die deze gewassen telen of willen gaan aanplanten en daar vervolgens koolstofcertificaten gaan creëren, zich inschrijven voor de aanbesteding via TenderNed.

Sacha Brons weet hier als specialist koolstofcertificaten bij Building Balance alles van. “Als je gewassen verbouwt die ervoor zorgen dat CO2 langjarig wordt opgeslagen in gebouwen, kun je daarvoor koolstofcertificaten claimen. Elk koolstofcertificaat vertegenwoordigt de vastlegging van één ton CO₂. Bedrijven of overheden kunnen deze koolstofcertificaten kopen om hun eigen uitstoot te compenseren en financieel bij te dragen aan de materiaaltransitie. Agrariërs kunnen zo met de verkoop van koolstofcertificaten extra geld verdienen, bovenop het saldo per hectare.”

Beloning vooraf

“Normaliter worden koolstofcertificaten in de vorm van extra opbrengsten voor de agrariër – en de keten – uitgekeerd ná toepassing in de bouw”, vervolgt Brons. “Maar dat is met deze pilot anders. Om de koolstofmarkt op gang te brengen, en het telen van vezelgewassen voor landelijke en regionale ketens te stimuleren, gaat de Pilot Koolstofcertificaten van LVVN via het Nationaal Groenfonds agrariërs nu al eerder belonen door vooráf hun koolstofcertificaten te kopen. Of eigenlijk nemen ze een optie op de koop van certificaten en moeten die geleverd worden zodra het gewas als bouwmateriaal daadwerkelijk de fabriek verlaat.”

Van de Groep: “Bij een gewas als hennep betekent dat al snel een bedrag van 400/500 euro per hectare extra aan opbrengst, afhankelijk van de mate waarin alle onderdelen van de plant kunnen worden toegepast in de bouw. Bij miscanthus, een meerjarig gewas, gaat het om een eenmalig bedrag van 4.000 euro. Ik denk dat je twee oogsten nodig hebt om die te verzamelen. Doordat de agrariërs de certificaten gelijk kunnen verkopen, hoeven ze niet drie tot vier jaar te wachten op de eerste omzet.”

Waardevolle certificaten

Van de Groep vertelt hoe koolstofcertificaten voor het telen van gewassen voor de bouw anders zijn dan de koolstofcertificaten die de meeste agrariërs wellicht al kennen. “Het fenomeen koolstofcertificaten is veel agrariërs niet vreemd. Er bestaan al enige jaren koolstofcertificaten voor het opslaan van CO2 in landbouwbodems. Dat gaat dan over de tijdelijke opslag van CO2 in de bodem door onder andere wortelgroei. Veel agrariërs hebben daar de nodige bedenkingen bij. Met name over hoe je dat langjarig kan volhouden.”

“Bij vezelgewassen is dat wezenlijk anders. Dat heeft een veel permanenter karakter. Wordt een gewas als hennep verwerkt tot biobased isolatiemateriaal en toegepast in een woning, dan blijft dat materiaal tot wel 100 jaar in die woning zitten. De hennep kan daarna zelfs weer hergebruikt worden. De opgeslagen CO2 blijft daarmee uit de atmosfeer. Die vorm van opslag van CO2 heeft waarde voor de hele maatschappij. Helemaal vanwege de mondiale verdragen om na 2050 geen CO2 meer uit te stoten zonder compenserende maatregelen.”

Brons: “Die waarde maakt dat het verbouwen van vezelgewassen in ketens met verwerkers en bouwers goede verdienmodellen oplevert. Het vergt wel een investering om die ketens op te zetten, de overstap te maken op een nieuw gewas en de verwerkende industrie op te schalen. De extra opbrengsten uit koolstofcertificaten helpen bij het kunnen doen van die investering.”

Terugblik: symposium Van Land tot Pand 19 september

Op 19 september 2024 kwamen ruim 100 bezoekers samen in Connect-U, Enschede, voor het symposium ‘Van Land tot Pand’. De dag draaide om biobased bouwen en de rol daarvan in de transitie naar een circulaire economie. Experts vertelden hoe biobased bouwen de bouwsector al transformeert en wat we in de toekomst nog kunnen verwachten. De deelnemers volgden ook workshops waarin de praktische aspecten van biobased bouwen werden verkend en toegepast. De dag werd gestart in het Ledeboerpark in Enschede bij STAWEL. 

Proefperceel bij STAWEL

Voorafgaand aan het middagprogramma werd een groep bezoekers verwelkomd bij STAWEL voor een bezoek aan een proefperceel met 4 verschillende vezelgewassen. Na een korte introductie door ketenregisseur Janneke Paalhaar kregen de bezoekers een rondleiding langs de gewassen. Bij elk gewas werd uitleg gegeven over de groei, bewerking op het land en verwerking tot vezelproduct:

  • Olifantengras / Miscanthus door Erik Langenkamp
  • Vezelhennep door Gerard Hosper
  • Vlas door Trix Niesthoven
  • Zonnekroon / Silphie door Fraukje Roeleveld

Gewas-product expo: kansen voor biobased (ver)bouwen in beeld

Bij aankomst bij Connect-U kregen de bezoekers eerst de gelegenheid om door de gewas-product expo van Building Balance te lopen. Deze tentoonstelling biedt een overzicht van veelbelovende Nederlandse biobased bouwketens voor gewassen zoals vezelhennep, miscanthus, vlas en graanstro. De expositie toont de vezelgewassen, halffabricaten en eindproducten. In de expositie wordt duidelijk waar deze gewassen worden verbouwd, hoe dat in zijn werk gaat, en wat de opbrengsten en de CO2-opname zijn. Daarnaast wordt duidelijk welke bouwmaterialen uit deze gewassen kunnen worden vervaardigd.

Opening en presentaties mogelijkheden biobased bouwen

Het symposium werd afgetrapt door wethouder Niels van den Berg (gemeente Enschede). Hij sprak een warm hart uit naar het initiatief. Na de opening volgden twee keynote-presentaties over de mogelijkheden van biobased materialen in de bouw. Pascal Leboucq van Biobased Creations besprak verschillende projecten van hun studio, die gespecialiseerd is in biobased materialen voor installaties en creaties. Vervolgens vertelde Theo de Bruijn van IAA Architecten over zijn visie op de toekomst van biobased bouwen en de drempels die geslecht moeten worden.
Bekijk hier deel 1, hier deel 2 en hier deel 3 van de presentatie van Pascal Leboucq.
Bekijk hier de presentatie van Theo de Bruijn.

Workshop: Naar een toekomstbestendige uitvraag

Jan Willem van de Groep van Building Balance, Bas Pietersen van Woningcorporatie Domijn en Arturo Calvino Alonso van Startblock gaven inzicht in toekomstbestendig uitvragen. Ze bespraken hoe een toekomstbestendige uitvraag eruit kan zien en hoe biobased materialen hierin heel goed meegenomen kunnen worden. De groep gaat met elkaar in gesprek over tijdige en transparante samenwerking tussen opdrachtgever en markt.
Bekijk hier de presentatie.

Workshop: Biobased materialen in je volgende project? Hoe dan?

Tijdens deze workshop gaven Eric Versteeg van Twentse Bouwboeren en Frances Swets van Building Balance informatie over de technische mogelijkheden van biobased materialen. Meerdere alternatieven voor traditionele (fossiele) materialen werden toegelicht. Daarnaast gaf deze workshop inzicht in hoe via de aanbesteding van woningbouwprojecten de mate van biobased toepassingen in een project beïnvloed kan worden. Uit de reacties kwamen interessante inzichten voort, maar ook een aantal concrete projecten van gemeenten waarbij de ambitie is om biobased materialen toe te passen. De komende periode wil Eric Versteeg vanuit Twentse Bouwboeren deze partijen ondersteunen bij het verder organiseren van deze projecten.
Bekijk hier deel 1 van de presentatie en hier deel 2.

Workshop: Ontwerpen voor een biobased leefomgeving

Tim Bachmayer van Gemeente Enschede en Nathalie Groot Kormelink van Sparc Architecture gaven een workshop over hoe je het gebruik van van biobased materialen al kan integreren in de ontwerpfase. Ze bespraken hoe materiaalkeuzes doorwerken op stedenbouwkundig en architectonisch niveau.
Bekijk hier de presentatie.

Workshop: Toekomstbestendig Circulair & Biobased Bouwen

Hans Hilbrands van Pioneering, Gerrit Buitenhuis van TNO en Herwin Voorteman van BIM4ALL gingen aan de hand van praktijkcases het gesprek aan met de bezoekers over de rol van digitalisering in circulaire waardeketens en bouwprocessen. De deelnemers ontdekten hoe digitalisering een hulpmiddel kan zijn om ook in de toekomst van circulaire en biobased materialen gebruik te maken.
Bekijk hier de presentatie van TNO en hier de presentatie van BIM4ALL.

Workshop: Plant als inblaasinstallatie

Erik Langenkamp, teler van olifantsgras (miscanthus), Marcel van Haren van Takkenkamp en Janneke Paalhaar van Twentse Bouwboeren vertelden over de teelt van miscanthus en lieten zien hoe dit soort vezels (graanstro of miscanthus) in de praktijk worden ingeblazen in bestaande daken als biobased isolatiemateriaal.

Afsluiting

Wethouder Jeroen Diepenmaat (gemeente Enschede) en beleidsmedewerker Nico de Boer van Provincie Overijssel sloten de dag af met een oproep aan gemeenten in Twente om de biobased keten gezamenlijk te versterken. Na een inspirerende middag werd het symposium afgesloten met een borrel, waar deelnemers de dag samen afrondden.

Wil je op de hoogte blijven van de programmalijn ‘Biobased Waardeketens’? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief van de Twentse Bouwboeren via deze link.

 

Openstelling transitievergoeding Nieuwe Teelten

Provincie Overijssel heeft een nieuwe trance ingesteld voor de transitieregeling Nieuwe Teelten.

Openstelling: Transitievergoeding Nieuwe Teelten

Deze vergoeding is bedoeld voor de omschakeling naar een duurzame en toekomstbestendige bedrijfsvoering. Landbouwondernemingen nemen nieuwe teelten op in hun teeltplan en werken mee aan kennis- en ketenontwikkeling en kennisdeling op het gebied van nieuwe teelten. Alle informatie over deze regeling vind je op de informatiepagina van Provincie Overijssel. 

Vezelhennep is goede match met agroforestry 

Drie vragen aan… Mark Venner

“Na twee jaar vezelhennep telen kan ik wel zeggen dat ik enthousiast ben! Vezelhennep past gewoon heel goed op onze boerderij van de toekomst.” Aan het woord is Mark Venner, de drijvende kracht achter agroforestryboerderij LEUKER in Baexem. Dit is het eerste traditionele boerenbedrijf van Nederland dat volledig omschakelt naar een agroforestry.

Drie vragen aan Mark om te leren van zijn ervaringen met vezelhennepteelt.

1.  Wat was je motivatie om vezelhennep te gaan telen, en hoe sluit het aan bij je bedrijfsvoering?

“We zijn begonnen met ons agroforestrybedrijf omdat we stopten met melkvee houden. Het telen van vezelhennep sluit gewoon perfect aan bij hoe wij hier duurzaam en innovatief willen werken. En past ook naadloos in ons landschap van voedselbos, boomweide met mobiele kippenkar, rijteeltsysteem met bomen en akker, winkel, vergaderruimte en tuinderij. Doordat ik opgegroeid ben als zoon van een melkveehouder is akkerbouw relatief nieuw voor mij. Vezelhennep is daarbij ideaal, omdat het na het inzaaien weinig onderhoud vraagt.”

“Vezelhennep groeit erg goed op onze zandgrond en we hoeven geen chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest te gebruiken. Het gewas groeit zo snel dat onkruid geen kans krijgt. Ook is het een flexibeler gewas dan bijvoorbeeld miscanthus. Miscanthus is een meerjarig gewas en vezelhennep staat maar één seizoen, dus die flexibiliteit past goed bij ons bedrijf waar al veel blijvende projecten lopen.”

2. Waar wordt de vezelhennep uiteindelijk voor gebruikt?

“Als producent zorg ik ervoor dat de vezelhennep in balen in mijn loods terechtkomt. Vervolgens komt er een partij om het op te halen en te verwerken tot isolatiemateriaal. Er is zoveel winst te behalen door bouwmaterialen lokaal te telen, in plaats van ze van ver te halen. Waarom zouden we geen gebruik maken van materialen zoals stro, vlas of vezelhennep voor isolatie? Dit onderwerp komt vaak aan bod tijdens rondleidingen, aangezien we demonstratiebedrijf zijn voor de SABE-regeling (subsidie om te leren over duurzame landbouw).”

“Uiteindelijk willen we het zelf ook gaan gebruiken. We hebben deelgenomen aan de beëindigingsregeling voor melkveehouderij en willen onze oude stal een nieuwe bestemming geven. Bij de bouw van een nieuwe loods willen we kijken welke producten we kunnen gebruiken, zoals stro van graan of vezelhennep. Misschien worden we dan afnemer van ons eigen product, maar zover zijn we nu nog niet.”

3. Wat heb je geleerd van de vezelhennepteelt tot nu toe?

“Dit is het tweede jaar dat ik vezelhennep teel. Door het natte weer verschoof dit jaar het zaaimoment telkens, dus had ik alleen de akkers ingezaaid waar ik minder risico verwachtte. Ik heb dit jaar 25% minder oogst maar gezien de omstandigheden valt me dat nog mee.  Het saldo van vezelhennepteelt is überhaupt wat lager dan dat van andere teelten, maar het risico is dat ook. Dat kan in uitdagende jaren als deze een factor van betekenis zijn.”

“Steeds meer boeren in mijn omgeving zijn erin geïnteresseerd als rustgewas, terwijl ik het als hoofdgewas zie. Ik heb de grond, maar weinig tijd en machines, en voor mij is vezelhennep dan ook een ideale oplossing om mijn bedrijf op een positieve manier in te richten. Ik heb in die twee jaar in elk geval al geleerd dat vezelhennep goed bij LEUKER past vanwege de relatief lage (tijds)investering, prima saldo en flexibiliteit.”

Whitepaper ‘Wilgen: vergeten oerhollandse klassieker vol potentie’

Wilgen kunnen een bijdrage leveren aan veel maatschappelijke opgaven op het platteland én in de stad. De provincie Zuid-Holland herkent de waarde van de wilg en ziet kansen voor het gebruik als bio-circulaire grondstof. Om deze mogelijkheden op een rijtje te zetten heeft de provincie het Louis Bolk Instituut gevraagd een whitepaper te ontwikkelen.

De whitepaper ‘Wilgen: vergeten oerhollandse klassieker vol potentie’ gaat in op de kansen, haalbaarheid en praktische uitvoering van meer wilgen in de provincie Zuid-Holland. Voor dit inspiratiedocument is relevante en beschikbare kennis uit de huidige situatie gebundeld en nagedacht over wilgenteelt in de nabije toekomst. Dat geeft inzicht in de mogelijkheden van de extra aanplant van wilg in de stad en op het platteland én in de markt- en verwaardingsmogelijkheden van wilgentenen.

De wilg heeft grote waarde

De waarde van de wilg is groot! Door haar snelle groei hout deze boomsoort veel CO₂ vast en kan het hout van de wilgentegen (de tak van de wilg) iedere drie jaar gewonnen worden. De wilg wordt dan ook steeds populairder voor duurzame toepassingen in onder andere de bouw en infra. Daarnaast heeft de boom een positieve invloed op de biodiversiteit. De wilg ondersteunt ruim 450 verschillende insectensoorten en helpt ook nog eens bij het verbeteren van de waterkwaliteit.

Economisch, ecologisch en maatschappelijk interessant

De wilg biedt dus mogelijkheden op economisch, ecologisch en maatschappelijk vlak. Omdat ze ook goed groeien in vochtige grond en de meeste wilgensoorten periodiek onder kunnen water staan, kan de wilg ook een oplossing zijn voor natte teelten in veenweidegebieden zoals het Groene hart. Al met al genoeg reden om de kansen van de wilg verder te onderzoeken.

Drie concepten

In Zuid-Holland worden wilgen op verschillende manieren gebruikt, van traditionele grienden tot stedelijke vergroening. In de whitepaper heeft het Louis Bolk Instituut drie concepten zijn onderzocht:

  • Moderne Grienden
    Deze grienden produceren wilgenhout en biomassa en worden mechanisch geplant en geoogst. Moderne grienden ondersteunen ook biodiversiteit, waarbij het type beheer een grote rol speelt. Om de potentiële markt te bedienen kunnen landbouwgronden worden ingezet.
  • Bufferstroken met Wilgen
    Wilgen op bufferstroken langs landbouwgrond is een innovatieve toepassing die naar verwachting positieve effecten heeft op de biodiversiteit en mogelijk op de waterkwaliteit door nutriënten[1]uitspoeling te verminderen. Tests en experimenten zijn nodig om kansen en economische haalbaarheid verder te verkennen.
  • Wilgen in de Stad (Wijkwadi’s)
    Stedelijke integratie van wilgen heeft veel maatschappelijke voordelen, zoals klimaatadaptatie door wateroverlast te verminderen en hitte-eilanden te beperken. Wilgen in stedelijke gebieden verbeteren de luchtkwaliteit en bieden recreatieve en esthetische voordelen. Onderhoudskosten vormen echter een belemmering.

Conclusies

De conclusie van het Louis Bolk Instituut is dat de maatschappelijke en ecologische waarden van de wilg evident zijn. Helaas geldt dat nog niet voor het verdienmodel. De provincie Zuid-Holland kan stappen ondernemen om de ontwikkeling richting meer wilgen te bevorderen. Zo kunnen ze samenwerking stimuleren tussen een coöperatie van agrariërs en wilgenverwerkers, zodat voor beide partijen een interessant verdienmodel ontstaat. In steden kan worden ingezet op de kwantificeren van maatschappelijke baten in plaats van kosten van beheer en onderhoud. Dit vraagt een andere mindset bij stadsbesturen en het gebruik van instrumenten om deze baten inzichtelijk te maken. Daarnaast lopen er ook nog verschillende onderzoeken om de kansen voor de teelt en de toepassing van de wilg verder inzichtelijk te maken.

De volledige whitepaper kun je hier downloaden.

 

Drie vragen aan Patrick Lemmens, LLTB/Platform Nieuwe Teelten

“Belangrijk is dat de vezelmarkt zich gebalanceerd ontwikkelt. Daar hebben we met z’n allen het meeste aan.” Aan het woord is Patrick Lemmens, projectleider Platform Nieuwe Teelten. Hij beantwoordt drie vragen over de samenwerking tussen Platform Nieuwe Teelten en Building Balance Limburg.

Wat doet het Platform Nieuwe Teelten?

Het platform richt zich op kennisintensieve samenwerking met een focus op het ontwikkelen, onderzoeken en onderbouwen van nieuw teelten in Limburg. Het gaat met name om niet-traditionele gewassen gericht op de eiwit- of de grondstoffentransitie. “We zien en verwachten een groeiende vraag naar regionaal geteeld plantaardig eiwit voor de foodmarkt en vezelgrondstoffen voor tal van toepassingen, waaronder de bouw. Het idee is dat we als agrarische sector klaar zijn wanneer de nieuwe markten voor zowel plantaardige eiwitten als hernieuwbare vezels daadwerkelijk volwassen zijn. Telers willen een rol spelen en samenwerken met partijen in de vezelketen.”

Welke doelen heeft het Platform?

Belangrijk binnen het platform is dat telers kennis en ervaring op doen. Daarvoor zijn er gewasgroepen waarin telers samenwerken en kennis delen. Belangrijk is ook de onafhankelijke ontwikkeling van de keten waarbij de teler aan het roer kan zitten. Ten slotte werkt het platform samen op landelijk en regionaal niveau met diverse partijen. Wat betreft vezels voor bouwtoepassingen is er een nauwe samenwerking met Building Balance Limburg.

Hoe werkt het platform samen met Building Balance?

Naast telersbijeenkomsten organiseert het platform ook samen met Building Balance Limburg bijeenkomsten. “Van belang is dat daar het eerlijke verhaal over de teelt en de markt wordt verteld. Wij vinden het belangrijk dat de markt zich gebalanceerd ontwikkelt. Daar hebben we met z’n allen het meeste aan.”
Het komende najaar start het Platform met Building Balance een traject met vier individuele telers. “We zien – ondanks veel kennisoverdracht en algemene bijeenkomsten – nog steeds vragen en onduidelijkheden bij telers. Wat betekent een dergelijk gewas voor de teler zelf? Welke zekerheden en onzekerheden zijn er bijvoorbeeld als het gaat om de carbon credits? En hoe wordt daadwerkelijk ‘afgerekend in de keten’? Onmisbare kennis voor het groeien naar een volwassen vezelketen.”

Platform Nieuwe Teelten is een initiatief van LLTB waarbij wordt samengewerkt met (kennis-)partners zoals WUR Open teelten, HAS Green Academy, Compas Agro, Vereniging Innovatief Platteland en Aachen Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM). Platform Nieuwe Teelten wordt financieel ondersteund door Coöperatieve Rabobank en Provincie Limburg (middels programma IBEL).

Nieuw platform Van Polder tot Pand in Flevoland trapt af

Terwijl de EK-koorts in Nederland toeneemt, deed Flevoland op 20 juni 2024 haar eigen aftrap: die van het platform Van Polder tot Pand in Flevoland! Met veel enthousiasme zochten de deelnemers op het voormalig eiland Schokland naar de juiste opstelling en teamspirit om het opbouwen van biobased bouwketens te versnellen. Volop kansen in deze provincie: niet alleen voor woningbouw en renovatie, maar ook voor groot onderhoud van bruggen, viaducten en wegen is veel potentie om duurzame, biobased bouwmaterialen te gebruiken. Met de juiste coaching, aanmoediging en strategie zijn de voltreffers dichtbij.

Vruchtbare bodem voor boer en bouw

Dat de Flevolandse polder vruchtbare grond is voor deze biobased bouw blijkt uit wat er allemaal al gebeurt in verschillende onderdelen van de keten. Een aantal inspirerende voorbeelden van binnen en buiten de provincie maakt de potentie en de uitdagingen helder. Corporaties Wonion en Mercatus en houtbouwer Fletts laten zien hoe cruciaal de durf om te experimenteren is. Net als het meenemen van je héle organisatie in deze transitie. Het belang van onafhankelijke kennis wordt breed gedeeld tijdens de werkgroepen later in de middag. Er is veel enthousiasme voor de ondersteuning die Building Balance als uitvoeringsorganisatie van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen op nationaal niveau biedt, bijvoorbeeld bij het standaardiseren van uitvragen: een concrete tool waarmee gemeenten, coöperaties en ontwikkelaars direct aan de slag kunnen.

De biobased teelt is terug van nooit weggeweest

Een excursie naar de vlas-velden van agrariër Bas Bouma leert ons dat de vezelteelt nooit uit Flevoland verdwenen is. Bouma’s vader moest vanwege beperkte afzetmogelijkheden tijdelijk stoppen met het gewas, maar dankzij de vraag uit de textiel (vlas is de grondstof voor linnen) kon Bouma ‘junior’ zijn machines weer uit de schuur halen. Met steun vanuit het Nationaal Groeifonds kan Bouma in nieuwe oogstmachines en primaire verwerking gaan investeren. En groeipotentie is er! Dit seizoen – nog zonder deze investering – schaalde hij al op van 150 naar 400 hectare. In Flevoland is ruimte voor de teelt van biogrondstoffen én voor de verwerking van vezelteelt. Aan de rand van zijn bloeiende vlasveld doet Bouma een duidelijke oproep aan de deelnemers: hij wil dolgraag zijn vlas toepassen in bouwproducten, maar daarvoor heeft hij de rest van de keten keihard nodig! Wie doet er mee?

Sluit je aan: van Polder tot Pand in Flevoland!

Dit is waar het de komende tijd in Flevoland om draait: ketenpartners die elkaar sneller en beter vinden om samen via biobased bouwketens sneller en beter te bouwen. Dit draagt ook bij aan versterking van de lokale werkgelegenheid en agrarische economie. Kernpartners van het platform – Building Balance, Horizon Flevoland, Provincie Flevoland en Rabobank – staan klaar om alle facetten en ketenpartners van deze transitie te ondersteunen: van boer tot verwerker en van bouwer tot gebruiker. Sluit je aan bij de LinkedIn-groep Van Polder tot Pand in Flevoland. Zo blijf je op de hoogte van toekomstige evenementen, nieuws en kennisdeling voor zowel agrariërs, verwerkers en bouwers als opdrachtgevers, overheidsinstellingen en bewoners.

Meer weten over de Van Polder tot Pand-ketens in Flevoland of wil je een concreet project bespreken? Neem contact op met onze ketenregisseurs in Flevoland ketenregisseurs Dominique Vosmaer of Jeanet van der Woude.

Biobased vergaderpaviljoen startpunt voor succesvolle biobased bouwketen in de Achterhoek

Wat vorig jaar tijdens een workshop van Samen Biobased Bouwen begon als idee, is nu werkelijkheid. Het biobased vergaderpaviljoen, geteeld in de Achterhoek, is voltooid. Op vrijdag 21 juni was de feestelijke opening van het vergaderpaviljoen bij Agro-innovatiecentrum De Marke in Hengelo. Meer dan 60 partijen hebben meegewerkt aan dit innovatieve project, waarin o.a. vezelhennep, natuurhooi, stro en miscanthus verwerkt is. Het resultaat? Veel geleerde lessen én een inspirerend voorbeeld van wat er allemaal kan met biobased bouwen! Erik Koldewey, programmamanager De Innovatie Coöperatie: “Dit is geen eindresultaat maar het startpunt. Het paviljoen is een tastbaar begin om door te groeien naar een succesvolle biobased bouwketen in de regio, van boer tot bouwer.”

Het idee voor een biobased vergaderpaviljoen, geteeld in de Achterhoek, ontstond in 2022. Vanuit de behoefte aan samenwerking tussen verschillende partijen en de behoefte aan een vergaderplek bij Agro-innovatiecentrum De Marke. De Innovatie Coöperatie bracht bouwers en boeren bij elkaar en was de aanjager van dit initiatief. “Volgens goed Achterhoeks ‘naoberschap’ gingen partijen samen aan de slag en leerden van elkaar: niet om in traditie te blijven hangen, maar juist om te vernieuwen en de toekomst te ontdekken”, aldus Erik.  “Het resultaat is dit prachtige paviljoen, dat nu dienst kan doen als inspiratie- en netwerkplek voor biobased teelten en bouwen. Het paviljoen heeft een tastbare en toegankelijke demonstratiefunctie en laat de mogelijkheden van materialen, gemaakt met biobased teelten, zien aan de landbouw, de bouw en andere ketenpartijen. Een keten die we nu nog verder willen uitbouwen.”

Klimaatpositieve bouw voor een toekomstbestendige regio

Het paviljoen is geplaatst op het terrein van Agro-innovatiecentrum De Marke van Wageningen University & Research en dient als vergaderlocatie voor 8-10 personen. Het is ontworpen op basis van gewassen die goed teelbaar zijn door boeren in de Achterhoek. Ook is er geëxperimenteerd met verschillende (nieuwe) gewas-product combinaties, bijvoorbeeld wanden van verschillende gewassen strobouw (graan en hennep), vloerpanelen van kalkhennep en een plafond, ingeblazen met miscanthus. De voorbeelden van de materialen zijn direct toepasbaar voor de bouw. Deze manier van bouwen is volledig klimaatpositief: er is alleen al voor dit bescheiden gebouw voor circa 0,9 hectare gewassen verwerkt waarmee 9 ton CO2-opslag wordt gerealiseerd. Dit is vergelijkbaar met vier jaar verwarmen van één huishouden met aardgas. Dit biedt veel kansen bij opschaling!

Nieuw perspectief voor de landbouw

Door biobased geteelde grondstoffen, zoals olifantsgras, hennep of stro, te gebruiken in plaats van bijvoorbeeld cement en beton, is het gebouw volledig met materialen uit de Achterhoek gebouwd. “Biobased teelten kunnen in de toekomst een mooie plek krijgen in de landbouw. Ze dragen bij aan natuur, het opslaan van CO₂ en bodemverbetering. Omdat het telen van deze gewassen kansrijk is voor de landbouw in de Achterhoek hebben verschillende partijen samengewerkt om in het paviljoen de mogelijkheden te laten zien. Dit biedt nieuwe perspectieven voor de landbouw, aldus Erik.

Innovatiekracht in de Achterhoek

Jan Willem van de Groep van Building Balance roemt de Achterhoek om zijn innovatiekracht. “In de Achterhoek beginnen veel biobased ontwikkelingen. Kijk naar woningcorporatie Wonion & Samen Biobased Bouwen die al jaren vooroplopen.” Of de vijf Achterhoekse woningcorporaties die dit jaar 160 woningen biobased willen isoleren. Of de Kwekerij in Doetinchem, waar Building Balance de tenderaanvraag ondersteund heeft. “Juist nu we minder handjes hebben moeten we op zoek naar de beste oplossingen. Prefab en industrieel bouwen zijn cruciaal. Ook dat krijgt in de Achterhoek vorm. De Achterhoek is koploper op het gebied van pionieren en uitproberen en dat past ook goed op een plek als hier. Het paviljoen is daar een prachtig voorbeeld van en echt next level op het gebied van biobased bouwen.”

Keteninnovatie

Een succesvolle biobased bouwketen vraagt om nieuwe samenwerkingen, oftewel keteninnovatie. De partners komen elkaar niet automatisch tegen: boeren en verwerkers kennen elkaar niet, evenals bouwers en toeleveranciers. Daarom heeft De Innovatie Coöperatie deze partijen bij elkaar gebracht en de samenwerking aangejaagd. Voor het ontwerp en ontwikkeling zijn ARX Architecten, Davids bouwkundig ontwerp- en adviesbureau en Van Campen Bouwgroep betrokken. Bij het bepalen van interessante teelten voor de regio (de grondstoffen voor het gebouw) en het betrekken van boeren bij het project zijn Samen Biobased Bouwen en Building Balance aangehaakt. Op Agro-innovatiecentrum De Marke wordt onderzoek gedaan naar de verschillende teelten voor biobased bouwen en is een demoveld te zien.

Eerste woningen geïsoleerd met stro van de Telers Coöperatie Agrarische Bouwmaterialen

In het Brabantse Uden zijn de eerste corporatiewoningen geïsoleerd met stro van de Telers Coöperatie Agrarische Bouwmaterialen (TCAB). Gehakseld stro uit de regio is een effectief én duurzaam isolatiemateriaal. Huurders van Brabantse woningcorporaties besparen zo niet alleen energie, maar dragen ook bij aan een groenere toekomst.

Eerste telers coöperatie van Nederland

In Zuid- en Noordoost Brabant is de eerste telers coöperatie voor vezelgewassen van Nederland opgericht. Mede met hulp van de Rabobank hebben zo’n 18 telers in de regio zich verenigd in de Telers Coöperatie Agrarische Bouwmaterialen (TCAB) en dat aantal zal nog groeien. Een belangrijke stap richting een zelfstandig draaiende keten ‘van land tot pand’ met de benodigde organisatie en invloed van agrariërs.

“Alle vragen rond vezelgewassen in Brabant gaan nu direct naar de telers coöperatie”, aldus Harold van de Ven, Ketenregisseur van Building Balance in Noord-Brabant. “De coöperatie zorgt ook dat de randvoorwaarden kloppen, zoals de kwaliteit en afspraken met verwerkers.”

Succesvolle biobased keten

Een telers coöperatie is dus belangrijk om de productie en toelevering van vezelgewassen goed te organiseren. “Maar dat heeft alleen nut in succesvolle biobased keten met voldoende vraag”, vindt Harold, “Brabant loopt daarin voorop. Al sinds 2022 zijn agrariërs, bouwers en corporaties hier met elkaar in gesprek. In 2023 tekenden in de keten Zuid-Oost Brabant verbouwt Natuurlijke Samen 13 woningcorporaties de commitment verklaring om binnen 5 jaar 100% biobased te isoleren. Ook in Midden-Brabant en West-Brabant zijn inmiddels dergelijke afspraken gemaakt.”

Zo’n toezegging is natuurlijk heel mooi, maar alle partijen moesten daar wel werk van maken. En dat is gelukt! Halverwege 2024 hebben 31 van de 33 Brabantse woningcorporaties plannen om te gaan isoleren met plantaardige materialen zoals hennep en graanstro. En inmiddels telen Brabantse boeren ruim 160 hectare vezelgewassen. Die worden verwerkt tot bouwmaterialen die regionale bouwers toepassen in de corporatiewoningen.

Gezonder bouwen met minder CO2-uitstoot

Eén van die woningcorporaties is Area, die in mei de eerste woningen isoleerde met gehakseld stro van de TCAB. “Wij willen gezonder bouwen én onze CO2-footprint verkleinen”, verklaart Dirk van den Tillaar, adviseur duurzaamheid en circulariteit bij Area. “Met biobased bouwmaterialen leg je CO2 vast in plaats van dat je het uitstoot. Een bijkomend voordeel is de korte keten van land naar pand, die we hier in Brabant hebben. Dat scheelt transportkosten en je bent zeker van de verantwoorde herkomst van het product. Sterker nog, ik kan het weiland aanwijzen waar het vanaf komt.”

Géén pilot, maar lange-termijnafspraken

Als de woningen van AREA in Uden zijn geïsoleerd, gaat de ‘Brabantse stro-caravaan’ door met woningen van collega corporatie Compaen. “Dit is dus geen pilot, maar een voorloopproject”, legt Dirk uit. “Na deze eerste keer, gaan we op dezelfde voet door met corporatiewoningen in heel Brabant. Als je in de pilotfase blijft hangen, bied je niemand in de keten perspectief. Ook je eigen organisatie niet. Het werkt pas als je lange-termijnafspraken maakt, waar iedereen letterlijk op kan bouwen. Dat gaat makkelijker als je je partners in de keten kent en vertrouwd.”

Ook John Verberne, Loonwerker, agrariër en bestuurder van de TCAB heeft vertrouwen in de toekomst: “Bijna alle woningcorporaties in Brabant hebben inmiddels het convenant getekend, dus de afname van biobased bouwmaterialen begint nu echt te lopen.”

Teelt en levering van vezelgewassen optimaal georganiseerd “Door de telers coöperatie hebben we één aanspreekpunt in de markt”, gaat John verder. “We kunnen de teelten goed verdelen en prijsafspraken maken. Vorig jaar zijn er al verschillende teelten geweest. Die hebben we verwerkt en we regelen ook de opslag en het transport. Zo leveren we het product met een vaste kwaliteit en in de juiste hoeveelheden aan bij de afnemers. We hopen dat er op termijn meer telers coöperaties in Nederland ontstaan. Die kunnen ook onderlinge afspraken maken als dat nodig is, zodat de teelt en levering van vezelgewassen in het hele land optimaal gecoördineerd en georganiseerd is.”

 

Kansen biobased bouwen in Limburg in beeld

In Limburg worden grote stappen gezet richting een circulaire economie met biobased bouwen. Eppo Timmer van Building Balance Limburg benadrukte dit tijdens de BioBased Booster. Op 21 mei kwamen boeren, verwerkers, bouwers, projectontwikkelaars, corporaties, gemeenten en financiers bijeen in Panningen om een impuls te geven aan de biobased keten in Limburg.

Het doel is om de komende jaren 50.000 woningen te realiseren met steeds meer biobased materiaal. De nationale overheid hecht veel waarde aan het behalen van deze doelstellingen en streeft ernaar om in 2024 al 12.000 ton biobased bouwmateriaal te verwerken en daarvoor 4.000 hectare aan biobased gewassen te telen. Tot en met 2030 groeit de keten door naar 50.000 hectare teelt en 400.000 ton bouwmateriaal.
Building Balance Limburg speelt in de realisatie een belangrijke rol. “In Limburg is het streven om naar 5.000 hectare te groeien. Dus 10% van de nationale doelstelling”, licht Eppo Timmer toe.

Biobased initiatieven

Eppo Timmer, ketenregisseur Limburg en productmanager vezelhennep, is met zijn agrarische achtergrond leidend binnen Building Balance in de provincie Limburg. Eppo werkt samen met Serge van den Berg (verwerking en bouw) en Frank Kusters (gemeenten & corporaties) om biobased initiatieven te stimuleren.

Voorbeeld is de transitie van Aad en Arjan van Leeuwen in Nederweert. Zij stopten met hun varkenshouderij en zetten nu stappen in de teelt en verwerking van biobased gewassen. Eppo: “Hun toekomstige verwerkingshub is een schoolvoorbeeld van hoe teelt en verwerking hand in hand kunnen gaan.”

Maar ook Hoex Bouw (Venray) & de gebroeders De Boer (Lottum) die met partners het teeltareaal heeft uitgebreid van 55 hectare in 2023 naar 100 hectare in 2024. “Zij gebruiken het materiaal in innovatieve modulebouw. Liof, onder leiding van Sjaak Berden, is een belangrijke netwerkpartner die cruciaal is voor de ontwikkeling van biobased bouwmateriaal in Limburg.”

Isolatieprogramma’s

Woningcorporatie Woonpunt, met onder andere ketenpartner Casper de Haan, richt zich op isolatievraagstukken. In de RES regio Noord- en Midden Limburg werken de gemeenten samen om biobased toepassingen te integreren in nationale isolatieprogramma’s. Deze samenwerking toont aan hoe verschillende partijen in de keten samenwerken om stappen te maken richting biobased bouwen.

Telers onmisbare schakel

Patrick Lemmens ziet nieuwe teelten als kansen voor de agrarische sector. Organisaties zoals LLTB, Compas Agro en HAS Green Academy ondersteunen biobased-initiatieven binnen het Platform Nieuwe teelten en koppelen verschillende ideeën en projecten aan elkaar. Dit komt de Limburgse economie ten goede.
Eppo Timmer geeft aan: “Onze Limburgse telers staan aan de basis van ‘grondstofleveringszekerheid’. Zij zijn daarmee een onmisbare schakel in de nieuwe biobased ketens. Samen met hen zet Building Balance stappen om deze schakel verder te organiseren.”

Vertel biobased verhalen

Lucas de Man, veelzijdig kunstenaar, biobased creatieveling en initiatiefnemer van Biobased Creations, speelt deze middag een cruciale rol om de partijen aan elkaar te verbinden. Hij houdt de partijen voor dat voor de ontwikkeling van de biobased keten het essentieel is om een actieve houding aan te nemen en te streven naar innovatieve oplossingen.
Lucas benadrukt dat biobased bouwen al sinds 2017, voordat het hip werd, zijn aandacht heeft. Zijn paviljoen van mycelium op de Floriade in Almere is een voorbeeld van hoe kunst en innovatie hand in hand gaan. Volgens Lucas draait het bij biobased bouwen niet alleen om circulaire materialen, maar ook om het vertellen van verhalen. Storytelling is cruciaal om het belang van biobased bouwen te begrijpen en te omarmen.
Hij roept op tot samenwerking en moedigt iedereen aan om de eigen dromen en ideeën over biobased bouwen te delen. Lucas gelooft dat het noodzakelijk is om te blijven bouwen en boeren, en dat Limburg hiervoor de ideale plek is.

Vraag en aanbod

Deze middag krijgen alle schakels in de biobased keten van Lucas de opdracht aan te geven wat zij te bieden hebben en wat zij nog nodig hebben om de Limburgse biobased keten in een échte impuls te geven. Hier volgt een samenvatting van de vraag en het aanbod.
Telers bieden land en zetten in op vergroening met 200-250 ha vezelteelt in 2024. Ze vragen eerlijke prijzen, CO2-certificaten, subsidies, onafhankelijke advisering en lange termijn zekerheid.
Verwerkers bieden diverse isolatieoplossingen en onafhankelijk advies. Ze vragen om consistente productkwaliteit, certificering en duidelijke regelgeving.
Bouwers bieden eerlijke prijzen en kennisdeling, en streven naar biobased bouw. Ze vragen eerlijke prijzen van afnemers, beste vezelproducten, levergaranties, certificering en strengere regelgeving.
Woningcorporaties bieden kansen voor biobased producten en experimenten. Ze vragen aantoonbare kwaliteit, continuïteit, gezamenlijke investeringen, betaalbare huurprijzen en levergaranties.
Overheden faciliteren samenwerking en promoten de gezondheidsvoordelen van biobased materialen. Ze vragen verbinding, netwerkuitbreiding, verdienmodellen en kennisdeling.

Hout heeft toekomst

Maurits van der Woude, commercieel directeur van Ekowood Houses, sloot de middag af. De productie van Ekowood is gevestigd in een voormalige betonfabriek in Beringe. “Hout heeft toekomst”, volgens Maurits. Een rondleiding door de productielocatie laat zien wat er mogelijk is met hout, maar ook dat voor opschaling van de houtskeletbouw er een systeemverandering in de bouwwereld nodig is.

Krachten bundelen

Conclusie van de middag is dat de integrale aanpak van biobased bouwen in Limburg aantoont dat samenwerking, innovatie en storytelling cruciaal zijn voor het succes van de circulaire economie. “Door krachten te bundelen en duurzame oplossingen na te streven, kan Limburg een voorbeeld zijn voor Nederland en daarbuiten.”

Wat hebben ketenpartijen nodig? Bijeenkomst over biobased bouwen en ketenontwikkeling.

Wilg of iets nieuws? Op zoek naar beste circulaire oeverbescherming

Ons waterrijke land kent duizenden kilometers oeverbescherming. Nu bevat dat vaak hardhout, kunststof of staal. Maar ook in de Grond-, Weg en Waterbouw (GWW) liggen kansen om met Nederlandse vezels biobased producten te ontwikkelen. In een bijzondere pilot testen twee aanbieders hun product voor oeverbescherming: wilg en biocomposiet. De testlocatie opende deze week in het Gelderse Hellouw.

Aan een sloot langs de werf van Van Aalsburg, specialist in wilgenhout, liggen twee oeverbeschermingen: één van wilgentenen en één van biocomposiet Nabasco van het Delftse bedrijf NPSP. Beide prototypen worden de komende maanden getest op bijvoorbeeld levensduur, techniek en kerende hoogte. Het onderzoek vindt plaats in opdracht van de waterschappen Rivierenland, Zuiderzeeland en Vallei en Veluwe, Rijkswaterstaat en de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA).

Impact op milieu kan flink omlaag

“Een zeldzaam brede groep opdrachtgevers”, zegt Hetty Huijs van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die de zoektocht ondersteunt. Via een Small Business Innovation Research (SBIR) worden dit jaar de haalbaarheid en prototypes onderzocht van nieuwe biobased en circulaire oeverbescherming.  De opdrachtgevers willen daarmee alternatieven vinden voor bijvoorbeeld hardhout, plastic of staal en zo hun impact op het milieu verkleinen. “Elk jaar vervangen alleen wij al kilometers aan beschoeiingen”, zegt heemraad Kees Romijn van Waterschap Rivierenland. “Opgeteld praat je bij de waterschappen in heel Nederland over ruim 1200 kilometer in tien jaar. Dat is nogal een voetafdruk. We willen werken aan onze klimaatdoelen, ook in onze oevers.”

Wilgentenen en nieuwe materialen onder de loep

De uitdaging is dat oeverbescherming deels onder en deels boven water zit en alle natuurkrachten te verduren krijgt. “Wilg kan wat hebben”, weet Dick van Aalsburg, die met zijn familiebedrijf een oud ambacht in een moderne jas steekt. “Van zinkstukken tot beschoeiingen, wilgentenen en samengebonden ‘wiepen’ zijn al eeuwen onmisbaar in de waterbouw. Aan kwaliteit en ervaring geen gebrek, nu de onderbouwing.”

In Delft werkt NPSP juist aan nieuwe ‘samengestelde materialen’ of composieten. De combinaties van bijvoorbeeld resten van suikerriet, materiaal uit rioolwater en natuurlijke vezels als hennep of vlas zijn geheel biobased. NPSP bouwde er al gevels en treinen van. Directeur Mark Lepelaar vertrouwt erop dat het biobased composiet Nabasco ook een goede oeverbescherming is: “Deze test gaat ons vertellen of deze toepassing ook toekomst heeft.” Het onderzoek loopt tot het einde van dit jaar. De oeverbescherming wordt getest tot een kerende hoogte van maar liefst zes meter.

Doelen NABB

In de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) speelt de verduurzaming van de GWW een belangrijke rol. Voor oeverbescherming is het doel om in 2030 meer dan 30% van nieuwe oeverbeschermingen te maken van biocomposieten of andere biobased materialen. Hiervoor worden de komende jaren diverse interventies uitgevoerd, gericht op de ontwikkeling en opschaling van gewas-product-markt-combinaties en de juiste condities om deze opschaling te ondersteunen en te stimuleren.

Twentse Bouwboeren gaan vervolgfase in met Regio Deal Twente

‘Door samen een duurzame biobased bouwketen op te zetten, kunnen we bijdragen aan de verduurzaming van de Twentse bouw- en landbouwsector en de transitie naar een circulaire economie.’ Met deze ambitie krijgt Twentse Bouwboeren een vervolg in de komende vier jaar. Vanuit de Regio Deal Twente is er geld beschikbaar gesteld om de ketenontwikkeling verder te stimuleren en faciliteren. Samen met veel verschillende partijen uit de landbouw-, industrie- en bouwsector zetten we onze schouders eronder en gaan we de vervolgfase in.

Twentse Bouwboeren is begin 2023 gestart met de verkenning van de afzetketen van natuurlijke vezels voor de bouwsector. Initiatiefnemers van het eerste uur zijn De Land Bouwers, waterschap Vechtstromen, Rabobank, Pioneering, Tauw Foundation én Building Balance. Vezelgewassen op het land zorgen voor een gezondere bodem, een gunstig effect op de waterkwaliteit en het duurzaam vastleggen van CO2. Door het toe te passen als bouwmateriaal zorgen deze natuurlijke hernieuwbare materialen voor minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en is beter voor het milieu. In september ’23 tekenden 30 Twentse ondernemingen, uit de hele keten, een intentieverklaring om te gaan samenwerken. Doel is onder meer in 2030 1.000 hectare vezelgewassen te verbouwen en minimaal 2.000 bestaande en 1.000 nieuwe woningen in de regio hiermee te isoleren.

Vezels van eigen bodem

Ketenregisseurs Eric Versteeg en Janneke Paalhaar zijn positief over de haalbaarheid van de doelstelling. Zij streven naar een stabiele afzetketen van biobased vezels tussen boeren en bouwbedrijven. Daarvoor zijn boeren en loonwerkers nodig om continu voldoende materialen te produceren, verwerkende bedrijven om van de vezels kwalitatief betrouwbaar bouwmateriaal te maken en bouwbedrijven en opdrachtgevers van bouwprojecten die structureel kiezen voor biobased materialen. Het kernteam van Twentse Bouwboeren is inmiddels uitgebreid met Tim Bachmayer (ketenregisseur biobased vanuit gemeente Enschede) en Ido Sellis (expert op gebied van verduurzaming en biobased bouwen). Door regionale ketenorganisaties, zoals Twentse Bouwboeren, op te zetten in verschillende regio’s werken al deze partijen samen aan een toekomstgerichte economie.

Nationale Aanpak Biobased Bouwen

Deze ontwikkeling sluit uitstekend aan bij de weg die ook nationaal wordt ingeslagen door de ministeries van BZK, I&W, LNV en EZK. In november presenteerden zij de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Dit nationale plan moet in 2030 leiden tot een volwassen markt voor de teelt en verwerking van biogrondstoffen uit Nederland, die worden toegepast in gebouwen en bouwwerken. Hierbij wordt ook ingezet op het bouwen van regionale ketens, zoals de Twentse Bouwboeren.

Doorkijk

De komende vier jaar staat voor Twentse Bouwboeren in het teken van de doorontwikkeling, uitrol en opschaling van interessante gewas-productcombinaties. Daarbij komen technische uitdaging kijken zoals certificering en kwaliteitsverklaringen. Maar er is ook een cultuuromslag nodig in zowel de bouw- en landbouwsector als bij de overheid. Ten slotte is de vraagstimulatie bij de overheid, projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties noodzakelijk. Het is dan ook mooi om te zien dat steeds meer organisaties biobased bouwen als de norm gaan zien.

Initiatiefnemers van Twentse Bouwboeren zijn; De Land BouwersWaterschap Vechtstromen, RabobankPioneeringTAUW Foundation en Building Balance.
Meer informatie vind je op www.twentsebouwboeren.nl

Terugblik Biobased Bites webinar Nationale Aanpak Biobased Bouwen

Tijdens de eerste Biobates Bites lunchwebinar op dinsdag 26 maart kregen de deelnemers, terwijl ze hun bammetje aten, ook de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) in hapklare brokken voorgeschoteld.

Dat we gaan opschalen naar meer biobased bouwen staat vast, daar laat demissionair minister De Jonge geen misverstand over bestaan. Wat daarvoor nodig is en hoe we daar vanuit Building Balance invulling aan geven is toegelicht in dit lunchwebinar. Marjet Rutten, onze Biobased Bites gastvrouw, ging met haar gasten in sneltreinvaart door het hele programma!

Wat kwam er aan bod?

Jan-Willem van de Groep trapte af met de doelen, middelen en interventies van de NABB. Anne Bos nam ons mee in de werkgebieden van gemeenten. Marjet Rutten lichte een tipje van de sluier over de mogelijkheden van biobased verduurzamen. Sander Rutten liet zien welke stappen worden gezet op het gebied van certificering. Elisabeth ter Borg nam ons mee in de mogelijkheden voor woningcorporaties. Tenslotte lichtte Dominique Vosmaer vanuit haar rol als ketenregisseur Flevoland toe hoe de lokale ketens worden ondersteund.

Kijk hieronder de hele webinar terug:

De belangrijkste take-aways

De belangrijkste les van deze webinar is: het maakt niet uit in welke fase jouw organisatie zich bevindt, er zijn altijd manieren waarop je aan de slag kan! De andere take-aways van deze sessie vind je in de Factsheet Biobased After Bites:

Dit was pas de start van de uitgebreide programmering voor 2024 vanuit PIANOo en Building Balance. Marjet Rutten begeleidt dit jaar nog acht Biobased Bites tijdens de lunch. Wil je je als woningcorporatie of gemeente verder in biobased bouwen verdiepen? Dan neemt Sara Vellenga je mee in de verdiepende Biobased Buyer sessies. Hierover volgt binnenkort meer informatie in de agenda van Building Balance. Check de agenda hier!

Lisdoddeteelt onder huidige condities niet winstgevend genoeg voor opschaling

Lisdodde wordt gezien als een kansrijk vezelgewas voor biobased bouwmaterialen. En zelfs als dé oplossing voor natte teelt in veenweidegebieden. Uit het recente onderzoek ‘Veen Voer en Verder II’ blijkt echter dat dit niet zo eenvoudig ligt. Jan Willem van de Groep, programmaregisseur van Building Balance, legt uit waarom er (voorlopig) geen focus ligt op dit gewas.

“Lisdodde is een aaibaar gewas”, aldus Jan-Willem. “Het is goed in de markt gezet en er wordt veel over gesproken, zelfs door ministers. Lisdodde heeft inderdaad goede eigenschappen als grondstof voor biobased bouwmaterialen. Maar de teelt kent uitdagingen die opschaling lastig maken. Alleen met extra steun van de overheid wordt grootschalige teelt in de veenweidegebieden mogelijk.”

Hoofpijndossier veenweidegebied

Veenweidegebied is kenmerkend voor de lage delen van Holland en Utrecht, maar ook voor de Zuidwesthoek van Friesland en de Kop van Overijssel. Iedereen kent dit ‘typisch Hollandse’ landschap: langgerekte weilanden met sloten ertussen. Achter dit idyllische plaatje schuilt een hoofdpijndossier voor de Nederlandse overheid. De natte veenbodem werd met afwateringssloten geschikt gemaakt voor landbouw en tegenwoordig vooral veeteelt. Maar door de kunstmatig lage waterstand oxideert het veen. Dat leidt tot bodemdaling, teruggang in natuur- en waterkwaliteit én een toenemende  uitstoot van CO2 ten gevolge van oxidatie.

Behoefte aan natte teelt

Om de CO2-uitstoot te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan, moet het waterpeil in veenweidegebieden weer worden verhoogd. Dat is een belangrijk onderdeel van de CO2-emissiereductieopgave van de landbouw. Maar zo’n ingreep op gebiedsniveau heeft grote consequenties. “Een hoge waterstand maakt het lastig om de grond geschikt te houden voor agrarische toepassingen”, legt Jan-Willem uit.” Op natte grond zakken koeien en machines weg en is de opbrengst lager. “Er is behoefte aan een natte teelt op de veenbodems, die geschikt is voor de verhoogde waterstand.”

Moeilijk rendabel te maken

In de basis lijkt Lisdodde hier een goede oplossing voor, maar recent onderzoek naar de teelt levert nog geen haalbaar verdienmodel op. “Er zijn twee grote uitdagingen bij de teelt van Lisdodde”, verklaart Jan-Willem. “Ten eerste is het een lastige en dure teelt ten opzichte van gewassen waaruit dezelfde materialen te maken zijn. Voor het aanleggen van een lisdodde teelt moet bijvoorbeeld geïnvesteerd worden in het vlakken van grond, waterpeil sturende maatregelen en het zaaien of planten van de lisdodde.  Ook de oogst is lastig. Er zijn speciale machines nodig die minder capaciteit hebben dan bij andere vezelgewassen worden gebruikt. De oogst is hierdoor een flinke post op de saldoberekening. Zonder extra hulp van de overheid is de teelt niet rendabel te maken, daardoor vormt het geen gelijkwaardig alternatief voor veeteelt.”

Uitstoot van methaan

“Ten tweede moet je heel zorgvuldig telen, om het gewenste effect -minder CO2-uitstoot- te behouden”, gaat Jan-Willem verder. “De beschikbaarheid van nutriënten in het water en waterstand zijn kritische factoren voor een succesvolle lisdodde teelt, maar ook om uitstoot van methaan te voorkomen.” Dit broeikasgas ontstaat onder natte, zuurstofloze omstandigheden uit voedingsstoffen en plantenresten in de bodem. “Een goede waterstand vanuit de optiek van methaan beïnvloedt de groei juist negatief.”

Geen focus op lisdodde

De teelt van lisdodde vraagt dus relatief veel bewerking. “Dat is kostbaar, zo blijkt ook uit de berekeningen die Building Balance heeft gemaakt. Op basis van die berekeningen hebben we schaalbare gewas-product-combinaties geselecteerd. Onder de huidige condities is lisdodde niet geschikt is voor opschaling en ligt het dus buiten de focus van Building Balance.”

Kleinschalige initiatieven niet afremmen

Op dit moment zijn er een aantal ondernemers actief met lisdoddeteelt en verwerking. “Die initiatieven willen we zeker niet ontmoedigen, maar passen minder in het opschalingsperspectief van De Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Door slimme, kleinschalige teelt- en oogsttechnieken, passieve droogtechnieken, het nodige handwerk en de inzet op premium producten zijn er wellicht nichemarkten te ontsluiten. “

Maatschappelijk gewenste oplossing

Ook voor het Building Balance programma is lisdodde niet definitief afgeschreven. “Het blijft een mooie grondstof voor biobased bouwmateriaal en wellicht andere toepassingen. Bovendien is het maatschappelijk gewenst dat de waterstand in veenweidegebied omhooggaat, terwijl er wel productiviteit blijft op de veengronden. Lisdodde, of een ander gewas zoals oeverzegge , zwarte els  of de wilg, zou daar een oplossing voor kunnen zijn. Het is niet onze rol, als opschalingsprogramma, om de oplossing voor veenweidegebieden te (onder)zoeken. Maar als er een schaalbare oplossing wordt gevonden die ook geschikt is als bouwmateriaal, dan pakken we dat zeker op.”

“Als er een ideale waterstand wordt gevonden voor veenweidegebieden en een soort lisdodde die op die waterstand redelijk produceert, dan kan de ecologische en klimaatwinst de investering in lisdoddeteelt waard zijn. Het is dan aan de overheid om een bedrag per hectare bij te leggen om dat voor elkaar te krijgen. Kortom: als lisdodde onderdeel is van een maatschappelijk gewenste oplossing voor de veenweide gebieden, dan kan het zeker doorontwikkeld worden tot bouwmateriaal. Building Balance neemt daar dan ook haar rol in. We houden de ontwikkelingen dus goed in de gaten.”

De belofte van vezelteelt voor de landbouw

Stikstofreductie, het verbeteren van bodem- en waterkwaliteit en landschap- en natuurbeheer. Stuk voor stuk zijn dit enorme uitdagingen waar Nederland voor staat. Met het telen van vezelgewassen kan de agrarische sector op een duurzame en economisch wijze bijdragen aan deze landelijke opgaven. Vezelgewassen worden als natuurlijke grondstoffen gebruikt voor biobased bouwmaterialen. Kortom, een heel mooie kans om bruggen te bouwen tussen verschillende sectoren. Dit artikel licht toe hoe biobased (ver)bouwen een kans is voor zowel de bouw- als de landbouwsector.

Biobased bouwmaterialen maken een flinke opmars in de bouwsector. Dit brengt kansen met zich mee voor de agrarische sector. Biobased bouwmaterialen zijn materialen die geheel of voor het grootste deel bestaan uit biogrondstoffen. Deze grondstoffen kunnen komen uit bossen, van akkers of als restromen uit de tuinbouw.

Agrariërs gaan de komende jaren een belangrijkere rol spelen als teler en verwerker van grondstoffen voor de biobased (bouw)economie. Het telen van vezelgewassen is nu nog relatief nieuw in Nederland. Desondanks worden er al Nederlandse vezelgewassen geteeld, waarvan de grondstoffen worden verwerkt tot gecertificeerde biobased bouwproducten, zoals vlas en vezelhennep. Andere vezelgewassen, zoals Miscanthus, zijn in opmars. Er lopen op dit moment testen om dit te verwerken tot bouwproducten.

Building Balance betrekt de agrarische sector actief bij de ontwikkeling van robuuste, transparante en eerlijke ketens. Ook verbinden we de boer en de bouwer. De boer kan een heel sterke positie in de keten innemen. Het uitgangspunt is een verdienmodel dat kan concurreren met de gangbare landbouwmogelijkheden.

Gewas-product-combinaties

Om het verdienvermogen van vezelteelt te optimaliseren, is het belangrijk om te zoeken naar gewas-product-combinaties die schaalbaar zijn, met een zo kort mogelijke keten en voldoende waarde aan zowel de agro als de bouwkant. Die nieuwe ketens zijn over het algemeen lokaal of regionaal van aard. Het liefst worden er producten gemaakt uit vezels die zo min mogelijk hoeven te reizen en te worden bewerkt. Denk aan vezels die na zeven en ontstoffen ingeblazen kunnen worden als isolatiemateriaal of een fabriek die strobalen verwerkt in prefab gevel- en dakelementen.

De meest kansrijke gewas-bouwproduct-combinaties

In onderstaand overzicht is te zien op welke kansrijke gewas-product-combinaties Building Balance focust als het gaat om snelle opschaling.

Voor wie zijn vezelgewassen interessant?

Akkerbouwteelten bestaan voor het overgrote deel uit eenjarige gewassen die in rotatie of vruchtwisseling worden geteeld. Vezelgewassen kunnen in de rotatie gezien worden als rust- of wisselgewas, deze gewassen hebben een lage nutriënten behoefte en voegen organische stof toe aan de grond. Hierdoor is de grond weer klaar voor het zogenaamde rooi- of hakgewas, een gewas dat meer van de grond vraagt en vaak ook meer oplevert zoals aardappelen of uien. De introductie van nieuwe rustgewassen kan relatief snel gaan. Het vervangt niet het dominante inkomen van de boer, waar vaak veel in is geïnvesteerd, maar gewassen die niet zo veel opbrengen.

Vezelhennep

Akkerbouwers kunnen een eenjarig gewas als vezelhennep in de gewasrotatie opnemen. Vezelhennep groeit snel. Het heeft een hoge opbrengst per hectare, tegen een relatief lage input aan water en voeding en het heeft een positieve invloed op het milieu. Het wordt geteeld zonder gebruik van bestrijdingsmiddelen en is zeer geschikt om te gebruiken als wisselgewas.

Vezelhennep wordt in april gezaaid. Al na 100 dagen, in augustus, is de vezelhennep klaar om gemaaid te worden. Vervolgens blijft het nog een aantal weken op het land liggen om te roten, waarna het in balen wordt geperst en naar de fabriek gaat.

Naast vezelhennep is het stro van de graanteelt een geschikt product voor de bouw. De Carbon Credits (zie de toelichting bij punt 3 businesscase) die binnenkort te verkrijgen zijn bij toepassing van stro in de bouw, maken het aantrekkelijker voor de akkerbouwer om stro aan de bouwketen te leveren. Het stro dient wel van goede kwaliteit te zijn.

In de veehouderij zien we nu vooral vezelhennep tussen mais en gras (rotatieteelt) als aanvulling. Na de mais lukt het vaak niet meer om direct in te zaaien. Een snelle teelt als hennep gaat al in de zomer van het land, waarna direct weer gezaaid kan worden. Naast veehouders die afbouwen vanwege bijvoorbeeld gebrek aan opvolging, is er ook grond met een (toenemende) beperking vanuit bijvoorbeeld Kader Richtlijn Water, Natura 2000, piekbelasting en omschakeling naar natuur en agroforestry. Op deze gronden is naast een eenjarig gewas als vezelhennep ook een meerjarige teelt mogelijk zoals bijvoorbeeld olifantsgras (Miscanthus).

Miscanthus

Voor de start van Miscanthus zijn wortelstokken nodig die uitgeplant worden en waarvan na enkele jaren grote hoeveelheden vezels kunnen worden geoogst. Deze teelt kent dus een aanloopperiode van ongeveer 2 jaar, maar vervolgens kan er 20-25 jaar jaarlijks geoogst worden en koolstof worden vastgelegd, ook ondergronds. Dit is terug te zien in de hogere opbrengst ten opzichte van andere vezelgewassen.

Doordat Miscanthus niet meteen dichtgroeit, is in de eerste jaren onkruidbestrijding nodig. Dit wordt ook wel mechanisch gedaan. In Miscanthus is verder geen gewasbescherming nodig en ook geen bemesting in de eerste jaren. Dit maakt het gewas geschikt voor toepassing op gronden waar toenemende druk is op de waterkwaliteit en klimaat.

De businesscase voor de agrarische ondernemer

Voor het vergelijken van de saldo’s van de verschillende gewassen is er door Building Balance een rekenmodel ontwikkeld. De prijzen voor grondbewerking, teelt en oogst die worden gehanteerd zijn loonwerkersprijzen. Dat betekent dat een boer die zelf deze activiteiten uitvoert die arbeid kan opvoeren als verdienvermogen. Mais is als referentie gekozen omdat dit het meest gangbare gewas is om te telen op grond die vrijkomt na het beëindigen van een melkveebedrijf.

De opbrengsten voor vezelteelt komen uit drie stromen:

1. De vezelopbrengsten

Voor de vergoeding voor de vezels is een gemiddelde aangehouden van prijzen die bekend zijn bij verwerkers van vezels. Er is potentie voor hogere vezelopbrengsten doordat de markt voor vezels gaat stijgen door toenemende vraag. Daar houdt het programma Building Balance zich ook mee bezig. Als boer of boerencollectief kan je waardeverhogende bewerkingen uitvoeren, bijvoorbeeld het zeven en ontstoffen van stro- en miscanthussnippers. In het rekenmodel zijn de saldo’s van de meerjarige gewassen opgenomen met een gemiddelde over een looptijd van 15 jaar.

2. De GLB-opbrengsten

In het model is uitgegaan van GLB-opbrengsten voor alleen de hectares vezelteelt. Zodra een boer echter het aantal eco-punten heeft gehaald voor brons, zilver of goud mogen die bedragen vermenigvuldigd worden met het hele areaal van de boer. Vezelteelten en meerjarige gewassen kunnen meehelpen om die eco-punten te bemachtigen en zijn voor sommige boeren een reden om met vezelteelt aan de slag te gaan. De getallen berusten op de recente GLB-nacalculaties van het ministerie van LNV.

3. Carbon credits

Het gaat hier om zogenaamde Construction Stored Carbon Credits (CSCC). Dat zijn certificaten voor de vrijwillige koolstofmarkt gekoppeld aan de hoeveelheid CO2 die door een bepaalde gewas-product-combinatie wordt opgeslagen in het gebouw. In het rekenmodel wordt alleen voor de meerjarige gewassen ook de bodemopslag van koolstof meegenomen. Wat de markt betaalt voor CSCC is op dit moment nog onduidelijk, maar er zijn al opties verkocht voor 80 euro per ton opgeslagen ton CO2.

Scenario’s

De kennis van deze nieuwe markt verandert continu. Dat geldt ook de voor het rekenmodel en de daarin gehanteerde variabelen en parameters. Hou daarom rekening met de volgende punten;

  • Verschil in prijs per verwerker.
  • Voor miscanthus en graan(stro) is nu uitgegaan van de gewas-product-combinatie inblaasvezel. Die keten is nog niet vol operationeel, maar komt in de loop van 2024 op gang. In beginsel zal vooral stro zal worden gebuikt, dat op termijn steeds meer vervangen zal worden door miscanthussnippers.
  • Wat de markt betaalt voor CSCC is op dit moment nog onduidelijk, maar er zijn al opties verkocht voor 80 euro per ton opgeslagen ton CO2. Daarnaast is het nog niet voor welke gewas-product combinatie mogelijk om CO2-certificaten te claimen. Er lopen momenteel activiteiten om dat op korte termijn mogelijk te maken.
  • Miscanthus kent een aanloopperiode van ongeveer 2 jaar en levert in de eerste jaren dus minder op.

Scenario 1: Gewassaldo zonder carbon credits en GLB

Uitgangspunten:
Geen carbon credits | geen GLB en eco-regeling | prijzen gebaseerd op bouwvezels | hennep inclusief transport buiten hennepregio | graan met opbrengsten zandgrond | graan- en maisprijsgemiddelde: 6 jaar | prijs hennep € 300,- geleverd aan de poort

In dit scenario zijn geen opbrengsten uit carbon credits en GLB opgenomen. Voor graan en mais zijn langjarige gemiddeldes opgenomen.

Scenario 2: Het gewassaldo met carbon credits en GLB-eco-score zilver

Uitgangspunten:
Carbon credits € 30,- /ton | GLB en eco-regeling (zilver) | prijzen gebaseerd op bouwvezels | hennep inclusief transport buiten hennepregio | graan met opbrengsten zandgrond | graan- en maisprijsgemiddelde: 6 jaar | prijs hennep € 300,-/ton geleverd aan de poort | 50% hennepplant naar de bouw

In dit scenario is een bescheiden bedrag van €30 per ton CO2 opgenomen voor de carbon credits waarvan in dit scenario slechts 50% in de zak van de boer beland. Daarnaast levert zilver mogelijk een bedrag van €74 euro per hectare dat feitelijk over het hele areaal geteld mag worden. Wellicht is vezelteelt of meerjarige teelt de reden geweest dat die score gehaald kan worden.

Scenario 3: Het gewassaldo met hogere waarde carbon credits en GLB-eco-score zilver

Uitgangspunten:
Carbon credits € 80,- /ton | GLB en eco-regeling (zilver) | prijzen gebaseerd op bouwvezels | hennep inclusief transport buiten hennepregio | graan met opbrengsten zandgrond | graan- en maisprijsgemiddelde: 6 jaar | prijs hennep € 300,-/ton geleverd aan de poort | 70% hennepplant naar de bouw

De prijs van 80 euro per ton voor carbon credits wordt op dit moment alleen op kleine schaal gerealiseerd maar er staan opties open om tegen die prijs in te kopen. We weten nog niet goed wat het effect op de prijs zal zijn wanneer er een grotere hoeveelheid credits op de markt komt. In dit scenario gaan we er ook vanuit dat tenminste 70% van de inkomsten uit credits bij de boer beland. Bij hennep wordt er daarnaast vanuit gegaan dat de hele plant (70%) verwaard kan worden naar de bouw en er dus meer CO2-opslag plaatsvindt.

Scenario 4:  Het gewassaldo met hoge carbon credits, GLB-eco-zilver en hogere verwaarding vezels

Wat de toekomst van de businesscase voor vezelteelten precies gaat worden is nog onbekend. De kans is vrij groot dat het mix wordt van de verschillende mogelijkheden die we hierboven noemen. Wat in die scenario’s nog niet is meegenomen is een hogere vezelprijs. Dat ligt erg voor de hand, gezien de verwachte toename van de vraag naar biobased bouwmaterialen in de bouwsector.

Wanneer er 50 euro per ton meer wordt betaald en de carbon credits een prijs van 125 euro /ton oplevert (de prijs van CO2-heffing per 2023), dan krijgen we dit beeld ten opzichte van scenario 3.

Uitgangspunten:
Carbon credits € 125,- /ton | GLB en eco-regeling (zilver) | prijzen gebaseerd op bouwvezels plus € 50,- | hennep inclusief transport buiten hennepregio | graan met opbrengsten zandgrond | graan- en maisprijsgemiddelde: 6 jaar | prijs hennep € 350,-/ton geleverd aan de poort | 70% hennepplant naar de bouw.

Wil je meer weten over de mogelijkheden en (potentiële) opbrengst van vezelgewassen? Sluit aan bij de ketensamenwerking van Building Balance in uw regio, of neem contact op met onze agro-adviseur Rob de Groot via rob.degroot@buildingbalance.eu.

Terugkoppeling online Kennissessie vezelteelt Overijssel

Op donderdagmiddag 1 februari was er een online kennissessie over vezelteelt voor agrariërs in Overijssel. Onze experts Cor van Oers en Rob de Groot gingen in op de vragen die zijn gesteld en gaven een toelichting op de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de afzetmarkten en CO2 verwaarding. Iris Middelkamp van provincie Overijssel gaf een toelichting op de stimuleringsregeling voor nieuwe teelten.

Hieronder is de opname van de bijeenkomst terug te zien en de presentatie is hier te downloaden:  kennissessie 1-2 Overijssel agrarische sector

Tijdens de bijeenkomst is een overzicht getoond van de verschillende eigenschappen per gewas. Een uitgebreider overzicht per gewas staat in het gewasdocument en is hier te downloaden:
Gewasdocument Oktober 2023.
Een uitgebreidere toelichting op saldo’s per gewas staat in het volgende document:
Saldo senario’s.

Via deze kennissessie konden we veel informatie met u delen, maar niet echt het gesprek met u persoonlijk aangaan. Uiteraard is het altijd mogelijk om nader kennis te maken of een keukentafelgesprek te voeren met één van onze ketenregisseurs. Neem dus gerust contact met ons op als u daar behoefte aan heeft.

Provincie Noord-Brabant investeert 1,53 miljoen in biobased economie

De provincie Noord-Brabant maakt de komende jaren € 1,53 miljoen vrij om de biobased (land)bouweconomie in de regio aan te jagen. Dit doen ze in samenwerking met Building Balance. De provinciale bijdrage is half december goedgekeurd door Gedeputeerde Staten voor de periode 2024-2027.

In 2022 ging de provincie Noord-Brabant een eenjarige samenwerking aan met Building Balance om regionale ketens in Brabant op te starten. De positieve resultaten in 2022 en 2023 geven vertrouwen in een meerjarige samenwerking.

Nationale Aanpak Biobased Bouwen

De investering sluit uitstekend aan bij de weg die de vier ministeries, BZK, I&W, LNV en EZK, inslaan. In november presenteerden zij de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Dit nationale plan moet in 2030 leiden tot een volwassen markt voor de teelt en verwerking van biogrondstoffen uit Nederland, die worden toegepast in gebouwen en bouwwerken. De aanpak is opgesteld in samenwerking met marktpartijen, kennisinstellingen en overheidspartijen, waaronder ook de provincie Noord-Brabant. Building Balance is door de vier ministeries als uitvoeringsorganisatie van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Een onderdeel hiervan is het bouwen van regionale ketens tussen boer en bouwer.

Regionale ketensamenwerking

Afgelopen jaar zijn samen met de provincie Noord-Brabant, Building Balance en de Rabobank meerdere ketens van ‘land tot pand’ geïnitieerd. De keten Zuid-Oost Brabant verbouwt Natuurlijke Samen is als eerste opgezet. Daarop volgde Vezelrijk Midden-Brabant en halverwege 2023 is de keten in West-Brabant van start gegaan. Met succes, want inmiddels telen Brabantse boeren 160 hectare stro, vlas, vezelhennep en sorghum. Deze grondstoffen worden vervolgens verwerkt tot bouwmaterialen die regionale bouwers toepassen in corporatiewoningen.

Dertien corporaties en drie regionale bouwbedrijven maken zich hard voor de afname van de gewassen. In juni is al de eerste woning voortkomend uit de Brabantse corporatiedeal met door lokale boeren geteelde natuurlijke grondstoffen geïsoleerd. Een van de succesvolle resultaten is dat inmiddels circa 80% van de woningcorporaties in Noord-Brabant de commitmentverklaringen heeft ondertekend om versneld biobased bouwmaterialen toe te passen in zowel hun bestaande als nieuwe woningvoorraad.

Ketens van land tot pand

Zien hoe Building Balance biobased ketens bouwt in Brabant? In deze video over het project ‘Zuidoost-Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen’ vertellen akkerbouwer René van de Gevel, Ketenregisseur Noord-Brabant van Building Balance Harold van de Ven, directeur-bestuurder van Woonstichting Compaen Joost Lobée en bewoner Ian van der Pool je meer over het proces van land tot pand:

 

 

Uitzending ‘Wat houdt ons tegen?’ over biobased bouwen

In het NPO programma ‘Wat houdt ons tegen?’ analyseert onderzoeksjournalist Jeroen Smit samen met klimaatjournalisten Jaap Tielbeke en Daphné Dupont-Nivet wat nodig is om ècht te verduurzamen. Iedere week nemen de journalisten een ander thema onder de loep. Op 10 december ging het onder de titel ‘Een beter milieu begint op de bouwplaats’ over biobased bouwen. Daarin komen ook Harold van de Ven en Norbert Schotte van Building Balance aan het woord.

Een beter milieu begint op de bouwplaats

We zitten in een woningcrisis en willen 300.000 nieuwe woningen bouwen. Tegelijkertijd zitten we in een klimaatcrisis en willen we in 2050 klimaatneutraal zijn. Deze ambities zitten elkaar nogal in de weg, want de productie van bouwmaterialen zoals beton en staal is goed voor 11% van de jaarlijkse Nederlandse CO2-uitstoot. We kunnen de woningcrisis oplossen zonder de klimaatcrisis te verergeren door met materialen als hout en hennep te gaan bouwen. Als dit dé oplossing is, waarom gebeurt het dan nog niet op grote schaal? Wat houdt ons tegen om alleen nog maar duurzame huizen te bouwen?

Kijk hier de uitzending terug op NPO start

Derde sessie Van Land tot Pand West-Brabant: ‘commitment en afspraken in de keten’

De derde kennissessie ‘Van Land tot Pand’ over biobased (ver)bouwen in West-Brabant draaide om afspraken maken tussen boeren, bouwbedrijven en woningcorporaties om biobased bouwen van de grond te laten komen. Wat is er nodig? Hoe kunnen partijen elkaar versterken? In vier bijeenkomsten, georganiseerd door Building Balance, Rabobank, REWIN, Circulair bouwen Zeeland, Impuls Zeeland en Regio West-Brabant (RWB) leren agrariërs, bouwbedrijven en woningcorporaties uit de regio hoe ze elkaar kunnen versterken.

Verschillende sprekers, onder wie Jasper van den Munckhof van Building Balance, bekeken samen met de aanwezigen wat er allemaal komt kijken bij een duurzame biobased bouwketen. Naast het telen van gewassen, het produceren tot bouwmateriaal en de uiteindelijke toepassing in woningen, is ook de uitstoot tijdens die processen, het transport en de certificering belangrijk.

“Vezelgewassen zoals hennep, vlas en olifantsgras leggen veel CO2 vast. Om dat niet te laten vervliegen, dienen we het als bouwmateriaal in huis te brengen.  Bijvoorbeeld als isolatiemateriaal dat 50 jaar onder het dak blijft zitten”, legde Van den Munckhof uit. “Voordat je kunt spreken van een duurzame biobased bouwen, moet wel de volledige keten zoveel mogelijk CO2-neutraal zijn. Er is commitment van alle partijen nodig, om samen afspraken te maken hoe je de volgende stap in de keten zet.”

Wat is er nodig?

In werksessies werd dieper ingegaan op de vraag wat iedere groep nodig heeft. Woningcorporaties hebben vooral behoefte aan duidelijke onderlinge afspraken over het toepassen van biobased (isolatie)materiaal. Bouwbedrijven zijn op zoek naar de juiste goedgekeurde bouwmaterialen, die zij kunnen toepassen in hun projecten. Daarvoor stappen ze graag samen in een kennistraject.
Tot slot de boeren. Die geven aan dat een aantrekkelijker verdienmodel voor teeltgewassen zoals vlas of miscanthus helpt bij de overstap op het telen van de grondstoffen voor biobased materialen. Een (tijdelijke) prijsgarantie kan daarbij een zetje geven, aldus een van de aanwezige boeren.

Meedoen?

In de volgende sessies zoomen de deelnemers in op de tussenschakels in de keten. Want wie en wat is er nog meer nodig om doormiddel van ketensamenwerking een goed resultaat te bereiken?

Wilt u meer weten over dit onderwerp en/of een volgende keer graag aansluiten? Neem dan contact op met Ketenregisseur Mark Kok (mark@buildingbalance.eu). De volgende sessie is in januari 2024.

Dit artikel is geschreven door Regio West-Brabant.

Twentse Bouwboeren zet grote stap naar een duurzame bouwketen

Twentse Bouwboeren geeft een krachtige impuls aan de regionale keten van biobased bouwen. Op 25 september 2023 werd de Green Deal Biobased (Ver)bouwen in Twente ondertekend door landbouwers, loonwerkers, bouw- en isolatiebedrijven, gemeenten en andere ketenpartners. Doel: in 2030 minstens 1.000 nieuwbouwwoningen en 2.000 bestaande woningen (deels) bouwen met lokaal geproduceerde biobased materialen.

De focus ligt op vezelgewassen zoals hennep en graan, die bijdragen aan CO2-reductie, biodiversiteit en een gezonder bouwklimaat. Met de verkenningsfase afgerond, staat de pilotfase op het punt van starten.

Meer weten? Lees het complete verhaal in het nieuwe digitale magazine van Biind: Natuurinclusief Bouwen, of bezoek het Congres Natuurlijk op 30 november, waar Janneke Paalhaar en Ido Sellis een sessie verzorgen over de Twentse Bouwboeren.

BB23: Van Land naar Pand – Aan de slag met opschaling

Wat een energie heerste er op ons event, BB23: Van land tot pand! Alle ruim 150 aanwezigen willen biobased bouwen met Nederlandse grondstoffen zo snel mogelijk opschalen. Van praten naar doen! Sterker nog: het gebeurt al. Maar nu is het tijd voor de grote beweging naar een serieuze biobased economie. De Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB), het opschalingsplan van de overheid, geeft daar de handvatten voor. Onze bezoekers kregen een sneakpreview van de plannen die 8 november officieel zijn gelanceerd. Met de positieve energie en concrete acties die tijdens het event zijn besproken, gaan we gezamenlijk aan de slag om de doelen uit de nationale aanpak te realiseren!

Het is bijna niet te geloven hoe snel het Building Balance programma groeit! Met die constatering trappen Jasper van den Munckhof van Building Balance en Martje Fraaije van de Rabobank de dag af. “Er zijn dit jaar 20 regionale ketens opgestart, verschillende vezelgewassen geteeld, bouwprojecten gerealiseerd en heel veel mensen betrokken geraakt. En dat is nodig! Nu is het zaak een serieuze biobased economie neer te zetten. De Nationale Aanpak Biobased Bouwen gaat ons daarbij helpen, maar alleen samen krijgen we het écht voor elkaar.”

Hoofdlijnen Nationale Aanpak Biobased Bouwen

Op 8 november spreekt de Rijksoverheid haar biobased ambities uit, met de lancering van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB). Tijdens de bijeenkomst schetst Bouwe Meijer, van het Ministerie van Binnenlandse Zaken de contouren: “De NABB is een grootschalig plan om de markt voor biobased bouwen op te schalen. Vier ministeries (BZK, EZK, LNV en IW) en een groot aantal marktpartijen hebben de plannen opgesteld. Het bestrijkt namelijk uiteenlopende gebieden. Van het stimuleren van de teelt en de verwerking van vezelgewassen tot de toepassing in de bouw en infrastructuur.”

De grote beweging maken

“Met de NABB gaan we de grote beweging maken”, verklaart Jan Willem van de Groep, programmaregisseur van Building Balance. “Er kan al heel veel. We moeten nu zorgen voor de juiste marktcondities voor opschaling van de keten voor biobased bouwen. Dat is een lange termijn project, waarvan we weten wat er nodig is. Er is dus ook op de lange termijn vertrouwen nodig dat die markt er komt.”

Inmiddels is de Nationale Aanpak Biobased Bouwen gepresenteerd. Download hier de presentatie en de NABB.

Concrete successen en plannen

Ter afsluiting van het plenaire gedeelte van de bijeenkomst vertellen een aantal spelers uit de keten wat er al concreet gebeurt. Er komen twee initiatieven aan bod die het afgelopen jaar successen hebben behaald. En twee initiatieven die komend jaar concrete plannen hebben.

Zo vertelt Joost Lobee, Directeur Bestuurder van Woonstichting Compean over de Brabantse corporatiedeal. “Corporaties zijn één van de grootste opdrachtgevers in de bouw. We kunnen veel impact hebben door in de regio gezamenlijk de juiste vraag te stellen. Bovendien is de Brabantse corporatiedeal schaalbaar naar andere regio’s.”

Marriël Edzes is Carbon specialist bij GreenInclusive en zelf biologisch boerin. Zij heeft de eerste de eerste CCS (Carbon Capture and Storage) methodologie ontwikkeld, om de CO2 opname van vezelhennep en de opslag daarvan in biobased bouwproducten te waarderen. “GreenInclusive heeft dit jaar CO2-certificaten op de vrijwillige markt gebracht en ook al de eerste verkocht. Met de opbrengst van deze certificaten krijgen agrariërs een extra vergoeding voor het telen van vezelhennep. Dat zorgt voor een beter verdienmodel en een gelijk speelveld voor biobased gewassen.”

Lucas Peters wil met zijn consortium Miscanthus-Agri de miscanthusteelt opschalen. “Miscanthus of olifantsgras heeft grote potentie, omdat het hard groeit en 20 jaar lang jaarlijks geoogst kan worden. Het begin van de teelt is belangrijk voor een goede oogst in de volgende jaren. Wij gaan de Nederlandse teelt ondersteunen, bijvoorbeeld met goed uitgangsmateriaal, hulp bij aanplant en door kennis over dit gewas naar ons land te halen.”

Tenslotte vertelt John Smiths van Sam panels (voorheen Ecor) over de productie van hun biobased plaatmateriaal. “Extra mooi is dat wij vooral reststromen verwerken. Waar veel partijen de goede vezels willen, kunnen wij uit de voeten met het ‘slechtste’ stukje of zelfs het stof van het gewas. Daarmee maken wij nu en ook in 2024 100% gezonde en in Nederland geproduceerde biobased binnenplaten.”

Verdiepende workshops en Dutch design week

Na het plenaire gedeelte volgen alle aanwezigen een verdiepende workshop die aansluit op hun vakgebied.

  1. Vezelteelten als nieuw perspectief voor de agrarische sector
    Waar willen we naar toe en welke condities zijn nodig? Welke acties kunnen we nemen? Interessant voor: iedereen die actief is in het landbouwdomein. Bekijk de presentatie van  BB23 Workshop 1: gewasdocument oktober 2023.
  2. Activatie van de industrie
    Hoe ontwikkelen we een verwerkende vezelindustrie voor bouwmaterialen in Nederland? Welke mate van vertrouwen, ondernemerschap en schaalbaarheid zijn nodig? Wat kan het betekenen voor de regio? Welke regelingen zijn in de maak? Interessant voor: iedereen die werkt in de industrie of dit stimuleren. Bekijk de presentatie van BB23 workshop 2: industrie.
  3. Aanpassen van normen, stimulering van opschaling en creëren van de juiste condities
    Welke aanpassingen in regelgeving is er nodig om op te schalen? Wat loopt er al om de juiste condities te creëren? En wat verandert er de komende jaren? Interessant voor: iedereen die bezig is met biogrondstoffen. Bekijk de presentatie van BB23 workshop 3: aanpassingen in regelgeving.
  4. Vraagstimulering door woningcorporaties
    Hoe kunnen woningcorporaties (lokale) ketens stimuleren? Hoe kunnen de lessen uit de Brabantse Corporatiedeal vertaald worden naar andere deals? Interessant voor: woningcorporaties, commerciële verhuurders, verduurzamingsbedrijven en onderhoudsbedrijven.
  5. Het bouwen van ketens van land naar pand
    Hoe kan je een regionale keten bouwen? Met welke spelers doe je dit? En hoe maak je de verbinding met landelijke initiatieven? Interessant voor: provincie, regio’s, gemeenten en iedereen die met gebiedsplannen bezig is. Bekijk de presentatie van BB23 workshop 5:
  6. Samenwerken met andere initiatieven en programma’s
    Welke programma’s zijn er die met dezelfde transitievraagstukken aan de slag zijn? Welke raakvlakken hebben ze? En hoe kunnen we elkaar versterken? Interessant voor: Iedereen die aan aanpalende programma’s bij overheden of brancheorganisaties werkt. Bekijk de presentatie van BB23 workshop 6 samenwerking.

Er is ook gelegenheid om onze partners op de Dutch Design week te bezoeken. Zoals de Embassy of Circular & Biobased Building, waar bezoekers met verbeeldingen en verhalen worden meegenomen in de hoopvolle perspectieven van biobased leefomgevingen. Er is daar ook een gewas-product expo, met een overzicht van de kansrijke Nederlandse biobased bouwketens.

Praktische tools voor biobased opschaling

De dag wordt gezamenlijk afgesloten met praktische tools voor biobased opschaling. Zo wordt de Gids-Biobased-Isoleren  gepresenteerd. Deze uitgave van Holland Houtland bevat uitgebreide inspiratie over biobased isoleren, zoals interviews met huiseigenaren, woningcorporaties, aannemers en biobased experts. En Building Balance zelf lanceert het Handboek Biobased na-isoleren daken met tips, een concreet stappenplan én zes bouwdetails. Hiermee geven we de eerste aanzet om detailleringen voor biobased bouwen beschikbaar te maken voor de markt.

Pieter Grinwins, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, en Norbert Scholte van Building Balance namen tot slot de biobased verkiezingsbeloften door voor de aankomende Tweede Kamer verkiezingen. Daarna is er uitgebreid de tijd om elkaar te spreken. Om nog meer positieve energie en connecties op te doen om mee aan de slag te gaan met de opschaling van biobased bouwen. Want uiteindelijk kunnen we alleen samen een serieuze Nederlandse biobased economie neerzetten!

 

200 miljoen voor grootschalige aanpak biobased bouwen

Op 8 november is de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) gepresenteerd. Vier ministeries, BZK, I&W, LNV en EZK, trekken 200 miljoen euro uit om het grootschalig gebruik van biobased bouwmaterialen te stimuleren. Building Balance wordt de uitvoeringsorganisatie van dit plan en gaat gericht aan de slag met het opzetten en ondersteunen van ketens.

Biobased bouwen is een zeer kansrijke methode om de milieu-impact van de landbouw, industrie en de bouw te verlagen. De uitstoot van CO2 is lager en er zijn minder niet-hernieuwbare grondstoffen nodig, omdat materialen steeds weer aangroeien. De Nationale aanpak moet leiden tot een nieuwe nationale markt voor de grootschalige teelt, verwerking en toepassing van biobased bouwmaterialen. Dit geeft boeren perspectief op een duurzaam verdienmodel, terwijl bouwers over voldoende duurzame materialen kunnen beschikken. En het draagt bij aan een circulaire economie.

Tot 2025 en daarna

Met de NABB stellen de ministeries tot 2025 (fase 1) 25 miljoen euro beschikbaar om een markt op te zetten. De overige 175 miljoen euro is een reservering om de markt uit te breiden in de jaren daarna (2025-2030, fase 2). De aanpak is opgesteld in samenwerking met andere overheidspartijen, marktpartijen en kennisinstellingen.

Ambities

De ambitie is om in 2030 minstens 30% van de nieuwbouwwoningen met minimaal 30% biobased materialen te realiseren. Hetzelfde percentage geldt als doelstelling voor isolatiemaatregelen voor verduurzaming én voor de gebruikte materialen voor utiliteitsbouw. Ook moet een substantieel deel van de materialen voor infrastructurele bouwwerken en objecten biobased zijn. Denk aan zoals asfalt, straatmeubilair en fietsbruggen.

Hiervoor moeten er in 2030 minstens 25 producerende ketens van boeren, industriële verwerkers en bouwers zijn. Doel is dat de teelt van vezelgewassen voor bouwmaterialen groeit van circa 2.000 naar 50.000 hectare en de verwerkingscapaciteit naar minimaal 400.000 ton vezels per jaar.

“markt het zetje geven dat nodig”

“De ervaring leert dat een markt niet vanzelf tot stand komt”, zegt minister Hugo de Jonge van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. “Het aandeel biobased is nu nog erg klein en het is voor marktpartijen niet gemakkelijk om dit aandeel zelfstandig te vergroten. Met deze investering willen we de markt het zetje geven dat nodig is om uit te groeien tot een volwaardige markt. Van de boer die een gewas produceert tot de verwerker en de bouwer die het product uiteindelijk gebruikt. We gaan dus van land naar pand; hier groeien huizen.”

Vraag naar biobased isolatiematerialen stimuleren

De belangrijkste actie om dit voor elkaar te krijgen is het opzetten en opschalen van ketens van boeren, verwerkers en bouwers. Hiervoor stelt het plan een breed palet aan maatregelen voor. De vraag naar biobased isolatiematerialen wordt gestimuleerd door de aanscherping van de milieuprestatie-eis voor gebouwen, met zwaardere sturing op CO2. Ook komt er een financiële stimulans in de vorm van een bonus in de subsidieregelingen voor woningeigenaren.

Nadrukkelijker sturen op milieuprestaties infra

In de infrasector gaat de overheid nadrukkelijker sturen op milieuprestaties en via stimuleringsregelingen biobased innovaties belonen. De verwerkende industrie ontvangt daarnaast financiële steun via een regeling om productiefaciliteiten op te zetten. Voor boeren is het vooral van belang dat zij kunnen meedoen in ketens van boeren, verwerkers en bouwers, ondersteund door langjarige afspraken. Zo loont het ook om bijvoorbeeld vezelhennep te telen. Verder wordt de mogelijkheid onderzocht om door middel van carbon credits de inkomsten te verbeteren van boeren die vezels telen.

Opdrachten vanuit de overheid om vraag te stimuleren

In het plan staat ook beschreven hoe grote opdrachtgevers zoals het Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, ProRail en woningcorporaties, in hun omvangrijke bouwprojecten, kunnen bijdragen aan het vergroten van de vraag naar biobased materialen. Rijkswaterstaat is al ver gevorderd met de ontwikkeling van asfalt waarin biogrondstoffen de plaats innemen van fossiele grondstoffen (bitumen). Samen met deze partijen kijken de betrokken ministeries naar manieren om de criteria voor de aanvraag hiervan te versnellen, en welke indicatoren daarvoor gebruikt kunnen worden.

Zie ook

Kennissessie vezelteelt

In oktober ’23 hebben we een kennissessie vezelteelt gehad voor agrariërs in Twente die aan de slag gaan of zich aan het oriënteren zijn op vezelteelt. Cor van Oers gaat in zijn presentatie in op de verschillende gewassen, potentiële opbrengsten en verwaarding. Bekijk hier de presentatie van de kennissessie vezelteelt in Vroomshoop.

Ruim 30 bedrijven tekenen intentieverklaring voor biobased (ver)bouwen in Twente

Op 25 september tekenden ruim 30 bedrijven en organisaties de intentieverklaring voor het project Twentse bouwboeren. Partijen vanuit de hele keten, van agrariërs tot bouwers en van gemeenten tot terreinbeherende organisaties hebben zich zo verenigd. Ze zetten zich samen in voor biobased bouwen in Twente. Omdat ze geloven dat biobased bouwen een belangrijke bijdrage kan leveren aan de verduurzaming van de agrarische en de bouwsector. En aan de transitie naar een circulaire economie. Ze zien het als hun verantwoordelijkheid om deze ontwikkeling in Twente te stimuleren en te ondersteunen.

Ambitie voor 2030

De partijen hebben de intentie om uiterlijk in 2030 in Twente toe te werken naar:

  • Teelt van 1.000 ha biobased landbouwgewas
  • Die jaarlijks 10.000 ton biobased materiaal oplevert en
  • 15.000 CO2 equivalenten bespaart dan wel vastlegt, en die jaarlijks
  • 2.000 bestaande woningen kan voorzien van biobased materiaal (50% van de bestaande corporatiewoningen) én
  • 2.000 nieuwbouwwoningen kan voorzien van biobased materiaal (50% van de te bouwen woningen)
  • Tenminste 60 personen kunnen hierdoor extra werkzaam zijn in een biobased productieketen en
  • 100 of meer boerenbedrijven met biobased landbouwgrond kunnen een plus op hun verdienmodel realiseren en samen bijdragen aan een
  • Aantrekkelijk landschap, met meer biodiversiteit, minder stikstofuitstoot, betere bodem- en waterkwaliteit terwijl dit ook een
  • Fijn en gezond binnenklimaat oplevert in de biobased woningen zelf en waarbij we samen
  • Een gezonde markt bouwen met nieuwe spelers die biobased materiaal uit Twente en omstreken verwerken tot isolatie- of ander bouwmateriaal.

Onderzoek en kennis delen

De Twentse partners gaan de mogelijkheden van biobased (ver)bouwen onderzoeken. Welke natuurlijke materialen zijn geschikt voor de bouw en renovatie van huizen en gebouwen? En welke grondstoffen en bouwtechniek zijn hiervoor nodig? Daarnaast willen ze onderzoeken hoe ze de productieketen van deze materialen efficiënt kunnen opstarten, versterken en verduurzamen. Overheden en woningcorporaties brengen voldoende locaties in voor biobased bouwen in Twente. De werkgroep werkt samen met Building Balance voor het delen van kennis en leren van vergelijkbare initiatieven in Nederland. Het is een gezamenlijk leerproces, waarbij de haalbaarheid van de gestelde ambities jaarlijks worden gemeten.

Proefperiode en opschaling tot 2028

Het komende jaar wordt gebruikt als proefperiode voor Biobased bouwen. In een aantal projecten worden de mogelijkheden van biobased bouwen bekeken en kan er geleerd worden van de ervaringen. Vanaf 2024 zetten de partners zich in om het aantal biobased ge- of verbouwde woningen jaarlijks op te voeren tot 1.000 woningen in 2028

Aan de slag!

Nu de handtekeningen zijn gezet willen de Twentse Bouwboeren vooral aan de slag met alle mooie ambities. De businesscases van verschillende ketens worden gezamenlijk verder uitgewerkt en er wordt gewerkt aan een regiodeal. Het uiteindelijke doel is een zo groot mogelijk draagvlak van publieke en private partijen en kennisinstellingen die willen bijdragen aan de biobased ambities van Twente.

Wilt u nog aansluiten? Dat kan! Neem contact op met info@twentsebouwboeren.nl

Tweede sessie Van Land tot Pand in West-Brabant: “Noodzaak biobased bouwen neemt toe”

Wat kosten de grondstoffen voor biobased bouwen? Welke materialen gebruik je? Hoe kunnen we de hele keten activeren? Tijdens de tweede kennissessie ‘Van Land tot Pand’ over biobased (ver)bouwen in West-Brabant stonden deze vragen centraal. De sessies worden georganiseerd door Building Balance, Rabobank, REWIN, Impuls Zeeland, Circulair bouwen Zeeland en Regio West-Brabant (RWB).

In totaal zijn er vier bijeenkomsten, waar agrariërs, bouwbedrijven en woningcorporaties uit de regio zien hoe ze elkaar kunnen versterken om aan de groeiende vraag naar biobased bouwen te voldoen. En wat ze daarvoor met elkaar moeten organiseren. “Biobased bouwen wordt steeds aantrekkelijker. En er wordt niet alleen over gepraat, maar bouwbedrijven gaan actief met biobased materialen werken. Boeren kiezen voor gewassen die daar geschikt voor zijn”, vertelt Cor van Oers activator agrarisch sector bij Building Balance. “De noodzaak om te veranderen neemt toe.”

Nieuwe materialen, andere gewassen

Biobased bouwen richt zich op het toepassen van plantaardig, herbruikbaar materiaal in gebouwen. Gewassen als hennep, vlas of miscanthus bevatten natuurlijke vezels die gebruikt kunnen worden als isolatiemateriaal. Ook houtbouw is een goed voorbeeld van biobased bouwen. Er is innovatie in de keten nodig om deze gewassen te telen, te verwerken tot bouwmateriaal en toe te passen in de bouw.

Aan de slag

De urgentie om niet alleen over biobased bouwen en verbouwen te praten is bij alle partijen duidelijk merkbaar. Zo zegt Eric Segeren van modulaire bouwer The Box System: “Wij willen vooral beginnen. We hebben al gesprekken met REWIN en willen ook daadwerkelijk aan de slag om woningen te bouwen op basis van biobased bouwmateriaal.”

Marc van der Bol, akkerbouwer uit Moerstraten (gemeente Roosendaal), sluit zich daarbij aan: “Als agrariër wil je gewoon starten met het telen van gewassen die dienen als grondstof voor biobased bouwmateriaal. Dat kan alleen als we weten dat er ook vraag vanuit de markt is. Daarna is het een kwestie van gewoon beginnen en zien of het een succes wordt. Ik en andere jonge agrariërs kijken in elk geval positief naar de ontwikkelingen.”

Drempels

Er zijn volgens de aanwezigen nog wel enkele drempels te overwinnen zijn, wat betreft wet- en regelgeving, certificeringen en ook verdienmodellen voor agrariërs en ontwikkelaars. Al zijn er na de sessie vooral positieve geluiden te horen dat daar verandering in kan komen. Want ook ontmoetingen en netwerken zijn belangrijke redenen om ‘Van Land tot Pand’ te organiseren. In de hoop dat de verschillende partijen uit de keten elkaar (beter) weten te vinden.

Meer informatie

In de twee volgende sessies zoomen de deelnemers in op hoe je als schakel in de keten het verschil kunt maken, wat daarvoor nodig is en hoe je door ketensamenwerking een goed resultaat kunt bereiken.

Wil je de volgende keer aansluiten? Neem dan contact op met ketenregisseur Mark Kok via mark@buildingbalance.eu.

Dit is een artikel van Regio West-Brabant

Twente zet in op een biobased toekomst: samenwerking tussen boeren, bouwers en gemeenten

Boeren en bouwers in Twente bundelen hun krachten om de agrarische- en bouwsector te verduurzamen. Samen werken zij aan een eerlijke en rendabele keten van land naar pand. Ook Twentse gemeenten kunnen hier een actieve rol in spelen en bijdragen aan deze transitie.

Twentse Bouwboeren: bouwen aan een circulaire keten

In de overgang naar een biobased economie ondersteunt Building Balance boeren, industrie en bouwsectoren bij het werken met vezelgewassen. Dit gebeurt onder andere in Twente via het project Twentse Bouwboeren, dat boeren en bouwers samenbrengt om de teelt en toepassing van biobased gewassen en bouwmaterialen te stimuleren.

De ketenregisseurs, Janneke Paalhaar en Eric Versteeg, zorgen voor verbinding tussen de partijen. Het initiatief wordt gedragen door De Land Bouwers, Waterschap Vechtstromen, Stichting Pioneering, de Rabobank, TAUW Foundation en Building Balance.

Voor boeren biedt extensivering naar vezelteelten een kansrijk verdienmodel, terwijl de bouwsector hiermee werkt met duurzame, CO2-opslagende en geopolitiek onafhankelijke materialen. De ontwikkeling van deze keten vraagt om samenwerking: boeren investeren pas in nieuwe teelten als er afnamegarantie is, industrieën schalen productie op als er voldoende aanbod is, en bouwers kunnen biobased bouwen als materialen beschikbaar zijn.

Een belangrijke, maar nog onderbenutte schakel in deze keten is de rol van Twentse gemeenten. Zij kunnen met beleid en stimulerende maatregelen bijdragen aan de groei van een regionale biobased economie.

Hoe gemeenten de biobased transitie kunnen versnellen

In het bouwdomein:

  • Biobased ambities opnemen in gemeentelijk grondbeleid, bijvoorbeeld als percentage in de private koopovereenkomst.
  • Via het energieloket en verduurzamingsregelingen biobased isolatiematerialen stimuleren.
  • Afspraken maken met woningcorporaties over biobased bouwen en renoveren.
  • Informatieavonden organiseren voor bewoners over de voordelen van biobased materialen.
  • Bij verkoop van vrije kavels kopers actief informeren over biobased bouwen.
  • Inbreiding, uitbouw en optopping stimuleren, waarbij lichte biobased materialen voordelen bieden.
  • Groene bouwleges invoeren voor projecten die aantoonbaar CO2-negatief bouwen.
  • Biobased bouw opnemen in stedenbouwkundige plannen, bijvoorbeeld door niet direct op hoogbouw te sturen.
  • Biobased materialen inzetten voor tijdelijke huisvesting vanwege voordelen als thermisch comfort en losmaakbaarheid.
  • Samen met Twentse Bouwboeren lokale ketens ontwikkelen, waarbij productie en afname zo lokaal mogelijk plaatsvinden.
  • Bouwers en projectontwikkelaars betrekken bij het formuleren van biobased ambities in gemeentelijke convenanten.
  • CO2-intensieve gevelmaterialen ontmoedigen via de welstandsnota en alternatieve materialen stimuleren.

In het agrarische domein:

  • Een kansenkaart opstellen in samenwerking met Waterschap Vechtstromen, dat water en bodem als leidende principes hanteert.
  • Keukentafelgesprekken voeren met agrariërs over de mogelijkheden van vezelteelten, bijvoorbeeld via erfcoaches en agrarische collectieven.
  • Biobased teelten koppelen aan natuurbeheer, stikstofreductie en plattelandsontwikkeling.
  • Actief participeren in het project Twentse Bouwboeren.
  • Piekbelasters benaderen en ondersteunen bij de omschakeling naar extensieve landbouw met vezelgewassen.
  • Onderzoeken of vrijgekomen agrarische gebouwen ingezet kunnen worden voor kleinschalige verwerking van vezels tot bouwmaterialen.
  • Informatieavonden organiseren voor agrariërs over de kansen van vezelteelten.

In ketenontwikkeling:

  • Koppelingen maken met PPLG-plannen waar gemeenten al bij betrokken zijn.
  • Twentse sectoren stimuleren om zich aan te sluiten bij Twentse Bouwboeren en biobased ketens te versterken.

Deze lijst is niet uitputtend en wordt regelmatig bijgewerkt. Zijn er andere maatregelen die gemeenten kunnen nemen? Laat het ons weten!

📍 Volgende bijeenkomst: 25 september 2023
Op 25 september vindt de volgende ketenbijeenkomst plaats in Enschede. Tijdens deze bijeenkomst tekenen betrokken ondernemers een commitmentverklaring om de biobased economie in Twente verder te versterken.

Wil je als gemeente hierbij aansluiten of meer weten? Neem contact met ons op via 📧 info@twentsebouwboeren.nl

Geslaagde inspiratiesessie met bewindslieden

Het gebruik van biogrondstoffen kan flink bijdragen aan de klimaat-, natuur- en circulaire doelen van Nederland. Voor de opschaling daarvan is het belangrijk dat er vertrouwen ontstaat dat het gebruik van biogrondstoffen door de overheid wordt gestimuleerd. Vanuit de andere kant is het voor de overheid belangrijk om zekerheid te krijgen dat bedrijven hun belofte ook echt kunnen waarmaken. Hoe kunnen we dat realiseren? Daarover gingen een aantal koplopers, aangesloten op het Nationaal programma Building Balance, in gesprek met minister Hugo de Jonge, minister Piet Adema en staatssecretaris Vivianne Heijnen

Onder leiding van moderater Lucas De Man werd er volop informatie gedeeld en gediscussieerd met de betrokken bewindspersonen die actief willen bijdragen aan de ambitie om biobased bouwen in Nederland te versnellen. Tijdens de sessie gaven diverse ketenpartijen een inhoudelijke toelichting:

  • Jan Willem van de Groep, programmaregisseur van Building Balance heeft in hoofdlijnen de kansen van biobased bouwen belicht en de uitdagingen die er liggen met betrekking tot het creëren van de goede opschalingscondities.
  • André Hoogendijk van BO Akkerbouw en melkveehouder Eric Kleissenvertelden over de kansen voor de landbouwsector wanneer ook wordt ingezet op de teelt van vezelgewassen als primaire grondstof voor natuurlijke bouw- en isolatiematerialen.
  • Marthijs Roorda van GreenInclusive gaf een toelichting over hoe het Friese bedrijf een natuurlijke waardeketen ontwikkelt, CO2 vastlegt en werkt aan een eerlijk en transparant verdienmodel voor alle betrokken ketenpartners.
  • Directeur Harwil De Jonge van Heijmans stipte de ambities van het bouwbedrijf aan om volop in te zetten op het toepassen van lokaal geproduceerde biobased bouwmaterialen en de uitdagingen die daar bij komen kijken.

In een open setting is er gesproken over de ontwikkelingen bij marktpartijen en de rol van de overheid om klimaat- en grondstoffenambities versneld te realiseren. In de komende weken wordt er door de marktpartijen, de ministeries en Building Balance gewerkt aan concrete vervolgstappen.

Waterschap Vallei en Veluwe: “Stimuleer vezelteelt”

Elk waterschap in Nederland zou vezelteelt moeten stimuleren, vindt Adriaan Smeenk, programmamanager bij Waterschap Vallei en Veluwe. Vezelgewassen zorgen voor een gezondere bodem, minder belasting van het water en leggen CO2 duurzaam vast. Het Gelderse waterschap wil de voordelen van vezelteelt meer onder de aandacht brengen van stakeholders. “Sterke ketens zijn in de circulaire economie essentieel.” 

Moet een waterschap zich wel bezighouden met vezelteelt? Collega Wim van Vilsteren van waterschap Vallei en Veluwe krijgt die vraag wel eens. Zijn antwoord: “Grappig, want juist het water en de bodem kunnen voordelen hebben van de verbouw van vezelplanten. Dus ja, we kunnen een klein onderdeel zijn van die keten van plant tot pand. Al is onze rol bescheiden, we kunnen het onderwerp agenderen en onder de aandacht brengen van gemeenten. Juist vanuit onze maatschappelijke verantwoordelijkheid voor water- en bodemsystemen.” 

Het sterke van Building Balance is dat er vraag naar biobased grondstoffen wordt gecreëerd. En dat er een sterke keten wordt opgezet, vindt Van Vilsteren. Van telers, via verwerkers naar afnemers. “In de circulaire economie zijn sterke ketens essentieel”, geeft hij aan. “En dat doet Building Balance. Als er geen vraag is naar vezelplanten, ben je nergens. Je ziet dat de vraag naar biobased producten, zoals isolatiemateriaal met een zo klein mogelijke CO2-voetafdruk, op gang komt. Dat intrigeert mij mateloos”.

Aanjaagfunctie

Voor de opbouw van zo’n keten is een breed draagvlak nodig, onderstreept Adriaan Smeenk. Landeigenaren en bouwers moeten volgens hem voor de echte transitie zorgen. Maar onderschat de aanjaagfunctie van overheden niet, vult Van Vilsteren aan. “Door aan de voorkant eisen te stellen aan gebiedsontwikkelingen kunnen zij de biobased markt stimuleren. Ook door financieel garant te staan als biobased materialen tijdelijk duurder zijn.” 

Adriaan Smeenk

De voordelen van vezelteelt voor bodem en water zijn groot, weten beiden. Ook waterschappen zijn volop betrokken bij de landbouwtransitie. Van Vilsteren zag al snel kansen voor de verbouw van vezelgewassen bij het bouwen van nieuwe kringlopen. “Daarbij kijken we welke gewassen bij welk water- en bodemsysteem passen. Omdat er bij vezelteelt minder meststoffen en pesticiden worden gebruikt, is dat gunstig voor de waterkwaliteit.” Een ander voordeel is dat de diepe wortels van bepaalde vezelplanten, zoals hennep en zonnekroon, voor een gezonde bodem zorgen. “Ze verbeteren de bodemstructuur en hebben minder behoefte aan water en zijn daardoor ook minder gevoelig voor droogte. Ze houden water beter vast en geven dit af in tijden van droogte.” 

Broeikasgassen

Een ander groot voordeel is dat vezelgewassen koolstof opnemen, omdat ze CO2 uit de lucht vangen. Belangrijk in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Een duurzaamheidsaspect waar ook het waterschap volop van doordrongen is. “Als je er bouwmateriaal van maakt leg je die CO2 dus duurzaam vast”, aldus Wim. Als eerste waterschap was Vallei en Veluwe energieneutraal, maar het streven is om nu ook klimaatneutraal te worden. “Dan is vezelteelt een interessante ontwikkeling. Bij onze zuiveringsprocessen kun je niet alle broeikasgassen weren, maar je kunt de uitstoot mogelijk compenseren door de teelt van vezelgewassen te stimuleren.” Omdat daarbij geen bestrijdingsmiddelen nodig zijn wordt het watersysteem niet belast. Om die reden zou het mooi zijn als meer waterschappen de teelt van vezelgewassen stimuleren, meent Smeenk. “Zo krijgen ze meer inzicht in kennis over wat vezelteelt kan betekenen voor het bodem- en watersysteem.”

Isolatiedekens

In opdracht van het waterschap onderzochten studenten van Wageningen Universiteit recent welke vezelgewassen in de westelijke IJsselvallei kunnen bijdragen aan het behoud van de waterkwaliteit en een voldoende hoog waterpeil. Dit met het oog op toekomstige klimaatverandering. Verder werd gekeken welk gewas bij welk bodemsysteem past, als het natter of droger wordt. Uit hun analyse bleek dat sorghum het beste past in het beheer, gevolgd door hennep en zonnekroon. Deze gewassen geven milieuvoordelen – de teelt biedt wilde dieren een habitat en bevordert zo de biodiversiteit- en zijn economisch haalbaar. Zonnekroon is overigens pas voor de lange termijn een optie, aldus de onderzoekers. Ook dit gewas heeft positieve milieueffecten, al is het lastig om er momenteel een goed verdienmodel aan te koppelen. Zonnekroon en ook brandnetel scoren hoog op het bevorderen van de biodiversiteit, maar qua marktpotentieel is brandnetel minder geschikt. Diverse agrariërs in de Stedendriehoek zijn dit voorjaar overigens gaan experimenteren met de teelt van in totaal zestig hectare vezelhennep. Ze hebben er al afzet voor in de vorm van isolatiedekens, bouwblokken van kalk-hennepsteen, vezelplaat, dakpannen, lambrisering, maar ook bioplastics en andere composieten.” 

Bloembollen

Miscanthus werd ook genoemd door de onderzoekers. Het biedt economisch de hoogste opbrengst, al duurt dat wel twee jaar. Op plekken waar de waterkwaliteit in het geding is, kunnen vezelgewassen een alternatief zijn voor teelten met een hoge milieudruk, zoals mais en bloembollen, meent Van Vilsteren. “Deze gewassen (waarbij veel bestrijdingsmiddelen gebruikt worden red.) wil je niet in beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden, omdat ze stoffen afgeven die in het grond- en oppervlaktewater terechtkomen. Vezelgewassen doen dat niet. Dat is een voordeel”, meent Van Vilsteren.

Spaarzaamheid

Om de waterbehoefte nu en in de toekomst zeker te stellen worden diverse maatregelen genomen om de waterstand te verhogen in het gebied van Vallei en Veluwe. “Zo kan het in beekdalen natter worden als de grondwaterstand omhooggaat. Land in het vroege voorjaar bewerken wordt dan lastig”, licht Van Vilsteren toe. “Ook om die reden kan de teelt van vezelgewassen een alternatief zijn voor mais of intensief beheerd grasland.” 

Toch zit een generieke toeslag van het waterschap voor elke geteelde hectare vezelgewassen er (voorlopig) nog niet in. Adriaan: “Als partner willen we bijdragen aan onderzoek en kennis. In die zin stimuleren we de teelt. Maar producten moeten zichzelf zonder overheidssteun kunnen verkopen. Ook kun je kijken welke belemmeringen er zijn voor het telen van vezelgewassen en hoe je die kunt wegnemen.” Maar stel dat agrariërs bijvoorbeeld in natte periodes water langer vasthouden, waardoor ze in drogere periodes minder water onttrekken. Zou je deze spaarzaamheid niet kunnen belonen? Van Vilsteren: “Als ze schoner produceren kun je onderzoeken of een vorm van ondersteuning mogelijk is. Of je dit ook moet vertalen in lagere lasten of bijvoorbeeld CO2-credits, is een bestuurlijke vraag die het verkennen waard is.”

Ketensamenwerking ‘Boeren voor Biobased Bouwen’ breed gedragen

Op 6 juli committeren acht sectoren zich aan het vervolg van ‘Boeren voor Biobased Bouwen’. Vanuit een brede groep met zo’n 80 deelnemers vanuit de agrarische sector, de bouw en de overheid, geven zij een gezicht aan de enorme energie die er binnen de keten van plant tot pand aanwezig is. Binnen de samenwerking blijft ieder vanuit zijn eigen doelen het project aanjagen en een regionale ketensamenwerking voor biobased bouwen ondersteunen. Binnen het project komen meerdere transities bij elkaar waardoor het bijdraagt aan de klimaatdoelen, nieuw perspectief voor de landbouw, duurzaam bouwen, agrarisch natuurbeheer en toekomstgerichte landschapsinrichting. Het project wordt begeleid door het programma Building Balance, dat landelijke en regionale ketens initieert, stimuleert en ondersteund.

Nieuwe verdienmodellen voor duurzame toekomst

In de Regio stedendriehoek wordt met het project ‘Boeren voor Biobased Bouwen’ gewerkt aan een ketensamenwerking voor biobased bouwmaterialen. Het verbouwen van teeltgewassen, het verwerken van deze gewassen tot biobased bouwmaterialen en de toepassing van deze producten in Regio Stedendriehoek vormt een basis waar veel energie op zit. Naast de agrarische sector, verwerkers en (bouw)bedrijven, zijn ook corporaties, overheden en het waterschap actieve deelnemers in deze ketensamenwerking van plant tot pand. In elke fase van het proces wordt voor en door de deelnemers waarde toegevoegd voor het behalen van de klimaatdoelen. Dit kunnen nieuwe verdienmodellen zijn of nieuwe producten, maar ook een duurzame leefomgeving en een versnelde stap naar een biobased economie.

Ketenvorming sectoren

Pouwel lnberg, Gemeente Brummen:
“Ja, wij gaan door want wij vinden een goed toekomstperspectief voor onze boeren heel belangrijk. Daarnaast ondersteunen wij duurzaam bouwen. Tussen het telen van het gewas hennep tot het gebruik van het eindproduct in de bouw moeten veel verbindingen worden gelegd. Door dit project helpen we agrariërs bij het omschakelen naar alternatieve gewassen, én werken we toe naar duurzaam bouwen. Een mes dat aan twee kanten snijdt.”

Vincent Buitenhuis, Woningcorporatie Veluwonen:
“Ja, wij gaan door want als woningcorporatie verwachten onze huurders goede, comfortabele en gezonde woningen, voor jong en oud, nu en voor toekomstige generaties. Onze materiaalkeuze bij bouwen of renoveren is medebepalend voor de kwaliteit van de woning. Daarom is het gebruik van natuurlijke (biobased) materialen eigenlijk heel logisch wanneer wij aan de verwachtingen willen voldoen. Wij bouwen nog niet standaard biobased, maar hebben wel ambitie op dit punt. Ervaring en kennis in de praktijk opdoen, en als onderdeel van een regionale keten die nieuw perspectief biedt aan diverse sectoren. Veluwonen kan hiermee meerwaarde creëren bij het wonen aan de rand van de Veluwe!”

Richard van Hoorn, Waterschap Vallei en Veluwe:
“Ja, wij gaan als waterschap door omdat wij overtuigd zijn dat het telen van vezelgewassen een aanwinst is voor zowel de agrarisch ondernemer, ons leefmilieu en de transitie naar duurzamere bouwmaterialen. Een transitie is iets waar je als partners samen aan werkt in een gebied.”

Alfons van de Belt, agrariër:
“Ja, ik ga door omdat vezelhennep positief is voor bodem met een enorme beworteling, weinig mest nodig heeft, geen gewasbescherming en veel CO2 vastlegt. Ik lever hiermee een bijdrage aan de zoektocht naar een beter toekomstig verdienmodel voor boeren in de regio.”

Sjoerd Elgersma, Hofmeijer Voorst:
“Ja, wij gaan door want wij werken aan een eerlijk verdien model voor de gehele keten. Deze keten start bij de landbouw, dus zetten wij ons in voor vezelteelt met een gezond rendement voor boer en bodem. Waar gewenst ondersteunen wij hiermee de transitie van de sector, en dragen vanuit onze hoge duurzaamheidsambitie bij aan een toekomstbestendige regio.”

Rutger Vrielink, Heminkgroep:
“Ja, wij gaan door, want we hebben een enorme renovatieopgave waaraan we op een duurzame wijze invulling willen geven! Wij geloven in regionale ketensamenwerking en zien in biobased bouwmaterialen de toekomst. Alleen samen kunnen we deze duurzame transitie versnellen. In onze projecten bedienen we opdrachtgevers daarom met concrete duurzame en circulaire onderhouds – en renovatieoplossingen.”

Willem Hendrik van Randwijk, Dijkhof Bouw:
“Ja, wij gaan door want wij hebben een grote passie voor duurzaam en toekomstbestendig bouwen. Als bouwbedrijf werken wij graag met ketenpartners die intrinsiek gemotiveerd zijn om deze transitie met elkaar tot een succes te brengen. Naast het belang om op een duurzame manier te willen bouwen, vragen onze vaste opdrachtgevers ook steeds vaker naar duurzame en alternatieve manieren van bouwen, waarop biobased bouwen een antwoord is.”

Gerhard Hospers, BMN-Greenworks:
“Ja, wij gaan door, want als BMN Bouwmaterialen hechten wij veel waarde aan ketensamenwerking en het adviseren en vermarkten van duurzame bouwmaterialen middels ons Greenworks concept. Wij zien de gezamenlijke kansen voor agrariërs, bouwers en opdrachtgevers. Samen bouwen we aan een duurzamer Nederland.”

 

Tweede ketenbijeenkomst Twentse Bouwboeren Hengelo

Donderdag 29 juni vond de tweede ketenbijeenkomst met de Twentse bouwboeren plaats. Wij kijken hier vol energie en passie op terug.

Gedurende deze zomer wordt er in deelgroepen verder gewerkt aan de business cases van de verschillende ketens. De uitwerking hiervan wordt tijdens de volgende bijeenkomst ‘Intentiebijeenkomst Twentse Bouwboeren’ op 25 september 2023 gepresenteerd. Tevens zal er dan een feestelijk moment georganiseerd worden voor het tekenen van een commitmentverklaring. Verschillende partijen in de keten committeren zich daarmee aan het ondersteunen van en participeren in de opgave van biobased bouwketens. Er wordt deze zomer nog contact gelegd met alle deelnemers van deze sessie.

Lees hier het verdere verslag van deze ketenbijeenkomst. Vind hier de presentatie van deze ketenbijeenkomst.

Boer kan helpen bij groener bouwen

Het artikel “Boer kan helpen bij groener bouwen” in V-Focus juli 2023 belicht hoe boeren een cruciale rol kunnen spelen in het verduurzamen van de bouwsector door het telen van vezelgewassen zoals hennep en vlas. Deze gewassen dienen als grondstof voor biobased bouwmaterialen, wat niet alleen leidt tot een vermindering van CO₂-uitstoot in de bouw, maar ook nieuwe inkomstenbronnen creëert voor agrariërs. Het initiatief ‘Twentse Bouwboeren’ wordt als voorbeeld genoemd, waar lokale boeren en bouwers samenwerken om een regionale keten voor biobased bouwen op te zetten. Deze samenwerking draagt bij aan verbeterde bodem- en waterkwaliteit en bevordert de biodiversiteit. Het artikel benadrukt het belang van ketensamenwerking en regionale initiatieven om de transitie naar een circulaire en biobased economie te versnellen.
Lees het hele artikel hier: https://buildingbalance.eu/app/uploads/2023/09/V-focus_juli_2023_Boer-kan-helpen-bij-groener-bouwen.pdf

Kansen voor silphie en vezelhennep

Het telen van natuurlijke bouwmaterialen biedt kansen voor boeren, daarvan is ketenregisseur Janneke Paalhaar van de Twentse Bouwboeren overtuigd. In Twente wordt nu begonnen met vezelhennep, silphie, bamboe en olifantsgras. En in Salland met vezelhennep.

De Twentse Bouwboeren is een van de regionale projecten rond het verbouwen van zogeheten biobased grondstoffen voor de bouw. Het Twentse project wordt gesteund door onder meer Rabobank en waterschap Vechtstromen.

Janneke Paalhaar en Eric Versteeg zijn sinds begin dit jaar als ketenregisseur betrokken bij het project. Hun missie is duidelijk: het stimuleren van de verbouw van vezelgewassen in Twente en zorgen voor een (grotere) vraag hiernaar vanuit de bouwwereld.

Lees meer op de website van vee-en-gewas (via een gratis proefabonnement) of download hier het artikel.

Bron: Vee-en-Gewas.nl – Landbouwnieuws voor Oost-Nederland

Eerste Brabantse corporatiewoning verduurzaamd met lokale biobased grondstoffen

Op 22 juni is de eerste woning voortkomend uit de Brabantse corporatiedeal met door lokale boeren geteelde natuurlijke grondstoffen geïsoleerd. In Brabant werken diverse partijen binnen het project ‘Zuidoost-Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen’ aan het stimuleren en toepassen van meer lokale en natuurlijke grondstoffen in de Brabantse woningbouw.

Onder leiding van Rabobank, provincie Noord-Brabant en het landelijke transitieprogramma Building Balance wordt in Brabant gebouwd aan diverse ketens ‘van land tot pand’. Die houdt in dat de agrarische sector natuurlijke grondstoffen kan telen die verwerkt worden tot biobased bouwmaterialen. In het project ‘Zuidoost-Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen’ sloegen boeren, bouwers en dertien woningcorporaties dit voorjaar de handen ineen en zetten de schop in de grond om tot een haalbare en schaalbare samenwerking te komen.

De akker op

Jelle Bluemink, hoofd Bouwregelgeving en Bouwkwaliteit van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, kwam naar Brabant om het eerste succes van de keten in de praktijk te aanschouwen. Hij bezocht samen met de ketenpartijen een van de aangesloten akkerbouwers die onder andere graan en vezelhennep teelt. Het graanstro wordt ingezet voor inblaasisolatie en de vezelhennep wordt verwerkt tot isolatiewol.

Daken biobased isoleren

Vervolgens werd de corporatiewoning van woCom in Budel bezocht. Hier werd ter plekke een woning geïsoleerd met inblaasisolatie door strobouwdeskundige Wouter Klijn. De natuurlijke isolatie en de damp-open constructie zorgt ervoor dat de zolder goed wordt geïsoleerd tegen de kou in de winter en de hitte in de zomer. Dat laatste is, gegeven het klimaat, een welkome eigenschap die biobased isolatiematerialen van nature hebben.

Corporatiedeal

Corporatiebestuurder Mirjam Kräwinkel is erg blij met deze ontwikkeling: “Door lokale natuurlijke grondstoffen te gebruiken in onze woningen dragen we als woningcorporaties niet alleen bij aan het milieu, maar verlagen we de energierekening aanzienlijk en verbeteren we ook het leefklimaat van de woningen. We zijn trots dat we in dit project al zo snel concrete stappen zetten in de verduurzamingsslag.” Dit voorjaar ondertekenden de dertien woningcorporaties, die actief zijn in 21 gemeenten van de Metropoolregio Eindhoven (MRE), een commitmentverklaring om stapsgewijs binnen 5 jaar 100% biobased isolatiemateriaal toe te passen in hun sociale huurwoningen. Van land naar pand. De boeren zegden hierna toe om dit jaar circa 160 hectare vezelgewassen te telen. Deze grondstoffen worden vervolgens verwerkt tot bouwmaterialen die regionale bouwers gaan toepassen in de corporatiewoningen. De 13 samenwerkende woningcorporaties zijn Bergopwaarts, Compaen, Helpt Elkander, Goed Wonen, ‘thuis, Trudo, Volksbelang, woCom, Woningbelang, Woonbedrijf, Wooninc., Woonpartners en WSZ.

Zuidoost-Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen

Het project ‘Zuidoost Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen’ is samen met de Rabobank, provincie Noord-Brabant en Building Balance opgezet. Met succes, want inmiddels zetten Brabantse boeren 160 hectare stro, vlas, vezelhennep en sorghum in om de keten op gang te helpen. Dertien woningcorporaties en drie regionale bouwbedrijven maken zich hard voor het toepassen van de natuurlijke isolatiematerialen die van de geteelde gewassen worden gemaakt. Gedeputeerde Stijn Smeulders: “De ervaring en ketens die we in Zuidoost-Brabant opzetten, moeten leiden tot een volwaardige industrie. Met nieuwe verdienmodellen voor boeren en lokaal geteelde grondstoffen voor renovaties en nieuwbouw zetten we grote stappen naar duurzaam woningen bouwen.” 

Aftrap keten West-Brabant; ‘Regio heeft van oudsher veel potentie’

Woensdag 7 juni 2023 was het zover! De start van een nieuwe keten in Provincie Noord-Brabant. Na Brabant Verbouwt Natuurlijk Samen en Vezelrijk Midden-Brabant kwam op woensdag 7 juni een flink gezelschap van boeren, verwerkers, bouwers en corporaties bij elkaar om de keten Van Land tot Pand in de Regio West Brabant op gang te brengen.

Op initiatief van Rabobank kring Zuid West Nederland, Regio West Brabant en Rewin West Brabant verkenden de aanwezigen voorzichtig de eerste stappen richting een samenwerking voor de teelt van Vezelgewassen en de verwerking en toepassing van nieuwe biobased materialen. Belangrijk voor deze ketenontwikkeling was de aanwezigheid van corporaties en bouwende projectontwikkelaars.

Verdienmodel voor de hele keten

Rabobank Directeur Johan Staes trapte af met een goede boodschap over de afwegingen van de oude naar de nieuwe economie. De belangrijkste voorwaarde voor een nieuwe keten is het verdienvermogen voor alle deelnemers aan de keten. Brabants ketenregisseur Harold van de Ven vertelde over Building Balance en bracht de nieuwe keten veel energie en perspectief voor de toekomst. De inspirerende voorbeelden uit de andere Building Balance ketens gaven veel vertrouwen om verdere samenwerkingen te onderzoeken

Petra Koenders , Mark Kok en Dirk van der Ven hadden een goed programma georganiseerd om de aanwezigen mee te nemen in reeds aanwezige ontwikkelingen in West Brabant. Al decennia wordt er namelijk in West-Brabant werk gemaakt gemaakt van de ‘Plant Based Economy’ in de Circular Biobased Delta en de Green Chemistry Campus.

Vezelboer Jan Versluis vertelde over zijn voormalige melkveehouderij, het oprichten van Zuivelfabriek de Graafstroom en de ontwikkelingen van familiebedrijf Versluis. Bedrijfsopvolging, mantelzorg, stikstofrechten en ombouwmogelijkheden; het kwam allemaal voorbij in zijn minzame bijdrage.

Gelukkig was er ruim de tijd om met elkaar mogelijke samenwerkingen te verkennen en elkaar vooruit te helpen in de gemeenschappelijke zorgen over CO2, Stikstof, Water, Bodem, Lucht en Biodiversiteit. De ruime ervaring in de ontwikkeling van biocompositieten en meervoudige verwaarding van gewassen zou hierbij goed van pas kunnen komen.

Vervolg

De bijeenkomst is het eerste deel uit een vierluik bijeenkomsten rondom biobased bouwen in West-Brabant. In de drie volgende sessies wordt met de deelnemers verder ingezoomd op hoe je als keten het verschil kunt maken, wat daar voor nodig is en hoe je door samenwerking een goed resultaat kunt bereiken. Bekijk ook de website van REWIN voor meer informatie over circulaire economie en plantbased ondernemen in West-Brabant. De volgende bijeenkomst is op 21 september.

Meer weten of heb je interesse om aan te sluiten? Neem dan contact op met ketenregisseur Harold van de Ven.

Green Deal Biobased (ver)bouwen in Salland

In 2030 worden in Salland 1.000 nieuwbouwwoningen en nog eens 2.000 bestaande woningen (deels) gebouwd of verbouwd met lokaal geproduceerde biobased bouwmaterialen. Jaarlijks. Dat is de intentie van de Green Deal rondom het project Biobased (ver)bouwen in Salland, die woensdag 30 mei door landbouwers, loonwerkers, verwerkers, bouw- en isolatiebedrijven, woningcorporaties, overheden, kenniscentra en Rabobank werd ondertekend. Projectleider Willem Rienks is positief over de haalbaarheid van de doelstelling: ‘Door samen een duurzame biobased bouwketen op te zetten, kunnen en willen we bijdragen aan de verduurzaming van de Sallandse bouw- en landbouwsector en de transitie naar een circulaire economie.’

Concrete stappen in 2023

Bij de ondertekening gaf akkerbouwer Willy Westenenk uit Raalte aan dat hij deze week zijn eerste hectares met vezelhennep inzaait. Het was even wachten op voldoende droog weer en dat is er inmiddels. Hij hoopt dat zo’n 100 dagen na het zaaien de eerste oogst kan beginnen. Het product wordt dan verwerkt door GreenInclusive tot isolatiedekens die dan begin 2024 daadwerkelijk in Sallandse nieuwbouw en renovatie projecten zullen worden toegepast. Salland Wonen en enkele Sallandse bouwbedrijven waaronder Tala willen de materialen in hun woningen gaan gebruiken.

Green Deal biobased (ver)bouwen in Salland

Bekijk hier de inhoud van de Green Deal:
Green Deal biobased (ver)bouwen in SallandGreen Deal biobased (ver)bouwen in Salland

Foto’s

 

Biobased bouwen speerpunt in Achterhoek

Van vezelplant tot isolatiemateriaal in woning. In de Achterhoek is dat al een paar jaar praktijk. Woningcorporatie Wonion in Ulft zette biobased bouwen op de kaart en trekt nu op met honderden regionale partijen. “Samen de duurzame omslag maken in een biobased keten is essentieel,” zegt directeur-bestuurder Gerrolt Ooijman. Kennis delen en opschalen, precies de doelen van Building Balance.

Gerrolt Ooijman (57) is aanjager en verbinder van Samen Biobased Bouwen in de Achterhoek. Nog geen twee jaar geleden lanceerde woningcorporatie Wonion, dat al in 2008 begon met de uitvoering van de energietransitie, het initiatief. “Duurzaamheid en circulariteit gaan over meer dan energie”, licht de directeur-bestuurder van de sociale verhuurder toe. “Duurzaamheid is breder. Je kijkt dan ook naar gebruik van natuurlijke grondstoffen als bouwmateriaal.” 

Om biobased bouwen van de grond te krijgen zocht Wonion de samenwerking met onder andere agrariërs, architecten, overheden en bouwers. Zij sloten zich aan en het enthousiasme om aan de slag te gaan was groot. Alle ketenpartners krijgen energie van de bijeenkomsten, die eens in de zes weken plaatsvinden, vertelt Ooijman. “Mensen delen kennis en horen wat de ander doet. Boeren horen bijvoorbeeld welke materialen bedrijven in de bouw nodig hebben. Op onze samenkomsten hoor ik veel nieuwe dingen. Zo was er een boer die een verhaal hield over de kwaliteit en de dikte van vezelstengels. Bleek dat er veel verschillende soorten vezelhennep bestaan. Dat wist ik niet! Als corporatie hebben we normaal gesproken geen contacten met agrariërs.” 

Stro

Op dit moment verbouwen zo’n tien tot vijftien agrariërs samen 25 hectare biobased grondstoffen, waaronder hennep, stro en miscanthus in de Achterhoek. Proefvelden met vlas zijn in de maak. Het zijn meest veehouders die een à twee hectare vezelteelt op hun bedrijf hebben. Samen Biobased Bouwen biedt hun een gegarandeerde afzet. Ze krijgen voor hun gewas bovendien een vaste prijs van hun afnemers. Belangrijke voordelen om potentiële telers over de streep te trekken, meent Ooijman. “We willen dat alle vezels die de bouwsector toepast in deze regio in de Achterhoek worden verbouwd. Als corporatie zijn we nu de eerste projecten met strobouw aan het uitproberen. In 2024 bouwen we twaalf nieuwe woningen waarbij we stro en vezels inblazen als isolatie. Voor de constructie gebruiken we hout.” 

Lisdodde

Ooijman is ervan overtuigd dat het areaal verbouwde vezelgewassen de komende jaren in de Achterhoek zal toenemen. “De interesse is er en zal zeker groeien. Wij zijn in deze regio kansrijk zowel wat gewassen als wat gronden betreft.” Ook in de combinatie van toepassingen van gewassen liggen kansen op diverse gebieden, verwacht Ooijman. “Vlaszaad bijvoorbeeld kun je ook gebruiken als diervoeding.” Het verbouwen van vezelgewassen kan ook een positieve invloed hebben op het landschap en de biodiversiteit. Ooijman: “Neem lisdodde, dat water kan vasthouden. Kan belangrijk zijn in een gebied met veel droogte.”  

Dampopen

Voor de bouwwereld hoeft het geen grote stap te zijn om biobased materiaal te gebruiken, meent de directeur-bestuurder. “Traditioneel isolatiemateriaal als glas- en steenwol en kunststof kun je heel eenvoudig vervangen door biobased. Het gebruik van natuurlijke grondstoffen staat in feite niet meer ter discussie. Doe je het niet, dan is dat zonde. Je maakt er namelijk een grote impact mee op het milieu en het klimaat. Want in het algemeen houden biobased producten CO2 vast, terwijl andere producten vaak CO2 nodig hebben bij de productie. Vezels zijn zeker niet duurder dan de traditionele isolatie. In onze nieuwbouw gebruiken we al vlas en we zijn op zoek naar andere duurzame materialen.”

Biobased in nieuwbouw kan overigens ook bijdragen aan een beter “ademend” en gezonder binnenklimaat, merkt Ooijman op. “Veel woningen zijn in het kader van duurzaamheid sterk geïsoleerd. Kieren werden gedicht. Ventilatie gebeurde mechanisch. Bij dampopen bouwen gebruik je natuurlijk isolatiemateriaal. Dat heeft vochtregulerende eigenschappen. Een woning of gebouw ademt vrij en kent daardoor geen vochtproblemen.”

Verdienmodel 

Belangrijk is hoe de productie van vezelgewassen vergroot kan worden. Voor verdere opschaling is een garantie voor afzet essentieel, meent Ooijman. “Je kunt hiervoor convenanten afsluiten. Dit is in Brabant gebeurd. Landelijk zou de overheid ook zo’n afnameregeling kunnen instellen. Daarmee stimuleer je de verbouw van vezelgewassen.” Wat Wonion doet is uitrekenen en duidelijk maken hoeveel vezelstoffen zij nodig heeft voor haar nieuw- en vernieuwbouw. “Wij garanderen boeren dat wij die hoeveelheid van hen afnemen.” Ook voor goede verdienmodellen is schaalgrootte nodig. Plaatmaterialen van natuurlijke grondstoffen bijvoorbeeld kunnen momenteel nog niet rendabel worden gefabriceerd. Ooijman: “De vraag is hoe je dit zo kunt organiseren dat de opbrengsten terugvloeien naar de telers en niet naar grote commerciële investeerders. Bij het stimuleren van biobased bouwen is een korte keten daarom essentieel, onderstreept hij. Daarom vindt hij Building Balance zo’n goed initiatief. “Veel partijen werken in dit project samen. Dan kun je echte stappen maken.”  

Samenwerken met lokale ketenpartners doet Wonion ook bij de ontwikkeling van een nieuw concept voor nieuwbouw. Ooijman: “De komende jaren willen we in de regio 1500 veelal levensloopbestendige sociale huurwoningen bouwen. Een groot deel daarvan moet via het nieuwe concept van volledige biobased bouw gebeuren. De huizen worden gebouwd met natuurlijke grondstoffen als hout en stro. Ook de kit, de verf en het plaatmateriaal willen we duurzaam hebben. Alle modules voor de nieuwbouw, zoals glas en kozijnen, nemen we bovendien van lokale partijen af.”

Informatieve bijeenkomst met Twentse Agrariërs

Op 25 mei organiseerde de regionale keten Twentse Bouwboeren een bijeenkomst voor agrariërs over de teelt van diverse vezelgewassen en de verwaarding ervan. Verschillende experts vertelden over de mogelijkheden van vezelgewassen én er vond een veldbezoek plaats langs het meerjarige gewas silphie.

Loraine Westerneng legde uit hoe de teelt van vezelhennep werkt en hoe GreenInclusive als eerste bedrijf in Nederland een CO2-toeslag uitkeert aan agrariërs voor het telen van natuurlijke grondstoffen waarvan biobased bouwproducten worden gemaakt. Nicolaas van Everdingen heeft jarenlange ervaring met het inblazen van biobased isolatiemateriaal in nieuwbouw en renovatie. Hij legde uit hoe inblaasketen eruit ziet en wat de kansen daarvan zijn voor de agrarische sector. Arjan Strootman, agrarisch bedrijfsadviseur, vertelde over het GLB en welke gewassen onder welke voorwaarden meetellen binnen de ecoregeling. Op basis van zijn ervaring bij AgroAdvies Oost-Nederland gaf hij de agrariërs waardevolle adviezen en inzichten mee. Ten slotte deelde Peter Schreurs zijn kennis over de teelt van silphie (zonnekroon) en nam iedereen mee op veldbezoek langs het gewas. Indrukwekkend om te zien hoeveel groeikracht dit gewas al heeft in het voorjaar.

Presentaties

Een informatieve ochtend die goed de kansen voor agrariërs liet zien voor het telen van diverse vezelgewassen. Wil je de presentaties van de expert nog rustig bekijken? Download ze dan via onderstaande links.

Foto’s

 

Boeren en bouwers kunnen samen optrekken en verduurzamen

Jan Willem van der Groep, Programmaleider Building Balance; “We kunnen echt impact maken.”

Het platform ChangeInc. interviewde Jan Willem over hoe de verbinding tussen boeren en bouwers. “De bouwsector is verantwoordelijk voor een groot deel van onze CO2 uitstoot. Als we hier een transitie kunnen maken doordat boeren overstappen op het verbouwen van “groenere bouwstoffen” kan ook de bouwsector verduurzamen.”

Jan Willem verwacht dat er in 2030 zo’n 50.000 hectare aan vezelgewassen verbouwd wordt in Nederland. Dit kan op eigen bodem verwerkt worden tot bouwmateriaal. Voor de boeren is dit goed nieuws want vezelteelten zorgen voor een alternatief verdienmodel.

Om dit te realiseren moeten we nog een aantal ‘kip-ei vraagstukken’ oplossen. Benieuwd welke dat zijn en hoe Jan-Willem daar tegen aan kijkt?

Lees je in het gehele interview op Change Inc. Of beluister de podcast via https://lnkd.in/gjHxvEAM.

“Stimulering vezelteelt via PPLG biedt nieuw perspectief”

Op dinsdag 16 mei vond het webinar Kansen voor biobased (ver)bouwen plaats in de studio van het Provinciehuis in Overijssel.

“We kunnen onszelf uit de shit bouwen”. In deze niet mis te verstane woorden maakte programmamanager Jasper van den Munckhof van Building Balance het belang van biobased bouwen duidelijk. “Dat biedt een nieuw groeiperspectief voor de bouwsector. Zo kan minister De Jonge zijn 900.000 woningen voor 2030 bouwen binnen de klimaatafspraken.” De ambities zijn hoog, schetste hij. “Er moet in totaal 50.000 ha vezelteelt in Nederland komen. Dat is 5 procent in elke regio. Daar zijn de komende tien jaar diverse fondsen voor.”  

Van den Munckhof vertelde dit dinsdagmiddag tijdens het webinar “Kansen voor biobased (ver)bouwen”, dat Building Balance organiseerde met de provincie Overijssel. Hij vertelde dat Building Balance al met veel grote en kleine bouwers heeft gesproken. “Ze zijn allemaal bezig met biobased. Er is enthousiasme. Er is vraag. De noodzaak ervan wordt gezien. Opdrachtgevers vragen ook vaak naar een circulair gebouw.” Door stijgende prijzen van huidige bouwmaterialen kunnen biobased producten sneller concurrerend worden, meent hij. Het belangrijkste is dat biobased materialen zorgen voor CO2-opslag in gebouwen. Een belangrijk klimaatdoel. Omdat er geen cement of beton wordt gebruikt, spaar je ook weer CO2 uit, dat bij de productie hiervan vrij komt. Vezelgewassen als isolatie zorgt voor een gezonder binnenklimaat, is duurzaam en creëert een nieuw perspectief voor de agrarische sector.”

De vraag naar vezels als bouwmateriaal is er dus wel. Maar hoe stimuleer je boeren om over te stappen op de teelt van vezelgewassen? Want voor hen is vooral belangrijk hoe je er geld mee kunt verdienen. Garantieregelingen kunnen hierbij helpen, denkt Van den Munckhof. Ook premies per hectare voor de vezelboer kunnen stimulerend werken. “Er is al een verdienmodel. Maar er moet een interventie komen. Dat kan een overgangsregeling zijn of een premie per hectare. Het NPLG biedt de kans om zo’n impuls te geven.” Van den Munckhof: “Zo’n garantieregeling past binnen het NPLG. Op die manier kun je boeren in het begin helpen bij hun omschakeling naar vezelteelt.”

Waterzuiverend

Onder meer kwam ter sprake wat het verbouwen van vezelgewassen betekent voor de doelstellingen van het Nationale Programma Landelijk Gebied (NPLG), en de doorvertaling daarvan per provincie. In die gebiedsprogramma’s komt te staan welke maatregelen provincies nemen om tegemoet te komen aan de doelen rond natuur, stikstof, klimaat, bodem en landbouw. De verbouw van vezelplanten helpt ook mee aan het Grondstofakkoord. Dat schrijft voor dat in 2030 55 procent van de grondstoffen circulair moeten zijn. Biobased kan verder een bijdrage leveren aan de Kaderrichtlijn Water. Vezelplanten kunnen water zuiveren en stikstof afvangen.

Eén van de provincies die daar al flink wat stappen in heeft gemaakt, is de provincie Overijssel. Zij ziet biobased ketens als een perspectief in zowel hun landbouwvisie als circulaire doelstellingen en geeft het daarom een plek in haar Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). “De kansen van biobased bouwen en verbouwen zijn groot. Het levert een bijdrage aan de natuur- water- en klimaatdoelen, zei Hero Klinker, Manager inhoud provinciaal programma landelijk gebied (PPLG) en programmamanager Circulaire Economie van de provincie Overijssel. Overijssel beschouwt biobased als “bijzonder kansrijk”. Van de in totaal 200.000 hectare landbouwgronden kan vijf procent biobased worden. 

Miranda Ebbekink, beleidsmedewerker Regionale Economie Overijssel, ziet vele voordelen: “Biobased teelt is extensief, er zijn weinig meststoffen nodig, het bindt CO2, is goed voor bodem en biodiversiteit en sommige teelten zijn waterzuiverend en droogtetolerant.”

Versnellingsprogramma biobased bouwen

Wel gaf ze aan dat je dit laatste met harde cijfers moet kunnen aantonen. En misschien zelfs wel juridisch moet kunnen onderbouwen. “Hoeveel bijen komen er op bepaalde bloemen van vezelgewassen af? Kunnen we dat hard maken? Met provinciale ecologen kijken we al naar dit soort vraagstukken.” 

Overijssel wil een Versnellingsprogramma opzetten voor biobased bouwen. Hierbij krijgen startende boeren die vezels willen telen, een transitievergoeding. Zij doen kennis op en kunnen die ook delen met anderen. De provincie zoekt uit hoe ze haar eigen regionale transitieagenda op bouwen, biomassa en voedsel kan verbinden met die van Building Balance. Zo wil Overijssel toewerken naar een gezonde landbouwsector in een gezonde omgeving.

Even belangrijk is overigens een sociaal en economisch sterk platteland. De verwachting is dat van het 200.000 hectare grote landbouwareaal er 180.000 hectare overblijft. “Op een deel daarvan kun je biobased ketens opzetten”, meent Ebbekink. Een belangrijke eigenschap van vezelplanten is dat ze CO2 opslaan. Dit kan ook in certificaten worden vastgelegd, die telers kunnen verkopen. Vezelteelten in de regio kunnen bovendien bijdragen aan natuurdoelen. “Als de boeren er ook geld mee verdienen, houd je een sterk plattelandsleven in stand.”

Veerkrachtig platteland

Ebbekink schetste dat de bouwsector in Overijssel zeer sterk is. Dat geldt ook voor de agrarische sector. “Als je beide met elkaar kunt verbinden, ontstaat er een nieuwe niche. Een nieuwe economische structuur die kan bijdragen aan de veerkracht van het platteland.”

Ondersteuning gebiedsprogramma’s NPLG

Jasper sluit de bijeenkomst af met een oproep: “Als er interesse is in het opnemen van de biobased keten als perspectief in uw provinciale doorvertaling van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) dan kan Building Balance helpen met het bepalen van de specifieke maatregelen. Op basis van de ervaringen uit de markt en voorbeelden van andere provincies kunnen we helpen een zo effectief mogelijk maatregelenpakket voor uw provincie op te nemen.”

Bekijk hier het adviesdocument Biobased ketens van land tot pand als belangrijke deeloplossing voor het NPLG & PPLG van Building Building Balance.

Presentaties

Webinar terugkijken

 

Starten met de Business Case voor biobased bouwen in Stedendriehoek

In de Regio Stedendriehoek wordt binnen het project Boeren voor Biobased Bouwen gewerkt aan een complete regionale ketensamenwerking voor de ontwikkeling, productie en toepassing van biobased bouwmaterialen. Na een introductiebijeenkomst en een werksessie met het hele netwerk, was de volgende stap om te kijken naar de haalbaarheid van een business case voor de biobased keten.

Bij koploper VDR Bouwgroep in Deventer kwamen op 16 mei de hennepverwerker Hempflax, regionale bouwers en diverse opdrachtgevers vanuit gemeentes en woningcorporaties bij elkaar om een plan te maken voor de toepassing van 60 hectare hennep die recent in de regio is gezaaid voor het project. Daar waar de eerste twee bijeenkomsten voornamelijk gericht waren op het ‘Waarom is dit van belang’, lag de focus nu op ‘Hoe kunnen we het ook echt gaan doen’.

Lees het gehele verslag op de website van Boeren voor Biobased Bouwen.

 

Vruchtbare startbijeenkomst Twentse Bouwboeren

Boeren en bouwers slaan de handen ineen voor een duurzamere toekomst! Op 19 april vond de startbijeenkomst plaats van Twentse Bouwboeren. In Kulturhus De Bijenkorf te Borne kwamen meer dan 50 deelnemers uit verschillende sectoren bijeen om de eerste stappen te zetten in deze regionale samenwerking tussen boeren en bouwers op het gebied van biobased bouwen. Het was een inspirerende bijeenkomst waarbij het enthousiasme van de deelnemers voelbaar was. Samen gaan zij de uitdaging aan om zowel de agrarische- als de bouwsector te verduurzamen en zo bij te dragen aan een betere wereld voor ons allemaal.

Diverse groep

Bij de bijeenkomst was een zeer divers gezelschap aanwezig, met deelnemers uit alle betrokken sectoren. Er waren boeren, verwerkers, bouwers/aannemers en vertegenwoordigers vanuit overheden en woningcorporaties aanwezig. Het was goed om te zien dat ook vanuit de woningcorporaties en overheden vertegenwoordigers aanwezig waren. Uit de eerste gesprekken en opmerkingen bleek namelijk dat de onzekere afzetmarkt en huidige regelgeving nog kritische punten zijn.

Namens Building Balance was Jasper van den Munckhof aanwezig om toelichting te geven op het concept biobased bouwmaterialen en de huidige stand van zaken. Hij nam de aanwezigen tijdens de bijeenkomst mee in de verschillende gewassen die geschikt zijn om biobased bouwmateriaal van te maken en vertelde over de bestaande toepassingen. Het programma Building Balance initieert, stimuleert en ondersteunt zelfstandige regionale en landelijke ketens; van land tot pand.

Connectie

Tijdens het plenaire gedeelte van de bijeenkomst werden er al over en weer vragen gesteld, waarbij de open en betrokken houding van de deelnemers duidelijk werd. Hierna was het tijd om in kleinere groepen op te splitsen en hier verder op in te gaan. In vier groepen werd er nader kennis gemaakt en besproken wat partijen graag zouden willen bereiken middels dit project en wat zij hiervoor nodig hebben. Hieruit kwamen interessante inzichten voort. De boeren hebben vooral behoefte aan kennis over de teelt van de gewassen en financiële zekerheid. De bouw loopt hoofdzakelijk tegen certificering van de biobased materialen aan. Woningcorporaties kunnen een grote afzetmarkt vormen, wanneer zij overschakelen op (deels) verduurzamen en bouwen met biobased materialen. Prijsconcurrentie met gangbare materialen is dan een aandachtspunt. Naast deze zaken blijft het goed op elkaar aansluiten van de vraag en het aanbod een belangrijke kwestie. Het is daarom goed dat deze partijen binnen dit project in direct contact met elkaar komen. Daarnaast kunnen ook overheden een rol spelen binnen dit project met betrekking tot regulering of als financieel vangnet voor initiatiefnemers.

Toekomst

Het doel is om uiteindelijk tot rendabele regionale ketens te komen. Om dit te bereiken zal er actie nodig zijn. Eén van de uitkomsten van de bijeenkomst was dan ook dat betreffende sectoren op korte termijn diverse productieketens gaan verkennen. Op basis van de businesscases kunnen vervolgstappen gezet worden en verder afspraken gemaakt worden. Zo werken boeren en bouw binnen de regio Twente samen aan een toekomstbestendig verdienmodel.

Interessant was dat tijdens deze eerste bijeenkomst al direct iemand een aanbod deed van een badge recent geoogste silphie (zonnekroon). Een aantal mensen sprongen hierop in en probeerden direct verbindingen te leggen.

Dit enthousiasme toont aan dat de wil om samen een oplossing te zoeken aanwezig is bij de verschillende partijen! In een volgende bijeenkomst voor de agrarische sector, op 25 mei, komen experts aan het woord over de verschillende gewassen, het GLB en de verwaarding ervan. Het vervolg op de multidisciplinaire startbijeenkomst vindt plaats op donderdag 29 juni, hier worden de mogelijkheden voor ketenvorming binnen de regio Twente verder uitgewerkt.

Twentse Bouwboeren

Het doel van Twentse Bouwboeren is het samenbrengen van boeren en bouwers om binnen een regionale keten zowel de teelt als de toepassing van biobased gewassen en bouwmaterialen te kunnen organiseren. Het project focust op Twente, omdat de regio zowel één van de grootste bouweconomieën heeft als een sterke agrarische sector. Daarnaast resulteert het huidige agrarische systeem in een hoge stikstof en CO2 uitstoot en biodiversiteitsverlies.

Vezelgewassen, die gebruikt worden voor de productie van biobased bouwmaterialen, zijn daarentegen geschikt als extensieve teelt, met een positief effect op de water- en bodemkwaliteit. Ook verhogen ze de biodiversiteit, omdat het gebruik van pesticiden niet noodzakelijk is. Voor de agrarische sector kan het verbouwen van vezelgewassen een goed alternatief verdienmodel zijn, dat financiële zekerheid biedt. Ook kan het gebruik van biobased materialen uitkomst bieden voor de bouwsector, waar momenteel veel gebruik wordt gemaakt van CO2 intensieve materialen.

De bijeenkomst werd geleid door ketenregisseurs Janneke Paalhaar en Eric Versteeg. Het project is een initiatief van De Land Bouwers, Waterschap Vechtstromen, Stichting Pioneering, de Rabobank en Building Balance.

Ondersteuning voor transitie biobased bouwen van overheid

Het kabinet heeft een extra bedrag begroot voor het aanjagen en versnellen van biobased bouwen. Hiermee kan de ontwikkeling van ketens van land tot pand worden versneld. Jan Willem van de Groep, programmaregisseur Building Balance, is erg content met het kabinetsbesluit: “We willen graag een grote bijdrage leveren aan de gevraagde transitie(s), door de goedkeuring van het kabinet komt er de nodige funding vrij waardoor we kunnen opschalen en infrastructuren kunnen implementeren die zowel voor boeren, industrie en bouwers tot de nodige product- en procesinnovaties zullen leiden.”

Ontwikkeling opschalingsplan

Building Balance werkt ondertussen samen met marktpartijen, gemeenten, provincies en de ministeries van LNV en BZK aan een voorstel voor de overheid om de transitie naar biobased bouwen te versnellen. Dit plan voorziet in concrete vervolgstappen die samen kunnen worden gezet om de gebouwde omgeving verder te verduurzamen en een substantiële bijdrage te leveren aan de Nationale emissiedoelstellingen; een jaarlijkse CO2-reductie van minimaal 1,5 Mton. Verder voorziet het plan in agrarische inkomensperspectief door in te zetten op de productie van natuurlijke grondstoffen in Nederland die als primaire of secundaire grondstof kunnen dienen voor een breed scala aan (bouw)producten.

In de komende weken wordt verder duidelijk op welke wijze Building Balance precies invulling gaat geven aan het opschalingsprogramma biobased bouwen. En, samen met de aangesloten partners, direct een vervolg kan geven aan de ingeslagen route.

Lees de volledige kamerbrief hier.

Kijktip: Huizen maken van Overijssels gewas

RTV Oost interviewt Eric Versteeg van Twentse Bouwboeren en Loraine Westerneng van Building Balance over de de nut en noodzaak om boeren en bouwers samen te brengen.

“Boeren die geld verdienen met gewassen waar de bouwsector huizen van bouwt. Ik geloof dat dit kan en dat in Overijssel grond geschikt is voor bijvoorbeeld hennep en vlas. Maar er moet wel een goed verdienmodel tegenover staan, anders gaan boeren niet overstappen.” Eric Versteeg van de Twentse Bouwboeren is overtuigd van de nut en noodzaak om boeren en bouwers samen te brengen.

Groener bouwen

Bij de productie van gangbare bouwmaterialen zoals cement komt veel CO2 vrij, een broeikasgas. Die uitstoot moet drastisch omlaag. Daarom wordt door de bouwsector gezocht naar alternatieven om groener te bouwen. Een stap vooruit is stimuleren van teelt en gebruik van biobased bouwmaterialen. Dat zijn bouwmaterialen die ecologisch verantwoord zijn geteeld en hernieuwbaar zijn, zoals hout, hennep, vlas of olifantengras. Deze teelten helpen om de bodemstructuur te verbeteren en de stikstofuitstoot te verminderen en houden juist koolstof vast.

Volgens Versteeg een win-win situatie voor boeren, bouwers en onze leefomgeving. In Twente is binnenkort een informatie bijeenkomst om ‘bouwboeren’ enthousiast te maken deze gewassen te gaan telen.

Van land tot pand

Loraine Westerneng (foto) van Building Balance legt in Bij Oost Vandaag uit dat er al gewassen worden geteeld, maar dat het nog niet op hele grote schaal gebeurt. Het concept van Land tot Pand wordt gesteund door de overheid. “De noodzaak is er, we hebben een klimaatopgave, een stikstofopgave, we willen de biodiversiteit en onze waterkwaliteit vergroten. Dat kan met dit soort gewassen. Door samenwerking te zoeken, van Land tot Pand, van boer tot woning, dragen we met elkaar bij aan oplossingen.”

Lees en kijk verder op: Huizen maken van Overijssels gewas, Twentse Bouwboeren brengen boer en bouwer bij elkaar – RTV Oost.

Bron: We-Grow & RTV Oost

Change Inc. Roundtable: hoe boeren en bouwers samen kunnen verduurzamen

Zowel de bouw- als de landbouwsector staat de aankomende jaren voor een gi-gan-tische verduurzamingsopgave. Maar goed nieuws: de sectoren kunnen elkaar uitstekend ondersteunen. Bijvoorbeeld in de vorm van biobased ketens tussen boer en bouwer. Hoe krijgen we dergelijke ketens van de grond? En wat zijn daarbij de uitdagingen? Tijdens de Change Inc. Roundtable op dinsdag 18 april gingen vier experts daarover in gesprek.

Rabobank werkt samen met Building Balance en WeGrow voor biobased bouwen: ‘van land tot pand’

Een volledig circulaire economie en verdere verduurzaming van onze landbouwsector? Biobased bouwen biedt een oplossingsrichting voor deze opgaven. Daarom werken de Rabobank en Building Balance samen aan regionale en landelijke ketens tussen boeren, verwerkers en bouwers. Samen zorgen we voor het stimuleren van de teelt, verwerking en het gebruik van biogrondstoffen in de bouw. Én aan het economisch haalbaar maken om zo versneld op te schalen. Met WeGrow trekken we samen op voor kennisdeling in deze nieuwe ketens.

Partners om verbindingen te maken in de keten

In 2022 besloot de Rabobank om een partnerschap aan te gaan met Building Balance. De komende vier jaar zullen 13 regionale waardeketens biobased bouwen opgezet worden: ‘van land naar pand’. Deze nieuwe ketens creëren nieuwe communities van boeren en bouwers. Om vervolgens pro actief kennis en ervaringen te delen, is Rabobank founding partner geworden van het initiatief WeGrow. Dit platform is op 12 april gelanceerd en beoogt de transitie van biobased bouwen te versnellen door kennisdeling en bijeenkomsten. Minister Adema van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) opent dit nieuwe platform binnenkort officieel. De initiatiefnemers van dit platform zijn Ballast Nedam Development, Merosch, LTO Bedrijven en SWP.

Martje Fraaije, programmamanager Circulair Ondernemen bij Rabobank: “Door onze agrarische klanten te verbinden aan klanten in de verwerkingsindustrie en de bouw dragen we bij aan de ontwikkeling van een geheel nieuwe keten: van boer, verwerker, bouwer tot hypotheek. Een keten die voor elke schakel kansen biedt in een uitdagende tijd van transities en veranderingen. Samen met Building Balance zijn er inmiddels al 20 regionale initiatieven waarmee ervaring wordt opgedaan met nieuwe businessmodellen en ketens. Zo zorgen we dat klanten die de omslag willen maken naar een meer toekomstbestendig businessmodel, zowel in de agrarische sector als in de bouw, elkaar kunnen vinden en daarmee een regionale keten kunnen opzetten. Rabobank faciliteert dit graag. In de vorm partnerschappen met Building Balance en WeGrow of via onze producten zoals de Rabo Impactlening en Rabo Innovatielening”.